Beantwoording aanvullende vragen begroting 2026 - Opsterlands Belang
Tekst van het document
Zaaknummer: 0086229974
1/4
Aan de gemeenteraad
Uw kenmerk:
Uw brief van:
Ons kenmerk:
Behandeld door:
Telefoon:
16 oktober 2025
0086229974
Gino Damen
(0512) 386 222
Onderwerp: Beantwoording aanvullende vragen begroting 2026 - OB
Bijlagen:
Beetsterzwaag, 16 oktober 2025 Verzonden op:
Geachte raad, Naar aanleiding van de verstuurde beantwoording van de door u gestelde vragen over de begroting 2026 hebben wij van de fractie van Opsterlands Belang een aantal aanvullende vragen ontvangen. Het gaat daarbij zowel om verdiepende vragen over het gegeven antwoord als een aantal nieuwe vragen. In deze brief beantwoorden wij deze vragen.
Verdiepende vragen over de begroting 2026 Vraag 1: 1.3 - Baten reserve recreatie en toerisme Pag. 17: Als last wordt opgegeven de storting van k€220 in de reserve “recreatie en toerisme”. Waar vinden we in dit programma dan de baten (bij welk taakveld)? Initieel antwoord: In programma 3 komen de baten binnen. In programma 5 is de bijbehorende onttrekking geraamd. Reactie op antwoord: Deze vraag gaat juist over programma 3. We zien daar de baten niet staan. Wel de lasten (onttrekking). We begrijpen het antwoord dan ook niet. Antwoord: Vanwege de voorschriften moeten de inkomsten uit toeristenbelasting in Programma 3, taakveld 3.4 Economische promotie worden opgenomen. Financieel is te zien dat in onder de baten op taakveld 3.4 voor 2026 een inkomst is geraamd van € 221.000. Ook staat onder het kopje Storting reserves een storting van € 220.000. Het verschil is een andere kleine inkomst. De uitgaven (lasten) voor toerisme vinden plaats in programma 5 in taakveld 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie. De dekking hiervoor is een onttrekking van € 177.000 uit de reserve Recreatie en toerisme. Afgesproken is dat alle inkomsten uit toeristenbelasting niet naar de algemene middelen gaan, maar worden ingezet voor Recreatie en toerisme. Om dat te borgen worden de inkomsten gelijk in de reserve gestort en de lasten uit de reserve gehaald.
Zaaknummer: 0086229974
2/4
Vraag 2: 1.4 - Gebruik reserve recreatie en toerisme Pag. 24: “De opbrengsten uit de toeristenbelasting zetten we in voor (verdere) ontwikkeling van toeristische voorzieningen en activiteiten.” a) Welke extra ontwikkeling van voorzieningen en activiteiten verwacht u? Zie de jaarlijks variërende geldbedragen bij de reserve. b) Wanneer kunnen we de nieuwe nota “Kansen benutten” verwachten? Deze wordt in het geheel niet genoemd. Initieel antwoord: In 2024 en 2025 zijn/worden additionele bijdragen geleverd aan de herwaardering van de recreatieve fietspaden in de omgeving Bakkeveen/Wijnjewoude, dat verklaart mede de variërende geldbedragen. De €177.000,- betreft een begroting met reguliere R&T-uitgaven (bijv. promotie, gastheerschap en informatievoorziening; GR Recreatieschap Marrekrite; subsidies voor toeristische evenementen en dagrecreatie). In 2026 staat ook de herijkte nota Kansen Benutten gepland. Mocht uit deze nota blijken dat de uitvoering hiervan extra financiële consequenties en/of keuzes met zich meebrengt, dan wordt dit meegenomen in het voorstel over de vaststelling van deze nota. Deze staat gepland in het voorjaar 2026. Reactie op antwoord: Uw antwoord gaat over de jaren 2024 en 2025. Onze vraag gaat juist over de toekomst. U schrijft dat u de toekomstige jaarbedragen constant houdt als er geen wijziging wordt verwacht.
In dit geval zijn er wel wijzigingen, dus moet daar een reden voor zijn. We vroegen naar de concrete reden in lid a van deze vraag. Antwoord: Op pagina 90 van de begroting staan de structurele reserve onttrekkingen en stortingen. Daar kunt u ook zien dat voor de reserve Recreatie en Toerisme zowel wel de stortingen als de onttrekkingen constant zijn gehouden. Dit ook met het oog op de nog vast te stellen Nota Kansen Benutten.
Vraag 3: 1.5 Afschrijvingslasten Kortezwaag Pag. 26: Kunt u de omvang van de afschrijvingslasten van Kortezwaag toelichten (door de berekening)? Initieel antwoord: De afschrijvingslasten van Kortezwaag bestaan uit de volgende componenten: Vaste inrichting Kortezwaag 5 jaar € 14.000 Onderzoeken en leges Kortezwaag 1 jaar € 270.000 Openbare ruimte Kortezwaag 25 jaar € 23.000 Installaties Kortezwaag 25 jaar € 191.000 Totaal € 500.000 Reactie op uw antwoord: Een vervolgvraag. Waarop zijn de afschrijvingsperioden gebaseerd (waar vastgesteld) en het gebouw zelf ontbreekt in de tabel (50 jaar afschrijving). Hoe zien de afschrijvingslasten er dan in 2027 uit (ervan uitgaande dat de afschrijvingsbedrag dan voor de eerstkomende jaren is gestabiliseerd) Antwoord: De afschrijvingstermijnen maken onderdeel uit van de financiële verordening. Deze termijnen dienen een realistische inschatting te zijn van de te verwachten technische levensduur van het actief. Daarvoor hanteren we termijnen die gebaseerd zijn op de richtlijnen van de belastingdienst en eigen observaties. Het gebouw component staat onder taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting. Dit is omdat het initieel alleen de bouw van twee gymzalen vanuit het IHP betrof. De afschrijvingslasten van onderwijsvoorzieningen staan (verplicht) in taakveld 4.2 Onderwijshuisvesting. De afschrijvingslasten voor het gebouw bedragen € 143.000.
