B2 Bijlage 1 Meerjarenbegroting Comprix 2024 2028
Tekst van het document
Begroting 2024 - 2028 Stichting Comprix
November 2023 P. van den Berg
Voorwoord Deze meerjarenbegroting is een financiële doorkijk voor de jaren 2024 tot en met 2028 en is gebaseerd op het strategisch beleidsplan 2023-2026, het jaarplan 2023-2024, de financiële eindprognose 2023 en de leerlingenprognose 2024 tot en met 2028. Vanaf 1 januari 2023 is de vereenvoudigde bekostigingssystematiek van kracht, door het tekort aan invalkrachten is het vervangen van afwezige leerkrachten niet altijd mogelijk en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne leiden tot ophoging van veel prijzen en onzekerheden aangaande leveringen. In 2023 hebben we voor de laatste keer NPO-gelden ontvangen, de uitgaven vinden plaats tot en met schooljaar 2024-2025. Het algemene beeld van de meerjarenbegroting is dat de inkomsten van Comprix de komende jaren teruglopen. Deze terugloop wordt veroorzaakt door: • de leerlingenkrimp, waardoor rekening wordt gehouden met een daling van het leerlingaantal (zie par. 2.4); • de negatieve effecten van de vereenvoudigde bekostiging primair onderwijs vanaf januari 2023 (zie par. 2.5); • het aflopen van de fusiebekostiging van een aantal scholen en de overgang van fusiebekostiging naar een samenvoegcompensatie (zie par. 2.6). De dalende inkomsten hebben tot gevolg dat de uitgaven de komende jaren moeten krimpen. Dit betreft zowel krimp in de formatie als een daling van de materiële uitgaven.
In deze begroting is de gehele taakstelling tot en met 2028 inzichtelijk gemaakt. Comprix kiest voor een evenredige daling van de formatie tot en met 2028. Dit resulteert in een grillig verloop van de te behalen resultaten voor de komende jaren, maar zorgt wel voor een meer gelijkmatige verspreiding van de benodigde krimp in de formatie voor de komende jaren. De financiële situatie van Comprix maakt deze spreiding van de formatieve krimp over een aantal jaren mogelijk. Meerjarig formatiebeleid is noodzakelijk om de benodigde krimp te realiseren, maar tegelijkertijd moet worden voorkomen dat de krimp groter is dan noodzakelijk omdat ook Comprix in de toekomst, wegens het lerarentekort, moeite kan krijgen om vacatures in te vullen. Door middel van een strategische meerjaren personeelsplanning is de verwachting dat dit op basis van de reguliere uitstroom, natuurlijk verloop en een deel van de flexibele schil haalbaar is. Een onzekere factor in de meerjarenbegroting is de ontwikkeling van het aantal leerlingen uit Oekraïne. In de meerjarenbegroting is ervan uitgegaan dat het huidige aantal leerlingen uit Oekraïne stabiel blijft en dat zij hun schoolloopbaan binnen het primair onderwijs afmaken bij een school van Comprix.
Daarnaast is er onzekerheid over de hoogte en wijze van financiering aangaande de bijzondere bekostiging professionalisering en startende leerkrachten en schoolleiders vanaf 2025 en de bekostiging voor basisvaardigheden vanaf 2026. Voor wat betreft de laatste twee genoemde onzekerheden is voorzichtigheidshalve geen rekening gehouden met de ontvangsten van extra gelden in de meerjarenbegroting. Wolvega, 29 november 2023 Edwin de Weers
2
Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................ 2 Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1.
Algemene instellingsgegevens ....................................................................................... 5 1.1 De governance structuur .................................................................................................. 5 1.2 Het organisatieschema ..................................................................................................... 6 1.3 Missie, visie en kernwaarden ............................................................................................. 6
2. Meerjarenbegroting 2024 – 2028 ...................................................................................... 8 2.1 Financieel beleid .............................................................................................................. 8 2.2 Allocatie ......................................................................................................................... 8 2.3 Beleidsmatige keuzes ....................................................................................................... 8 2.3 Nationaal programma onderwijs ........................................................................................ 9 2.4 Leerlingenaantallen ........................................................................................................ 10 2.4.1 Leerlingenprognose 2024 - 2028................................................................................... 10 2.5 Vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs ................................................................. 10 2.6 Fusiebekostiging (samenvoegingscompensatie) ................................................................. 11 2.7 Subsidie verbetering basisvaardigheden ........................................................................... 11 2.8 Onderwijsregio PO Noord ................................................................................................
11 2.9 Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders................................................. 12 2.10 Taakstelling................................................................................................................. 12 3. Grondslagen meerjarenbegroting 2024 - 2028 ................................................................ 13 3.1 Algemeen ..................................................................................................................... 13 3.2 Rijksbijdragen OCW ....................................................................................................... 13 3.3 Nationaal Programma Onderwijs ...................................................................................... 13 3.4 Overige overheidsbijdragen............................................................................................. 14 3.5 Overige baten ............................................................................................................... 14 3.6 Personeelslasten ............................................................................................................ 14 3.7 Afschrijvingen en investeringen .......................................................................................
14 3.8 Huisvestingslasten ......................................................................................................... 15 3.9 Overige instellingslasten ................................................................................................. 15 3.10 Financiële baten en lasten ............................................................................................. 15 4. Risicoanalyse en eigen vermogen ................................................................................... 16 4.1 Risicoanalyse ................................................................................................................ 16 4.2 Normatief eigen vermogen .............................................................................................. 16 4.3 Kengetallen ................................................................................................................... 17 5.
TREASURY .................................................................................................................... 18
6.
MEERJARENBEGROTING 2024 - 2028 ........................................................................... 19 6.1 Meerjaren exploitatie ..................................................................................................... 19 6.2 Meerjaren balans ........................................................................................................... 20
3
Samenvatting
Per 1 augustus 2023 vallen 35 scholen onder het bevoegd gezag van Comprix. Voor de bekostiging van 2024 wordt uitgegaan van de leerlingenaantallen van 1 februari 2023 en bedraagt het aantal leerlingen 4.137. Per 1 februari 2022 bedroeg het aantal leerlingen 4.213. Het algemeen beeld van de begroting 2024 – 2028 van Comprix is dat de resultaten onder druk staan. Dit vanwege de per 1 januari 2023 doorgevoerde vereenvoudig van de bekostiging en de hiermee gepaard gaande daling van de reguliere Rijksbijdrage, de daling van het aantal leerlingen, het verminderen van de fusiebekostiging en de blijvend stijgende materiële uitgaven die niet gecompenseerd worden door het Rijk. In 2023 is in de meerjarenbegroting al een taakstelling in de reguliere personele formatie voor de komende jaren opgenomen. Dit beeld blijft voor de huidige meerjarenbegroting 2024 – 2028 nagenoeg gelijk. De taakstelling bedraagt € 2.468.000 en kan zoals het nu lijkt worden opgevangen door de jaarlijkse reguliere uitstroom van personeel, mits de uitgestroomde medewerkers niet vervangen worden. De genoemde taakstelling staat los van de daling van de inzet van personeel voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). De toekenning van de tijdelijke middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) heeft nog een aanzienlijke impact op de begroting 2024 – 2028 van Comprix.
