Bijlage 1 - Beleidsnota nieuwe Wet inburgering OWO 2022-2025.docx
Tekst van het document
BELEIDSNOTA VOOR DE NIEUWE WET INBURGERING OWO-GEMEENTEN 2022-2025
2-11-2021
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Inhoud Aanleiding................................................................................................................................................2 1. Wettelijk kader ....................................................................................................................................3 2. Visie, ambitie en doelstellingen...........................................................................................................4 2.1 Visie ...............................................................................................................................................4 2.2 Ambitie ..........................................................................................................................................4 2.3 (Lokale) doelstellingen...................................................................................................................5 3.
Taken binnen de Wet inburgering.......................................................................................................6 3.1 Leerroutes: ....................................................................................................................................9 3.2 Handhaving..................................................................................................................................10 3.3 Regionale samenwerking............................................................................................................11 4. Financieel kader ................................................................................................................................12 4.1 Financiële stromen nieuwe Wet inburgering 2022 .....................................................................12 4.2 Prestatiebekostiging ....................................................................................................................14 5.
Risico’s ...............................................................................................................................................14 Bijlage 1 - Lijst met begrippen en afkortingen.......................................................................................17 Bijlage 2 - Taalniveaus ...........................................................................................................................18 Bijlage 3 - Verplichtingen, maximale boetes & handhaving ..................................................................19
1
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Aanleiding Nederland kent sinds 1996 inburgeringsbeleid, aanvankelijk alleen voor nieuwkomers en vanaf 1999 ook voor de oudkomers. In de loop der jaren zijn er diverse beleidswijzigingen geweest die consequenties hadden voor onder andere de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Het huidige inburgeringsstelsel bestaat sinds 2013. Binnen dit stelsel zijn de inburgeraars zelf verantwoordelijk voor het organiseren en bekostigen van het inburgeringstraject. Hiervoor kan wel een lening worden afgesloten bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs). De huidige verantwoordelijkheid van de gemeente ten aanzien van asielstatushouders is het aanbieden van een woning op grond van de huisvestingstaakstelling, het aanbieden van maatschappelijke begeleiding vanaf het moment dat de asielstatushouder gehuisvest is in de gemeente en het organiseren van het participatieverklaringstraject. Als de asielstatushouders een uitkering ontvangen op grond van de Participatiewet is de gemeente verantwoordelijk voor de reintegratie op grond van deze wet. Bijna alle asielstatushouders die gehuisvest worden in de gemeente doen in eerste instantie een beroep op de Participatiewet en ontvangen dus een uitkering.
Voor gezins- en overige migranten is de gemeente binnen het huidige stelsel alleen verantwoordelijk voor het aanbieden van een participatieverklaringstraject, de betreffende kandidaat moet dit traject zelf bekostigen. De afgelopen jaren zijn er op landelijk niveau diverse knelpunten geconstateerd binnen het huidige stelsel. Het slagingspercentage voor het inburgeringsexamen onder het huidige stelsel is laag. Ook zijn er veel malafide organisaties die inburgeringstrajecten aanbieden. Daarnaast is geconstateerd dat de schuldenproblematiek onder statushouders toeneemt. De participatie in de samenleving blijft achter en de stap naar betaald werk zou sneller gezet moeten worden, zodat de statushouders zelf in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Wet inburgering januari 2022 Om de knelpunten in de huidige wetgeving op te lossen is de nieuwe Wet inburgering 2021 ontwikkelt. De beoogde inwerkingtreding van deze wet was in eerste instantie gepland op 1 januari 2020. Dit is een aantal maal uitgesteld en nu is de beoogde inwerkingtreding 1 januari 2022. In deze beleidsnota Veranderopgave Inburgering (VOI) worden de kaders geschetst waarbinnen de drie OWO- gemeenten de nieuwe Wet inburgering 2021 per 1 januari 2022 willen uitvoeren. Deze wet zorgt ervoor dat gemeenten regie krijgen over de voortgang van de inburgering.
Colleges krijgen er diverse taken bij: zij bieden een passend aanbod aan leerroutes, nemen brede intakes af, stellen een persoonlijk inburgeringsplan op, gaan financieel ontzorgen en monitoren de voortgang van de inburgering. De OWO-gemeenten bereiden gezamenlijk de nieuwe wet voor. Daarbij wordt zoveel mogelijk een gezamenlijke koers gevaren. Het bundelen van krachten biedt de beste garantie voor een integraal aanbod aan de statushouder. De OWO-gemeenten hebben beleidsuitgangspunten geformuleerd op basis waarvan de inrichting van het traject rondom de nieuwe wet inburgering kan worden vormgegeven. Bijvoorbeeld regionale en subregionale uitvoering in combinatie met lokale activiteiten, de inzet van professionals en vrijwilligers en intensieve samenwerking met ondernemers uit de OWO-gemeenten.
2
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
1. Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor de asielstatushouder vanaf het moment dat deze een verblijfsvergunning krijgt en gekoppeld wordt aan de gemeente, maar nog in het AZC (Asielzoekers Centrum) verblijft. Het college dient een brede intake af te nemen op het AZC. Op basis van de uitkomsten van een leerbaarheidstoets, die door een onafhankelijke organisatie wordt afgenomen, moet een leerroute voor een inburgeringstraject worden gekozen en aangeboden. De uitkomsten van de brede intake, de gekozen leerroute, de modules KNM (Kennis Nederlandse Maatschappij), MAP (Module Arbeidsmarkt en Participatie), het Participatieverklaringstraject en de doelen op grond van de Participatiewet moeten samen komen in een PIP (Persoonlijk plan inburgering en participatie). Dit moet vervolgens gemonitord worden door middel van voortgangsgesprekken. Vanaf het moment dat de asielstatushouder gehuisvest is in de gemeente moet de asielstatushouder een half jaar lang financieel ontzorgd worden. Dat wil zeggen dat de gemeente een half jaar lang alle vaste lasten betaalt (huur, gas, licht, water en verzekeringen). In die periode moet er met de statushouder gewerkt worden aan het financieel zelfredzaam worden. Tevens moet er vanaf het moment van huisvesting maatschappelijke begeleiding aangeboden worden.
