CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B6 Uitvoeringsprogramma preventie jeugd

Raadsvergadering 8 juli 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van het college (B-lijst)5.893 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma preventie jeugd ‘It’s easier to build strong children, then to repair broken men’

2024

Voorwoord In de gemeente Opsterland werken we al een tijd vanuit onze Preventieagenda. Dat betekent dat we er vanuit gaan dat gezond zijn, meer is dan alleen maar niet ziek zijn. We kijken veel breder naar wat inwoners nodig hebben om gezond te leven. We kijken bijvoorbeeld ook naar financiële gezondheid en hoe we dat kunnen bevorderen en ook naar mentaal welbevinden van mensen. Heeft iemand een gezond sociaal netwerk of is iemand eenzaam? We willen dus op al deze vlakken van betekenis zijn voor onze inwoners zodat iedereen in de gemeente mee kan doen. Dat geldt dus ook voor de kinderen in Opsterland. Die moeten allemaal mee kunnen doen in de gemeente. Preventie bij kinderen vraagt om een andere aanpak dan bij volwassenen, daarom is daar een aparte uitvoeringsagenda voor gemaakt. Het doel in dit uitvoeringsprogramma is dat al onze jeugdigen de kans krijgen om, binnen hun mogelijkheden, veilig, gezond en gelukkig op te groeien. Dat klinkt altijd, althans dat vind ik, als een ontzettend logisch doel. De neiging is dan ook om direct daarna de vraag te stellen waarom het nodig is dat we dit als doel nastreven? We willen toch allemaal dat onze jeugd veilig, gezond en gelukkig opgroeit? Dat klopt. Maar we weten ook dat dat niet vanzelf gaat. Onze jeugd wordt geconfronteerd met uitdagingen en verleidingen.

Genoeg beweging krijgen is bijvoorbeeld, net als bij volwassenen, niet altijd even makkelijk. En, hoe zorg je voor je mentale welzijn in een samenleving waar je prestatiedruk ervaart? Kortom, het is inderdaad nodig om ons doel; jeugdigen veilig, gezond en gelukkig op te laten groeien, uit te spreken en daar acties op te zetten in een uitvoeringsprogramma. Dat doen we natuurlijk niet alleen. Dat doen we samen met jongeren zelf, met ouders, scholen, GGD Fryslȃn, hulpverleners, samenwerkingspartners en ketenpartners. Iedereen zet zich concreet in voor onze jeugd. In dit uitvoeringsprogramma vindt u alle concrete projecten die we samen gaan oppakken of al opgepakt hebben. Ik noem er een paar. We gaan bijvoorbeeld een Jeugdraad (12 – 18 jaar) starten waarmee we jongeren echt mee laten werken aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen die ze ervaren. We blijven ook meedoen aan Kansrijke Start, Sȗn Opsterlȃn en Nuchtere Fries, projecten die al lopen. Ik kan de opsomming in dit voorwoord niet compleet maken, maar ik vind dat we hier een uitvoeringsprogramma hebben liggen waarmee we heel concreet laten zien wat we al doen, wat in ontwikkeling is en wat we ons nog wensen als het gaat om veilig, gezond en gelukkig opgroeien in Opsterland. Libbe de Vries wethouder

1

Inhoudsopgave Voorwoord ..................................................................................................................................................................................................................... 1 Aanleiding ...................................................................................................................................................................................................................... 3 Schematische samenvatting .......................................................................................................................................................................................... 4 1. Context ....................................................................................................................................................................................................................... 5 1.1 Beleidskader landelijk en provinciaal....................................................................................................................................................................... 5 1.2 Beleidskader lokaal ..................................................................................................................................................................................................

6 1.3 Opsterlandse jeugdigen in beeld ............................................................................................................................................................................. 9 1.3.1 Data en trends....................................................................................................................................................................................................... 9 1.3.2 Aandachtspunten en kansen voor inrichting en focus preventief aanbod......................................................................................................... 13 2. Strategie ................................................................................................................................................................................................................... 14 2.1 Onze missie en visie ............................................................................................................................................................................................... 14 2.2 Doel uitvoeringsprogramma ..................................................................................................................................................................................

14 2.3 Monitoring van het uitvoeringsprogramma .......................................................................................................................................................... 15 3. Organisatie in het voorliggende veld ....................................................................................................................................................................... 16 3.1 Voorliggend veld ................................................................................................................................................................................................... 16 3.2 Overzicht voorliggend veld .................................................................................................................................................................................... 17 3.3 Afwegingskader voor nieuw preventief aanbod .................................................................................................................................................... 18 3.4 Overzicht structurele, in ontwikkeling zijnde en gewenste projecten .................................................................................................................

19 3.5 Projecten in tijd ..................................................................................................................................................................................................... 20 Bijlage 1. Beschermende factoren NJi ......................................................................................................................................................................... 21 Bijlage 2. Ordeningsprincipe kind in Fryslân ................................................................................................................................................................ 23 Bijlage 3. Indicatoren beoogde effecten ..................................................................................................................................................................... 24 Bijlage 4. Route inwoner binnen gemeente Opsterland ............................................................................................................................................. 26

2

Aanleiding In een wereld waarin de uitdagingen voor opgroeiende jeugdigen steeds complexer worden, zet de gemeente Opsterland zich vastberaden in voor het welzijn en de ontwikkeling van haar jeugd. Met een duidelijke koers in het sociaal domein, een doelgerichte preventieagenda en de verordening 'Hart voor de Jeugd', nemen wij de verantwoordelijkheid om een preventief uitvoeringsprogramma jeugd te realiseren. Met dit uitvoeringsprogramma zetten we in op een positieve verandering in de omgeving waarin kinderen opgroeien, zodat zij een zo groot mogelijke kans hebben om op te groeien tot gezonde en veerkrachtige volwassenen. Met onze Koers zetten we in op een integrale benadering in het sociaal domein en streven wij naar een inclusieve samenleving, waarin iedere jeugdige de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. We erkennen dat preventie de sleutel is tot het bevorderen van gezonde groei en ontwikkeling. De Preventieagenda 2021-2030 is gestoeld op een proactieve aanpak, gericht op het voorkomen van problemen voordat ze zich vergroten. Door vroegtijdig in te grijpen en onderliggende oorzaken aan te pakken, streven we naar een duurzaam welzijn voor de jeugd en hun gezinnen. In de verordening en beleidsregels 'Hart voor de Jeugd' laten we onze betrokkenheid bij onze jeugd binnen onze gemeenschap zien.