In totaal heeft Comprix in 2023 nog ruim € 1,4 miljoen aan tijdelijke NPO-middelen ontvangen. Deze ontvangen gelden worden nog ingezet in de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025. Comprix heeft ervoor gekozen om de besteding zoveel mogelijk te realiseren met incidentele uitgaven zodat geen structurele verplichtingen zijn aangegaan. Het inzetten van de ontvangen gelden voor NPO loopt niet synchroon met de besteding van de gelden. Vanuit het Rijk is voorgeschreven dat de NPO-gelden die in latere jaren worden uitgegeven moeten lopen via een bestemmingsreserve. Dit betekent dat de inzet vanuit NPO in de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025 in de begroting 2024 en 2025 leidt tot een negatief exploitatieresultaat. De daling van de leerlingenaantallen is niet gelijk binnen de drie gemeentes. Dat leidt er de komende jaren toe dat, meer dan in voorgaande jaren, een beroep op mobiliteit van medewerkers wordt gedaan. Daarnaast wordt in de komende jaren naast de daling in de formatie, strakker gestuurd op de materiële uitgaven. Dit mede omdat de daling in de opbrengsten moet worden opgevangen door zowel een daling van de personele als materiële uitgaven. Het resultaat voor de komende jaren ontwikkelt zich als volgt: Boekjaar
Begroting 2024
Begroot resultaat
€ - 796.606 *
Begroting 2025
€ - 722.551 *
Begroting 2026
€
22.165
€
124.912
€
27.928
Begroting 2027
* Zoals aangegeven worden in 2024 en 2025 voor het NPO nog gelden ingezet vanuit de bestemmingsreserve. In totaal bedraagt dit € 1.131.000. Dit betekent dat het resultaat uit gewone bedrijfsvoering (exclusief NPO) - in 2024 € 145.845 negatief en in 2025 € 241.981 negatief bedraagt.
4
1. Algemene instellingsgegevens 1.1
De governance structuur
Stichting Comprix vormt het bevoegd gezag van het openbaar primair onderwijs in de gemeenten Opsterland, Oost– en Weststellingwerf. De stichting wordt geleid door een éénhoofdig college van bestuur. De 35 scholen hebben elk een eigen directeur. De ondersteuning van de scholen op het gebied van de bedrijfsvoering is ondergebracht bij het stafbureau die wordt geleid door een directeur bedrijfsvoering. Het interne toezicht op het college van bestuur is belegd bij de raad van toezicht. Binnen Comprix heeft elke school een medezeggenschapsraad (MR). Voor onderwerpen die de meerderheid van de scholen aangaan is er een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). College van bestuur Het college van bestuur (CvB) is verantwoordelijk voor het dagelijks bestuur van de stichting. Het CvB werkt vanuit aandachtsgebieden die voortvloeien uit het strategisch beleidsplanplan en de organisatie. Schoolleiding en leiding stafbureau De schooldirecteuren zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen de scholen. Zij werken vanuit de aandachtsgebieden die voortvloeien uit het strategisch plan en het schoolplan. De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding en de ondersteuning van de bedrijfsvoering en werkt op basis van een jaarplan dat is gebaseerd op het strategisch beleidsplan van de stichting.
Het bestuurlijk mandaat is uitgewerkt in het managementstatuut. Raad van toezicht De raad van toezicht (RvT) bestaat statutair uit zes leden. De RvT vergadert minimaal zes keer per jaar. De RvT ziet erop toe dat het CvB de stichting bestuurt conform de missie, visie en kernwaarden van de stichting. De RvT ziet toe op de wijze waarop beleid bijdraagt aan het realiseren van de maatschappelijke doelen van Comprix, waaronder kwaliteit van onderwijs, een rechtmatige en doelmatige besteding van de middelen, alsmede op de algemene gang van zaken binnen de stichting. De RvT heeft een renumeratiecommissie, een audit commissie en een onderwijscommissie. Naast het toezicht op het bestuur geeft de RvT goedkeuring aan bepaalde bestuursbesluiten, is hij de werkgever van het CvB en is hij klankbord van het CvB. Medezeggenschap Elke school binnen Comprix kent een medezeggenschapsraad (MR). In de MR-en van de scholen hebben ouders en personeelsleden zitting, in de verhouding dat de helft van de leden van de raad bestaat uit ouders en dat de andere helft bestaat uit personeel. Via de MR kunnen ouders en personeel officieel invloed hebben op ontwikkelingen binnen de school. De leiding van de school draagt zorg dat de MR zo goed en volledig mogelijk wordt geïnformeerd. De MR heeft instemmings- of adviesrecht. Dit is afhankelijk van het type vraagstuk.
Comprix kent een Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) die bestaat uit ouders en personeelsleden, in de verhouding dat de helft van de leden van de raad bestaat uit ouders en dat de andere helft bestaat uit personeel. Via de GMR kunnen ouders en personeel officieel invloed hebben op ontwikkelingen die de meerderheid van de scholen aangaan. De GMR van Comprix telt 12 leden en wordt voorgezeten door een lid van de GMR en voert overleg met het CvB. Het CvB draagt zorg dat de GMR zo goed en volledig mogelijk wordt geïnformeerd. De GMR heeft instemmings- of adviesrecht. Dit is afhankelijk van het type vraagstuk dat voorligt. De GMR vergadert jaarlijks ongeveer zes keer. Zij laat zich hierbij informeren door het CvB. De agenda van de GMR loopt parallel met de bestuurlijke agenda.
5
1.2
Het organisatieschema
1.3
Missie, visie en kernwaarden
Missie De missie beschrijft het bestaansrecht van Comprix. Het verzorgen van toekomstbestendig onderwijs van hoge kwaliteit voor zoveel mogelijk kinderen in de landelijke regio Zuidoost Fryslân. Comprix biedt hiervoor algemeen toegankelijk, passend en thuisnabij onderwijs.
In onze missie komt tot uiting dat wij streven naar een zo passend mogelijk onderwijsaanbod voor alle kinderen binnen onze regio. Wij denken hierbij in mogelijkheden, maar zijn ook realistisch en weten dat niet alles overal mogelijk is. Leidend is de optimale ontwikkeling van het kind binnen de aanwezige mogelijkheden. Missiestatement Aansluitend bij onze missie luidt ons missiestatement als volgt: Samen voor goed onderwijs in en voor de wereld van morgen.
Hiermee willen wij aangeven dat wij bij het inrichten van goed onderwijs nadrukkelijk de samenwerking opzoeken, zowel intern als extern. Ons onderwijs is toekomstgericht. Wij willen onze leerlingen voorbereiden op een actieve deelname aan de samenleving van morgen en tegelijkertijd willen wij via ons onderwijs en onze leerlingen een positieve bijdrage leveren aan de wereld en de samenleving van morgen.
6
Slogan De kracht achter primair onderwijs
Onderwijs vindt plaats op de scholen en in de klassen, daar wordt invulling gegeven aan onze missie. Met onze slogan willen wij aangeven dat Comprix ten dienste staat van de scholen en daarmee ‘achter’ de scholen staat om hen te ondersteunen bij het verzorgen van goed onderwijs. Dit doen wij door de inzet van de expertise binnen het stafbureau en het benutten van de onderlinge samenwerking en solidariteit tussen de scholen. Comprix staat voor kwaliteit en samen verzorgen we goed onderwijs voor onze leerlingen. Visie Onze visie beschrijft het toekomstbeeld van onze stichting en geeft antwoord op de vragen: Wat willen we zijn? Wat willen we bieden? en Wat willen wij bereiken? COMPRIX… • biedt kans- en identiteitsrijk onderwijs waarmee kinderen worden voorbereid op een actieve deelname aan de samenleving. • staat voor kwalitatief goed onderwijs en heeft de ambitie om het onderwijs nog beter te maken. • is een hechte gemeenschap, waarin op basis van samenwerking en solidariteit wordt gestreefd naar het realiseren van onze gezamenlijke ambitie; zo goed mogelijk onderwijs voor zoveel mogelijk leerlingen. • staat voor goed werkgeverschap en het bieden van ruimte voor eigenaarschap. Hiermee zetten wij medewerkers in hun kracht, met als doel werkplezier en goed onderwijs.
