B01 Bijlage 1 Handreiking beleidskader sekswerk
Tekst van het document
De branche zelf, vertegenwoordigd door de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven en de Vereniging Legale Escortbedrijven , heeft aan het opstellen en bijwerken van deze richtlijn bijgedragen. In de richtlijn zijn zogenaamde hygiënenormen, dit zijn de minimale eisen aan een goed hygiënebeleid, opgenomen. Een exploitant van een seksbedrijf zal om te voldoen aan de maatstaven voor een goede hygiëne zich ten minste aan deze normen moeten houden. Belangrijk doel van goede hygiëne in seksbedrijven is het voorkomen van (seksueel overdraagbare) ziektes. Dat is zowel voor de sekswerkers als de klanten van belang. Een goede hygiëne zorgt echter ook voor een veilige en prettige werkomgeving. Van de exploitant mag worden verwacht dat hij in het bedrijfsplan daarnaast inzichtelijk maakt hoe hij verder zorgt draagt voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor sekswerkers. Dit is opgenomen in onderdeel in het tweede lid, aanhef en onder a en b. De veiligheid en gezondheid van een sekswerker worden ook gediend met aparte garanties voor de kwaliteit van de werkomstandigheden in de werkruimten. Een sekswerker moet daar altijd gebruik kunnen maken van een alarm waarmee zij hulp van derden kan inroepen als er wat misgaat.
De luchtventilatie die in het kader van de algemene luchtkwaliteit en hygiëne afdoende is, brengt nog niet met zich mee dat de sekswerker niet in te koude of te warme werkruimte haar diensten moet verrichten. In het tweede lid, aanhef en onder d, wordt zodoende geëist dat de exploitant aangeeft welke maatregelen hij hiervoor treft. De normen die worden geformuleerd over het gebruik van condooms en de mogelijkheid om je als sekswerker te laten controleren op seksueel overdraagbare aandoeningen waarborgen de gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerker. Deze normen zijn opgenomen in het tweede lid, aanhef en onder c en e. De sekswerker mag niet verplicht worden zich geneeskundig te laten onderzoeken en heeft recht op een vrije artsenkeuze (tweede lid, aanhef en onder f). Bovendien moet de exploitant sekswerkers in de gelegenheid stellen zich regelmatig te laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen. Het moet niet zo zijn dat een sekswerker vanwege de openingstijden van de seksinrichting waar zij werkzaam is, geen tijd heeft om zich bijvoorbeeld voor een SOAonderzoek bij de GGD te melden.
De exploitant dient er zorg voor te dragen dat onder de in het prostitutiebedrijf werkzame sekswerkers voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan prostitutie verbonden gezondheidsrisico’s en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en hulpverlening. De exploitant is daarnaast verplicht informatie over mogelijke uitstapprogramma’s aan de voor hem werkzame sekswerkers te verstrekken. Een belangrijk aspect van het zelfbeschikkingsrecht is dat gewaarborgd is dat de sekswerker vrij is te bepalen aan welke klanten zij seksuele diensten verleent en welke diensten zij al dan niet wil verlenen. Dit is ook bij de escort bijzonder van belang. Hoewel in een arbeidsrelatie geldt dat een werknemer opdrachten van de werkgever met betrekking tot de overeengekomen arbeid in beginsel moet opvolgen, dient het grondwettelijk gewaarborgde recht op lichamelijke integriteit daarboven altijd voorrang te krijgen. Een exploitant dient inzichtelijk te maken hoe in zijn bedrijf met dergelijke zaken wordt omgegaan (tweede lid, aanhef en onder h). Vanwege de aard van de dienstverlening en de branche dient de exploitant er in ieder geval zorg voor te dragen dat degene die als beheerder werkzaam is, kan omgaan met agressieve klanten (tweede lid, aanhef en onder j).
Het doel van hoofdstuk 3 ‘Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen’ is onder meer onvrijwillige prostitutie te bestrijden. Als een sekswerker nauwelijks zelfredzaam is, geen
19
Beleidskader sekswerk
Nederlands of Engels spreekt of bijvoorbeeld niet makkelijk geld kan wisselen, omdat ze niet kan rekenen, is moeilijk voor te stellen dat zij vrijwillig voor de prostitutie heeft gekozen. De exploitant kan zich met eenvoudige middelen hiervan een beeld vormen. In het bedrijfsplan moet worden vastgelegd welke vereisten de exploitant minimaal stelt aan de zelfredzaamheid van de bij hem werkzame sekswerkers en hoe hij dit controleert (tweede lid, aanhef en onder k). In dat kader is het ook onderdeel van een deugdelijke bedrijfsvoering om als exploitant periodiek een gesprek te voeren en daarbij vooral te letten op signalen van uitbuiting of onvrijwilligheid. Sekswerkers moeten in dat kader ook steeds over hun rechten geïnformeerd worden. Het is aan de exploitant om ook informatie van hulpverlenende instanties beschikbaar te stellen (tweede lid, aanhef en onder m). Ook informatie over de mogelijkheden om met het werk als sekswerker te stoppen moet door de exploitant beschikbaar worden gesteld (tweede lid, aanhef en onder n). Het bedrijfsplan dient bij de aanvraag om een vergunning overgelegd te worden, zodat het op dat moment getoetst kan worden (derde lid). Als een exploitant nadien een wijziging wenst door te voeren in zijn bedrijfsplan, dan dient hij deze ter goedkeuring voor te leggen aan het bevoegde bestuursorgaan (vierde lid).
[Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte Een werkruimte wordt bij aanvang van het huren voor ten minste [aantal (bijvoorbeeld 4)] aaneengesloten weken verhuurd.] Toelichting: Met dit voorschrift wordt een minimale verhuurperiode van een aantal weken voor werkruimtes geïntroduceerd. Een minimale verhuurperiode bemoeilijkt het snelle rouleren van sekswerkers; iets dat in het bijzonder – maar niet bij enkel – bij de raamprostitutie speelt en dat het toezicht bemoeilijkt en dat een tactiek is die in de mensenhandel wordt gebruikt. Na de minimale eerste verhuurperiode mag per week (of zelfs dag) verhuurd worden. Ook parttime werken is overigens toegestaan, mits de eerste vier weken maar wordt gehuurd gedurende bijvoorbeeld drie dagen per die vier weken. In die eerste weken hebben hulpverleningsinstanties dan voldoende gelegenheid gehad om een relatie met de sekswerker op te bouwen en signalen van mensenhandel waar te kunnen nemen.] Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf 1. De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat: a. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame sekswerkers redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen bepalen; b.
er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval; 1°. de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame sekswerkers; 2°. de verhuuradministratie; 3°. met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame sekswerkers, de documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k; 4°. de werkroosters van de beheerders; 5°. […]. c. de bedrijfsadministratie met inachtneming van de wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde beschikbaar is voor toezichthouders; d. medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en van andere door de burgemeester of het college aangewezen instellingen worden toegelaten tot seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te voeren of voorlichtingsmateriaal te verspreiden; e. onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting; f. onverwijld aan het bevoegde bestuursorgaan wordt gemeld als gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden en de verwachte duur; g. gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken binnen het prostitutiebedrijf.
