Bijlage 1 Beleidsplan schuldhulpverlening Opsterland 2025-2028
Tekst van het document
Beleidsplan schuldhulpverlening In beweging naar een financieel fit Opsterland 2025-2028
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer 2. Visie, ambitie en maatregelen 2.1 Visie 2.2 Ambitie 2.3 Maatregelen 3. Op weg naar een financieel fit Opsterland 4. Landelijke ontwikkelingen 4.1 Plan Basisdienstverlening 4.2 Verkorten van minnelijke en wettelijke schuldtrajecten 4.3 De schuldpauzeknop 4.4 Adviesrecht schuldenbewind 5. Implementatie, evaluatie en middelen 5.1 Implementatie 5.2 Evaluatie 5.3 Middelen Bijlage 1 - relatie met andere beleidsterreinen Bijlage 2 – belangrijke samenwerkingspartners
1
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Voor u ligt het beleidsplan ‘in beweging naar een financieel fit Opsterland’. In dit beleidsplan beschrijven wij onze visie, ambitie en doelstellingen voor schuldhulpverlening in de gemeente Opsterland voor de periode 2025-2028. Het is een wettelijke taak (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) van de gemeente en specifiek de raad om periodiek een (beleids)plan schuldhulpverlening vast te stellen. Uit landelijke berichtgeving blijkt dat schulden helaas nog steeds een groot maatschappelijk probleem zijn. Bijna 10 procent van de Nederlandse huishoudens heeft hiermee te maken. De gevolgen hiervan zijn aanzienlijk. Een leven met schulden kan naast een gebrek aan geld leiden tot psychische en/of lichamelijke klachten, schaamte, stress, sociale uitsluiting en (jeugd)werkloosheid. Het ontstaan van schulden is vaak het gevolg van een langere periode waarbij mensen de maandelijkse rekeningen niet meer kunnen betalen. Soms is dit ook een gevolg van het niet kunnen voeren van een goed financieel huishoudboekje. Bovendien kunnen schulden die eerst nog relatief klein zijn, door ons systeem van onder andere incassokosten snel uitgroeien tot grote (problematische) schulden. Dit beleidsplan is nadrukkelijk tot stand gekomen in samenwerking met onze maatschappelijke partners.
Ook hebben we via een advies van de Adviesraad Sociaal Domein het perspectief van de inwoner verwerkt. Zo ligt er nu beleid met (maatschappelijk) draagvlak, dat aansluit op de praktijk en er dus echt toe doet.
1.2 Leeswijzer Dit beleidsplan bevat 5 hoofdstukken waarin u stapsgewijs wordt meegenomen in onze plannen voor schuldhulpverlening voor de komende jaren. Naast de inleiding (hoofdstuk 1) informeren we u in hoofdstuk 2 over onze visie, ambities en concrete acties voor de komende jaren. In hoofdstuk 3 leggen we vervolgens uit hoe we deze acties willen realiseren. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 4 nog in op een aantal landelijke en regionale ontwikkelingen, die vaak ook gevolgen hebben voor de schuldhulpverlening van de gemeente. Tot slot gaan we in hoofdstuk 5 in op het financiële plaatje, en hoe we dit beleidsplan willen monitoren en evalueren.
2
2. Visie, ambitie en maatregelen 2.1 Visie In de gemeente Opsterland streven wij naar een samenleving waarin iedereen meedoet. De verzorgingsstaat transformeert steeds meer naar een participatiesamenleving, waarbij samen- en zelfredzaamheid voorop staat. De inwoner heeft regie over zijn leven en het is aan de professional van de gemeente en samenwerkingspartners om onze inwoners, wanneer nodig, te faciliteren, te ondersteunen of te stimuleren. Hiermee maken wij maatwerk voor onze inwoner mogelijk. De inwoner en de sociale omgeving staat centraal. Met deze insteek sluiten we met dit beleidsplan aan bij het Coalitieprogramma, de Koers Sociaal Domein en de Preventie-agenda. Ons uitgangspunt is dat we uitgaan van wat de inwoner nodig heeft, we kijken naar wat wel kan, verschil mag, we zijn toegankelijk en door het monitoren houden we grip. Wij streven naar een gemeente waar iedereen meedoet. We willen dat inwoners participeren waarbij samen- en zelfredzaamheid voorop staat. Voor schuldhulpverlening betekent dit dat we ons richten op (financiële) zelfredzaamheid, preventie, vroegsignalering en nazorg. Dit doen we omdat het voorkomen of het zo snel mogelijk terugdringen van (beginnende) schulden heel belangrijk is.
Dit voorkomt grotere financiële problemen, waardoor inwoners ook minder risico’s lopen op problemen in andere leefgebieden zoals de fysieke en mentale gezondheid, werk en het gezin. Specifiek voor kinderen geeft opgroeien in een gezin zonder financiële problemen een bewezen betere kans op een goede toekomst.
2.2 Ambitie Om financiële problemen terug te dringen en deze in een vroegtijdig stadium op te sporen en aan te pakken, zijn een aantal zaken cruciaal. We bereiken dit alleen als ons hulpaanbod goed bekend is bij onze inwoners. Als de toegang goed is geregeld en als het contact met onze inwoners eenvoudig en laagdrempelig is. Hierin spelen onze gemeentelijke budgetcoaches (dit zijn onze schuldhulpverleners in het Gebiedsteam) een centrale rol. Zij hebben nauwe contacten met onze partners in het ‘voorliggend veld’1, voeren de vroegsignalering van schulden2 uit en zijn de eerste schakel in het helpen van inwoners met (beginnende) schuldenproblematiek. Voor het inzetten op financiële zelfredzaamheid, preventie en vroegsignalering is ook de inzet van onze maatschappelijke partners uit het voorliggend veld heel belangrijk. Dit zijn bijvoorbeeld de woningcorporaties, de welzijnsstichting en andere maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties die zich inzetten voor het financiële welzijn van onze inwoners. Dit zijn organisaties die door hun contact met inwoners dreigende geldproblemen vaak al vroeg in beeld krijgen, waardoor er wat aan kan worden gedaan voor er echte financiële problemen ontstaan. Daarom komen we samen met hen tot een aanpak om deze problematiek bij de wortel aan te pakken.
