B05 Bijlage 1 Aanpak OWO-Warmteprogramma
Tekst van het document
Aanpak OWO-Warmteprogramma
1
Inleiding Aanleiding Eind 2021 is door de gemeenteraden van Opsterland, Ooststellingwerf en Weststellingwerf de Transitievisies Warmte (TVW) vastgesteld. In deze visie is beschreven hoe de route naar een aardgasvrije omgeving in de OWO-gemeenten in 2050 eruitziet. Deze visie is opgesteld op basis van een technische analyse en een uitgebreid participatieproces waarbij input is opgehaald bij interne en externe stakeholders. Sinds het vaststellen van de Transitievisie Warmte is een uitvoeringsplan en een actieplan TVW vastgesteld door de drie gemeenteraden van de OWO-gemeenten. De uitvoering is via verschillende lijnen, acties en subsidieregelingen opgepakt. Er hebben zich de laatste jaren verschillende ontwikkelingen voorgedaan met impact op de warmtransitie, zoals de stijgende energieprijzen, de toenemende impact van netcongestie en de ontwikkeling van nieuwe wet- en regelgeving. Een van de nieuwe wetten is de Wet/Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw/Bgiw). Het Bgiw vereist dat gemeenten uiterlijk in 2026 een warmteprogramma vaststellen, dat elke vijf jaar wordt herijkt. Daarom gaan we nu aan de slag met het opstellen van een warmteprogramma voor de gemeenten Opsterland, Ooststellingwerf en Weststellingwerf als opvolger van de Transitievisie Warmte. Dit wordt uiterlijk eind 2026 door het College vastgesteld.
Het programma biedt duidelijkheid en handelingsperspectief aan inwoners, bedrijven, instellingen en andere relevante stakeholders in onze gemeente. Het programma moet Iedere vijf jaar worden geactualiseerd. Doel van deze notitie We maken inzichtelijk via welke processtappen het Warmteprogramma voor de OWOgemeenten tot stand komt en wat de planning van de processtappen is. Deze notitie wordt voorgelegd aan de colleges van B&W van de OWO-gemeenten.
2
Processtappen en planning We volgen de handreiking van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en maken gebruik van de daaraan verbonden ondersteuning. Het NPLW heeft een handreiking ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen bij het opstellen van het warmteprogramma. Ook faciliteert het NPLW-kennisuitwisseling tussen gemeenten onderling. Onze OWO-aanpak is gebaseerd op deze handreiking. Het opstellen van een warmteprogramma bestaat uit vijf fasen. Deze fasen zijn hieronder weergegeven, waarbij de belangrijkste mijlpalen en aandachtpunten zijn benoemd.
Mijlpalen Aandachtspunten
Planning1
verkennen
voorbereiden
uitwerken
Toetsen en verfijnen
vaststellen
Terugblik en evaluatie TVW Startnotitie Participatiestrategie Capaciteit elektriciteitsnet Ruimtelijke situatie Koppelkansen Plannen warmtenet
Plan van aanpak
Concept warmteprogramm a
Ontwerp warmteprogramm a
Vastgesteld warmteprogramm a
Overleg partners en belanghebbenden Samenwerkingsaf spraken
Participatie met buurten en wijken
Publicatie in het digitaal stelstel omgevingswet (DSO)
Q2/3 2025
Q3 2025
Data analyse Voorbereiden rapportage en monitoring Toetsing netbeheerder Plan-mer (beoordeling) Q4 2025
Q1 2026
Q4 2026
Het programma dient tegen het einde van dit jaar als concept gereed te zijn, waarna het ter consultatie wordt voorgelegd. De behandeling en vaststelling zullen plaatsvinden in het nieuwe college na de verkiezingen in maart. In de planning zijn we ervan uitgegaan dat in stap 8 alleen een plan-
mer- beoordeling nodig is en geen plan-MER. Mocht een plan-MER wel noodzakelijk zijn dan biedt de planning daarvoor voldoende ruimte.
Organisatie Ambtelijk Er is een OWO-projectgroep waarin alle drie de gemeenten vertegenwoordigd zijn. Weststellingwerf verzorgt de projectleiding namens de drie gemeenten, met ondersteuning van een externe projectleider. Waar nodig schakelt de projectgroep interne collega's in. Bestuurlijk De portefeuillehouders energietransitie zijn bestuurlijk opdrachtgever. De voortgang wordt met hen besproken via de OWO-beleidstafel klimaat en duurzaamheid en via de reguliere portefeuillehouders overleggen.
