B5 Bijlage 1 Waarderingscriteria voor de beoordeling van cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten
Tekst van het document
Waarderingscriteria Voor de beoordeling van cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten
Wonen en Werken
Maart 2024
k de aandacht van uw lezer met een veelzeggend citaat uit het document of gebruik deze ruimte om een belangrijk punt te adrukken. Sleep dit tekstvak als u het ergens anders op de pagina wilt plaatsen.]
Inleiding Gemeente Opsterland heeft diverse begraafplaatsen op haar grondgebied. Het gros daarvan is in particuliere handen en liggen doorgaans rondom een kerk. Daarnaast zijn er twee privé begraafplaatsen. Gemeente Opsterland bezit zes gemeentelijke begraafplaatsen.1 Hier vinden we duizenden graven. De begraafplaatsen hebben elk een eigen karakter en geschiedenis. De gemeentelijke begraafplaats van De Leijen Kortezwaag bevat bijvoorbeeld een zeer uiteenlopend palet aan grafmonumenten, waarvan een deel gemeenschappelijke kenmerken heeft met de grafmonumenten op het oude kerkhof aan de Kerkewal in Gorredijk. De begraafplaats aan de Gealeane in Beetsterzwaag is relatief jong. Hier zijn vooral grafmonumenten uit de tweede helft van de twintigste eeuw te zien. Er is een groot verschil in de intensiviteit waarmee de begraafplaatsen gebruikt werden en nog worden. Het kerkhof aan de Kerkewal is al bijna 60 jaar gesloten. Alle andere begraafplaatsen zijn nog in gebruik, maar de impact die dat heeft verschilt sterk per begraafplaats. Op de begraafplaats van De Leijen Kortezwaag, Tijnje en Gealeane Beetsterzwaag wordt vooral begraven op de uitbreidingen. Op de oude gedeelten worden nauwelijks nog nieuwe grafmonumenten geplaatst, en waar dit wel gedaan wordt, vallen deze op en veranderen de karakteristiek. Hiermee wordt rekening gehouden tijdens de inventarisatie.
Niet alle grafmonumenten die op begraafplaatsen staan, zijn even waardevol om te behouden of te beschermen. De waarde van een grafmonument kan op verschillende manieren worden vastgesteld. De beste wijze is die waarbij achteraf kan worden aangetoond dat er geen sprake van willekeur is geweest bij de selectie. Bureau Funeraire Adviezen heeft om hieraan te voldoen een vaste set met selectiecriteria ontwikkeld. Deze selectiecriteria zijn gestoeld op de genoemde aspecten in het boekje Begraafplaatsen als cultuurbezit, dat in 2003 is uitgegeven door onder meer de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen en de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg (tegenwoordig bekend als de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed/RCE). Het waarderingskader van Bureau Funeraire Adviezen wordt inmiddels in een groot aantal Nederlandse gemeenten toegepast. Ook in Friesland zijn er diverse gemeenten die gebruik maken van de waarderingscriteria, waaronder De Fryske Marren, Súdwest-Fryslân, Smallingerland, Heerenveen en Leeuwarden. De grondslag voor de inventarisatie en selectie is vervat in artikel 23 van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Opsterland 2006.
Daarbij wordt overigens, in tegenstelling tot lid 2 van dat artikel, ook gekeken naar graven waarvan de rechten nog niet zijn verlopen, zodat er ook zicht geboden wordt op de toekomstige vrijkomende grafmonumenten met cultuurhistorische waarde. Gehanteerde waarderingscriteria De waarderingscriteria voor de beoordeling van grafmonumenten die mogelijk een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen, bestaan uit enkele categorieën, die samengevat als volgt luiden:
1 Begraafplaats Gealeane Beetsterzwaag, begraafplaats Hegedyk Gorredijk, begraafplaats de Leijen
Kortezwaag, begraafplaats Kerkewal Gorredijk, begraafplaats Nij Beets en begraafplaats Tijnje.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Biografische betekenis van de begravene; Ouderdom grafmonument > 30 jaar; Materiaalgebruik en hantering; Vormgeving van het monument; Bijzondere symboliek; Passend in het karakter van het grafveld; Technische staat.
