CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B4 Bijlage 2 Brief CDOKE planfinanciering OWO

Raadsvergadering 27 mei 2024, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van het college (B-lijst)1.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Contactpersoon: A. Grotenboer Telefoonnummer: 0512 386 222 Ons kenmerk: 0086181668

Onderwerp: Planfinanciering CDOKE voor plattelandsgemeenten Beetsterzwaag, 24 april 2024,

Geachte Excellenties Adriaansens en Jetten, Begin 2024 heeft RVO de eerste tranche van de regeling ‘planfinanciering CDOKE’ beschikbaar gesteld. Deze regeling bestaat uit drie thema’s met elk haar eigen voorwaarden. In deze brief motiveren we graag waarom plattelandsgemeenten zoals de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland (OWO-gemeenten) niet kunnen voldoen aan de voorwaarden van de regeling en om die reden dus ook geen aanvraag hebben ingediend. Op die manier dreigen zij achter te lopen in de uitvoering van klimaat- en energiebeleid. Hierdoor ontstaan regionale verschillen. Zoals het rapport ‘Elke regio telt’ bepleit, vormen deze regionale verschillen niet alleen een probleem voor de regio zelf. Ook vormen zij een probleem voor Nederland als geheel, omdat nationale doelstellingen als de energietransitie zich deze achterstanden niet kunnen veroorloven. OWO-gemeenten komen voor geen enkel thema in aanmerking Zoals gezegd kent de regeling drie thema’s. Eén van deze thema’s valt automatisch af voor plattelandsgemeenten, omdat financiering voor zero-emissiezones alleen geldt voor G40-gemeenten.

Ook het tweede thema, namelijk het begeleiden van vergunningstrajecten voor zon of wind is op dit moment niet kansrijk voor de OWO-gemeenten, met name gezien de beperkte mogelijkheden binnen het Fries provinciaal ruimtelijk beleid en de nijpende situatie rondom netcongestie. Als gevolg van netcongestie kunnen zeker tot 2032 geen grootschalige zonne- of windenergieprojecten gerealiseerd worden. Dan blijft alleen het derde thema over; aardgasvrij. Het thema aardgasvrij vereist dat gemeenten een (1) specifiek geografisch gebied aandragen, inclusief aantal woningen en postcodes, waarvan is vastgelegd dat dit gebied (2) binnen 8 jaar aardgasvrij wordt. Aan deze twee voorwaarden kunnen de OWO-gemeenten niet voldoen, omdat de gemeenten dit niet kunnen waarmaken. Wij motiveren in deze brief graag specifiek waar wij niet kunnen voldoen aan deze voorwaarden en we roepen op tot herijking van deze voorwaarden, zodat de regeling ook toegankelijk wordt voor plattelandsgemeenten als Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland. Aandragen van een specifiek geografisch gebied Vanuit het Rijk ligt een grote nadruk op een wijkgerichte aanpak van de warmtetransitie. Het aandragen van een specifiek geografisch gebied weerspiegelt dit uitgangspunt. In de OWO-gemeenten zijn enkele dorpen en wijken zeer actief op het gebied van verduurzaming. Zij willen graag verdere stappen zetten.

Echter ligt voor onze plattelandsgemeenten de meeste nadruk op een individuele aanpak van de warmtetransitie. Een wijkgerichte aanpak met een gelijke warmteoplossing werkt goed voor stedelijke gebieden, met haar relatief homogene en dichtbebouwde wijken. Hoe anders is die situatie in de OWO-gemeenten met haar 56 (vaak kleine) dorpen, waar binnen de kernen los van de verspreide bebouwing ook een grotere heterogeniteit aan gebouwtypen aanwezig is. Om deze woningen te kunnen verduurzamen, is voor veel woningen een maatwerkadvies nodig. Hierbij gebeurt het verduurzamen op variërende tempo’s, zodat dit op een voor de bewoner natuurlijk moment komt. Want waar voor het Rijk elke regio telt, telt voor de gemeente elke bewoner. Dat vraagt om maatwerk. Kort samengevat past hier een individuele aanpak van de warmtetransitie, waarbij de gemeente verspreid over haar gehele grondgebied actief is, in plaats van dat zij per wijk aan de slag gaat. Hier zou de regeling planfinanciering CDOKE ruimte voor moeten bieden. Aardgasvrij binnen 8 jaar Belangrijke uitgangspunten vanuit de Transitievisie Warmte van de OWO-gemeenten zijn dat we (1) de warmtetransitie vormgeven van onderop samen met onze actieve ‘Mienskip’ (gemeenschap) en dat we (2) stap

