3. Gemeente Opsterland accountantsverslag 2021.pdf
Tekst van het document
Aan de Raad van de gemeente Opsterland T.a.v. de heer R. Koster, griffier Postbus 10000 9244 ZP BEETSTERZWAAG
Datum: Kenmerk: Onderwerp:
9 juni 2022 2022.156 Accountantsverslag controle 2021
Geachte leden van de Raad, Uw Raad heeft ons de opdracht gegeven om de jaarrekening van de gemeente Opsterland over het boekjaar 2021 te controleren. Onze opdracht heeft u bevestigd door middel van ondertekening van een (jaarlijks terugkerende) opdrachtbevestiging met daarin een aantal formele aspecten in relatie tot onze opdracht en de communicatie daarover. Gelukkig hebben wij de controle weer ter plaatse kunnen uitvoeren nu alle beperkende maatregelen vanwege COVID-19 zijn opgeheven. De gevolgen van de pandemie en de overheidsmaatregelen zijn uiteraard nog wel zichtbaar in de geldstromen in de jaarrekening en ook in de vorm van een sterk toegenomen aantal specifieke regelingen die via de SiSa-bijlage moeten worden verantwoord. Inmiddels hebben we de controle van de jaarrekening nagenoeg afgerond. We brengen u in dit accountantsverslag op de hoogte van onze bevindingen en adviezen naar aanleiding van de controle. Samen met de controleverklaring is dit verslag het sluitstuk van de controles over 2021. Een concept van dit verslag is op 7 juni 2022 ambtelijk besproken en op 9 juni bestuurlijk. Dit accountantsverslag is als volgt ingedeeld: 1. De hoofdlijnen van onze controle 2. Bestuurlijke afhandeling 3. Actuele ontwikkelingen 4. Controle proces en beeld van de interne beheersing 5. Verslaggevingsregels nageleefd 6. Resultaat en vermogenspositie 7.
Bevindingen en aandachtspunten jaarrekeningcontrole 8. Materialiteit en oordeel 9. Verplichte rapportageonderdelen 10. Afsluiting Wij bedanken de organisatie voor de plezierige en professionele samenwerking die we bij de uitvoering van onze werkzaamheden hebben ondervonden en we gaan er van uit dat onze rapportage u ondersteunt bij de oordeelsvorming omtrent de bedrijfsvoering en de verslaggeving.
ACCOUNTANTSVERSLAG
1. DE HOOFDLIJNEN VAN ONZE CONTROLE Onderwerp
Bevindingen
Strekking van ons oordeel
Wij zijn voornemens bij de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opsterland opgestelde jaarrekening 2021 een controleverklaring te verstrekken met een goedkeurende strekking ten aanzien van het aspect getrouwheid. Dit oordeel betekent dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft
van de omvang en de samenstelling van de baten en lasten over 2021 alsmede van de activa en passiva per 31 december 2021. Voorts verstrekken wij een goedkeurend oordeel ten aanzien van het aspect rechtmatigheid. Dit oordeel houdt in dat de baten, lasten en balansmutaties in alle
van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen. We dateren onze verklaring op 4 juli 2022, de datum van behandeling van de jaarstukken in de gemeenteraad. Resultaat en vermogenspositie
De gemeente Opsterland heeft over 2021 een positief resultaat behaald van € 2,9 miljoen. Over 2021 kent de gemeente Opsterland een totaalbedrag aan gerealiseerde baten van € 90,9 miljoen en € 84,7 miljoen aan gerealiseerde lasten voor mutatie reserves. Het positieve saldo van € 6,2 miljoen dat hieruit voortvloeit, is het verschil in de vermogenspositie tussen 31 december 2020 en 31 december 2021. De Raad heeft vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves toegevoegd en onttrokken mochten worden en op grond daarvan is voor een bedrag van per saldo € 3,3 miljoen aan de reserves toegevoegd. In totaal komt het positieve resultaat dan uit op € 2,9 miljoen. Uw eigen vermogen heeft ondanks de toegenomen risico’s en onzekerheden in de huidige maatschappij voldoende omvang om uw toekomstige plannen en de daaraan verbonden risico’s af te dekken.
Verslaggeving en WNT
Wij hebben vastgesteld dat de jaarrekening overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is opgesteld. Tevens is voldaan aan de WNT. Wij hebben de WNT-verantwoording gecontroleerd op basis van het controleprotocol WNT. Wij hebben voorts geconcludeerd dat het jaarverslag en de overige informatie die in de jaarstukken is opgenomen, voldoen aan de eisen van het BBV en in materiele zin verenigbaar zijn met de informatie in de jaarrekening en de door ons verkregen controle-informatie.