We geloven dat elke jeugdige het recht heeft op een veilige en ondersteunende omgeving. Ons 'Hart voor de Jeugd' drijft ons om samen te werken, te luisteren en maatregelen te nemen die de jeugdige generatie empoweren. We willen daarmee voorkomen dat vragen/zorgen te snel geproblematiseerd of gemedicaliseerd worden. Daarom is het belangrijk om oog te hebben voor de vragen en/of zorgen rondom jeugdigen zo licht als kan te beantwoorden. Binnen gemeente Opsterland zijn er diverse initiatieven rondom jeugdigen qua preventieve inzet in het voorliggende veld. Initiatieven die bijdragen aan het meedoen, meetellen en het gezond en veilig opgroeien van onze jeugd binnen zijn of haar mogelijkheden. Of dit een dekkend aanbod is en adresseert wat nu nodig is, is een continue vraag. Ook over de integraliteit, benadering en borging van het aanbod kunnen vragen gesteld worden. De brede preventieagenda buigt zich hierover, maar de huidige situatie en ontwikkelingen vragen naar het meer gericht aandacht geven aan preventie op het gebied jeugd. Daarom hebben we een preventief uitvoeringsprogramma jeugd opgesteld dat zich richt op het versterken van de pedagogische basis van jeugdigen en hun ouders. In dit uitvoeringsprogramma worden alle projecten, lopende initiatieven en wettelijke vereisten in kaart gebracht en met elkaar verbonden.

Zo vergroten we de integrale beleidsvorming en een uitvoerend beleid dat is gericht op samenwerking met ketenpartners binnen de basis en preventieve voorzieningen voor én met jeugdigen en gezinnen. Het uitvoeringsprogramma is een middel om focus aan te brengen in het aanbod en beleid en ook te onderzoeken welke interventies er eventueel gemist worden. Dit schrijven markeert het begin van een dynamisch uitvoeringsprogramma, waarbij we gezamenlijk streven naar een veerkrachtige jeugd, klaar om de toekomst met vertrouwen tegemoet te treden. Samen bouwen we aan een gemeente waarin elke jeugdige de kans krijgt om zijn of haar volledige potentieel te bereiken.

3

Schematische samenvatting

Fig. 1. Schematische weergave Uitvoeringsprogramma preventie jeugd 2024

4

1. Context 1.1 Beleidskader landelijk en provinciaal Het bestaande jeugdzorgstelsel legt al sinds 2015 de nadruk op preventie en vroegtijdige interventie. Ontwikkelingen maken duidelijk dat de invulling van preventief jeugdbeleid wijzigt en soms zelfs een dwingender karakter krijgt. Zowel landelijk als in onze gemeente zijn er zorgen over de (financiële) houdbaarheid van jeugdhulp. De inzet op preventie wordt steeds belangrijker voor het verbeteren van de omstandigheden waarin kinderen en jongeren opgroeien om de jeugdhulp financieel houdbaar te maken. Landelijke ontwikkelingen die hierop van invloed zijn:  Wetsvoorstel hervormingsagenda; In 2024 wordt, in het kader van de hervormingsagenda, een wetsvoorstel aangeboden aan de tweede kamer met een voorstel om, geen jeugdhulp meer in te zetten wanneer sprake is van ‘gebruikelijke zorg’ of ‘eigen kracht’. Invulling van de begrippen ‘gebruikelijke zorg’ en ‘eigen kracht’ moet meer afbakening geven aan de reikwijdte van de jeugdhulpplicht.

 Fryske Regiovisie jeugdhulp; In de Fryske regiovisie werken we de ‘volgende ontwikkellijnen uit: - De samenhang tussen onderwijs en jeugdhulp - Het verbeteren van de gemeentelijke toegang tot hulp voor jongeren en hun gezin - Partnerschap tussen gemeenten en maatschappelijke partners - Participatie van ervaringsdeskundige ouders en jeugdigen  Scope specialistische jeugdhulp 2024; Door gebruik van het ordeningsprincipe wordt de scope van specialistische jeugdhulp afgebakend. Zo valt complementaire jeugdhulp niet meer als solistische vorm onder specialistische jeugdhulp. Ook is de visie dat meer gebruik moet worden gemaakt van eigen kracht van de jeugdige en het gezin en dat als dit niet lukt eerst wordt gezocht naar een oplossing in het (preventieve) voorliggende veld. Dit vraagt om versterking van het (preventieve) voorliggende veld waarbij een grote beroep wordt gedaan op het gebiedsteam en op onze stakeholders. Dat betekent enerzijds dat onderzocht moet worden of er voldoende capaciteit en expertise is om deze veranderende rol op te vangen, anderzijds vraagt dit om een samenhangende aanpak en het uitzetten van acties.