Pagina 1 van 2

voor stap aardgasvrij worden. Het is binnen deze uitgangspunten niet passend om als gemeente op dit moment al vast te leggen dat een gebied binnen 8 jaar aardgasvrij wordt. Zoals gezegd zijn er zeer actieve dorpen en wijken. De onderzoeken en de participatie lopen goed, maar er zijn nog te veel afhankelijkheden (denk bijvoorbeeld aan de Wet collectieve warmte en de rol van gemeenten in warmtebedrijven) die maken dat er nog geen concreet aanbod kan worden gedaan aan bewoners. Ook is het nog te vroeg om samen met hen de einddatum voor aardgasvrij vast te leggen. In plaats daarvan ligt de focus op aardgasvrij-ready, op het voorbereiden van woningen zodat ze op termijn met een lage temperatuur kunnen worden verwarmd. Los van deze gemeentelijke uitgangspunten, is het voor OWO-gemeenten überhaupt technisch niet mogelijk om meer dan aardgasvrij-ready te doen. De eerder vermeldde situatie rond de netcongestie maakt dat er maar beperkt geëlektrificeerd kan worden. Dit terwijl elektrificatie een grote rol speelt in onze gemeenten (en ook in veel andere plattelandsgemeenten). De alternatieven zoals bijvoorbeeld aquathermie en groengas zijn namelijk beperkt beschikbaar. Bovendien vergen ook die oplossingen meer elektrificatie dan de huidige situatie.

Hele wijken aardgasvrij voor 2032 is in de OWO-gemeenten helaas niet realistisch, aangezien Liander pas na 2032 grootschalige netverzwaring zal hebben gerealiseerd. Meer dan aardgasvrij-ready kunnen de OWO-gemeenten dan op dit moment ook niet beloven. Daarom kunnen wij binnen de huidige randvoorwaarden geen aanvraag indienen. Een toegankelijke regeling voor plattelandsgemeenten Het Rijk en alle gemeenten in Nederland hebben een gedeeld belang om de warmtetransitie zo effectief mogelijk vorm te geven. In dat kader zien we het als onze verantwoordelijkheid om onze praktijkervaring met u te delen, zodat uw beleid daar rekening mee kan houden. De bovenstaande analyse geldt niet alleen voor de OWOgemeenten, maar ook voor andere Friese gemeenten en ongetwijfeld speelt deze discussie tevens elders in het land. We hopen dat u deze obstakels voor plattelandsgemeenten erkent en uw regeling zodanig aanpast dat deze toegankelijk wordt voor alle gemeenten. Voor de regeling planfinanciering CDOKE komen wij hiertoe met een concrete oproep: 1) 2) 3)

Maak de regeling ook toegankelijk voor een individuele aanpak van de warmtetransitie (in tegenstelling tot alleen een wijkgerichte aanpak); Maak de regeling toegankelijk voor uitvoering gericht op aardgasvrij-ready. De planfinanciering CDOKE (gedeeltelijk) in te zetten om het basisbedrag voor de uitvoering van klimaat- en energiebeleid te verhogen.

Zeker in gemeenten zoals de OWO-gemeenten is de opgave van de warmtetransitie groot. Met relatief veel woningen van slechte energetische kwaliteit, gecombineerd met relatief lage inkomens en de situatie rond energiearmoede, hechten de gemeenten grote waarde aan een effectieve uitvoering van de warmtetransitie. We kijken er naar uit om hier samen met u de schouders onder te zetten. Met vriendelijke groet, Burgemeesters en wethouders van de OWO-gemeenten, de gemeentesecretaris van Opsterland

de burgemeester van Opsterland

Sandra van ’t Hooge

Andries Bouwman

de gemeentesecretaris van Ooststellingwerf

de burgemeester van Ooststellingwerf

Willem Mutter

Jack Werkman

de gemeentesecretaris van Weststellingwerf

de burgemeester van Weststellingwerf

Otto Paans

André van de Nadort Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=4fefc0b4-7b5b-42d7-8e91-acce7397021f