B14 Bijlage 2 Was-wordt tabel Bestuursovereenkomst OWO-samenwerking
Tekst van het document
Was-wordt lijst Bestuursovereenkomst OWO-samenwerking Was
Bestuursovereenkomst OWO 2015 Strategische samenwerking Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland
De gemeente Ooststellingwerf, gevestigd te Oosterwolde, hierna te noemen: Ooststellingwerf, vertegenwoordigd door haar burgemeester, drs. H. Oosterman, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2018 , De gemeente Weststellingwerf, gevestigd te Wolvega, hierna te noemen: Weststellingwerf, vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer G. van Klaveren, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2018, De gemeente Opsterland, gevestigd te Beetsterzwaag, hierna te noemen: Opsterland, vertegenwoordigd door haar burgemeester, mevrouw E. van Selm, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2018, hierna gezamenlijk te noemen: de deelnemers,
Wordt Toelichting Bestuursovereenkomst OWO-samenwerking Wijziging in titel 2024 Strategische samenwerking Ooststellingwerf, Actualisatie namen burgemeesters en data. Weststellingwerf en Opsterland •
De gemeente Ooststellingwerf, gevestigd te Oosterwolde, vertegenwoordigd door haar burgemeester, drs. J. Werkman, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2024, hierna te noemen Ooststellingwerf.
•
De gemeente Weststellingwerf, gevestigd te Wolvega, vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer N.A. van de Nadort, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2024, hierna te noemen Weststellingwerf.
•
De gemeente Opsterland, gevestigd te Beetsterzwaag, vertegenwoordigd door haar burgemeester, de heer A. Bouwman, hierbij handelend ter uitvoering van het besluit van het college d.d. datum 2024, hierna te noemen Opsterland.
hierna gezamenlijk te noemen: de deelnemers, overwegende dat 1.
de colleges van de deelnemers op 21 augustus 2012 een procesplan strategische samenwerking OWOgemeenten hebben opgesteld dat door de raden van de deelnemers is vastgesteld;
2.
de deelnemers blijkens de collegebesluiten van 28 augustus 2012 en de besluiten van de gemeenteraden van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland van respectievelijk 25 september 2012, 17 september 2012 en 8 oktober 2012 hebben besloten om met behoud van de gemeentelijke zelfstandigheid, herkenbaarheid en verantwoordelijkheid samen te werken;
3.
de deelnemers met deze samenwerking het strategisch vermogen, het kwaliteitsniveau en de uitvoeringskracht van een gemeente met de omvang van 80.000+ inwoners willen ontwikkelen. De samenwerking is geënt op het creëren
overwegende dat 1. De door de deelnemers gesloten bestuursovereenkomst van 17 december 2015 er toe heeft geleid dat drie OWO-afdelingen zijn ontstaan en de drie deelnemers hebben samengewerkt aan beleidsmatige opgaven; 2. de gemeenteraden van Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland begin 2021 hebben ingestemd met de OWO-visie waarin de afspraken en ambities van de samenwerking tussen de deelnemers opnieuw verwoord zijn en als uitgangspunt van de OWOsamenwerking is genomen: Zelfstandig door samen te werken; 3. de deelnemers de bestuursovereenkomst van 17 december 2015 wensen te actualiseren.
De overwegingen zijn aangepast naar de overwegingen om nu de bestuursovereenkomst te actualiseren.
van gezamenlijke kracht en invloed op de opgaven en ambities die zij wensen te realiseren met medeoverheden en publieke en private partners. Zij hebben gezamenlijke OWO-ambities en werken op bestuurlijk en ambtelijk samen om deze ambities te realiseren; 4.
de deelnemers daartoe op 3 juni 2014 een samenwerkingsovereenkomst voor onbepaalde tijd zijn aangegaan waarmee de onderlinge rechtsverhouding nader is geformaliseerd door middel van een overeenkomst gericht op onderlinge publiekrechtelijke dienstverlening, waarbij krachtens de Aanbestedingswet/Aanbestedingsbesluit , wisselend één van de drie deelnemers het alleenrecht voert;
5.
de deelnemers de samenwerkingsovereenkomst van 3 juni 2014 wensen te actualiseren en met onderhavige overeenkomst de gewijzigde afspraken beogen vast te leggen.
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Definities en begrippen In deze overeenkomst en de daarop berustende bepalingen en regelingen wordt verstaan onder: 1. Deelnemers: de gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland; 2. Bestuursovereenkomst: deze overeenkomst; 3. Moederorganisatie: de bestuurlijke en ambtelijke organisatie van de deelnemers; 4. OWO-afdeling: de in een van de gemeentelijke organisaties van de deelnemers in te richten organisatorische eenheid, verantwoordelijk voor een afgebakend taakgebied en werkzaam voor elk van de deelnemers; 5. OWO-afdelingsplan: een overeenkomst tussen de deelnemers over de uitvoering van de taken die in de OWO-afdelingen zijn belegd; 6. OWO-directie: de gemeentesecretarissen van de deelnemers die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze bestuursovereenkomst;
Artikel 1. Definities en begrippen
In deze overeenkomst en de daarop berustende bepalingen en regelingen wordt verstaan onder: a. Deelnemers: Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland; b. Bestuursovereenkomst: deze overeenkomst; c. OWO-afdeling: de in een van de gemeentelijke organisaties van de deelnemers ingerichte organisatorische eenheid, verantwoordelijk voor een afgebakend taakgebied en werkzaam voor elk van de deelnemers; d. OWO-directie: de gemeentesecretarissen van de deelnemers die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de bestuursovereenkomst.
Het aantal definities en begrippen is teruggebracht naar alleen de definities en begrippen die daadwerkelijk in de bestuursovereenkomst voorkomen.
7.
OWO-planning- en controlcyclus: het geheel van activiteiten dat uitgevoerd moet worden om duidelijk te maken wat er in een bepaalde periode moet gebeuren (planning), de rapportage daarover en de benodigde bijsturing en uiteindelijke verantwoording over de behaalde resultaten (control) binnen de OWO-samenwerking.
Artikel 2 De doelstellingen De samenwerking heeft als doelen: 1. Kwaliteitsverbetering door kennisdeling en investeren in deskundigheid; 2. Structureel minder meerkosten door krachtenbundeling en schaalvoordelen; 3. De kwetsbaarheid van de ambtelijke organisaties verminderen; 4. De dienstverlening en de klantvriendelijkheid optimaliseren. De deelnemers streven bovengenoemde doelen na door: 1. Samen extern optrekken ten behoeve van provinciale opgaven en richting gezamenlijke deelnemingen; 2. Beleidsmatig samenwerken op nieuwe en complexe opgaven of nieuwe beleidsterreinen;
Artikel 2. Doelstellingen
1. De bestuursovereenkomst regelt de samenwerking tussen de deelnemers met de volgende doelen: a. Kwaliteitsverbetering door kennisdeling en investeren in deskundigheid; b. Structureel minder meerkosten door krachtenbundeling en schaalvoordelen; c. De kwetsbaarheid van de ambtelijke organisaties verminderen; d. De dienstverlening optimaliseren. 2. De deelnemers werken aan de doelstellingen, genoemd in lid 1 van dit artikel, door:
De laatste doelstelling ‘De dienstverlening en klantvriendelijkheid optimaliseren’ is aangepast in ‘de dienstverlening optimaliseren’. De wijze waarop deelnemers aan de doelstellingen werken is geactualiseerd na overleg met medewerkers en bestuurders zodat deze beter aansluiten bij de fase waarin de OWOsamenwerking zit. •
•
•
Opdracht 1 is geactualiseerd tot opdracht c. Provinciale opgaven is aangepast tot bovenlokale vraagstukken en de link is gelegd met de doelstellingen. Opdracht 2 is geactualiseerd tot doelstelling b. waarbij de link met de doelstellingen wordt gelegd. Doelstelling 3 is aangepast in opdracht a. Hierbij gaat het niet meer zozeer over het samenvoegen van organisatieonderdelen, maar gaat het over het optimaliseren en stimuleren van expertisedeling.
