CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B06 Bijlage 1 Monitor sociaal domein 2024

Raadsvergadering 30 juni 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van het college (B-lijst)9.301 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

0086219996

MONITOR SOCIAAL DOMEIN OPSTERLAND 2024

mei 2025

0086219996

Inhoud Samenvatting .......................................................................................................................................... 3 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 1. Doel Monitor Sociaal Domein ............................................................................................................. 5 1.1 Toelichting ...................................................................................................................................... 5 2. Kader ................................................................................................................................................... 6 2.1 Landelijke wet- en regelgeving ......................................................................................................... 6 2.2. Landelijke en Regionale afspraken ................................................................................................. 7 2.3 Lokale regelgeving ........................................................................................................................... 8 3. Inhoudelijke doelen ............................................................................................................................

9 3.2 Gezondheid en Preventie ............................................................................................................... 21 3.3 Opgroeien ..................................................................................................................................... 25 4. Financiën (Participatie, Wmo, Jeugd) ............................................................................................... 28 4.1 Participatie .................................................................................................................................... 28 4.3 Opgroeien ..................................................................................................................................... 35 5. Inwonertevredenheid ........................................................................................................................ 37 5.1 Inwonertevredenheid (Wmo/Jeugd) ............................................................................................... 37 5.2 Klachten ........................................................................................................................................ 37 5.3 Bezwaar en Beroep ........................................................................................................................ 38 6.

Conclusie .......................................................................................................................................... 39

0086219996

Samenvatting De Monitor Sociaal Domein 2024 geeft inzicht in het gebruik, de ontwikkelingen, de maatschappelijke effecten en de financiële stand van zaken binnen het sociaal domein van de gemeente Opsterland. Participatie (Meedoen en Meetellen) • Werk en inkomen: Het aantal bijstandsuitkeringen is licht gedaald, mede dankzij de gunstige arbeidsmarkt. Uitstroom verloopt snel, en de overgebleven groep kent vaak complexe problematiek. • Inburgering: De gemeente ondersteunt 87 inburgeraars. Integratie en snelle participatie blijven speerpunten. • Schuldhulp en bewindvoering: De kosten voor bewindvoering dalen, mede door verminderd gebruik. Het aantal ontruimingen is de afgelopen jaren gedaald. In 2024 zijn er geen ontruimingen meer geweest. Het aantal signalen uit vroegsignalering stijgt, wat leidt tot meer hulptrajecten. Wmo en Zelfstandig Wonen • Huishoudelijke hulp: Toename in gebruik, vooral door vergrijzing. Door het normenkader zien we een daling van het aantal uren. • Begeleiding en dagbesteding: Het aantal inwoners met begeleiding blijft stabiel. Er is een lichte daling in het gebruik van dagbesteding, mede door inzet op collectieve alternatieven zoals doarpskeamers en drie beschikkingsvrije locaties. • Woningaanpassingen en vervoer: De vraag naar woningaanpassingen stijgt licht, evenals het gebruik van Wmo-vervoer. De vergrijzing speelt hierbij een grote rol.

Gezondheid en Preventie • Jongvolwassenen in Opsterland scoren gunstig op leefstijl: ze slapen beter, bewegen meer en gebruiken minder drugs dan in vergelijking met Fryslân en Nederland. • Alcoholgebruik en roken liggen iets hoger dan landelijk, maar gelijk aan het Friese gemiddelde. • De sociale basis is sterk, met veel steun vanuit familie, vrienden en hulpverleners. Tegelijkertijd ervaren jongeren druk vanuit werk en opleiding en voelt de helft zich soms eenzaam. • Op het gebied van bestaanszekerheid zijn jongeren in Opsterland positiever gestemd dan elders: ze hebben minder financiële zorgen en meer vertrouwen in hun toekomst. Opgroeien • Jeugdzorg: Aantal kinderen in jeugdhulp stabiliseert, maar kosten blijven stijgen. Gemeente heeft regie op verwijzing en zet in op preventie. • Onderwijs en schooluitval: Demografische krimp leidt in het aantal kinderen en jongeren tot daling in leerlingaantallen. Aandacht blijft nodig voor thuiszitters en voortijdig schoolverlaten. Inwonertevredenheid • Het aantal klachten en bezwaren is laag. De inwonertevredenheid over de Wmo stijgt licht. De afhandeling van bezwaren verloopt grotendeels via dialoog. Financiën • Participatie: Positief resultaat op het BUIG-budget. • Wmo: Kosten stijgen licht, voornamelijk door volumegroei en indexatie. Collectieve voorzieningen helpen kosten te beheersen.

• Jeugdzorg: De kosten nemen toe, maar blijven binnen de geactualiseerde begroting. Conclusie De gemeente Opsterland toont op meerdere terreinen positieve ontwikkelingen. De inzet op preventie, integrale ondersteuning en financiële maatregelen leveren resultaat op. Tegelijkertijd vormen vergrijzing, complexe hulpvragen en stijgende zorgkosten blijvende uitdagingen. De gemeente behoudt haar koers met gerichte sturing, partnerschap en oog voor de menselijke maat. 3

0086219996

Inleiding In het coalitieakkoord Opsterland 2022-2026 ‘Mei-inoar foarút’ heeft het college zijn ambitie als volgt omschreven: Iedere inwoner doet mee en heeft de regie over zijn eigen leven. Het streven is om een samenleving te creëren met inwoners die zelfredzaam zijn, maar ook naar elkaar omkijken. Een samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft om zijn talenten optimaal te ontwikkelen en kan wonen, werken en recreëren in een gezonde en veilige omgeving. Het sociaal domein Opsterland1 heeft de ambitie van het college vertaald in de missie: Sociaal domein Opsterland benut de kracht in de samenleving om inwoners (opnieuw) perspectief te bieden op een gezonde, veilige leefomgeving waarin iedereen zich optimaal kan ontwikkelen. Daarbij is onze visie dat we staan voor: ▪ ▪ ▪ ▪

Het faciliteren en ondersteunen van inwoners die (nog) niet samen- of zelfredzaam zijn. Een integrale aanpak. Samenwerken op basis van partnerschap met (keten)partners uit verschillende sectoren. Professioneel handelen.

Op basis hiervan heeft het sociaal domein de onderstaande doelen geformuleerd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Sterke sociale samenleving. Passende sociaal-maatschappelijke ondersteuning. Integrale ondersteuning en hulpverlening: ‘1 gezin 1 plan 1 regisseur’. Effectieve, efficiënte en innovatieve organisatie. Vanzelfsprekend eigenaarschap en professionaliteit.

Om deze doelen te realiseren richt het sociaal domein zich op het verbeteren en optimaliseren van de: ▪ ▪ ▪

Dienstverlening. Bedrijfsvoering. Professionalisering.

Daarbij stuurt het sociaal domein op de onderstaande opgaven: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

1

Participatie (Meedoen en Meetellen). Gezondheid en Preventie. Opgroeien (Talenten benutten en ontwikkelen). Bedrijfsvoering (Personele zaken, Financiën en ICT). Inwonertevredenheid.

Basis: Koers Sociaal Domein, maart 2021

4

0086219996

1. Doel Monitor Sociaal Domein De aanleiding voor de Monitor Sociaal Domein is een rekenkameronderzoek. Het rekenkameronderzoek onderzocht de stand van zaken van de transformatie in het sociaal domein. Tegelijkertijd stond ook een bezuinigingsopgave centraal. Door te monitoren wil de raad inzicht krijgen in de ervaring van inwoners, het gebruik van (zorg)voorzieningen, ontwikkelingen hierin en inzicht in de kosten en maatschappelijke effecten. In deze monitor wordt data/informatie over het sociaal domein verzameld en geduid. Het doel van de monitor is om: ▪ Inzicht te geven in de effecten van het vastgestelde beleid. ▪ De financiële stand van zaken inzichtelijk te maken: zijn de uitgaven in overeenstemming met het budget dat is toegekend. ▪ Inzicht te kunnen geven in de operationele voortgang van het sociale domein. De Monitor Sociaal Domein is een aanvullend instrument op de jaarstukken van de gemeente. Waar de jaarstukken jaarlijks een integraal beeld geven van de financiële situatie en beleidsuitvoering binnen de hele gemeente, biedt de Monitor Sociaal Domein tussentijdse en thematische inzichten specifiek gericht op het sociaal domein. Hiermee worden trends en ontwikkelingen tijdig gesignaleerd en in context geplaatst.