Als aanvullend criterium is er gevraagd om extra te letten op grafmonumenten waarop de Friese taal is gebruikt. Daarop wordt binnen de te inventariseren delen zonder meer op gelet. Ook is er aandacht besteed aan inwoners van de gemeente met een Molukse achtergrond waarmee mogelijk verwezen wordt naar de KNIL-tijd in Nederlands-Indië. Graven en grafmonumenten krijgen in de selectie een specifieke score wanneer zij: -
-
Een aanduiding of verwijzing naar historische persoon of familie geven Een grafmonument bevatten dat ouder is dan 30 jaar Een grafmonument bevatten waarin sprake is van bijzonder materiaalgebruik en – hantering Een grafmonument bevatten met een vormgeving met cultuurhistorische betekenis Een grafmonument bevatten dat voorzien is van bijzondere symboliek of bijzondere teksten Een grafmonument bevatten dat een impact heeft op de totale aanblik van de begraafplaats of van belang is voor de karakteristiek van het betreffende grafveld, en: Waarvan het grafmonument in een dusdanige technische staat verkeert (onderscheiden in goed, redelijk, matig, slecht) dat geen grote ingreep nodig is.
Toelichting op de waarderingscriteria Om de hierboven genoemde criteria verder te objectiveren is per criterium een nadere uitwerking gemaakt. Deze wordt hier verder uiteengezet: 1. Biografische betekenis van de begravene: - De overledene moet minimaal dertig jaar geleden overleden zijn (voor 1994), of; - De overledene moet publicaties van enig belang op zijn naam hebben of er is over hem/haar gepubliceerd, of; - Het moet gaan om een overledene die bij leven openbare functies bekleedde die van betekenis waren voor de gemeenschap in de gemeente Opsterland of de regio. Maatgevend is bijvoorbeeld de duur van de functie, vernoeming van de persoon in straatnaam of naam van een openbaar gebouw. Ook kan de persoon betrokken zijn geweest bij een bijzondere gebeurtenis die nu nog breed herinnerd wordt, of; - De persoon moet over een zekere (lokale) status beschikken, bijvoorbeeld door het uitgeoefende beroep of de bekendheid die de persoon bij leven genoot en die nu nog als zodanig wordt herinnerd. De termijn van dertig jaar dient om een besluit op louter subjectieve gronden uit te sluiten. Voor het maken van keuzes op basis van de bovengenoemde criteria, worden de personen in categorieën ingedeeld. De aanduiding van de categorie wordt, indien van toepassing, ook
opgenomen in de lijst. Uiteraard bestaan er omstandigheden om af te wijken van dit criterium, zeker als duidelijk is dat een persoon nu al van belang is. De categorieën voor de gemeente Opsterland zijn als volgt: -
V1 Bijzondere gevallen, inzake betrokkenen bij bijzondere gebeurtenissen; V2 Bestuurders en openbare beroepen: notabelen zoals burgemeesters, onderwijzers, artsen, wethouders, raadsleden, politici, geestelijken; V3 Wetenschap, letteren en sport: schrijvers, dichters, kunstenaars, sportlieden; V4 Slachtoffers Tweede Wereldoorlog, erkend of niet erkend en andere oorlogen en strijdtonelen; V5 Industrie en arbeid: fabrikanten, landbouwers, verveners, ondernemers, scheepvaart, visserij, ambachten.
