Bijlage 1 - Brief RKC's OWO inzake Wet versterking decentrale rekenkamers
Tekst van het document
RKC’s OWO Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
Aan de Raden van de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland Betreft: Wet versterking decentrale rekenkamers
19 september 2023 Geachte leden van de raad, Op 1 januari 2023 is de Wet versterking decentrale rekenkamers in werking getreden. Doel van deze wijziging van de gemeentewet is om een sluitend stelsel voor gedegen rekenkameronderzoek tot stand te brengen ter ondersteuning van de controlerende rol van de raad1. Met deze brief willen wij u informeren over de consequenties van de nieuwe wet voor de invulling van de rekenkamerfunctie voor de OWO-gemeenten. In de OWO-gemeenten is serieus werk gemaakt van een professionele invulling van de rekenkamerfunctie. In feite functioneert uw rekenkamercommissie als zijnde een rekenkamer. Toch is een aantal wijzigingen wel van belang. In de hiernavolgende alinea’s informeren wij u concreet over deze wijzigingen. 1. De rekenkamerfunctie is geschrapt De OWO-gemeenten hebben een rekenkamercommissie. Dit was mogelijk omdat in de gemeentewet was opgenomen dat gemeenten konden kiezen voor een vormvrije rekenkamerfunctie waaraan ook leden van de raad konden deelnemen. Deze situatie is al niet meer van toepassing op de RKC’s OWO. Desalniettemin moet er wel een transitie komen van rekenkamercommissie naar rekenkamer. In artikel 81a is bepaald dat gemeenten een lokale rekenkamer moeten instellen. De raad heeft hier twee mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is dat de raad een eigen onafhankelijke rekenkamer instelt.
Een tweede mogelijkheid is om met een of meerdere gemeenten en/of provincie(s) een gemeenschappelijke rekenkamer in te stellen bij gemeenschappelijke regeling. Wij adviseren u om de huidige situatie te continueren, d.w.z.: elke gemeente heeft zijn eigen rekenkamer, maar met een personele unie. Gelet op de ervaringen en de evaluatie van en met de huidige rekenkamercommissie adviseren wij u een rekenkamer met drie leden in te stellen. De raad benoemt uit dit drietal een voorzitter. 2. Benoeming leden van de rekenkamer De zittingstermijn van de leden van een rekenkamer is anders dan voor leden van een rekenkamercommissie, namelijk zes jaar in plaats van vier jaar. De raad kan bij verordening vastleggen dat de raad een lid van de rekenkamer kan herbenoemen. De wetgever heeft hierbij geen limiet gesteld aan het aantal herbenoemingen. Gemeenten moeten hier zelf bepalen hoe vaak een lid kan worden herbenoemd. In het recent uitgevoerde doorwerkingsonderzoek is geconcludeerd dat de raden tevreden zijn met de taakopvatting van de rekenkamercommissie, de kwaliteit van de onderzoeken en de keuze voor 1
https://www.eerstekamer.nl/behandeling/20191004/memorie_van_toelichting/document3/f=/vl2kn71zhyyv.p df pagina 1
RKC’s OWO Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
onderzoeksonderwerpen. Dit in aanmerking nemend adviseren wij u om de zittende leden te benoemen als lid van de rekenkamer. Wij raden u aan om in de verordening op te nemen dat een lid éénmaal herbenoemd kan worden. Waarbij de raad ook steeds kan besluiten om niet tot herbenoeming over te gaan en een nieuw lid te werven. Om continuïteit te borgen gaat de rekenkamer werken met een rooster van aftreden in de tweede termijn. 3. Betrokkenheid rekenkamer bij de werving van nieuwe leden van de rekenkamer Over de benoeming van de leden van de rekenkamer is in de gemeentewet opgenomen dat de raad voorafgaand aan de benoeming overleg pleegt met de rekenkamer2. Hoe deze betrokkenheid moet worden vormgegeven is hierbij niet uitgewerkt. Wij raden u aan om dit in de verordening uit te werken. De rekenkamer hecht eraan betrokken te zijn bij het opstellen van de profielschets voor het nieuwe lid. Ook zou in de verordening gewaarborgd kunnen worden dat een lid of de secretaris van de rekenkamer zitting heeft in de selectiecommissie, zoals in de afgelopen periodes ook gebruikelijk was. 4. Medewerkers van de gemeentelijke griffie kunnen desgewenst de rekenkamer ondersteunen De wetswijziging maakt het in principe mogelijk dat medewerkers van de gemeentelijke griffie de onafhankelijke rekenkamer kunnen ondersteunen3.