Dit is een optionele planning, waarbij alleen de uiterlijke datum van vaststellen van het WP vast staat (Q4 2026) 1
3
Capaciteits- en budgetindicatie Medewerkers Projectleiding Projectmedewerkers klimaat en duurzaamheid Communicatie (OWO-breed) Participatie
Gemiddelde ureninzet per week Extern + 2 uur per week Weststellingwerf 12 uur per gemeente per week 4 uur/week Q 3+4 2025 Weststellingwerf Nader te bepalen
Het Warmteprogramma wordt grotendeels intern opgesteld, maar voor het verrijken van de startanalyse is mogelijk inhuur van een technisch adviesbureau wenselijk. Hieronder geven we de begroting van het project weer. Activiteit Inhuur (procesbegeleider, analyse) Communicatie + kosten bijeenkomsten Ondersteuning bij plan-mer-beoordeling Onvoorzien Totaal OWO Per gemeente
bedrag € 65.000, € 5.000, € 12.500, € 7.500, € 90.000, € 30.000, -
4
BIJLAGE Uitwerking processtappen Fase 1. Verkennen Stap 1.1: Terugblikken op Transitievisie Warmte De eerste processtap in onze aanpak is een terugblik op de totstandkoming, uitvoering en resultaten van de Transitievisie Warmte. We brengen in beeld wat de voortgang is op de doelen, welke activiteiten zijn uitgevoerd en wat is bereikt. We inventariseren de belangrijkste lessen die we mee willen nemen in het Warmteprogramma. Stap 1.2: Actualiseren uitgangspunten De keuzes die in een warmteprogramma gemaakt worden (alternatieven voor aardgas, prioritering van wijken en dorpen) moeten transparant en navolgbaar te zijn. Het is daarom belangrijk om expliciet te maken op basis van welke uitgangspunten de keuzes voor de warmtetransitie worden gemaakt. We bouwen daarbij voort op de gemeentelijke uitgangspunten uit de Transitievisie Warmte:
• • • • • • •
Participatie: keuzevrijheid en eigen tempo staan centraal Actieve houding: faciliteren en stimuleren van inwoners en ondernemers Betaalbaarheid: de laagste maatschappelijke kosten Duurzaam: alles wat we doen draagt bij aan het verminderen van de CO2-uitstoot Realistisch ambitieniveau: wel beginnen, maar niet te snel Lokaal gebruik en opwek van energie stimuleren Beproefde technieken hebben de voorkeur, maar met een open vizier voor nieuwe mogelijkheden
Samen met interne en externe stakeholders (o.a. Liander, woningcorporaties en focusgroepen met daarin vertegenwoordigers van plaatselijke belangen, agrariërs en lokale energieinitiatieven) evalueren we de uitgangspunten en actualiseren we ze, passen of scherpen ze aan of verduidelijken we ze waar nodig. Ook vragen we de stakeholders naar hoe belangrijk zij ieder uitganspunt vinden. De geactualiseerde uitgangspunten leggen we ter vaststelling voor aan het college.
Fase 2. Voorbereiden Stap 2.1: Doorgronden beschikbare technische analyses Het is van belang om bij het opstellen van het warmteprogramma te analyseren welke warmteoplossingen het beste passen bij een dorp of wijk.
5
Een belangrijke bouwsteen hiervoor is de startanalyse die in maart 2025 is opgeleverd door het Planbureau voor de Leefomgeving. De startanalyse geeft per CBS-buurt inzicht in de nationale kosten voor verschillende aardgasvrije strategieën. Als vervolg en uitwerking daarvan ontwikkelt de provincie een Friese variant van de startanalyse. Data Fryslân brengt de warmtevraag meer gedetailleerd op postcode 6 niveau in beeld. In deze stap doorgronden we de methodieken en vergelijken we de uitkomsten van beide analyses met elkaar. Zo krijgen we inzicht in de voorkeursstrategieën voor de aardgasvrije warmteoplossingen in onze dorpen en wijken. Stap 2.2: Verrijken startanalyse PBL De kennis en inzichten die we in de vorige stap hebben opgedaan verrijken we met lokale informatie en stemmen we af met plannen en ambities vanuit andere beleidsthema’s binnen de gemeente. We bepalen in hoeverre dit tot nieuwe inzichten of andere uitkomsten leidt. Daarmee scherpen we de voorkeursstrategieën verder aan. Stap 2.3: Consulteren van stakeholders We bespreken de voorkeursstrategieën (per dorp, wijk, buurt) met de stakeholders (zie stap 1.2). Daarin gaan we in op onder andere: • In hoeverre sluiten zij aan bij de geactualiseerde uitgangspunten.