3. 4.
Samenvoegen van organisatieonderdelen; Samen werken aan bestuurs- en organisatieculturen.
Artikel 3 Democratische legitimering De colleges van de deelnemers blijven aan hun eigen raad verantwoording verschuldigd over het door hen gevoerde bestuur vanuit deze bestuursovereenkomst. De raden van de deelnemers worden geïnformeerd over de meerwaarde van de OWO-samenwerking en betrokken bij gezamenlijke opgaven en ambities van de deelnemers.
a. De OWO-afdelingen verder te optimaliseren en expertisedeling tussen medewerkers te stimuleren. b. Samenwerking op complexe opgaven en beleidsterreinen aan te gaan wanneer deze samenwerking bijdraagt aan de doelstellingen. c. Samen extern op te trekken richting gezamenlijke deelnemingen en bij bovenlokale vraagstukken wanneer deze samenwerking bijdraagt aan de doelstellingen. Artikel 3. Democratische legitimering
De colleges van de deelnemers blijven aan de eigen gemeenteraad verantwoording verschuldigd over de voortgang van deze samenwerking. Ieder college informeert de eigen gemeenteraad over de meerwaarde van de OWO-samenwerking en betrekt de eigen gemeenteraad bij gezamenlijke opgaven en ambities van de deelnemers.
Artikel 4. Wederzijds vertrouwen en besef van gelijkwaardigheid
In deze samenwerking is er ruimte voor het bestaan van meerdere culturen en belangen. De bestuurscultuur is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en het besef van
•
Opdracht 4 is geschrapt als doelstelling, maar opgenomen als artikel (artikel 4).
Geen inhoudelijke wijzigingen, enkel tekstuele wijzigingen.
In plaats van artikel 2 (opdracht 4) en artikel 12.
gelijkwaardigheid. Er is continue aandacht voor het vinden van een gezond evenwicht. Hoofdstuk 2 Artikel 4 De OWO-Afdelingen 1. Op grond van de samenwerking wordt de uitvoering van de in lid 2 van dit artikel genoemde gemeentelijke overheidstaken georganiseerd in een OWO-afdeling waar de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn. De OWOafdelingen worden juridisch, financieel en organisatorisch ondergebracht en gehuisvest in de in lid 2 van dit artikel genoemde moederorganisaties van de deelnemers. 2. Deelnemers verplichten zich in ieder geval tot het instellen van de volgende OWO-afdelingen/ teams: a. OWO-team Belastingen en VastgoedInformatie (BVI) in de gemeentelijke organisatie van Ooststellingwerf. Dit betreft het beheer van vastgoedinformatie in het kader van de Basisregistraties en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken en de heffing en de inning van belastingen en vorderingen;
Artikel 5. De OWO-Afdelingen
1. Deelnemers werken in de volgende OWO-afdelingen samen: a. De OWO-afdeling Beheer & Registratie is juridisch, financieel en organisatorisch ondergebracht in de gemeentelijke organisatie Ooststellingwerf en voert de volgende taken uit: - het beheer van vastgoedinformatie waaronder basisregistraties en geografische informatie; - de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken; - de heffing en inning van belastingen en de inning van publiek- en private vorderingen; - de administratieve en financiële behandeling van de uitkeringen voortvloeiende uit de sociale wetgeving. b. De OWO-afdeling Bedrijfsvoering is juridisch, financieel en organisatorisch ondergebracht in Weststellingwerf en voert voor de deelnemers de volgende taken uit:
Lid 1 en lid 2 worden gecombineerd in lid 1. lid 1: hier wordt aangegeven welke afdelingen waar zijn ondergebracht en welke taken zij uitvoeren. Dit is overzicht is geactualiseerd naar de wijze waarop het nu wordt uitgevoerd. Hierbij wordt bij de afdeling VTH ook aangegeven welke beleidsmatige taken zij uitvoeren.
3.
4.
b. OWO-team backoffice Werk Inkomen - het verrichten van administratieve & Zorg in de gemeentelijke en registratieve taken zoals organisatie van Ooststellingwerf. Dit informatisering automatisering, betreft de uitvoering van de archivering en registratie, inkoop, uitkeringen Sociale Zekerheid en de verzekeringen en verzekeringsbeleid, uitvoering van de Wet werk en financiële administratie, bijstand en van de Wet datamanagement, personeels- en maatschappelijk ondersteuning, salarisadministratie van de beide inclusief de desbetreffende bedrijfsvoering van de deelnemers; uitvoeringswetgeving; c. De OWO-afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving is juridisch, c. OWO-afdeling Bedrijfsvoering (teams I&A, DIV, PSA/FA) in de gemeentelijke financieel en organisatorisch ondergebracht in Opsterland en voert organisatie van Weststellingwerf; Dit betreft het verrichten van voor de deelnemers de volgende administratieve en registratieve taken uit: taken in de bedrijfsvoering van de - het uitvoeren van vergunnings-, deelnemers; toezichts-, en handhavingstaken van de deelnemers; d. OWO-afdeling Vergunningen, - de advisering aan de drie Handhaving & Toezicht in de deelnemers met betrekking tot de GR gemeentelijke organisatie van Fumo; Opsterland. Dit betreft het uitvoeren - het opstellen en uitvoeren van het van vergunnings-, handhavings- en VTH beleidsplan. toezichttaken.
De OWO-afdelingen als genoemd in lid 2 2. De deelnemers laten de in lid 1 van dit van dit artikel worden aangestuurd door artikel genoemde taken uitsluitend OWO-afdelingshoofden en –teamleiders; uitvoeren door de OWO-afdelingen. De deelnemers kunnen overeenkomen 3. De OWO-afdelingen worden aangestuurd om de samenwerking uit te breiden met door OWO-afdelingshoofden en andere gemeentelijke taken in het kader teamleiders.
5.
6.
van deze bestuursovereenkomst. Die wijzigingen worden dan vastgelegd in een addendum bij deze bestuursovereenkomst. De deelnemers laten de taken die worden uitgevoerd door de OWOafdelingen als genoemd in lid 2 van dit artikel niet meer uitvoeren door een onderdeel van de eigen organisatie of door een externe partij. De deelnemers streven ernaar de OWOafdelingen, zoals omschreven in lid 2 van dit artikel, uiterlijk op 31 december 2015 operationeel te hebben.
Artikel 5 De sturing op doelmatigheid en doeltreffendheid 1. De OWO-directie is verantwoordelijk voor de aansturing van de OWO-afdelingen. Deze verantwoordelijkheid wordt vastgelegd in (de) organisatiestatuten van de deelnemers. In deze organisatiestatuten wordt tevens het verantwoordingsproces van de OWOafdelingshoofden en –teamleiders richting de OWO-directie en bestuur vastgelegd. 2. De inrichting van de OWO-afdelingen genoemd in artikel 4 lid 2 vindt plaats op
4. De medewerkers van de OWO-afdelingen zijn formatief en rechtspositioneel ondergebracht bij de deelnemer waar de OWO-afdeling is ondergebracht. 5. De deelnemers kunnen overeenkomen om de samenwerking in een OWOafdeling uit te breiden met andere gemeentelijke taken. Deze wijzigingen worden vastgelegd in een addendum bij de bestuursovereenkomst.
Artikel 6. Bevoegdheden en de sturing op doelmatigheid en doeltreffendheid
1.
2.