Kernwaarden De kernwaarden beschrijven welke kwaliteiten en drijfveren wij willen inzetten om onze missie, visie en doelen te realiseren en zijn hiermee leidend voor ons denken en handelen. De kernwaarden van Comprix zijn: • Professionaliteit Professionaliteit betekent deskundig, transparant en betrouwbaar zijn, dit kenmerkt ons denken en handelen, zowel binnen als buiten de organisatie. • Ambitie Wij werken voortdurend aan kwaliteitsverbetering en hebben hoge verwachtingen van onszelf en van onze leerlingen. • Samenwerking Wij zoeken zowel in- als extern de oprechte samenwerking om het beste te bereiken voor onze leerlingen. • Diversiteit en inclusiviteit Binnen Comprix is iedereen gelijk en mag iedereen zichzelf zijn. Dit brengen wij in de praktijk en dragen wij actief uit. • Eigenaarschap Wij bieden ruimte om verantwoordelijkheid te nemen en eigen keuzes te maken, zowel voor leerlingen als voor medewerkers.
7
2. Meerjarenbegroting 2024 – 2028 2.1 Financieel beleid Het financieel beleid van Stichting Comprix heeft als doel het borgen van een blijvend evenwichtige verdeling tussen inkomsten en uitgaven. Uitgangspunt hierbij is dat het financieel beleid eenvoudig, inzichtelijk en transparant moet zijn. Een ander belangrijk uitgangspunt is de solidariteitsgedachte. Het is belangrijk om vooruit te kijken, uitdagingen inzichtelijk te maken en duidelijk te krijgen wat de financiële opdracht is de komende jaren. Hierbij staat het waarborgen van de kwaliteit van het primair proces in relatie tot een financieel gezonde huishouding voorop. De komende jaren staat Comprix voor een aantal financiële uitdagingen. Deze uitdagingen komen door: - de krimp van het aantal leerlingen in de regio, het aflopen en versoberen van de fusiebekostiging, de vereenvoudiging van de bekostiging, het aflopen van de diverse bijzonder NPO-gelden en stijgende kosten materiële instandhouding. De scholen van Comprix maken deel uit van één organisatie, die in zijn geheel streeft naar een hoogwaardig onderwijsaanbod. Bij het financieel beleid staat de rechtmatige en doelmatige verwerving en besteding van middelen centraal, waarvoor het college van bestuur de eindverantwoordelijkheid draagt.
Anders verwoordt; het financieel beleid is gericht op een optimale en efficiënte inzet van middelen om de gestelde doelen te realiseren. Hierbij geldt dat financiën het beleid volgt en is het verbonden met alle beleidsterreinen binnen de organisatie. Hierbij geldt ‘alles hangt met alles samen’. Het voeren van een gezond financieel beleid op korte en lange termijn is belangrijk, zowel op bestuursals op schoolniveau. Bovenstaande leidt tot de volgende uitgangspunten: 1. Financiële middelen worden zoveel mogelijk ingezet voor het primair proces. 2. Continuïteit waarborgen door realistische exploitatie en het bewaken van de reserves. 3. Allocatie is op basis van solidariteit. 4. Betrokkenen hebben inzicht om zo hun rol goed te kunnen vervullen. 2.2 Allocatie Het primair onderwijs kent overwegend lumpsum financiering. Dit betekent dat inkomsten van de Rijksoverheid op schoolniveau worden berekend aan de hand van het aantal leerlingen en vervolgens toegekend worden aan het schoolbestuur. Binnen Comprix worden een aantal zaken bovenschools georganiseerd. Dit om risico’s centraal af te dekken en om efficiëntie te bereiken. De uitgangspunten voor ons allocatiebeleid sluiten aan bij ons financieel beleid: • Eenvoudig. De spelregels voor de toedeling en besteding van de middelen zijn niet complex en daarmee voor de betrokkenen goed te volgen en uit te voeren.
• Inzichtelijk en transparant. Het moet voor eenieder duidelijk zijn hoe de opbouw, toedeling en besteding van middelen plaatsvindt. • Solidariteit. Risico’s en kansen die op schoolniveau niet beïnvloedbaar zijn worden op bovenschools niveau gedragen. Het allocatiebeleid betreft hoofdzakelijk de verdeling van de formatie over de scholen. De toedeling van formatie (allocatie van middelen) is gebaseerd op het evenredigheids- en gelijkheidsbeginsel. Binnen de totaal beschikbare formatie kan de desbetreffende schooldirecteur vervolgens zelfstandig personele keuzes maken omtrent de wijze van inzet van die formatie. 2.3 Beleidsmatige keuzes Het ingezette beleid, gebaseerd op ambitie en kwaliteit, wordt in deze meerjarenbegroting voortgezet. Comprix stimuleert innovatieve projecten op de scholen. De vernieuwingen in duurzaamheid worden de komende jaren gecontinueerd. Daarnaast zijn de volgende beleidsmatige keuzes in de meerjarenbegroting verwerkt. -
Het onderwijs op onze scholen is op orde, alle scholen hebben het basisarrangement. In 2023 heeft de onderwijsinspectie onderzocht of de sturing door het bestuur op de kwaliteit van het onderwijs op de scholen op orde is, of er sprake is van deugdelijk financieel beheer en dit bijdraagt aan de 8
kernfunctie van het onderwijs. Het eindoordeel van de onderwijsinspectie was voldoende, waardoor Comprix valt binnen het reguliere toezicht. Het accent binnen het beleidsgebied onderwijs ligt op verdere versterking van de kwaliteitszorg, het formuleren van gezamenlijke ambities en de wijze van aansturing hierop door het bestuur. In 2024 wordt per 1 maart een directeur onderwijs aangesteld, die voorgaande punten overneemt van de vertrekkende beleidsadviseur onderwijs. -
Vanuit het inspectiebezoek in het voorjaar van 2023 is gestart met het systematisch evalueren van het onderwijs in burgerschap. In 2023 is bij 14 scholen gestart met een pilot en op dit moment zijn de scholen onder begeleiding van het CED de opbrengsten van het burgerschap in kaart aan het brengen. Dit krijgt in 2024 een vervolg en zal leiden tot de keuze voor een instrument dat structureel gaat worden ingezet. In schooljaar 2024/2025 wordt het gekozen instrument geïmplementeerd en toegepast binnen alle scholen van Comprix.
-
Door het toenemende lerarentekort en de aanscherping van wet- en regelgeving nemen de mogelijkheden om invallers in te kunnen zetten af. Door de flexibiliteit en betrokkenheid van de schoolteams wordt de afwezigheid van collega’s vaak binnen het schoolteam opgevangen. Dit werkt doorgaans echter wel werkdruk verhogend, medewerkers kiezen er niet voor niets voor om parttime te werken. Het tekort aan invallers neemt toe met negatieve gevolgen voor de continuïteit van het onderwijs en de werkdruk binnen de schoolteams. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met hogere uitgaven voor vervanging. We gaan ook de komende jaren de inzet en investeringen in goed werkgeverschap en duurzame inzetbaarheid continueren.