Gezins- en overige migranten zijn mensen die naar Nederland reizen voor gezinsvorming of gezinshereniging, bijvoorbeeld nareizigers of mensen zonder de Nederlandse nationaliteit die naar Nederland te reizen om met iemand met de Nederlandse nationaliteit een gezin te vormen. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor deze groep bestaat uit het opstellen van een PIP en vervolgens begeleiding bij het inburgeringtraject en het aanbieden van de modules MAP en PVT. De gezins- en overige migranten zijn zelf verantwoordelijk voor de bekostiging van het inburgeringstraject. Zij kunnen daarvoor, evenals in het huidige stelsel, een lening afsluiten bij DUO. In onderstaand schema staat weergegeven welke taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de doelgroepen de gemeente heeft vanaf 1 januari 2022. Aanbod
Asielstatushouders
Gezins- en overige migranten
Maatschappelijke begeleiding Financiële ontzorging Begeleiding bij inburgering (intake, PIP, advies , voortgangsgesprekken) Alfabetisering (voor zover opgenomen in het PIP) Eén van de 3 leerroutes, incl KNM MAP PVT In het PIP opgenomen afspraken over aanbod voor (andere) participatiecomponenten
X X X
X
X X X X X
X X X
Figuur 1.1 – Taken en verantwoordelijkheden ten aanzien doelgroepen vanaf 1 januari 2022
Tot 2011 bestond er een inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers. Die is afgeschaft omdat de plicht in strijd was met Europese wet- en regelgeving. Op verzoek van de Tweede Kamer heeft het kabinet onderzocht of de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers opnieuw kan worden ingevoerd. Inmiddels blijkt de interpretatie van de regelgeving te zijn veranderd. Daarom heeft het kabinet besloten dat Turkse asielstatushouders, hun nareizigers en hun gezinsleden (vluchtelingen) per 1 mei 2020 verplicht zijn om in te burgeren. Met ingang van de nieuwe Wet inburgering worden ook Turkse gezinsmigranten en overige migranten (niet zijnde vluchtelingen) inburgeringsplichtig. Zij hebben daardoor straks dezelfde verplichtingen als migranten uit bijvoorbeeld Marokko, Zuid-Afrika of India.
3
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten Vanuit de laatste evaluatie van de huidige wet (juni 2018) zijn aanbevelingen gedaan om de verschillende eisen die aan de inburgering worden gesteld in de huidige Wet inburgering, de Vreemdelingenwet 2000 en de Rijkswet op het Nederlanderschap weg te nemen. In juli 2018 zijn de hoofdlijnen van het nieuwe inburgeringstelsel geschetst. Hoewel Divosa en VNG betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de wet en ze het eens zijn met de hoofdlijnen, zijn er ook zorgen. Allereerst zijn er zorgen over het budget wat te krap zou zijn berekend. Daarbij menen ze dat de regie die de gemeente krijgt te klein is en er te weinig ruimte is voor maatwerk. Ook ligt een deel van de handhaving bij het DUO wat handhaving complex zou maken. We delen deze zorgen. De praktijk moet uitwijzen in hoeverre we er ook daadwerkelijk last van hebben in de uitvoering.
2. Visie, ambitie en doelstellingen 2.1 Visie Het nieuwe inburgeringsstelsel beoogt, nadrukkelijk samen met andere wetgeving binnen het sociaal domein, in het bijzonder de Participatiewet, een bijdrage te leveren aan het maatschappelijk doel van inburgering: alle inburgeringsplichtigen doen snel en volwaardig mee in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. Volwaardig en zelfredzaam meedoen in de samenleving vraagt kennis van de Nederlandse taal en (lokale)cultuur, vraagt om te participeren door onderwijs of (vrijwilligers)werk, en om mee te doen met sport- en/of culturele activiteiten. Maar integratie vindt breder plaats. In de buurt waar iemand komt wonen, met het sociale netwerk wat opgebouwd moet worden, op de school van de kinderen, als het gaat over levensbeschouwing, maar ook over gezondheid bijvoorbeeld bij het kunnen vinden van een consultatiebureau, huisarts en tandarts. We vinden het belangrijk om daarbij ook oog te hebben voor de mens achter de statushouder, iemand die over het algemeen een erg vervelende, mogelijk traumatische, tijd achter de rug heeft en daardoor met een flinke mentale bagage naar onze gemeente komt.
2.2 Ambitie Vanuit de doelstelling uit de Wet inburgering 2021 en bovengenoemde visie, hebben wij de volgende ambitie: Statushouders doen snel en volwaardig mee, waar mogelijk via betaald werk. Dit vereist een aanpak van de gemeente dat een tijdige start en snelheid van de inburgering borgt, dat uitgaat van maatwerk en dualiteit (zo snel mogelijk naar werk en zo snel mogelijk de taal leren) en bovendien kwaliteit garandeert. Om deze ambitie vorm te geven hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. De integrale inburgeringstrajecten krijgen vorm in de door de wet genoemde kernwoorden: tijdigheid, snelheid, maatwerk, dualiteit en kwaliteit . 2. We streven er naar om de beleidskeuzes zodanig te maken dat ze passen binnen het door het Rijk toegezegde budget. 3. Voor een kwalitatief goed taalaanbod wordt zoveel mogelijk samengewerkt met de gemeenten die participeren in de arbeidsmarktregio Friesland. 4. We werken lokaal of met lokale partijen daar waar mogelijk. 5. Voor de uitwisseling van kennis en best practices op het gebied van onder andere beleid en case management wordt binnen de OWO-gemeenten samengewerkt. 6. Maatschappelijke organisaties en werkgevers zijn belangrijke partners om het nieuwe inburgeringsstelsel tot een succes te maken.
4
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten 7. We maken gebruik van de kennis van ervaringsdeskundigen om tot passende inburgeringstrajecten te komen. 8. Daar waar mogelijk starten we het inburgeringstraject vanuit het AZC zodra de statushouder aan onze gemeente is gekoppeld. • We bieden maatwerk • We bieden intensieve begeleiding • De begeleiding/regie voering is gericht op het zo spoedig mogelijk (economisch) zelfredzaam maken van de statushouder
2.3 (Lokale) doelstellingen De Wet inburgering 2021 bevat een specifiek beleidsdoel: inburgeringsplichtigen bereiken het voor hen hoogst haalbare taalniveau (bij voorkeur B1) en kennis van de Nederlandse Maatschappij, in combinatie met gerichte inspanningen op participeren naar vermogen, vanaf de start van het inburgeringstraject. Het is aan het college om deze doelstelling te realiseren. De aansluiting met verwante beleidsterreinen is dan ook van groot belang. Praktische uitwerking van de doelstellingen: 1. De statushouder moet zo snel mogelijk kunnen beginnen met inburgering, ook wanneer hij/zij nog in het AZC verblijft. Dit vraagt om maatwerk en flexibiliteit. Hierbij is echter ook oog voor met de persoonlijke omstandigheden (bv traumatische ervaringen, (mentale) gezondheid). Er moet ruimte zijn voor maatwerk in uitzonderlijke gevallen. 2. De statushouder start met een inburgeringstraject dat aansluit bij zijn/haar capaciteiten. Hierbij onderscheiden we 3 leerroutes; de onderwijsroute, de B1-route en de Z-route. 3. De inburgering betreft zowel het leren van de taal als participatie in de samenleving met als doel het zo zelfstandig mogelijk functioneren in de maatschappij. 4. De inburgeringstrajecten worden zo dichtbij mogelijk, qua afstand, georganiseerd. Hierbij moet gekeken worden naar wat praktisch (volume) mogelijk is. 5.