De informatie uit de Monitor Sociaal Domein wordt beschikbaar gesteld aan het college van B&W en het management van de organisatie ter ondersteuning van de bestaande verantwoordings- en sturingsinformatie. De Monitor Sociaal Domein voorziet in aanvullende inzichten die bijdragen aan beleidsvorming en besluitvorming binnen het sociaal domein.

1.1 Toelichting In 2021 is gestart met de opzet van een integrale monitor voor het sociaal domein Opsterland. We nemen daarom ook 2021 als referentiejaar en bouwen de monitor van daaruit op. De nu voorliggende monitor reikt tot eind 2024. Waar dat niet het geval is, staat het aangegeven. De indeling van de Monitor Sociaal Domein is gebaseerd op de opgaven waar het sociaal domein op stuurt: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Participatie (Meedoen en Meetellen). Gezondheid en Preventie. Opgroeien (Talenten benutten en ontwikkelen). Bedrijfsvoering (Personele zaken, Financiën en ICT). Inwonertevredenheid.

De focus ligt bij alle opgaven op het bevorderen van Positieve Gezondheid en het voorkomen van problemen en/of het beperken daarvan (preventie).

5

0086219996

2. Kader Het sociaal domein Opsterland wordt in haar beleid en uitvoering begrensd door kaders: landelijke wet- en regelgeving, het coalitieakkoord Opsterland 2022-2026 ‘Mei-inoar foarút, vertaald in beleids-en uitvoeringsregels en het beschikbare budget. Bij de uitvoering van de wet- en regelgeving staat de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van de inwoners voorop. De ambitie van het college sluit hierbij aan (zie Inleiding). Op hoofdlijnen wordt de relevante wet- en regelgeving hieronder toegelicht.

2.1 Landelijke wet- en regelgeving Participatiewet (PW): iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt, valt onder de Participatiewet. De PW is bedoeld als vangnet voor mensen die geen recht hebben op andere uitkeringen of (tijdelijk) geen enkele vorm van inkomen hebben. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW): inwoners die na hun 50e jaar werkloos zijn geworden of vóór 1 januari 1965 zijn geboren kunnen in aanmerking komen voor een IOAW-uitkering. De IOAW-uitkering is een aanvulling op het (gezins)-inkomen tot bijstandsniveau. Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz): zelfstandigen die in (tijdelijke) financiële problemen komen die het voortbestaan van hun bedrijf bedreigen kunnen een beroep doen op de Bbz. Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ): zelfstandig ondernemers van 55 jaar en ouder die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt en hun zelfstandig beroep of bedrijf moet stoppen omdat het inkomen hieruit onvoldoende is, kunnen een beroep doen op de IOAZ. Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) is een uitkering bedoeld voor mensen die voor hun 18e jaar of tijdens een studie een ziekte of handicap hebben gekregen waardoor nu en in de toekomst werken onmogelijk is.

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): deze wet regelt dat inwoners met een beperking (gehandicapten, ouderen of inwoners met psychische problemen) de voorzieningen, ondersteuning en hulp krijgen die ze nodig hebben om zo lang en zo zelfstandig mogelijk te participeren in de samenleving. Nieuwe Wet Inburgering (NWI): geldt voor iedereen die inburgerings-plichtig wordt en heeft als doel dat de inburgeraar zo snel mogelijk meedoet en werkt in Nederland. De regie op de uitvoering ligt bij gemeenten. Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs): inwoners met (dreigende) problematische schulden (vroegsignalering) kunnen terecht bij de gemeente voor onder meer advies, schuldbemiddeling of een saneringskrediet. Jeugdwet: uitgangspunt van de Jeugdwet is het efficiënter en effectiever maken van het jeugdbeleid en de voorzieningen voor de jeugdhulp. Met als hoofddoel het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het verzorgend en probleemoplossend vermogen van zijn gezin en de sociale omgeving.

6

0086219996

Leerlingenvervoer: een regeling op basis waarvan ouders van leerlingen - onder bepaalde voorwaarden - aanspraak kunnen maken op bekostiging van vervoerskosten van en naar school. De gemeente is verplicht om hier een regeling voor vast te stellen. De wettelijke basis is gelegen in landelijke wetten: Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs.

2.2. Landelijke en Regionale afspraken Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is een samenwerkingsverband van ministerie van VWS, zorgaanbieders, inwoners(vertegenwoordigers). Professionals en de VNG die werken aan de verbetering van het jeugdstelsel met als doel het realiseren van: ▪ betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek, wanneer dit nodig is; ▪ een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Fries Integraal Zorgakkoord Het Fries Integraal Zorgakkoord (FrIZA) is een Friese doorvertaling van het Integraal Zorgakkoord. Friese gemeenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraar werken op Fries niveau samen. In het regioplan FrIZA staat de koers beschreven van wat er in de toekomst nodig is om de zorg beschikbaar en toegankelijk te houden voor iedereen in Fryslân. De rode draad in alle opgaven is het versterken van de mienskip, de sociale basis en het inzetten op preventie. De Friese Preventieaanpak De Friese Preventieaanpak (FPA) is dé Friese samenwerking op preventie. Het is een doorvertaling van de afspraken uit het NPA naar Fryslân. De FPA heeft tot doel het in gang zetten van een brede beweging in Fryslân waarin partners gezamenlijk werken aan de ambitie: ‘een goede gezondheid en welzijn met gelijke kansen voor iedereen’. Het is de bedoeling om hiermee goede gezondheid in alle levensfasen mogelijk te maken.

De FPA zet in op de volgende thema’s: opvoeden, leefstijl, financiën, onderwijs, werk en participatie, gezondheidsvaardig, zorg en voorzieningen psychosociale gezondheid en leefomgeving. Er gebeurt al veel, en met behulp van de FPA wordt kennis en kracht gebundeld waarin het belangrijk is om uit te zoeken wat werkt, te delen wat werkt en te doen wat werkt. Regiovisie De 18 Friese gemeenten leggen in de gezamenlijke regiovisie een stevige basis om blijvend passende en kwalitatief hoogwaardige jeugdhulp te leveren. Daarmee voldoen ze aan de acht afspraken, zoals gesteld in de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO). In deze regiovisie zijn de ambities, doelstellingen en uitgangspunten van de jeugdhulp voor de periode 2023-2026 vastgelegd. De regiovisie raakt aan een aantal landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. Voor de regio Fryslân en de lokale situatie dient de regiovisie als een paraplu voor huidige en toekomstige beleidsontwikkelingen op het thema jeugd. Bij aanpalende ontwikkelingen, zoals de Hervormingsagenda, de Friese Preventieagenda en de Friese samenwerkingsagenda leggen we bij de uitwerking van de regiovisie de juiste verbindingen.

7

0086219996

2.3 Lokale regelgeving Lokale regelgeving bestaat onder meer uit verordeningen, beleidsnota’s en beleidsregels over Participatie, Jeugd en Wmo, Inburgering, Schuldhulpverlening, Leerlingenvervoer, Preventie. Hieronder staan de lokale kaderstellende documenten. • • • • • • • • • • •

Preventie Agenda Opsterland 2021-2030 Beleidsnota Nieuwe wet inburgering 2022-2025 Re-integratieverordening gemeente Opsterland 2023 Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Opsterland 2023 Verordening Hart voor de Jeugd 2024 Verordening Leerlingenvervoer 2025 Preventie- en handhavingsplan Drank- en Horecawet 2019-2022 Bibliotheekbeleid 2023-2026 Afsprakenkader Sport 2022-2026 Visie op complementaire ondersteuning Beleidsnota Schuldhulpverlening

8

0086219996

3. Inhoudelijke doelen 3.1 Participatie

Totaal aantal uitkeringen en in- en uitstroom vanaf 2019

Toelichting In 2024 zien we dat zowel de instroom als de uitstroom van uitkeringsgerechtigden is toegenomen ten opzichte van 2023. In 2022 en 2023 bleef het aantal instromers vrijwel gelijk. Kijken we naar de periode 2019 tot en met 2023, dan lag de uitstroom structureel hoger dan de instroom. Dit beeld verandert in 2024: instroom en uitstroom zijn nu in evenwicht. Duiding De afgelopen jaren is het aantal mensen in de bijstand gedaald, maar die daling vlakt nu af. De huidige groep mensen in de bijstand heeft vaker te maken met complexe problemen, zoals medische of psychosociale problemen. Dat maakt de stap naar werk voor hen niet vanzelfsprekend. Als gemeente stimuleren we werkgevers om kansen te bieden, bijvoorbeeld via loonkostensubsidies. Tegelijk blijven we oog houden voor de financiële en sociale kwetsbaarheid van deze inwoners. Uitstroom uit de bijstand betekent niet altijd dat iemand direct financieel zelfredzaam is. Daarom blijven we inzetten op begeleiding ná uitstroom, zodat inwoners uit de uitkering blijven. PW en IOAW Bovenstaande grafiek geeft het verloop van de in- en uitstroom van uitkeringsgerechtigden en het aantal uitkeringen op basis van de PW (Participatiewet) en IOAW (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) weer vanaf 2019 tot en met 2024. Gehuwden zijn als 1 uitkering geteld.

