Bijlage 1 bij brief Geaflecht - inspraak raadsvergadering 19 juni 2023.docx
Tekst van het document
Twee essentiële tekortkomingen Twee wereldomspannende bedreigingen beheersen het leven: de opwarming van het klimaat en achteruitgang van de biodiversiteit. Ook in Opsterland. En juist op deze punten biedt de Omgevingsvisie te weinig houvast.
1. Wat betreft het klimaat. Alleen voor een deelaspect is een doel gesteld, namelijk voor duurzame energie (energieneutraliteit in 2035). Waarbij trouwens in het midden wordt gelaten of alle duurzame energie die wordt gebruikt moet zijn geproduceerd in de gemeente zelf. Een klimaatdoelstelling omvat meer dan de effecten van het gebruik van energie. Bijvoorbeeld de uitstoot van CO2 in het te droge veenweidegebied. Wij pleiten ervoor de Omgevingsvisie aan te vullen met een concrete klimaatdoelstelling, Bijvoorbeeld: Opsterland wil in 2040 klimaatneutraal zijn.
2. Wat betreft de biodiversiteit. De Omgevingsvisie beschrijft wel, en uitgebreid, het ontstaan van het landschap. Maar de visie beschrijft niet de huidige toestand van het landschap in brede zin, dus inclusief de natuur/biodiversiteit. Ten aanzien van de ontwikkeling van de natuur, de biodiversiteit, de ecologische kwaliteit ontbreekt in de Omgevingsvisie ook een bruikbare doelstelling. Er staat alleen: de natuur mag niet verder verslechteren en moet liefst verbeteren. Maar ten opzichte waarvan? Ten opzichte van welk niveau? Ten opzichte van welk moment? Volgens het college wordt op het moment dat iemand een plan indient bekeken of de natuur van dit plan slechter of beter wordt. Zolang geen plannen worden ingediend, kan de natuur dus verder achteruitkachelen. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn. En: welke kwaliteit van landschap, natuur willen we bereiken? Ook hierover zegt de Omgevingsvisie niets. Terwijl we, nota bene, aan de vooravond staan van een herijking en herinrichting van het Opsterlandse landschap voor de op ons afkomende overgang naar duurzame, natuurinclusieve landbouw met duurzaam grond- en watergebruik. Waar willen we heen met ons landschap, onze natuur? De Omgevingsvisie moet een hanteerbaar richtsnoer bieden.
Dit vanuit de wetenschap dat je een bepaalde minimale ecologische kwaliteit in het landelijk gebied en de dorpen nodig hebt om de biodiversiteit, zelfs in de natuurgebieden, te redden van de ondergang en om te komen tot het zo noodzakelijke herstel ervan. Zo’n richtsnoer heb je nodig om plannen en ontwikkelingen bij de toepassing van het ”ja, mits”- principe goed te kunnen beoordelen. Wij raden daarom aan de ecologische betekenis van gebieden in een later stadium aan de Omgevingsvisie toe te voegen zodat er bruikbaar toetsingskader ontstaat voor de beoordeling van plannen op hun effecten voor landschap, natuur en biodiversiteit.
U zult misschien zeggen: Dat komt wel in het omgevingsplan. Maar de bouwstenen daarvoor horen in de visie thuis. Een dergelijke toevoeging aan de Omgevingsvisie is niet zo moeilijk. Het rijk raadt aan om hiervoor de methode Basiskwaliteit Natuur te gebruiken. Overheden passen dit concept al toe. De provincie Drenthe bijvoorbeeld. Laten we in onze Omgevingsvisie op deze manier duidelijk richting geven aan het herstel van landschap en natuur. Zo - en pas dan - kan de omgevingsvisie een beleidsinstrument worden dat bruikbaar is bij de toetsing van plannen en ontwikkelingen - én het opstellen van een Omgevingsplan en omgevingsprogramma’s.