CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

B02 Bijlage 1 Evaluatie actieplan laaggeletterdheid 2023-2024

Raadsvergadering 24 maart 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Ingekomen stukken van het college (B-lijst)3.294 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie actieplan laaggeletterdheid 2023-2024

1

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................... 3

2.

Feiten en cijfers ................................................................................................ 3

3.

Aanpak ............................................................................................................. 3

4.

Evaluatie .......................................................................................................... 5

5.

Conclusie ......................................................................................................... 8

6.

Vervolg ........................................................................................................... 10 Literatuurlijst .................................................................................................. 10

2

1. Inleiding In Nederland zijn veel mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen. Dit noemen we laaggeletterdheid. Het gaat hier om ongeveer 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder. Bijna 1,8 miljoen van hen zijn tussen de 16 en 65 jaar oud (Algemene rekenkamer, 2016; Houtkoop, 2015). Het betekent dat iemand niet goed genoeg kan lezen of rekenen om bepaalde dingen in het dagelijks leven te begrijpen, zoals het invullen van formulieren of het begrijpen van belangrijke informatie. Dit heeft grote gevolgen voor hoe goed iemand mee kan doen in de samenleving. In dit document wordt uitgelegd hoeveel mensen hier last van hebben en wat er gedaan wordt om dit probleem op te lossen.

Geletterdheid: een set van vaardigheden waarbij geletterdheid het middel is voor identificatie, begrip, interpretatie, creatie en communicatie in een snel veranderende wereld (Unesco, 2024). Het gemiddelde geletterdheidsniveau van volwassenen blijft redelijk stabiel. Zowel het aantal excellent geletterden als het aantal laaggeletterden is toegenomen. De toename in het percentage laaggeletterden komt onder andere door migratie, vergrijzing en jongeren die met onvoldoende lees- en schrijfvaardigheden de school verlaten (Buisman & Houtkoop, 2014; Buisman et al., 2013). Niet goed kunnen lezen en/of schrijven heeft grote gevolgen voor het dagelijks leven. Laaggeletterden hebben vaak moeite met het invullen van formulieren, reizen met het openbaar vervoer en voorlezen aan (klein)kinderen. Ook hebben zij moeite met werken met de computer, begrijpen van informatie over gezondheid en zorg, financiële handelingen of andere verplichtingen. Om ervoor te zorgen dat iedereen goed mee kan doen in de samenleving, is het belangrijk dat mensen leren lezen, schrijven en rekenen. De gemeente heeft een actieplan gemaakt om laaggeletterdheid in de samenleving te verminderen. Het is belangrijk om te blijven kijken of dit plan goed werkt en of het echt helpt.

Omdat de periode te kort is om het effect al te zien, moet de evaluatie vooral laten zien welke inspanningen er zijn gedaan en welke beweging daarmee in gang is gezet. Alleen dan kunnen we ervoor zorgen dat iedereen de basisvaardigheden heeft die nodig zijn om goed voor zichzelf te zorgen en een actief leven te leiden. Dit actieplan wordt in dit document geëvalueerd.

2. Feiten en cijfers Eind 2024 zijn nieuwe cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat laaggeletterdheid in de samenleving redelijk stabiel blijft. De oorzaken, vergrijzing, migratie en jongeren die onvoldoende geletterd uit het onderwijs stromen, zijn nog steeds aanwezig. De cijfers per provincie, gemeente en groep in de samenleving worden in de tweede helft van 2025 verwacht.

3. Aanpak Landelijk De Nederlandse overheid neemt maatregelen om laaggeletterdheid te verminderen, zoals ‘Tel mee met taal’ en het ‘Masterplan basisvaardigheden’ (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2023). Er zijn diverse programma’s en interventies ontwikkeld om laaggeletterdheid te verminderen. Met preventie hoopt men toekomstige laaggeletterdheid te voorkomen. Preventieve maatregelen richten zich voornamelijk op kinderen, kinderopvang en scholen (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2023).