De statushouder wordt voor minimaal 6 maanden financieel ontzorgt. Dit betekent dat vaste lasten zoals huur, gas, water, licht en verzekeringen voor hen betaald worden en dat zij zelf alleen leefgeld ontvangen. Gedurende die 6 maanden worden statushouders financieel zelfredzaam gemaakt. Indien nodig kan dit nog voortgezet worden. 6. Er wordt actief gewerkt aan het opbouwen van een sociaal netwerk in de gemeente en integratie in de eigen buurt of wijk. 7. De statushouder wordt het eerstejaar wanneer hij/zij woonachtig is in de gemeente intensief begeleidt vanuit gemeente en de partners in het welzijnswerk naar de mate van zelfredzaamheid die voor hem/haar haalbaar is.
2.4 Resultaten De inburgeringsplicht bestaat uit: • het afronden van het participatieverklaringstraject (PVT); • het afronden van de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP); • het behalen van het inburgeringsexamen (reguliere route/B1), het afronden van het taalschakeltraject (onderwijsroute) of het afronden van het traject vanuit de zelfredzaamheidsroute. De inburgeraar blijft in principe zelf verantwoordelijk voor het behalen van het inburgeringsexamen. Daarbij wordt het vereiste taalniveau bij het inburgeringsexamen verhoogd van A2 naar B1. Dit hogere taalniveau is nodig om een zo goed mogelijke positie op de arbeidsmarkt te krijgen.
5
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Aantallen/doelgroep De grootte van de groep mensen die valt onder de Wet inburgering kan jaarlijks fluctueren. Het aantal asielstatushouders is afhankelijk van de jaarlijks vastgestelde taakstelling vanuit het Rijk. Deze kan toenemen op het moment dat zich ergens in de wereld een humanitaire ramp voordoet en grote groepen mensen hun vaderland ontvluchten. De instroom onder deze groep is op korte termijn enigszins te voorspellen op basis van deze taakstelling. De andere groep, gezins- en overige migranten, is niet te voorspellen. De verantwoordelijkheden voor deze groep zijn echter ook minder dan ten opzichte van de asielstatushouders. Hieronder is in beeld gebracht hoeveel asielstatushouders de gemeenten het afgelopen jaar heeft moeten huisvesten conform de taakstelling. Nb. Het aantal statushouders dat wordt weergegeven in onderstaande tabel bestaat uit volwassenen. Voor kinderen geldt dat zij worden meegerekend bij het behalen van de huisvestingstaakstelling, maar zij vallen echter niet onder het inburgeringstraject. Zij dienen de taal en kennis van de Nederlandse maatschappij te leren via het reguliere onderwijs. In de voorbereiding op de nieuwe wet gaat het Rijk ervan uit dat ongeveer 70% van de taakstelling volwassenen betreft.
Opsterland Weststellingwerf Ooststellingwerf
2021 28 26 26
2022 24 21 21
Figuur 2.1 – Taakstelling volwassen asielstatushouders
De taakstelling voor 2021 was aanzienlijk hoger dan de taakstelling van de afgelopen jaren. De reden hiervoor is dat de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een achterstand (hoopt) weg te werken in 2021. De taakstelling van 2022 zal lager uitvallen dan in 2021. De verwachting is dat gedurende de periode 2022 – 2025 het aantal statushouders kan stijgen, gezien de wereldwijde ontwikkelingen.
3. Taken binnen de Wet inburgering In onderstaande worden de onderdelen beschreven waar de gemeente voor verantwoordelijk is en hoe hier invulling aan wordt gegeven: Brede Intake op het AZC De brede intake is een verplicht onderdeel binnen de Wet inburgering en wordt afgenomen door de gemeente. Bij asielstatushouders kan gestart worden met de brede intake zodra de betreffende statushouder aan de gemeente is gekoppeld. Wanneer een statushouder nog in het AZC verblijft en het is haalbaar, dan wordt de brede intake op het AZC afgenomen. Bij gezins- en overige migranten gebeurt dit nadat de statushouder zich heeft ingeschreven in de gemeente. Doormiddel van de brede intake wordt een beeld gevormd van de startpositie en de ontwikkelmogelijkheden van de statushouder. Tevens wordt de leerbaarheidstoets worden afgenomen. Door al in het AZC te beginnen met de brede intake door de gemeente, wordt de tijd in het AZC zo effectief mogelijk benut. De statushouder kan dan indien mogelijk al vanuit het AZC starten met het inburgeringstraject of anders kort na huisvesting in de gemeente. Op basis van de tot op heden opgedane ervaring en het gegeven dat de wachttijd voor een woning in de OWO-gemeenten op kan lopen tot een jaar zetten we in op het uitvoeren van de brede intake op het AZC.
6
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten Persoonlijk plan inburgering en participatie (PIP) Het college is verantwoordelijk voor het opstellen van het PIP, zoveel als mogelijk in afstemming met de statushouder. De brede intake is basis voor het plan. Het PIP bestaat uit maatwerk. De einddoelen van de inburgering worden in dit plan opgenomen en de gekozen leerroute. Het PIP heeft de status van een beschikking en is dus niet vrijblijvend voor de kandidaat en ook niet voor de gemeente. Besluiten in het kader van de Participatiewet worden indien van toepassing bijgevoegd aan het PIP. Als er op een later moment een beroep wordt gedaan op de Participatiewet dan wordt dit alsnog toegevoegd. Het PIP moet opgesteld worden voor asielstatushouders en gezins- en overige migranten. Uiterlijk 10 weken nadat de statushouder is ingeschreven in de gemeente moet het PIP zijn vastgesteld. Begeleiding/regievoering door de gemeente Het college is verantwoordelijk voor het bieden van begeleiding aan de statushouders en het voeren van regie op het te volgen inburgeringstraject. Uitgangspunt bij de begeleiding is dat we maatwerk bieden en toe werken naar zo spoedig mogelijke zelfredzaamheid. Bij de statushouder die ook een beroep doet op een uitkering op grond van de Participatiewet is de begeleiding naar economische zelfstandigheid een extra aandachtpunt.