5

1.2 Beleidskader lokaal Het Uitvoeringsprogramma is een praktische vertaling van het huidige beleid in ‘Wat betekent dit voor onze inwoners en ketenpartners?’, ‘Hoe betrekken wij onze inwoners?’ en ‘Wat gaan wij concreet doen?’. Dit uitvoeringsprogramma maakt het mogelijk om onderbouwde keuzes te maken over de inzet van preventieve projecten en focus aan te brengen op onze prioriteiten. Integrale benadering Het uitvoeringsprogramma bevordert integraal werken door onderlinge verbindingen (zowel intern als extern) te maken. Ook met beleidsterreinen die geen direct onderdeel uitmaken van het uitvoeringsprogramma, maar wel van invloed op de leefwereld van onze jeugd, zoals Werk en inkomen, WMO, Veiligheid etc. De inzet op deze terreinen draagt er ook bij aan het ontplooien en ontwikkelen tot zelfredzame inwoners van onze jeugd. We verbeteren de afstemming waar beleidsterreinen elkaar raken en waar we elkaar kunnen versterken. Koers Sociaal domein Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is de invulling en versterking van het voorliggende veld in onze gemeente. Hiermee geven we invulling aan ‘de beweging naar de voorkant’ uit de ‘Koers sociaal domein’, zodat we problemen eerder signaleren en oplossen, waarmee we zwaardere ondersteuning (zoals specialistische hulpverlening) willen voorkomen.

Aan de basis van ons handelen, en daarmee ook het handelen binnen de basis en preventieve voorzieningen, liggen de leidende principes, zoals geformuleerd in onze ‘Koers Sociaal domein’.     

We gaan uit van wat de inwoner nodig heeft We bedenken geen oplossingen, maar definiëren de vraag, oplossingen ontstaan in de gemeenschap. Het kan wèl We zoeken condities hoe iets wel kan. We zoeken daarbij de grenzen van de wet- en regelgeving. Verschil mag Er is geen inwoner of dorp gelijk. Deze verschillen leiden tot verschillen in aanpak van beleid en uitvoering. We zijn toegankelijk Inwoners kunnen ons vinden en helpen de inwoners de juiste medewerkers dan wel de andere overheid of instelling te vinden. Monitoring geeft grip Signalering door te meten dat iets werkt, dat doelen worden bereikt, geeft vertrouwen.

Voorliggend veld Het voorliggende veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een gemeente. Het gaat om alle voorzieningen voor (hulp)vragen zonder verwijzing. Uitzondering hierop is in onze gemeente de inzet van vaktherapie. Dit wordt vooralsnog ingezet met verwijzing. Door de wettelijke verwijzers in het voorliggende veld kan verwezen worden naar specialistische hulpverlening op het moment dat dit nodig is. Fig. 2 Indeling voorliggend veld in gemeente Opsterland

6

Beweging naar de voorkant Het ordeningsprincipe Kind in Fryslân (bijlage 2), dat ook beschreven staat in de beleidsregels ‘Hart voor de jeugd’, is een instrument dat gebruikt wordt om te bepalen wat de aard van de problematiek is en welke vorm van ondersteuning noodzakelijk is. De opvoedingsvragen (kwadrant 1.) en de vragen die problemen dreigen te worden (kwadrant 2. opvoedingsspanning) worden in eerste instantie opgepakt binnen het voorliggende veld. De ketenpartners binnen het voorliggend veld hebben een signalerende functie. De kennis, kunde en kwaliteit daar, wordt gebruikt om preventief in te spelen op situaties. Niet alleen om kosten te besparen, maar is juist gericht op het normaliseren, voorkomen van medicalisering en voorkomen van doorverwijzing naar geïndiceerde zorg (zoals vaktherapie en specialistische hulpverlening). Fig. 3 Het ordeningsprincipe Kind in Fryslân

Om de beweging naar voren te maken en een betere en meer intensieve benutting van het voorliggend veld te stimuleren, is een duidelijke sociale kaart (overzicht van het aanbod) van het voorliggende veld met daarbij een concrete route nodig. Belangrijk is dat dit preventieve aanbod voor iedereen goed te vinden is, zodat het eerder ingezet kan worden bij (opvoed)vragen van of zorgen over jeugdigen en/of hun ouders. Normaliseren Om de beweging naar de voorkant te kunnen realiseren, wil je op een effectieve wijze preventieve activiteiten inzetten op de plek waar jeugdigen (en hun ouders) komen. Daarin speelt ‘normaliseren’ ook een belangrijke rol. Het NJi1 ziet verschillende invullingen van het begrip normaliseren, met als kern dat de ontwikkeling van jeugdigen vaak met hobbels verloopt en dat daar ook vaak lastig gedrag bij hoort. In de visie op Complementaire ondersteuning hebben wij als gemeente vastgelegd dat wij onder normaliseren verstaan dat mensen in de eerste plaats zichzelf en elkaar helpen en dat mensen niet te snel etiketten opgeplakt krijgen. Kortom gewone problemen willen we ook gewoon oplossen. We willen hulpvragen zo zwaar als moet en zo licht als kan oppakken. Hierin is een nauwe samenwerking met o.a.

inwoners, de scholen en andere ketenpartners van belang, om zo een positieve bijdrage te leveren op het versterken van de basis en preventieve voorzieningen in een dorp of de gemeente. Verordening en beleidsregels ‘Hart voor de Jeugd’ Tot voor kort was de aandacht van beleid en praktijk vooral gericht op het voorkomen en verminderen van risicofactoren in de ontwikkeling van jeugdigen. Er vindt een geleidelijke verschuiving plaats naar aandacht voor beschermende factoren in het leven van jeugdigen, om zo een positieve ontwikkeling te 1 Nederlands Jeugd Instituut