Bbz en IOAZ De uitkeringen Bbz (Besluit bijstandverlening zelfstandigen) en IOAZ (Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen) zijn niet opgenomen in de grafiek en tabel. In onderstaande grafiek staat de ontwikkeling van het aantal uitkeringsgerechtigden op basis van de PW en IOAW vanaf 2019 tot 2024

9

0086219996

Toelichting Onderstaande grafiek laat zien hoeveel inwoners in 2024 (peildatum 1 januari 2025) gebruikmaken van een bijstandsuitkering (Participatiewet en IOAW), uitgesplitst naar de duur van de uitkering. Op basis van de gegevens zien we dat het totaal aantal uitkeringsgerechtigden stabiliseert. Duiding De afvlakking van deze daling past bij de landelijke ontwikkeling, waar het aantal bijstandsontvangers licht toeneemt. Ook in Opsterland zien we dat de huidige groep vaker te maken heeft met grote afstand tot werk, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen of sociale beperkingen. Dit vraagt om intensievere of andere ondersteuning, passend bij de nieuwe uitgangspunten van de Participatiewet in Balans vanaf 1 januari 2026, door meer in te zetten op maatschappelijke participatie dan op het vinden van werk. Tegelijkertijd zien we een ander lokaal kenmerk: Opsterland heeft relatief veel zorginstellingen. De mensen die daar verblijven, doen regelmatig een beroep op de bijstand, mede doordat toelating tot de Wajong de afgelopen jaren strenger is geworden. Deze groep krijgt een lagere uitkering en heeft door hun medische beperkingen weinig arbeidsvermogen.

10

0086219996

Aantal uitkeringsgerechtigden en duur van de uitkering

Toelichting Bovenstaande tabel toont het aantal inwoners met een uitkering (Participatiewet en IOAW) in 2024, uitgesplitst naar de duur van hun uitkering (peildatum 1 januari 2025). Opvallend is dat twee derde van deze groep al langer dan twee jaar afhankelijk is van een uitkering. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Vaak gaat het om mensen met medische of psychosociale problemen, waardoor de stap naar werk of participatie extra groot is. Duiding Om deze groep toch kansen te bieden, zet de gemeente steeds vaker in op werken met loonkostensubsidie. Dit doen we via Afspraakbanen of Beschut Werk, zodat mensen met een arbeidsbeperking in een reguliere of aangepaste werkomgeving aan de slag kunnen. Hierdoor verlaten zij de uitkering, met behoud van passende ondersteuning. In 2024 werkten 93 inwoners met behulp van een loonkostensubsidie, tegen 71 in 2023. Ook het aantal Beschut Werkplekken groeide, van 7 in 2023 naar 11 in 2024. We zetten ook meer in op het realiseren van plekken Beschut Werk door gebruik te maken van het project Simpel Switchen. Met Simpel Switchen willen we dat mensen makkelijk de stap zetten van uitkering naar werk (van bijvoorbeeld dagbesteding naar beschut werk) en als het nodig is weer terug naar een uitkering, zonder dat zij financiële onzekerheid kennen of rechten verliezen.

Wet Inburgering 2021 De gemeente ondersteunt de inburgeraar vanuit de Wet Inburgering 2021 met inburgeren in maximaal drie jaar tijd. Op dit moment begeleid de gemeente Opsterland 87 inburgeraars met inburgeren. Voor de eerste helft van 2025 is de taakstelling om 55 inburgeraars te huisvesten in de gemeente Opsterland, waarna ze dienen in te burgeren. We hebben invloed op het investeren in inburgering en integratie, zodat nieuwe inwoners snel kunnen participeren in de samenleving.

3.1.2 Schulphulpverlening en bewindvoering

Schuldhulpverlening Gemeentelijke schuldhulpverlening biedt ondersteuning aan inwoners die in financiële problemen verkeren, door hen te helpen bij het oplossen van schulden en het herstellen van hun financiële situatie. Dit gebeurt door middel van advies, budgetbeheer, schuldregelingen en waar nodig juridische procedures om schulden te verminderen of af te lossen. 11

0086219996

In 2024: ▪ bedroegen de kosten van extern ingekochte begeleiding voor schuldhulpverlening €150.000. (2023: €133.000); ▪ hebben in totaal 94 inwoners (2023: 95) een vorm van begeleiding van schulpverlening ontvangen. Op 1 januari 2025: ▪ Maken 45 inwoners (2024: 66) gebruik van een traject externe schulphulpverlening. In 2024 heeft de vroegsignalering , waar we vanaf medio 2022 mee werken, 1421 signalen opgeleverd. Dit heeft geleid tot de toeleiding naar 45 trajecten van externe hulpverlening (2023: 30). 37 inwoners zijn geholpen door een gesprek met onze eigen medewerkers en 12 inwoners zijn op een andere manier geholpen. In 2024 is gewerkt aan een beleidsplan schuldhulpverlening. Bewindvoering Bewindvoering is een juridische maatregel waarbij een onafhankelijke bewindvoerder de financiële en administratieve zaken van een persoon overneemt, vaak vanwege een verstandelijke beperking, verslaving of andere omstandigheden die het zelfbeheer bemoeilijken. De bewindvoerder zorgt voor het beheer van inkomsten, uitgaven en schulden, met het doel de persoon te beschermen en financiële stabiliteit te waarborgen. In 2024: ▪ bedroegen de kosten voor bewindvoering die via de bijzondere bijstand zijn betaald €336.000 (2023: €350.000) en hebben in totaal 198 (2023: 206) inwoners een vergoeding voor bewindvoering ontvangen.

Op 1 januari 2025: ▪ maken 154 inwoners (2024: 160) gebruik van een traject bewindvoering. De kosten voor bewindvoering zijn in de periode 2021 tot 2024 in 4 jaar tijd met €75.000 gedaald, omdat er minder inwoners een vergoeding via de bijzondere bijstand hebben ontvangen.

3.1.3 Inwoners wonen zelfstandig en levensloopbestendig

De Wmo regelt hulp en ondersteuning voor inwoners, zodat zij zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen en deel kunnen blijven nemen aan de maatschappij. Deze taak ligt bij de gemeente. Als inwoners zich niet meer voldoende op eigen kracht, via het eigen netwerk of via algemene of collectieve voorzieningen kunnen redden, dan kunnen ze een maatwerkvoorziening aanvragen. De gemeente kent indien nodig de volgende maatwerkvoorzieningen toe: ▪ Huishoudelijke hulp ▪ Begeleiding ▪ Dagbesteding ▪ Voorziening voor wonen, rollen en vervoer ▪ Beschermd wonen

12

0086219996

Huishoudelijke hulp Mensen die hun huis niet (meer) zelf kunnen opruimen of schoonmaken, kunnen huishoudelijke hulp aanvragen bij de gemeente. Inwoners met huishoudelijke hulp per maand

Toelichting Het aantal inwoners dat een aanvraag doet voor een indicatie voor huishoudelijke hulp is sinds de invoering van het abonnementstarief gestegen. De verwachting is dat het aantal aanvragen voor huishoudelijke hulp verder (licht) zal toenemen. Duiding Jaarlijks groeit het aantal inwoners dat gebruikmaakt van huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening. Deze groei wordt versterkt door de vergrijzing, maar ook leefstijl speelt een belangrijke rol. Een gezonde leefstijl kan bijdragen aan meer zelfredzaamheid en zo de vraag naar hulp beperken. Daarom zetten we als gemeente niet alleen in op passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft, maar ook op het bevorderen van gezondheid en vitaliteit, bij zowel jonge als oudere inwoners. Maar dit is wel een langdurig proces en leidt tot korte termijn besparingen. Dit helpt ons de voorziening toegankelijk te houden voor wie het écht nodig heeft, nu en in de toekomst.