De OWO-directie is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de bestuursovereenkomst. De algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor het werkgeverschap van de OWOafdeling binnen de eigen organisatie. De sturing vanuit de OWO-directie op de OWO-afdelingen vindt plaats op basis van het OWO-jaarplan en twee managementrapportages per jaar. Dit
In dit artikel zijn de nieuwe governance afspraken opgenomen. Onder lid 6 is opgenomen dat – wanneer nodig iedere deelnemer zelf zorgdraagt voor mandaat, machtiging en volmacht wanneer dat nodig is om de taken uit te kunnen voeren. Hiermee kan artikel 7 ‘bevoegdheden’ worden geschrapt uit de bestuursovereenkomst.
3.
4.
5.
6.
basis van OWO-afdelingsplannen. Deze plannen worden jaarlijks geactualiseerd. In de OWO-afdelingsplannen worden 3. vastgelegd: a. beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden; b. beschrijving van werkprocessen om taken uit te voeren met prestatieindicatoren; c. benodigde formatie voor uitvoering taken (aantal fte’s en functieschalen); d. benodigde materiële budgetten voor de uitvoering van de taken. De OWO-afdelingsplannen worden 4. besproken in de managementteams van de moederorganisaties. Na afstemming met de managementteams stelt de OWO-directie deze gewijzigd of ongewijzigd vast. De bijsturing en verantwoording van de OWO-afdelingen vindt plaats op basis van de OWO-planning en controlcyclus. Deze OWOplanning- en controlcylus is afgestemd op de 5. planning- en controlcycli van de deelnemers. Bestuurlijke wensen of bestuurlijke afstemming ten aanzien van de taken die uitgevoerd worden door de OWO-afdelingen / -teams vindt plaats door een periodiek
OWO-jaarplan worden jaarlijks geactualiseerd. Er zijn structurele OWOcounterpartoverleggen waar de (adjunct) directeuren van de deelnemers overleggen met het OWO-afdelingshoofd over de voortgang binnen de OWOafdeling. (Adjunct-)directeuren en afdelingshoofden zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de integraliteit en de samenwerking tussen de organisaties van de deelnemers. Deze verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in het organisatiebesluit van iedere deelnemer. De OWO-directie legt verantwoording af over de OWO-afdelingen door ten behoeve van de jaarrekening van de deelnemers een OWO-paragraaf op te stellen. De sturing van de OWO-directie op de OWO-afdelingen vindt plaats conform de OWO-paragraaf in de begroting van iedere deelnemer. Er zijn structurele OWOportefeuillehoudersoverleggen waar de portefeuillehouders van de deelnemers bestuurlijk afstemmen met het OWOafdelingshoofd.
overleg per OWO-afdeling /-team tussen de drie verantwoordelijke portefeuillehouders van de deelnemers, het afdelingshoofd van de moederorganisatie van het desbetreffende college en het OWOafdelingshoofd. Artikel 6 Medewerkers 1. De medewerkers van de hiervoor genoemde OWO-afdelingen / -teams worden formatief en rechtspositioneel ondergebracht bij de deelnemer waar de OWO-afdeling / -teams is / -zijn gehuisvest. 2. De deelnemers zullen de rechtspositieregelingen van hun organisatie gefaseerd harmoniseren in ieder geval met betrekking tot: a. het opstellen van een gezamenlijk sociaal plan b. een gezamenlijke plaatsingsprocedure c. een gezamenlijk platform voor het Georganiseerd Overleg 3. Op de OWO-afdelingen / -teams zijn van toepassing de huisregels en de systemen van de gemeentelijke organisatie waar de OWO-afdeling/ - team is ondergebracht, tenzij anders wordt overeengekomen.
6.
Elk van de deelnemers draagt zorg voor mandaat, machtiging en volmacht die nodig is voor de uitvoering van de taken die in de bestuursovereenkomst worden geregeld.
Dit artikel is deels geïntegreerd in artikel 4 en deels geschrapt. Lid 1 is opgenomen in artikel 4, lid 4. Lid 2 is geschrapt. Lid 3 is geschrapt.
Artikel 7 Bevoegdheden 1. De colleges van de deelnemers, in hun hoedanigheid van opdrachtgever op grond van deze overeenkomst, zullen de bevoegdheden, noodzakelijk voor de uitoefening van de taakvelden benoemd in artikel 4 (OWO-afdelingen), in mandaat opdragen aan de eigen gemeentesecretaris. De gemeentesecretaris zal vervolgens ondermandaat verlenen aan het OWOafdelingshoofd die verantwoordelijk is de voor de uitoefening van de taakvelden genoemd in artikel 4. 2. De bevoegdheden die krachtens deze bestuursovereenkomst in mandaat worden opgedragen, worden in een OWO-mandaatregeling opgenomen. De OWO-mandaatregeling wordt vastgesteld en gewijzigd door eensluidende besluiten van de colleges respectievelijk burgemeesters van de deelnemers. 3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van een volmacht tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen door een deelnemer namens andere
Dit artikel is geïntegreerd in artikel 6 en 8. Lid 1 is overbodig. Lid 2 is in artikel 6, lid 6 opgenomen. Er komt geen OWO-mandaatregeling naast de bestaande mandaatregelingen. Lid 3 is opgenomen in artikel 8, gegevensverwerking en privacy. Lid 4 is geschrapt.
4.
deelnemers of het verlenen van een machtiging voor het verrichten van feitelijke handelingen door een deelnemer namens andere deelnemers. De deelnemers streven er naar het in mandaat, volmacht en machtiging opdragen van de bevoegdheden zoals nader omschreven in dit artikel, uiterlijk op 31 december 2015 gerealiseerd te hebben.
Artikel 8 Verantwoordelijkheden 1. De deelnemer, in zijn hoedanigheid als huisvester van een OWO-afdeling, is er op grond van deze overeenkomst, verantwoordelijk voor dat: e. zijn desbetreffende financieel beleid, financieel beheer en inrichting van de financiële organisatie in overeenstemming is met de desbetreffende verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet; f. een accountantscontrole op de verrichtingen door deelnemer in overeenstemming met de desbetreffende verordening op grond van artikel 213 van de Gemeentewet geschiedt;
Artikel 7. Verantwoordelijkheden
1. De deelnemer waar de OWO-afdeling is ondergebracht, is op grond van deze overeenkomst, ervoor verantwoordelijk dat: a. het financieel beleid, financieel beheer en inrichting van de financiële organisatie in overeenstemming is met de voor de desbetreffende deelnemer geldende verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet; b. een accountantscontrole in overeenstemming met de voor de desbetreffende deelnemer geldende verordening op grond van artikel 213 van de Gemeentewet geschiedt;
Lid 2 is overgebracht naar artikel 8, gegevensverwerking en privacy. Lid 3 is overgebracht naar artikel 12 aansprakelijkheid.
g. Een deelnemer en zijn rekenkamercommissie kunnen onderzoeken (laten) doen naar de uitvoering van de verrichtingen door een deelnemer waar een OWOafdeling is gehuisvest. Laatstgenoemde zal alle medewerking ter zake verlenen. 2. Iedere deelnemer is gehouden de beheergegevens en alle overige digitale en niet-digitale informatie en/of gegevens die in het kader van de samenwerking worden verstrekt, ingewonnen of beheerd op de wettelijk voorgeschreven wijze in te winnen, te verwerken en in bewaring te houden c.q. te geven. 3. De deelnemers zullen in een annexe overeenkomst afspraken vastleggen omtrent vrijwaring van de andere deelnemers voor aansprakelijkheid in verband met de uitvoering van aan hen in artikel 4 toebedeelde gemeentelijke taakvelden, nadat zij hieromtrent hun verzekeraars hebben geconsulteerd. De deelnemers zullen genoemde annexe overeenkomst uiterlijk binnen drie maanden na ondertekening van deze bestuursovereenkomst aangaan.
c. een deelnemer zijn rekenkamer onderzoek kan (laten) doen naar taken en werkzaamheden van de OWO-afdeling. De deelnemers dragen zorg dat de bij hen ondergebrachte OWO-afdeling hieraan alle medewerking ter zake verleent.