20
Beleidskader sekswerk
Toelichting: Onder meer vanwege de kwetsbaarheid van sekswerkers is het gewenst dat de exploitant van een prostitutiebedrijf gedurende de uren dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend aanwezig is om effectief toezicht te kunnen garanderen op al hetgeen zich voordoet in de uitoefening van zijn bedrijf en – voor zover die er zijn – in de seksinrichtingen waarvoor hem mede vergunning is verleend. Aangezien een dergelijke eis, in ieder geval in gevallen dat er sprake is van meerdere seksinrichtingen, niet na te leven is voor één persoon, kan het ook om de beheerder gaan: deze heeft immers grotendeels dezelfde verantwoordelijkheden als de exploitant en kan daar op aangesproken worden. In het tweede lid zijn voorts enkele verdere zorgplichten van de exploitant geformuleerd, onder andere met betrekking tot de te voeren bedrijfsadministratie. Daarnaast, onder e, is opgenomen de verplichting om ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting onverwijld bij de politie te melden. Richtinggevend hierbij is de Aanwijzing mensenhandel van het OM (Stcrt. 2013, 16816) en https://www.wegwijzermensenhandel.nl/. De meldplicht ziet uiteraard ook op de situatie dat een sekswerker zich schuldig maakt aan mensenhandel of aan andere vormen van dwang en uitbuiting.
Paragraaf 3.3 Raam- en straatprostitutie Artikel 3:18 Raamprostitutie [1.] Het is een sekswerker verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. Toelichting Dit artikel richt zich, in tegenstelling tot de meeste artikelen, rechtstreeks tot de sekswerker. Het is de sekswerker verboden die handelingen te verrichten die gewoonlijk worden geassocieerd met raamprostitutie. Dit om de daarmee samenhangende overlast en uitstraling op de omgeving aan te kunnen pakken. Artikel 3:19 Straatprostitutie [1.] Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, zich op te houden met het kennelijke doel prostitutie of het verrichten van seksuele handelingen in het kader van prostitutie. Toelichting Dit artikel richt zich, in tegenstelling tot de meeste artikelen, rechtstreeks tot de sekswerker en eventueel anderen die klanten werven voor een sekswerker. Het is namelijk eenieder verboden op of aan de weg of in een vanaf de weg zichtbare plaats klanten te werven.
Uiteraard geldt dat laatste niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. Het is verder ook verboden daadwerkelijk seksuele handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie. [Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19, eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. Toelichting:
21
Beleidskader sekswerk
Het eerste lid heeft betrekking op straatprostitutie buiten de daartoe aangewezen gebieden en tijden en geeft – ter handhaving van het verbod daarop – politieambtenaren en toezichthouders de bevoegdheid een bevel tot onmiddellijke verwijdering te geven. Het tweede tot en met vierde lid hebben betrekking op straatprostitutie binnen de daartoe aangewezen gebieden en tijden. Op grond van het tweede lid kan, bijvoorbeeld in het belang van de openbare orde en veiligheid of de voorkoming of beperking van overlast ter plaatse, door politieambtenaren en toezichthouders een bevel tot onmiddellijke verwijdering worden gegeven aan sekswerkers, maar ook aan andere aldaar aanwezige personen. Als dit mondelinge bevel tot verwijdering geen soelaas blijkt te bieden, kan naar het middel van de schriftelijke gebiedsontzegging van het derde lid worden gegrepen. Een gebiedsontzegging behelst een bevel om zich na aanzegging door of vanwege de burgemeester niet te bevinden op de aangewezen wegen. Het vierde lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, het bevel te beperken.
Hierbij zal rekening gehouden worden met (de noodzaak) zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, het aldaar werkzaam en/of woonachtig zijn, een (ander) aantoonbaar redelijk belang om zich aldaar op te houden, staatkundige en religieuze vrijheid en familieleven. Artikel 172a, achtste en negende lid, van de Gemeentewet, voorzien in tijdelijke ontheffing op aanvraag of wijziging van het bevel ten gunste van de betrokkene als nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven. Overtreding van bevel tot onmiddellijke verwijdering of een gebiedsontzegging is een overtreding van een ambtelijk bevel (artikel 184 van het WvSr). Gevolg is dat de overtreder kan worden geconfronteerd met een gevangenisstraf tot drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.] Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker. 3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend [en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen]. Toelichting: Dit artikel richt zich niet tot exploitanten of sekswerkers, maar tot hun (potentiële) klanten en is daarmee complementair aan enkele andere bepalingen van dit hoofdstuk. Kort gezegd is het enerzijds verboden om gebruik te maken van de diensten van een sekswerker die werkzaam is in het illegale circuit, anderzijds verbieden enkele artikelen de sekswerker om diensten (op een bepaalde wijze of op bepaalde plekken) aan te bieden, terwijl dit artikel de klant verbiedt om in te gaan op een aanbod. Dit betekent dat handhavend kan worden opgetreden tegen zowel de sekswerker als tegen de klant. Het in het eerste lid opgenomen verbod kan enkel aan de klant worden tegengeworpen voor zover hem enig verwijt kan worden gemaakt, bijvoorbeeld als de seksuele handelingen (zullen) plaatsvinden in een seksinrichting waarin de daarvoor mede verleende vergunning of een afschrift daarvan niet zichtbaar aanwezig is (zie in dit verband artikel 3:8, tweede lid) of als uit de wijze van adverteren kennelijk blijkt dat het een om een onvergund prostitutiebedrijf gaat.
[Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotischpornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.
22
Beleidskader sekswerk
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.] Toelichting: Dit voorschrift schept een verbod dat slechts in effect kracht heeft ten aanzien van nader door de burgemeester te bepalen rechthebbenden en voor zover de burgemeester aan die rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. Het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, voor zover die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet valt niet binnen de reikwijdte van het verbod. Hoewel denkbaar is dat dit voorschrift in de praktijk vooral zal worden toegepast ten aanzien van sekswinkels, richt zij zich op het tentoonstellen en dergelijke als zodanig; het kan dus ook gaan om erotisch-pornografische foto’s of afbeeldingen aangebracht aan sekstheaters, bedoeld om de aandacht van het publiek te vestigen op de voorstellingen.]
23
Beleidskader sekswerk
B. Slapen op de werkplek Artikel 3:12 van de model APV regelt de aanwezigheid in seksinrichtingen tijdens de uren dat de inrichting gesloten is. Het derde lid van 3:12 heeft hierop betrekking en is optioneel. Het is aan de individuele gemeentes om hierin een afweging te maken, zoals dat ook voor andere optionele artikelen geldt. De situatie in bijvoorbeeld Leeuwarden is niet vergelijkbaar met andere gemeentes, die of geen vergunde prostitutie hebben of vergunde prostitutie die voornamelijk bestaat uit seksclubs en niet uit inpandige raamprostitutie. Een uniforme regionale regel voor het slapen op de werkplek ligt daarom niet voor de hand en het is aan de gemeenten zelf om hierin een afweging te maken.
24
Beleidskader sekswerk
C.