Met deze maatregel wil de wetgever tegemoetkomen aan met name kleinere gemeenten die anders met moeite voldoende ambtelijke ondersteuning van de rekenkamer georganiseerd kunnen krijgen. Hierbij zijn ambtenaren over deze eventuele ondersteuning uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer. In de OWO-gemeenten is in de verordening opgenomen dat de rkc zelf haar secretaris benoemt en dat deze secretaris niet anderszins, direct of indirect, werkzaam is onder verantwoordelijkheid van college of raad. Wij adviseren u deze situatie te handhaven om loyaliteitsdilemma’s voor de secretaris te voorkomen. 5. De rekenkamer geeft het college de gelegenheid om te reageren op de bevindingen en conclusies Met de inwerkingtreding van de Wet versterking decentrale rekenkamers is wettelijk verankerd dat de rekenkamer het onderzochte orgaan de gelegenheid geeft om te reageren op haar bevindingen en conclusies. Tijdens de besprekingen van ons doorwerkingsonderzoek met de gemeenteraden bleek dat raden graag het onderzoeksrapport tegelijkertijd met het college zouden willen ontvangen. In de wet is echter nu bepaald dat vóórdat de rekenkamer een rapport vaststelt, de rekenkamer het onderzochte orgaan in de gelegenheid stelt te reageren op haar bevindingen en voorlopige conclusies. Dat betekent o.i.
dat het rapport niet eerder dan na het bestuurlijk wederhoor aan de raad beschikbaar kan worden gesteld. Omdat deze bepaling in de wet is opgenomen, hoeft dit niet in de verordening terug te komen. Wel verdient het aanbeveling om een reactietermijn vast te leggen.
2 3
Gemeentewet, art. 81c lid 5 Gemeentewet, art. 81j lid 3
RKC’s OWO Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
6. Het college dient jaarlijks te rapporteren over de opvolging van rekenkameronderzoeken Aan de gemeentewet is toegevoegd dat het college jaarlijks een overzicht aan de raad verstrekt van de aan het college gedane voorstellen van de rekenkamer, vergezeld van zijn standpunt daaromtrent en van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven4. Dit is in lijn met onze aanbevelingen uit het doorwerkingsonderzoek en de daaruitvolgende raadsbesluiten die in elk van de OWO-gemeenten genomen is. 7. De bevoegdheid van de rekenkamer om garanties, subsidies en leningen te onderzoeken is uitgebreid Tot 2023 had de rekenkamer de bevoegdheid om onderzoek te doen naar instellingen voor zover deze instellingen voor meer dan 50% afhankelijk waren van garanties, subsidies en/of leningen van de gemeente. Hierdoor had de rekenkamer veelal geen onderzoeksbevoegdheid bij landelijke organisaties die subsidies van de gemeente ontvingen, maar wel een onderzoeksbevoegdheid bij kleinere organisaties die dezelfde soort subsidies ontvingen. Vanaf 2023 is de voorwaarde van 50% komen te vervallen en heeft de rekenkamer de bevoegdheid om onderzoek te doen naar alle instellingen die gemeentelijke garanties, subsidies en/of leningen ontvangen. 8.
De bevoegdheid van de rekenkamer om externe partijen te onderzoeken waar de gemeente in deelneemt is uitgebreid De rekenkamer krijgt de bevoegdheid externe partijen te onderzoeken waarin de OWO-gemeenten deelnemen en waarin de deelnemende overheden (gemeenten, provincies en/of het Rijk) gezamenlijk meer dan 50% van de aandelen in bezit hebben. Vóór 2023 was dit voor de gemeente beperkt tot externe partijen waar deelnemende gemeenten gezamenlijk meer dan 50% van de aandelen in bezit hadden.6 Daarnaast heeft de rekenkamer vanaf 1 januari 2023 ook de bevoegdheid om (klein)dochterondernemingen te onderzoeken, waarvan voorgaande externe partijen direct of indirect meer dan 50% van de aandelen bezitten.7 Als de rekenkamer onderzoek doet naar een externe partij waarin de gemeente deelneemt dient zij ook alle andere hierin deelnemende overheden hierover te informeren.5 9. De rekenkamer kan voortaan onderzoek instellen naar de inkoop- en contractrelaties Rekenkamers kunnen voortaan onderzoek instellen naar de inkoop- en contractrelaties van het gemeentebestuur, bijvoorbeeld voor de inkoop van jeugdzorg of maatschappelijke ondersteuning, indien het gemeentebestuur zichzelf het recht heeft voorbehouden om controles uit te voeren ten aanzien van de geleverde goederen of diensten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties raadt gemeenten aan - indien dat nog niet is gebeurd - om dit recht op te nemen in de eigen inkoopvoorwaarden.6
4
Gemeentewet, art. 185a Gemeentewet, art. 184 lid 1c en art. 184 lid 5 6 Brief Inwerkingtreding wet versterking decentrale rekenkamers, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, 28 november 2022, p.3 en Gemeente, art. 185 lid 1.e 5
RKC’s OWO Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
10. De rekenkamer kan aan de gemeenteraad vertrouwelijk mededelingen doen In de Gemeentewet is expliciet gemaakt dat de rekenkamer mededelingen die gegevens of bevindingen bevatten die naar hun aard vertrouwelijk zijn, ter vertrouwelijke kennisneming aan de gemeenteraad kan verstrekken.7 Waarbij opgemerkt moet worden dat wanneer het college op stukken geheimhouding heeft gelegd én deze stukken niet onder geheimhouding aan de raad zijn verstrekt, de rekenkamer niet bevoegd is deze stukken of informatie uit deze stukken aan de raad te verstrekken. Hoewel de rekenkamer dus voor haar onderzoeken recht heeft op alle informatie, is de rekenkamer niet bevoegd om de kring van personen die kennis mogen hebben van de geheime informatie uit te breiden. 11. De bevoegdheden van de rekenkamer dienen ruim te worden opgevat In de Gemeentewet van vóór 2023 stond dat de rekenkamer een oordeel geeft over het gevoerde bestuur. In de praktijk bleek bij gemeenten onduidelijkheid te bestaan wat onder het gevoerde bestuur moest worden verstaan. De wetgever heeft het ‘gevoerde bestuur’ in de Gemeentewet daarom aangepast naar het ‘gevoerde beleid’ en toegelicht dat de bevoegdheden van de rekenkamer ruim dienen te worden opgevat. Beleidsvoorbereiding, -vorming, -vaststelling, uitvoering en -effecten vallen hieronder.