De begeleiding van de statushouders zal worden uitgevoerd door consulenten die ervaring hebben met deze doelgroep en kennis hebben van de Wet inburgering en/of ervaringsdeskundige zijn. De consulent statushouders is verantwoordelijk voor de afstemming met de diverse partijen die betrokken zijn met de statushouders en voor de tijdige inzet van de diverse onderdelen van het inburgeringstraject. Module Arbeid en Participatie (MAP) Het college is verantwoordelijk het aanbieden van een passende Module Arbeid en Participatie aan alle inburgeringsplichten, dus ook aan de gezins- en overige migranten. Er moet zorggedragen worden voor de inhoud, de invulling en ook voor de bekostiging van deze module. Er moet rekening worden gehouden met de capaciteiten, persoonlijke wensen en ontwikkelmogelijkheden van de statushouder. De afspraken hieromtrent moeten worden opgenomen worden in het PIP. De statushouders heeft drie jaar de tijd om de MAP succesvol af te ronden. Tijdens een verplicht eindgesprek wordt beoordeeld of voldaan is aan de doelstelling van de MAP en de gestelde urennorm. Statushouders die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van het volgen van deze module, aangezien dit onderdeel in de onderwijsroute wordt vervangen door het onderdeel studieloopbaanbegeleiding.
De module moet een praktijkcomponent bevatten van tenminste 40 uur waarbij aandacht is voor de volgende thema’s; beroepsoriëntatie, werknemerscompetenties, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepskansen verwerven, netwerk opbouwen, werk vinden en werkcultuur. Er dient verbinding te worden gelegd tussen theorie en praktijk, dus de gemeente moet de MAP uit laten voeren door een organisatie die ervaring heeft met arbeidsmarkttoeleiding van statushouders. Ook moet er verbinding worden gelegd met de uitvoering van de Participatiewet. Participatieverklaringstraject Het college is evenals in de huidige situatie verantwoordelijk voor het aanbieden en bekostigen van een Participatieverklaringstraject voor asielgerechtigde statushouders. In de nieuwe situatie moet de gemeente dit ook aanbieden aan en bekostigen voor gezins- en overige migranten. Het PVT moet binnen drie jaar worden afgerond. Het PVT bestaat uit twee verplichte onderdelen, te weten; een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en het ondertekenen van de Participatieverklaring. Het programma moet minimaal 12 uur in beslag nemen en moet minimaal één activiteit of excursie bevatten waarin de aandacht uitgaat naar een kernwaarde van de Nederlandse
7
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten samenleving plus de praktische vertaling hiervan. Het PVT wordt afgesloten met de ondertekening van de participatieverklaring, voorafgaand moet de gemeente beoordelen of voldaan is aan de gestelde urennorm en of er voldoende kennis is opgedaan over de Nederlandse kernwaarden. We houden bij de omvang van de PVT rekening met de persoonlijke mogelijkheden van de statushouder. Mocht een statushouder bijvoorbeeld meer uren nodig hebben om de PVT succesvol af te kunnen ronden, dan passen we hier maatwerk voor toe. Ontzorgen en financieel zelfredzaam maken Gedurende zes maanden nadat een asielstatushouder gevestigd is in de gemeente, is het college verantwoordelijk voor het financieel ontzorgen van de asielstatushouder. Dit houdt in dat alle vaste lasten vanuit de bijstandsuitkering moeten worden betaald. Het bedrag dat over blijft is dan vrij besteedbaar door de statushouder. Deze verplichting is in de wet opgenomen omdat het systeem van toeslagen e.d. complex is. Hierdoor zijn op landelijk niveau in het verleden vaak schulden ontstaan. Door de statushouder een half jaar financieel te ontzorgen kan de focus liggen op het inburgeringstraject en het integreren in lokale samenleving.
Vanwege het genoemde risico op schuldenproblematiek ten aanzien van de diverse toeslagen die onze statushouders kunnen aanvragen, besteden we hier tijdens deze periode van financieel ontzorgen extra aandacht aan. Gedurende het financieel ontzorgen wordt er al wel aandacht besteed aan het financieel zelfredzaam worden. Er wordt bijvoorbeeld al uitleg gegeven over de verschillende systemen en verplichtingen in Nederland. Na een half jaar zal een warme overdracht plaats vinden en zal het verder toewerken naar financiële zelfredzaamheid onderdeel zijn van de maatschappelijke begeleiding. In de gemeente Opsterland wordt aan de statushouders (naast het financieel ontzorgen en zelfredzaam maken) via het Geldloket gedurende de hele periode van de inburgering en daarna de mogelijkheid om vrijblijvend in gesprek te gaan over hun financiën en hier advies over te krijgen. Maatschappelijke Begeleiding Nadat een asielstatushouder gehuisvest is in de gemeente is er de verplichting om maatschappelijke begeleiding aan te bieden. De maatschappelijke begeleiding is gericht op de ondersteuning bij praktische zaken nadat de sleuteloverdracht van de woning heeft plaats gevonden, maar ook het vergroten van de kennis over hoe de Nederlandse samenleving is georganiseerd, het inzicht geven in de faciliteiten binnen de woonplaats en het ondersteunen bij het opbouwen van een netwerk.
De maatschappelijke begeleiding wordt binnen de drie OWO-gemeenten op verschillende manieren uitgevoerd. Hierbij is de lokale invulling en de samenwerking met vrijwilligers van belang.