-
Comprix heeft veel scholen en daarmee ook de verantwoording voor de exploitatie en het onderhoud van veel schoolgebouwen. Door het grote aantal kleine scholen, heeft Comprix relatief veel schoolgebouwen ten opzichte van het aantal leerlingen. Hierdoor vraagt huisvesting naar verhouding ook veel personele inzet en budget. Daarbij is de bekostiging die schoolbesturen voor onderwijshuisvesting ontvangen in het algemeen al niet toereikend. Het is dan ook een uitdaging voor Comprix om onze schoolgebouwen blijvend aan onze eisen te laten voldoen tegen aanvaardbare kosten. De stijgende materiële kosten leiden tot extra uitgaven in de meerjarenbegroting. Ondanks dat er drie schoolgebouwen minder zijn in het schooljaar 2023-2024 ten opzichte van 2022-2023 stijgen de kosten op het gebied van gas- en elektra, onderhoud en schoonmaak. Gedurende de komende jaren wordt strakker gestuurd op de materiële uitgaven, door de materiële uitgaven tegen het licht te houden en gerichter keuzes te maken.
2.3 Nationaal programma onderwijs Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) betekent een forse investering in het onderwijs. In 2023 heeft Comprix nog circa € 1,4 miljoen ontvangen. In 2024 en 2025 kan vanuit NPO nog € 1.131.000 ingezet worden. Op bestuursniveau is er in overleg met de directeuren en de GMR voor gekozen om maximaal 10% van de NPO-middelen bovenschools in te zetten. Hiermee kunnen gezamenlijke initiatieven worden bekostigd en kunnen risico’s gezamenlijk worden gedragen. Enkele voorbeelden waarvoor de NPO-gelden worden ingezet: • Gezamenlijk scholing voor onderwijsassistenten. • Bekostiging van de vervanging van afwezige medewerkers die vanuit het NPO worden ingezet. • De kosten na afloop van het NPO ten gevolge van het beëindigen van tijdelijke contracten. • De extra kosten die worden gemaakt bij de inhuur van medewerkers via uitzendbureaus. • Extra inzet op administratief gebied en extra inzet van de orthopedagoog vanuit ondersteuningsteam De Stipe. De verdeling van de inzet NPO in 2024 en 2025 ziet er afgerond als volgt uit: Inzet NPO-gelden
2024
2025
Totaal
Tijdelijk personeel
€ 497.000
€ 402.000
€
899.000
Externe inhuur
€
66.000
€
7.000
€
93.000
Materiële uitgaven
€
88.000
€
51.000
€
139.000
Totaal
€ 651.000
€ 480.000
€ 1.131.000
De uitgaven in 2024 en 2025 worden bekostigd vanuit de bestemmingsreserve ‘NPO’.
9
2.4 Leerlingenaantallen Na de doorvoering van de vereenvoudiging van de bekostiging is sprake van t-1 bekostiging op basis van het aantal leerlingen op 1 februari. Dit betekent dat de bekostiging voor 2024 is gebaseerd op het leerlingenaantal van 1 februari 2023. Het aantal leerlingen van de 35 scholen binnen Comprix bedraagt per 1 februari 2023 4.137. Het aantal leerlingen per 1 februari 2022 bedroeg 4.213. Ten opzichte van het voorgaande jaar is het aantal leerlingen dus gedaald met 76. Verklaring daling leerlingenaantal op 1 februari 2023 ten opzichte van 1 februari 2022: Omschrijving
Aantal leerlingen
Sluiting OBS De Lantscheene
-19
Fusie OBS De Twirre en CBS De Opdracht
-53
Fusie OBS De Jasker en CBS De Arke
-34
Fusie OBS De Oanrin en CBS Betrouwen
+44
Daling aantal leerlingen
-14
Totaal daling per 1 februari 2023
- 76
2.4.1 Leerlingenprognose 2024 - 2028 De meerjaren leerlingenprognose is opgesteld op basis van de huidige leerlingenaantallen en ontwikkelingen in de basisregistratie (aantal geboorten) van de gemeentes Opsterland, Oost- en Weststellingwerf. In de leerlingenprognose is ervan uitgegaan dat het huidige aantal leerlingen uit Oekraïne stabiel blijft en dat zij hun schoolloopbaan binnen het primair onderwijs afmaken bij een school van Comprix. De totale geprognotiseerde leerlingendaling tussen 1 februari 2023 en 1 februari 2027 bedraagt 86 leerlingen. In onderstaand overzicht is de meerjarenprognose voor het leerlingenaantal - zoals is verwerkt in deze meerjarenbegroting - opgenomen: Gemeente
1 feb 2023
1 feb 2024
1 feb 2025
1 feb 2026
1 feb 2027
Daling
Ooststellingwerf
1.359
1.322
1.291
1.261
1.230
-129
Opsterland
1.483
1.473
1.472
1.467
1.467
-16
Weststellingwerf
1.295
1.307
1.313
1.314
1.354
+59
Totaal
4.137
4.102
4.076
4.042
4.051
-86
De leerlingenprognose laat per gemeente een verschillend beeld zien voor de komende jaren. De grootste daling wordt verwacht in de gemeente Ooststellingwerf, totaal 129 leerlingen minder. Opsterland laat een kleine daling zien van 16 leerlingen. Daarentegen is de verwachting dat in de gemeente Weststellingwerf een stijging van 59 leerlingen is. Voor scholen (en het bestuur) heeft een fluctuatie van het leerlingenaantal een aantal gevolgen. De meest in het oog springende is uiteraard bij een daling van het aantal leerlingen dat direct de rijksbijdragen verminderen. Tevens heeft een leerlingenfluctuatie gevolgen voor de klassengrootte en kan een daling leiden tot de noodzaak om meer combinatiegroepen te vormen. Daarnaast heeft een leerlingenfluctuatie ook effect op de huisvesting. Klaslokalen kunnen als gevolg van een leerlingendaling soms leeg komen te staan, terwijl er bijij een leerlingenstijging ruimtegebrek kan ontstaan. Het aantal leerlingen is direct gekoppeld aan het aantal vierkante meters waarop een school voor het schoolgebouw recht heeft. Bij een leerlingenstijging leidt het overschrijden van de vierkante meters niet direct tot uitbreiding van het schoolgebouw. Het grootste deel van de scholen van Comprix is gevestigd in kleine kernen. Een (wellicht relatief sterke) leerlingendaling kan leiden tot de noodzaak om scholen samen te moeten voegen.