7

realiseren. Door een positieve ontwikkeling van jeugdigen te bewerkstelligen beschermen we hen daarmee tegelijkertijd tegen risicofactoren. In het uitvoeringsprogramma gaan we daarom uit van het vergroten van beschermende factoren in plaats van alleen het verminderen van risicofactoren. Het NJi heeft een top tien beschermende factoren opgesteld, welke in bijlage 1 zijn opgenomen. In de beleidsregels ‘Hart voor de jeugd’ staan vier “pedagogische pijlers” die ook als basis dienen voor het uitvoeringsprogramma. Dit zijn de kwaliteit van opvoeden bevorderen, eigen kracht en regie aanspreken, lokaal werken en de voortdurende verhoging van effectiviteit en efficiëntie. Door de pedagogische basis te versterken, op basis van bovenstaand kader, verankeren we ons preventief uitvoeringsprogramma stevig in een fundament van zorg, ondersteuning en samenwerking. Samen met de gemeenschap streven we naar een jeugdvriendelijke omgeving waarin elke jongere de kans krijgt om zich optimaal te ontwikkelen. Preventieagenda 2021-2030 Binnen gemeente Opsterland is de preventieagenda opgesteld. Het uitvoeringsprogramma preventie jeugd is een concrete uitwerking van de preventieagenda en de actielijnen die specifiek de preventie jeugd betreffen, zoals Kwaliteit aan de basis, Blijven meedoen, Gezond lichaam en Mentale veerkracht.

Het uitvoeringsprogramma zal het jaarlijkse actieplan van de preventieagenda volgen en aanvullen. Welzijnsnota 2025-2035 Onderdeel van de ‘Preventieagenda’ is de concept Welzijnsnota. Deze vormt de basis voor de ontwikkeling van beleid ten bate van de versterking van de sociale basis in de gemeente Opsterland. De sociale basis legt de fundamenten voor een inclusieve en ondersteunende gemeenschap, waarin iedereen kan meedoen en zich gewaardeerd voelt. Het uitvoeringsplan preventie jeugd zorgt voor verbinding met de Welzijnsnota en richt zich specifiek op het versterken van de sociale en pedagogische basis van jeugdigen en hun ouders.

8

1.3 Opsterlandse jeugdigen in beeld Om tijdig en effectief aan te sluiten bij de behoeften en vragen die spelen bij de jeugdigen, ouders maar ook bij ketenpartners, is het van belang om een goed beeld te krijgen over hoe het gaat met de Opsterlandse jeugdigen. Welke ontwikkelingen en trends kunnen we hieruit halen en op welke manier kunnen we dat weer gebruiken bij de versterking van het voorliggend veld. De onderstaande data2 zijn verreweg van compleet, maar ze geven op een aantal belangrijke thema’s wel een beeld van de gezinnen en jeugdigen in Opsterland en zijn daarom richtinggevend voor de inhoud van dit uitvoeringsprogramma. 1.3.1 Data en trends Jeugdhulpgebruik

Fig. 5 Kosten jeugdzorg, bron: Gemeente Opsterland

Fig. 6 Gemiddeld aantal unieke cliënten (ZIN + PGB), bron: Gemeente Opsterland

Er is een stijging van de kosten Jeugdhulp in 2023 (zie fig. 1). Dit komt mede door een stijging van het aantal jeugdigen ten opzichte van 2022. Daarnaast zien we dat er vaker een zwaarder profiel bij Duurzaam en Herstel wordt gekozen en er is een indexatie van 5% in 2023 toegepast. Het grootste deel van de verwijzingen gaan via het gebiedsteam (rond de 50%), daarna komen de verwijzingen via de huisarts.

2

De data komen uit de gemeentelijke gegevens Jeugdhulpgebruik, GGD kindmonitor 0-11 jaar (2022), GGD jeugdmonitor 12-18 jaar (2023), Corona gezondheidsmonitor 2021, CBS Statline, CBS Kerncijfers jeugd, Jaarbericht Regiecentrum Bescherming en Veiligheid 2022, Waarstaatjegemeente.nl en Bureau Halt.

9

Opvoedhulp Van de ouders van kinderen van 0-3 jaar heeft 71% professionele hulp gevraagd bij de opvoeding. Dit percentage is iets hoger dan gemiddeld in Friesland (69% Friesland). Van de ouders van kinderen van 4-12 jaar heeft 45% professionele hulp gevraagd bij de opvoeding. Dit percentage is gelijk aan het gemiddelde in Friesland (45% Friesland). 8% van de ouders (4-12 jaar) in gemeente Opsterland ervaart de opvoeding als moeilijk. Achterstandsscores in relatie tot jeugdhulpinzet en armoede Het CBS spreekt van een verwachte onderwijsachterstand als leerlingen door ongunstige omgevingskenmerken slechter presteren op school dan ze bij een gunstigere situatie zouden kunnen. Op basis van diverse omgevingskenmerken berekent het CBS ieder jaar per leerling een onderwijsscore die de onderwijsachterstand weergeeft. Deze omgevingskenmerken betreffen het opleidingsniveau van zowel de moeder als de vader, het land van herkomst van de ouders, of ouders in de schuldsanering zitten, de verblijfsduur van de moeder in Nederland, en het gemiddelde opleidingsniveau van moeders van leerlingen op school. In figuur 7 zien we dat jeugdigen die opgroeien in Gorredijk en Ureterp het meeste risico hebben op onderwijsachterstand. In Tijnje, Terwispel en Wijnjewoude is het risico gemiddeld en in de andere dorpen laag.