8
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
3.1 Leerroutes: Binnen de nieuw Wet inburgering worden drie leerroutes onderscheiden die aansluiten bij de capaciteiten en de mogelijkheden van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige moet deze leerroute, samen met het PVT (Participatieverklaringstraject) en de MAP (Module Arbeid en Participatie), volgen en afronden. Binnen de Wet inburgering zijn de volgende leerroutes omschreven: De B1-route Deze route is erop gericht dat men de Nederlandse taal als tweede taal beheerst op B1 niveau (dit is eenvoudig Nederlands wat het grootste deel van de bevolking begrijpt, leest en schrijft) en dit niveau zo snel en effectief mogelijk bereikt. Dit gebeurt door een combinatie van inburgering en participatie: het leren van de taal in combinatie met werk of andere activiteiten gericht op het meedoen in de samenleving. Naar verwachting van de overheid zullen de meeste inburgeringsplichtigen de B1 route gaan volgen. Er wordt vanuit de wet geen minimaal of maximaal aantal uren onderwijs gekoppeld aan deze route, maar er is ruimte voor maatwerk. De inkoop van deze twee componenten, taalonderwijs en participatie-activiteiten, verschilt van elkaar. Voor de inkoop van taalonderwijs haken we aan bij de regio die door middel van een aanbesteding het taalonderwijs inkoopt.
De participatie-activiteiten willen we liefst zoveel mogelijk lokaal wegzetten zodat de inburgeringsplichtige direct ook lokaal wegwijs gemaakt wordt en daadwerkelijk kan participeren in de samenleving waar hij/zij woont. Het moet nog blijken of dit ook praktisch mogelijk blijkt. Onderwijsroute De Onderwijsroute bestaat uit een taalschakeltraject, waarin de inburgeringsplichtige niet alleen de Nederlandse taal leert op minimaal niveau B1, maar tegelijkertijd zo goed mogelijk wordt voorbereid op de instroom in het Nederlands middelbaar of hoger beroepsonderwijs (MBO of HBO) of wetenschappelijk onderwijs (WO). Met het succesvol afronden van het taalschakeltraject en het PVT hebben inburgeringsplichtigen die deze route volgen, voldaan aan de inburgeringsplicht en beschikken zij niet alleen over voldoende kennis van de Nederlandse taal, samenleving en arbeidsmarkt, maar ook over voldoende overige (studie)vaardigheden om met succes een Nederlandse opleiding te gaan volgen. Deze groep komt dan ook in aanmerking voor studiefinanciering ten behoeve van hun vervolgopleiding, mits zij vóór hun 30-ste verjaardag instromen in de vervolgopleiding. De Onderwijsroute is een intensieve route van ongeveer anderhalf jaar, dus de inburgeringsplichtige moet goed gemotiveerd zijn.
Het traject bestaat uit een voltijds opleiding die vergelijkbaar is met Nederlands onderwijs waarbij aandacht is voor het leren van de Nederlandse taal (1000 uur), maar ook voor andere vakken, vaardigheden en competenties (500 uur). Om te waarborgen dat de taalschakeltrajecten goed aansluiten bij de beoogde vervolgopleidingen én de kwaliteit van de taalschakeltrajecten van hoog niveau zal zijn, is het voorstel om hiervoor aan te sluiten bij de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs). Hierdoor is het voor de cursusinstelling mogelijk om diploma-erkenning voor het taalschakeltraject aan te vragen en te krijgen, wat een vereiste is voor deze trajecten. Dit diploma alleen is niet voldoende voor om door te stromen naar een beroeps- of wetenschappelijke opleiding, maar in combinatie met opleidingen en/of werkervaring in het land van herkomst, zou het mogelijk moeten zijn om toegang tot vervolgonderwijs zoveel mogelijk te borgen. Mocht echter blijken dat de Onderwijsroute toch te hoog gegrepen is, dan moet de inburgeringsplichtige switchen van leerroute.
9
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten Z (zelfredzaamheids) route Een deel van de inburgeringsplichtigen heeft voor hun komst naar Nederland in het land van herkomst niet of nauwelijks een opleiding genoten, heeft een lage leerbaarheid en/of is analfabeet. Deze route is erop gericht om te komen tot zelfredzaamheid en meedoen in de Nederlandse samenleving. De Zroute bestaat uit minimaal 800 uur voor het leren van de Nederlandse taal en KNM waarbij het streefniveau minimaal A1 is op de vier taalonderdelen (lezen, luisteren, spreken en schrijven). Daarnaast omvat de Z-route 800 uur activering en participatie en de overige onderdelen van de inburgeringsplicht (PVT en MAP). Dit is maatwerk en moet worden afgestemd op de capaciteiten en behoefte van de inburgeringsplichtige. Het traject wordt door gemeenten samen met diverse partners vormgegeven, zoals taalscholen, taalvrijwilligers en werkgevers. De Z-route kent geen examenverplichting, maar daarvoor in de plaats vindt er een eindgesprek plaats om te bepalen of aan de inburgeringsplicht is voldaan. Indien een inburgeringsplichtige in staat wordt geacht één of meerdere onderdelen op A1 of A2 niveau te behalen, wordt gevraagd om deze onderdelen lokaal te laten examineren. Het invullen van de Z-route wordt, net als bij de B1 route opgesplitst in een taal- en een participatiecomponent.
Voor de taalcomponent sluiten we aan bij de regionale aanbesteding, opnieuw vanwege het te kleine volume om hiervoor zelfstandig iets in te kopen. De participatiecomponent van de leerroute wordt nog nader uitgewerkt. Hiervoor wordt gezocht naar een, voor de statushouder, praktische invulling waarbij zoveel mogelijk aandacht is voor het individu. Gezins- en overige migranten en de verschillende leerroutes De gezins- en overige migranten ontvangen geen uitkering van de gemeente op grond van de Participatiewet. De verantwoordelijkheid van het college voor deze groep bestaat uit het opstellen van een PIP en vervolgens begeleiding bij het inburgeringtraject en het aanbieden van de modules MAP en PVT. De gezins- en overige migranten zijn zelf verantwoordelijk voor de bekostiging van het inburgeringstraject. Zij kunnen daarvoor, evenals in het huidige stelsel, een lening afsluiten bij DUO.