Artikel 9 Beheergegevens 1. Het eigendomsrecht van de (beheer)gegevens en bestanden van de deelnemers berust onvervreemdbaar bij ieder van de deelnemers waarop het betrekking heeft. 2. De daartoe aangewezen medewerkers van de OWO-afdeling worden wederzijds geautoriseerd om de (basis)registraties van de deelnemers, waaronder de gemeentelijke basisadministratie personen (BRP) te raadplegen. Bij separaat document worden geheimhoudingsverklaringen aan deze medewerkers voorgelegd ter ondertekening. 3. Voor zover het beheer van (basis)registraties deel uitmaakt van de taken en werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, is lid 1 van dit artikel van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de daartoe aangewezen medewerkers van de OWO-afdeling zijn geautoriseerd om deze (basis)registraties van de deelnemers te beheren.
Artikel 8. Gegevensverwerking en privacy 1. Het eigendomsrecht van de beheergegevens en alle overige digitale en niet-digitale informatie en/of (persoons)gegevens van de deelnemers berust onvervreemdbaar bij ieder van de deelnemers waarop deze gegevens betrekking hebben. 2. Iedere deelnemer is gehouden de beheergegevens en alle overige digitale en niet-digitale informatie en/of (persoons)gegevens die in het kader van de samenwerking worden verstrekt, ingewonnen of beheerd op verantwoorde en wettelijke voorgeschreven wijze in te winnen, te verwerken en in bewaring te houden c.q. te geven. Daarbij nemen de deelnemers de privacywet- en regelgeving in acht. Indien wenselijk of noodzakelijk wordt bij separaat document invulling gegeven aan de naleving van toepasselijke wet- en regelgeving. 3. De deelnemers autoriseren wederzijds de daartoe aangewezen medewerkers van de OWO-afdelingen om de (basis)registraties van de deelnemers, waaronder de gemeentelijke
Tekstuele wijzigingen en toevoeging vanuit artikel 8 verantwoordelijkheden.
basisregistratie personen (BRP) te raadplegen. Indien noodzakelijk worden bij separaat document geheimhoudingsverklaringen aan deze medewerkers voorgelegd ter ondertekening. 4. In de Regeling Gezamenlijke Verantwoordelijkheid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland, zijn de verantwoordelijkheden voor de deelnemers die voortvloeien uit deze bestuursovereenkomst op het gebied van uitwisseling van de (persoons)gegevens vastgelegd (bijlage 2). Hoofdstuk 3 Artikel 10 Bestuurlijke samenwerking 1. De colleges van de deelnemers formuleren gezamenlijke ambities. 2. De colleges van de deelnemers profileren zich extern als samenwerkingspartners en trekken daarbij zoveel mogelijk gezamenlijk op. 3. De colleges van de deelnemers streven naar bestuurlijke afstemming en het op bestuurlijk niveau formuleren van gezamenlijke standpunten.
Artikel 10. Bestuurlijke rol bij de beleidsmatige samenwerking
1.
2.
Wanneer deelnemers beleidsmatig samenwerken aan complexe opgaven, dan stemmen de colleges van de deelnemers af over een gezamenlijk standpunt over deze opgaven. De colleges van de deelnemers trekken extern gezamenlijk op als samenwerkingspartners op de onderwerpen waarop beleidsmatig wordt samengewerkt en stemmen
Lid 1: koppeling gelegd met de beleidsmatige samenwerking op complexe opgaven. Lid 2: koppeling gelegd met de beleidsmatige samenwerking op complexe opgaven. Lid 3: is geïntegreerd in lid 1 en 2 en actiever geschreven (streven is weggelaten). Lid 4: geïntegreerd in lid 2.
4. De colleges van de deelnemers zullen omtrent aangelegenheden met een gezamenlijk belang vooraf onderling bestuurlijk afstemmen en in samenwerking met de overige deelnemers vanuit het gezamenlijk standpunt de dialoog aangaan met externe partijen. Artikel 11 Beleidsmatige samenwerking 1. Deelnemers zijn preferente partners voor (nieuwe) beleidsmatige ambities en/of opgaven. 2. Deelnemers verkennen eerst samen of het gezamenlijk formuleren van ambities ten aanzien van een (nieuwe) beleidsmatige ambitie en/of opgave opportuun is. 3. Iedere deelnemer kan de in lid 2 van dit artikel genoemde verkenning van een (nieuwe) beleidsmatige ambitie en/of opgave voorstellen in de OWO-directie. 4. De colleges nemen op basis van de verkenning een besluit of beleidsmatige samenwerking opportuun is, geven, indien dit opportuun is, vervolg aan deze beleidsmatige samenwerking en kunnen, indien dit opportuun is, de beleidsmatige samenwerking ontbinden.
bestuurlijk af over dit onderwerp voorafgaand aan besprekingen op provinciaal niveau of bij gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 9. Samenwerking op nieuwe en complexe opgaven verkennen, opstarten of ontbinden
1.
2.
3.
Deelnemers zijn preferente partners voor (nieuwe) beleidsmatige ambities en/of opgaven. (Adjunct-)directeuren verkennen eerst samen of het gezamenlijk formuleren van ambities ten aanzien van een (nieuwe) beleidsmatige opgaven opportuun is. Hiervoor wordt het afwegingskader ingevuld en wordt onderzocht of er voldoende draagvlak voor deze samenwerking is. De OWO-directie neemt op basis van deze verkenning een besluit of beleidsmatige samenwerking opportuun is en geeft opdracht tot deze samenwerking wanneer deze opportuun blijkt te zijn. Wanneer deze samenwerking tot stand komt, worden
Hierin zijn de nieuwe governance afspraken verwerkt inclusief het afwegingskader.
4.
5.
6.
7.
8.
de gemeenteraden van de deelnemers via de colleges van de deelnemers hierover geïnformeerd. Als dit er toe leidt dat er een nieuwe OWO-organisatieonderdeel ontstaat of er taken worden overgedragen aan één van de deelnemers, dan beslissen hierover de bevoegde bestuursorganen. Iedere deelnemer kan de OWO-directie verzoeken de beleidsmatige samenwerking te laten ontbinden. Als een deelnemer heeft verzocht om ontbinding van beleidsmatige samenwerking besluiten de overige deelnemers of zij de beleidsmatige samenwerking voort willen zetten of dat zij de beleidsmatige samenwerking eveneens beëindigen. Als een deel van de deelnemers een beleidsmatige samenwerking aangaan of voortzetten, geldt deze beleidsmatige samenwerking niet als onderdeel van de OWO-samenwerking en is de bestuursovereenkomst niet (meer) van toepassing op deze samenwerking. Op samenwerkingen waarbij nietdeelnemers zijn betrokken is de bestuursovereenkomst niet van toepassing.
Artikel 12 Bestuurs- en organisatieculturen 1. De bestuurscultuur is gebaseerd op wederzijds vertrouwen en het besef van gelijkwaardigheid. 2. In deze samenwerking is er ruimte voor het bestaan van meerdere culturen en belangen. Er is continue aandacht voor het vinden van een gezond evenwicht. Hoofdstuk 4 Artikel 13 Kostenverevening De verevening van de kosten die gemoeid zijn met de uitvoering van deze bestuursovereenkomst zijn separaat vastgelegd in bijlage 1, Financiële bepalingen OWObestuursovereenkomst, welke als zodanig deel uitmaakt van deze overeenkomst.