De kwaliteit van het onderwijs in de ruimste zin van het woord is echter in alle gevallen (ook als het leerlingenaantal niet zou dalen) leidend voor het wel of niet besluiten tot samenvoeging. 2.5 Vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs Met ingang van het jaar 2023 is de bekostiging in het primair onderwijs vereenvoudigd. De bekostiging wordt vanaf het jaar 2023 op basis van de nieuwe bekostigingsparameters toegekend. 10
Er bestaat een verschil tussen de hoogte van de bekostiging middels de ‘oude’ berekeningswijze en de ‘nieuwe’ berekeningswijze. Voor Comprix pakt dit negatief uit. Om onderwijsinstellingen de ruimte te geven om toe te groeien naar de nieuwe werkelijkheid, wordt het negatieve verschil tussen de ‘oude’ berekeningswijze en de ‘nieuwe’ berekeningswijze in vier jaren afgebouwd. In 2024 ontvangt Comprix 50% van het verschil tussen de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ berekeningswijze en in 2025 nog 25%. In 2026 is de overgangsregeling ten einde. In onderstaand overzicht is weergegeven welk bedrag Comprix ontvangt ten behoeve van de overgangsregeling en wat het gevolg van de vereenvoudigde bekostiging betekent voor Comprix: 2024 Compensatie overgangsregeling nieuwe bekostiging Daling vereenvoudigde bekostiging
2025
2026
€ 212.000
€ 105.000
€0
- € 209.000
- € 316.000
- € 421.000
2.6 Fusiebekostiging (samenvoegingscompensatie) Ook de fusiebekostiging is na de vereenvoudiging van de bekostiging versoberd. Er wordt gesproken over aanvullende bekostiging in de vorm van de samenvoegingscompensatie. In het kalenderjaar waarin de fusie plaatsvindt, ontvangen de betrokken scholen de gehele bekostiging tot het einde van dat kalenderjaar (alsof geen fusie heeft plaatsgevonden). De samenvoegingscompensatie wordt de twee kalenderjaren volgend op de fusiedatum ontvangen, op basis van de teldatum direct voorafgaand aan de fusiedatum. De samenvoegingscompensatie bedraagt het eerste jaar 100% en het tweede jaar 50%. Fusiebekostiging van vóór 1-1-2023 Nog in te zetten vanuit voorgaand jaar Samenvoegingscompensatie Totaal
2024 €874.000
2025 € 561.000
€ 294.000
€ 128.000
€ 231.000
€ 116.000
€ 1.399.000
€ 805.000
2026 € 392.000
2027 € 228.600
2028 €0
€ 392.000
€ 228.600
€0
2.7 Subsidie verbetering basisvaardigheden Een groot deel van de scholen van Comprix heeft in 2023 de subsidie ‘verbetering basisvaardigheden’ aangevraagd, totaal hebben vijf scholen de subsidie toegekend gekregen. In onderstaand overzicht staat de verdeling van de inzet van de subsidie ‘verbetering basisvaardigheden’. In totaal ontvangen de vijf scholen deze tijdelijke subsidie van in totaal € 718.000 voor de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025. In 2023 is € 97.000 ingezet vanuit deze subsidiegelden. Inzet subsidie verbetering basisvaardigheden
2024
2025
Personeel
€ 265.000
€ 155.000
Materiële uitgaven
€ 127.000
€ 74.000
Totaal
€ 392.000
€ 229.000
De huidige financiering van basisvaardigheden is op subsidiebasis en is slechts aan een beperkt aantal scholen toegekend. Vanuit het Rijk is aangegeven dat de scholen extra geld gaan ontvangen voor het programma ‘basisvaardigheden’. Dit dan niet op subsidiebasis zoals nu, maar in de vorm van een reguliere bekostiging. Deze reguliere bekostiging staat pas in 2026 op de Rijksbegroting. Bij de opstelling van de meerjarenbegroting 2023-2027 werd nog aangegeven dat de bekostiging vanaf 2025 aan scholen zou worden toegekend. Dit is dus een jaar doorgeschoven. Het gaat dan om een extra bekostiging bovenop de reguliere lumpsumvergoeding. De verwachting is dat alle scholen een basisbedrag krijgen en dat scholen waar de prestaties van leerlingen rondom de basisvaardigheden achterblijveneen aanvullend bedrag krijgen. Het is echter nog niet duidelijk wat dit voor individuele scholen betekent. Niet bekend is wat de verdeling, hoogte en criteria zullen zijn. Zoals het nu staat wordt in het voorjaar van 2024 bekend hoeveel geld vanuit het programma naar de scholen gaat. Op dit moment is er in de meerjarenbegroting nog geen rekening gehouden met deze extra inkomsten. 2.8 Onderwijsregio PO Noord Comprix sluit als onderwijskoepel aan bij de onderwijsregio PO Noord. Vanuit de onderwijsregio PO Noord is subsidie aangevraagd met als doel om de arbeidsmarktproblematiek voor het onderwijs in de 11
Noordelijke regio aan te pakken. Er wordt hiervoor gewerkt met een stuurgroep en een projectgroep die de lijnen van de onderwijsregio uit gaat zetten. Daarnaast worden diverse werkgroepen geformeerd die inhoudelijk verschillende projecten op gaan pakken. Er wordt gewerkt aan drie domeinen: werving en matching, samen opleiden en begeleiden en professionalisering. Het betreft hier een overkoepelend orgaan waarin Comprix participeert. In de meerjarenbegroting is geen rekening gehouden met inkomsten dan wel uitgaven voor het participeren in de onderwijsregio PO Noord. 2.9 Professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Scholen in het primair onderwijs krijgen bijzondere bekostiging voor de professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. Voor het jaar 2024 is deze bijzondere bekostiging gecontinueerd. Per 1 januari 2025 wordt de regeling gewijzigd. Op basis van gesprekken die de PORaad voert met OCW is de verwachting dat een deel van dit geld wordt toegekend aan de onderwijsregio’s, dus niet meer rechtstreeks aan de schoolbesturen. Voorzichtigheidshalve zijn in de begroting vanaf 1 januari 2025 geen inkomsten meer opgenomen voor deze bijzondere bekostiging. Dit betekent dat elke euro die Comprix na 1 januari 2025 vanuit deze regeling ontvangt een positief effect heeft op taakstelling.
Dit mede doordat de uitgaven van ons inwerkprogramma voor startende leerkrachten en de begeleiding van de startende leerkrachten door ons opleidingsteam wel in de meerjarenbegroting zijn meegenomen. 2.10 Lasten De huisvestingslasten laten in 2024 een stijging zien. Dit wordt veroorzaakt door de gestegen dotatie aan de onderhoudsvoorziening (de dotatie is bepaald aan de hand van de meerjaren onderhoudsplannen opgesteld door Syplon), de gestegen energie- en gasprijzen en de stijging van het schoonmaakcontract door stijging van de loonkosten van het schoonmaakpersoneel. De overige instellingslasten laat een daling zien door de daling van de kosten voor het administratiekantoor. Dit doordat Comprix nu naast de financiële administratie ook de salarisadministratie zelf gaat doen. Daarnaast heeft een deel van de lasten een directe relatie met het aantal leerlingen en om deze reden laten de overige instellingslasten ook een lichte daling zien. 2.10 Taakstelling Binnen de meerjarenbegroting is een taakstelling opgenomen. De totale taakstelling is in onderstaand overzicht inzichtelijk gemaakt: Mutaties t/m 2028
Daling bekostiging door daling leerlingenaantal
- € 510.000
Daling bekostiging door vereenvoudigde bekostiging
- € 212.000
Daling wegvallen bijzondere bekostiging
Totale taakstelling
- € 893.000
Daling door wegvallen fusiegelden
- € 1.399.000
Totale taakstelling Comprix
- € 3.014.000
Daling overige personele uitgaven
€ 275.000
Daling materiële uitgaven
€ 271.000
Bekostiging basisvaardigheden
p.m.