Begrippenkader
Het is van belang om een gedeeld begrippenkader te hanteren, zodat hier geen miscommunicatie over ontstaat. Veel begrippen worden gedefinieerd in de APV, maar hieronder wordt een overzicht gegeven van de begrippen en de gehanteerde definities. Advertentie Elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt; Bedrijfsplan Het bedrijfsplan bevat het bedrijfsbeleid op de bescherming van de positie van sekswerkers en op de zorg voor de werkomstandigheden. In het plan staat beschreven hoe het toezicht in het prostitutiebedrijf is geregeld, de maatregelen die de exploitant en beheerder nemen om de zelfredzaamheid van de sekswerkers te waarborgen en welke arbeids- en verhuurvoorwaarden in een prostitutiebedrijf worden gehanteerd. Bedrijfsadministratie De exploitant van de seksinrichting is verplicht de actuele bedrijfsadministratie bij te houden. In de administratie zijn in ieder geval gegevens opnemen van de in het bedrijf werkzame sekswerkers en de verhuuradministratie. De bedrijfsadministratie moet van de afgelopen drie maanden in het bedrijf beschikbaar moet zijn voor toezichthouders en opsporingsambtenaren.
Beheerder De natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; Bevoegd bestuursorgaan Het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. Escortbedrijf De activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerk in de vorm van bemiddeling tussen klant en sekswerker. Exploitant De natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend. Klant Degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een sekswerker aangeboden seksuele diensten; Sekswerker Degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. Sekswerk Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; Prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; Raamprostitutiebedrijf
25
Beleidskader sekswerk
De activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten gebeurt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats Seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling. Onder een seksbedrijf vallen in ieder geval een erotische massagesalon, een (raam)bordeel, een seksclub, een privéhuis, een escortbedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar Seksinrichting Voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf; Werkruimte Als zelfstandig aan te merken onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht. Woning/lokaal Een woning hoeft zich niet per sé in een woonhuis te bevinden. In Nederland zijn we ook bekend met andersoortige woningen (een woning, mits als zodanig in gebruik, in de zin van artikel 12 Grondwet) zoals woonboten en woonwagens.
Delen van een schip kunnen zijn ingericht om te bewonen, net zoals een tent, een caravan, een keet of een barak, Ook een kamer van een kamerbewoner en onder omstandigheden een vakantiehuis en hotelkamer, kunnen worden aangemerkt als woning. Het dient dus in ieder geval te gaan om een van de buitenwereld afgesloten plaats waar het privéleven van iemand plaats vindt of placht plaats te vinden. De rechtmatigheid van het bewonen speelt daarbij geen rol. Een kraakpand kan dus onder artikel 12 Grondwet worden aan gemerkt als woning. Onder lokaal wordt verstaan: een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorende erven zoals een winkel of horecabedrijf, of een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een loods, kantoor, magazijn, bedrijfsruimte, garagebox, opslagbox enzovoorts.
26
Beleidskader sekswerk
D. De zelfstandig thuiswerkende sekswerker Juridische positie Gemeenten gaan verschillend om met het fenomeen van de zelfstandig thuiswerkende sekswerker. Binnen het fenomeen thuisprostitutie is met name de vraag of er een vergunningplicht mogelijk is voor de zelfstandig thuiswerkende sekswerker onderwerp van discussie. Daar waar er overduidelijk sprake is van bedrijfsmatige exploitatie, is de juridische situatie minder diffuus. De bepalingen in de APV waarmee de vergunningplicht voor sekswerk wordt geregeld, zijn gebaseerd op artikel 151a Gemeentewet. In dit artikel is de grondslag voor de APV-artikelen als volgt geformuleerd: De raad kan een verordening vaststellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling. In de uitwerking van de gemeentelijke toepassing van deze bevoegdheid stuit men op de vraag: in welke gevallen is er sprake van het ‘bedrijfsmatig gelegenheid geven’. Er kan worden beargumenteerd dat ‘het gelegenheid geven tot’ in ieder geval een tweede betrokken persoon vereist. Een zelfstandig thuiswerkende sekswerker zou volgens deze interpretatie dus nooit vergunningsplichtig kunnen zijn.
Een andere gebruikte interpretatie is dat ook indien een thuiswerkende sekswerker zelfstandig werkt en daarbij zodanig adverteert met publiekstrekkende werking en een zakelijke uitstraling heeft onder deze bevoegdheid valt. In hoeverre gemeenten iets een zakelijke uitstraling vinden hebben óf iets zodanig adverteren vinden, is aan de gemeente zelf om vast te stellen. Er bestaat hiervoor geen uniforme uitwerking. De toelichting in de modelartikelen van de VNG wordt dit standpunt onderschreven. Hierin is te lezen: Als een sekswerker op haar thuisadres werkzaam is en geen andere sekswerkers in haar woning laat werken, is er in beginsel geen sprake van een prostitutiebedrijf, maar van een aan huis gebonden beroep, en is geen vergunning nodig (wel kunnen uit het bestemmingsplan belemmeringen voortvloeien om dergelijke activiteiten te mogen ondernemen). Als echter de activiteiten van de thuiswerkende sekswerker een zakelijke uitstraling hebben, bijvoorbeeld als er zodanig met dat adres wordt geadverteerd dat er een publiekstrekkende werking vanuit gaat, er verlichting of reclameuitingen aan het pand zichtbaar zijn of er meerdere sekswerkers op hetzelfde adres werkzaam zijn, dan is er sprake van bedrijfsmatige activiteiten en daarmee van een prostitutiebedrijf waarvoor een vergunning noodzakelijk is.
Vanuit de VNG wordt op dit moment de volgende definitie gehanteerd wanneer het gaat om thuissekswerk met vergunningplicht. Thuissekswerk: een zelfstandige sekswerker die bedrijfsmatig seksuele handelingen verricht met een ander tegen betaling in een woning waarbij de activiteit/handeling wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. Op basis van de meer algemene bevoegdheid zoals neergelegd in artikel 149 gemeentewet, zou mogelijk toch ruimte bieden om aanvullende regels te stellen. Artikel 149 luidt als volgt: De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Op dit moment is de conclusie dat er lokaal ruimte is in het omgaan met een eventuele vergunningplicht voor zelfstandig thuiswerkende sekswerkers (of zelfstandig werkende escort). In alle
27
Beleidskader sekswerk
gevallen geldt wel: zodra er wel een tweede persoon betrokken is, is het duidelijk dat er sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie en is een vergunning verplicht. Waar het gaat om georganiseerde netwerken annex met bijvoorbeeld prostitutie vanuit woningen, is dus geen twijfel over de vergunningplicht: deze is er wel. Daar waar geen vergunning ontbreekt, kan worden gehandhaafd. Lokale autonomie Het invullen van de wijze waarop met zelfstandig thuiswerkende sekswerkers in relatie tot en vergunningplicht is een zaak van lokale autonomie en kan dus per gemeente verschillen. De VNG beveelt gemeenten wel aan om duidelijkheid te scheppen over of sekswerkers vanuit de eigen woning mogen werken, of daarvoor wel of geen vergunning nodig is en onder welke voorwaarden. Hierna worden drie varianten omschreven. 1. Regelgeving in de APV De gemeenten Lelystad heeft er voor gekozen de positie van de zelfstandig thuiswerkende sekswerker te omschrijven in de APV en zo uit te sluiten van de vergunningplicht: Definitie: zelfstandig thuiswerkende sekswerker: een persoon die als enige bewoner of bewoonster werkzaam is als sekswerker op het adres waar hij/zij staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie (woonadres). Vergunning: 1.Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.