Het hoogste percentage jeugdigen dat in 2023 een jeugdzorg-traject heeft gehad woont in Wijnjewoude (8%), Gorredijk (7%) en Terwispel (7%). In de andere dorpen is dat 6% (dit geldt voor Ureterp, Tijnje, Langezwaag en Bakkeveen) of lager. Armoede kan een omgevingsfactor zijn die de kans op onderwijsachterstanden en de noodzaak om een jeugdhulp-traject in te zetten kan vergroten. Het valt op dat het percentage van jeugdigen die opgroeien in een uitkeringsgezin het hoogst is, waar ook de kans op onderwijsachterstand groter is en/of een hoger percentage jeugdigen met een jeugdzorg-traject woont. In Gorredijk gaat het om 7%, in Ureterp, Lippenhuizen en Wijnjewoude 5% en in de andere dorpen is dit 3% of minder. Fig. 7 Verwachte onderwijsachterstandsscore, bron: CBS, nov 2023

Thuiszitters Het aantal jeugdigen dat uitvalt en deels of geheel thuis zit neemt toe (40 in schooljaar 2022-2023). Ten opzichte van het landelijke gemiddeld is dit nog laag voor Opsterland. We zien veel thuiszitters met psychische problemen (al dan niet in combinatie met systemische problematiek) zowel in het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs.

10

Psychosociale problematiek Uit de GGD jeugdmonitor 2023 blijkt dat van de jeugdigen van 0-3 jaar 38% matige tot ernstige psychosociale problematiek heeft. Dit percentage is hoger dan gemiddeld in Friesland (Friesland 30%). 55% heeft een ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Van de jeugdigen van 4-12 jaar heeft 18% matige of ernstige psychosociale problematiek. Van de jeugdigen van 4-12 jaar is 4% getuige geweest van huiselijk Geweld (Friesland 3%). 20% van de Opsterlands jeugdigen heeft een gezinslid met ernstige ziekte, beperking of verslaving (jonge mantelzorger).

%

Mentale gezondheid 100 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

77 75 74

65 64 62 44 45

53 21 25

Veerkracht

Stress door één of meer factoren (zeer) vaak

Nederland

29

27 28 28

Suïcidale gedachten ooit afg. 12 maanden

Friesland

Gelukkig voelen meestal (zeer)

Psychische klachten

Mentale gezondheid Uit de Corona Gezondheidsmonitor 2021 (zie figuur 8) komt naar voren dat 74% van de jongeren in Opsterland zich meestal gelukkig voelt en 62% zich veerkrachtig voelt. Daar staat tegenover dat van de Opsterlandse jongeren 53% vaak stress ervaart, 29% van de jongeren in de afgelopen 12 maanden suïcidegedachten heeft gehad en 28% van de jongeren psychische klachten ervaart. In vergelijking met de Nederlandse jeugd gaat het met de Opsterlandse jeugd op dit vlak minder goed. In de GGD jeugdmonitor 2023 is een groot verschil te zien in de mentale gezondheid van jeugdigen (12-18 jaar) tussen jongens en meisjes. 45% van de meisjes geeft aan psychische klachten te hebben, tegenover 14% van de jongens. Dit is vooral terug te zien bij de 15-18 jarigen. Hetzelfde is terug te zien bij het hebben van suïcidegedachten en het zich eenzaam voelen.

Opsterland

Fig. 8 Cijfers mentale gezondheid, bron: Corona gezondheidsmonitor 2021

Overgewicht en sporten Uit de GGD kind en jeugdmonitor blijkt dan van de jeugdigen 4-12 jaar 13% matig overgewicht of obesitas heeft en voor de jeugdigen van 12-18 jaar is dit 12%. 15 % van de jeugdigen 4-12 jaar sporten volgens hun ouders minder dan gewenst. Van de jeugdigen van 12-18 jaar geeft 45% aan dat ze minder sporten dan gewenst.

11

30 25

25

%

20

Middelengebruik en roken Uit de Corona gezondheidsmonitor 2021 zie we dat, ten opzichte van Nederland, de gemiddelde percentages van gebruik van alcohol, tabak en cannabis onder de Friese jongeren hoger is. In Opsterland is het gebruik in vergelijking met de Friese jongeren over het algemeen lager. Ten opzichte van de Nederlandse jeugd zijn de cijfers in Opsterland, uitgezonderd cannabisgebruik, vergelijkbaar of hoger.

Middelengebruik en roken 27 23

23

23

20

20

21

16

15 8

10

10

Van de jeugdigen 12-18 jaar geeft 35% aan alcohol te drinken. Van de jeugdigen 15-18 jaar in Friesland is dat zelfs 55%. Binge drinken is in de gemeente 27% onder de jeugdigen 12-18 jaar. Het aantal jeugdigen dat ooit een Vape heeft gebruikt is gestegen in Friesland, van 22% in 2019 naar 29% in 2023. Voor Opsterlandse jeugdigen is dit op het MBO zelfs 57%.

6

5 0 Alcohol: Alcohol: Roken: 5/meer drankjes dronken of (ooit) paar één gel.heid afg. 4 aangeschoten ooit trekjes/hele wkn. sigaret Nederland Friesland Opsterland

Wiet/hasj: ooit gebruikt

Verdeling gemeenten waar Opsterlandse jeugdigen naar school gaan (N=1711)

Fig. 9 Middelengebruik en roken, Bron: Corona gezondheidsmonitor 2021

6%

Onderwijs en vrijetijdsbesteding In figuur 10 is te zien dat het overgrote deel van jongeren uit Opsterland buiten de gemeentegrenzen naar school gaat (85%). De meerderheid van de jongeren gaat in de gemeente Smallingerland (54%) en Heerenveen (20%) naar school. Volgens onze ketenpartners bevinden de jongeren zich in hun vrije tijd voornamelijk op de volgende plekken: online (met name op TikTok en Snapchat), bij (sport)verenigingen, thuis, in keten en jeugdhonken, op straat en veldjes, bij de soos in Gorredijk en bij bijbaantjes.