Organisaties zoals vrijwilligersorganisaties en woningcorporaties die financiële problemen soms al eerder in beeld krijgen dan de gemeente. 2 Vroegsignalering van betalingsachterstanden is een wettelijke taak binnen de gemeentelijke schuldhulpverlening. Als gemeente verwerken we (dit is wettelijk verplicht) signalen van betalingsachterstanden van inwoners van onder andere de woningcorporaties, energieaanbieders en zorgverzekeraars. Hebben inwoners een betalingsachterstand, dan nemen we als gemeente contact op met ons hulpaanbod voor ondersteuning bij (mogelijke) financiële problemen. Ook dit is een wettelijke verplichting. 1
3
2.3 Acties Om bovenstaande visie en ambitie te realiseren, hebben we zeven acties uitgewerkt. Deze zeven maatregelen zijn voor ons de belangrijkste ‘ankers’ om onze visie en ambitie de komende vier jaar (looptijd van het beleidsplan) concreet vorm te geven. Deze acties zijn: 1. We zetten in op preventie (voorkomen van geldzorgen en schulden). 2. We versterken de vroegsignalering van schulden (zo vroeg mogelijk erop af). 3. We verzorgen nazorg op maat na een schuldentraject (nieuwe problemen voorkomen). 4. We onderzoeken het overnemen van kleine schulden (pilot). 5. We ontwikkelen een aanpak voor kinderen die opgroeien in een gezin met schulden. 6. We ontwikkelen een aanpak voor jongeren met (dreigende) schuldenproblematiek. 7. We versterken het netwerk. In het volgende hoofdstuk worden deze maatregelen verder toegelicht en geven we aan hoe we deze concreet willen realiseren.
4
3. In beweging naar een financieel fit Opsterland In dit hoofdstuk worden de 7 acties toegelicht waarmee we de komende 4 jaar de schuldhulpverlening een impuls willen geven en onze visie en ambitie willen realiseren.
Actie 1 – we zetten in op preventie (voorkomen van geldzorgen en schulden Toelichting Het voorkomen van financiële problematiek (problematische) schulden is een belangrijk onderdeel van onze integrale schuldhulpverlening. Daarom is het belangrijk dat we onze inwoners goed voorlichten over geldzaken om zo de samen- en zelfredzaamheid bevorderen. Dit voorkomt namelijk veel financiële problemen en (problematische) schulden. In het verlengde hiervan willen wij als een ondersteunende partner naast de inwoner staan op het moment dat er sprake is van financiële vragen en/of zorgen. Inwoners moeten hiermee snel en laagdrempelig bij de gemeente (of 1 van onze samenwerkingspartners) terecht kunnen. Wat gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: •
•
•
3
Versterken maatschappelijke (vrijwilligers)organisaties: Wij investeren in en versterken de samenwerking met (vrijwilligers)organisaties die hulp bieden aan inwoners met vragen over hun financiële situatie. Voor de schuldhulpverlening is dit in Opsterland primair Humanitas. Daarom geven we hen de komende jaren een forse financiële impuls (subsidie)3. Hiermee organiseren zij onder andere wekelijkse financiële spreekuren in de bibliotheek. Zo kunnen zij een belangrijke rol spelen in het signaleren, begeleiden en doorverwijzen van inwoners met geldzorgen. De Voorzieningenwijzer: Wij starten met de inzet van De Voorzieningenwijzer, een online tool die inwoners helpt om te besparen op hun vaste lasten. De tool geeft inzicht in en advies over de mogelijke besparingen op de zorgverzekering, de energierekening, de gemeentelijke belastingen en de toeslagen. De tool wordt eerst ingezet door ons eigen gebiedsteam. Later kunnen we samenwerkingsorganisaties zoals Code Hans en Humanitas hier ook op laten aansluiten. Campagne financieel gezond gedrag: we gaan aan de slag om wat we noemen financieel gezond gedrag bij onze inwoners te stimuleren. Dit doen we als volgt: o We onderzoeken het aanbieden van een budgetcursus voor inwoners die meer grip willen krijgen op hun financiën.
In deze cursus leren zij hoe zij een overzicht kunnen maken van hun inkomsten en uitgaven, hoe zij verder kunnen besparen en hoe zij kunnen omgaan met onverwachte (financiële) situaties. o Een informatiecampagne over financieel gezond gedrag. Met deze informatiecampagne vragen we aandacht voor gezonde financiële keuzes en brengen we het hulpaanbod van de gemeente en de bij ons aangesloten vrijwilligersorganisaties onder de aandacht. We zetten deze campagne breed op, en brengen deze onder andere via de (sport)verenigingen, scholen, kerken en onze eigen (sociale) mediakanalen onder de aandacht.
Voor specificatie: zie hoofdstuk 5, middelen.
5
Actie 2 – we versterken de vroegsignalering van schulden (zo vroeg mogelijk erop af) Toelichting Sinds 1 januari 2021 heeft de gemeente de wettelijke taak van vroegsignalering. Met vroegsignalering wordt bedoeld het in een vroeg stadium signaleren van betalingsachterstanden en (mogelijke) schulden. Dit doen we om te voorkomen dat de schulden verder oplopen en mogelijk leiden tot problematische situaties. Wij ontvangen via een online platform van Bureau Kredietregistratie (BKR) maandelijks signalen van alle betalingsachterstanden (bijvoorbeeld van energie, de huur en de zorgverzekering) van inwoners. Bij een eerste signaal sturen we namens onze budgetcoaches een brief. Hierin wordt uitgelegd waarom we deze brief mogen sturen (wettelijke taak van vroegsignalering) en waar de inwoner terecht kan voor ondersteuning. Bij opeenvolgende signalen of meerdere signalen binnen één maand benaderen we inwoners actief. Dit doen we via onze budgetcoaches. Zij benaderen deze inwoners telefonisch of gaan op huisbezoek. Bij vroegsignalering is er al sprake van een betalingsachterstand, maar het is wel een belangrijk middel in het voorkomen van grotere financiële problemen. Daarom vergroten we de komende jaren onze inzet. Het doel hiervan is het sterk terugbrengen van het aantal betalingsproblemen en mogelijke (problematische) schulden in onze gemeente.
Wat gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: • We hebben de formatie van onze gemeentelijke budgetcoaches medio 2023 uitgebreid van 2 naar 3 budgetcoaches. Één van onze drie gemeentelijke budgetcoaches spitst zich vooral toe op vroegsignalering. Dit betekent een verhoogde inzet waardoor ook enkelvoudige signalen actief (telefonisch, huisbezoek) worden opgevolgd in plaats van dat er alleen een brief wordt verstuurd (dit was tot nu toe de werkwijze). Opeenvolgende of meervoudige signalen worden standaard opgevolgd met een huisbezoek. Deze werkwijze is intensiever, maar heeft een bewezen beter effect (meer inwoners die hulp aanvaarden) dan bijvoorbeeld alleen telefonisch contact. • Woningcorporaties zijn een belangrijke partner in de vroegsignalering. Zij ontvangen zelfs vaak al signalen van mogelijke betalingsproblemen voordat dit via het officiële systeem (van BKR) zichtbaar wordt. Daarom maken we met de corporaties in Opsterland aanvullende afspraken over hoe we deze inwoners in een nog eerder stadium in beeld kunnen krijgen (en hulp kunnen aanbieden). • We zorgen dat we in nog begrijpelijker taal en meer laagdrempelig communiceren met onze inwoners. Dit betekent dat we de brief die inwoners ontvangen gaan aanpassen naar een brief met meer begrijpelijk taalgebruik.