13

0086219996

Toegekende uren huishoudelijke hulp, per week, per inwoner

Toelichting De gemiddelde toekenning van huishoudelijke hulp is de afgelopen jaren licht gedaald. In 2021 en 2022 lag het gemiddelde op 2,3 uur per week. In 2023 en 2024 daalde dit verder naar 2,2 uur per week. Duiding Sinds de invoering van het normenkader in 2020 is de toekenning van huishoudelijke hulp objectiever geworden, wat resulteert in een lagere gemiddelde toekenning per week. De daling in 2023 en 2024 naar 2,2 uur per week weerspiegelt de striktere criteria. Het is een knappe prestatie dat we met deze aanpak tegen de ondergrens aan zitten, wat duidt op een efficiënte en doelgerichte inzet van middelen. Met de inkoop Wmo 2026 willen we bij nieuwe inwoners gaan werken met een kennismakingsperiode. In deze 6 weken, werkt de client samen met de huishoudelijke medewerker aan de huishoudelijke taken. De huishoudelijk medewerker onderzoekt in hoeverre de client en het sociaal netwerk de zelfredzaamheid zoveel mogelijk kan benutten. Mogelijk kan deze kennismakingsperiode gaan leiden tot een toenemende zelfredzaamheid met een gemiddeld lagere indicatie. Daarnaast ligt er een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer om vanaf 1 januari 2027 opnieuw de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. Nu is dit nog het abonnementstarief van €21,- per maand. Mogelijk gaat dit leiden tot minder gebruikers.

14

0086219996

Begeleiding Mensen die moeite hebben om structuur en regelmaat in hun dagelijkse leven aan te brengen, kunnen ondersteuning krijgen in de vorm van individuele begeleiding. Inwoners komen in aanmerking voor individuele begeleiding als ze een ziekte, beperking of psychische aandoening hebben. Inwoners met begeleiding per maand

Toelichting In 2020 en 2021 maakten minder inwoners gebruik van begeleiding, mede door de coronamaatregelen. Inmiddels is het gebruik terug op het niveau van voor corona. De afgelopen jaren zien we zelfs een lichte stijging in het aantal inwoners dat begeleiding ontvangt. Duiding Een mogelijke verklaring van de stijging van aantal inwoners met een indicatie begeleiding zijn de wachtlijsten binnen de GGZ. Begeleiding wordt vaker dan voorheen ingezet voor de toeleiding naar een GGZ behandeling of ter overbrugging tot GGZ behandeling beschikbaar is. De demografische ontwikkelingen en het steeds verder beperken van de aanspraak op de Wet Langdurige Zorg (Wlz) dragen bij aan een toename in het aantal inwoners die begeleiding ontvangen. Als gemeente hebben wij hier maar een beperkte invloed op. Met de inkoop Wmo 2026 zetten we binnen het product begeleiding in op de beweging van individuele ondersteuning achter de voordeur naar meer algemene (groeps)ondersteuning. Doelstelling is om op efficiëntere wijze meer inwoners te kunnen ondersteunen.

15

0086219996

Dagbesteding Dagbesteding is bedoeld om structuur te bieden en een zinvolle invulling aan de dag te geven. Daarbij helpt het om de zelfstandigheid waar mogelijk te vergroten. Het kan ook dienen om de mantelzorger te ontlasten. Het gaat hier om structurele activiteiten onder professionele begeleiding. Inwoners met dagbesteding per maand (individuele voorziening)

Toelichting De daling van het aantal inwoners met dagbesteding tussen januari 2020 en juli 2020 is te verklaren door eerste lockdown van de coronapandemie. Daarna is het aantal inwoners met dagbesteding toegenomen. Vanaf 2022 zien we weer een lichte daling in het aantal inwoners met dagbesteding. Duiding Een verklaring is dat wij meer inzetten op ontmoeting in de dorpen, bijvoorbeeld het stimuleren van het gebruik van de doarpskeamer in Bakkeveen. Hierdoor is er minder vaak een maatwerkvoorziening dagbesteding nodig. Een doarpskeamer is van het dorp. Als gemeente is het belangrijk om aan te sluiten bij de energie, kracht en de initiatieven die in de dorpen aanwezig zijn. Dit vraagt van ons als gemeente een andere houding: los durven laten en faciliteren daar waar nodig.

16

0086219996

Wonen Woningaanpassingen

Toelichting Het aantal aanvragen voor trapliften en woonunits blijft de afgelopen jaren stabiel, tussen de 16 en 20 per jaar. Voor tilliften zien we een daling. Opvallend is de stijging van het aantal aanvragen voor douche- en toiletvoorzieningen in 2024. Ook het aantal woningaanpassingen nam toe tussen 2020 en 2023, maar in 2024 is deze vraag weer wat afgenomen. Duiding De toename van douche- en toiletvoorzieningen en woningaanpassingen hangt samen met de vergrijzing en het beleid om langer zelfstandig thuis te wonen. Veel woningen zijn hier echter nog niet op ingericht. Door het tekort aan levensloopbestendige woningen ontstaat er meer vraag naar woningaanpassingen. We hebben regelingen beschikbaar als de Blijverslening of Verzilverlening. Daarmee kunnen inwoners zelf investeren in het toekomstbestendig maken van hun woning, zonder direct een beroep te doen op de Wmo. Om dit te laten slagen, is het belangrijk dat inwoners op tijd nadenken over hun woonsituatie. Campagnes zoals 'Praat vandaag over morgen' helpen daarbij.

17

0086219996

Vervoer De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is bedoeld voor inwoners die hun eigen vervoer niet (meer) zelfstandig kunnen organiseren. Inwoners met Wmo taxivervoer per jaar

Toelichting In 2024 groeit het aantal inwoners dat gebruikmaakt van het Wmo-taxivervoer weer. Tijdens de coronaperiode nam het gebruik sterk af, maar inmiddels is dit hersteld en zien we een verdere toename. Duiding De krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing vormen bedreigingen voor de vraag naar Wmovervoer. De huidige samenwerking tussen vervoerders in de regio heeft al geleid tot een efficiënte rittencombinatie. Kostenefficiëntie kan beter worden bereikt door het versterken van het voorliggend veld, zoals het combineren van professioneel en vrijwilligersvervoer, en het stellen van duidelijke spelregels. De prioriteit moet liggen bij het behouden van mobiliteit op het platteland, ook als dat op langere termijn meer kost; het garanderen van toegankelijke vervoersmogelijkheden weegt zwaarder dan het beperken van uitgaven. Er liggen kansen in het benutten van alternatieven, zoals DUO-fietsen en wijkauto’s. Daarbij is het belangrijk dat iedereen mee kan doen – ook mensen met een lichamelijke beperking, een laag inkomen of beperkte digitale vaardigheden – zodat vervoersoplossingen voor alle doelgroepen toegankelijk en bruikbaar zijn.

18

0086219996

Beschermd wonen Beschermd wonen is een vorm van wonen onder begeleiding voor mensen met psychische of psychosociale problemen. Inwoners in beschermd wonen (Wmo)

Toelichting In 2024 maken 22 inwoners van de gemeente gebruik van een voorziening voor beschermd wonen. Dit aantal ligt in 2024 licht hoger ten opzichte van 2023. De start van de decentralisatie van middelen en taken voor beschermd wonen is door het Rijk opnieuw uitgesteld. Het onderdeel beschermd wonen is onderdeel van de Wmo. Op dit moment voert Sociaal Domein Fryslân (SDF) dit onderdeel provinciebreed uit. Dit betekent dat de inkoop en financiële afrekening door SDF wordt verzorgd. Duiding In 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor inwoners met een psychische aandoening. Als gevolg van deze openstelling is het aantal inwoners met een indicatie beschermd wonen fors afgenomen. Hierdoor is de Wlz onder druk komen te staan. Indicatieprotocollen zijn aangescherpt waardoor inwoners in 2023 minder snel in aanmerking komen voor een Wlz indicatie. Hierdoor zien we sinds 2023 weer een toename in het aantal beschermd wonen indicaties. Daarnaast verblijven inwoners soms langer dan nodig in een beschermd wonen instelling omdat woningen beperkt beschikbaar zijn.