Daarbij hoort ook het functioneren van de ambtelijke organisatie die het gemeentebestuur bij zijn taakvervulling ten dienste staat. Dit geldt ook voor de politieke organisatie en de ambtelijke organisatie die het gemeentebestuur ondersteunt.8 In de evaluatiegesprekken die in het voorjaar 2023 met de raden zijn gevoerd, is door de raden ook nadrukkelijk gevraagd om effect- en belevingsinformatie in de onderzoeken van de rkc. Ons inziens biedt het betreffende wetsartikel hiertoe voldoende ruimte. 12. De regering is gevraagd om na te gaan welk bedrag toereikend zou moeten zijn voor rekenkamers Bij de behandeling van de Wet versterking decentrale rekenkamer is de regering via een motie gevraagd om in overleg met de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies na te gaan welk bedrag per inwoner per gemeente voor gemeenten toereikend zou moeten zijn om onafhankelijk rekenkameronderzoek te doen.9 De minister gaat zo’n onderzoek doen. In de OWO-gemeenten is het budget van de rkc destijds vastgesteld op 1 euro per inwoner per gemeente. Met ingang van 2022 is door de raden besloten het budget te indexeren voor inflatie en aantal inwoners. Wij adviseren u om uw eerdere besluit tot jaarlijkse indexatie van het budget te verankeren in de verordening. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek van de regering naar welk bedrag
per inwoner per gemeente voor gemeenten toereikend is om onafhankelijk rekenkameronderzoek te doen kan het budget op een later moment aangepast worden. De raad dient tevens bij verordening de vergoeding voor de leden van de rekenkamer voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten vast te stellen. Wij geven u in overweging om overeenkomstig de modelverordening van de VNG deze vergoedingen meer marktconform te
7
Gemeentewet, art. 185 lid 3, tweede zin Gewijzigd amendement nr. 17 bij de Wet versterking decentrale rekenkamers Tweede Kamer der StatenGeneraal, vergaderjaar 20212022, nr. 35 298, p.2 9 Motie nr. 19 bij de Wet versterking decentrale rekenkamers Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2021-2022, nr. 35 298 8
RKC’s OWO Ooststellingwerf, Weststellingwerf, Opsterland
maken en in de verordening een bepaling op te nemen om op de vergoeding voor de leden van de rekenkamerleden eenzelfde indexatiepercentage toe te passen als geldend is voor raadsleden in het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Samenvattend Samengevat bevelen wij de raden aan om een nieuwe verordening op de rekenkamer aan de hand van de modelverordening van de VNG vast te stellen en daarbij op te nemen: 1. een bepaling over de mogelijkheid tot herbenoeming van leden, waarbij de raad ook steeds kan besluiten om niet her te benoemen. 2. dat het budget voor de rekenkamer jaarlijks geïndexeerd wordt voor inflatie en aantal inwoners. 3. dat bij de vergoeding voor de leden van de rekenkamerleden eenzelfde indexatiepercentage wordt toegepast als geldend is voor raadsleden in het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 4. dat de rekenkamer zelf haar secretaris benoemt en de als secretaris benoemde persoon niet anderszins, direct of indirect, werkzaam is onder verantwoordelijkheid van college of raad. 5. dat bij de werving van een nieuw lid van de rekenkamer: o De rekenkamer betrokken wordt bij het opstellen van een profielschets voor het nieuwe lid; o Eén van de zittende leden of de secretaris van de rekenkamer deelneemt in de selectiecommissie. Voorts bevelen wij aan: 6.
het college te laten toetsen of in de inkoopvoorwaarden voor de verschillende diensten en goederen in voldoende mate is opgenomen dat het bestuur zichzelf het recht heeft voorbehouden om controles uit te voeren ten aanzien van geleverde goederen en of diensten, zodat de rekenkamer desgewenst een onderzoek kan instellen naar de inkoop- en contractrelaties van het bestuur. Nadat de raden de nieuwe verordeningen hebben vastgesteld en de transitie naar rekenkamer is afgerond, zal de rekenkamer conform de gemeentewet het reglement van orde voor haar werkzaamheden (onderzoeksprotocol) en vergaderingen aanpassen en deze ter kennisneming naar de raad zenden. Hoogachtend, Namens de rekenkamercommissies van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland,
Hanneke Vervoort, voorzitter a.i.