Ook in onze andere contacten met inwoners (e-mail, telefonisch, enzovoort) zorgen we ervoor dat we zo eenvoudig mogelijk communiceren. • We doen mee aan de landelijke pilot ‘vroegsignalering betalingsachterstanden van de Belastingdienst en de Dienst Toeslagen. Deze overheidsorganisaties zijn samen de grootste schuldeiser van Nederland. Tot nu toe waren zij niet aangesloten op de gemeentelijke vroegsignalering, en konden wij geen signalen ontvangen van inwoners met een betalingsachterstand bij de Belastingdienst en/of Dienst Toeslagen. Door (samen met een selecte groep andere gemeenten) mee te doen aan deze pilot, krijgen we deze inwoners voortaan wel in beeld via onze vroegsignalering.
6
Actie 3 – we verzorgen nazorg op maat na een schuldentraject (nieuwe problemen voorkomen) Toelichting Inwoners die eerder te maken hebben gehad met (problematische) schulden, hebben twee keer zoveel kans om opnieuw in de financiële problemen te komen. Daarom is er steeds meer aandacht (landelijk en bij gemeenten) voor de zogenoemde ‘nazorg’ na afloop van een schuldhulpverleningstraject. De praktijk leert namelijk dat bij voldoende aandacht en ondersteuning na afloop van een traject de kans op nieuwe problemen halveert. Als gemeente is het dus cruciaal om goede nazorg na afloop van een schuldhulpverleningstraject te organiseren. Het ondersteunt inwoners om blijvend zelfredzaam te zijn en is in feite dus ook een preventiemiddel omdat het vaak nieuwe problemen doet voorkomen. Daarom zetten we de komende jaren een vast traject van nazorg op na afloop van onze schuldhulpverleningstrajecten. Wat gaan we eraan doen We geven invulling aan deze actie door te onderzoeken welke vorm van nazorg (welke begeleiding, hoe intensief, enzovoort) het beste past na afloop van een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject. Hierbij maken we gebruik van de zogenoemde ‘best practices’ van andere gemeenten die hier al meer ervaring mee hebben. We richten op basis van deze informatie een gemeentelijk nazorgtraject in na afloop van onze schuldhulpverleningstrajecten.
Iedere inwoner die een schuldhulpverleningstraject heeft doorlopen krijgt op die manier nazorg aangeboden. Deze nazorg wordt verzorgd door onze gemeentelijke budgetcoaches.
Actie 4 – we onderzoeken het overnemen van ‘kleine’ schulden (pilot) Toelichting Door perverse prikkels in het Nederlandse financiële systeem kunnen kleine betalingsachterstanden snel uitgroeien tot schulden. Op basis van een betalingsachterstand van enkele honderden euro’s kan er binnen een jaar bijvoorbeeld een schuld van een paar duizend euro ontstaan. Het is bewezen dat als deze schuld eenmaal is ontstaan, dit vaak de aanleiding is voor het ontstaan van nog meer schulden en dus grotere financiële problemen. Op basis van deze feiten zijn een aantal grote gemeenten in Nederland sinds een aantal jaren gestart met pilots waarbij ze dit soort ‘kleine’ schulden (vaak tot een bedrag van 5000 euro) onder bepaalde voorwaarden overnemen van inwoners. Het voordeel hiervan is dat een inwoner nog maar één schuldeiser heeft. Bovendien is de inwoner hierover geen rente verschuldigd en wordt er meer in detail gekeken naar de draagkracht om af te lossen. Ook krijg een inwoner die dit traject aangaat direct ondersteuning om uiteindelijk weer financieel zelfredzaam te worden en om herhaling van deze financiële problemen te voorkomen. Daarom zetten we de komende jaren ook in Opsterland een pilot op waarbij we gaan werken aan het overnemen van deze ‘kleine’ schulden van onze inwoners.
Wat gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: • We starten in 2025 met een pilot waarbij we inwoners met ‘kleine’ schulden tot 5000 euro aanbieden om deze als gemeente over te nemen. De inwoner kan vervolgens renteloos en naar draagkracht aflossen bij de gemeente. • We onderzoeken in hoeverre het haalbaar is om onder voorwaarden een schuld kwijt te schelden die we als gemeente overnemen. Bijvoorbeeld in situaties waarin een inwoner geen draagkracht heeft om de schuld verder af te lossen. We gaan hierover in gesprek met gemeenten die deze werkwijze al langer hanteren. 7
Actie 5 – we ontwikkelen een aanpak voor kinderen die opgroeien in een gezin met schulden Toelichting Kinderen in een gezin met schulden groeien anders op dan kinderen waarbij dit niet het geval is. Onderzoek wijst uit dat ouders in een gezin met schulden minder tijd en energie hebben voor de opvoeding van hun kinderen. Door de stress die ouders ervaren van hun schulden, hebben ze vaak minder geduld, minder interesse en minder tijd voor hun kinderen. Voor kinderen heeft dit een bewezen negatief effect op hun ontwikkeling. Bovendien creëren schulden (van ouders) ook bij kinderen stress waardoor het bijvoorbeeld moeilijker wordt om het goed te doen op school. Deze bevindingen over kinderen in gezinnen met schulden kwamen ook naar voren in het Rekenkameronderzoek naar schuldhulpverlening in Opsterland. De belangrijkste aanbeveling van dit onderzoek was dat de gemeente in haar beleid voor schuldhulpverlening hier specifiek op moest gaan inzetten. Via de hieronder beschreven doelstelling met daaruit voortvloeiende maatregelen wordt hierop ingezet. In Opsterland vinden we dat alle kinderen gelijke kansen moeten krijgen, en dat deze niet het slachtoffer mogen worden van problemen van hun ouders. Daarom besteden we de komende jaren extra aandacht aan gezinnen met kinderen in het geval van schuldenproblematiek.
Het doel hiervan is dat kinderen door de schulden van hun ouders geen belemmeringen ervaren in hun ontwikkeling. Welke financiële problemen er ook zijn, zij moeten gewoon ‘kind kunnen zijn’, zonder stress en met alle ruimte om zich te ontwikkelen. Wat gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: • In samenwerking tussen de budgetcoaches en de jeugdconsulenten onderzoeken we hoe we kinderen in een gezin met schulden het beste ondersteuning op maat kunnen bieden. Hierbij wordt ingezet op het wegnemen van stress bij ouders en kinderen, het meer ruimte geven aan de ouders voor de opvoeding en het wegnemen van eventuele financiële barrières die de ontwikkeling van deze kinderen in de weg zitten. • Voor het wegnemen van de genoemde financiële barrières (door geldgebrek van de ouders) onderzoeken we of er soms nog extra financiële ondersteuning nodig is naast het Kindpakket (waarmee we deze kinderen al financieel ondersteunen).