3

Curatieve maatregelen richten zich op het verminderen van bestaande laaggeletterdheid. Dat wordt vaak gedaan binnen non-formeel en formeel onderwijs. Binnen formeel onderwijs wordt planmatig, doelgericht gewerkt. Dit richt zich op het behalen van een diploma. Non-formeel onderwijs kenmerkt zich juist door laagdrempelige toegankelijkheid. Dit heeft in vergelijking met formeel onderwijs een meer informele sfeer. Non-formeel onderwijs vindt niet plaats in een schoolse setting en is niet gericht op het behalen van een diploma. De Rijksoverheid heeft in de Vervolg Aanpak Laaggeletterdheid (onderdeel van het actieprogramma Tel mee met Taal) drie doelen opgesteld om laaggeletterdheid te verminderen: 1. Meer mensen helpen die Nederlands als moedertaal hebben. Zij vormen 65% van de groep laaggeletterden (zogenaamde NT1’ers). 2. Investeren in een goede kwaliteit van lesaanbod, dat voor iedereen beschikbaar moet zijn. 3. Vanaf 2025 moet elke gemeente zelf hulp kunnen bieden aan laaggeletterden Een van de doelen van de Rijksoverheid is dus dat gemeenten vanaf 2025 kunnen inzetten op de curatie en preventie van laaggeletterdheid middels een integrale aanpak. Het is de bedoeling dat de gemeente de centrale speler is in een netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, bibliotheken, werk, gezin, gezondheid en verwante terreinen.

De ambitie is dat generieke, landelijke ondersteuning aan het eind van het actieprogramma niet meer nodig is.

Bibliotheek

Elke gemeente moet vanaf 2026 zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheken. Dat is vastgelegd in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen. Een volwaardige bibliotheek biedt 5 maatschappelijke functies. 1. 2. 3. 4. 5.

Kennis en informatie beschikbaar stellen Mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie Stimuleren om te lezen Ontmoetingen en debatten organiseren Mensen laten kennis maken met kunst en cultuur

In de bibliotheek wordt bijvoorbeeld middels educatie hulp geboden aan mensen die beter willen leren lezen en schrijven. Er is ook een Informatie Punt Digitale overheid ( IDO) om mensen te helpen die vragen hebben over overheidszaken. Verder hebben bibliotheken een rol in het ondersteunen van het onderwijs in het leesonderwijs.

Regionaal Eén van de concrete maatregelen vanuit het rijk is een regionale aanpak, waarin gemeenten beschrijven hoe zij komen tot een effectieve aanpak in de arbeidsmarktregio Friesland. In de regio is er de afgelopen jaren samen gewerkt aan het verminderen van laaggeletterdheid in zes actielijnen: 1. Inzet op vergroten bereik en focus NT1; 2. De eigen rol van de gemeenten; 3. Integraal beleid; In 2024 geldt voor alle gemeenten dat het onderwerp laaggeletterdheid een onderdeel is geworden van het sociaal domein; 4. Kennisdeling en agendering;

4

5. Inzetten op kwaliteit; 6. Inzetten op monitoring.

Opsterland Het actieplan laaggeletterdheid van Opsterland (2023-2024) sluit aan bij de regionale aanpak. In het lokale actieplan is beschreven hoe we in 2023 en 2024 wilden werken aan de basisvaardigheden van de Opsterlandse inwoners. De doelstellingen in dit actieplan zijn verdeeld in drie onderdelen: 1. Bewustwording van signalen omtrent laaggeletterdheid vergroten; 2. Het vergroten van de geletterdheid van de inwoners van gemeente Opsterland; 3. Overige initiatieven. Vanuit deze doelen waren voor 2023 en 2024 de volgende acties gepland: ▫ Opzet ketenpartneroverleg; ▫ Aanstellen aanjager laaggeletterdheid; ▫ Digi-Taalhuis; ▫ Het goede voorbeeld geven als gemeente; ▫ Een integrale aanpak; ▫ Effectief leesonderwijs vanuit leesmotivatie; ▫ Samenwerking met peuteropvang, kinderopvang en consultatiebureaus; ▫ De Bibliotheek op School (dBoS); ▫ Taalcafé en taalcoaches; ▫ Informatiepunt Digitale Overheid (IDO).

