CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Evaluatie pilot Consulent jeugd op school

Raadsvergadering 10 november 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Consulent Jeugd op school (H)7.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Pilot Consulent op school 2025

evaluatie juli 2025 Uitgevoerd door OSD, schakelteam en gebiedsteam

1

Inhoud 1. Aanleiding en context ..............................................................................................3 2. Doel en opzet van de evaluatie ................................................................................3 3. Doel en opzet van de pilot……………………………………………..…………………………………4 4. Werkwijze van de consulent jeugd op school ............................................................6 5. Resultaten en opbrengsten .....................................................................................7 5.1 Kwantitatieve inzichten – de cijfers .....................................................................7 5.2 Kwalitatieve inzichten – de ervaringen.................................................................9 De scholen in Gorredijk ......................................................................................10 De scholen buiten Gorredijk…….………………………………………………………………….11 5.3 Wat werkt goed, wat minder? ...........................................................................12 6. Analyse en conclusie ............................................................................................14 7. Aanbevelingen ......................................................................................................17 Bronnen………………………………………………………………………………………………………….18 Bijlage 1.

Geanonimiseerde casussen .......................................................................19

2

1. Aanleiding en context In 2023 hadden alle basisscholen in Opsterland toegang tot een consulent jeugd, maar de uren per school waren minimaal en de invulling hiervan verschilde sterk per school. Sommige consulenten waren actief betrokken met o.a. ouderavonden en spreekuren, terwijl anderen slechts op verzoek van de school op afroep beschikbaar waren. Deze verschillen leiden tot ongelijkheid in ondersteuning en vroegsignalering tussen scholen, wat kansenongelijkheid voor kinderen en ouders veroorzaakt. Lokaal Educatieve Agenda (LEA) Tijdens het LEA-overleg medio 2023 is gesproken over een structurele en nauwere samenwerking tussen onderwijs en gemeente en over de kansen voor het voorliggend veld om de pedagogische en sociale basis te versterken. Als vervolgstap is er vanuit de LEA een gezamenlijke opdracht geformuleerd voor de pilot consulent jeugd op school in Gorredijk. De pilot is onderdeel geworden van de Preventieagenda Opsterland en opgenomen in het uitvoeringsprogramma preventie Jeugd. Preventieve werking van schoolmaatschappelijk werk Volgens het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) draagt de aanwezigheid van een schoolmaatschappelijk werker op school bij aan vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere problematiek. In de publicatie ‘Het groeiend jeugdzorggebruik’ geeft het NJi als aanbeveling om de eerste lijn te versterken.

“Daarmee bedoelen we een sterke voorziening waar kinderen, jongeren en opvoeders met hun vragen terechtkunnen, waar die vragen een passend antwoord krijgen zodat ze zelf weer verder kunnen. De kunst is de eerste lijn te vestigen op plaatsen waar veel kinderen, jongeren en opvoeders komen. Experimenten met de stationering van een hulpverlener in bijvoorbeeld het consultatiebureau, de kinderopvang, de school en de huisartsenpraktijk laten zien dat deze aanpak verwijzingen naar gespecialiseerde hulp kan voorkomen.” (Van Yperen, Van de Maat & Prakken, 2019). Dit sluit aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 en de lokale ambitie van Opsterland om ondersteuning zo dichtbij mogelijk te bieden, zoals besproken in de LEA-overleggen van 2023. In 2017 liet gemeente Nijmegen de effectiviteit van schoolmaatschappelijk werk onderzoeken via een Maatschappelijke Business Case (mBC), uitgevoerd door onderzoeksbureau Sinzer. Uit het onderzoek bleek dat elke geïnvesteerde euro in vroegtijdige interventie op scholen een maatschappelijke besparing van €3,70 oplevert. Deze besparing komt voornamelijk voort uit het voorkomen van kosten voor tweedelijns en gespecialiseerde jeugdzorg (Sinzer, 2017).

3

2. Doel en opzet van de evaluatie Het doel van deze evaluatie is om inzicht te geven in de werking, opbrengsten en ontwikkelpunten van de pilot ‘Consulent jeugd op school’. De evaluatie helpt om te bepalen of en hoe deze werkwijze een structurele plek kan krijgen binnen het gemeentelijk jeugdbeleid. De evaluatie richt zich op drie hoofdvragen: 1. In hoeverre zijn de doelstellingen van de pilot behaald? 2. Wat zijn de ervaren meerwaarde en knelpunten volgens betrokkenen? 3. Welke voorwaarden zijn nodig voor duurzame inzet? De evaluatie is gebaseerd op: 1. Gesprekken met consulenten, schoolmedewerkers, ouders en beleidsadviseurs 2. Analyse van registraties en rapportages 3. Reflectie op de beleidsmatige en organisatorische inbedding van de pilot

De opbrengsten van deze evaluatie vormen input voor bestuurlijke besluitvorming over de mogelijke voortzetting en borging van deze aanpak.

4

3. Doel en opzet van de pilot Doelstellingen en uitgangspunten De pilot ‘Consulent jeugd op school’ in Gorredijk is gestart om de verbinding tussen onderwijs, gemeente, voorliggend veld en jeugdhulp te versterken. De consulenten vormen een brug tussen school en gebiedsteam, voorliggend veld en jeugdhulp. Zij versterken de onderlinge samenwerking. In andere dorpen zijn contactpersonen vanuit het gebiedsteam gekoppeld aan scholen, vaak in combinatie met de rol van POH-GGZ Jeugd. Uitgangspunt is dat ondersteuning zo veel mogelijk in de directe leefomgeving van het kind wordt geboden. Hoofddoel van de pilot: Door de extra inzet van consulenten jeugd op school worden vragen of problemen van jeugdigen voorkomen, eerder gesignaleerd en opgepakt, waardoor de vraag naar zwaardere zorg wordt verminderd. Met daarbij de volgende subdoelen: • versterking van het pedagogische klimaat op school; • verbreding van het team op school, het verbinden/versterken van bestaande expertise; • versterken van de driehoek Ouders, School, Jeugdige (ouderbetrokkenheid); • stimuleren normaliseren op school; • effectieve inzet van de programma’s/mogelijkheden binnen het voorliggend veld op school; • minder verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Organisatie en inzet De pilot in Gorredijk richt zich op een sterkere en eenduidige inzet van consulenten op school.