3.2 Handhaving Het college heeft in het kader van de Wet inburgering de regie gekregen over de uitvoering van de Wet inburgering en daarmee de verantwoordelijkheid om toe te zien op de voortgang van het inburgeringstraject. Daarom heeft het college gedurende het inburgeringstraject de regie over de handhaving en kan gedurende het traject een bestuurlijke boete opleggen, als er sprake is van verwijtbaar niet meewerken aan het inburgeringstraject. Bij een asielstatushouder kan het college ook een boete opleggen als de statushouder zonder goede reden (langdurig of regelmatig) niet verschijnt bij de inburgeringslessen. Bij gezins- en overige migranten beschikt het college niet over deze mogelijkheid aangezien zij zelf bepalen welk inburgeringstraject zij volgen en dit ook zelf moeten bekostigen. De hoogte van de bestuurlijke boetes zijn vastgelegd in het Besluit Inburgering 2021. Naast de verantwoordelijkheid voor het inburgeringstraject is er ook een verantwoordelijkheid voor de handhaving van de inburgeringsplicht. Dit is een andere verantwoordelijkheid dan die voor het inburgeringstraject en betreft de verantwoordelijkheid om vast te stellen wie inburgeringsplichtig is, het vaststellen van de inburgeringstermijnen, de verlenging daarvan en de handhaving van de inburgeringsplicht aan het einde van het inburgeringstraject.
DUO voert deze taken in het huidige stelsel uit en zal dit ook onder de nieuwe stelsel blijven doen. Door al deze taken door één centrale organisatie te laten uitvoeren, wordt gewaarborgd dat dit voor alle inburgeringsplichtigen zoveel
10
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten mogelijk op uniforme wijze gebeurt. De hoogte van de boetes die gegeven kunnen worden door het DUO zijn vastgelegd in de Regeling Inburgering 2021.
3.3 Regionale samenwerking Het ministerie heeft Divosa de opdracht gegeven om regiocoördinatoren aan te stellen gekoppeld aan de arbeidsmarktregio’s om gemeenten te ondersteunen bij de implementatie van de Wet inburgering. Binnen de arbeidsmarktregio Friesland waar de OWO-gemeenten toe behoren wordt onder begeleiding van deze coördinator gezamenlijk gewerkt aan de inkoop van inburgeringstrajecten. Gemeenten van de arbeidsmarktregio Friesland hebben via een aanbesteding van leerroutes voor de nieuwe wet inburgering een deel van de taken voor de nieuwe wet inburgering aanbesteed. Het gaat hierbij om de gehele Onderwijsroute, en daarnaast het taalonderwijs van de B1-route en de Z-route. De aanbestedingsopdracht is ook als zodanig verdeeld in 2 percelen. Deze opdracht is verdeeld in twee percelen. Perceel 1 bevat het taaldeel in de B1-route en Z-route. Deel twee bevat de Onderwijsroute. Dit betreft een gezamenlijke aanbesteding van de 14 Friese gemeenten.
11
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
4. Financieel kader De gemeente ontvangt vanaf 2021 een structureel budget voor de financiering van de kosten van inburgeringsvoorzieningen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht en voor de kosten die verband houden met de uitvoering van deze wet. Het budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen zal aan de gemeente worden uitgekeerd door middel van een specifieke uitkering. Dit budget moet worden besteed aan voorzieningen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht, te weten de verschillende leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het Participatieverklaringstraject en de MAP. Dit budget zal jaarlijks worden bijgesteld op basis van actuele ramingsinformatie. Dit betekent dat na afloop van het uitvoeringsjaar het totaal beschikbaar budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen zal worden aangepast op basis van de gerealiseerde volumes inburgeringsplichtigen. Hiermee sluit het budget aan bij de daadwerkelijke inburgeringsopgave van de gemeente. Dit betekent echter niet dat de kosten aansluiten bij het ontvangen rijksbudget. Voor de kosten die verband houden met de uitvoering van de wet ontvangt de gemeente een uitkering via het gemeentefonds. Hierbij gaat het om kosten die verband houden met de brede intake, het PIP, het financieel ontzorgen en het financieel zelfredzaam maken en de overige uitvoeringskosten.
4.1 Financiële stromen nieuwe Wet inburgering 2022 Zoals hierboven beschreven zijn er 2 financiële stromen voor de bekostiging van de wet. Deze 2 stromen worden hieronder uitgelegd: Het budget bedoelt voor de uitvoeringskosten: • Ontvangsten via gemeentefonds; hier zijn geen voorwaarden aan verbonden en hoeft geen aparte verantwoording over te worden afgelegd. In theorie kan de gemeente deze middelen ook aan andere zaken besteden. • Dit budget is bedoeld voor de uitvoering van: o De brede intake en het PIP o De voortgangsgesprekken en handhaving o Het onderdeel ontzorgen en het realiseren van financiële zelfredzaamheid. o Het inkoopproces van leerroutes en trajecten o Beleid en ondersteunende processen • Het budget is opgebouwd op basis van een bedrag per statushouder: 4100 euro per asielmigrant en 2700 euro voor een migrant die valt onder de groep ‘gezins- en overige migranten’. • De bedragen worden uitgekeerd over 2 jaar. • De bedragen zijn exclusief BTW.
12
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten Voor de komende jaren zijn de volgende bedragen geraamd: Jaar
2022
2023
2024
Opsterland
€
82.841
€ 91.135
€ 91.135
Weststellingwerf
€ 73.549
€ 80.913
€ 80.913
Ooststellingwerf
€
€ 78.034
€ 78.034
70.932
Figuur 4.1 - Geraamde budget uitvoeringskosten
Het budget bedoeld voor de inburgeringsvoorzieningen • Dit betreft een specifieke uitkering (SPUK); de besteding is gebonden aan voorwaarden en dient via de SISA methode verantwoord te worden. • Dit budget is bedoeld voor de bekostiging van: o De leerroutes (taal- en participatietraject) o MAP o De maatschappelijke begeleiding van de statushouder o Participatie VerklaringsTraject (PVT) o Tolkvoorziening •
• • •
• • •
Het Rijk heeft berekend dat bovengenoemde onderdelen gemiddeld € 12.172 per asielmigrant zullen kosten. Voor een migrant uit de categorie ‘gezins- en overige migrant’ worden de kosten op gemiddeld € 589 per persoon gerekend. Deze bedrage worden in de loop van 3 jaar ontvangen. De bedragen zijn exclusief BTW. Dit budget beweegt mee met volumes van daadwerkelijke aantallen: er is een voorlopige vaststelling op basis van een volumeprognose. De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van werkelijke volumes. Het peilmoment van de realisaties is 31 december. Bij een verhuizing gaan de middelen van dat jaar naar de nieuwe gemeente. De reguliere momenten voor bekendmaking zijn: voorlopige vaststelling september (t-1), definitieve vaststelling mei/juni (t+1). Het bedrag per statushouder is gebaseerd op de volgende onderverdeling:
1. Leerroutes 2. MAP 3. Maatschappelijke begeleiding 4. PVT 5. Tolkvoorziening
Asielmigranten € 10.000 € 136 € 1.944 € 216 € 417
Gezins- en overige migranten € 195 € 216 € 179
Figuur 4.2 – Inschatting Rijk kosten onderdelen NWI
NB dit is een inschatting van het Rijk. De daadwerkelijke kosten kunnen verschillen van bovenstaande tabel.