5%

15%

54% 20% Smallingerland Opsterland Overige gemeenten

Heerenveen Ooststellingwerf

Fig. 10 Verdeling gemeenten schoolgaande jeugdigen. Bron DUO 2023

12

1.3.2 Aandachtspunten en kansen voor inrichting en focus preventief aanbod Op basis van de bovenstaande data kunnen we de onderstaande aandachtspunten en kansen, ten aanzien van de gewenste inrichting en focus binnen het preventieve aanbod van het voorliggend veld, formuleren.

13

2. Strategie 2.1 Onze missie en visie In onze missie volgen wij dan ook de koers die vanuit de preventieagenda is geformuleerd, namelijk:

Onze visie vanuit preventie jeugd is dat het versterken van het positief opvoed- en opgroeiklimaat in de directe leefwereld van de jeugd bijdraagt aan het kansrijk, gezond en veilig opgroeien. De uitgangspunten, vanuit zowel de preventieagenda als de visie op complementaire zorg, zijn dan ook richtinggevend voor dit uitvoeringsprogramma: 1. We investeren in preventie en vroeg-signalering, zodat gezinnen voldoende steun kunnen vinden in het dagelijks leven. 2. We investeren in de versterking van de sociale en pedagogische basis voor en sociale netwerken van de gezinnen/jeugdigen. 3. We investeren in de weerbaarheid en mentale gezondheid van alle kinderen en jongeren samen met het onderwijs en andere relevante partijen.

2.2 Doel uitvoeringsprogramma Het preventief uitvoeringsprogramma jeugd richt zich op het normaliseren en versterken van de sociale en pedagogische basis voor alle inwoners tussen -9 maanden en 23 jaar oud en hun directe leefomgeving. Hierdoor behalen we het strategische doel:

En zetten we in op de volgende subdoelen:

14

2.3 Monitoring van het uitvoeringsprogramma Beoogde effecten Het succes van het uitvoeringsprogramma wordt gemeten aan de hand van de onderstaande toetsbare effecten. Deze effecten dragen bij aan het behalen van het strategisch doel. De concrete indicatoren om de effecten te toetsen zijn te vinden in bijlage 3.      

De (mentale) gezondheid en leefstijl van jeugdigen is verbeterd De beschermingsfactoren van jeugdigen en hun ouders zijn versterkt Er is minder inzet van (hoog) specialistische hulpverlening Er is beter zicht op deelname aan sociale activiteiten en preventief aanbod De onderwijsdeelname van jeugdigen is vergroot Er is een hogere tevredenheid van jeugdigen en hun ouders over de inzet binnen het voorliggend veld

Monitoring De evaluatie van het uitvoeringsplan vindt vierjaarlijks plaats (GGD monitor volgend). De concrete resultaten, monitoring en evaluaties van de individuele projecten binnen het uitvoeringsplan, zijn onderdeel van de projectopdrachten die zijn opgenomen in de bijlage. Jaarlijks zal er met de accounthouders van de verschillende projecten een evaluatie plaatsvinden gericht op proces en uitvoering van de verschillende projecten (monitoren van o.a. voldoende draagvlak, financiën, samenwerking met partners, benodigde expertise, capaciteit en aansturing). In dien nodig zal er bijsturing/aanpassing in de projecten plaatsvinden.

15

3. Organisatie in het voorliggende veld Het Uitvoeringsprogramma preventie jeugd wordt uitgevoerd in samenwerking met de ketenpartners en vindt plaats in het voorliggend veld.

3.1 Voorliggend veld Het voorliggende veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in de gemeente Opsterland. We maken binnen het voorliggende veld een scheiding tussen: - Basis voorzieningen; - Preventieve voorzieningen en; - Vaktherapie. Hiermee geven we ordening aan algemene voorzieningen, voorzieningen gericht op een lichte hulpvraag en voorzieningen waarvoor een indicatie nodig is, maar nog wel binnen het voorliggende veld valt. Er is een inventarisatie uitgevoerd naar het aanbod in het voorliggend veld binnen de gemeente Opsterland, van waaruit een totaal overzicht is opgesteld. In dit uitvoeringsprogramma wordt concreet gekeken naar een effectievere inzet van de basis en preventieve voorzieningen (beschikkingsvrij) binnen de gemeente rondom de vindplaatsen van jeugdigen. De route voor inwoners richting gebiedsteam is te vinden in bijlage 4.

Fig. 11 Voorliggend veld

16

3.2 Overzicht voorliggend veld Voor de indeling van het aanbod binnen het voorliggend veld zijn de actielijnen van de Preventieagenda gebruikt. De actielijnen uit de Preventieagenda, waar onze jeugd het meeste mee te maken heeft, zijn:    

Kwaliteit aan de basis Blijven meedoen Mentale veerkracht Gezond lichaam

Per actielijn zijn de (lopende) projecten die hier het meest bij thuishoren, in kaart gebracht. De gemeente geeft samen met haar ketenpartners invulling aan deze projecten. Fig. 11 Overzicht ketenpartners met aanbod en projecten

17

3.3 Afwegingskader voor nieuw preventief aanbod Het uitvoeringsprogramma preventie jeugd brengt alle projecten en lopende initiatieven gerichter samen en maar geeft ook richting aan toekomstig aanbod en projecten. Op het moment dat er een nieuw preventief initiatief (vanuit inwoners, ketenpartners of gemeente) zich aandient, wordt deze langs het onderstaande afwegingskader gelegd. Van daaruit wordt bepaald of dit wordt opgenomen in het preventief aanbod en per wanneer. De uitgangspunten van het afwegingskader zijn:  Selecteren (Willen we dit?)  Prioriteren (Kunnen we dit?)  Plannen (Doen we dit nu?)