19

0086219996

Basisvaardigheden Goede basisvaardigheden zijn belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Lezen, schrijven, rekenen en ook de digitale vaardigheden gebruik je in het dagelijks leven overal. De bibliotheek en het IDO bevorderen basisvaardigheden door toegang tot educatieve bronnen en ondersteuning bij digitale overheidsdiensten. Leden bibliotheek Jaar Totaal aantal leden Leden t/m 17 jaar Leden 18+

2021 4.367 2.291 2.076

2022 4.275 2.278 1.997

2023 4.466 2.386 2.080

2024 4.623 2.551 2.072

Toelichting In 2024 waren er in de gemeente Opsterland 2 Informatiepunten Digitale Overheid: in de bibliotheek in Gorredijk (tijdens openingsuren, 6 dagen per week) en in de bibliotheek in Ureterp (vanaf 1 september 2024, inloop op woensdagmiddag). Een Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) biedt laagdrempelig, gratis en voor iedereen toegankelijke ondersteuning bij vragen over het gebruik van de digitale overheid. In totaal zijn 3 cursussen gegeven. In totaal hebben de cursussen 37 deelnemers gehad. Over het algemeen is het aantal vragen flink gestegen: van 26 in 2023 naar 43 in 2024. We zien daarbij wel dat het aantal vragen in Ureterp (nog) minimaal is. Daarnaast zijn er 33 actieve vrijwilligers betrokken bij diverse activiteiten rondom digitale vaardigheden en ontmoeting, zoals het Digi-Taalhuis, Seniorweb en de Zadenbieb. Duiding Sinds de start in 2022 groeit het IDO geleidelijk in zichtbaarheid en gebruik. De stijging in het aantal vragen laat zien dat de behoefte aan ondersteuning toeneemt. We verwachten dat dit verder oploopt, naarmate meer inwoners het IDO weten te vinden en het IDO beter wordt ingebed in het lokale netwerk van ondersteuning. Tegelijkertijd blijft bekendheid een aandachtspunt, vooral in de kleinere kernen.

Omdat inwoners ook lid kunnen zijn van bibliotheken buiten de gemeentegrenzen, is het van belang om regionaal samen te werken aan toegankelijkheid en bekendheid. Zo zorgen we ervoor dat iedereen, ongeacht woonplaats of digitale vaardigheid, mee kan blijven doen.

20

0086219996

3.2 Gezondheid en Preventie De GGD voert elke vier jaar de gezondheidsmonitor uit voor alle Friese gemeenten. In 2024 is de monitor Jongvolwassenen gepubliceerd voor de leeftijdscategorie 16-25 jaar. De gegevens van Opsterland zijn vergeleken met Fryslân en Nederland.

3.2.1 Leefstijl

Leefstijl is het geheel van iemands gedrag, gewoonten en keuzes op het gebied van voeding, beweging, slaap, middelengebruik en ontspanning, die samen invloed hebben op de gezondheid en het welzijn.

Toelichting Het valt op dat de jongvolwassenen in Opsterland gunstig scoren op gezondheid. In vergelijking met Fryslân en Nederland, slapen zij beter, ervaren ze minder stress over hun gezondheid, bewegen zij meer, en gebruiken zij minder drugs. Alcoholgebruik en roken licht wel hoger dan het gemiddelde van Nederland, maar wijkt niet af van Fryslân. Duiding De gemeente Opsterland zet zich actief in om de gezondheid en het welzijn van jongvolwassenen (16–25 jaar) te bevorderen. Dit gebeurt via diverse programma’s en samenwerkingen, gericht op thema’s zoals middelengebruik, stress, slaap en mentale veerkracht. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste interventies en acties: Start van de OKO-aanpak (Opgroeien in een Kansrijke Omgeving) Opsterland is in 2024 begonnen met de implementatie van de OKO-aanpak, gericht op het creëren van een positieve leefomgeving voor jongeren. De startbijeenkomsten en samenwerkingen met scholen en sportverenigingen zijn onder de aandacht gebracht via lokale nieuwsbrieven en sociale media. 21

0086219996

Middelengebruik: alcohol, roken en drugs Opsterland participeert in de FPA, een regionale samenwerking die zich richt op het bevorderen van gezondheid en welzijn. In 2024 zijn er campagnes geweest die aandacht besteedden aan het terugdringen van middelengebruik onder jongvolwassenen: • Campagne 'Ik stop ermee': Een initiatief gericht op het ondersteunen van mensen die willen stoppen met roken, met onder andere cursussen en voorlichtingsmateriaal. • Rookvrije Start: Een landelijke campagne die ook in Friesland wordt ondersteund, gericht op het voorkomen van roken tijdens en na de zwangerschap. • NIX18-campagne: Een landelijke campagne die in Friesland wordt ondersteund om jongeren en ouders bewust te maken van de schadelijke effecten van alcoholgebruik onder de 18 jaar. • Webinar 'Zo help je ouders middelengebruik bij pubers voorkomen': Een online sessie georganiseerd tijdens de Week van de Friese Preventieaanpak, gericht op het betrekken van ouders bij het voorkomen van middelengebruik bij jongeren. Bewegen en gezonde leefstijl • Adventure Trail Opsterland 2024: In 2024 vond de Adventure Trail plaats, een sportief evenement voor scholen in Opsterland. • TeamFRL Opsterland’s beweegactiviteiten: TeamFRL organiseerde diverse sportieve activiteiten, zoals atletiekdagen en clinics in samenwerking met lokale sportclubs.

22

0086219996

3.2.2 Sociale Basis

De sociale basis is het netwerk van familie, vrienden, buren en lokale voorzieningen waar mensen op kunnen terugvallen voor steun, ontmoeting en hulp in het dagelijks leven.

Toelichting Jongvolwassenen in Opsterland geven opvallend vaak aan dat zij bij iemand terecht kunnen als ze een probleem hebben of steun nodig hebben. Tegelijkertijd voelen jongvolwassenen in Opsterland zich vaker onder druk staan vanuit hun werkomgeving. Er is betrokkenheid als mantelzorger. Hoewel het verschil niet significant is, kan het duiden op meer informele zorgbereidheid in Opsterland – of op zwaardere verantwoordelijkheden bij jongvolwassenen. Eenzaamheid is een belangrijk aandachtspunt, ondanks het sterkere sociale netwerk. Duiding Opsterland is een plattelandsgemeente met een relatief hechte dorpsstructuur. Jongvolwassenen groeien vaak op in kleine gemeenschappen waar familie, buren, verenigingen en scholen met elkaar verweven zijn. De ‘Mienskip’ is zichtbaar in het sociale netwerk van jongvolwassenen. Daarnaast kent Opsterland minder stedelijke problematiek zoals anonieme leefomgevingen, hoge mobiliteit, druk op woningmarkt en sociale fragmentatie – factoren die in grotere gemeenten bijdragen aan eenzaamheid, stress en verlies van verbondenheid. Daarnaast zetten we in op sociale basis, informele steun en weerbaarheid. Hierbij valt te denken aan jongerenwerk, dorpshuizenbeleid, samenwerking met scholen, GGD en sportverenigingen en de start van OKO.

In 2025 leggen we ook een nota sociale basis voor aan de gemeenteraad, waarin we een samenhangende aanpak voorstellen om de sociale basis verder te versterken.

3.2.3 Bestaanszekerheid

23

0086219996

Bestaanszekerheid betekent dat mensen voldoende inkomen, huisvesting en toegang tot basisvoorzieningen hebben om zelfstandig en menswaardig te kunnen leven.