Op drie basisscholen en één voortgezet onderwijsschool zijn consulenten in schooljaar 2024-2025 structureel aanwezig (8 uur per week per basisschool, 16 uur voor VO). De consulent jeugd was wekelijks op school aanwezig en werkte nauw samen met intern begeleiders en zorgcoördinatoren. De gemeente faciliteerde de extra uren binnen de pilot via tijdelijke middelen, de NPO-gelden. Doelgroep en samenwerking De pilot richtte zich op kinderen en jongeren met opgroei- of ontwikkelvragen en ouders met opvoedvragen, waarbij signalen vanuit school aanleiding vormden voor overleg of ondersteuning. Ouders werden actief betrokken. De samenwerking omvatte naast het onderwijs ook partners als ondersteuningsteam de Stipe, jeugdgezondheidszorg, leerplicht en huisartsen. De consulent nam hierin een verbindende en coördinerende rol. 5

4. Werkwijze van de consulent jeugd op school Taken en rollen De consulent jeugd op school vervult de volgende taken en rollen ter ondersteuning van leerlingen, ouders en schoolteams bij opgroei- en opvoedvraagstukken: •

Signaleren: Vroegtijdig herkennen van opgroei- en opvoedproblemen bij leerlingen.

•

Adviseren: Ondersteunen van schoolteams en ouders met passend advies.

•

Begeleiden: Kortdurende begeleiding van leerlingen en/of ouders.

•

Verwijzen: Doorverwijzen naar voorliggend veld, Kortdurende Lichte Ondersteuning (KLO), vaktherapie of specialistische jeugdhulp indien nodig, de consulent jeugd op school kan een brug zijn tussen onderwijs en andere voorzieningen.

•

Preventie: Organiseren van voorlichtingen, ouderavonden en groepsactiviteiten.

•

Laagdrempelige ondersteuning: Zichtbaar en toegankelijk aanwezig op school (bijvoorbeeld in de lerarenkamer of op de gang) om laagdrempelige contacten met het schoolteam en de leerlingen te bevorderen. Inloopmomenten voor leerlingen, ouders en medewerkers op school

Samenwerking met school, ouders en netwerkpartners De consulent jeugd op school werkt intensief samen met scholen, ouders en netwerkpartners. Deze samenwerking ziet er als volgt uit: Met scholen: • • • • •

Kort overleg met intern begeleider/zorgcoördinator over signalen en casussen. Afstemming met mentoren/leerkrachten over leerlingen waar zorgen zijn. Deelname aan multidisciplinair overleg indien van toepassing. De consulent jeugd adviseert, in afstemming met ondersteuningsteam de Stipe, het schoolpersoneel bij sociaal-emotionele en opvoedkundige signalen, Samen organiseren van voorlichting of mini-workshops over thema’s als weerbaarheid, sociale vaardigheden en mentale gezondheid.

Met ouders: • • • •

(Kennismakings)gesprekken bij zorgen of signalen. Verhelderen van hulpvragen en uitleg geven over mogelijke ondersteuning. Bieden van kortdurende trajecten aan kinderen en hun ouders. Ouders in contact brengen met gebiedsteam, voorliggend veld, vaktherapie, KLO, of passende hulpverlening indien nodig.

6

Met netwerkpartners: • • • • • • • •

Afstemming met en doorverwijzing naar ondersteuningsteam de Stipe. Afstemming met en doorverwijzing naar POH GGZ-Jeugd en huisartsen. Afstemming met en doorverwijzing naar jeugdgezondheidszorg (JGZ). Afstemming met leerplichtambtenaar. Afstemming met andere consulenten jeugd binnen het gebiedsteam en KLO. Kennis van de lokale sociale kaart en doorverwijzing naar het voorliggend veld (Voor elkaar plein, Code Hans, Buurtgezinnen etc.) en vaktherapie. Advies inwinnen en samenwerken met o.a. specialistische jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming. De consulent jeugd op school heeft een verbindende en coördinerende rol in de samenwerking met netwerkpartners.

Positionering binnen gemeentelijk beleid De consulent jeugd op school is een belangrijke schakel binnen het gemeentelijk beleid van Opsterland, valt onder de preventieagenda Opsterland en draagt op de volgende manieren bij aan de beleidsdoelstellingen: •

De verordening ‘Hart voor de Jeugd Opsterland 2025’ benadrukt het belang van maatwerk, samenwerking met het sociaal netwerk en het versterken van de pedagogische basis. De consulent jeugd draagt hieraan bij door laagdrempelige ondersteuning te bieden en kinderen en ouders te begeleiden in hun eigen omgeving.

•

Preventieagenda Opsterland: De gemeente Opsterland zet actief in op vroegsignalering en preventie door consulenten jeugd op scholen te plaatsen. Dit sluit aan bij het bredere beleid om zwaardere jeugdhulp te voorkomen en kinderen in een vertrouwde omgeving te ondersteunen.

•

Verbinding onderwijs en zorg als onderdeel van de Hervormingsagenda: De consulent jeugd fungeert als schakel tussen onderwijs en jeugdhulp, wat past binnen de gemeentelijke ambitie om domeinoverstijgend samen te werken. Dit bevordert een integrale aanpak van hulpvragen.

•

Gemeentelijke doelstellingen: De inzet van consulenten jeugd op school draagt bij aan gemeentelijke doelen zoals: •

Het bevorderen van gezond en veilig opgroeien.

•

Het versterken van de zelfredzaamheid van gezinnen.

•

Het voorkomen van schooluitval en escalatie van problematiek.

7

5. Resultaten en opbrengsten 5.1 Kwantitatieve inzichten – de cijfers Aantal leerlingen en contactmomenten (registratie van schooljaar 2024-2025) Tijdens de pilot zijn op de basisscholen in Gorredijk 50 van de 599 leerlingen (8,3%) in contact geweest met de consulent jeugd. Buiten Gorredijk gaat het om 32 van de 1.643 leerlingen (1,9%). Dit verschil laat zien dat aanwezigheid op school direct samenhangt met het bereik van de consulent.

Op het voortgezet onderwijs van de BHS in Gorredijk zijn 49 leerlingen in contact geweest met de consulent op school (11,5%). Het bereik van de consulenten op de BHS is het hoogst van alle consulenten jeugd op school. Op de BHS is al langere tijd sprake van structurele inzet, de consulenten op de BHS hebben een vaste plek in de zorgstructuur gekregen vanaf schooljaar 2023-2024.

8

Herkenning en doorverwijzing Van de basisschoolleerlingen die contact hadden met de consulent (82 leerlingen): • • •

was in Gorredijk 28% (14 leerlingen) al eerder in beeld bij een aanbieder van specialistische jeugdhulp (SJH), werd slechts 4% (2 leerlingen) nieuw doorverwezen naar SJH, kon 68% (34 leerlingen) worden geholpen zonder betrokkenheid van SJH.

Buiten Gorredijk liggen de verhoudingen bij basisschoolleerlingen vergelijkbaar: • • •

25% (8 leerlingen) was al eerder bekend bij SJH, 6,2% (2 leerlingen) is nieuw doorverwezen, 68,8% (22 leerlingen) kon zonder SJH worden geholpen.