Actie 6 – we ontwikkelen een aanpak voor jongeren met (dreigende) schuldenproblematiek Toelichting Het Nibud brengt jaarlijks in kaart hoeveel jongeren met schulden er zijn in Nederland. Over de afgelopen jaar is hier een schrikbarende stijging in gezien van 70% meer jongeren met schulden. Daarbij wordt een jongere gedefinieerd als iemand tot 27 jaar (dit is de vaste landelijke leeftijdsgrens voor jongeren). Deze grote stijging van schuldenproblematiek door jongeren komt onder andere door sociale media (beïnvloeding tot grote aankopen, ons ingewikkelde financiële systeem (toeslagen, enzovoort) en doordat jongeren steeds langer thuis blijven wonen. Hierdoor worden ze op steeds latere leeftijd pas echt financieel zelfstandig. In Opsterland zijn we van mening dat niemand te maken zou moeten krijgen met schuldenproblematiek, maar zeker jongeren (gedefinieerd als volwassen inwoners tot 27 jaar) niet. Dit omdat zij nog in een cruciale en kwetsbare fase van hun leven staan. Vaak gaan bijvoorbeeld nog naar school of beginnen ze net met werken. Daarom kan als er 8
sprake is van schulden de stap naar het volwassen leven (en het financieel zelfredzaam zijn) in gevaar komen. In Opsterland willen we de komende jaren dan ook extra aandacht besteden aan deze groeiende en kwetsbare doelgroep. Het doel hiervan is dat er in Opsterland in principe geen jongeren met schulden mogen zijn, en dat als dit onverhoopt voorkomt dit met de juiste begeleiding heel snel wordt opgelost. Wat gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: • Onder andere vanuit de gemeente Nijmegen is er de afgelopen jaren gestart met succesvolle pilots om te voorkomen dat jongeren in de schulden komen en om jongeren met beginnende geldproblemen (of zorgen) beter te kunnen helpen. We gaan met deze gemeenten in gesprek en onderzoeken zo welke aanpak hiervoor het beste werkt in Opsterland. • Op basis van het genoemde onderzoek ontwikkelen we een specifieke aanpak voor jongeren met als doel het voorkomen van geldproblemen. Mocht hier al wel sprake van zijn dan worden deze zo snel mogelijk opgelost. Jongeren worden door de gemeente in ieder geval persoonlijk en in hun eigen taal benadert. • Binnen de campagne voor financieel gezond gedrag (zie maatregel 1) gaan we ook specifiek inzetten op het voorlichten van jongeren over dit onderwerp.
We hebben daarbij specifiek de aandacht voor het onder jongeren populaire (en wat ons betreft onwenselijke) nu kopen en later betalen, zoals dit vooral bij veel webshops wordt aangeboden. We hebben qua doelgroep specifiek aandacht voor het volwassen worden (overgang van minderjarige naar meerderjarige leeftijd als jongeren 18 jaar worden).
Actie 7 – we versterken het netwerk Toelichting en doelstelling Als gemeente zijn wij de spil in de schuldhulpverlening voor onze inwoners. Vaak krijgen wij inwoners als eerste in beeld. Vanuit de gemeente worden inwoners vervolgens door onszelf verder geholpen of verwezen naar één van onze samenwerkingspartners. Dit kan zijn in het ‘voorliggend veld’ zoals via een vrijwilligersorganisatie (bij kleine problemen of een laagdrempelige hulpvraag) of bij een externe partner die zwaardere vormen van schuldhulpverlening aanbiedt (bij zwaardere problematiek). Deze centrale rol binnen het speelveld van schuldhulpverlening, betekent dat we als gemeente onze positie scherp moeten bepalen. Hierbij moet duidelijk zijn wat we concreet zelf aanbieden aan inwoners (vanuit onze eigen dienstverlening) en wat we beleggen bij onze samenwerkingspartners. Daarom versterken we de komende periode ons netwerk. Dit gaan we eraan doen Zo voeren we deze actie uit: • De basis van onze gemeentelijke schuldhulpverlening is onze eigen dienstverlening (door onze budgetcoaches). Die richten we als volgt in: o ‘Lichte’ gemeentelijke ondersteuning: Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een aantal gesprekken tussen een budgetcoach en een inwoner, die er erop gericht zijn om het ‘huishoudboekje’ zo snel mogelijk weer op orde te brengen.
De budgetcoach helpt de inwoner om een overzicht te maken van de inkomsten en uitgaven, om gebruik te maken van voorzieningen en om te besparen op de vaste lasten. o Intensieve gemeentelijke ondersteuning: Dit is een intensiever coachingstraject waarbij de budgetcoach de inwoner helpt om uiteindelijk 9
•
•
weer financieel zelfredzaam te worden. De budgetcoach maakt samen met de inwoner een plan van aanpak, waarin de doelen en acties worden vastgelegd. De budgetcoach ondersteunt de inwoner bij het stabiliseren van de financiële situatie, het oplossen van mogelijke geldproblemen of schulden, het verbeteren van de financiële vaardigheden en het voorkomen van terugval. We gaan in gesprek met onze belangrijkste samenwerkingspartners over de rol van de gemeente en over wat wij van hen verwachten ten aanzien van schuldhulpverlening. Hierin is het uitgangspunt dat wij als gemeente (dit is ook wettelijk zo bepaald) de centrale spil zijn binnen de schuldhulpverlening. Tegelijkertijd betekent dit niet dat wij alles zelf hoeven op te pakken. Laagdrempelige hulpvragen over geldzaken (van inwoners) kunnen bijvoorbeeld vaak ook door vrijwilligers van bijvoorbeeld Humanitas worden opgepakt. Is er sprake van meer serieuze problematiek, dan zijn we als gemeente altijd wel als eerste aan zet. Mocht de problematiek dan zo complex zijn dat deze niet past bij het gemeentelijk hulpaanbod, dan schakelen we door naar een hiervoor gespecialiseerde (professionele) externe partij. We zorgen ervoor dat we deze partijen en hun specifieke aanbod voor ondersteuning goed in beeld hebben. We verkennen de mogelijkheid om budgetbeheer zelf uit te voeren.
Budgetbeheer is een veel ingezet instrument binnen de schuldhulpverlening. Het betekent dat een externe partij ter ontlasting van de inwoner tijdelijk zijn financiën beheert. Tegelijkertijd wordt de inwoner dan gecoacht om op termijn weer zelf op een goede manier met zijn financiën om te kunnen gaan. In Opsterland kopen we deze dienst in, maar veel gemeenten zijn dit de afgelopen jaren zelf gaan uitvoeren. Hier zitten belangrijke voordelen aan. Zo kan er qua intensiviteit van het budgetbeheer meer maatwerk worden geboden, zijn de lijnen korter (bijvoorbeeld als er problemen zijn met bepaalde betalingen van een inwoner) en kunnen we als gemeente zelf bepalen hoe we deze dienstverlening precies willen inrichten. In 2025 moet duidelijk zijn of en hoe we budgetbeheer zelf willen gaan uitvoeren.