2.Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een zelfstandig thuiswerkende sekswerker. In Lelystad kan de sekswerker een melding tot erkenning doen. Dit is echter geen verplichting. Deze variant biedt het voordeel dat door de definitie en positie van de zelfstandig thuiswerkende sekswerker vast te leggen in de APV, alsmede de mogelijkheid om erkend te worden door een melding duidelijkheid wordt gegeven over de positie. Hierdoor kan meer worden ingezet op het waarborgen van de veiligheid, het welzijn van de betrokkenen en het signaleren en bestrijden van misstanden. Gelijktijdig zien we dat er in de praktijk weinig gebruik wordt gemaakt van deze erkenning. De aanmelding tot registratie bij de gemeente is voor velen een (te) hoge drempel. Voor sommige gemeenten kan het als een nadeel gelden dat hiermee thuisprostitutie in sommige gevallen expliciet wordt toegestaan. Daarbij dient overigens wel te worden aangemerkt dat, ook is er expliciet geen vergunningplicht, op basis van andere grondslagen kan worden opgetreden tegen mogelijke overlast. 2. Beleid ter invulling van het begrip zelfstandig thuiswerkende sekswerker. In het sekswerkbeleid van de gemeente kan worden uitgewerkt in welke gevallen er sprake is van een zelfstandig thuiswerkende sekswerker. In die gevallen is een vergunningplicht niet nodig.
Hoe het beleid precies wordt vormgegeven is aan de individuele gemeenten.
28
Beleidskader sekswerk
De gemeente Tilburg bijvoorbeeld hanteert geen vergunningplicht als de alleenwerkende sekswerker in de eigen woning voldoet aan de volgende voorwaarden: • Thuiswerk vindt uitsluitend plaats in de eigen woning. De persoon die actief is als sekswerker in de eigen woning, moet op dat adres zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP); • Het werven van klanten geschiedt in de regel langs informele weg. Online adverteren is toegestaan; • Aan de buitenkant van het perceel mag niet duidelijk zijn dat er sprake is van sekswerk; • De verdiensten die voortkomen uit het sekswerk moeten uitsluitend ten goede komen aan de sekswerker. • Er mag geen sprake zijn van overlast of aantasting van het woon- en leefklimaat. Indien aan een of meer van deze eisen niet wordt voldaan, dan valt de thuiswerker onder de omschrijving van een seksinrichting en daarmee onder de gestelde vestigings- en andere eisen. Bij overtreding van deze voorwaarden kan de gemeente bestuursrechtelijk optreden door middel van het opleggen van een dwangsom. Een dergelijk beleid biedt de mogelijkheid meer helderheid te scheppen in welke gevallen zijn toegestaan en geeft ook een richting in welke gevallen er eventuele handhaving plaatsvindt.
Het is overigens wel de vraag of in het voorbeeld van Tilburg het criterium overlast en aantasting van het woon en leefklimaat kan worden gebruikt voor de vraag of iets een (bedrijfsmatige) seksinrichting is of niet. 3. Ruime interpretatie van de vergunningplicht. Hoewel hierover een juridische discussie kan worden gevoerd, stellen veel gemeenten zich op het standpunt dat gelet op basis van hetgeen is neergelegd in de APV, elke vorm van sekswerk vergunningplichtig is. Dus ook wanneer het gaat om een zelfstandig thuiswerkende sekswerker. Tot op heden lijkt de rechter zich ook in deze interpretatie te kunnen vinden: handhaving bij zelfstandig werkende sekswerkers op basis van het ontbreken van een vergunning wordt door de rechter in stand gelaten. Deze variant biedt voor gemeenten het voordeel dat zij expliciet kunnen uitdragen dat geen enkele vorm van (bedrijfsmatige) thuisprostitutie is toegestaan zonder vergunning. Enkel de vormen van prostitutie die vergund zijn, zijn toegestaan. Het nadeel van deze variant is dat thuisprostitutie eerder uit het zicht verdwijnt, omdat sekswerkers illegaal hun werk moeten doen met mogelijk grotere risico’s op het gebied van veiligheid en het ontbreken van hulp en zorg. Daarnaast wordt met deze variant niet voorkomen dat er illegale prostitutie plaatsvindt.
Een veelgehoord argument voor de vergunningplicht in alle gevallen, is om zo geen aantrekkende werking te hebben van malafide netwerken die zich vestigen in bijvoorbeeld woningen of vakantieparken/etc. Daartegen kan echter in alle gevallen worden opgetreden, omdat dit als onvergunde seksinrichtingen (bedrijfsmatige exploitatie) worden gezien zoals bedoeld in de APV. Overige aandachtspunten Handhaving overlast bij sekswerk waarvoor geen vergunning verplicht is. Indien de gemeente er voor kiest om, bijvoorbeeld door te werken met voor de hiervoor beschreven variant 1 of variant 2, voor de zelfstandig thuiswerkende sekswerker geen vergunning te eisen,
29
Beleidskader sekswerk
betekent dit uiteraard niet dat er niet gehandhaafd kan worden bij overlast. Bij verstoring van de openbare orde en aantasting van het woon en leefklimaat heeft de gemeente andere bevoegdheden om deze overlast te beëindigen. Ook als het gaat om een netwerk of een andere bedrijfsmatig georganiseerde vorm van prostitutie kan er handhavend worden opgetreden. De zelfstandig thuiswerkende sekswerker en controles In de in Fryslan beoogde pilot zal het toezicht door de gemeente worden uitgevoerd in samenwerking met TMM van de politie. Dit betekent dat controles in eerste instantie gericht zullen zijn op adressen waarbij vermoedens zijn van een combinatie van mensenhandel en onvergund sekswerk. Het zal daarom in de praktijk weinig voorkomen dat controles plaatsvinden op een adres waar een zelfstandig thuiswerkende sekswerker actief is. Bij gemeenten die niet deelnemen aan de pilot, blijft de huidige praktijk bestaan. Dat wil zeggen: controles door TMM op mensenhandel bij ernstige signalen. Daarnaast kan de gemeente ook handhaven naar aanleiding van specifieke signalen. Bestemmingsplan/ omgevingsplan: nuloptie niet toegestaan Via de ruimtelijke ordening (omgevingsplan/ bestemmingsplan) is het ook mogelijk om beperkende regelgeving in te stellen. Bijvoorbeeld door beperkende maatregelen zoals een afstandscriterium.
Dit mag echter niet leiden tot de situatie waarin er in de praktijk een nul-beleid voor de gehele gemeente ontstaat, zo bleek tijdens de behandeling van artikel 151a van de gemeentewet. Met nulbeleid wordt hier bedoeld dat er geen enkele seksinrichting is toegestaan binnen de gemeente.
30
Beleidskader sekswerk
E. Voorwaarden vergunning Bij het verlenen van een vergunning op basis van de APV worden voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden worden verwerkt in de vergunning. Hieronder is een lijst met standaardvoorwaarden opgenomen zoals deze door de gemeente Leeuwarden worden gehanteerd. Aan de lijst van Leeuwarden is een voorwaarde toegevoegd dat prostitutie maatschappelijk werk moet worden toegelaten tot de inrichting. a. De exploitant of de beheerder dient in de inrichting aanwezig te zijn en is verantwoordelijk voor de naleving van de gestelde voorschriften. b. Omwonenden mogen geen hinder en/of overlast ondervinden van geluid afkomstig uit de inrichting. c. Alle aanwijzingen van de politie, medewerkers van de GGD en van ambtenaren van de betrokken gemeentelijke diensten, belast met het toezicht op de naleving van voormelde verordening, moeten stipt en onmiddellijk worden opgevolgd. Zij dienen voor het uitoefenen van hun taken te allen tijde toegang te krijgen tot de inrichting en medewerking. d. Deze vergunning dient in de inrichting aan het adres [adres] te Leeuwarden aanwezig te zijn en moet op eerste vordering van de controlerende ambtenaar ter inzage worden afgegeven. e. De inrichting dient te voldoen aan alle door de brandweer gestelde eisen op basis van de Nadere Regels en voorts aan alle overige in de Nadere Regels omschreven inrichtings- en gebruikseisen (art.