Van de VO-leerlingen die contact hadden met de consulent (49 leerlingen): • • •

Was 24% (12 leerlingen) al eerder in beeld bij een aanbieder van specialistische jeugdhulp (SJH), werd slechts 6% (3 leerlingen) nieuw doorverwezen naar SJH, kon ruim 69% (34 leerlingen) worden geholpen zonder betrokkenheid van SJH.

9

5.2 Kwalitatieve inzichten – de ervaringen Ervaringen van scholen, ouders, leerlingen consulenten Voor deze evaluatie zijn in mei 2025 evaluatieformulieren uitgezet onder scholen, leerlingen en ouders. Daarnaast zijn de consulenten jeugd individueel geïnterviewd over hun ervaringen. Scholen kregen de mogelijkheid om aanvullend in gesprek te gaan, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.

De scholen in Gorredijk Algemeen beeld Scholen in Gorredijk ervaren de consulent jeugd als waardevolle aanvulling op de ondersteuning die de scholen of andere netwerkpartners bieden. De scholen maken regelmatig gebruik van de consulent als sparringpartner. Er is waardering voor de tijd en aandacht die de consulent heeft voor leerlingen met gedrags- en/of gezinsproblematiek. De aanwezigheid van de consulent op school verlaagt de drempel voor ouders en leerlingen om hulp te zoeken. Zowel in het basis- als voortgezet onderwijs wordt actief gebruikgemaakt van deze ondersteuning. Wat werkt goed? •

Laagdrempelig en vertrouwd: De consulent is goed bereikbaar en werkt met korte lijnen. Leerlingen voelen zich veilig, wat maakt dat hulpvragen sneller bespreekbaar zijn. 10

•

• • •

Vroegtijdige signalering: Door structurele aanwezigheid op school komen problemen eerder in beeld. Hierdoor kan in veel gevallen worden voorkomen dat specialistische hulp nodig is. Passende ondersteuning: Scholen en ouders ervaren dat de consulent snel en doelgericht hulp biedt, of zelf of via doorverwijzing. Waardering door ouders: Ouders vinden het prettig dat gesprekken plaatsvinden op school, vaak onder schooltijd, wat de drempel verlaagt. Goede samenwerking met BHS: De consulent is zichtbaar onderdeel van het schoolteam en wordt ook door leerlingen als zodanig gezien.

Verbeterpunten en aandachtspunten •

• • •

• • •

Planmatigheid: Scholen vragen om meer duidelijkheid vooraf: wat is het doel van het traject, hoe lang gaat het duren, en wat gebeurt er bij onvoldoende resultaat? Inzicht in trajectduur: Sommige trajecten duurden langer dan gewenst; scholen willen beter inzicht in de afwegingen daarbij. Continuïteit: Wisselingen in personele bezetting onder consulenten maken het moeilijk om vertrouwen en structuur op te bouwen. Lestijd versus opbrengst: Sommige scholen vragen zich af of het effect van begeleiding opweegt tegen gemiste lestijd. Dit moet vooraf goed afgestemd worden met elkaar. Afstemming met schoolteam: Ouders zien kansen voor meer samenwerking tussen consulent en leerkracht of intern begeleider. Bekendheid vergroten: Ouders stellen voor dat de consulent zich aan het begin van het schooljaar actief introduceert. Werkdruk: Het aantal hulpvragen op de BHS kent pieken gedurende het schooljaar, in de piekperiodes is het voor de twee consulenten lastig om alle hulpvragen op korte termijn op te pakken binnen de beschikbare 16 uren per week.

Ervaren effecten De betrokkenen zien positieve effecten na een traject met de consulent jeugd. Basisscholen merken dat ouders meer vertrouwen krijgen in de consulent op school en daardoor hun hulpvraag makkelijker durven stellen. Daarnaast zien zij dat de leerlingen een vertrouwensband opbouwen met de consulent, waardoor ook zij hun hulpvragen durven te bespreken. Ook de BHS ervaart de consulenten als laagdrempelig en goed bereikbaar, de BHS is tevreden over de behaalde resultaten. Het ondersteuningsteam van de BHS en de consulent jeugd op school hebben zeer intensief samengewerkt na een ingrijpende 11

gebeurtenis in de omgeving, waarbij een leerling is overleden. De gebeurtenis heeft een grote impact gehad op meerdere medeleerlingen. De BHS en de consulent jeugd denken dat zij inzet van specialistische jeugdhulp hebben voorkomen door zelf intensief in te spelen op de situatie en ondersteuning te bieden in de eigen omgeving van de leerlingen. Consulenten signaleren dat hun vroegtijdige betrokkenheid vaak helpt om hulpvragen te normaliseren, waardoor zwaardere hulp niet nodig is. In sommige gevallen is echter wel een langer traject of doorverwijzing nodig, wat de consulent afstemt met ouders, leerling en school. Scholen willen graag meer betrokken worden bij de afwegingen rondom het aantal sessies en de verwachte opbrengst, vooral bij langere trajecten. Ouders zien dat hun kind beter functioneert na betrokkenheid van de consulent op school. Ouders geven aan dat hun kinderen beter in hun vel zitten na een traject.

De scholen buiten Gorredijk Algemeen beeld Vijf van de zes basisscholen buiten Gorredijk die deelnamen aan de evaluatie zijn positief over de inzet van de jeugdconsulent op school. Zij waarderen met name de laagdrempelige werkwijze, de bereikbaarheid en de specifieke deskundigheid van de consulenten. Eén school is kritisch: daar werd de inzet als onduidelijk en overrompelend ervaren, mede door een gebrek aan afstemming vooraf. Op deze school ontbreekt het aan wederzijds vertrouwen, waardoor samenwerking niet van de grond is gekomen. Wat werkt goed? •

• •

• •

Laagdrempelige inzet en korte lijnen: De consulenten zijn op meerdere scholen goed bereikbaar. Leerkrachten ervaren het inschakelen van de consulent als eenvoudig en toegankelijk. Deskundigheid en samenwerking: De consulenten worden gewaardeerd om hun specifieke kennis en inzet in de zorgstructuur van de school. Zichtbaarheid en initiatief: Inloopspreekuren, koffieochtenden en klassenbezoeken zorgen voor zichtbaarheid en leiden tot nieuwe aanmeldingen. Vertrouwensband met leerlingen: Leerlingen voelen zich gehoord en geholpen; het contact draagt bij aan een veilig klimaat op school. Wens tot voortzetting: Vijf van de zes scholen willen graag doorgaan met deze vorm van ondersteuning op school.