10
3. Landelijke ontwikkelingen Naast de genoemde maatregelen die wij specifiek in Opsterland willen gaan inzetten, spelen ook landelijke ontwikkelingen een rol in het uitvoeren van de schuldhulpverlening voor de komende jaren. In dit hoofdstuk lichten we toe welke ontwikkelingen dit zijn. Schuldhulpverlening is één van de speerpunten van het nieuwe kabinet Schoof en de verwachting is dan ook dat we hier de komende tijd veel voorstellen van gaan zien van het nieuwe kabinet. Ook het vorige kabinet heeft de afgelopen jaren al veel veranderd binnen de schuldhulpverlening. Dit zijn de belangrijkste maatregelen:
4.1 Plan basisdienstverlening (van de gemeenten) Toelichting De regering, de VNG, Divosa (belangenorganisatie gemeenten) en de NVVK (koepelorganisatie schuldhulpverlening) hebben op 21 maart 2024 hun handtekening gezet onder een gezamenlijk plan om de schuldhulpverlening in Nederland nog verder te versterken. Dit plan wordt de ‘Basisdienstverlening Schuldhulpverlening’ genoemd. De essentie van dit plan is dat iedere gemeente (zoals de titel al zegt) een bepaalde basisdienstverlening qua schuldhulpverlening moet bieden. Belangrijke punten van deze basisdienstverlening zijn het vanuit de gemeente zelf voeren van gesprekken met inwoners om te komen tot een plan van aanpak, het aansluiten bij een ‘Nationaal Schuldenknooppunt’ en het preventief vroegsignaleren van betalingsproblemen na afloop van een schuldhulpverleningstraject. Hoe gaat dit in Opsterland Veel elementen van het plan basisdienstverlening voeren we in Opsterland al een aantal jaren uit. Bijvoorbeeld de begeleiding van inwoners met schuldenproblematiek door onze eigen budgetcoaches en het opstellen van een plan van aanpak (op maat). Wij zijn op dit moment aan de slag om aan te sluiten op het Schuldenknooppunt en zien dit positief tegemoet.
Dit helpt ons namelijk om de schulden van onze inwoners (vaak bij veel verschillende partijen) sneller in beeld te krijgen en om schuldeisers ook sneller een aanbod te doen voor een schuldregeling. Hierdoor zijn onze inwoners ook sneller en beter geholpen. Het preventief vroegsignaleren (dus hier actief op monitoren) voor inwoners die een traject hebben afgerond zien wij ook positief tegemoet. De eerste 6 maanden na afloop van een traject schuldhulpverlening hebben inwoners (zie ook maatregel 3 uit hoofdstuk 3) namelijk veel kans om helaas toch terug te vallen in schuldenproblematiek. Het via ons systeem van vroegsignalering bij deze inwoners preventief monitoren op betalingsachterstanden, helpt bij het voorkomen van een terugval.
4.2 Verkorting van minnelijke en wettelijke schuldhulptrajecten Toelichting Binnen de landelijke schuldhulpverlening bestaan er zogenaamde minnelijke (de MSNP) en wettelijke (de WSNP) schuldregelingen. Dit zijn regelingen tussen mensen en schuldeisers, waarbij onder andere afspraken worden gemaakt over welke schulden worden afgelost en het bedrag dat per maand afgelost kan worden. Het belangrijkste verschil tussen minnelijk een wettelijke schuldhulptrajecten, is dat bij minnelijke schuldhulpverlening een schuldhulpverlener in goed overleg met de schuldeisers (vandaar de naam minnelijk) tot een goede schuldenregeling probeert te komen. Een wettelijke schuldregeling is veel strikter van 11
aard. Deze kan alleen door de rechter worden uitgesproken waarbij er ook een wettelijke bevindvoerder wordt aangewezen (dit is bij een minnelijk traject niet zo). De looptijd van zowel de minnelijke als de wettelijke schuldregelingen is per 1 juli 2023 gewijzigd. Deze zijn verkort van 36 naar 18 maanden. Dit betekent dat schulden in een kortere tijd zoveel mogelijk worden afbetaald, met als insteek dat iemand daarna weer een schuldenvrije toekomst tegemoet kan. Hoe gaat dit in Opsterland In Opsterland zijn we positief over de verkorting van zowel het minnelijke als het wettelijke traject. Het is nog even afwachten hoe deze maatregel precies uitpakt, maar onze insteek is dat inwoners niet onnodig lang in een schuldentraject zouden moeten zitten. De verkorting van het minnelijke en wettelijke schuldentraject lijkt hier zeker aan bij te dragen. Zo kunnen onze inwoners weer sneller een schuldenvrije toekomst tegemoet. Een aandachtspunt bij deze ontwikkeling is de duur van de begeleiding. Die stopt wat ons betreft niet per definitie bij het einde van een minnelijk of wettelijk schuldentraject, maar loopt door zolang de inwoner hier behoefte aan heeft. In het licht van het verkorten van de minnelijke en wettelijke schuldtrajecten hebben we hier als gemeente daarom actief aandacht voor.
4.3 Adviesrecht schuldenbewind Toelichting Sinds de laatste wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (1 januari 2021) is het voor gemeenten mogelijk om gebruik te maken van het zogenaamde adviesrecht schuldenbewind. Dit betekent dat we als gemeente na afloop van het uitspreken van bewindvoering door de (kanton)rechter nog een advies mogen geven of dit besluit wat ons betreft terecht was. Soms blijkt bij een nadere beoordeling van de situatie (door de gemeente) namelijk dat schuldenbewind eigenlijk niet nodig is, en dat een vorm van lichtere ondersteuning bij de schuldenproblematiek (bijvoorbeeld via de gemeente) ook voldoende is. Via het advies van de gemeente kan het schuldenbewind dan soms weer (door de rechtbank) ongedaan worden gemaakt. Hoe gaat dit in Opsterland In Opsterland maken we sinds medio 2021 gebruik van de mogelijkheid tot adviesrecht schuldenbewind. We waren toen de eerste Friese gemeente die hier gebruik van heeft gemaakt. Bij iedere uitspraak van bewindvoering beoordeelt één van onze budgetcoaches of dit wat ons betreft terecht is. In de praktijk blijkt dit vaak zo te zijn. In enkele gevallen wordt (afwijkend op het besluit van de rechtbank) geadviseerd om de bewindvoering weer te beëindigen.
Ondanks dat we vaak tot dezelfde conclusie komen als de rechtbank, kunnen we na een aantal jaren concluderen dat het een mooi instrument is om als gemeente meer grip te krijgen op de bewindvoering. Het leven onder beschermingsbewind is – ook al is het soms noodzakelijk – voor inwoners erg ingrijpend. Door het adviesrecht weten we beter wat de beweegredenen van de rechter zijn om inwoners onder bewind te laten stellen. Daardoor kunnen we ze tijdens en na deze periode van bewindvoering ook zelf beter begeleiden.
12
5. Implementatie, evaluatie en middelen In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we de uitvoering van het beleidsplan gaan monitoren en evalueren, en hoe het financiële plaatje van dit beleidsplan (en de schuldhulpverlening in Opsterland) eruit ziet.