Bij de categorieën V1 en V4 wordt vooral gelet op de verhalende omstandigheden, terwijl bij de andere categorieën meer gekeken wordt naar het belang van de overledene zelf. De mate van belang die aan de verdiensten van een persoon gehecht kan worden, wordt met behulp van een cijfer tot uitdrukking gebracht met cijfers lopend van 1 tot 5, waarbij 5 staat voor het meeste belang. Daarbij gaat het vooral om het belang voor de historie van de gemeente Opsterland: -
0: geen 1: gering 2: gemiddeld 3: belangrijk 4: zeer belangrijk 5: uitzonderlijk
wel een rol of beroep bekend, maar geen verdere informatie wel enige lokale bekendheid, maar geen invloed op de historie wel bekend, maar weinig invloed op de historie bekend en heeft enige invloed gehad op de historie heeft veel invloed gehad op de historie (regionaal belang) belangrijke pijler in de historie, landelijk belang
In een aantal gevallen wordt bij de puntentoekenning ook gekeken naar betrokkenheid van de personen bij een grote of belangrijke gebeurtenis. Dergelijke gebeurtenissen kunnen bijvoorbeeld ongelukken zijn, of epidemieën zoals de Spaanse griep. Voor Nij Beets en Tijnje is wel gelet op personen die van doen hadden met de vervening, maar de kans dat die gevonden worden is gering omdat de begraafplaatsen pas in gebruik kwamen toen de vervening al was overgegaan naar landbouw en veeteelt op de drooggelegde polders. Aan personen die in de Tweede Wereldoorlog zijn gesneuveld of gefusilleerd vanwege hun verzet tegen de vijand of anderszins betrokken waren bij een belangrijke gebeurtenis in die periode, wordt in het algemeen minimaal twee punten toegekend. Dit in verband met het historische belang van de periode 1940-1945. In het geval dat een persoon vernoemd is in een straat in de gemeente Opsterland, is dat ook een criterium om de persoon op de lijst te plaatsen en nader te kijken naar het grafmonument. 2. Ouderdom grafmonument Niet alle grafmonumenten komen zondermeer in aanmerking om op de lijst te worden geplaatst. Een nieuw of vernieuwd monument wordt niet opgenomen, tenzij deze op een graf van een persoon staat die historische betekenis heeft.
Verder wordt een ouderdomsgrens aangehouden, om enige afstand te laten bestaan tussen de hedendaagse grafcultuur en datgene wat van historische waarde is. Er is gekozen voor de periode van dertig jaar, aansluitend op die voor personen. Een dergelijke termijn heeft voldoende distantie om de kwaliteit van de grafcultuur op waarde te kunnen schatten.
3. Materiaalgebruik en hantering Bij dit onderdeel wordt zowel gelet op bijzondere materialen als op materialen die typerend zijn voor de begraafplaatsen. Bijzondere materialen zijn vooral de materialen die in het algemeen niet vaak gebruikt zijn voor grafmonumenten op de begraafplaatsen of die inmiddels zeldzaam zijn geworden, zoals gietijzer, hout, zandsteen of marmer. Metaal komt op de begraafplaatsen in Opsterland met name voor in de vorm van hekwerken en een enkele graftrommel. Gietijzer is nauwelijks aangetroffen, zo bleek bij een eerste schouw. Bij de inventarisatie is daar rekening mee gehouden en ook nog eens extra op gelet.
Hantering gaat over de wijze waarop bijvoorbeeld een grafmonument technisch bewerkt is. Dus het gebruik van een bijzonder materiaal met een slechte afwerking zal minder snel in aanmerking komen dan een goed verwerkt materiaal. In dit geval geldt dat bij de inventarisatie extra gelet is op afwijkende materialen met de vraag of ze daadwerkelijk bijzonder zijn. De materiaalsoort zelf is in een aparte kolom vermeld als vaststaand gegeven en er kan een punt voor gegeven worden als het monument op dat onderdeel behouden zou moeten blijven. 4. Vormgeving van het monument De vormgeving van een individueel grafmonument of een ensemble kan van doorslaggevende betekenis zijn om deze te selecteren. Dat kan bijvoorbeeld vanwege het feit dat het zeldzaam is of omdat het binnen de stijl een goed voorbeeld vormt. Om die reden is bijvoorbeeld gekeken naar grafmonumenten die te maken hebben met de zogenaamde ‘armere’ grafcultuur waarbij geen natuursteen wordt toegepast. Mogelijk is een aantal series van grafmonumenten interessant. Vaak behoren ze toe aan dezelfde familie. Bij dit onderdeel wordt ook gelet of de wijze van belettering van het grafmonument, bijzondere teksten (met name in het Fries) en de betekenis van het grafmonument binnen het algehele karakter van de begraafplaats passen.