Niet-gecorrigeerde controleverschillen
In hoofdstuk 8.2 hebben we een overzicht opgenomen van de niet-gecorrigeerde controleverschillen. Het totaalbedrag aan controleverschillen voor getrouwheid en rechtmatigheid blijft binnen de daarvoor geldende tolerantiegrenzen van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves voor fouten en 3% voor onzekerheden. De constateringen hebben betrekking op het niet naleven van aanbestedingsregels en onzekerheden in het sociaal domein.
ACCOUNTANTSVERSLAG 2 van 24
Onderwerp
Bevindingen
Belangrijke schattingen in de jaarrekening
Voor B&W is het noodzakelijk om schattingen te maken om zodoende te komen tot betrouwbare cijfers in de jaarrekening. De belangrijkste schattingen in de jaarrekening betreffen de waardering van vaste activa, de waardering van gronden, voorzieningen en de inschatting van de overlopende activa en passiva. Ook de waardering van het onderhanden werk in de jeugdzorg (70-30 financiering) is een belangrijke schatting. Wij aanvaarden de gekozen methoden die voor de schattingen zijn gehanteerd. Wij adviseren dat het college aandacht blijft besteden aan het achteraf toetsen of de inschattingen juist zijn gebleken. Daarmee kunt u vaststellen of de methodes verdere aanscherping behoeven.
Signalen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik
Tijdens de controle hebben we op diverse momenten met de voor ons relevante geledingen in de organisatie van gedachten gewisseld over eventuele fraudegevallen, fraudesignalen en de kwaliteit van de interne beheersing op dit onderwerp. Wij hebben tijdens de controle geen aanwijzingen verkregen van feitelijke fraudegevallen of situaties van misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de gemeente Opsterland. Het college van burgemeester en wethouders heeft ook aan ons bevestigd dat in de organisatie dergelijke gevallen niet gemeld zijn.
Kwaliteit van de interne beheersing
Wij hebben tijdens de jaarrekeningcontrole geen significante gebreken in de administratieve organisatie of interne beheersing aangetroffen die voor u of voor ons relevant zijn om te komen tot een oordeel omtrent de jaarrekening als geheel.
Geautomatiseerde In overeenstemming met artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek delen wij u gegevensverwerking mee dat er naar aanleiding van de controle van de jaarrekening geen materiële en dataveiligheid bevindingen betreffende de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking zijn op te merken die van invloed zijn op de financiële gegevens in de jaarrekening 2021. SiSa-bijlage
Wij hebben de SiSa-bijlage gecontroleerd met inachtneming van de Nota Verwachtingen Accountantscontrole die hierover regels bevat. Het aantal regelingen is in het afgelopen jaar nog sterker toegenomen dan verwacht. Het aantal regelingen is 21 hetgeen een extra inspanning heeft gevraagd zowel in de controle als in uw voorbereidingen. Wij hebben bij de voor u van toepassing zijnde specifieke uitkeringen geen fouten of onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties voor SiSa overschrijden.
Continuïteit van de organisatie
Van accountants wordt verwacht dat bij de afgifte van het oordeel vooruit wordt gekeken of er gerede twijfel kan bestaan aan de continuïteit van de organisatie in de komende twaalf maanden. Op basis van onze controle hebben wij ten aanzien van dit onderwerp geen bevindingen.
ACCOUNTANTSVERSLAG 3 van 24
2. BESTUURLIJKE AFHANDELING De bestuurlijke afhandeling van de jaarstukken bestaat uit een aantal stappen: Het college van burgemeester en wethouders behandelt in de betreffende vergadering de jaarstukken, met inbegrip van de jaarrekening, stelt de jaarstukken daarmee vervolgens op. Op dat moment ontstaan formeel de jaarstukken. De gemeenteraad behandelt vervolgens de jaarstukken en stelt deze vast. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan. Wij verzoeken de gemeente in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen met u te bespreken.