Toelichting Opsterland scoort consistent positiever dan het Fries en landelijk gemiddelde op ervaren financiële druk. Jongvolwassen in Opsterland zijn positiever gestemd over hun perspectief, zowel persoonlijk als maatschappelijk. Opvallend is dat minder Opsterlandse jongeren beleggen in vergelijking met het Fries en landelijke gemiddelde. Duiding Jongvolwassenen in Opsterland lijken op het vlak van bestaanszekerheid relatief veerkrachtig en optimistisch. Ze ervaren minder financiële druk, hebben minder zorgen over maatschappelijke ontwikkelingen en voelen meer vertrouwen in hun toekomst. Dit kan deels verklaard worden door: • Lagere kosten van levensonderhoud in een plattelandsgemeente; • Een sterk sociaal vangnet vanuit familie en gemeenschap; • Minder blootstelling aan prestatiedruk en economische onzekerheid uit stedelijke context; • Structurele inzet van de gemeente op preventie, financiële educatie en ondersteuning via jongerenwerk, gebiedsteams en schulddienstverlening. • Minder schulden en zorgen over de toekomst, waardoor er minder noodzaak wordt gevoeld om te beleggen. Naast het relatief positieve beeld uit de gezondheidsmonitor zet de gemeente Opsterland actief in op het versterken van de (financiële) bestaanszekerheid van jongeren en jongvolwassenen. Dit gebeurt via een breed palet aan ondersteuningsmaatregelen.

Jongeren met een laag inkomen kunnen gebruikmaken van de individuele inkomenstoeslag. In het beleidsplan schuldhulpverlening is aandacht voor vroegsignalering, nazorg en begeleiding op maat, ook voor jongvolwassenen met beginnende schulden. Via de regeling AV Friso wordt toegang tot een aanvullende zorgverzekering geboden aan inwoners met een laag inkomen. Daarnaast dragen het kindpakket en de mogelijkheid tot een sociaal-medische indicatie voor kinderopvang bij aan 24

0086219996

het doorbreken van intergenerationele armoede en het ondersteunen van kwetsbare huishoudens. Deze inzet helpt voorkomen dat jonge inwoners op achterstand raken en draagt bij aan structurele bestaanszekerheid.

3.3 Opgroeien 3.3.1 Jeugdigen in zorg

Gemeenten hebben de plicht om jeugdhulp en ondersteuning te bieden en om alle vormen van jeugdhulp beschikbaar te stellen. Bijvoorbeeld voor jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiprobleem. Daarbij kan het gaan om hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en/of gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Kinderen in jeugdzorg per maand

Kinderen in jeugdzorg met verblijf per jaar

Toelichting We zien een dalende trend van het aantal kinderen in jeugdzorg en jeugdzorg met verblijf. In 2023 was dit aantal hoger in vergelijking met 2022 en 2024.

25

0086219996

Duiding Sinds 2022 geldt het nieuwe woonplaatsbeginsel in de jeugdhulp. Dit betekent dat niet langer de gemeente van de gezaghebbende ouder verantwoordelijk is. De gemeente waar het kind vóór de start van de jeugdhulp met verblijf stond ingeschreven is verantwoordelijk. We weten niet precies of dit heeft geleid tot de daling van het aantal kinderen in jeugdzorg met verblijf. Het woonplaatsbeginsel kan invloed hebben gehad op de daling van het aantal jeugdigen met verblijf. Opsterland volgt de landelijke trend: minder instroom in zware jeugdhulp, maar stijgende kosten per kind. In 2024 hebben wij geïnvesteerd in het verbreden van schoolmaatschappelijk werk en opvoedondersteuning. Hiermee dragen bij aan vroegsignalering en ondersteuning. Daarnaast versterken we preventieve inzet met het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). We blijven werken aan een zorgvuldige balans tussen maatwerk, betaalbaarheid en de inzet op vroegtijdige, lichtere ondersteuning, zodat kinderen zo veel mogelijk thuis kunnen opgroeien met passende hulp in hun eigen omgeving.

26

0086219996

3.3.2 Jeugdigen naar school Overzicht leerlingen tot 18 jaar Schooljaar

2020-2021 2021-2022 2022-2023 2023-2024

Primair onderwijs

2.526

2.715

2.422

2402

regulier onderwijs

2.466

2.644

2.362

2349

speciaal onderwijs

60

71

60

53

speciaal onderwijs

1.629 1.581 48

1.784 1.710 74

1.781 1.711 70

1.737 1.661 76

MBO (tot 18 jaar)

380

383

363

364

Totaal tot 18 jaar

4.535

4.882

4.566

4.503

54

59

64

63

16

17

13

16

Voortgezet onderwijs regulier onderwijs

Voortijdig schoolverlaters Aantal kinderen met ontheffing van de leerplicht

Toelichting Deze cijfers zijn gebaseerd op schooljaren, niet op kalenderjaren. Het aantal vrijstellingen op grond van artikel 5 onder b van de Leerplichtwet blijft gelijk in Opsterland. Ouders kunnen een beroep doen op deze vrijstelling als zij overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs op de scholen in de omgeving van hun woning. Daarnaast zijn er nog verschillende andere redenen dat kinderen/jeugdigen een tijdelijke vrijstelling kunnen krijgen. Bijvoorbeeld een vrijstelling van de leerplicht op basis van psychische en/of lichamelijke redenen. We zien een dalende trend in het aantal kinderen in het primair (speciaal) onderwijs. Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs lijkt stabiel. Duiding De daling in het (speciaal) basisonderwijs past bij de demografische krimp in Opsterland en omliggende gemeenten. Het aantal leerlingen in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs blijft voorlopig stabiel, maar ook daar verwachten we op termijn een daling. Formeel is het aantal thuiszitters laag, maar in de praktijk zien we meer jongeren met een geoorloofde vrijstelling die langdurig niet naar school gaan. Deze groep valt buiten de officiële cijfers en vraagt extra aandacht. Het aantal voortijdig schoolverlaters blijft daarnaast een zorgpunt.

We sluiten aan bij landelijke en regionale ontwikkelingen, zoals het wetsvoorstel Van school naar duurzaam werk en de regionale aanpak Schoolaanwezigheid. Beide zijn gericht op het vergroten van kansen voor jongeren en het voorkomen van uitval. Met een brede focus op aanwezigheid willen we verzuim eerder signaleren en met passende ondersteuning voorkomen dat jongeren vastlopen. Samenwerking met onderwijs, zorg en het sociaal domein is hierbij onmisbaar.

27

0086219996

4. Financiën (Participatie, Wmo, Jeugd) 4.1 Participatie 4.1.1 BUIG Jaar BUIG budget Uitgaven BUIG Resultaat BUIG

2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 € 8.297.711 € 7.938.362 € 8.306.167 € 8.548.754 € 7.797.395 € 8.562.078 € 9.044.179 € 8.328.406 € 7.986.561 € 7.727.272 € 8.056.139 € 7.448.877 € 8.132.520 € 8.550.000 € -30.695 € -48.199 € 578.895 € 492.615 € 348.518 € 429.558 € 494.179

Toelichting Gemeenten ontvangen van het Rijk een gebundelde uitkering (BUIG) waarin verschillende geldstromen zijn gebundeld tot één geldstroom (art. 69, Participatiewet). De gebundelde uitkering is een specifieke uitkering. De gelden zijn bestemd voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Duiding In de jaren 2020 tot en met 2024 is een ruim positief resultaat behaald op de BUIG-gelden. Omdat de BUIG-uitkering gedeeltelijk historisch bepaald wordt, wordt het budget van de gemeente in de toekomst lager vastgesteld. Het definitieve budget voor 2024 bedraagt €9,0 miljoen. Van het beschikbare budget is €8,5 miljoen uitgegeven. Het voordeel op het BUIG-budget bedraagt in 2024 €494.000. Met inachtneming van de stijging van de kosten per uitkering en het oplopend aantal loonkostensubsidies is de verwachting dat het toegekende BUIG-budget in 2025 toereikend is. De stagnatie in de daling van de bijstandsuitkeringen in onze gemeente leidt ertoe dat onze uitgaven lager zijn. Dit sluit aan bij het landelijke beeld. De werkloosheid in Nederland ligt momenteel laag.