5.1 Implementatie Na instemming van de raad met dit beleidsplan, zal er in de ambtelijke organisatie een werkgroep aan de slag gaan met de uitvoering. Deze werkgroep zal bestaan uit een beleidsadviseur en de gemeentelijke uitvoering van de gemeente en heeft als voornaamste doel om ervoor te zorgen dat de 7 acties van dit beleidsplan (zie hoofdstuk 3) goed worden uitgevoerd. Per actie zijn concrete punten geformuleerd. Voor ieder van deze acties wordt iemand uit de werkgroep verantwoordelijk. Zo houden we de vaart erin en borgen we de voortgang van de uitvoering van dit beleidsplan. Het uitvoeren van dit beleidsplan kunnen (en willen) we als gemeente niet alleen. Zoals ook eerder in dit beleidsplan al gesteld hebben we hier onze maatschappelijke samenwerkingspartners zoals verenigingen, woningcorporaties en vrijwilligersorganisaties hard bij nodig. Met de meeste van hen hebben we al structureel overleg over onze gemeentelijke schuldhulpverlening. In de uitvoering van dit beleidsplan zal dit overleg worden geïntensiveerd. In deze frequentere overleggen kijken we dan heel concreet naar de uitvoering van onze 7 acties en wat welke partij daarin te doen heeft. Voor het draagvlak zijn onze belangrijkste partners in de schuldhulpverlening (Kredietbank, woningcorporaties, Humanitas, Code Hans, enzovoort) ook al meegenomen in de totstandkoming van de maatregelen van dit beleidsplan.
5.2 Evaluatie Intern wordt zoals gesteld de uitvoering van het beleidsplan voortdurend gemonitord door de daarvoor aanwezen (ambtelijke) werkgroep. Deze werkgroep zal daarnaast één keer per kwartaal een vast moment inplannen voor een evaluatie van de uitvoering van de maatregelen. Dat zijn ook de momenten waarop we zullen vaststellen of we qua uitvoering op koers liggen of dat er eventueel moet worden bijgestuurd. Aan het einde van de looptijd van dit beleidsplan (2028) zal via een nieuw beleidsplan schuldhulpverlening de uitvoering van dit plan nadrukkelijk samen met de raad worden geëvalueerd. Dit is voor het college ook een wettelijke plicht op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De evaluatie van dit beleidsplan zal vervolgens mede als basis dienen voor het nieuwe beleidsplan, dat per begin 2029 van kracht moet zijn.
5.3 Middelen Toelichting budget Dit beleidsplan kan met het huidige reguliere budget voor schuldhulpverlening worden uitgevoerd. Er zijn geen extra middelen nodig. Het budget schuldhulpverlening bestaat uit drie onderdelen. Die worden hier verder toegelicht: 13
1. Eigen personele inzet. Deze is op basis van de Perspectiefbrief 2023 vergroot van 2 naar 3 budgetcoaches. Deze personele inzet wordt betaald vanuit het personeelsbudget van het Gebiedsteam. Op basis van de plannen uit dit beleidsplan voorzien wij geen uitbreiding van de formatie. 2. Het ‘budget schuldhulpverlening’. Dit is jaarlijks begroot op 122.000 euro. Deze middelen worden ingezet voor de inkoop van trajecten bij externe hulpverleners (bijvoorbeeld bij de Kredietbank Nederland) en voor de licenties die we als gemeente nodig hebben voor een goede uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Bijvoorbeeld het systeem Vindplaats van Schulden van Bureau Kredietregistratie; dit is het systeem waar wij mee werken voor onze vroegsignalering. 3. Via de bijzondere bijstand vergoeden wij voor onze inwoners die in een wettelijke schuldregeling zitten de kosten van de bewindvoering (dit doen alle Nederlandse gemeenten). De kosten hiervoor zijn de afgelopen jaren gedaald. In 2021 bedroegen de kosten hiervoor 400.000 euro. In 2022 was dit 387.000 euro. In 2023 is dit verder gedaald tot een bedrag van 336.000 euro. De verklaring hiervoor is dat we als gemeente scherper zijn gaan kijken naar wie er terecht onder bewind staat en wie niet. Als gemeente kunnen we bewindvoering niet zelf beëindigen, wel kunnen we de bewindvoerder adviseren om dit te doen.
In het beleidsplan zijn een tweetal onderzoeksacties geformuleerd. Deze onderzoeken gaan over of we kinderen in gezinnen met schulden nog meer financiële ondersteuning kunnen bieden en over de ondersteuning van jongeren met schuldenproblematiek. Voor nu voorzien we hiervoor geen kosten die niet binnen de bestaande formatie en middelen passen. Mocht naar aanleiding van deze onderzoeken toch blijken dat extra budget gewenst is (en dat we dit niet uit het bestaande budget kunnen dekken), dan volgt hiervoor eventueel een aanvraag voor extra middelen bij de raad. Vergoeding vanuit het Rijk Vanuit het Rijk ontvangen we geen specifieke vergoeding voor de uitvoering van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Het bedrag dat we hiervoor ontvangen is onderdeel van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis hiervan moet de gemeente zelf tot een budget komen voor de uitvoering van de schuldhulpverlening. Vanuit het Rijk verwachten we vooral via (zoals in hoofdstuk 4 uitgelegd) het Plan Basisdienstverlening meer taken schuldhulpverlening voor de gemeente. Het is nog niet te zeggen welke financiële gevolgen dit voor ons gaat hebben. Wel houden we scherp in de gaten wat de eventuele kosten hiervan gaan worden, en welke vergoeding we hier (van het Rijk) eventueel voor gaan ontvangen.
Mocht de uitvoering van deze verwachte nieuwe wettelijke taken leiden tot kosten die niet worden vergoed, dan gaan we hier over in gesprek met onder andere de VNG. Ons uitgangspunt is namelijk dat nieuwe wettelijke taken vanuit het Rijk volledig door hen moeten worden vergoed
14
Bijlage 1 – relatie met andere gemeentelijke beleidsterreinen Sport en Gezondheid Maatschappelijke verenigingen en organisaties zoals sportverenigingen en de huisarts hebben een belangrijke rol in de vroegsignalering van financiële problemen (en daarmee mogelijk beginnende schuldenproblematiek). Signalen kunnen bijvoorbeeld zijn het niet meer kunnen betalen van de contributie van de sportvereniging, of een patiënt die bij de huisarts komt met klachten die worden veroorzaakt door financiële stress. Via de Preventieagenda zetten we er in Opsterland op in om ook deze inwoners zo snel mogelijk te bereiken en hulp aan te bieden. Zo hebben we in ons Actieplan (voor de Preventieagenda) voor 2024 opgenomen dat we een ‘informatiecampagne’ uitrollen bij onder andere sportverenigingen en huisartsen. Deze is erop gericht om inwoners bewust te maken van de financiële (schuldhulp)verlening die wij als gemeente kunnen bieden. Actief doorverwijzen door bijvoorbeeld de huisarts of vanuit (sport)verenigingen is helaas nog niet mogelijk maar op deze manier wordt wel het bewustzijn over en daarmee het bereik van ons gemeentelijk schuldhulpaanbod vergroot. Werk en inkomen Het belangrijkste raakvlak van de gemeentelijk beleidsterreinen werk en schuldhulpverlening is de armoedeval.