Dit artikel is hier geschrapt. De inhoud is opgenomen bij artikel 4.
Artikel 11. Financiële bepalingen en kostenverevening
1.
2.
3.
De kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van de bestuursovereenkomst worden door de deelnemers onderling verevend. Deelnemers spreken de volgende vaste verdeelsleutel af voor de verevening van kosten binnen de OWO-samenwerking: a. 1/3 Ooststellingwerf b. 1/3 Weststellingwerf c. 1/3 Opsterland In de Financiële bepalingen OWObestuursovereenkomst zijn alle financiële bepalingen rondom de verevening van kosten vastgelegd (bijlage 1).
Het artikel is uitgebreid met de verdeelsleutel.
Hoofdstuk 5. Artikel 14 Informatieplicht Iedere deelnemer is verplicht om alle relevante informatie aangaande mogelijke financiële of bestuurlijke risico’s die hem ter kennis komt
Artikel 12. Aansprakelijkheid 1. Deelnemers stellen elkaar niet aansprakelijk voor door hen geleden of te lijden schade die het gevolg is van de uitvoering van de bestuursovereenkomst. 2. Het bepaald in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op: a. vergoeding van schade van derden; b. kostenverevening als bedoeld in artikel 11 van de bestuursovereenkomst; c. vergoeding van kosten als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de bestuursovereenkomst.
Nieuw artikel.
Artikel 13. Escalatie Wanneer noodzakelijk vindt zo snel als mogelijk escalatie plaats via de (adjunct-) directeuren of de OWO-secretaris naar de OWO-directie. Zo nodig worden de burgemeesters van de deelnemers betrokken bij de escalatie en de colleges en gemeenteraden van de deelnemers geïnformeerd.
Nieuw artikel.
Artikel 14. Informatieplicht
Iedere deelnemer is verplicht om alle relevante informatie aangaande mogelijke
Aansprakelijkheid was opgenomen onder hoofdstuk 2, artikel 8, lid 3. Hoofdstuk 2 gaat alleen over de samenwerking binnen de OWO-afdelingen, terwijl aansprakelijkheid ook over de overige samenwerking kan gaan. Daarom is aansprakelijkheid nu opgenomen in hoofdstuk 4, overige bepalingen. Lid 2a. hier is de aansprakelijkheidsverzekering voor. Lid 2b en 2c. hier is het wel mogelijk elkaar aansprakelijk voor te stellen.
In de nieuwe governance afspraken zijn ook afspraken gemaakt over escalatie. Escalatie kan gaan over zaken binnen de OWO-afdelingen (hoofdstuk 2), maar ook over de beleidsmatige samenwerking (hoofdstuk 3). Daarom is gekozen dit artikel op te nemen in hoofdstuk 4, overige bepalingen.
Tekstuele wijzigingen
terstond door te geven aan de overige deelnemers. Artikel 15 Communicatie Voor zover communicatie of publiciteit met betrekking tot in deze overeenkomst geregelde onderwerpen jegens derden, niet zijnde marktpartijen, noodzakelijk of wenselijk is, zal dit zoveel mogelijk in onderling overleg en uniform geschieden. Artikel 16 Annexe regelgeving Waar de samenwerking, als omschreven in deze bestuursovereenkomst dit vereist zullen de deelnemers hun verordeningen en overige regelgeving aanpassen.
financiële of bestuurlijke risico met betrekking tot de samenwerking zo snel als mogelijk door te geven aan de overige deelnemers. Artikel 15. Communicatie
Communicatie over de OWO-samenwerking vindt zo veel als mogelijk uniform en na onderlinge afstemming door de (adjunct)directeuren en/of de OWO-directie plaats. Artikel 16. Annexe regelgeving
Waar dit noodzakelijk is om de bestuursovereenkomst te kunnen uitvoeren of te doen uitvoeren, passen de deelnemers hun eigen verordeningen en overige regelgeving aan
Hoofdstuk 6 Artikel 17 Wijziging 1. Wijziging van deze bestuursovereenkomst vereist instemming van alle deelnemers en kan slechts schriftelijk geschieden. 2. Een wijziging van deze bestuursovereenkomst treedt, tenzij anders bepaald, in werking op de dag, volgend op die waarop de wijziging door de colleges van de deelnemers is bekendgemaakt.
Artikel 17. Wijziging
1. Iedere deelnemer moet instemmen wanneer er een wijziging in de bestuursovereenkomst moet plaatsvinden. 2. Deze wijziging gaat in wanneer alle colleges hebben ingestemd met de gewijzigde bestuursovereenkomst en deze collegebesluiten zijn bekendgemaakt.
Tekstuele wijzigingen
Artikel 18 Toetreding 1. Indien een andere gemeente heeft verzocht om aan deze samenwerking deel te nemen, zullen de deelnemers hierover een gezamenlijk standpunt bepalen. 2. Enkel indien alle deelnemers het verzoek, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, honoreren, kan een andere gemeente tot deze overeenkomst toetreden. Artikel 19 1.
2.
3.
Opzegging
Iedere deelnemer kan deze bestuursovereenkomst opzeggen door een schriftelijke mededeling aan de colleges van de andere deelnemers, uitsluitend tegen 1 januari van een jaar, waarbij bovendien een opzegtermijn van minimaal een jaar in acht dient te worden genomen. Opzegging kan slechts geschieden op basis van zwaarwegende gronden die bovendien in redelijkheid onvoorzienbaar waren bij het aangaan van deze bestuursovereenkomst, tenzij de opzegging voortvloeit uit een bindende maatregel van een hogere overheid. Indien een deelnemer opzegt, blijft deze bestuursovereenkomst voor de overige
Artikel 18. Toetreding
1. De drie colleges moeten allemaal instemmen wanneer een andere gemeente deel wil nemen aan deze samenwerking. Artikel 19. Opzegging
1. Iedere deelnemer kan met inachtneming van de bepalingen van dit artikel de bestuursovereenkomst opzeggen door de andere twee deelnemers hierover voor 1 januari schriftelijk te informeren met een opzegtermijn van minimaal een jaar. 2. Het opzeggen van de bestuursovereenkomst kan alleen op basis van zwaarwegende gronden die in redelijkheid onvoorzien waren bij het aangaan van de bestuursovereenkomst of als een bindende maatregel van een hogere overheid dit noodzakelijk maakt. 3. Wanneer een deelnemer de bestuursovereenkomst opzegt, dan zorgen de deelnemers er zo snel als mogelijk voor dat de taken weer door de eigen organisatie uitgevoerd kunnen worden. De deelnemers stellen hiervoor een transitieplan op
4.
deelnemers gelden voor zover er voor die waarin in ieder geval een regeling deelnemers nog voldoende basis is om voor de personele en financiële deze samenwerking voor te zetten. De gevolgen is opgenomen. overige deelnemers gaan hierover zo 4. De opzeggende deelnemer is spoedig mogelijk met elkaar in overleg en aansprakelijk voor alle kosten die delen het resultaat daarvan schriftelijk voortkomen uit deze opzegging. Dit is ongeacht of de overige deelnemers mee aan de opzeggende deelnemer. de bestuursovereenkomst Indien de overige deelnemers besluiten voortzetten. deze bestuursovereenkomst voort te zetten, is de opzeggende deelnemer 5. Wanneer de overige deelnemers de verplicht alle medewerking te verlenen en bestuursovereenkomst niet noodzakelijke maatregelen te nemen voortzetten, zijn die kosten ook voor zodat de in artikel 4 aan haar rekening van de opzeggende toebedeelde gemeentelijke deelnemer. Wanneer twee overheidstaak of –taken zo spoedig deelnemers de mogelijk weer door de overige bestuursovereenkomst opzeggen, deelnemers zelf dan wel door een derde zijn de kosten die hieruit voortkomen voor rekening van de opzeggende kunnen worden uitgevoerd. deelnemers. Indien tussen de overige deelnemers geen overeenstemming kan worden Artikel 20. Ontbinding van de OWObereikt over de voortzetting als bedoeld samenwerking in lid 3 van dit artikel, of over de 1.