12

Verbeterpunten en aandachtspunten •

• •

•

Onduidelijkheid over rollen: Er is behoefte aan duidelijke taak- en rolafbakening, met name in de verhouding tussen De Stipe en de consulent op school. Lange trajectduur: Sommige scholen ervaren dat trajecten langer duren dan nodig. Beperkte aanwezigheid: De consulenten verdelen 15 uur per week over 9 scholen, waardoor drie scholen momenteel niet structureel worden bezocht. Op kleinere scholen is de consulent soms slechts eens per vier weken aanwezig. Hoge werkdruk en versnippering: Twee consulenten op de basisscholen zijn ook actief als POH GGZ Jeugd bij meerdere huisartsenpraktijken. Door het grote aantal locaties, reistijd en beperkte uren per school is het lastig om structurele samenwerking en contact met schoolteams op te bouwen. De werkdruk wordt als hoog ervaren.

Ervaren effecten De meeste scholen en ouders zien positieve effecten van de inzet van de consulent jeugd. Leerlingen voelen zich gesteund, ontwikkelen zich beter en ervaren vertrouwen in de gesprekken. De vroege signalering helpt om zwaardere problematiek te voorkomen. Hoewel het effect niet altijd direct zichtbaar is, soms heeft ontwikkeling meer tijd nodig om te bestendigen, wordt het contact zelf als waardevol ervaren. Consulenten geven aan dat hun werk baat heeft bij meer tijd en focus per school om deze effecten te versterken en blijvend te maken.

5.3 Wat werkt goed, wat minder? Kwantitatieve opbrengst in preventieve zin De cijfers laten zien dat de consulent jeugd op school in de meeste gevallen passende ondersteuning kan bieden zonder zwaardere inzet. Slechts in een klein deel van de casussen (ongeveer 6%) is een eerste doorverwijzing naar specialistische jeugdhulp nodig. Daarmee draagt de consulent bij aan vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere trajecten. Voortzetten consulent op school in Gorredijk? De scholen in Gorredijk willen de inzet van de consulent op school graag voortzetten. De scholen zien dat de consulent werkzaamheden uitvoert die niet door anderen binnen de school ingevuld kunnen worden. De consulent heeft volgens de scholen een toegevoegde waarde in relatie tot de aandacht, zorg en ondersteuning die vanuit de scholen zelf geboden wordt. De consulent jeugd op school brengt specialistische expertise mee, gericht op niet-onderwijskundige onderwerpen. 13

Voortzetten consulent op school buiten Gorredijk? De meeste scholen buiten Gorredijk willen ook graag doorgaan met de inzet van de consulent op school. Zij ervaren de consulent als waardevolle aanvulling op de bestaande ondersteuning binnen de school. De consulenten zelf geven aan dat hun inzet nu te versnipperd is en dat het hoge aantal scholen binnen beperkte uren een goede samenwerking belemmert. Zij pleiten voor minder scholen per consulent en meer tijd per locatie, om hun werk effectief en duurzaam te kunnen doen. Eén school wil alleen doorgaan als er meer duidelijkheid komt over de rol, functie en doelstelling van de consulent.

14

6. Analyse en conclusie De pilot ‘Consulent jeugd op school’ laat zien dat laagdrempelige ondersteuning op school bijdraagt aan vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere jeugdhulp. In slechts circa 6% van de trajecten was een eerste doorverwijzing naar specialistische jeugdhulp nodig. Scholen, ouders en leerlingen ervaren de consulent als toegankelijk, deskundig en ondersteunend. De aanpak sluit aan bij landelijke aanbevelingen van onder andere het NJi en toont overeenkomsten met positieve ervaringen in andere gemeenten. Tegelijkertijd zijn er aandachtspunten, zoals beperkte uren, versnipperde inzet en de behoefte aan meer planmatige samenwerking. Deze knelpunten belemmeren het volledige rendement van de pilot. Structurele borging, heldere taakafspraken en voldoende formatie zijn nodig om de meerwaarde van deze aanpak duurzaam te benutten. In hoeverre zijn de doelstellingen van de pilot behaald? De pilot heeft in belangrijke mate het beoogde doel bereikt: door het bieden van laagdrempelige, vroegtijdige ondersteuning aan jeugdigen en ouders via een consulent op school worden vragen of problemen van jeugdigen voorkomen, eerder gesignaleerd en opgepakt, waardoor de vraag naar zwaardere zorg wordt verminderd.

Daarnaast ervaren scholen, ouders en leerlingen de consulent als toegankelijk, deskundig en effectief in het bieden van passende ondersteuning en het versterken van samenwerking. Dit heeft bijgedragen aan het subdoel, versterken van het pedagogisch klimaat en de bestaande kennis/expertise op de scholen. Het subdoel, versterken van de driehoek Ouders, School, Jeugdige, is in veel gevallen versterkt, maar ouders geven ook aan dat er nog wel kansen zijn voor meer samenwerking tussen consulent en leerkracht of intern begeleider. Goede afstemming en samenwerking vraagt voldoende tijd van alle betrokkenen. De consulenten hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het subdoel, het stimuleren van normaliseren op school, door ervaringen van leerlingen met bijvoorbeeld rouw, faalangst, of gedragsproblemen te normaliseren, en hen leren dat deze gevoelens en situaties normaal zijn en dat er manieren zijn om ermee om te gaan. Maar normalisatie in de breedste zin, vraagt om meer uitwerking, afstemming en samenwerking met alle betrokken partijen, want iedereen heeft hierin een rol en verantwoordelijkheid. De consulenten hebben tijdens de pilot vooral ingezet op de samenwerking met de scholen, advisering en het bieden van laagdrempelige, kortdurende ondersteuning. De basis staat. In de volgende fase zal er meer actief ingezet worden op een effectieve inzet 15

van de programma’s/mogelijkheden binnen het voorliggend veld, KLO en vaktherapie op en rondom school. Dit subdoel is nog niet behaald. Wat zijn de ervaren kritische succesfactoren, knelpunten en randvoorwaarden? De onderstaande kritische succesvoorwaarden zijn ook randvoorwaarden voor effectieve inzet van de consulent op school. Kritische succesfactoren •

•

•

•

•

•

Structurele aanwezigheid op school Fysieke aanwezigheid op school maakt de consulent zichtbaar, toegankelijk en effectief in vroegsignalering. Laagdrempelig contact en korte lijnen Scholen, ouders en leerlingen ervaren het contact als informeel en snel, wat het vertrouwen en de samenwerking versterkt. Vertrouwensband met leerlingen Leerlingen voelen zich gehoord en veilig, wat ruimte geeft voor het bespreken van hulpvragen. Deskundigheid van de consulent De consulent brengt specifieke kennis in op het snijvlak van jeugdhulp en onderwijs. Preventieve werking In de meeste trajecten is geen doorverwijzing naar specialistische hulp nodig, wat duidt op effectieve vroegtijdige ondersteuning. Inbedding in het schoolteam Waar de consulent wordt gezien als onderdeel van het team, verloopt de samenwerking beter en is de impact groter.