4. Evaluatie Opzet ketenpartneroverleg Er is een goedlopend ketenpartner overleg waarin diverse partners aansluiten. Deelnemers zijn de gemeente Opsterland (zowel beleid als gebiedsteam), Code Hans, Stichting Lezen en Schrijven, Firda, huisarts Maats, de GGD en BZOF (zie hierboven voor een beschrijving van deze organisaties). De doelstellingen van het overleg zijn het vinden en bereiken van de NT1- en NT-2 doelgroep, het vergroten van de kennis over basisvaardigheden en het versterken van het netwerk binnen Opsterland. Hierbij is de afgelopen periode als focuspunt gekozen voor participatie en werk. In het ketenpartneroverleg wisselen we uit, stemmen we aanbod op elkaar af en maken we samenwerkingsafspraken om meer inwoners die over onvoldoende basisvaardigheden beschikken te bereiken. De frequentie van het overleg is eens per 6 weken.

Aanstellen aanjager laaggeletterdheid In 2023 is vanuit BZOF een Aanjager Laaggeletterdheid actief geweest.Dit werd als project gefinancierd. Vanaf 2024 heeft de bibliotheek de taken van de aanjager opgenomen in de functie van de coördinator basisvaardigheden. Dit past bij het doel wat we willen bereiken; verminderen van bestaande laaggeletterdheid en voorkomen van laaggeletterdheid in de toekomst. Er is bewust gekozen voor de term basisvaardigheden, omdat het om meer gaat dan lezen en schrijven. Het gaat bijvoorbeeld ook over rekenen en digitale vaardigheden.

5

De coördinator basisvaardigheden richt zich op de volgende acties: - het opbouwen en versterken van het netwerk van samenwerkingspartners - het organiseren van activiteiten bijvoorbeeld in de week van lezen en schrijven - het geven van voorlichting over het signaleren en bespreekbaar maken van verminderde basisvaardigheden - het maken van afspraken met samenwerkingspartners over (gezamenlijk) aanbod. Daarnaast is BZOF verantwoordelijk voor het werven van vrijwilligers voor het digi-taalhuis en andere activiteiten binnen de maatschappelijke bibliotheek.

Digi-Taalhuis In september 2023 is het digi-taalhuis in Gorredijk herstart. Na verloop van tijd bleken er toch onvoldoende deelnemers te zijn. Mede daardoor stopten de vrijwilligers en kwam het digitaalhuis helaas weer stil te liggen. In het ketenpartneroverleg zijn afspraken gemaakt over de signalering van verminderde basisvaardigheden en de toeleiding naar het aanbod. Alle deelnemers van het ketenpartneroverleg hebben hierin een verantwoordelijkheid. Als het gaat om de toeleiding van inwoners naar het digi-taalhuis dan is Team Werk & Inkomen van de gemeente een belangrijke partner, maar bijvoorbeeld ook de Voedselbank heeft veel klanten met verminderde basisvaardigheden. Aan het eind van 2024 zijn er afspraken gemaakt met een werkgever in Gorredijk waar een extra digi-taalhuis gaat starten in 2025 voor een groep van 10 laaggeletterde werknemers onder werktijd.

Het goede voorbeeld geven als gemeente Communicatie vanuit de gemeente is vaak ingewikkeld, zeker voor mensen die laaggeletterd zijn. Er wordt gestimuleerd om op een begrijpelijke manier te communiceren. Hier wordt regelmatig aandacht aan besteed op intranet. Ook is een taalklapper uitgereikt, met een handleiding en diverse taaltips. Verder zijn er taalcoaches actief binnen de gemeentelijke organisatie. Dit zijn medewerkers die kunnen helpen bij het schrijven van teksten, brieven en emails in heldere taal. In 2024 is deze inzet gecontinueerd. Er is een testpanel van stichting ABC ingezet, waarbij teksten beoordeeld zijn door ervaringsdeskundigen. Ook wordt er een serie trainingen georganiseerd voor medewerkers van het gebiedsteam om bewustwording te vergroten maar ook de vaardigheden om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken te verbeteren.

