Algemene beschouwingen D66.docx
Tekst van het document
Bijdrage D66 algemene beschouwingen 2021 (niet) Op onze handen zitten en beeldvorming Mienskip, draagvlak, groengas en op onze handen zitten zijn termen welke het college graag gebruikt. Woorden met een fijne klank. De waardering is ontstaan door de omstandigheden in het verleden. Dit college gebruikt deze woorden in hele andere omstandigheden. Dat heet misleiden. Het is praatjesmakerij en dat kenmerkt deze coalitie meer dan haar daden. Net zoiets als een groot rood kruis door den haag op je website als belangrijkste politieke punt maar daarnaast alleen den haag als oplossing voor je problemen noemen. Kreft van de Mienskip, gekanteld werken, de faciliterende gemeente. Deze termen worden ook gebruikt om het dienstverleningsniveau af te schalen naar voldoende. Hiermee zou de bezuinigingen in de organisatie worden gerealiseerd. Deze is echter alleen maar gegroeid. En met het schuiven in kosten onder de term overhead is dit nauwelijks zichtbaar. Dan zijn het weer hogere tekorten op het sociaal domein. De Kreft komt slechts bij enkelen terecht. De Mienskip blijken nu door het college geselecteerde groepjes met plannen waar het college blijkbaar zelf geen idee bij heef of in de beeldvorming kansen ziet.
Als meer dan 5000 mensen een petitie tekenen om de Skans te behouden zijn het een groep lastige mensen en als 65 gezinnen die direct de gevolgen van een mestvergister moeten dragen wat zelfs in het coalitieakkoord wordt uitgesloten worden deze weggezet als protestgroepje. Het draagvlak onder de projecten die het college wel steunt moet nog steeds worden vastgesteld. Een motie om draagvlak meetbaar te maken wordt vorige week na 1,5 jaar als onuitvoerbaar gekwalificeerd maar een motie van de oppositie die oproept tot inhoudelijk, onafhankelijk onderzoek naar een mestvergister, weggestemd door volgzaam coalitiegedrag, wordt als draagvlak bestempeld. Opportunisme en willekeur ten voeten uit. Wij hebben hiervoor 2 jaar geleden al aandacht voor gevraagd en met het artikel in de Sa mag duidelijk zijn dat het college vooral op haar handen zit. Niet om plannen van de gemeenschap met legitiem draagvlak te faciliteren maar vooral om zelf geen enkele verantwoordelijkheid te hoeven nemen. Verantwoordelijkheid kun je op worden afgerekend. Maar waarom deze zorg? De coalitie partijen rekenen dit college toch niets af. Aantoonbare Onwaarheden en tegenstrijdigheden worden door de coalitiepartijen gelegaliseerd door, zoals de FNP het noemde , niet de kracht maar de macht.
De praatjesmakerij kon niet beter worden geïllustreerd door het grote artikel in de Sa waarin OB haar dualistische overtuiging beleidde. In de praktijk blijkt het tegendeel en dat is blijkbaar waarom ze dit zo hard roept. Een dominante rol vereist verantwoordelijk gedrag. Maar daarvoor moet je ook de inhoud kennen en ook dat is niet wat deze coalitie wil. Dan is het volgen van het college veel eenvoudiger. Door de rest van de raad te overladen met zoveel ongestructureerde informatie weet je dat zij er geen tijd voor heeft. Zeker niet met zoveel kleine partijen.
De staat van de gemeente en haar perspectief wordt bepaald door een dominante partij die eigenlijk het beleid overlaat aan de ambtenaren omdat ze zelf geen kritische rol wil spelen. En omdat deze partij zo groot is laten andere partijen, ten koste van haar eigen identiteit en uitgangspunten, haar kritische houding varen om maar in de coalitie mee te mogen besturen. Ik herken in het gevoerde beleid niets van de idealen van de PvdA en de Cu kan alleen maar roepen dat de oppositie zich naar het college moet voegen. Een bange partij die de kritiek blijkbaar niet aankan. Maar ambtenarenbeleid is projectenbeleid. Zij zullen haar projecten vooral op uitvoering gericht vormgeven. Dat veroorzaakt ad hoc oplossingen, defensieve beleidslijnen met vrees voor aansprakelijkheid. Het veroorzaakt willekeur want een project is geen langetermijnbeleid. Het is geen visie. En zie hier waar we nu staan. Geen visie, geen projecten met legitiem draagvlak, geen kleinere organisatie, meer tekorten en een structureel onzeker financieel perspectief. En dat moeten de landelijke partijen wel maar even oplossen… als de kiezer het je makkelijk maakt krijgt de kiezer makkelijk beleid voor terug. En praatjesmakerij. En raadsleden die op hun handen zitten. Maar dan in de betekenis van niets doen. Dat herken ik meer.