5. Bijzondere symboliek Symbolen op grafmonumenten zijn er in veel varianten en die zijn ook op de gemeentelijke begraafplaatsen van Opsterland te vinden. Wanneer er sprake is van een uitzonderlijke vormgeving, zal zo’n algemeen symbool opgenomen worden op de lijst. Symboliek die verwijst naar een persoon of gebeurtenis zelf, vaak een samenvoeging van verschillende betekenissen, kan een dusdanig symbool opleveren dat er sprake is van een bijzonderheid. Door grafmonumenten met bijzondere symboliek te behouden, kan het symbool altijd in de juiste context worden geplaatst. Er wordt niet alleen gekeken naar de algemene deler, maar ook naar de uitzonderlijke symbolen. 6. Passend in het karakter van het grafveld Hierbij wordt feitelijk niet gekeken naar de intrinsieke waarde van het grafmonument, maar naar de collectieve waarde. Dat betekent dat het grafmonument bijvoorbeeld goed aansluit bij het karakter van de grafmonumenten op een begraafplaats of grafveld. Dat betekent dat groepen van grafmonumenten in aanmerking kunnen komen, zoals een verzameling zerken of stèles met een gave (overeenkomstige) vormgeving of monumenten die sterk opvallen in het beeld en ankerpunten vormen in de beleving. Grote en hoge grafmonumenten worden om die reden in de inventarisatie meegenomen. Het verdwijnen van zulke grafmonumenten van de begraafplaatsen zou immers een zeer grote impact hebben.
Het kan ook zijn dat er door de verscheidenheid aan grafmonumenten op een vak geen sprake is van een echte karakteristiek. Soms kan de verscheidenheid het grafveld juist betekenis geven. Het kan ook voorkomen dat er uit de inventarisatie alleen monumenten voorkomen die zeer verspreid staan. Ook dan kan er feitelijk geen sprake zijn van een bepaalde karakteristiek. Waar dat et geval is, is dat ook meegenomen in de inventarisatie. Is er geen karakteristiek beeld aanwezig dan is er nauwelijks aandacht gegeven aan dit onderdeel.
7. Technische staat
Niet van doorslaggevende betekenis bij de inventarisatie, maar wel belangrijk, is de technische staat van de geïnventariseerde grafmonumenten. Wanneer grafmonumenten onherstelbaar beschadigd zijn, dan is dit grafmonument niet opgenomen op de lijst. Als selectiecriterium kan de technische staat een rol spelen in het geval geïnventariseerde grafmonumenten in een staat verkeren die matig tot slecht is. De technische staat wordt uitgedrukt in 4 categorieën: -
Goed: het grafmonument is constructief in orde en vertoont uiterlijk nauwelijks gebreken. Een verweerd uiterlijk speelt geen rol. Redelijk: het grafmonument is constructief in orde, maar vertoont gebreken als scheurvorming, uitzetting door roestende doken, sterke vervuiling of slijtage. Matig: het grafmonument vertoont constructieve gebreken, zoals afgebroken, verschoven of missende onderdelen. Slecht: het grafmonument is constructief afgeschreven. Alleen compleet herstel of vernieuwing kan het oude voorkomen herstellen.