Er is sprake van een armoedeval als mensen (meer uren) gaan werken op het minimumloonniveau, maar financieel gezien toch slechter af zijn door belastingheffing en het verlies van recht op inkomensafhankelijke regelingen. Door de diverse toeslagen kunnen mensen hoger uitkomen dan het wettelijk minimumloon. Een van de consequenties kan zijn dat mensen minder of geen recht hebben op de toeslagen (zoals huur- en zorgtoeslag) en aan het einde van het jaar deze (gedeeltelijk) moeten terugbetalen. Als mensen hier geen potje voor hebben, kan het zijn dat ze hierdoor schulden opbouwen. Vanuit het oogpunt van preventie zorgen we ervoor dat onze gemeentelijke uitvoering hier voldoende aandacht voor heeft. De klantmanagers (werk en inkomen) attenderen inwoners die dit betreft er actief op dat ze hun eigen inkomen moet doorgeven bij de instanties waar ze toeslagen krijgen (zoals de Belastingdienst). Dit voorkomt dat ze aan het einde van het jaar hiermee in de problemen komen. Dit geldt vooral ook voor mensen die laaggeletterd zijn en hierdoor minder het overzicht hebben over hun financiën. Inburgering Voor statushouders die starten met inburgeren is alles in Nederland nieuw, zo ook ons financiële systeem. Dit maakt dat zij een verhoogd risico lopen om in de schuldenproblematiek terecht te komen.
Daarom worden statushouders de eerste zes maanden na huisvesting in onze gemeente financieel ontzorgd. Dit betekent dat de Kredietbank Nederland (aan hen hebben wij deze dienstverlening uitbesteed) het betalen van de vaste lasten zoals de huur, de zorgverzekering en gas water en licht voor zijn rekening neemt. Het bedrag dat overblijft is dan vrij besteedbaar als ‘leefgeld’ voor de statushouder. Tijdens dit eerste half jaar na huisvesting wordt er via een cursus ‘financiële zelfredzaamheid’ (uitbesteed aan Vluchtelingenwerk) gewerkt aan het financieel zelfredzaam maken van onze statushouders. Hierbij krijgen zij uitleg over het financiële systeem in 15
Nederland en de verschillende (maandelijkse) betalingsverplichtingen. Ook oefenen ze met het doen van betalingen zodat ze dit na afloop van de cursus zelf kunnen doen. Via deze aanpak voorkomen we als gemeente dat deze doelgroep onnodig in de schulden beland. Wmo Schuldenproblematiek kan een verklaring zijn om zorg te mijden. Voor Wmo-voorzieningen wordt een eigen bijdrage gerekend (abonnementstarief). Voor sommige mensen kan dit een belemmering vormen om hulp te vragen. De collectieve ziektekostenverzekering afgesloten via de gemeentepolis AV-Friso vergoedde eigen bijdrage voor de Wmo. In die zin kan dit ervoor zorgen dat gebrek aan financiën geen reden meer is om hulp te vragen. We zetten er de komende jaren op in om ook bij onze Wmo-consulenten meer bewustzijn te creëren voor het signaleren van financiële problematiek. Het is belangrijk dat er bij de aanvraag van een Wmo-voorziening verder wordt gekeken dan alleen een specifieke (Wmo-gerelateerde) hulpvraag. Als een Wmo-consulent voor een aanvraag huishoudelijke hulp komt maar bijvoorbeeld ook ziet dat er stapels rekeningen liggen of dat er een kale vloer ligt, zou dit ook opgepakt moeten worden. Op deze manier werken we als gemeente aan een integraal aanbod van (schuld)hulpverlening waarbij financiële problemen niet onnodig onopgemerkt blijven. Jeugd Bij jeugd wordt er onderscheid gemaakt tussen 18-minners en 18-plussers.
De gevolgen van armoede en schuldenproblematiek zijn voor deze twee groepen verschillend. Jongeren onder de 18 jaar Jongeren onder de 18 wonen over het algemeen thuis en zijn nog niet verantwoordelijk voor hun financiën zoals het betalen van kosten voor een zorgverzekering en het aanvragen van toeslagen. Schuldenproblematiek raakt hen daarom indirect via de opvoeding. Diverse factoren kunnen een impact hebben op de opvoeding en effectieve ouderschap. Deze omvatten de omgevingsfactoren zoals armoede, problemen bij ouders zelf, en bredere maatschappelijke invloeden. Onderzoek toont aan dat deze factoren de basis beïnvloeden waarop ouders kunnen bouwen voor adequaat ouderschap. Helaas krijgen deze factoren in de praktijk niet altijd voldoende aandacht. Bij het aanpakken van opvoedvaardigheden in gezinnen is het cruciaal om eerst de obstakels weg te nemen die ouderschap negatief beïnvloeden, vooral als deze gerelateerd zijn aan armoede en schulden. Armoede en schulden leiden vaak tot stress en deze stress kan de ouder-kindrelatie onder druk zetten. Dit kan zich uiten in verminderde aandacht, gebrek aan stimulatie en ondersteuning, minder positieve interacties, en weinig ontspanningstijd samen. Stress bemoeilijkt ook het vermogen van ouders om adequaat te reflecteren op hun eigen opvoedstijl en kan leiden tot het zien van normaal gedrag van kinderen als problematisch.
Langdurige stress kan zelfs leiden tot verminderde gevoeligheid in de ouder-kind-interactie, wat het risico op onveilige hechting vergroot en latere problemen bij het kind kan veroorzaken, zoals concentratieproblemen op school. In de praktijk betekent dit dat jeugdconsulenten van de gemeente bewust ook doorvragen of er sprake is van armoede en schulden in gezinnen. Ouders kunnen hulpvragen hebben voor opvoedvaardigheden, gedragsproblemen of concentratieproblemen van een kind. Als blijkt dat veel van deze problemen direct of indirect het gevolg zijn van stress door armoede/schuldproblematiek dan zal dit eerst aangepakt moeten worden voor er ingezet wordt op de andere hulpvragen. Gebeurt dit niet dan kunnen de problemen in stand worden gehouden door armoede/schuldenproblematiek. Een goede samenwerking en afstemming met gemeentelijke schuldhulpverleners is daarom belangrijk.
16
Het voorliggende veld van de jeugdhulpverlening speelt een belangrijke rol in het signaleren van armoede en schulden. Een huisarts, JGZ en bv. een buurtcoach zouden hier ook op door kunnen vragen en op de juiste manier door kunnen verwijzen zodat problemen niet escaleren. Laagdrempelige hulp om te helpen bij de financiën kan hierin al een belangrijke financiële stap zijn, die ook kan voorkomen dat kinderen van ouders met geldproblemen uiteindelijk in de jeugdzorg terecht komen. Jongeren van 18 jaar en ouder Jongeren van 18 jaar en ouder kunnen op een andere manier te maken krijgen met armoede- en schuldenproblematiek. Dit komt door veranderingen in hun leven. Ze hebben vaak nog niet veel geld, maar vanaf hun achttiende hebben ze wel veel financiële verantwoordelijkheid, zoals het betalen van hun zorgverzekering. Ook kunnen ze verplichtingen aangaan, zoals abonnementen, contracten en leningen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren zich vaak niet goed voorbereid voelen op deze financiële verantwoordelijkheid en daardoor de financiële risico's niet inzien. Één van de oorzaken waardoor jongeren zich niet goed voorbereid voelen is dat hun inkomen vaak onzeker is: ze hebben vaak flexibele banen, verdienen minder per uur (tot hun 21e verdienen ze minder dan het minimumloon) en combineren vaak parttime werk met studie.