De totale lasten zijn daarmee € 643.000 voor 2026 en € 372.000 voor 2027 e.v.
Zaaknummer: 0086229974
3/4
Vraag 4: 1.8 Rekenvoorbeeld OZB Pag. 49: Kunt u het rekenvoorbeeld van “OZB-eigenaar” voor ons uitwerken? Als er 2,6% verhoging van het totaal plaatsvindt (OZB-woningen stijgt met 1,5 €ton) dan moet het areaal wel heel sterk vergroot zijn. Antwoord: In de berekening is een fout geslopen. Zowel 2025 als 2026 zijn niet correct. Hieronder staat een gecorrigeerde berekening. Uitgangspunt is 2024. Die is voor 2025 met 2,8% geïndexeerd. Dat bedrag is voor 2026 met 2,6% geïndexeerd. Areaalgroei is alleen op het totaal zichtbaar en niet bij individuele gevallen zoals het voorbeeld. Lokale lastendruk Voorbeeld: Meerpersoonshuishouden /Koophuis 2024
2025
2026
OZB-eigenaar
€
303
311
321
Afval vast
157
168
208
Afval variabel
81
81
102
Rioolheffing
277
259
259
818
820
890
994
1.053
N.B.
Landelijk (bron: Coelo)
Reactie op antwoord: we vroegen om rekenvoorbeeld uit te werken. Nu staan er alleen andere getallen. Antwoord: Een woning met een WOZ-waarde van € 433.000 geeft een OZB aanslag is € 321 euro. Deze is te bereken door 0,0741% van de WOZ-waarde te nemen.
Vraag 5: 1.13 Materiele vaste activa Pag. 87: Balans, Activa. De materiele vaste activa stijgen in het meerjarenoverzicht, terwijl er wordt afgeschreven. Hoe is de toename van deze activa berekend (i.r.t. MIP)? Is de ontwikkeling van de vaste schulden ook gerelateerd aan MIP en zo ja hoe? Antwoord: De in de MIP opgenomen investeringen zijn meegenomen in de balansontwikkeling, maar met een ingeschatte vertraging. Reactie op antwoord: Wat is dan die vertraging? Hoe krijgen we een goed beeld van onze toekomstige balanspositie op basis van MIP? De tweede subvraag is niet beantwoord. Antwoord: De vertraging in de balansprognose is het verschil tussen geraamde investering en gerealiseerde investering. Niet alle investeringen worden volgens planning ook daadwerkelijk gerealiseerd. In de balansprognose wordt daarom een percentage van 67% gehanteerd. Dit percentage is gebaseerd op de historische realisatie cijfers.
Aanvullende vragen over de begroting 2026 Vraag 6: 1.20 Fumo Er leven zorgen over de ontwikkeling van Fumo, daar is in de raad uitvoerig over gesproken. Waarom staat er niets hierover op pagina 69 vermeld (bij onderdeel risico’s)? Wat had er moeten/kunnen staan? Antwoord: De risicoparagraaf heeft betrekking op de financiële risico’s. Een GR als de Fumo is op dit moment geen financieel risico en is daarom geen onderdeel van de top 10 financiële risico’s.
Zaaknummer: 0086229974
4/4
Vraag 7: 1.21 Motie inkomenstoelage De aanpassing van de inkomenstoelage zoals die door een recente motie is ingediend. Er staat geen enkele verwijzing of vermelding naar een aanpassing. Kunt u aangeven wat uw conclusie is of is dat niet in 2026 voorzien? Antwoord: De uitwerking van deze motie wordt apart aan u voorgelegd. De consequenties zijn voor de begroting 2026 nog niet voorzien.
Vraag 8: 1.22 Uren op investeringen In 2023 is besloten uren te gaan schrijven bij grote(re) investeringen. Kunt u ons de bestede uren bij projecten met investeringskredieten laten zien? Antwoord: Voor 2026 is er opgenomen dat er € 200.000 moet worden toegerekend aan kredieten. Deze toerekening vindt bij jaarrekening plaats en is gebaseerd op de omvang van alle kredieten (procentuele toerekening). Er is dus geen urenadministratie.
Vraag over de najaarsrapportage 2025 Vraag 9: Pagina 10: Investeringen Investering Brug Langpaed wordt in 80 jaar afgeschreven. Er staat dat vanaf 1-1-2026 wordt afgeschreven. De investering lijkt in 2025 niet meer te worden gedaan. Dan begint de afschrijving toch pas in 2027 (of later)? Tenminste deze conclusie trekken we uit uw antwoord op technische vraag over bermen Dwarswijk BN. Waarom kent Brug Mounleane slechts een afschrijvingsduur van 40 jaar? Antwoord: De afschrijving begint altijd in het jaar na oplevering. In de begroting 2025 is uitgegaan van de geraamde oplevering eind 2025. Als bij het opmaken van de jaarrekening blijkt dat de investering niet is afgerond, dan schuift de afschrijvingstermijn een jaar op. De brug Mounleane wordt in hout gerealiseerd. Houten bruggen kennen een afschrijvingstermijn van 40 jaar. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders, de gemeentesecretaris,
de burgemeester,
{{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
Sandra van ’t Hooge
Andries Bouwman