Knelpunten •

•

•

•

Beperkte formatie en versnipperde inzet Met name buiten Gorredijk is het aantal uren per school te laag om structureel aanwezig te zijn. Dit belemmert continuïteit en duurzame samenwerking. Onvoldoende planmatigheid Scholen missen soms duidelijkheid over doel, duur en opbouw van trajecten. Dit maakt het lastig om de opbrengst te duiden. Rolonduidelijkheid Er is behoefte aan heldere afbakening van taken, vooral in relatie tot andere betrokken organisaties (zoals met het ondersteuningsteam van De Stipe). Wisseling in personele bezetting Continuïteit in de inzet is belangrijk voor vertrouwen, maar werd niet altijd gerealiseerd.

16

•

•

Werkdruk en risico op uitval De combinatie van veel scholen, reistijd en beperkte uren leidt tot hoge werkdruk voor consulenten. Onvoldoende structurele borging Zonder beleidsmatige verankering dreigt de inzet na afloop van tijdelijke financiering te verdwijnen.

Bevindingen van Opsterland sluiten aan bij literatuur en andere gemeenten De bevindingen in Opsterland sluiten aan bij landelijke inzichten en ervaringen uit andere gemeenten. Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) benadrukt in haar publicaties het belang van laagdrempelige hulp nabij de leefwereld van jeugdigen. De inzet van een consulent op school past bij deze aanbeveling: hulp is snel beschikbaar, voorkomt escalatie en versterkt de eigen kracht van kind en gezin. Dit sluit ook aan bij de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028 en de lokale ambitie van Opsterland om ondersteuning dichtbij te organiseren. Ook andere gemeenten zien vergelijkbare effecten. In Nijmegen toonde een maatschappelijke businesscase aan dat elke euro die wordt geïnvesteerd in schoolmaatschappelijk werk gemiddeld €3,70 aan maatschappelijke kosten bespaart. Deze opbrengsten zitten vooral in het voorkomen van dure tweedelijnszorg. De ervaringen in Opsterland bevestigen dit beeld: vroegsignalering via school blijkt effectief en besparend.

17

7. Aanbevelingen Aanbevelingen voor college/raad Op basis van de evaluatie wordt aanbevolen om de inzet van consulenten jeugd op school structureel voort te zetten en op te nemen in het gemeentelijk beleid. Zorg voor voldoende, vaste formatie zodat alle scholen – ongeacht grootte of locatie – gelijke toegang hebben tot deze ondersteuning. Investeer in duurzame samenwerking met het onderwijs en borg de aanpak via duidelijke taakafspraken, monitoring en financiering. Dit versterkt de preventieve functie van de eerste lijn en draagt bij aan het verminderen van de druk op specialistische jeugdhulp.

Voor beleid en uitvoering Voor beleid en uitvoering is het van belang om de rol van de consulent op school helder te positioneren binnen het lokale jeugdstelsel. Werk met duidelijke taak- en rolomschrijvingen, vooral rondom het grijze gebied tussen Onderwijs en Zorg. Zorg voor goede afstemming met andere betrokken partijen zoals de Stipe, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp, gecertificeerde instellingen en aanbieders van vaktherapie. Richt het werkproces planmatig in, met aandacht voor doelstelling, tijdspad en evaluatiemomenten per traject. Zorg daarnaast voor een praktische inzetverdeling die werkdruk vermindert en samenwerking met scholen versterkt.

18

Bronnen Sinzer (2017). Maatschappelijke Business Case: Vroeginterventie en vindplaatsgericht werken op school en opvang. Van Yperen, T., van de Maat, A., & Prakken, J. (2019). Het groeiend jeugdzorggebruik: Duiding en aanpak. Nederlands Jeugdinstituut. https://www.nji.nl/system/files/202104/Het-groeiend-jeugdzorggebruik-Duiding-en-aanpak.pdf

19

Bijlage 1: Geanonimiseerde casussen Casus 1: Pieter en zijn ouders Aanmeldingsvraag Pieter (8 jaar) speelt weinig met klasgenoten op school. Zijn klasgenoten gaan vaak met een boog om hem heen. Pieter heeft vaak kleding aan met vlekken erop en ruikt onfris. Pieter maakt een ongelukkige indruk, hij vertelt bij zijn leerkracht en thuis dat hij geen vriendjes heeft. De school heeft de situatie met ouders besproken, de school ziet een jongen die niet lekker in zijn vel zit. Ouders herkennen dit, zij zien ook dat hun zoon niet lekker in zijn vel zit. Ouders schieten in de verdediging als school benoemt dat zij een onfrisse lichaamsgeur opmerken en vlekken in de kleding, school denkt dat dit niet helpend is bij het aangaan van contacten met andere kinderen. Ouders vinden dat de school het probleem op hun zoon afschuift. School heeft voorgesteld om de consulent op school in te schakelen, om samen op zoek te gaan naar een werkbare oplossing, ouders gaan daarmee akkoord. Inzet van consulent op school De consulent voert een kennismakingsgesprek met ouders thuis. Ouders kunnen hun zorgen, wensen, observaties en belevingen met betrekking tot Pieter delen. Ouders willen graag dat hun zoon vrienden heeft, zowel op school als daarbuiten. In de kleuterperiode had Pieter één goede vriend. Deze jongen is echter verhuisd naar een andere regio.

Daarna is het lastig gebleken voor Pieter om aansluiting te vinden bij de andere klasgenoten. Pieter is buiten school geen lid van een club of vereniging. Ouders geven aan dat Pieter graag buiten speelt, een echt buitenkind is. Hij heeft snel last van kriebelende stoffen en kaartjes in kleding. Het liefst draagt hij de hele week dezelfde kleding. Douchen leidt tot weerstand bij Pieter. Ouders gaan de strijd m.b.t. het douchen niet altijd aan, omdat ze moe zijn van hun werk. Ouders willen samen met Pieter wel kijken of er dingen anders kunnen. De consulent op school maakt samen met ouders een plan om de hygiëne bij Pieter te verbeteren. De consulent zet 3 gesprekken met ouders in, kortdurende opvoedondersteuning gericht op het aansturen van Pieter bij taken m.b.t. hygiëne. Een vaste structuur m.b.t. de hygiënetaken blijkt te helpen. Ouders komen zelf met het idee om een extra set te kopen van Pieter zijn lievelingsshirt en broek, zo kan hij toch iedere dag hetzelfde aan en kan de andere kledingset gewassen worden. De consulent heeft verder met ouders besproken dat deelname aan een club of andere naschoolse activiteiten ook kan bijdragen aan het maken van vrienden. Ouders melden Pieter aan bij scouting. Er volgt nog een gezamenlijk gesprek met ouders, school en de consulent. De school geeft aan dat zij al snel verandering hebben gemerkt m.b.t. de hygiëne.