De bestuursovereenkomst kan alleen voorwaarden waaronder dit zou moeten ontbonden worden na opzegging door geschieden, wordt deze overeenkomst één of meer deelnemers of als door hen door een gezamenlijke ontbinding het noodzakelijk gevolg is schriftelijke verklaring ontbonden. Het van een bindende maatregel van een bepaalde in artikel 20 is op een dergelijke hogere overheid. ontbinding van overeenkomstige toepassing.
5.
6.
De opzeggende deelnemer is aansprakelijk voor alle de uit de opzegging voortvloeiende kosten, waaronder de kosten voortvloeiend uit de geschillenregeling zoals vermeld in artikel 21 lid 2 en 3, ongeacht of de overige deelnemers deze bestuursovereenkomst voortzetten. Indien de overige deelnemers besluiten deze bestuursovereenkomst te ontbinden, zijn de uit die ontbinding voortvloeiende kosten voor rekening van de opzeggende deelnemer. Indien twee deelnemers opzeggen, zijn zij beiden jegens de resterende deelnemer hoofdelijk aansprakelijk voor alle uit de opzegging voortvloeiende kosten, waaronder in ieder geval de kosten zoals vermeld in artikel 21 lid 2. Het bepaalde in lid 5 van dit artikel is niet van toepassing als de opzegging voortvloeit uit een bindende maatregel van een hogere overheid.
Artikel 20 Ontbinding 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 19 lid 4 is ontbinding van deze bestuursovereenkomst alleen mogelijk met instemming van alle deelnemers voor zover de ontbinding niet voortvloeit
2. Als ontbinding van de bestuursovereenkomst het noodzakelijk gevolg is van een bindende maatregel van een hogere overheid, zijn de kosten die voortkomen uit deze ontbinding voor rekening van alle deelnemers, waarbij de vaste verdeelsleutel zoals vastgelegd in artikel 11 van de bestuursovereenkomst wordt gehanteerd. 3. Als de bestuursovereenkomst wordt ontbonden, dan zorgen de deelnemers er gezamenlijk voor dat de taken op zo kort mogelijke termijn weer door de eigen organisatie uitgevoerd kunnen worden. De deelnemers stellen hiervoor een gezamenlijk ontbindingsplan op waarin in ieder geval een regeling voor de personele en financiële gevolgen is opgenomen. 4. De kosten die voortkomen uit het beëindigen van de bestuursovereenkomst worden verdeeld volgens de vaste verdeelsleutel zoals vastgelegd in artikel 13 van de bestuursovereenkomst.
2.
3.
4.
5.
uit een bindende maatregel van een hogere overheid. Indien deze bestuursovereenkomst wordt ontbonden zullen de deelnemers alle noodzakelijke maatregelen nemen welke ertoe leiden dat de in artikel 4 bedoelde gemeentelijke overheidstaken zo spoedig mogelijk weer door de deelnemers, ieder voor zichzelf dan wel door een derde, kunnen worden uitgevoerd. Onverminderd het bepaalde in artikel 19 lid 5 worden de kosten bij ontbinding verdeeld conform de vaste verdeelsleutel zoals opgenomen in artikel 1 lid 2 van bijlage 1, financiële bepalingen OWObestuursovereenkomst. Indien een besluit tot ontbinding, bedoeld in het eerste lid, wordt genomen, zullen de deelnemers een ontbindingsplan opstellen. Het ontbindingsplan voorziet in ieder geval in een regeling voor de personele en de financiële gevolgen van de ontbinding. Verplichtingen die naar hun aard bestemd zijn om ook na ontbinding van de overeenkomst voort te duren, blijven na ontbinding van deze overeenkomst bestaan.
Artikel 21. Geschillenregeling
1.
De deelnemers zullen eventuele geschillen die ontstaan in eerste instantie gezamenlijk proberen op te lossen. Wanneer dit niet tot een oplossing leidt, wordt het geschil voorgelegd aan een NMIgecertificeerde Mediator.
Artikel 21 Geschillenregeling 1. Op deze bestuursovereenkomst is Nederlands recht van toepassing. 2. De deelnemers zullen eventuele geschillen die mochten ontstaan naar aanleiding van deze overeenkomst, in eerste instantie gezamenlijk proberen op te lossen. 3. Indien eventuele geschillen niet op de wijze zoals onder lid 2 van dit artikel is bepaald tot een oplossing hebben geleid, zullen de deelnemers deze geschillen voorleggen aan een NMI-gecertificeerde Mediator.
Hoofdstuk 7 Artikel 22 Looptijd Deze bestuursovereenkomst wordt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2015 aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 23 Intrekking bestaande overeenkomst 1. De bestaande bestuursovereenkomst tussen Ooststellingwerf en Weststellingwerf d.d. 23 april 2009 verliest zijn rechtskracht uiterlijk met
Artikel 22. Looptijd
Deze bestuursovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 23. Intrekking bestaande overeenkomst
De bestuursovereenkomst treedt in de plaats van de Bestuursovereenkomst OWO van 17 december 2015. Artikel 24. Partiële nietigheid
De nietigheid of de niet-toepasbaarheid van een bepaling van deze overeenkomst, is niet
Tekstuele wijzigingen Artikel 24 is geschrapt. Er is geen aparte OWO mandaatregeling.
2.
3.
ingang van 1 januari 2016, tenzij partijen tussentijds anders overeenkomen. De bestaande Bestuursovereenkomst OWO d.d. 3 juni 2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2015. De bestaande SLA’s inzake samenwerking tussen Ooststellingwerf en Weststellingwerf worden ingetrokken per ingangsdatum van de desbetreffende nieuwe OWO-afdelingsplannen.
Artikel 24 Additionele overeenkomsten De OWO-mandaatregelingen als bedoeld in artikel 7 lid 3, de drie organisatiestatuten als bedoeld in artikel 5 lid 1 en de annexe overeenkomsten, genoemd in deze bestuursovereenkomst, worden na hun totstandkoming als bijlage bij deze bestuursovereenkomst gevoegd en maken daar deel van uit. Artikel 25 Partiële nietigheid De nietigheid of de niet-toepasbaarheid van een bepaling van deze overeenkomst, is niet van invloed op de geldigheid of de toepasbaarheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst. De deelnemers verbinden zich de nietigheid of de niet-toepasbaar gebleken bepaling zo spoedig mogelijk te wijzigen of te vervangen door een geldige bepaling die het beoogde doel van de oorspronkelijke bepaling benadert.
van invloed op de geldigheid of de toepasbaarheid van de overige bepalingen van deze overeenkomst. De deelnemers verbinden zich de nietigheid of de niettoepasbaar gebleken bepaling zo spoedig mogelijk te wijzigen of te vervangen door een geldige bepaling die het beoogde doel van de oorspronkelijke bepaling benadert. Artikel 25. Citeertitel
Deze overeenkomst wordt aangehaald als ‘Bestuursovereenkomst OWO 2024’.
Artikel 26 Citeertitel Deze overeenkomst wordt aangehaald als ‘Bestuursovereenkomst OWO 2015’.