18

3.4 Overzicht structurele, in ontwikkeling zijnde en gewenste projecten In figuur 12 staat het overzicht van de structurele, in ontwikkeling zijnde en gewenste projecten. De uitwerking van deze projecten zal medio dit jaar verschijnen in een boekje op a5-formaat. Per project zullen hierin onder meer: Doelen, Activiteiten, Bertrokken beleidsterreinen, Doelgroep, Betrokken partijen, Trekker, Duur, Monitoring en evaluatie, Financiën en Status, uitgewerkt worden.

Fig. 12 Overzicht projecten, waarbij s = structureel, o = in ontwikkeling en g = gewenst

19

3.5 Projecten in tijd Jaar\ Project Structureel: Kansrijke start Nuchtere Fries Buurtsportcoaches Sûn Opsterlân Krachtige jeugd In ontwikkeling: Van 18- naar 18+ Pilot Effectief Onderwijs Versterken voorliggend veld Informele steun Pilot consulent Jeugd op school Gelijke kansen alliantie Pilot PeuterPlus Jeugdraad Project Hackshield Gewenst: OKO Thuiszitters aanpak regionaal Algemeen: Evalueren uitvoeringsprogramma Evalueren proces en uitvoering Monitoren (effect) Bijstellen Uitvoeringsprogramma

2024

2025

2026

20

2027

2028

Bijlage 1. Beschermende factoren NJi Beschermende factoren vergroten een positieve ontwikkeling van kinderen en bieden tegenwicht aan risico’s waaraan onze jeugd wordt blootgesteld. Aan de hand van theorie en onderzoek kunnen verschillende beschermende factoren benoemd worden welke bijdragen aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen. Het NJI heeft een top tien beschermende factoren opgesteld3 , welke hieronder zijn samengevat. Het is daarom belangrijk dat er binnen alle onderdelen binnen het uitvoeringsprogramma aandacht voor deze factoren is. 1. Sociale binding Bij sociale binding gaat het om warme, ondersteunende relaties die een kind heeft met het gezin, zijn vriendengroep, school en de wijk. De basis hiervoor wordt al op jonge leeftijd gelegd. 2. Kansen voor betrokkenheid Kinderen en jongeren moeten kansen krijgen om een concrete, betekenisvolle en gewaardeerde bijdrage te leveren aan familie, school en gemeenschap. 3. Prosociale normen Voor een gezonde ontwikkeling van jeugdigen is het nodig dat kinderen opgroeien in een omgeving waarin duidelijke normen en waarden voor positief gedrag uitgedragen en nageleefd worden. Regels en grenzen moeten voor kinderen duidelijk zijn. 4.

Erkenning en waardering voor positief gedrag Om hun sociaal gedrag te versterken is van groot belang dat kinderen en jongeren erkenning en waardering krijgen voor positief gedrag zodat ze dit gedrag in de toekomst zullen herhalen. 5. Steun van belangrijke volwassenen in de omgeving Steun van volwassenen levert een belangrijke bijdrage aan het welbevinden van kinderen en jongeren. Het gaat om volwassenen die direct (bijvoorbeeld door emotionele steun te bieden en rolmodel te zijn) of indirect (door ouders te helpen bij de opvoeding) een bijdrage leveren aan het welbevinden van jeugdigen. 6. Constructieve tijdsbesteding Constructieve tijdsbesteding van jeugdigen gaat over kansen die geboden worden vanuit het gezin en de gemeenschap om in hun vrije tijd deel te kunnen nemen aan bijvoorbeeld creatieve activiteiten (muziek, theater) en jeugdprojecten (zoals sport, clubs of verenigingen). Het gaat vooral om

3 bron: Top-tien-positieve-ontwikkeling-jeugd_0.pdf (nji.nl)

21

activiteiten die jongeren in contact brengen met volwassenen die hen aanmoedigen en ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en vaardigheden. 7. Competenties Voor een positieve ontwikkeling hebben jeugdigen sociale, emotionele en gedragsmatige vaardigheden nodig. Het gaat dan om vaardigheden als het kunnen oplossen van problemen met anderen, het kunnen uiten en beheersen van gevoelens en het gepast reageren op kritiek. 8. Cognitieve vaardigheden Bij cognitieve vaardigheden kan onderscheid gemaakt worden tussen algemene cognitieve vaardigheden zoals logisch en analytisch denken en specifiek cognitieve vaardigheden, zoals lees- en rekenvaardigheden, die belangrijk zijn voor schoolsucces. 9. Schoolmotivatie Bij schoolmotivatie gaat het om betrokkenheid van de jeugdigen bij leeractiviteiten, binding met school, prestatiemotivatie en positieve verwachtingen ten aanzien van eigen succes. Schoolmotivatie wordt beïnvloed door onder meer ouderlijke attitudes, ouderbetrokkenheid en aanmoediging. Daarnaast zijn normen en waarden uitgedragen door de gemeenschap en de vriendengroep van groot belang. 10. Positieve identiteit Positieve identiteit gaat om hoe jeugdigen zichzelf zien. Het gaat om hun eigenwaarde, positieve verwachtingen over de toekomst en persoonlijke effectiviteit.

Hoe meer geloof in persoonlijke effectiviteit, des te hoger zijn de doelen die jeugdigen voor zichzelf stellen en des te groter de motivatie om deze doelen te bereiken.