Eén dag na het gesprek met de consulent merkten zij al dat Pieter geen onfrisse geur meer had en dat zijn kleding schoon is. 20

Tijdens het gesprek bespreken ouders, school en de consulent wat de school kan betekenen in de sociale ontwikkeling van Pieter. De school geeft aan dat zij Pieter meer gaan ondersteunen bij het ontwikkelen van zijn sociale vaardigheden. School koppelt hem aan verschillende andere leerlingen bij het doen van opdrachten en spelmomenten. De leerkracht houdt dit goed in de gaten en doet voor hoe je samen kunt werken en spelen. Het opbouwen van contacten en vriendschappen met medeleerlingen heeft wat tijd nodig. School en ouders zien daarin kleine stapjes in de goede richting. Pieter is kortgeleden uitgenodigd voor een kinderfeestje van een klasgenoot. Hij was erg blij met deze uitnodiging. Ook bij scouting vermaakt hij zich goed en heeft hij spelenderwijs contact met de andere scouts. Ouders en school blijven de situatie in de gaten houden. Ze zien een voorzichtig positieve ontwikkeling, die nog wat tijd nodig heeft. Als de uitgestippelde route op enig moment stagneert, dan zullen zij de consulent op school weer inschakelen. Vooronderstelling wanneer de consulent jeugd op school niet ingezet was: • Pieter raakt sociaal geïsoleerd en ontwikkelt psychische problemen (niet lekker in zijn vel, depressieve gevoelens).

Op termijn is er diagnostiek nodig om vast te stellen of zijn psychische problemen gelabeld kunnen worden als stoornis (volgens de DSM5) en of er behandeling nodig is om deze problematiek te verminderen of te verhelpen. • Pieter heeft geen buitenschoolse activiteiten (club of vereniging) en raakt op termijn voor zijn sociale contacten aangewezen op een zorgboerderij. • School doet een zorgmelding in verband met verwaarlozing of slechte hygiëne. Ouders en school krijgen een verstoorde relatie met elkaar. Kosten inzet consulent jeugd op school • Intakegesprek: 1,5 uur • Gesprekken met ouders: 3 uur (3 x 1 uur) • Evaluatie en eindgesprek: 1 uur • Totaal: 5,5 uur x €85 = €467,50 Geschatte besparing in casus Pieter • Minimale besparing: €4153,53 (kosten specialistische jeugdhulp – eigen inzet consulent) • Maximale besparing: €52.406,86 Deze bedragen zijn gebaseerd op het voorkomen van: • Diagnostiek: minimaal €4153,53 • Behandeling: €5538,02 tot €43.196,36 • Dagopvang (zorgboerderij): €5524,48 per jaar (1 x per 2 weken van 9:00 tot 17:00)

21

Casus 2: Tom en zijn leerkracht Aanmeldingsvraag Tom (12 jaar) zit in groep 8 van de basisschool. Hij wordt aangemeld door de intern begeleider met vragen over hoe om te gaan met zijn gedrag, waarin kenmerken van ADHD zitten. De school en ouders vragen of er diagnostiek gedaan kan worden, zodat de school op basis van de diagnostiek handelingsadviezen kan krijgen. Inzet van consulent op school De consulent jeugd voert een kennismakingsgesprek met ouders en Tom in hun thuissituatie. Tijdens dit gesprek komt naar voren dat ouders hun weg wel gevonden hebben met het drukke gedrag van Tom. Vader herkent het gedrag van Tom, hij heeft zelf ook kenmerken van ADHD. Voor ouders hoeft diagnostiek niet zo, maar de school heeft aangegeven dat zij anders niet weten hoe ze met Tom om moeten gaan. De consulent jeugd geeft aan dat een diagnose niet noodzakelijk is om te kunnen handelen, ook zonder diagnose kun je aanpassingen doen in de opvoeding, de benadering en het lesgeven aan een jongen met druk en afgeleid gedrag. De consulent wil de situatie normaliseren, niet voor alles is een diagnose nodig. Tom geeft zelf aan dat hij wel eens in ruzies terechtkomt of al iets heeft gedaan voordat hij er over nagedacht heeft. De juf wordt dan boos, terwijl hij het helemaal niet verkeerd bedoelde. Hij geeft aan dat hij ook vaak op zijn kop krijgt omdat hij niet oplet.

Er volgt een gesprek met ouders, consulent jeugd op school en de intern begeleider. De intern begeleider geeft aan dat de leerkracht het lastig vindt om Tom bij te sturen in zijn drukke en afgeleide gedrag. De consulent jeugd op school maakt samen met ouders, Tom en de intern begeleider een plan. De inzet zal als volgt zijn: 1. De school vraagt advies aan schoolondersteuningsteam De Stipe, zodat de Stipe advies kan geven aan de leerkracht over hoe zij het gedrag van Tom kan hanteren in de klas. 2. De consulent gaat in gesprek met Tom en biedt hem psycho-educatie m.b.t. zijn drukke gedrag en hoe hij daar zelf een weg in kan vinden, zonder dat anderen boos op hem worden. De consulent heeft 5 individuele sessies gehad met Tom. Tom snapt na die sessies beter hoe zijn hoofd werkt en hoe het werkt met oorzaak en gevolg (actie en reactie). De leerkracht heeft handelingsgerichte ondersteuning gekregen vanuit de Stipe. Zij heeft de handelingsadviezen toegepast in de klas, zij merkt een positief verschil. De ouders merken dat Tom beter begrijpt hoe zijn hoofd werkt en dat de leerkracht ook meer begrip heeft voor Tom. Dit zorgt ervoor dat de spanningen tussen Tom en de leerkracht niet verder oplopen, maar dat de situatie in de klas weer meer ontspannen wordt.