Totaal verwerkt in begroting
€ 546.000
Totale taakstelling Comprix
- € 2.468.000
De taakstelling tot en met 2028 is € 2.468.000 (tot en met 2027 was dit € 2.784.000). In deze taakstelling is nog geen rekening gehouden met de vanaf 2026 te ontvangen bekostiging voor basisvaardigheden. Dit omdat – zoals eerder benoemd - op dit moment de hoogte en de condities waaronder deze gelden worden ontvangen niet bekend zijn. De taakstelling kan op basis van de reguliere uitstroom en een deel van de flexibele schil worden ingelopen, zolang deze uitstroom niet wordt vervangen. In de taakstelling is geen rekening gehouden met de daling van de inzet vanuit de NPO-gelden.
12
3. Grondslagen meerjarenbegroting 2024 - 2028 3.1 Algemeen De begroting 2024 - 2028 van Comprix is tot stand gekomen na een traject van overleg met de begrotingsverantwoordelijken en afvaardigingen van het stafbureau voor P&O, onderwijs, huisvesting en ICT. De individuele posten zijn diverse malen besproken en vervolgens zo realistisch mogelijk begroot. 3.2 Rijksbijdragen OCW In de rijksbijdragen is rekening gehouden met de subsidies vanuit het ministerie van OCW. Hierbij is uitgegaan van de stand van het aantal leerlingen per 1 februari t-1 en de bedragen die gelden vanuit de vereenvoudiging bekostiging PO vanaf het jaar 2023. Ook is rekening gehouden met de afbouw van het verschil tussen de berekeningswijze van de nieuwe bekostiging en oude bekostiging die in vier jaren wordt afgebouwd (jaarlijkse afbouw van 25%) en de afbouw en versobering van de fusiebekostiging. Eveneens is rekening gehouden met het inzetten van de tijdelijke aanvullende bekostiging in verband met de NPO en de voor vijf scholen verkregen subsidie ‘verbetering basisvaardigheden’. De bijdrage voor passend onderwijs is gebaseerd op de verwachte afspraken met het Samenwerkingsverband Fryslân. Deze afspraken hebben betrekking op het aan de school doorbetalen van de gelden die de scholen nodig hebben om passend onderwijs te kunnen bieden.
Deze bijdrage is gerelateerd aan de leerlingaantallen van de scholen in verhouding tot het totaal aantal leerlingen in de provincie. Sinds de vereenvoudiging van de bekostiging zijn de bedragen voor de personele en materiële bekostiging samengevoegd. Voor het bijstellen van de bekostiging wordt echter nog wel een onderscheid gemaakt tussen een loongevoelig deel en een prijsgevoelig deel van de bekostiging. Het loongevoelige bekostigingsdeel (op basis van referentiesystematiek) wordt op een andere wijze vastgesteld dan de indexatie van de prijsgevoelige bekostiging (op basis van wettelijk verplichte jaarlijkse prijsbijstelling) Wijzigingen in de personele bekostiging vindt plaats over 89,15% en voor de materiële bekostiging over 10,85% van de totale rijksbijdrage. Deze verhouding is gebaseerd op de uitgekeerde OCWbekostiging 2022. De percentages worden in ieder geval één keer per vijf jaar vastgesteld, zodat ontwikkelingen die invloed hebben op de verhouding worden meegenomen. Op basis van de verdeling van de personele en materiële uitgaven kan echter worden geconcludeerd dat de materiële component nog steeds te laag is. Het materiële bekostigingsdeel heeft op dit moment zelfs een negatieve prijsbijstelling van 0,15%, terwijl de prijzen in de markt nog steeds stijgen.
De bedragen in de Rijksbijdrage OCW 2024 voor het personele deel zijn ten opzichte van 2023 gestegen ten gevolge van de toevoeging van de compensatie voor de salarisstijging vanuit de CAO 2023-2024 De verdeling van de personele en materiële uitgaven binnen Comprix ontwikkelen zich in de meerjarenbegroting als volgt: Personele uitgaven
Materiële uitgaven
2024
83,7%
16,3%
2025
83,4%
16,6%
2026
82,9%
17,1%
2027
82,6%
17,4%
2028
82,6%
17,4%
Uit bovenstaande overzicht blijkt dat de materiële uitgaven procentueel ten opzichte van de totale materiële uitgaven stijgen ten koste van de personele uitgaven. Het is van belang – zoals ook is aangegeven in paragraaf 2.3 ‘beleidsmatige keuzes’ - om de materiële uitgaven tegen het licht te houden en strakker te sturen op deze uitgaven. 3.3 Nationaal Programma Onderwijs De ontvangsten in het kader van het NPO zijn gebaseerd op het betalingsritme van DUO. De betalingen die DUO doet aan Comprix in het kader van NPO moeten als baten worden genomen in het jaar van ontvangst. De uitgaven in het kader van het NPO zijn opgenomen conform hoofdstuk 2.3. Vanaf 1 augustus 2023 zijn er geen ontvangsten meer vanuit het NPO en worden de uitgaven gedekt 13
vanuit een door Comprix gevormde bestemmingsreserve. Dit leidt – zoals eerder vermeld - voor 2024 en 2025 tot een negatief exploitatieresultaat. 3.4 Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen hebben betrekking op gemeentelijke subsidies zoals Veerkieker, Culturele vorming, onderwijs aan het jonge kind en de schakelklas. 3.5 Overige baten De overige baten bestaan uit loonkostensubsidies, detacheringsinkomsten en de opbrengsten van de verhuur van lokalen aan peuter- en kinderopvang. 3.6 Personeelslasten De personeelslasten zijn gebaseerd op de huidige formatie in schooljaar 2023-2024 (september 2023) inclusief een inschatting van extra vervanging gebaseerd op het huidige ziekteverzuimpercentage van 4,0%. Daarnaast is meer vervanging opgenomen onder extern personeel, omdat het moeilijk is om vervangingspersoneel te vinden. De samenstelling van de formatie is voor schooljaar 2023-2024 gecontinueerd (zeven maanden voor 2024). Wijzigingen in het personeelsbestand die bekend zijn voor 2024, zijn in de meerjarenbegroting verwerkt. Het betreft hier de aanstelling van de directeur onderwijs en het per 1 augustus 2024 overgaan van externe inhuur van een directeur en interne begeleider naar eigen personeel.
Er is rekening gehouden met een stijging van de salariskosten voor de sociale lasten en stijging van de salarissen vanuit de ruimte die op dit moment bekend is voor de CAO 2024-2025. De CAO-stijging van 10% in 2023 wordt geheel vergoed door de Rijksbijdrage. Voor de jaren 2025 en verder is geen verhoging van de salariskosten opgenomen en ook is de Rijksbijdrage hiervoor niet opgehoogd. Op dit moment is onbekend wat de toekomstige salarisverhogingen zullen zijn en daarom zijn geen toekomstige verhogingen verwerkt in de begroting. Daarnaast is de verwachting is dat een kostenverhoging vanuit de CAO één op één zal worden vergoed in de Rijksbijdrage en geen sprake is van een resultaateffect. Vanaf 2024 is er sprake van een noodzakelijke verlaging van de personele lasten als gevolg van de daling van het aantal leerlingen, de vereenvoudiging va de bekostiging, de verlaging van de fusiebekostiging en uiteraard het wegvallen van de NPO-gelden. De formatie is taakstellend maar evenredig over de verschillende jaren in overeenstemming gebracht met de daling van de hiervoor genoemde inkomsten. Comprix staat voor een uitdaging om de komende jaren de uitgaven in lijn te brengen met de inkomsten. De totale op dit moment te realiseren daling van de formatiekosten bedraagt afgerond € 2.468.000 in de komende vijf jaar. Deze daling is al in de meerjarenbegroting verwerkt.