OPENBAARMAKING Bij de jaarstukken hoort de controleverklaring die is gedateerd op 4 juli 2022. Wij hebben één exemplaar van de controleverklaring voorzien van een originele handtekening. Dit exemplaar is ten behoeve van uw eigen archief en mag niet worden gepubliceerd. Het andere exemplaar van de controleverklaring is voorzien van de naam van onze accountantspraktijk en de naam van de accountant, echter zonder persoonlijke handtekening. Deze mag openbaar gemaakt worden. Het is niet toegestaan de getekende verklaring openbaar te maken. Deze werkwijze is van belang om misbruik van onze handtekening te voorkomen. Indien wij constateren dat toch gebruik gemaakt is van een controleverklaring met onze handtekening zullen wij u verzoeken dit te herstellen, bijvoorbeeld door de jaarstukken van Internet af te halen, dan wel de fysieke verspreiding ongedaan te maken. Vanzelfsprekend treden wij in die situaties met u in overleg over de manier waarop dit moet plaatsvinden. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Uiteraard vervalt in die situatie onze toestemming tot openbaarmaking. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan.
Wij verzoeken u in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen te bespreken. Wij bevestigen u ermee akkoord te gaan dat het afschrift van onze controleverklaring zonder persoonlijke handtekening, wordt openbaar gemaakt in de jaarrekening, mits de opgemaakte jaarrekening ongewijzigd blijft. Openbaarmaking van de controleverklaring is slechts toegestaan tezamen met de jaarstukken. Hiervoor gebruikt u een exemplaar zonder ons waarmerk. De gewaarmerkte versie van de jaarrekening is uitsluitend voor uw eigen archief. Indien u de jaarstukken en de controleverklaring opneemt op internet, dient u te waarborgen dat de jaarstukken goed zijn afgescheiden van andere informatie op de internetsite. Afscheiding kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de jaarstukken in nietbewerkbare vorm als een afzonderlijk bestand op te nemen of door een waarschuwing op te nemen indien de lezer de jaarstukken verlaat ("u verlaat de beveiligde, door de accountant gecontroleerde jaarrekening"). Dit accountantsverslag brengen wij uit in een versie met en zonder handtekening. De versie zonder handtekening kan in het kader van de bestuurlijke behandeling worden verspreid. De versie met handtekening is alleen bestemd voor uw archief. Verspreiding daarvan is niet toegestaan.
ACCOUNTANTSVERSLAG 4 van 24
3. ACTUELE ONTWIKKELINGEN 3.1 COVID-19: digitaal werken als nieuwe realiteit We kunnen er niet omheen, COVID-19 heeft in 2021 de samenleving, lokaal, nationaal en internationaal gedomineerd. We hebben er allemaal mee te maken gehad, zowel in de werkomstandigheden als thuis. Beperkingen in de bewegingsvrijheid, tijdelijke sluiting van het onderwijs en de horeca, avondklok, hybride werken, we hebben het in 2021 allemaal meegemaakt. Het hybride werken heeft inmiddels zijn plek gekregen in een meer permanente vorm dan oorspronkelijk gedacht. Dat dit hybride werken effecten heeft op zaken als de beveiliging van systemen en data is bij de gemeente Opsterland in beeld. Thuiswerken, digitaal overleg of digitale vergaderingen zijn een nieuwe en blijvende realiteit geworden. Meer dan voorheen vraagt dat aanpassingsvermogen van medewerkers maar ook van organisaties om aan deze nieuwe wensen invulling te geven. Het ontwikkelen van thuiswerkbeleid is een prioriteit geworden, net als het anders organiseren van blijvende betrokkenheid bij de organisatie. In die context is het behouden van cultuur en betrokkenheid bij de organisatie een uitdaging geworden. Ook vraagt dit mogelijk om andere checks and balances in de werkprocessen en in de werk-privé-balans. Bewustwording van bijvoorbeeld nieuwe informatiebeveiligingsrisico’s is blijvend relevant.
3.2 COVID-19 en de continuïteit van de organisatie Uiteraard hebben de pandemie en de maatregelen ter beteugeling ervan effecten op de geldstromen van bedrijven en instellingen en dus ook van uw gemeente. Veel activiteiten konden niet doorgaan of moesten anders worden georganiseerd. Dat geldt ook voor de activiteiten en werkzaamheden van de gemeente. U hebt net als in 2020 allerlei steunmaatregelen uitgevoerd zoals de Tijdelijke Overbruggingsregelingen Zelfstandige Ondernemers (TOZO) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Lasten (TONK). U hebt beleidsmatig coulance betracht richting gesubsidieerde instellingen en huurders van gemeentelijke accommodaties. Er was binnen uw gemeente onder meer specifieke aandacht voor het stimuleren van fysieke en mentale gezondheid van inwoners, kinderopvang voor ouders met vitale beroepen en het in standhouden van de maatschappelijke infrastructuur in onderwijs, welzijn en zorg. Binnen diverse gemeentelijke programma’s zijn effecten zichtbaar op de baten en lasten, dan wel is er compensatie ontvangen van de rijksoverheid. Om de gevolgen van Covid-19 inzichtelijk te maken is een afzonderlijke, onverplichte paragraaf opgenomen in het jaarverslag (paragraaf Corona). Per saldo is het resultaat over 2021 onder meer door de ontvangen compensatie positief.