22

Vooronderstelling wanneer de consulent jeugd op school niet ingezet was: • De frustratie bij Tom en de leerkracht loopt op, Tom zit niet lekker in zijn vel omdat hij het gevoel krijgt dat hij het nooit goed kan doen. Tom krijgt een negatief zelfbeeld en heeft daar op termijn behandeling voor nodig. • Tom krijgt vaker ruzies met klasgenoten en wordt niet uitgenodigd voor sociale activiteiten, waardoor hij in een isolement terechtkomt. • Tom kan mogelijk niet op deze school blijven en moet naar speciaal (basis) onderwijs. Kosten inzet consulent jeugd op school • Intakegesprek: 1,5 uur • Gesprek met ouders en school: 1 uur • Gesprekken met Tom: 2,5 uur (5 x 0,5 uur) • Evaluatie en eindgesprek: 1 uur • Totaal: 6 uur x €85 = €510,00 Geschatte besparing in casus Tom • Minimale besparing: €3643,53 (kosten specialistische jeugdhulp – eigen inzet consulent) • Maximale besparing: €42.686,36 Mogelijke kosten voor leerlingenvervoer zijn niet meegenomen in deze schatting van de besparing op kosten specialistische jeugdhulp. Leerlingenvervoer kost de gemeente echter ook geld. Deze bedragen zijn gebaseerd op het voorkomen van: • •

Diagnostiek: minimaal €4153,53 Behandeling: €5538,02 tot €43.196,36

Casus 3: Mark en zijn ouders Aanmeldingsvraag Mark (11 jaar) zit in groep 8 van de basisschool. Hij is perfectionistisch, wil alles goed doen, heeft faalangst en sombere gedachten. Hij trekt zich op school terug uit sociale situaties, heeft weinig aansluiting bij zijn klasgenoten. Ouders maakten zich zorgen om het welbevinden van hun zoon en voelen geen grip op de situatie. Mark wil alles goed doen en slaat zichzelf als hij het zelf niet goed genoeg vindt, denkt dat hij anderen teleurstelt. De leerkracht geeft aan dat zij een meegaand en teruggetrokken kind ziet, dat wel meedoet aan groepsactiviteiten, sociaal wenselijk gedrag laat zien en een cognitief goede ontwikkeling doormaakt. De leerkracht maakt zich wel zorgen over de overgang naar het voortgezet onderwijs i.v.m. de weerbaarheid en sociale vaardigheden van Mark. Inzet consulent jeugd op school De consulent jeugd voert een kennismakingsgesprek met ouders en Mark. Daarna nog 23

een gesprek met ouders en de intern begeleider. De consulent spreekt met ouders en de intern begeleider af dat er gesprekken ingezet worden met Mark zelf. De consulent zet het emotiespel in, Kikker be cool (voor sociale vaardigheden) en ze oefenen met storende en helpende gedachten. Er zijn in totaal 8 gesprekken van een half uur met Mark ingezet. De consulent heeft ook telefonisch contact met ouders over hoe zij hun zoon kunnen ondersteunen bij de overstap naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast is kennis gedeeld met ouders en school over de manier waarop Mark heeft leren werken met het herkennen van storende en helpende gedachten. De consulent heeft ouders en de intern begeleider ook gewezen op de weerbaarheidstraining van Code Hans. Mark heeft deelgenomen aan deze training. Hij heeft hier handvatten gekregen om weerbaarder te worden. Hij heeft samen met andere kinderen geoefend en dit heeft hem meer zelfverzekerd gemaakt. Mark voelt zich voldoende zelfverzekerd om de stap naar het voortgezet onderwijs te maken. Ouders zijn ook voldoende gerustgesteld dat hij nu de stap naar het voortgezet onderwijs kan maken. De overgang naar het voortgezet onderwijs is soepel verlopen. De school heeft contact gehad met de voortgezet onderwijsschool en heeft gezorgd voor een warme overdracht.

De schoolmaatschappelijk werker van de school in Heerenveen is op de hoogte en kan bij een terugval ingeschakeld worden. Vooronderstelling wanneer de consulent jeugd op school niet ingezet was: • Ouders voelen zich onmachtig en weten niet meer wat ze moeten doen. Er is intensieve ambulante gezinsbehandeling (IAG) nodig om ouders handvatten te geven hoe zij om kunnen gaan met het gedrag van Mark. • De sombere gedachten blijven bestaan en verergeren met kans op meer automutilatie (zelfbeschadiging) in de vorm van zichzelf slaan of andere vormen van automutilatie. Sombere gedachten kunnen overgaan in een depressie. Daar is individuele diagnostiek en behandeling voor nodig. • Als de overstap naar het voortgezet onderwijs m.b.t. weerbaarheid en sociale vaardigheden onvoldoende begeleid was, dan was er een reële kans op schoolverzuim en/of uitval. Kosten inzet consulent jeugd op school • Intakegesprek: 1 uur • Gesprekken met ouders en school: 3 uur (2 x 1 uur en 2 x 0,5 uur) • Gesprekken met Mark: 4 uur (8 x 0,5 uur) • Evaluatie en eindgesprek: 1 uur • Totaal: 9 uur x €85 = €765,00 Geschatte besparing in casus Mark • Minimale besparing: €3431,03 (kosten specialistische jeugdhulp – eigen inzet consulent) • Maximale besparing: €24.155,99 Deze bedragen zijn gebaseerd op het voorkomen van: • Diagnostiek: minimaal €4153,53 24

IAG-behandeling voor ouders en individuele behandeling voor Mark: €24.920,99

Casus 4: Bas en zijn pleegmoeder Aanmeldingsvraag Bas (7 jaar) zit in groep 4. Hij woont in een pleeggezin en heeft moeite met het omgaan met zijn emoties en met slapen. Tijdens een evaluatie met zijn gezinsvoogd, ouders en school werd gesproken over mogelijke jeugdhulp. In afwachting van verdere stappen schakelden school en moeder de consulent jeugd op school in als tussenstap, met de vraag om Bas tijdelijk te ondersteunen bij zijn emotionele ontwikkeling en slaapproblemen. Inzet consulent jeugd op school De consulent jeugd op school is gesprekken gaan voeren met Bas. In deze gesprekken is gewerkt aan het herkennen, verwoorden en ondertitelen van emoties. Na elk gesprek vond er afstemming plaats met de pleegmoeder, zodat zij thuis kon oefenen met wat Bas had geleerd. De consulent had ook regelmatig contact met de leerkracht, waardoor er een goed beeld ontstond van Bas zijn uitdagingen op school. Tijdens de begeleiding werd samen met Bas gekeken naar zijn avondroutine. Daarbij kwam naar voren dat hij stiekem Donald Duckjes las als afleiding voor zijn piekergedachten en nachtmerries. In overleg met de pleegmoeder werd een concreet plan opgesteld: Bas mocht tot een bepaald moment lezen en kreeg een piekerkwartier van vijftien minuten waarin hij zijn gedachten mocht bespreken, opschrijven of tekenen. Daarna werd afgesproken dat het piekeren werd afgesloten.