Zoals eerder aangegeven is voorgenoemd bedrag exclusief de inzet vanuit de NPO-gelden. In het meerjaren bestuursformatieplan worden de consequenties voor de komende schooljaren inzichtelijk gemaakt. Aangezien verschillende - nu nog onzekere - factoren de meerjarenbegroting kunnen beïnvloeden (zeker op de langere termijn) is het van belang om naast het maken van een juiste inschatting van toekomstige ontwikkelingen, ook de actuele ontwikkelingen blijvend te volgen om tijdig bij te kunnen sturen. Dit is vooral van belang betreffende de formatie. Hierbij is de strategische personeelsplanning van belang om de uitstroom inzichtelijk te maken en de daling in formatie te realiseren en te zorgen dat Comprix de komende jaren niet met een lerarentekort te maken krijgt. Om de benodigde daling van de formatie ‘zacht te laten landen’, kiest Comprix bewust voor een redelijk evenredige daling van de formatie. Hierdoor laat het resultaat in de meerjarenbegroting een grillig verloop laat zien. 3.7 Afschrijvingen en investeringen Comprix heeft de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de scholen. Zoals in paragraaf 2.3 is aangegeven wordt gedurende de komende jaren strakker gestuurd op de materiële uitgaven en dus ook op de investeringen. De investeringen betreffen o.a.: • ICT; zowel in de infrastructuur als in devices. • In inrichting en meubilair bij nieuwbouw en renovatie.
De investeringen leiden tot verlaging van de liquiditeit. De investeringen worden conform de geldende afschrijvingspercentages afgeschreven. De afschrijvingen leiden tot uitgaven in de exploitatierekening.
14
Door de afschrijvingen worden de uitgaven van de investeringen evenredig over de komende jaren verdeeld. Van de voorgenomen investeringen in 2025 en in de jaren daarna kan het volgende overzicht worden gegeven: 2024
2025
2026
2027
2028
Lesmethodes
€ 55.000
€ 50.000
€ 45.000
€ 40.000
€ 35.000
Meubilair
€ 440.637
€ 313.731
€ 273.340
€ 240.816
€ 271.613
ICT
€ 609.577
€ 677.084
€ 256.356
€ 210.089
€ 312.766
€ 1.105.214
€ 1.040.815
€ 574.696
€ 490.905
€ 619.379
€ 749.853
€ 710.035
€ 726.753
€ 741.214
€ 728.939
Totaal geplande investeringen Totale afschrijvingen
3.8 Huisvestingslasten De huisvestingslasten betreffen de huur, dotatie aan de onderhoudsvoorziening, energie en water, schoonmaakkosten, heffingen, inhuur externe begeleiding in verband met de geplande renovaties en nieuwbouw van scholen en de externe inzet voor het afhandelen van het klachtenonderhoud. De dotatie aan de onderhoudsvoorziening is gebaseerd op de componentenbenadering. Door de gestegen prijzen is deze sterk gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Uitgaven op basis van de meerjaren onderhoudsplanning worden onttrokken aan de voorziening onderhoud. Het meerjaren onderhoudsplan wordt periodiek geactualiseerd door een externe partij en op basis van de uitgangspunten vanuit de plannen wordt jaarlijks een bedrag gedoteerd aan de onderhoudsvoorziening. In de komende jaren bedraagt de dotatie afgerond € 685.000 (begroting 2023 was dit € 490.000). De ontwikkelingen van de uitgaven groot onderhoud zijn in onderstaand overzicht inzichtelijk gemaakt. 2024 Groot onderhoud
€ 817.527
2025 € 1.019.803
2026 € 586.302
2027 € 839.439
2028 € 554.058
3.9 Overige instellingslasten Onder de overige lasten vallen de uitgaven voor het onderwijsleerpakket, de jaarlijkse ICT uitgaven, kosten voor het administratiekantoor, dienstreizen, accountant en representatie. In de begroting is rekening gehouden met de op dit moment bekend zijnde prijsstijgingen. 3.10 Financiële baten en lasten Comprix maakt gebruik van ‘Schatkistbankieren’. De inschatting van de financiële baten en lasten ligt in lijn met de ontvangen rente in 2023. De verwachting is dat de komende jaren de rente daalt mede door het dalen van de liquiditeitspositie van Comprix en door de lagere inkomsten.
15
4. Risicoanalyse en eigen vermogen 4.1 Risicoanalyse Voor Comprix is een uitgebreide risicoanalyse gemaakt. Een belangrijk streven van Comprix is het zijn van een organisatie met voldoende omvang en massa, om zo tijdig en verantwoord te kunnen inspelen op risico’s die voortkomen uit bijvoorbeeld de krimp en het rijksbeleid. Bij het opstellen van de risicoanalyse is naast het bepalen van de kans en de impact gekeken naar de aanwezige beheersingsmaatregelen. Rekening houdend met het voorgaande is per risico de risicobuffer bepaald. In de risicoanalyse van Comprix zijn risico’s opgenomen die betrekking hebben op: 1. De omvang van het aanwezige personeelsbestand is hoger dan de bekostiging. 2. Personeelsrisico’s als gevolg van hoog verzuim, aangepaste wet- en regelgeving of arbeidsconflicten. 3. De materiële uitgaven worden onvoldoende vanuit het Rijk gecompenseerd. 4. Investeringen voor gebouwen moeten deels door de school betaald worden. 5. Onderwijskwaliteit voldoet niet aan de eisen. 6. Systeembeveiliging is onvoldoende op orde of wordt gehackt. Het grootste financiële risico voor Comprix is het niet tijdig in lijn kunnen brengen van de omvang van de totale formatie met de dalende (personele) bekostiging. Ten aanzien van schaderisico’s geldt dat het belangrijkste deel hiervan is verzekerd. Hierbij wordt het risico op het optreden van schade verhaald op de verzekeraar.