•
Zijn er kansen, belemmeringen of risico’s voor wat betreft het tempo van de transitie naar de duurzame warmteoplossing.
•
Zijn er koppelkansen met andere (lokale) ontwikkelingen of opgaven. Zijn ze daadwerkelijk haalbaar en uitvoerbaar en kunnen ze rekenen op draagvlak; wat is daarvoor nodig. Met welke wijken, dorpen, buurten kunnen we de komende 10 jaar het beste aan de slag en met welke kunnen we het beste beginnen (fasering); kunnen sommige daarvan zelfs al van het aardgas af?
• •
Fase 3. Uitwerken Stap 3.1: Afwegen In deze stap vergelijken we de analyse uit de vorige stappen met de geactualiseerde uitgangspunten. We maken hiervoor een afwegingsmatrix. Daarvoor gebruiken we onder andere de informatie uit stap 1.2 en 2.3 over hoe belangrijk de verschillende stakeholders de uitgangspunten vinden. Per dorp, wijk of specifieke buurt vullen we de matrix in. Daarmee krijgen we een onderbouwde keuze voor het voorkeursscenario voor aardgas voor ieder dorp, wijk of buurt. Stap 3.2: Uitwerken Nadat de afwegingen zijn gemaakt, stellen we een eerste conceptversie van het warmteprogramma op. We stellen concrete doelen en werken uit waar we de komende 10 jaren
6
aan de slag willen met een gebiedsgerichte aanpak. Deze eerste uitwerking leggen we eerst informeel aan de stakeholders voor. Het is belangrijk om inzicht te krijgen of de gemeente al dan niet gebruik wil maken van de aanwijsbevoegdheid voor een bepaalde buurt, wijk of dorp (zie kader hieronder) en of daar politiek draagvlak voor is. De eisen die aan een Warmteprogramma worden gesteld qua onderbouwing (inhoud en proces) hangen daar namelijk grotendeels mee samen. Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid is de mogelijkheid van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad om een gebied binnen de gemeente aan te wijzen dat binnen een bepaalde termijn van het aardgas wordt afgekoppeld. Dit wordt vastgelegd in het omgevingsplan. Het inzetten van de aanwijsbevoegdheid moet worden onderbouwd in het Warmteprogramma.
Fase 4. Toetsen en verfijnen Stap 4.1: Milieu Effect Rapportage (MER) Het warmteprogramma vormt een kader voor warmteprojecten in de uitvoeringsfase, als eerste stap in het juridisch planproces. Afhankelijk van de aard en omvang van warmteprojecten waarvoor het warmteprogramma een kader biedt, geldt op grond van de Omgevingswet een plan-mer-beoordelingsplicht of een plan-mer-plicht. Onduidelijk is nog in hoeverre de merbeoordelingsplicht en/of plan-mer-plicht voor ons van toepassing zijn. Dit wordt verder uitgezocht. Stap 4.2: Opstellen Ontwerp-warmteprogramma In deze stap verwerken we de reacties uit stap 3.2 en de uitkomsten van 4.1 en stellen we het Ontwerp-warmteprogramma op.
Fase 5. Vaststellen Het warmteprogramma dient vastgesteld te worden volgens de uitgebreide voorbereidingsprocedure: - Het college stelt het Ontwerp-warmteprogramma vast; - We leggen het Ontwerp-warmteprogramma gedurende zes weken ter inzage; - Ingebrachte zienswijzen verwerken we in de Nota van Zienswijzen, zo nodig passen we het warmteprogramma aan; - Het college stelt het warmteprogramma vast; - Het Warmteprogramma maken we bekend via het gemeenteblad; - Het Warmteprogramma treedt in werking. Na de inwerkingtreding van het Warmteprogramma wordt deze gepubliceerd in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO).
7