28

0086219996

4.2 Wmo maatwerkvoorziening (ZIN/pgb) Wmo-maatwerkvoorziening (ZIN/PGB) Unieke cliënten

2020

2021

2022

2023

2024

Huishoudelijke hulp

851

€ 2.565

€ 2.536

€ 2.473

€ 2.656

€ 3.220

Begeleiding

273

€ 1.353

€ 1.348

€ 1.373

€ 1.436

€ 1.607

Dagbesteding

112

€ 713

€ 744

€ 692

€ 652

€ 697

Vervoer

760

€ 448

€ 370

€ 359

€ 447

€ 478

Rolstoel

190

€ 261

€ 105

€ 88

€ 74

€ 130

Woonvoorziening

156

€ 178

€ 274

€ 279

€ 213

€ 186

Overig

61

€ 112

€ 100

€ 94

€ 123

€ 230

Totaal ZIN PGB Totaal m aatw erkvoorziening

€ 5.630

€ 5.477

€ 5.358

€ 5.601

€ 6.548

35

€ 277

€ 294

€ 251

€ 247

€ 226

1.798

€ 5.907

€ 5.771

€ 5.609

€ 5.848

€ 6.774

Unieke cliënten 01-01-2024 Kosten * € 1.000

Toelichting De kosten voor de uitvoering van de Wmo bestaan hoofdzakelijk uit de kosten van de maatwerkvoorzieningen in de vorm van zorg in natura (ZIN) en een persoonsgebonden budget (pgb). Het aantal inwoners in Opsterland dat één of meer vormen van ondersteuning krijgt van de Wmo op 1 januari is 1.798. Een aantal inwoners ontvangt meerdere vormen van ondersteuning. Duiding Het budget voor de Wmo-maatwerkvoorzieningen (ZIN en pgb) is in 2024 begroot op afgerond €6,8 miljoen. De gerealiseerde kosten in 2024 zijn €6,8 miljoen. In 2024 zijn de kosten voor Wmo-maatwerkvoorzieningen (ZIN en pgb) t.o.v. 2023 gestegen met ruim 16%. Deze stijging wordt grotendeels verklaart door de indexatie van de tarieven. De stijging van de kosten wordt enerzijds veroorzaakt door een stijging van het aantal huishoudens dat een voorziening heeft voor hulp bij het huishouden. De andere reden is de indexatie van de tarieven.

29

0086219996

4.2.1 Huishoudelijke Hulp

Toelichting De kosten voor huishoudelijke hulp binnen de Wmo bestaan uit drie hoofdelementen: het loon van de hulp (inclusief werkgeverslasten), de overheadkosten van de aanbieder (zoals administratie en coördinatie), en eventuele reiskosten of materiaalkosten. Ook speelt de frequentie en omvang van de hulp (bijvoorbeeld aantal uren per week) een rol in de totale kosten. Gemeenten vergoeden dit via maatwerkvoorzieningen op basis van indicatie. Duiding De absolute kosten van huishoudelijke hulp laten dankzij de invoering van het normenkader in de periode 2019-2022 een daling zien, ondanks het stijgende aantal gebruikers en de stijgende gemiddelde uurprijs. In 2024 stijgen de kosten vanwege het groeiend aantal huishoudens met een voorziening en door de indexatie van tarieven. De daadwerkelijke kosten vielen hoger uit dan initieel begroot (gele staaf). Het toepassen van het normenkader heeft geleid tot een daling van het gemiddeld aantal uren huishoudelijke hulp per week dat wordt gedeclareerd door de zorgaanbieder. Een gemiddelde van 2 uur gedeclareerde zorg per week is de nieuwe norm voor huishoudelijke hulp geworden. Daarmee hebben we volledig invulling gegeven aan de doelstelling (2,1 uur per week) die tijdens de bezuinigingsronde in 2020 is vastgesteld.

30

0086219996

4.2.2 Begeleiding

Toelichting De kosten voor Wmo-begeleiding bestaan uit personeelskosten (zoals salarissen van begeleiders), organisatiekosten (zoals administratie, huisvesting en coördinatie) en eventueel vervoer of gebruik van dagbestedingslocaties. De intensiteit van de begeleiding (individueel of in groepsverband) en het aantal uren per week beïnvloeden de totale kosten. Gemeenten vergoeden deze begeleiding op basis van een indicatie en zorgzwaarte. Duiding In 2020 zijn de Wmo-producten voor begeleiding en dagbesteding opnieuw ingekocht. Bij de overgang van 2019 naar 2020 is scherp gekeken naar de indicatie van de zwaarte van de zorg van inwoners. Dit heeft geleid tot een gemiddeld lagere indicatie van de zwaarte van de zorg. Dit heeft weer geleid tot een lagere gemiddelde prijs per uur en lagere kosten voor begeleiding. Vanaf 2022 t/m 2024 zien we de kosten stijgen door een combinatie van meer inwoners met een voorziening en indexatie van tarieven. De kosten vielen lager uit dan initieel begroot (gele staaf).

31

0086219996

4.2.3. Dagbesteding

Toelichting De kosten voor Wmo-dagbesteding bestaan uit personeelskosten voor begeleiding, kosten voor locatie en faciliteiten (zoals huur, onderhoud en materialen), en vervoerskosten van en naar de dagbestedingsplek. De aard van de dagbesteding (licht of intensief) en de benodigde begeleiding per cliënt bepalen mede de hoogte van de kosten. Gemeenten bekostigen dit via een maatwerkvoorziening op basis van een zorgindicatie. Duiding De kosten voor dagbesteding in 2023 vallen lager uit dan in voorgaande jaren. Ook zijn de kosten in 2023 lager uitgevallen dan begroot. In 2024 zien we dat de kosten nagenoeg even hoog zijn als de jaren 2020 en 2022. De kosten vielen lager uit dan initieel begroot (gele staaf). We weten niet precies waarom de kosten van dagbesteding hoger zijn in 2021 en lager in 2023. Door de jaren heen blijven de kosten nagenoeg gelijk. Indexatie speelt hierbij een belangrijke rol voor de geïndiceerde dagbesteding. Naast de individuele maatwerkvoorzieningen dagbesteding verstrekt de gemeente ook middelen aan ZuidOostZorg om op 3 locaties in de gemeente een collectieve voorziening dagbesteding aan te bieden. De kosten voor deze voorziening bedroegen in 2024 €351.000. De prijs per dagdeel die de gemeente betaalde voor deze collectieve voorziening, is in lijn met de gemiddelde prijs van een maatwerkvoorziening.

32

0086219996

4.2.4 Woningaanpassingen

Toelichting De kosten voor Wmo-woningaanpassingen bestaan uit materiaalkosten (zoals trapliften, drempelhulpen of aangepaste badkamers), arbeidskosten voor installatie, en eventueel adviesof ontwerpkosten. De hoogte van de kosten hangt af van de aard en omvang van de aanpassing. Gemeenten vergoeden deze aanpassingen op basis van individuele beoordeling en noodzaak. Duiding De kosten voor woningaanpassingen bedragen in 2024 €186.000 dat is een forse daling t.o.v. de jaren 2021 t/m 2023. Er waren in 2024 aanzienlijk minder kosten aan grote woningaanpassingen. In de kosten genoemd onder ‘overig’ zijn onder meer de kosten voor onderhoud opgenomen. De verklaring van de stijging en daling van de kosten hangt nauw samen met het gebruik, zoals beschreven in paragraaf 3.1.3 Wonen.

33

0086219996

4.2.5 Taxi

Toelichting De kosten voor Wmo-taxi bestaan uit de ritprijs per kilometer en een starttarief per rit. Daarnaast zijn er kosten voor planning, administratie en inzet van personeel (zoals chauffeurs). Duiding De halvering van het gebruik en daarmee van de kosten in 2020 en 2021 is het gevolg van de corona-pandemie en de aanpassing van het tarief per kilometer en de invoering van het opstaptarief. Vanaf 2021 zijn het aantal kilometers (en jaarlijks wordt het tarief dat betaald wordt aan de vervoerder verhoogd) en daarmee ook de kosten weer gestegen. Daarnaast brandstofprijzen zijn vanaf 2022 sterk gestegen door de inflatie. Kortom, de kosten van het WMO taxivervoer stijgen door de vraag, de prijs van de dienst en de prijs van brandstof. De kosten vielen hoger uit dan initieel begroot (gele staaf).