Een integrale aanpak Omdat het hebben van lage basisvaardigheden raakt aan verschillende leefgebieden en dus verschillende problematieken, kiezen we in de gemeente Opsterland voor een integrale aanpak. Een integrale aanpak is noodzakelijk om de doelgroep te bereiken en door een breder aanbod zo goed mogelijk te helpen. Er zijn verbindingen gelegd met Onderwijs, Participatie, Inburgering, Inclusie en de preventieagenda. In 2024 hebben we meegedaan aan een maatwerktraject van Stichting Lezen en Schrijven hierbij stond een meer integrale aanpak centraal.

Effectief leesonderwijs vanuit leesmotivatie Vergeleken met kinderen van geletterde ouders, worden kinderen met laaggeletterde ouders minder in taal gestimuleerd en presteren zij minder goed op school. Kinderen met een

6

taalachterstand op jonge leeftijd blijven hiervan last houden tijdens hun gehele schoolloopbaan. Ook geldt dat kinderen met betrokken ouders gemotiveerder zijn en een beter zelfbeeld hebben. Door laaggeletterde ouders eerder en beter te herkennen kan de communicatie aangepast worden, is er meer begrip over en weer en kan de ouderbetrokkenheid worden vergroot. Dit alles komt ten goede aan de (taal)ontwikkeling van het kind. In de schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023 is er een pilot uitgevoerd. Deze is in februari 2024 geëvalueerd. Hieruit blijkt dat zowel leerkrachten als leesconsulenten enthousiast zijn over het werken met de methodiek Focus op Begrip. BZOF kan hierin goed ondersteunen. De expertiserol m.b.t. collectie ligt echt bij de leesconsulenten van de bibliotheek. De kennis en expertise van de leesconsulent is van essentieel belang voor het effectief leesonderwijs. Verder is in de evaluatie benoemd dat er een drempel is bij het onderwijs om methodes los te laten en dat dit nog niet is weggelegd voor alle scholen. Doel is om dBos (zie verderop in dit document) te combineren met effectief leesonderwijs.

Samenwerking met peuteropvang, kinderopvang en consultatiebureaus Zo vroeg mogelijk beginnen met voorlezen en de interesse voor boekjes opwekken bij baby’s stimuleert de taalontwikkeling en verbetert de woordenschat van kinderen. Hierdoor kan het kind een betere start maken in het basisonderwijs. In de voor- en vroegschoolse periode van kinderen doet Opsterland mee aan het project BoekStart en wordt de BoekStartcoach ingezet. Met deze aanpak wordt de taalontwikkeling in de leeftijd 0-4 jaar spelenderwijs gestimuleerd door het informeren en adviseren aan ouders over het nut van voorlezen. BoekStart in de kinderopvang zorgt ervoor dat er een rijke voorleescultuur ontstaat op de locaties. De pedagogisch medewerkers van de kinderopvang worden intensief getraind. Daarbij wordt er veel interactief voorgelezen en is er uitgebreid aandacht voor begeleiding van ouders. In de VVE ( vroegschoolse educatie) is het doel om peuters met een taalachterstand beter voor te bereiden op de basisschool. Op dit moment is dit voornamelijk op de peuteropvanglocaties. In de toekomst zouden ook ouders hierin een grotere rol moeten krijgen zodat de taalontwikkeling op verschillende plekken wordt gestimuleerd. Het programma ‘Op Stapje’ is een gezinsaanpak voor peuters waarbij heel actief aan de taalontwikkeling binnen het gezin wordt gewerkt. Voor de leeftijd van 4 tot 6 jarige is er ‘Op Stap’.

Beide programma’s worden uitgevoerd bij gezinnen thuis. Er is ook een groepsaanbod ‘Samen op stap’ wat meer groepsgericht is. Het resultaat van dit beleid is een grotere taalvaardigheid, een grotere woordenschat en een betere sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen. Ook verkleint het de kans dat kinderen van laaggeletterde ouders zelf laaggeletterd worden. Het heeft een preventieve werking. In al deze programma’s is de ambitie om de ouderbetrokkenheid te vergroten zodat de ontwikkeling op verschillende plaatsen gestimuleerd kan worden.