Bijlage Financiële bepalingen De bijlage gaat voor een deel nog over het opbouwen van afdelingen. Dat is ondertussen afgerond. Toch is besloten deze bepalingen te laten staan zodat – mocht het toch weer actueel worden dat er een afdeling bij komt – deze financiële bepalingen dan al vastgelegd zijn. Artikel 1 Algemeen 1. Deelnemers verevenen de volgende kosten binnen de OWO-samenwerking: a. kosten die te maken hebben met het oprichten en in stand houden van de OWO-samenwerking (artikel 2) b. aanloop-/frictiekosten per OWOafdeling/team: kosten die te maken hebben met het bouwen en inrichten van een OWOafdeling/team alsmede de “gevolgkosten” vanwege het ontvlechten
Artikel 1. Algemeen
1.
Deelnemers verevenen de volgende kosten binnen de OWOsamenwerking: a. kosten die te maken hebben met het oprichten en in stand houden van de OWO-samenwerking zoals opgenomen als doelstelling in de bestuursovereenkomst (verder toegelicht in artikel 2 van deze bijlage) b. structurele kosten per OWOafdeling/team; de personele en
Lid 3 is toegevoegd zodat duidelijk is dat de verevening gaat over de drie OWO-afdelingen, maar ook over de beleidsmatige samenwerking dat ontstaat nadat het afwegingskader hiervoor is vastgesteld. Lid 4 is hier toegevoegd en geschrapt in artikel 3, 4 en 5.
2.
3.
4.
5.
van de organisatieonderdelen uit de moederorganisaties (artikel 3) c. structurele kosten per OWOafdeling/team; de personele en materiële kosten die te maken hebben met de reguliere exploitatie kosten van een OWOafdeling (artikel 4) Deelnemers spreken de volgende vaste verdeelsleutel af voor de verevening van kosten binnen de OWO-samenwerking: d. 1/3 gemeente Ooststellingwerf e. 1/3 gemeente Weststellingwerf f. 1/3 gemeente Opsterland De verevening van kosten vindt plaats door middel van een jaarlijkse onderlinge verevening van de betaalde kosten door de deelnemers. Deelnemers gaan er vanuit, dat de kostenverevening als bedoeld in de overeenkomst en in deze bijlage voldoen aan de criteria van het fiscale leerstuk ‘kosten voor gemene rekening’ als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 23 april 1997 (BNB 1997/301), zodat ter zake van de kostenverevening geen omzetbelasting (btw) is verschuldigd. Indien door de OWO-afdelingen specifieke taken worden uitgevoerd voor
2.
3.
materiële kosten die te maken hebben met de reguliere exploitatie kosten van een OWOafdeling (verder toegelicht in artikel 3 van deze bijlage) c. aanloop-/frictiekosten die te maken hebben met het bouwen en inrichten van een nieuwe OWO-afdeling/team alsmede de “gevolg- kosten” vanwege het ontvlechten van de organisatieonderdelen uit de moederorganisaties (verder toegelicht in artikel 4 van deze bijlage) Deelnemers spreken de volgende vaste verdeelsleutel af voor de verevening van kosten binnen de OWO-samenwerking: g. 1/3 Ooststellingwerf h. 1/3 Weststellingwerf i. 1/3 Opsterland Kosten voor het in stand houden van de OWO-samenwerking worden op basis van het OWO-Jaarplan voor de OWO-afdelingen of het afwegingskader voor samenwerking op complexe opgaven, afgestemd in
één van de deelnemers waarvan de deelnemers de kosten niet onderling willen verevenen, zijn deze vereveningsafspraken niet van toepassing. De kosten voor deze taken worden separaat verevend conform een opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie op basis van een dienstverleningsovereenkomst.
4.
5.
6.
de OWO-directie en vervolgens opgenomen in de gemeentebegrotingen van de deelnemers voor vaststelling door de colleges en gemeenteraden van de deelnemers De te verevenen kosten worden in eerste instantie betaald door één van de deelnemers. Halverwege het jaar (voor 1 juli) worden de kosten op basis van de begroting verevent en jaarlijks vindt de daadwerkelijke afrekening plaats door de realisatie te verrekenen met het voorschot door toepassing van de vaste verdeelsleutel. Deelnemers gaan er vanuit, dat de kostenverevening als bedoeld in de overeenkomst en in deze bijlage voldoen aan de criteria van het fiscale leerstuk ‘kosten voor gemene rekening’ als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad van 23 april 1997 (BNB 1997/301), zodat ter zake van de kostenverevening geen omzetbelasting (btw) is verschuldigd. Indien door de OWO-afdelingen specifieke taken worden uitgevoerd voor één van de deelnemers waarvan
de deelnemers de kosten niet onderling willen verevenen, zijn deze vereveningsafspraken niet van toepassing. De kosten voor deze taken worden separaat verevend.
Artikel 2 Kosten voor het oprichten en in stand houden van de OWO-samenwerking 1. Kosten voor het oprichten en in stand houden van de OWO-samenwerking worden op basis van plannen voor de samenwerking afgestemd in de OWOdirectie en opgenomen in de gemeentebegrotingen van de deelnemers. 2. De volgende kosten maken deel uit van de te verevenen kosten: a. out-of-pocketkosten, bijvoorbeeld vergader- en advieskosten; b. investeringen/desinvesteringen in de samenwerking die gevolg zijn van keuzes voor de wijze van uitvoering van de gezamenlijke OWOafdelingen, zoals ICTinvesteringen/desinvesteringen. 3. De volgende kosten worden in principe niet verevend, tenzij deze in de plannen
Artikel 2. Kosten voor het in stand houden van de OWO-samenwerking
1.
2.
De volgende kosten maken deel uit van de te verevenen kosten: c. out-of-pocketkosten, bijvoorbeeld vergader- en advieskosten; d. investeringen/desinvesteringen in de samenwerking die gevolg zijn van keuzes voor de wijze van uitvoering van de gezamenlijke OWO-afdelingen, zoals ICTinvesteringen/desinvesteringen. e. structurele personele kosten voor de instandhouding van de OWOsamenwerking, zoals de OWOsecretaris en het OWOsecretariaat. De volgende kosten worden in principe niet verevend, tenzij deze in de plannen voor de samenwerking zijn geëxpliciteerd:
In dit artikel is bij lid 1 een punt c. toegevoegd: structurele personele kosten voor de instandhouding van de OWO-samenwerking, zoals de OWO-secretaris en het OWO-secretariaat. Bij lid 2, punt a. is aangepast dat het hier om overige personele kosten gaat van bijvoorbeeld medewerkers in adviesteams (HRM, S&F etc).
4.
voor de samenwerking zijn geëxpliciteerd: a. personele kosten voor de inzet van medewerkers voor het oprichten of in stand houden van de OWOsamenwerking. Indien deze kosten opgenomen worden in de plannen voor de samenwerking, maken deze kosten onderdeel uit van artikel 2 lid 2. b. verschillen in het moment van realisatie van de OWO-afdelingen leiden mogelijk tijdelijk tot extra kosten (overhead en huisvesting). Deze kosten worden zoveel mogelijk vermeden door in de planning rekening te houden met de capaciteit van de gemeenten en het toepassen van flexconcept en dienstverlening dicht bij de drie gemeenten. Per gemeente wordt eenzelfde capaciteit aan vaste en flexibele werkplekken beschikbaar gesteld voor de OWOafdelingen. De kosten onder lid 2 worden in eerste instantie betaald door één van de deelnemers, aangewezen in een plan voor de samenwerking waarin de kosten worden begroot.
c. overige personele kosten voor de inzet van medewerkers voor het oprichten of in stand houden van de OWO-samenwerking, zoals de inzet van medewerkers in de adviesteams. Indien deze kosten opgenomen worden in de plannen voor de samenwerking, maken deze kosten onderdeel uit van artikel 1 lid 2.
5.