34

0086219996

4.3 Opgroeien 4.3.1 Jeugdzorg

Kosten jeugdzorg voorzieningen ZIN en PGB

Kosten Jeugdzorg (voorzieningen) € 11.000.000 € 10.000.000 € 9.000.000 € 8.000.000 € 7.000.000 € 6.000.000 € 5.000.000 2018

2019

Kosten voorzieningen ZIN

2020

2021

2022

Kosten voorzieningen PGB

Kosten jeugdzorg per verwijzer

35

2023

2024

B-2024

Kosten jeugdreclassering

0086219996

Toelichting Het budget voor Jeugd (Zorg in Natura + Persoonsgebonden Budget) bedraagt in 2024 €10,4 miljoen. Dit bedrag is inclusief de bijstelling van €0,4 miljoen in de najaarsrapportage van 2024. De kosten voor individuele jeugdzorgvoorzieningen zijn met 4% gestegen ten opzichte van 2023. Deze stijging blijft iets achter bij de landelijke indexatie van tarieven voor jeugdzorg. In 48% van de gevallen is de gemeente de verwijzer naar specialistische jeugdzorg (maatwerkvoorzieningen ZIN). Daarnaast is 18% van de verwijzingen afkomstig van de huisarts, waarbij in veel gevallen een consult heeft plaatsgevonden met de POH-Jeugd. Duiding De stijging van 4% in jeugdzorgkosten blijft relatief beperkt en onder de gemiddelde tariefindexatie. Dit wijst erop dat kostenstijgingen deels zijn opgevangen binnen bestaande kaders, zonder dat dit direct tot een sterke volumetoename heeft geleid. De kosten vielen lager uit dan initieel begroot (gele staaf). Wel blijft het totale budget fors, met €10,4 miljoen aan uitgaven, wat structureel een groot beslag legt op het sociaal domein. Dat de gemeente zelf in bijna de helft van de gevallen verwijzer is, toont de mate van directe regie. Dit biedt ook ruimte om via zorgvuldig afwegingskader invloed uit te oefenen op de zorgtoewijzing en kostenontwikkeling.

De inzet van POH-Jeugd bij huisartsverwijzingen is hierin positief, omdat vroegtijdige signalering en lichtere ondersteuning kunnen helpen om zwaardere zorgtrajecten te voorkomen. Tegelijkertijd benadrukt dit het belang van het versterken van het voorliggende veld en preventieve voorzieningen, zodat verwijzingen daadwerkelijk passend en doelmatig blijven. Financiële beheersing blijft daarmee afhankelijk van sturing op verwijsgedrag, inhoudelijke toetsing, én het aanbod in de jeugdketen.

4.3.2 Jeugdzorg 18+ Jaar Kosten jeugdzorg 18+ Aandeel verwijzer gemeente Dat is in % Aandeel verblijf in kosten

€ € €

2019 2020 2021 2022 2023 2024 515.000 € 503.000 € 542.000 € 535.000 € 512.000 € 480.000 443.000 € 432.000 € 470.000 € 350.000 € 440.000 € 422.000 86% 86% 87% 65% 86% 88% 244.000 € 235.000 € 145.000 € 281.000 € 180.000 € 40.000

Toelichting De kosten voor jeugdzorg voor jeugdigen die ouder zijn dan 17 jaar bedragen de afgelopen vijf jaren rond de €500.000 per jaar. Het grootste deel van deze kosten is verbonden aan voorzieningen waarbij de gemeente zelf de verwijzer is. Dit betekent dat de gemeente in deze gevallen direct betrokken is bij de toekenning van zorg. Duiding De stabiele uitgaven voor 18-plussers in de jeugdzorg wijzen op een structurele groep jongeren die langdurige ondersteuning nodig heeft. Het feit dat de gemeente vaak verwijzer is, geeft beleidsmatig handelingsruimte om eerder te sturen op passende zorg. Door zorgtrajecten levensloopgericht in te richten — met een soepele overgang naar Wmo, Wlz of andere volwassenenzorg — kan zorg effectiever worden ingezet en worden dubbele zorgtrajecten of uitval voorkomen. Investeren in de toegang, met meer focus op continuïteit en maatwerk, is daarmee niet alleen zorginhoudelijk wenselijk, maar ook financieel verstandig.

36

0086219996

5. Inwonertevredenheid 5.1 Inwonertevredenheid (Wmo/Jeugd) Toelichting Jaarlijks voert de gemeente Opsterland een cliëntervaringsonderzoek uit onder de inwoners die gebruikmaken van ondersteuning en hulp op basis van de Wmo en de Jeugdwet (wettelijke verplichting). Vanaf 2021 worden maandelijks de gegevens van inwoners, die zijn gestart met het gebruikmaken van ondersteuning en hulp op basis van de Jeugdwet en de Wmo, naar het onderzoeksbureau gestuurd. Met betrekking tot het onderzoek onder inwoners die gebruik maken van ondersteuning en hulp op basis van de Jeugdwet is de respons te laag. De resultaten zijn daardoor niet representatief. Voor de inwoners die gebruikmaken van ondersteuning en hulp op basis van de Wmo geldt dat het onderzoek wel representatief is. Wij constateren dat de tevredenheid over de dienstverlening door de gemeente licht is gestegen2.

5.2 Klachten Klachten 2016-2024 Jaar 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 Klachten 2024 Onderdeel W&I Jeugd Wmo

Aantal klachten 8 7 11 7 6 3 4 9 10

Bejegening 2 5 3

Kwaliteit dienstverlening -

Toelichting De klachten hebben betrekking op de dienstverlening van de consulenten Wmo, Jeugd & Hulpverlening en Werk & Inkomen. In de periode 2016 t/m 2021 is enkel het aantal klachten bijgehouden. Met ingang van 1 januari 2022 is ook onderscheid gemaakt tussen bejegening en de kwaliteit van de dienstverlening. We zien dat het aantal klachten beweegt in een brandbreedte van 3 – 11 klachten per jaar. Duiding Voor een gemeente van ongeveer 30.000 inwoners, zoals Opsterland, is een aantal van 3 tot 11 formele klachten per jaar relatief weinig. Onze insteek is om de ‘klachten’ informeel te behandelen. Dat houdt in dat we vaak in gesprek gaan en proberen samen met de klager een passende oplossing te vinden. De huidige wijze van registreren geeft ons meer inzicht en helpt ons om verbeteringen te kunnen doorvoeren. 2

Rapportage Cliëntervaringsonderzoek Jeugdwet 2022/ Wmo 2022 37

0086219996

5.3 Bezwaar en Beroep Er zijn in 2024 in totaal 12 bezwaarschriften ingediend: ▪ 11 bezwaarschriften ingediend m.b.t. de Participatiewet (W&I); ▪ 3 bezwaarschriften ingediend m.b.t. Wmo; ▪ geen bezwaarschriften ingediend m.b.t Jeugd; ▪ 1 bezwaarschrift ingediend m.b.t. overig. Nadat het college een bezwaar heeft ontvangen zijn er een aantal mogelijkheden waarop het bezwaar kan worden afgehandeld. Het bezwaar is niet ontvankelijk. Dit houdt in dat een bezwaar niet inhoudelijk in behandeling wordt genomen, omdat het niet voldoet aan de vereisten die in de Awb staan. Dit is bijvoorbeeld het geval als het bezwaar na de bezwaartermijn is ingediend of dat er geen inhoudelijk gronden zijn aangevoerd (en deze ook niet zijn aangevuld nadat daarom is verzocht). Het bezwaar wordt door de indiener in getrokken. Een bezwaar kan worden ingetrokken, totdat het college een beslissing op bezwaar heeft genomen. Meestal wordt een bezwaar ingetrokken voordat de Bezwarencommissie advies heeft gegeven, maar kan het ook daarna. Het bezwaar is gegrond. Dat betekent dat de uitkomst van het besluit waartegen bezwaar is gemaakt, middels de beslissing op bezwaar wordt gewijzigd. Het bezwaar is ongegrond. Het besluit waartegen bezwaar is gemaakt wordt in stand gelaten. Een combinatie van bovenstaande uitkomsten is ook mogelijk. Bezwaren 2024 Categorie Aantal nieuw W&I 11 Wmo 3 Jeugd Overig 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=c7766d13-5cde-4480-9311-33f8fd341a5c