3:3 Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden). f. De exploitant en de beheerder dienen te voldoen aan alle bedrijfsvoerings- en gezondheidseisen zoals gesteld in de Nadere Regels (art. 3:3 Algemene plaatselijke verordening Leeuwarden), hetgeen moet blijken uit een jaarlijks, vóór 1 december te overleggen, hygiënerapport van de GGD. g. Binnen 10 weken na datum afgifte van deze vergunning dient aan alle punten, genoemd in het hygiënerapport van de GGD, volledig voldaan te worden, blijkend uit het definitieve hygiënerapport, anders kan deze vergunning worden ingetrokken. h. De exploitatie van de inrichting dient plaats te vinden conform het bij de aanvraag ingediende bedrijfsplan i. Elke wijziging in de bedrijfsvoering van de inrichting, van de exploitatievorm of van het bedrijfsplan dient binnen een week schriftelijk te worden gemeld aan de burgemeester. j. De exploitant of beheerder maakt alleen afspraken rechtstreeks met de prostituee en legt deze afspraken schriftelijk vast; k. Op de locatie [adres] te Leeuwarden wordt een actuele gedegen bedrijfsadministratie bijgehouden conform hetgeen hierover in artikel 3:8a APV is opgenomen. Deze administratie wordt gedurende de wettelijke termijn bewaard. Facturen en correspondentie van het bedrijf dienen voorzien te zijn van bedrijfsgegevens, KvK-nummer en BTW-nummer. l.
De exploitant of de beheerder van een seksinrichting draagt er zorg voor dat in advertenties voor het bedrijf de naam van het bedrijf en het nummer van de exploitatievergunning worden vermeld. Het is verboden in advertenties onveilige seks aan te bieden of daarin te garanderen dat de in het bedrijf werkzame prostituees vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.
31
Beleidskader sekswerk
m. Beheerders moeten, tijdens de uitoefening van hun functie, als zodanig herkenbaar zijn voor de toezichthouders. n. De exploitant en beheerder laten medewerkers van het prostitutie maatschappelijk werk van [ORGANISATIE(S) BENOEMEN] toe in de inrichting en staan toe dat deze medewerkers hun werk kunnen doen. o.
Deze vergunning is geldig tot [datum 5 jaar na verlening].
32
Beleidskader sekswerk
F. Handhavingsarrangement
Het is belangrijk om bij constateringen van overtredingen bij een exploitatie zonder, en met vergunning, bestuurlijk te kunnen optreden. Door het vaststellen van een handhavingsarrangement wordt een kader geboden waarin per overtreding is vastgelegd welke bestuurlijke maatregel hierbij wordt genomen. Dit biedt gemeenten houvast bij de juridische opvolging na constateringen van overtredingen. Het handhavingsarrangement van de gemeente Leeuwarden is hiervoor als uitgangspunt genomen. De wettelijke grondslag moet per gemeente worden ingevuld. EXPLOITATIE ZONDER VERGUNNING
Overtredingen
Bestuurlijke maatregelen
Exploitatie zonder vergunning in een inrichting
1. Bestuurlijke waarschuwing en exploitant dient het bedrijf onmiddellijk te sluiten (tot vergunning is verleend)
Wettelijke grondslag
2. Sluiting voor onbepaalde tijd Exploitatie zonder vergunning in een woning / lokaal (adressant sekswerker)
Faciliteren exploitatie zonder vergunning in een woning / lokaal (zie toelichting hieronder) door de pandeigenaar en / of zakelijk gebruiker van het pand die er woont Betreft de pandeigenaar en / of zakelijk gebruiker van het pand. Betrokkene exploiteert een niet vergunde seksinrichting in een woning of lokaal. Betrokkene faciliteert dit door zijn pand (deels) (onder) te verhuren. Betrokkene woont en verblijft op dit adres. Indien één van de volgende elementen wordt aangetroffen, dan wordt er een last onder dwangsom opgelegd:
1. Schriftelijke waarschuwing 2. Last onder dwangsom van € 500,per keer met een maximum van € 1.500,-
1. Last onder dwangsom van € 5.000,- per keer met een maximum van € 15.000,2. Sluiting voor 3 maanden
33
Beleidskader sekswerk
a) er wordt voor de activiteiten geadverteerd; b) sekswerker(s) is/zijn volgens de registratie van het bevolkingsregister niet woonachtig op het adres waar de diensten worden aangeboden; c) het pand van waaruit de diensten worden aangeboden is (deels) ingericht voor de werkzaamheden; d) de activiteiten geven overlast aan omwonenden.
Faciliteren exploitatie prostitutie zonder vergunning in een woning / lokaal (zie toelichting hieronder) door de pandeigenaar en / of zakelijk gebruiker van het pand die er niet woont
Betreft de pandeigenaar en / of zakelijk gebruiker van het pand. Betrokkene exploiteert een niet vergunde seksinrichting in een woning of lokaal. Betrokkene faciliteert dit door het pand (onder) te verhuren. Betrokkene woont niet op dit adres, ondanks dat betrokkene geregistreerd staat als bewoner van het adres.
Indien de volgende elementen a tot en met d wordt aangetroffen, en er staat geen minderjarige op het adres als bewoner geregistreerd volgens het bevolkingssysteem, dan volgt er een spoedsluiting. a) de pandeigenaar en / of zakelijk gebruiker van het pand bewoont het pand niet, maar verblijft elders; b) er wordt voor de activiteiten geadverteerd; c) sekswerker(s) is/zijn volgens de registratie van het bevolkingsregister niet woonachtig op het adres waar de diensten worden aangeboden; d) het pand van waaruit de diensten worden aangeboden is (deels) ingericht voor de werkzaamheden; e) de activiteiten geven overlast aan omwonenden.
In andere gevallen:
34
Beleidskader sekswerk
1. Last onder dwangsom van € 5.000,- per keer met een maximum van € 15.000,2. Sluiting voor 3 maanden Verzwarende omstandigheden sluiting bij een exploitatie prostitutie zonder vergunning in een woning of lokaal (zie toelichting hieronder)
Sekswerker is jonger dan 18 jaar – sluiting + 6 maanden
Aanwijzingen uitbuiting of andere georganiseerde criminaliteit – sluiting + 6 maanden Per geval wordt, in lijn met de ernst van de situatie, bepaald welke maatregel vereist is. Een spoedsluiting blijft van kracht totdat de burgemeester een definitief besluit ten aanzien van de sluiting van het pand neemt.