Bij de beoordeling van continuïteit is echter sprake van de beoordeling van zowel de formele continuïteit als een materiele beoordeling. De eerste gaat over het voortbestaan van de organisatie als zodanig en op dat vlak heeft het rijk harde waarborgen getroffen. Uw continuïteit in dat opzicht staat niet ter discussie. Materieel kan het wel zo zijn dat als gevolg van de pandemie activiteiten nu en in de toekomst, niet of anders worden vormgegeven. Dat kan leiden tot aanpassing in financiering van maatschappelijke instellingen, wijzigingen in kostenstructuur of het ontstaan van kwalitatieve of kwantitatieve leegstand in gemeentelijke gebouwen. Wij adviseren u wel het onderwerp continuïteit meer aandacht te geven in uw planning & control documenten omdat vanaf 2022 wij hierover, net als over frauderisico’s, expliciet moeten rapporteren in de controleverklaring.
ACCOUNTANTSVERSLAG 5 van 24
3.3 Overgang rechtmatigheid verschoven naar 2023 In eerdere rapportages hebben wij u geïnformeerd over het voornemen van de rijksoverheid om de verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen nog nadrukkelijker bij het college van burgemeester en wethouders te leggen, door het verplicht stellen van een rechtmatigheidsverantwoording als onderdeel van de jaarrekening Eind mei is het betreffende wetsvoorstel door de Tweede Kamer met een ruime meerderheid aangenomen. Dit is een belangrijke stap op weg naar de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording. De vervolgstap is dat de Eerste Kamer het wetsvoorstel zal behandelen. Tevens zal onderliggende regelgeving nog moeten worden aangepast. Vanwege de uitgestelde behandeling heeft het ministerie van BZK begin juni laten weten dat de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording zal verschuiven naar 2023. Dat betekent dat u meer voorbereidingstijd krijgt voor de implementatie. De commissie BBV heeft hieromtrent inmiddels een modeltekst gepubliceerd en tevens de Kadernota Rechtmatigheid 2022 uitgebracht die al op de nieuwe situatie is geschreven. Deze kadernota zal, nu de verplichtstelling naar 2023 is doorgeschoven, naar verwachting opnieuw worden geactualiseerd.
Vanaf 2023 krijgt de gemeenteraad de bevoegdheid om de grenzen vast te stellen waarboven er in de rechtmatigheidsverantwoording melding moet worden gemaakt van intern geconstateerde onrechtmatigheden en onduidelijkheden. De wetgever zal naar verwachting het maximum van deze grens leggen op 3% van de totale omvang van de lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves). Gemeten aan de omvang van de lasten van de gemeente Opsterland over 2021 (circa € 90 miljoen) zou dat in uw geval neerkomen op een grens van ongeveer € 2,7 miljoen. De gemeenteraad is overigens bevoegd om deze grens lager vast te stellen. Uiteraard kan er pas een rechtmatigheidsverantwoording worden opgesteld als daarvoor in de organisatie in voldoende mate het fundament is gelegd. Dat fundament bestaat uit een combinatie van een adequate procesinrichting en een zekere mate van interne controle om zichtbaar te kunnen maken dat de processen ook daadwerkelijk adequaat verlopen, en leiden tot rechtmatig handelen en betrouwbare informatie daarover. De gemeente Opsterland beschikt al langere tijd over een verbijzonderde interne controlefunctie die werkt op basis van een inschatting van de risico’s in de processen. Er wordt mede vanuit de interne controlestructuur gewerkt aan een passende opzet van de controlepiramide om voldoende input te kunnen leveren voor een deugdelijke rechtmatigheidsverantwoording.