Voor risico’s van te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten worden voorzieningen getroffen. Momenteel worden de voorzieningen gevormd door voorzieningen voor personeel, spaarverlof, jubilea en onderhoud. De risicoanalyse resulteert in een minimaal benodigd eigen vermogen van € 2.912.000. Dit is de minimale hoogte van de algemene reserves die aanwezig moeten zijn om de risico’s vanuit de risicoanalyse te kunnen opvangen. Voor Comprix is het blijvend voldoen aan de minimale hoogte van de algemene reserve dé graadmeter of Comprix financieel gezond is. Zoals uit onderstaand overzicht blijkt voldoet Comprix de komende jaren aan de norm voor het minimaal benodigd eigen vermogen. 2024
2025
2026
2027
2028
Aanwezige algemene reserve
€3.389.843
€ 3.147.862
€ 3.170.027
€ 3.294.939
€ 3.322.867
Minimale algemene reserve
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 2.912.000
€ 2.912.000
Afwijking minimaal benodigd en aanwezig eigen vermogen
€ 477.843
€ 235.862
€ 258.027
€ 382.939
€ 410.867
4.2 Normatief eigen vermogen In het onderwijs wordt gekeken naar de mogelijke bovenmatige reserves die een bestuur heeft. De inspectie heeft hiervoor een signaleringswaarde ontwikkeld: het normatieve (publieke) eigen vermogen. Het normatief eigen vermogen is voor Comprix de bovengrens van het publiek eigen vermogen. De ontwikkeling van het aanwezige publiek eigen vermogen in relatie tot het normatief eigen vermogen is in onderstaand overzicht weergegeven: 2024
2025
2026
2027
2028
€ 98.205
€ 98.205
€ 98.205
€ 98.205
€ 98.205
€ 4.323.183
€ 4.353.963
€ 4.201.906
€ 3.951.597
€ 3.867.037
Aanschafwaarde gebouwen (0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,272) Boekwaarde overige materiële vaste activa Rekenfactor x totale baten (0,05 bij baten > ¤ 12 miljoen) Normatief eigen vermogen
€ 1.873.080
€ 1.796.724
€1.753.212
€ 1.731.882
€ 1.722.373
€ 6.294.468
€ 6.248.892
€ 6.053.323
€ 5.781.684
€ 5.687.615
Aanwezig publiek eigen vermogen
€ 3.892.376
€ 3.169.825
€ 3.191.990
€ 3.316.902
€ 3.344.830
Afwijking Normatief/aanwezig
€ 2.402.092
€ 3.079.068
€ 2.861.333
€ 2.464.782
€ 2.342.785
Het aanwezige publiek eigen vermogen ligt ver onder het normatief eigen vermogen. 16
4.3 Kengetallen Binnen het Primair Onderwijs wordt gesteld dat er bij een weerstandsvermogen van 5% sprake is van een gezonde financiële situatie. Het weerstandsvermogen eind 2024 bedraagt 12,29%. Met een weerstandsvermogen van 12,29% mag gesproken worden van een gezonde financiële situatie. Door het geschetste beeld van de dalende leerlingaantallen en de benodigde krimp van de formatie, is de komende jaren sprake van een deels negatieve begroting. Hierdoor neemt het weerstandsvermogen af, maar blijft nog (ruim) boven de 5%. In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste kengetallen voor Comprix weergegeven: Norm
2024
2025
2026
2027
2028
Weerstandsvermogen (e.v./tot. baten)
Min 5%
12,29%
10,80%
11,13%
11,63%
11,77%
Rentabiliteit (res./tot. baten)
Min -10%
-0,39%
-0,67%
0,06%
0,36%
0,08%
0,31
0,29
0,29
0,30
0,30
Solvabiliteit 1 (e.v./tot verm) Solvabiliteit 2 ((e.v. + voorz.)/tot. verm)
Min 0,3
0,68
0,66
0,67
0,67
0,68
Liquiditeit (vl. activa/ kort v.v.)
Min 0,75
1,01
0,93
0,95
0,99
1,00
17
5. TREASURY Comprix beschikt over een treasurystatuut dat voldoet aan de in 2016 herziene Regeling ‘Beleggen en belenen” van het Ministerie OCW. Het treasurystatuut van Comprix is voor het laatst gewijzigd in 2019. In het treasurystatuut is beschreven welke treasurytaken en -verantwoordelijkheden van toepassing zijn op Comprix. Tevens worden de beleidskaders vastgelegd voor diegenen die bij deze taken en verantwoordelijkheden betrokken zijn. In dit statuut worden afspraken over onderwerpen als beheersing van rentekosten en -risico's, financierings- en beleggingsvraagstukken vastgelegd. Treasury heeft bij Comprix in eerste instantie tot doel het minimaliseren van financiële risico’s (renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s) en vervolgens het reduceren van financieringskosten, het maximeren van beleggingsopbrengsten en het optimaliseren van het kasbeheer. Alle publieke middelen worden aangehouden bij de schatkist, aangezien Comprix sinds december 2020 deelneemt aan het zogenaamde ‘schatkistbankieren’.
18
6. MEERJARENBEGROTING 2024 - 2028 6.1 Meerjaren exploitatie Begroting 2024 Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
RIJKSBIJDRAGEN OC W
€
36.422.097
€
34.894.988
€
34.024.748
€
33.598.146
€
33.407.962
OVERIGE OVERH.BIJDR.
€
340.583
€
340.583
€
340.582
€
340.582
€
340.582
OVERIGE BATEN
€
698.915
€
698.915
€
698.915
€
698.915
€
698.915
€
37.461.595
€
35.934.486
€
35.064.246
€
34.637.644
€
34.447.460
PERSONELE LASTEN
€
32.334.207
€
30.859.724
€
29.301.251
€
28.742.764
€
28.636.680
AFSC HRIJVINGEN
€
749.853
€
710.035
€
726.753
€
741.214
€
728.939
HUISVESTINGSLASTEN
€
2.919.349
€
2.922.348
€
2.925.348
€
2.928.348
€
2.931.348
INSTELLINGSLASTEN
€
2.633.724
€
2.513.861
€
2.387.661
€
2.374.338
€
2.371.498
€
38.637.133
€
37.005.969
€
35.341.013
€
34.786.664
€
34.668.464
€
378.932
€
348.932
€
298.932
€
273.932
€
248.932
Totaal Financiële baten en lasten
€
378.932
€
348.932
€
298.932
€
273.932
€
248.932
Resultaat
€
-796.606
€
-722.551
€
22.165
€
124.912
€
27.928
Inzet NPO bestemmingsreserve
€
650.761
€
480.570
€
-
€
-
€
-
Resultaat uit gewone bedrijfsvoering
€
-145.845
€
-241.981
€
22.165
€
124.912
€
27.928
Baten
Totaal Baten Lasten
Totaal Lasten Financiële baten en lasten Financiële baten en lasten
6.2 Meerjaren balans Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
MATERIËLE VASTE AC TIVA
€
4.421.388
€
4.452.168
€
4.300.111
€
4.049.802
€
3.965.242
FINANC IËLE VASTE AC TIVA
€
103.978
€
96.678
€
89.378
€
82.078
€
74.778
VASTE ACTIVA
€
4.525.366
€
4.548.846
€
4.389.489
€
4.131.880
€
4.040.020
VORDERINGEN
€
562.496
€
473.451
€
481.110
€
482.344
€
478.888
LIQUIDE MIDDELEN
€
9.673.083
€
8.528.764
€
8.731.110
€
8.819.763
€
9.058.103
TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA
€
10.235.579
€
9.002.215
€
9.212.220
€
9.302.107
€
9.536.991
TOTAAL ACTIVA
€
14.760.945
€
13.551.061
€
13.601.709
€
13.433.987
€
13.577.011
ALGEMENE RESERVE
€
3.389.843
€
3.147.862
€
3.170.027
€
3.294.939
€
3.322.867
BESTEMMINGSRESERVE PUBLIEK
€
502.533
€
21.963
€
21.963
€
21.963
€
21.963
BESTEMINGSRESERVE PRIVAAT
€
710.511
€
710.511
€
710.511
€
710.511
€
710.511
EIGEN VERMOGEN
€
4.602.887
€
3.880.336
€
3.902.501
€
4.027.413
€
4.055.341
VOORZIENINGEN
€
5.427.249
€
5.092.446
€
5.191.144
€
5.036.705
€
5.167.647
LANGLOPENDE SC HULDEN
€
103.978
€
96.678
€
89.378
€
82.078
€
74.778
KORTLOPENDE SC HULDEN
€
4.626.831
€
4.481.601
€
4.418.686
€
4.287.791
€
4.279.245
TOTAAL VREEMD VERMOGEN
€
10.158.058
€
9.670.725
€
9.699.208
€
9.406.574
€
9.521.670
TOTAAL PASSIVA
€
14.760.945
€
13.551.061
€
13.601.709
€
13.433.987
€
13.577.011
20