EXPLOITATIE IN STRIJD MET DE VERGUNNING
Overtredingen
Bestuurlijke maatregelen
Handelen in strijd met gedragseisen, zoals aangegeven in artikel … van de APV, bijvoorbeeld:
Indien het de enige exploitant is:
niet onder curatele niet in enig opzicht van slecht levensgedrag - niet 21 jaar of ouder - bepaalde vrijheidsstraffen - bepaalde overtredingen uit de Drank- en - Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen Aanwezigheid sekswerker(s) in strijd met de Vreemdelingenwet
Indien er meerdere exploitanten zijn:
-
Wettelijke grondslag
- exploitatievergunning intrekken
- exploitatievergunning intrekken Indien het een beheerder betreft: - schrappen van de desbetreffende beheerder van de vergunning 1. Sluiting voor 6 maanden
35
Beleidskader sekswerk
2. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning Gemeente geeft informatie door aan de Inspectie SZW en Belastingdienst Aanwezigheid sekswerker(s) jonger dan 21 jaar
1. Sluiting voor 1 maand 2. Sluiting voor 3 maanden 3. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning
Aanwezigheid sekswerker(s) jonger dan 18 jaar
1. Sluiting voor 6 maanden 2. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning
Plegen of gedogen van mensenhandel
1. Sluiting voor 6 maanden
2. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning.
Overtreding van de bij of krachtens de APV geldende regels, zoals:
1. Schriftelijke waarschuwing
- Niet aanwezig zijn van de exploitant of beheerder
2. Last onder dwangsom van € 1.000,- per keer met een maximum van € 3.000,-
- Overtreding sluitingstijden
3. Sluiting voor 1 maand
- Aanwezigheid sekswerkers buiten de openingstijden van de inrichting
4. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning
- Administratie van de afgelopen 3 maanden niet aanwezig in de inrichting - Bedrijfsplan (compleet) niet aanwezig in de inrichting - Niet voldoen aan de voorschriften exploitatievergunning - Sekswerker is niet in het bezit van een BSN-nummer
36
Beleidskader sekswerk
- Sekswerker staat niet geregistreerd of is niet in het bezit van een geldig registratienummer in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het niet tijdig indienen van het hygiënerapport.
Het niet voldoen aan de voorschriften blijkend uit het jaarlijks in te leveren hygiënerapport.
Wijziging van de inrichting zonder voorafgaande toestemming (bijvoorbeeld meer werkplekken of nieuwe beheerder) zodat het niet meer voldoet aan de eisen zoals beschreven in de exploitatievergunning.
1. Schriftelijke waarschuwing 2. Last onder dwangsom van € 1.000,- per keer met een maximum van € 3.000,3. Sluiting voor 1 maand 4. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning. 1. Schriftelijke waarschuwing 2. Last onder dwangsom van € 1.000,- per keer met een maximum van € 3.000,3. Sluiting voor 1 maand 4. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning
Schijnbeheer
1. intrekken exploitatievergunning
Het niet toelaten van preventiemedewerkers of hulpverleners
1. Schriftelijke waarschuwing 2. Last onder dwangsom van € 1.000,- per keer met een maximum van € 3.000,3. Sluiting voor 1 maand 4. Sluiting voor onbepaalde tijd van de inrichting en intrekken exploitatievergunning.
Toelichting handhavingsarrangement Toelichting intrekkingsduur van de exploitatievergunning De termijnen van tijdelijke sluiting zijn 1, 3 of 6 maanden. Per overtreding zal aan de hand van de informatie uit het dossier een besluit worden genomen over de termijn van sluiting. Bij de besluitvorming hierover spelen ernst van de situatie en herhaling van de overtreding een rol. Verbod op aanwezigheid buiten openingstijden van de seksinrichting
37
Beleidskader sekswerk
Sekswerkers mogen zich buiten de openingstijden niet in de seksinrichting begeven. Sluiting De burgemeester kan tot sluiting van een pand overgaan zonder voorafgaande last zoals is bedoeld in artikel 5:30, lid 1 Algemene wet bestuursrecht. Verzwarende omstandigheden sluiting In het geval van verzwarende omstandigheden, kan gekozen worden voor het opleggen van een zwaardere maatregel. De volgende factoren spelen daarbij een rol: De mate waarin het pand betrokken is bij uitbuiting Signalen die daarop kunnen duiden zijn de constatering van minderjarigheid van de sekswerker, illegaliteit, de aard van de aangeboden dienst (alles bespreekbaar, geen voorbehoedsmiddelen, lage tarieven) of andere zaken waardoor de sekswerkers in een kwetsbare situatie verkeren. Regelmatig zijn tussenpersonen actief die sekswerkers aan een woning helpen en de telefoon van de sekswerkers opnemen om vervolgens de klanten naar een bepaald adres te laten komen. De enkele aanwezigheid van een tussenpersoon hoeft nog niet tot de conclusie te leiden dat er sprake is van mensenhandel, maar is wel een belangrijke aanwijzing daarvoor. (Tussen)personen die betrokken zijn bij de exploitatie van onvergunde seksinrichtingen zijn vaak ook op andere terreinen crimineel actief.
De mate waarin het pand betrokken is bij andere georganiseerde criminaliteit De aanwezigheid van drugs, wapens, valse identiteitsbewijzen of grote sommen cashgeld zijn signalen die kunnen duiden op criminele activiteiten. Ook de mate van professionaliteit van de aangeboden dienst kan een signaal zijn. Om de mate van professionaliteit vast te kunnen stellen, kan gekeken worden naar de inrichting van het pand, de wijze van adverteren en de communicatie met de klanten. Het woon- en leefklimaat in de omgeving Hierbij kan gedacht worden aan de buurt waar het pand zich bevindt en de overlast die wordt ervaren door de aanwezigheid van de seksinrichting. De aanwezigheid van een seksinrichting in woonwijken geeft omwonenden een onprettig en onveilig gevoel vanwege de toeloop van klanten op het adres. Per geval wordt, in lijn met de ernst van bovengenoemde situaties, bepaald of sprake is van een dermate bijzondere situatie waarbij (onmiddellijk) optreden vereist is. Afzien van verdere verzwarende omstandigheden sluiting Heeft de pandeigenaar vervolgens eigen maatregelen getroffen om de negatieve effecten te herstellen, dan kan worden afgezien van het opleggen van een verlenging van de bestuursdwang.
38
Beleidskader sekswerk
G. Format Rapportage van bevindingen onvergunde prostitutie Bij het uitvoeren van een controle op onvergunde prostitutie door de gemeente (samen en in nauwe afstemming met TMM) is het goed om de bevindingen te vast te leggen in een rapportage van bevindingen. Hieronder is een format weergegeven dat kan worden gebruikt voor het opstellen van een dergelijke rapportage door een gemeentelijke toezichthouder.