Wat de precieze conditie is, is eventueel omschreven in een aparte kolom, bijvoorbeeld of er sprake is van breuk, scheurvorming, steken, missende onderdelen of dat het grafmonument sterk vervuild of verweerd is. Toepassing van het waarderingskader Door het instellen van een ouderdomsgrens kan er al een selectie worden gemaakt van te inventariseren grafvelden. Op basis daarvan zijn de volgende delen van begraafplaatsen geselecteerd voor nadere inventarisatie: Begraafplaats Gemeentelijke begraafplaats Oude kerkhof Kerkewal Gemeentelijke begraafplaats Hegedyk
Plaats Beetsterzwaag Gorredijk Gorredijk
Gemeentelijke begraafplaats De Leijen Gemeentelijke begraafplaats Gemeentelijke begraafplaats
Gorredijk-Kortezwaag Nij Beets Tijnje
Te inventariseren Oorspronkelijke deel Gehele kerkhof Geheel, met nadruk op oorspronkelijk deel Kerkhof en eerste uitbreiding Gehele begraafplaats Oorspronkelijke deel en 1e uitbreiding.
Bij de inventarisatie wordt gebruik gemaakt van plattegronden van de begraafplaatsen, een uitdraai uit het register en gegevens uit de eerder uitgevoerde QuickScan. Aan de hand van de scores wordt een lijst voorgesteld van grafmonumenten (ook aangeduid per begraafplaats) die behouden zouden kunnen blijven. Selectie op grond van criteria Met de groslijsten wordt er door het toekennen van punten aangegeven welke grafmonumenten, per begraafplaats, uiteindelijk voor behoud geselecteerd kunnen worden. Verder wordt bij het toekennen van punten gekeken naar de grafcultuur in omliggende plaatsen en de bijzondere kerkhoven in de gemeente. Vervolg
De inventarisatie leidt tot een lijst van grafmonumenten met cultuurhistorische waarde. Bekende rechthebbenden worden schriftelijk geïnformeerd over de plaatsing van hun grafmonument op de lijst en kunnen daartegen bezwaar maken. Voor graven waar geen rechthebbende van bekend is, wordt er een oproep geplaatst op de begraafplaatsen en via diverse mediakanalen, om een groot bereik te realiseren. Nadat de reactietermijn verlopen is, kan de lijst definitief vastgesteld worden. Na vaststelling wordt de lijst ingevoerd in de begraafplaatsadministratie. Ook volgt er een beleidsnotitie begraafplaatsen, waarin cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten behandeld worden. Indien er akkoord gegeven wordt voor het behoud van de grafmonumenten op de lijst, wordt er een beheerplan geschreven waarin de omgang met cultuurhistorisch waardevolle grafmonumenten per begraafplaats en soms zelfs per begraafvlak wordt uitgewerkt. Overigens wil het niet zeggen dat alle grafmonumenten zonder meer behouden kunnen blijven, maar er zal moeten worden gekeken naar wat haalbaar is en wenselijk is, zonder dat de cultuurhistorische waarde van de begraafplaatsen aangetast raakt en de grafmonumenten waarvan we dan weten dat ze van waarde zijn op grote schaal verdwijnen. Maatwerk per begraafplaats en begraafvlak is daarbij de basis.
De uitgangspunten voor het cultuurhistorisch beeld kunnen desgewenst zodanig vastgelegd worden, dat het niet nodig is dat alle grafmonumenten (of hun geheel) in stand worden gehouden. Voor rechthebbenden van grafmonumenten waarvan blijkt dat die cultuurhistorische waarde hebben, verandert er in de praktijk niets. Wel moeten zij geïnformeerd worden over de plaatsing op de lijst. Gebruik van het graf en de grafrechten blijven onveranderd. Zij blijven conform verordening verantwoordelijk voor het onderhoud en dienen waar nodig gebreken te herstellen. Ook blijven zij de grafrechten betalen. Pas als de graftermijn verloopt en een rechthebbende wil geen verlenging afsluiten, vallen de grafmonumenten terug aan de gemeente. Wanneer duidelijk is dat de gemeente zelf juridisch eigenaar is van een graf met of zonder grafmonument, dan zal zij deze ook moeten gaan onderhouden. Hoe de gemeente hiermee kan en wil omgaan, wordt uiteengezet in de beleidsnotitie begraafplaatsen en uitgewerkt in een beheerplan dat opgesteld wordt.