13
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten Het budget bedoeld voor de incidentele invoeringskosten: • Het budget is opgenomen als eenmalige uitkering in de meicirculaire van 2020. • Het is een Integratieuitkering in het gemeentefonds • Het budget is bedoeld voor: o De inrichting van beleid en processen o De inrichten van de benodigde communicatie o Het werven en opleiden van medewerkers Aandachtspunten: - Er is de mogelijkheid om niet-bestede middelen tot 100% van de uitkering mee te nemen naar het volgende jaar. - Ook is er sprake van het doorschuiven van de lasten: indien men meer uitgeeft dan er aan budget beschikbaar is, zal dat ten laste worden gebracht van het budget in het jaar er na. De OWO-gemeenten hebben in 2021 een bedrag ontvangen als budget voor incidentele invoeringskosten. Het gaat hierbij om € 28.106,00 in Opsterland, € 24.496,00 in Weststellingwerf en € 24.075,00 in Ooststellingwerf.
4.2 Prestatiebekostiging Het budget voor de financiering van de inburgeringsvoorzieningen is gedeeltelijk een prestatiefinanciering. Echter hiervoor is het nodig om eerst een aantal jaren zicht te krijgen op de resultaten die behaald worden. De eerste representatieve prestatiemetingen worden verwacht na twee of drie jaar. De verwachting is dat de prestatiebekostiging bij het budget vanaf 2024 een rol gaat spelen.
5. Risico’s De nieuwe Wet inburgering kent naast de mooie kansen die het de statushouder zal bieden om sneller en beter in te burgeren, ook risico’s voor de OWO-gemeenten. We benoemen hier de belangrijkste risico’s. 1. Volume Vanwege het geringe aantal statushouders die aan de OWO-gemeenten gekoppeld worden jaarlijks, zijn de aantallen om een taal- en participatietraject mee te vullen dus ook klein. Het is niet haalbaar om voor 3 of 4 mensen op jaarbasis lokaal de Z-route in te vullen, terwijl je dat het liefste wel zou willen en dan ook nog op basis van maatwerk. Dit is niet realistisch en dus varen we mee op de regionale aanbesteding voor in ieder geval het taalonderwijs. Dit betekent minder invloed en minder maatwerk, maar wel aanbod en plek wanneer een statushouder in onze gemeente komt wonen. De kans dat deze situatie zich voordoet, beperkingen ten gevolge van volume, is vrij groot. Voor de taalcomponent is dat zoveel mogelijk ‘gedekt’ door deel te nemen aan de regionale aanbesteding. Voor de participatiecomponent speelt dit risico een grotere rol. 2. Financiële middelen leerroutes Gemiddeld is er zo’n €10.000 per leerroute beschikbaar. En aan de leerroutes worden eisen gesteld in termen van bijvoorbeeld uren onderwijs en participatie. Zo vraagt men in de Z-route om 800 uur taalonderwijs en 800 uur participatie.
Omgerekend betekent dit dat er per statushouder €6,25/ uur beschikbaar is voor onderwijs en participatie. Dit hoeft geen probleem te zijn wanneer de volumes groot zijn, maar dat ligt bij kleine gemeentes wel moeilijker.
14
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten De kans op dit risico is groot. Budgetten zijn naar verwachting krap. Daarnaast is er een prestatiebekostiging. 2 à 3 jaar na invoering van de Wet zijn de eerste resultaten zichtbaar en worden gemeenten die goede resultaten behalen financieel beloond. Maar indien een gemeente minder goede resultaten behaald, kan het ook een korting op de middelen opleveren. Daarbij wordt wel onderkend dat de gemeente niet geheel verantwoordelijk is voor een succesvol inburgeringstraject, maar de gemeente heeft wel instrumenten in handen om het traject succesvol te maken. Als kleine gemeente kan een dergelijke systematiek snel nadelig uitvallen vanwege de kleine aantallen. Verhoudingsgewijs kan dit een grotere invloed op het budget hebben wanneer de prestaties minder goed zijn. Vanuit het Rijk is een uitvoeringsbudget beschikbaar waarbij een inschatting is gemaakt van de kosten. Het is onduidelijk of dit budget toereikend is. De kans op dit risico is groot. 3. Koppeling met systemen COA / DUO De nieuw wet vraagt een goede administratie en registratie. Hiervoor is het van belang dat er uitwisseling is tussen gegevens van alle betrokken partijen. Hoe dit er uit komt te zien is tot nu toe nog onduidelijk en afhankelijk van het systeem waarmee de gemeente werkt. Als gemeente zijn we bezig met de aanschaf van een nieuw systeem.
Bij de implementatie zal aandacht zijn voor de correspondentie met ketenpartners. De kans op dit risico is groot. 4. Nieuwe taken voor de gemeente In de gemeente Opsterland wordt voor een aantal belangrijke taken uit de Wet inburgering 2021, nu al ‘in de geest’ van de nieuwe wet gewerkt. zij voeren bijvoorbeeld het financieel ontzorgen (zoals de nieuwe wet voorschrijft) sinds een aantal jaar al zelf uit. Ook wordt er sinds dit jaar al gewerkt met de Brede Intake en de PIP. Voor alle OWO-gemeenten komen er naast deze taken veel taken naar de gemeente toe die nog eerder zijn uitgevoerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het invullen en opzetten van de trajecten rondom de leerroutes. In de praktijk zullen er situaties ontstaan die niet voorzien zijn en waarbij er snel geschakeld moet worden. En dat geldt deels ook bij de ketenpartners die voor een nieuwe opdracht staan. Er zal gaandeweg nog geleerd en bijgeschaafd moeten worden waardoor het voor de statushouder misschien niet altijd even vlekkeloos verloopt zoals bedacht en gehoopt. 5. Achtergrond van de statushouder Iedereen die vlucht, doet dat met een reden. Dan kan uit economische overwegingen zijn, maar veel vaker vlucht men vanwege oorlog of onderdrukking. Je in een nieuw land vestigen waar je de taal noch de cultuur kent, vraagt veel van mensen en helemaal als de hernieuwde vestiging uit noodzaak geboren is.