Opsteller: Laatst bijgewerkt op: Opsporingsinstantie Adres inspectielocatie Dag/datum inspectie Toezichthouder
Drie bijlagen:
[Naam toezichthouder] Datum team Toezicht en Handhaving. [locatie] Datum [Naam], toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht, belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde of krachtens het gestelde in Hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden, prostitutie. - bijlage A: kopie van de advertentie optaakaccent Kinky met nummer [nummer] - bijlage B: foto’s - bijlage C: een kopie van de politiemutatie met nummer PL0100[nummer]
Ik, toezichthouder [naam], rapporteer het volgende: Aanleiding Periodiek wordt er in de gemeente [naam] een integrale prostitutiecontrole gehouden. Het integrale prostitutieteam bestaat uit toezichthouders van de gemeente [naam] en teamleden van het team migratiecriminaliteit en mensenhandel van de politie Noord-Nederland. Een integrale controle kan ook in het bijzijn van een outreachende hulpverleenster van het team Prostitutie Maatschappelijk Werk (PMW) van Fier worden verricht. Het doel van een prostitutie maatschappelijk werker bij de controle is om te ondersteunen als een sekswerker tijdens (of na) de controle aangeeft, dat hij of zij problemen ervaart en aangeeft die graag te willen oplossen. Tijdens de integrale controle wordt er naast de regelgeving van de Algemene Plaatselijke Verordening Leeuwarden (hierna te noemen APV) en de vergunningsvoorwaarden ook naar de volgende aspecten gekeken: - prostitutie in strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen; - illegaliteit; - minderjarigheid; - dwang. Er wordt ook actief gecontroleerd naar advertenties op de vraag en aanbodsite van de prostitutie op het internet. In de advertentie wordt gekeken of er bedrijfsmatig prostitutie wordt aangeboden, zonder vermelding van een bedrijfsnaam of vergunningsnummer van het escortbedrijf of seksinrichting.
Vervolgens wordt er geanalyseerd of er signalen in de advertentie staan, die kunnen duiden op onvrijwilligheid, mensenhandel en/of uitbuiting.
39
Beleidskader sekswerk
Digitaal onderzoek Op [datum] is door een teamlid een digitaal onderzoek uitgevoerd naar een advertentie op de website op het internet genaamd [naam website]. De advertentie had als titel ‘ [titel] ’. De advertentie had het nummer [nummer]. Er werd geadverteerd met de naam ‘[naam gebruikt in advertentie]’. Voor het maken van een afspraak kon er met het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer ]contact worden opgenomen. Het digitaal onderzoek werd uitgevoerd omdat: De adverteerder aangaf dat zij 7 dagen x 24 uur beschikbaar was voor afspraken. Er in de advertentie extreme seksuele handelingen werden aangeboden. In bijlage A is een kopie van de advertentie bijgevoegd. Integraal prostitutieteam Het integraal prostitutieteam bestond uit de leden: [naam toezichthouder] van het team toezicht en handhaving van de gemeente Leeuwarden; [namen politie] van het team migratiecriminaliteit en mensenhandel van de politie Noord-Nederland. Klantafspraak en binnentreden woning Het integraal prostitutieteam heeft in de middag, telefonisch contact gelegd met ‘[naam gebruikt in advertentie]’. Zij hebben met ‘[naam gebruikt in advertentie]’ een klantafspraak gemaakt omstreeks [tijd 00:00] uur. De afspraak heeft geleid naar een [adres]. Bij het betreden van de woning zag [politie] dat er een vrouw in de woning aanwezig was, die overeenkwam met de vrouw op de foto in de advertentie.
Direct daarop legitimeerde [politie] zich aan de vrouw als zijnde een politieambtenaar [politie] informeerde de vrouw wat de reden was voor de controle en dat zij graag de woning wouden betreden. De vrouw gaf [politie] toestemming voor het betreden van de woning en het uitvoeren van een controle in de woning. De overige teamleden hebben zich vervolgens ook gelegitimeerd en zijn de woning binnengetreden. De betrokkenen bleken te zijn: betrokkene 1: betrokkene 2: betrokkene 3: De identiteitsgegevens zijn geverifieerd aan de hand van de door betrokkenen verstrekte geldige identiteitsbewijzen.
Verklaring betrokkene [naam] Ik, [naam toezichthouder] heb het volgende van de verklaring vastgelegd. Er is met [betrokkene] in de Engelse taal/tolk gecommuniceerd.
40
Beleidskader sekswerk
Zij, [betrokkene], verklaarde
Omschrijving woning [adres] in Leeuwarden Ik, [naam toezichthouder] , heb het volgende in de woning waargenomen.
Mededeling beëindigen illegale activiteiten in de woning aan betrokkenen Ik, [naam toezichthouder] , heb betrokkene [naam] medegedeeld dat zij moest stoppen met het adverteren op de genoemde website. Ook is aan haar medegedeeld dat de geplaatste advertentie(s) dient te verwijderen. Het integraal prostitutieteam heeft de woning om [tijdstip 00:00] uur verlaten. Conclusie Uit bovenstaande bevindingen bleek mij, rapporteur, dat er een seksinrichting werd geëxploiteerd in de woning aan de [adres] , zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester. Dit is een overtreding van artikel 3:4, lid 1 van de APV. Tevens is het exploiteren van een seksinrichting op deze locatie in strijd met het geldende omgevingsplan. Ondertekening Aldus op ambtseed opgemaakt op basis van op ambtseed en –belofte opgemaakte bestuurlijke rapportage, open en gesloten bronnen, te Leeuwarden op [datum]. Toezichthouder:
Toezichthouder:
[naam toezichthouder]
[naam toezichthouder]
Bijlage A: kopie van de advertentie met nummer
Bijlage B: foto’s woning
41
Beleidskader sekswerk
H. Bibob In de Friese Norm is de ambitie opgenomen dat bij het verlenen van exploitatievergunning voor prostitutie/escort/seksinrichtingen altijd een Bibob eigen onderzoek wordt gedaan. Het is verstandig om dit in het gemeentelijk Bibob-beleid, als dat nog niet is gebeurd, op te nemen. Het RIEC kan ondersteuning bieden bij het opstellen van gemeentelijk Bibob-beleid. Daarvoor is een landelijke model-beleidslijn opgesteld. Deze is te vinden op het Kennisplatform Ondermijning (link).
42
Beleidskader sekswerk
I.
Concentratiegebied
Bij een concentratiebeleid wordt met een aanwijzingsbesluit een plaats binnen de gemeentegrenzen aangewezen voor vergunde seksbedrijven. Hieronder een voorbeeld van zo’n aanwijzingsbesluit.
Bijvoorbeeld: Aanwijzingsbesluit (concentratie)gebieden seksinrichtingen en escortbedrijven Burgemeester en wethouders van…; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van…; gelet op artikel … van de Algemene Plaatselijke Verordening; BESLUIT: vast te stellen het Aanwijzingsbesluit (concentratie)gebieden seksinrichtingen en escortbedrijven: Het navolgende gebied aan te wijzen waarbuiten voor het vestigen van een seksinrichting en escortbedrijf, geen vergunning wordt verleend: … De burgemeester kan ontheffing verlenen van deze beperking van het gebied.
Dit besluit wordt aangehaald als Aanwijzingsbesluit (concentratie)gebieden seksinrichtingen en escortbedrijven.