De Bibliotheek op School (dBoS) In Opsterland doen nagenoeg alle scholen mee aan het programma dBos. 98% van de basisschoolleerlingen heeft daardoor direct toegang tot de lees- en leermiddelen van de bibliotheek. Met deze aanpak werken bibliotheken, scholen en de gemeente op strategisch

7

niveau structureel samen aan taalontwikkeling, leesbevordering en mediawijsheid van kinderen en jongeren. Het doel is een aantoonbare kwaliteitsverbetering van het onderwijs en het stimuleren van meer lezen, op school en thuis. De leesresultaten en indirect de CITO-scores gaan hierdoor vooruit. Het project dBos zal in de komende jaren gecombineerd worden met ‘Effectief leesonderwijs’. In 2021 zijn in Opsterland 2 scholen gestart met de pilot ‘Effectief leesonderwijs’. Vanwege de goede resultaten zullen ieder jaar enkele nieuwe scholen hiermee van start gaan. We verwachten dat de komende jaren alle scholen stapsgewijs gebruik maken van dBos in combinatie met effectief leesonderwijs.

Taalcafé en taalcoaches De gemeente vindt een goede ondersteuning van statushouders belangrijk. Het gaat dan zowel om de inzet van vrijwilligers die statushouders helpen met huisvesting en regelzaken (bijvoorbeeld door wekelijks spreekuur te houden in de bibliotheek in Gorredijk), als om de taalcoaches en het Taalcafé. De Taalcafés vinden op dit moment wekelijks plaats in de bibliotheken van Gorredijk en Ureterp. Deze worden goed bezocht en er zijn veel vrijwilligers die hieraan een bijdrage leveren. De bibliotheek levert de benodigde lees- en leermiddelen en de locaties voor ontmoeting en integratie in de (lokale) samenleving. De samenwerking tussen BZOF en Code Hans is goed. Daarnaast werkt Code Hans aan het vergroten van de kennis van de vrijwilligers. Hiervoor heeft Code Hans een eigen bibliotheek met literatuur over dit onderwerp. Ook is Code Hans bezig met het inrichten van een online kennisbank voor de uitwisseling van kennis tussen de vrijwilligers onderling.

Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) Het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) biedt laagdrempelig, gratis en voor iedereen toegankelijke ondersteuning bij vragen over het gebruik van de digitale overheid. In de OWOgemeenten is het IDO te vinden in de bibliotheken. Alle frontofficemedewerkers zijn opgeleid en krijgen de tijd om inwoners te helpen met vragen over de digitale overheid. Als de vraag niet door de medewerker kan worden beantwoord, bijvoorbeeld omdat er formulieren met persoonlijke informatie moeten worden ingevuld, dan wordt er doorverwezen naar de spreekuren van Humanitas Thuisadministratie en Code Hans. Communicatie rondom het IDO is een aandachtspunt Hier worden stappen ingezet. Daarnaast zijn BZOF, Humanitas en Code Hans intensiever gaan samenwerken als het gaat om de spreekuren en de warme doorverwijzing naar elkaar.

5.Conclusie Landelijk Het huidige kabinet heeft een aantal bezuinigingen aangekondigd waardoor de middelen die nu beschikbaar zijn voor de aanpak van laaggeletterdheid minder worden. Hier is door de VNG, samen met Divosa, de MBO Raad, de NRTO, de FNV, Stichting ABC en Stichting Lezen en Schrijven een brief over gestuurd naar de kamer waarin de zorgen over de consequenties van deze bezuiniging zijn geuit. Het is nog niet duidelijk in hoeverre er nu bezuinigd gaat worden op volwassen onderwijs en wat de impact daarvan gaat zijn in Opsterland.

8

Regio Fryslan Er is door de Kwinkgroep geen onderzoek gedaan voor de hele provincie naar de aanpak van laaggeletterdheid. Daar zijn een aantal aanbeveling gedaan en vanuit daar doelen gemaakt die terug zouden moeten komen in het volgende regioplan. In veel gemeenten is er integraal beleid voor laaggeletterdheid, wordt er samengewerkt in de keten en wordt gebruik gemaakt van bestaande bewezen effectieve interventies (zowel curatief als preventief). De verbinding tussen curatieve en preventieve programma’s kan beter en het bereiken van de doelgroep NT1-ers is moeilijk. De financiering van de aanpak van laaggeletterdheid is een aandachtspunt en ook de monitoring van de aanpak van laaggeletterdheid in de regio kan beter. Doelen die terug zouden moeten komen in het regioplan volgens de Kwinkgroep: • Vaststellen beleid met aandacht voor de integrale aanpak inclusief doelstellingen voor langere termijn. • Focus op preventie samen met curatie • Bewustwording bij samenwerkingspartners vergroten en het opzetten van een netwerk. • Organiseer structurele middelen om te besteden aan capaciteit en activiteiten. • Zorg voor periodieke monitoring van beleid en activiteiten.