Er zullen statushouders zijn die dermate getraumatiseerd zijn, dat van hen niet verwacht kan worden dat zij vol energie in een inburgeringstraject stappen en die binnen de gestelde termijn succesvol inburgeren. Hier moeten we op bedacht zijn en waar nodig, deze mensen meer ruimte te geven. De kans op dit risico is groot en moet voldoende aandacht krijgen in zowel de voorbereidingsals de uitvoeringsfase.
15
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten 6. Regionale samenwerking/inkoop Het feit dat er regionaal samengewerkt wordt en op sommige onderdelen zelfs aanbesteedt wordt, brengt (schaal) voordelen met zich mee maar zorgt er ook voor dat besluitvorming langer op zich laat wachten en dat de lokale invloed kleiner is. De kans op dit risico is groot. Het is belangrijk dat de gemeente actief betrokken is bij de regionale activiteiten en rekening houdt met de langere besluitvormingstrajecten. 7. Taakstelling laat bekend, moeilijk afspraken te maken met aanbieder De taakstelling en daarmee het beschikbare budget voor het volgende jaar wordt in oktober bekend gemaakt. Dit is vrij laat om op in te spelen door zowel gemeente als betrokken partijen. Daarbij is het ook nog de vraag of de taakstelling gehaald wordt en wanneer. Dit vraagt grote flexibiliteit van alle partijen. De kans op dit risico groot, maar met duidelijke afspraken moet hiermee om te gaan zijn.
5. Evaluatie & monitoring De nieuwe Wet inburgering 2021 geeft het college nieuwe taken en verantwoordelijkheden. Het is van belang dat de inzet van de OWO-gemeenten wordt gedurende de eerste jaren van de nieuwe wet op regelmatige basis wordt geëvalueerd. De invoering van een nieuwe wet is een leerproces, waarbij bijsturen belangrijk is. Na het eerste jaar van de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2021 zal een evaluatie worden gemaakt van de opgedane ervaringen, de behaalde resultaten en de leerpunten. Daarnaast zal gedurende de looptijd van de nieuwe Wet inburgering 2021 jaarlijks gerapporteerd worden over de behaalde resultaten binnen de OWO-gemeenten.
16
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Bijlage 1 - Lijst met begrippen en afkortingen Nieuwkomers
Definitie Wet inburgering nieuwkomers: vreemdeling die in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 en artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en die voor de eerste keer tot Nederland is toegelaten.
Oudkomers
Zie Regeling oudkomers 25 gemeenten 2005: een persoon die 18 jaar of ouder is, die buiten Nederland is geboren en behoort tot een etnische minderheidsgroep, die rechtmatig in Nederland verblijft anders dan voor een tijdelijk doel als bepaald bij of krachtens de WIN, en die niet verplicht is om op grond van de WIN een inburgeringsprogramma te volgen.
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs
KNM
Kennis Nederlandse Maatschappij
MAP
Module Arbeidsmarkt en Participatie
PVT
Participatieverklaringstraject
AZC
Asielzoekers Centrum
PIP
Persoonlijk plan inburgering en participatie
UA
Uitkeringsadministratie
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Ministerie van SZW
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
17
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Bijlage 2 - Taalniveaus Het doel van de leerroutes is onder meer om de Nederlandse taal op het hoogst haalbare niveau te behalen. De volgende niveaus worden onderscheiden: taalniveau A1 Iemand met taalniveau A1 begrijpt woorden of namen die vertrouwd zijn en heel eenvoudige korte zinnen. taalniveau A2 A2 is het niveau van iemand die het inburgeringsexamen gedaan heeft. Hij begrijpt korte eenvoudige teksten. Hij is in staat om informatie te vinden in eenvoudige teksten zoals een advertentie of een menukaart. taalniveau B1 Mensen die taalniveau B1 hebben, begrijpen teksten die voor het grootste deel uit veelgebruikte woorden bestaan. Maar ze begrijpen ook moeilijker taal, als ze daar veel mee te maken hebben. Bijvoorbeeld door hun werk of hobby. taalniveau B2 Heeft iemand taalniveau B2? Dan begrijpt hij een tekst waarin de schrijver een standpunt inneemt over een actueel onderwerp (‘de jeugd begrijpt alleen nog teksten van maximaal 140 karakters’) . Hij kan ook genieten van hedendaagse literatuur. taalniveau C1 Met taalniveau C1 kan iemand lange en complexe teksten begrijpen. Hij kan specialistische artikelen en technische instructies begrijpen, zelfs als die over een ander vakgebied gaan. Hij waardeert complexe (oudere) literatuur en het gebruik van stijlen. taalniveau C2 C2 is het taalniveau van zeer taalvaardige mensen. Ze begrijpen eigenlijk alle teksten.
Of ze nu concreet of abstract zijn, bulken van jargon of metaforen maakt daarbij niet uit.
18
Beleidsnota Nieuwe Wet Inburgering 2022-2025 OWO-gemeenten
Bijlage 3 - Verplichtingen, maximale boetes & handhaving In onderstaand schema is informatie opgenomen de verschillende verplichtingen, de maximale hoogte van de boete en de partij die verantwoordelijk is voor de handhaving.
Verplichting Inburgeringsplichtige moet (na oproep gemeente) verschijnen voor en meewerken aan de brede intake (incl. leerbaarheidstoets) Inburgersplichtige moet het PIP naleven: - Deelnemen aan voortgangsgesprekken (alle inburgeraars) - deelnemen aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT (alle inburgeraars); - Deelnemen aan inburgeringslessen (alleen asielstatushouders) Inburgeringsplichtige moet binnen drie jaar het PT afronden en de participatieverklaring ondertekenen Inburgersplichtige moet binnen drie jaar de MAP afronden Inburgersplichtige moet binnen drie jaar: - Slagen voor inburgeringsexamen (B1route); óf - Slagen voor het taalschakelproject (onderwijsroute); óf - Voldoen aan de Z-route
Maximale hoogte boete € 250 NB: in lagere regelgeving kunnen er regels worden opgesteld voor het aantal keer dat deze boete kan worden opgelegd. € 800 NB: in lagere regelgeving kunnen er regels worden opgesteld voor het aantal keer dat deze boete per jaar kan worden opgelegd.
Uitvoerende partij Gemeente
€ 340
DUO
€ 340
DUO
€ 1.000 (B1-route en Z-route) Óf € 1.340 (onderwijsroute)
DUO
19
Gemeente