Deze aanpak bleek effectief: Bas slaapt beter, kan zich beter concentreren en hoewel er op bijzondere dagen nog wel eens iets speelt, gaat het inmiddels zo goed met hem dat verdere ondersteuning niet nodig is gebleken. Vooronderstelling wanneer de consulent jeugd op school niet ingezet was: • Zonder de laagdrempelige en preventieve inzet van de consulent jeugd had de situatie kunnen escaleren, met grotere emotionele belasting voor Bas, meer zorgen bij de pleegmoeder en mogelijk een formele verwijzing naar gespecialiseerde jeugdhulp. Zonder inzet van de consulent jeugd op school had de gezinsvoogd aangestuurd op: • Diagnostiek en/of behandeling via de jeugd-GGZ i.v.m. aanhoudende slaapproblemen, piekergedachten of signalen van trauma of angstklachten. • Gezinsbegeleiding gericht op het ondersteunen van pleegmoeder in de omgang met Bas zijn emoties en slaappatroon. • Vaktherapie (zoals speltherapie of beeldende therapie) om Bas te helpen zijn emoties te verwerken en te uiten op een niet-talige manier. Kosten inzet consulent jeugd op school • Intakegesprek: 1 uur • Gesprekken met Bas: 5 uur (10 x 30 minuten) • Terugkoppeling en advisering pleegmoeder en leerkracht: 3,5 uur (14 x 15 minuten) • Evaluatie en eindgesprek: 1 uur 25

•

Totaal: 10,5 uur x €85 = €892,50

Geschatte besparing in casus Bas • Minimale besparing: €12.199,05 (kosten specialistische jeugdhulp – eigen inzet consulent) • Maximale besparing: €56.503,01 Deze bedragen zijn gebaseerd op het voorkomen van: • Diagnostiek: minimaal €4153,53 • Gezinsbehandeling en/of begeleiding: €5538,02 tot €24.920,99 • Individuele behandeling voor Bas: €5538,02 tot €24.920,99 Vaktherapie voor Bas: €3400

Casus 5: Christina en haar ouders Aanmeldingsvraag Christina (9 jaar) heeft gescheiden ouders. Er is een omgangsregeling. Christina woont bij haar moeder en is om de twee weken een weekend bij haar vader. Het contact met beide ouders is goed. Onderling verloopt de communicatie tussen de ouders meestal wel goed. Toch vindt er een incident plaats met vader, bij moeder thuis. Ouders kregen onderling een woordenwisseling en vader heeft een deur heel hard dichtgeslagen. Christina is hier getuige van geweest en wil niet meer met vader praten of in de weekenden naar hem toe. Moeder en Christina delen vader mede dat zij de omgangsregeling willen stopzetten. Er is een zorgmelding gedaan n.a.v. het incident, mogelijk door verontruste buurtgenoten. Veilig Thuis vindt de melding geen reden tot verder onderzoek, maar adviseert wel om het gebiedsteam in te schakelen en om samen met school te kijken hoe het gaat met Christina en hoe ouders de overdrachtsmomenten beter kunnen laten verlopen. Inzet consulent jeugd op school De consulent jeugd op school pakt deze opdracht op. Zij heeft een kennismakingsgesprek met vader afzonderlijk en met Christina en haar moeder samen. De consulent jeugd vraagt ook na bij school of zij veranderingen in Christina haar functioneren zien. De school ziet dat Christina wat prikkelbaar is en ze lijkt moe.

Ouders, Christina en de consulent jeugd op school spreken af dat er een herstelgesprek komt tussen vader en Christina, onder begeleiding van de consulent op school. Christina wil dat dit gesprek op school plaatsvindt, ze wil dit niet bij haar vader of moeder thuis doen. De school is voor Christina een veilige plek, ook neutraal grondgebied m.b.t. vader en moeder. De consulent jeugd op school heeft voorafgaand aan het herstelgesprek een voorbereidend gesprek gehad met Christina en met vader afzonderlijk. Om op een rijtje te zetten wat ze willen zeggen en hoe zij dit op een respectvolle manier kunnen doen. Het herstelgesprek tussen vader en Christina gaat goed. De consulent jeugd op school heeft samen met vader en Christina een plan gemaakt voor contactherstel. Vader en 26

dochter hebben hun pijn, wensen en verwachtingen naar elkaar uitgesproken. Dit heeft ertoe geleid dat de situatie niet verder is geëscaleerd en de omgangsregeling voortgezet kon worden. De consulent jeugd op school heeft ouders verder geadviseerd om contact op te nemen met het expertiseteam relatie en scheiding (RenS). Vanuit RenS wordt de SCHIP-aanpak geboden, waarin ex-partners met een verstoorde communicatie leren om weer op een respectvolle manier met elkaar te communiceren. Het doel is dat zij als partners in ouderschap weer verder kunnen. Ouders maken gebruik van dit aanbod en hebben een aantal sessies met de consulenten van RenS (consulenten uit het gebiedsteam). Er zijn geen vervolgtrajecten nodig geweest binnen specialistische jeugdhulp. Vader, moeder en dochter kunnen na de inzet van de consulent jeugd op school en RenS weer zelf verder. School zag dat Christina weer kon ontspannen en niet meer vermoeid was. Vooronderstelling wanneer de consulent jeugd op school niet ingezet was: •

•

Als de consulent jeugd op school niet was ingezet, dan zou Veilig Thuis specialistische jeugdhulp hebben ingezet om contactherstel en de communicatie tussen ouders te verbeteren. Er zijn wachttijden voor dit soort trajecten. In de tussentijd zou de afstand tussen vader en dochter groter kunnen worden, met een negatieve emotionele belasting voor Christina, vader en moeder. De communicatie tussen ouders zou ook verder kunnen verslechteren, i.v.m. de spanning die ontstaan was m.b.t. het willen stoppen van de omgangsregeling. Dit zou mogelijk hebben geleid tot een rechterlijke procedure, met alle stress die daar voor betrokkenen bij komt.

Kosten inzet consulent jeugd op school • Intakegesprek: 2,5 uur (1 x 1 uur en 1 x 1,5 uur) • Contact met school: 0,5 uur (2 x 15 minuten) • Herstelgesprek Christina en vader (+ voorbereiding en maken gezamenlijk plan): 4 uren • Evaluatie en eindgesprek: 1 uur • Totaal: 8 uur x €85 = €680,00 • Daarnaast zijn er nog 3 uren ingezet door expertiseteam RenS. Dit wordt geboden door collega’s van het gebiedsteam. Hun inzet en kosten: 3 uren x €85 = €255. • Totale kosten consulent jeugd op school + RenS: €935,00 Geschatte besparing in casus Christina • Minimale besparing: €8756,52 (kosten specialistische jeugdhulp – eigen inzet consulent/gebiedsteam) • Maximale besparing: €23.985,99 Deze bedragen zijn gebaseerd op het voorkomen van: • Traject bij Kenniscentrum Kind en Echtscheiding (KKE): €9691,52 tot €24920,99 • Vaak zijn nog vervolgtrajecten nodig i.v.m. psychische problemen die ontstaan bij een kind als de ouders niet goed met elkaar communiceren. 27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=1cd6b6e9-f478-4219-8c37-ead0f39ae3cd