43
Beleidskader sekswerk
J. Nadere regels veiligheid en gezondheid van de sekswerkers en de hygiëne in het pand Op grond van de APV kunnen nadere regels aan vergunde exploitaties worden gesteld gericht op de veiligheid en gezondheid van de sekswerkers en de hygiëne in het pand. De gemeente Leeuwarden heeft deze regels en zijn hieronder weergegeven. Artikel 1 Afmeting en inrichting werkruimte en kleedruimte 1. In de werkruimte moet een in goede staat verkerend bed of rustbank aanwezig zijn. 2. 2. In een prostitutiebedrijf moet, een voor iedere sekswerker afsluitbare hang-/legkast in de werkruimte, aanwezig zijn. Artikel 2 Afmeting en gevelbeslag vitrine De vitrine moet een nuttige oppervlakte van ten minste 2 m² en een gevelbeslag van ten minste 1,50 meter per prostitué(e) hebben. Artikel 3 Dagverblijf en keuken 1. In een prostitutiebedrijf waar vijf of meer werkruimten zijn, moet een dagverblijf voor de prostitué(es) aanwezig zijn. Het dagverblijf moet een oppervlakte hebben van ten minste 16 m² en een breedte van ten minste 3,35 meter. 2. In een prostitutiebedrijf waar vijf of meer werkruimten zijn, moet een keuken ten behoeve van het bereiden van maaltijden aanwezig zijn. De keuken moet een oppervlakte hebben van ten minste 5 m² en een breedte van ten minste 1,80 meter. 3. Het dagverblijf en de keuken mogen niet voor prostitutiearbeid worden gebruikt. Artikel 4 Wasbakken badruimte 1.
In de werkruimte dient een wasbak met warm en koud stromend water aanwezig te zijn. De wasbakken moeten zindelijk worden gehouden, functioneel zijn geplaatst en van het benodigde zijn voorzien. 2. In een prostitutiebedrijf dient per vijf werkruimten tenminste één badruimte, waaronder mede wordt verstaan een doucheruimte en één toilet of een combinatie van badruimte met toilet, aanwezig te zijn. 3. Indien in het prostitutiebedrijf meer dan vijf werkruimten aanwezig zijn, moet het aantal badruimten per vijf werkruimten worden vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal badruimten dient het aantal werkruimten naar boven te worden afgerond op een veelvoud van vijf. 4. De badruimten moeten zindelijk worden gehouden, doelmatig zijn ingericht, beschikken over warm en koud stromend water en van het benodigde zijn voorzien. Artikel 5 Toiletten 1. In een prostitutiebedrijf moet ten minste één toilet zijn.
44
Beleidskader sekswerk
2. In een prostitutiebedrijf met vijf of meer werkruimten moeten ten minste twee toiletten naar sekse gescheiden aanwezig zijn en van een duidelijk opschrift, aanduidende de sekse, waarvoor zij bestemd zijn, voorzien zijn. 3. Indien in het prostitutiebedrijf meer dan vijf werkruimten aanwezig zijn, moet het aantal toiletten per vijf werkruimten worden vermeerderd met één. Voor de berekening van het aantal toiletten dient het aantal werkruimten naar boven te worden afgerond op een veelvoud van vijf. 4. De toiletten moeten zindelijk worden gehouden, doelmatig zijn ingericht, voldoende zijn geventileerd en van het benodigde zijn voorzien. Een toilet moet overdekt zijn en zodanig zijn afgesloten dat het bij gebruik behoorlijke afzondering waarborgt. Een toilet moet zijn voorzien van een goed werkende doorspoelinrichting met een stankafsluiting. Artikel 6 Bed- en handlinnen 1. Het bedlinnen in de werkruimten moet dagelijks worden verschoond. 2. Het handlinnen moet na gebruik door schoon handlinnen worden vervangen. Artikel 7 Zindelijkheid ruimten De ruimten in een prostitutiebedrijf die door de prostitué(e) worden gebruikt moeten zindelijk en zoveel mogelijk vrij van stof worden gehouden. Artikel 8 Ontvluchtings- en alarmeringsgelegenheid 1. De toegangsdeur(en) van een werkruimte dienen van binnenuit ten alle tijde te openen te zijn. 2.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte is gelegen aan de weg. 3. Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg moet in open verbinding staan met andere ruimten. 4. Indien het bepaalde in het derde lid niet mogelijk is of niet kan worden gevergd, dienen maatregelen te worden getroffen waardoor de veiligheid van de prostitué(es) anderszins wordt gewaarborgd. Artikel 9 Hulp bij ongevallen 1. Voor het verlenen van eerste hulp bij ongevallen moeten voldoende en doelmatige middelen beschikbaar en direct voor gebruik bereikbaar zijn. 2. Op de trommels, kisten of kasten waarin de middelen verpakt zijn, moet duidelijk door een opschrift of door een gebruikelijk kenteken aangegeven zijn dat zij middelen voor eerste hulp bij ongevallen bevatten. Artikel 10 Gezondheid 1. De exploitant van een prostitutiebedrijf verleent medewerking aan voorlichtingsactiviteiten van de gemeentelijke gezondheidsdienst en andere hulpverleningsinstellingen gericht op verbetering van de gezondheidssituatie van de bij hem werkzame prostitué(es).
45
Beleidskader sekswerk
2. De exploitant draagt zorg voor de verspreiding onder de bij hem werkzame prostitué(es) van voor hen toegankelijk voorlichtings- en informatiemateriaal, over de gezondheidsrisico's van hun werk en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van de gezondheidszorg- en hulpverleningsinstellingen. 3. De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor dat in de werkruimten te allen tijde wettelijk goedgekeurde condooms voor gebruik beschikbaar zijn. 4. Het is de exploitant van een prostitutiebedrijf verboden door middel van handels-reclame kenbaar te maken dat de in het prostitutiebedrijf werkzame prostitué(es) niet geïnfecteerd zijn met een seksueel over-draagbare aandoening. 5. In geval van besmetting van het bedrijf met ongedierte moet de exploitant van het prostitutiebedrijf terstond alle noodzakelijke maatregelen treffen ter beëindiging van die besmetting. Artikel 11 Geneeskundig onderzoek 1. De exploitant van een prostitutiebedrijf stelt de bij hem werkzame prostitué(e) in de gelegenheid zich geregeld geneeskundig op seksueel overdraagbare aandoeningen en overige aan het beroep gerelateerde klachten door een arts te laten ontdekken. 2. De exploitant van een prostitutiebedrijf betaalt de kosten van het door een arts verrichte geneeskundig onderzoek op seksueel overdraagbare aandoeningen van de bij hem werkzame prostitué(e). 3.
Indien een arts vast verbonden is aan een prostitutiebedrijf, meldt de exploitant de gemeentelijke gezondheidsdienst schriftelijk naam en adres van die arts. 4. De prostitué(e) is vrij in haar keuze welke arts zij bezoekt. 5. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor de wijze waarop de arts bedoeld in het derde lid het geneeskundig onderzoek op seksueel overdraagbare aandoeningen bij een prostitué(e) moet verrichten. Artikel 12 Vrijheid van de prostitué(e) 1. De exploitant van een prostitutiebedrijf is verplicht een bedrijfsbeleid te voeren waarin de toepassing van veilige sekstechnieken en het zelfbeschikkingsrecht van de prostitué(e) centraal staan. 2. Het bedrijfsbeleid wordt in ieder geval geacht niet aan deze uitgangspunten te voldoen indien de prostitué(e) geen klanten en (seksuele) handelingen mag weigeren, verplicht is met klanten mee te drinken en verplicht is om, indien daarom wordt verzocht, zonder condoom te werken. Artikel 13 Verplichting tot medewerking De exploitant van een prostitutiebedrijf is verplicht medewerking te verlenen aan toezichthouders van GGD Fryslân voor het uitvoeren van jaarlijkse inspecties voor de hygiëne van prostitutiebedrijven volgens een door het college aangewezen richtlijn. Artikel 14 Slotbepaling De nadere regels treden in werking op een door burgemeester en wethouders nader te bepalen datum.