Opsterland In Opsterland is het afgelopen jaar gewerkt aan het verbeteren van de integrale aanpak van laaggeletterdheid. Door mee te doen aan het maatwerk traject van Stichting Lezen en Schrijven is er gewerkt aan een meer duurzame en integrale aanpak. Waarbij bewustwording en toegankelijkheid als belangrijke pijlers naar voren zijn gekomen. Er is gewerkt aan een stevig netwerk, wat vorm heeft gekregen in het ketenpartneroverleg. Bij de bibliotheek is een coördinator basisvaardigheden in de structurele formatie opgenomen. Hierdoor is de aandacht voor, bewustwording van en aanpak van laaggeletterdheid meer geborgd. Er wordt in Opsterland zowel preventief als curatief gewerkt en de aanpak wordt regelmatig geëvalueerd. De interventies komen soms moeilijk op gang. De warme doorverwijzing loopt niet altijd goed en deelnemers haken voortijdig af. We bereiken ook onvoldoende NT1-ers in Opsterland. In de preventieve aanpak zouden ouders en het gezin een grotere rol kunnen krijgen in de verschillende interventies. We weten dat laaggeletterdheid vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven en door ouders te betrekken bij het aanbod vergroot je het effect. Een mogelijk bij effect kan zijn dat laaggeletterde ouders zelf ook bereikt worden om te gaan werken aan hun eigen basisvaardigheden. De aanpak van laaggeletterdheid vraagt om een langdurige inzet.

Bewustwording, signaleren en bespreekbaar maken vragen continu aandacht. Personele wisselingen zijn een aandachtspunt. Het is daarom belangrijk om de aanpak laaggeletterdheid goed te borgen in verschillende beleidsterreinen.

9

6. Vervolg Om goed mee te kunnen doen is het belangrijk dat mensen voldoende basisvaardigheden hebben. We zetten daarom in het actieplan 2025-2026 in op het verminderen van bestaande laaggeletterdheid en ook op het voorkomen van laaggeletterdheid in de toekomst. Daarnaast is het belangrijk dat er bewustwording is zodat zichtbare maar ook onzichtbare drempels zoveel mogelijk worden weggenomen. Door drempels weg te nemen leg je de basis voor inclusie en zorgen we samen voor een toegankelijk Opsterland.

Literatuurlijst Buisman, M., & Houtkoop, W. (2014). Laaggeletterdheid in kaart. Expertisecentrum Beroepsonderwijs en Stichting Lezen & Schrijven. https://ecbo.nl/wpcontent/uploads/sites/3/2014-07-Laaggeletterdheid-in-kaart-2.pdf Buisman, M., Allen, J., Fourarge, D., Houtkoop, W., & Van der Velden, R. (2013). PIAAC: Kernvaardigheden voor werk en leven: Resultaten van de Nederlandse survey 2012. Ecbo. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. (2024, 2 maart). Home - Tel mee met taal. https://www.telmeemettaal.nl/ Ministerie van Onderwijs, Culktuur en Wetenschap (2023). Kamerstukken II, 31 293, nr. 670. Https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2023D20327 Unesco. (z.d.). What you need to know about literacy. (z.d.). Geraadpleegd op 11 februari 2024, van https://www.unesco.org/en/literacy/need-know Vágvölgyi, R., Coldea, A., Dresler, T., Schrader, J., & Nuerk, H.-C. (2016). A review about functional illiteracy: Definition, cognitive, linguistic, and numerical aspects. Frontiers Psychology, 7. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2016.01617

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=c8453f33-3056-41eb-aea3-8e2a8ea5afcf