De kosten onder lid 2 worden per kwartaal bevoorschot en jaarlijks achteraf omgeslagen over de deelnemers. Verevening vindt plaats door toepassing van de vaste verdeelsleutel (artikel 1 lid 2) op basis van de werkelijke kosten, zoals die bij de aangewezen deelnemer zijn ontstaan.
Artikel 4 Structurele kosten OWOafdelingen 1. De volgende kosten voor de OWOafdelingen worden verevend: a. personele kosten, inclusief teamleider en ontkleurd afdelingshoofd OWO, inclusief overige personele kosten: reis- en verblijfkosten, garantieschalen, gratificaties, opleidingskosten, werving- en selectiekosten, arbokosten. b. inhuur, ziekte etc. c. (materiële) uitvoeringskosten die namens de drie gemeenten worden gemaakt. d. (materiële) uitvoeringskosten die namens een of twee gemeenten worden gemaakt en een gevolg zijn van nog lopende investeringen,
Artikel 3. Structurele kosten OWO-afdelingen
7.
De volgende kosten voor de OWOafdelingen worden verevend: e. personele kosten, inclusief teamleider en afdelingshoofd OWO, inclusief overige personele kosten: reis- en verblijfkosten, garantieschalen, gratificaties, opleidingskosten, werving- en selectiekosten, arbokosten. f. inhuur, ziekte etc. g. (materiële) uitvoeringskosten die namens de deelnemers worden gemaakt. h. (materiële) uitvoeringskosten die namens een of twee deelnemers worden gemaakt en een gevolg zijn van nog lopende investeringen, contracten of
Geen inhoudelijke wijzigingen, enkel tekstuele wijzigingen. Artikel 3 en 4 zijn daarnaast omgedraaid.
contracten of afspraken (“sterfhuisconstructie”: deze kosten zullen uiteindelijk nihil bedragen). Deze worden individueel of -in het geval van twee gemeenten- 50/50 verevend met de gemeente(n) die het betreft. 2.
De kosten onder lid 1, worden jaarlijks als volgt begroot en vastgesteld door de OWO-directie. Deze kosten worden vervolgens opgenomen in de gemeentebegrotingen van de deelnemers. a. personele kosten: i. Loonkosten worden begroot op basis van maximum van de schaal, inclusief CAOontwikkelingen ii. Overige personele kosten worden begroot op 5% van de totale loonkosten; iii. Niet ingevulde vacatureruimte wordt begroot op basis van het maximum van de schaal. iv. Een post onvoorzien wordt begroot op 2% van de totale
8.
afspraken (“sterfhuisconstructie”: deze kosten zullen uiteindelijk nihil bedragen). Deze worden individueel of -in het geval van twee deelnemers - 50/50 verevend met de deelnemer(s) die het betreft. De kosten onder lid 1, worden jaarlijks als volgt begroot en afgestemd in de OWO-directie en vervolgens opgenomen in de gemeentebegrotingen van de deelnemers voor vaststelling door de colleges en gemeenteraden van de deelnemers: d. personele kosten: i. Loonkosten worden begroot op basis van maximum van de schaal, inclusief CAOontwikkelingen ii. Overige personele kosten worden begroot op 5% van de totale loonkosten; iii. Niet ingevulde vacatureruimte wordt begroot op basis van het maximum van de schaal.
3. 4.
5.
6.
loonkosten inclusief de overige personele kosten. b. inhuur, ziekte etc. wordt niet begroot. Deze kosten worden in principe gefinancierd uit de ruimte in de begroting die het gevolg is van het begroten in het maximum van de schaal. c. (Materiële) uitvoeringskosten worden separaat begroot op basis van werkelijk te verwachten kosten ten behoeve van de taken opgenomen in het afdelingsplan. (On)voorziene overschrijdingen worden voorgelegd aan de OWO-directie. De volgende kosten worden niet verevend: kosten voor overhead (PIOFACH); De kosten onder lid 1 worden door de gemeente waar de OWO-afdeling is gehuisvest betaald. De kosten onder lid 1 worden per kwartaal vooraf bevoorschot en jaarlijks achteraf voor het werkelijke bedrag verevend tussen drie gemeenten; er vindt geen reservevorming plaats. Verevening vindt plaats door toepassing van de vaste verdeelsleutel ex artikel 1 lid 2.
9.
10.
iv. Een post onvoorzien wordt begroot op 2% van de totale loonkosten inclusief de overige personele kosten. e. inhuur, ziekte etc. wordt niet begroot. Deze kosten worden in principe gefinancierd uit de ruimte in de begroting die het gevolg is van het begroten in het maximum van de schaal. f. (Materiële) uitvoeringskosten worden separaat begroot op basis van werkelijk te verwachten kosten ten behoeve van de taken opgenomen in het afdelingsplan. De volgende kosten binnen de OWOafdelingen worden niet verevend: kosten voor overhead (PIOFACH); De OWO-afdelingshoofden rapporteren over (on)voorziene overschrijdingen aan de OWOdirectie via de marap.
Artikel 3 Aanloop-/frictiekosten per OWOafdeling 1. Kosten voor het oprichten van een OWOafdeling worden vooraf begroot en vastgesteld door de OWO-directie. Deze worden vervolgens opgenomen in de gemeentebegrotingen van de deelnemers. 2. De volgende kosten maken deel uit van de te verevenen kosten: a. out-of-pocketkosten; bijvoorbeeld vergader- en adviseurskosten b. investeringen/desinvesteringen in de latende organisatie/samenwerking die het gevolg zijn van keuzes voor de wijze van uitvoering van de gezamenlijke OWO-afdelingen. De kosten onder sub a en b worden begroot op werkelijk verwachte kosten met 2% opslag voor onvoorziene kosten. 3. De volgende kosten worden in principe niet verevend, tenzij deze in de begroting zijn geëxpliciteerd: a. personele kosten voor de inzet van interne medewerkers om een OWOafdeling op te richten b. verschillen in personele inbreng. Plaatsing van personeel in garantieschalen e.d. maakt deel uit
Artikel 4. Aanloop-/frictiekosten bij de oprichting van een nieuwe OWO-afdeling
5.
6.
De volgende kosten maken deel uit van de te verevenen kosten: c. out-of-pocketkosten; bijvoorbeeld vergader- en adviseurskosten d. investeringen/desinvesteringen in de latende organisatie/samenwerking die het gevolg zijn van keuzes voor de wijze van uitvoering van de gezamenlijke OWO-afdelingen. De kosten onder sub a en b worden begroot op werkelijk verwachte kosten met 2% opslag voor onvoorziene kosten. De volgende kosten worden in principe niet verevend, tenzij deze in de begroting zijn geëxpliciteerd: d. personele kosten voor de inzet van interne medewerkers om een OWO-afdeling op te richten e. verschillen in personele inbreng. Plaatsing van personeel in garantieschalen e.d. maakt deel uit van de structurele kosten van een OWO-afdeling
Geen inhoudelijke wijzigingen, enkel tekstuele wijzigingen.
4.
van de structurele kosten van een OWO-afdeling c. investeringen/desinvesteringen in de moederorganisatie die het gevolg zijn van achterstand in kwaliteit/efficiëntie. De kosten worden per kwartaal bevoorschot en jaarlijks achteraf omgeslagen over de deelnemers. Verevening vindt plaats door toepassing van de vaste verdeelsleutel als genoemd in artikel 1 lid 2 op basis van de werkelijke kosten zoals die bij de aangewezen deelnemer zijn ontstaan.
f.
investeringen/desinvesteringen in de moederorganisatie die het gevolg zijn van achterstand in kwaliteit/efficiëntie.
Bijlage Regeling Gezamenlijke Verantwoordelijkheid gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland Deze regeling is in 2018 opgesteld en vastgesteld. Er zijn geen wijzigingen doorgevoerd in deze regeling.