Daarnaast begrijpen veel jongeren het systeem van toeslagen en belastingen niet, waardoor ze niet altijd weten waar ze recht op hebben. Ook maken ze keuzes die financiële problemen kunnen veroorzaken, zoals studiekosten, zelfstandig gaan wonen of het krijgen van een kind. Een andere factor die invloed heeft op de financiële draagkracht van jongeren is dat de kosten voor energie, wonen en boodschappen de afgelopen jaren flink zijn gestegen. Tegelijkertijd is hun besteedbaar inkomen niet in gelijke mate meegegroeid met deze inflatie. Hierdoor kunnen jongeren minder makkelijk rondkomen en nemen de betalingsproblemen zichtbaar toe. Een laatste oorzaak die het nakomen van financiële verplichtingen beïnvloed, is de hersenontwikkeling van jongeren. De hersenen van jongeren zijn pas volgroeid als ze 25 jaar zijn. Daardoor vinden ze het moeilijk om rekening te houden met de lange termijn gevolgen van hun gedrag. Ze nemen meer risico's, leven meer in het moment en handelen impulsiever dan oudere mensen. Ook laten ze zich sterk beïnvloeden door hun leeftijdsgenoten en doen ze soms aankopen waar ze later spijt van krijgen. De gevolgen van geldproblemen en schulden hebben verschillende negatieve effecten op de ontwikkeling van jongeren. Ze ervaren veel stress, waardoor ze zich minder goed kunnen concentreren, plannen en vooruitkijken.
Dit heeft invloed op hun opleiding, werk, sociale leven, gezondheid en woonsituatie. Bovendien schamen jongeren zich vaak voor hun geldproblemen, waardoor ze hun zorgen niet delen met anderen, zich eenzaam voelen en geen hulp zoeken.
17
Bijlage 2 - samenwerkingspartners Thematafel armoede In 2022 zijn we in de gemeente Opsterland gestart met een overleg tussen verschillende partners en overleggen wij structureel met elkaar op het gebied van armoede en schuldhulpverlening. De samenwerkingspartners die aansluiten, zijn: Code Hans, Humanitas Smallingerland-Opsterland, de Voedselbank Opsterland, PKN Hemrik/Lippenhuizen, Ontmoetingskerk Ureterp, PKN Gorredijk en de Bibliotheek BZOF. Als gemeente organiseren wij dit netwerkoverleg. Het doel hiervan is om de lijntjes tussen de verschillende samenwerkingspartners kort te houden en om te kijken hoe we elkaar kunnen versterken in de aanpak van schuldenproblematiek in Opsterland. Humanitas Smallingerland-Opsterland In het voorliggend veld van schuldhulpverlening en armoedebestrijding is Humanitas al jarenlang een belangrijke partner. De vrijwilligers van Humanitas begeleiden via Thuisadministratie veel huishoudens in Opsterland met hun financiële huishoudboekje. Daarnaast werkt Humanitas sinds medio 2024 met een professioneel coördinator (voor hun regio Smallingerland-Opsterland). Deze coördinator wordt mede gefinancierd met subsidie van onze gemeente (en van de gemeente Smallingerland). Door deze professionele aansturing zijn er al veel extra vrijwilligers geworven, en is er een wekelijks spreekuur over geldzaken gestart in de bibliotheek in Gorredijk.
De insteek is om dit spreekuur op termijn ook uit te breiden naar andere kernen in de gemeente. Ook is er (ook wekelijks) een gezamenlijk spreekuur met Code Hans. Dit richt zich primair op de ondersteuning van de statushouders in Opsterland. Ook dit spreekuur wordt georganiseerd in de bibliotheek van Gorredijk. De vrijwilligers van Humanitas sluiten hierbij aan om ondersteuning te bieden bij vragen over geldzaken. Bibliotheek Zuidoost Friesland In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. In onze gemeente zijn er ongeveer 1.751 mensen die hier moeite mee hebben. De bibliotheek is er voor iedereen die in de gemeente Opsterland woont en beter Nederlands wil lezen, schrijven of praten. Dit wordt gedaan doormiddel van oefenen in spreken, lezen en schrijven. Vaak wanneer mensen moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen hebben zij ook weinig digitale kennis. Daardoor biedt de bibliotheek ook cursussen aan op het gebied van computers en internet. Ook kun je het Informatiepunt Digitale Overheid vinden in onze bibliotheken. Bureau Kredietregistratie Het Bureau Kredietregistratie (BKR) is onze partner voor de gemeentelijke vroegsignalering.
Via hun systeem Vindplaats van Schulden verwerken zij maandelijks alle signalen van betalingsachterstanden van onze inwoners van organisaties zoals energiemaatschappijen, zorgverzekeraars en woningcorporaties. BKR is met Vindplaats van Schulden één van de twee landelijke partijen die wettelijk (door het Rijk) is geaccrediteerd om deze dienstverlening uit te mogen voeren. Code Hans Code Hans is de organisatie die in de gemeente Opsterland het welzijn-en jongerenwerk en de (maatschappelijke) begeleiding van statushouders uitvoert. Vanuit die rol krijgen ze ook vaak te maken met financiële problematiek, vooral bij statushouders. Ze zijn daarom voor 18
ons ook in de schuldhulpverlening een belangrijke partner in het signaleren van mogelijke financiële problemen en in het bieden van laagdrempelige ondersteuning bij vragen over geldzaken (primair bij statushouders). Zoals gesteld hebben zij wekelijks samen met Humanitas een spreekuur in de bibliotheek in Gorredijk om statushouders hierbij (vragen over geldzaken) te ondersteunen. Kredietbank Nederland De Kredietbank Nederland (KBNL) is een externe, professionele aanbieder van schuldhulpverlening. Het is voor ons al geruime tijd een belangrijke partner in deze dienstverlening. Vanuit de gemeente Opsterland wordt de KBNL vooral ingezet voor inwoners die budgetbeheer nodig hebben. Dit budgetbeheer wordt dan vanuit de gemeente bij hen ingekocht. Woningcorporaties De woningcorporaties (Elkien en WoonFriesland) zijn voor de gemeente een belangrijke partner in de vroegsignalering van schulden en in het signaleren van (beginnende) financiële problemen. De huur is vaak de grootste maandelijkse last, dus als die niet wordt betaald is dit vaak het signaal dat er financieel iets aan de hand is. Daarnaast werken we met de woningcorporaties in Opsterland samen om het gemeentelijk hulpaanbod voor ondersteuning bij geldzaken goed onder de aandacht te brengen.
19