22

Bijlage 2. Ordeningsprincipe kind in Fryslân

23

Bijlage 3. Indicatoren beoogde effecten Om te meten of de beoogde effecten behaald worden, zijn de volgende indicatoren opgesteld. De indicatoren zijn zo opgesteld dat zij aansluiten bij de genoemde data bij de onderwerpen (cursief in onderstaande tabel) die genoemd zijn onder het kopje ‘Opsterlandse jeugd in beeld’. Beoogd effect: De (mentale) gezondheid en leefstijl van jeugdigen is verbeterd Indicatoren GGD monitor op gebied van ‘Mentale gezondheid’: - Het percentage jeugdigen dat zich veerkrachtig voelt is toegenomen. - Het percentage jeugdigen dat stress ervaart is afgenomen. - Het percentage jeugdigen dat suïcidale gedachten heeft gehad is afgenomen. - Het percentage jeugdigen dat zich meestal (zeer) gelukkig voelt is toegenomen. - Het percentage jeugdigen dat psychische klachten heeft is afgenomen. Indicatoren GGD monitor op gebied van ‘Overgewicht en sporten’: - Het aantal jongeren op gezond gewicht is toegenomen. - Het aantal jongeren dat regelmatig beweegt en sport is toegenomen. Indicatoren GGD monitor op gebied van ‘Middelengebruik en roken’ - Het percentage jeugdigen dat ooit heeft gedronken is afgenomen. - Het percentage jeugdigen dat ooit heeft gerookt is afgenomen. - Het percentage jeugdigen dat ooit cannabis heeft gerookt is afgenomen.

Beoogd effect: De beschermingsfactoren van jeugdigen en hun ouders zijn versterkt Indicatoren GGD monitor op gebied van ‘Opvoedhulp’: - Het aantal ouders dat professionele hulp vraagt bij de opvoeding, is afgenomen. - Het aantal ouders dat de opvoeding als moeilijk ervaart, is afgenomen. Indicatoren van onze eigen monitoring op het gebied van ‘Achterstandsscores in relatie tot jeugdhulpinzet en armoede’: - Het aantal unieke cliënten dat jeugdhulp krijgt, in de dorpen waar jongeren die een verwachte onderwijsachterstand hebben, is afgenomen. Indicatoren GGD monitor op gebied van ‘Psychosociale problematiek’: - Het percentage jongeren dat matige tot ernstige psychosociale problematiek heeft is afgenomen. Indicatoren jaarverslag Regiecentrum Bescherming en Veiligheid op gebied van ‘Psychosociale problematiek’: - Het percentage jongeren dat een ingrijpende gebeurtenis (bijvoorbeeld huiselijk geweld) heeft meegemaakt is afgenomen. Beoogd effect: Er is minder inzet van (hoog) specialistische hulpverlening

24

Indicatoren van onze eigen monitoring op het gebied van ‘Jeugdhulpgebruik’: - Het aantal unieke cliënten dat jeugdhulp krijgt is afgenomen. Indicatoren jaarverslag Regiecentrum Bescherming en Veiligheid: - Het aantal jeugdigen met een gedwongen maatregel is afgenomen. Beoogd effect: Er is beter zicht op deelname aan sociale activiteiten en preventief aanbod - In samenwerking met ons gebiedsteam en onze ketenpartners wordt dit jaar een nulmeting gedaan aangaande de deelname aan sociale activiteiten en preventief aanbod. Waarna jaarlijkse monitoring plaatsvindt op deze indicator. Beoogd effect: De onderwijsdeelname van jeugdigen is vergroot Indicatoren RMC jaarverslag, cijfers Samenwerkingsverband en Leerplichtcijfers op gebied van Thuiszitters: - Het aantal jeugdigen dat uitvalt en deels of geheel thuis zit neemt af. - Het aantal voortijdig schoolverlaters (VSV) neemt af. Beoogd effect: Er is een hogere tevredenheid van jeugdigen en hun ouders over de inzet binnen het voorliggend veld - We zetten ons in om dit jaar een representatief kwalitatief tevredenheidsonderzoek te doen, welke als nulmeting kan worden gebruikt. - Onze ketenpartners in het voorliggende veld doen tevredenheidsonderzoek aangaande hun eigen inzet en koppelen dit terug. Dit zal dienen als nulmeting. Waarna jaarlijkse monitoring plaatsvindt op deze indicatoren.

25

Bijlage 4. Route inwoner binnen gemeente Opsterland 1. EERSTE CONTACT Gesprek met een toegangsmedewerker: Zijn er vragen op gebied van opvoeden en/of opgroeien? Wat is er aan de hand, welke ondersteuningsvraag is er? Wie kan wat doen om te ondersteunen? 2. WAT IS ER NODIG? De toegangsmedeweker maakt vervolgens afspraken over het vervolg. U krijgt ondersteuning vanuit eigen netwerk, voorliggende voorzieningen of u wordt aangemeld bij hetgebiedsteam. Er wordt een dossier aangemaakt waar alle informatie in komt te staan. 3. ONDERZOEK U krijgt een vast contactpersoon vanuit het gebiedsteam, deze gaat samen met u onderzoeken wat er nodig en mogelijk is vanuit de Jeugdwet. U gaat samen met de contactpersoon resultaten opstellen, die u wilt behalen. 4. IN TE ZETTEN HULP Samen met u wordt gekekennaar een passende oplossing wat ondersteuning kan bieden bij uw hulpvraag en het behalen van de resultaten. Hiervoor wordt samen met de gebiedsteammedewerker een Regionaal Ondersteuningsplan gemaakt. 5. PLAN AKKOORD In het Regionaal Ondersteuningsplan staat uw hulpvraag, wat er nodig is en wie dit gaat doen beschreven. Zodra u akkoord bent het plan, ondertekent u deze en kan de zorg die is afgesproken ingezet worden. Wanneer er sprake is van specialistische jeugdhulp ontvangt u een beschikking vanuit de gemeente. 6. STARTEN De hulp kan starten en er worden afspraken gemaakt over het evalueren.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=272beacd-2782-4233-bed8-add19837f383