Wij wijzen erop, dat uiteraard de lijn verantwoordelijk is voor een kwalitatief goede procesgang, inclusief rechtmatig handelen en daarmee rechtmatige geldstromen. De rechtmatigheidsverantwoording wordt, omdat het een onderdeel is van de jaarrekening, ook onderdeel van de accountantscontrole en zal met ingang van 2023 zijn inbegrepen in het accountantsoordeel omtrent de getrouwheid van de jaarrekening. De kaders en de regelgeving zijn inmiddels voldoende uitgekristalliseerd om de voorbereidingen te kunnen treffen. Dat vraagt afstemming tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders en de organisatie. Met name als het gaat over de kaderstelling en informatievoorziening. Het gaat dan bijvoorbeeld over de vaststelling van het normenkader, diverse verordeningen, de verantwoordingsgrens, de wijze waarop de interne organisatie van de verantwoording is vormgegeven en eventuele tussentijdse informatievoorziening aan de gemeenteraad. Wij hebben geconstateerd dat u bezig bent om de stappen te zetten om te kunnen voldoen aan de eisen voor de rechtmatigheidsverantwoording.
ACCOUNTANTSVERSLAG 6 van 24
In essentie komt het neer op het realiseren van een stelsel waarbij het expliciet toetsen van processen zoals ten aanzien van personeel, inkopen en aanbesteden ingeregeld is op basis van een risicoanalyse, er een methodologie ontwikkeld is en de organisatorische inbedding, onafhankelijk van de feitelijke uitvoering, een plaats heeft gekregen. Dat is op de schaal van de gemeente Opsterland uiteraard een uitdaging, die u in opzet inmiddels heeft getackeld. Tevens is het van belang om voldoende tijd beschikbaar te hebben voor de uitvoering van de controlewerkzaamheden, de evaluatie van de bevindingen en het vertalen ervan naar de rechtmatigheidsverantwoording.
3.4 Nieuw verdeelmodel gemeentefonds start in 2023 Het huidige verdeelmodel stamt grotendeels uit 1997 en werd door het rijk niet meer passend geacht. In de afgelopen 20 jaar is er het nodige veranderd in het takenpakket van gemeenten. Een paar voorbeelden hiervan zijn de overdracht van taken in het sociaal domein, schaalvergroting bij gemeenten als gevolg van herindeling, toenemende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de dienstverlening door gemeenten en ontwikkelingen op IT-gebied. Per 2023 komt daar de Omgevingswet ook nog bij. De afgelopen jaren is er gewerkt aan een nieuw verdeelmodel dat per 1 januari 2023 van kracht zal worden. Het doel is een nieuw model dat zo goed mogelijk aansluit bij de werkelijke kosten die gemeenten maken. Het model is de afgelopen jaren meerdere keren aangepast op basis van kritiek uit het veld. De huidige parameters en de effecten daarvan leiden met name bij de kleinere gemeenten in de periferie van het land tot de perceptie dat zij er op achteruit gaan. Aan de invoering is een overgangsregeling gekoppeld in de vorm van een ingroeipad van vooralsnog 3 jaar. Het maximale herverdeeleffect is beperkt tot € 37,50 per inwoner gerekend over de periode tot en met 2025. De rijksoverheid heeft de verwachting uitgesproken dat het model geen eindstation zal zijn en continue onderhoud zal vragen.
Daarmee stapt het rijk af van het systeem dat het model voor een langere periode vast staat en dit betekent dat de stabiliteit van de gemeentelijke financiering afneemt. De eerste berekeningen pakten voor de gemeente Opsterland niet zo gunstig uit. Het effect was circa € 67 per inwoner negatief hetgeen neerkomt op een totaal negatief effect van ca € 2 miljoen. De meest recente berekening toont een negatief effect van € 7 per inwoner. Dit betekent een totaaleffect van ruim € 0,2 miljoen negatief. Het is nu afwachten wat uit de meicirculaire zal blijken. Binnenkort zullen vervolgens nieuwe berekeningen door u worden opgesteld. In de risicoparagraaf wordt voorzichtigheidshalve nog rekening gehouden met een negatief effect van € 0,9 miljoen.
3.5 Oorlog in Oekraïne, vluchtelingen opvangen in Nederland Gemeenten, veiligheidsregio’s en andere betrokken partijen werken samen met de rijksoverheid om vluchtelingen uit Oekraïne veilige en humane opvang te bieden. De verwachting is dat het aantal vluchtelingen uit Oekraïne dat naar Nederland komt, fors zal zijn. De veiligheidsregio’s en gemeenten werken samen om voldoende opvangplekken te realiseren. In eerste instantie ging het om 50.000 plaatsen, inmiddels wordt het aantal van 75.000 plaatsen genoemd. De rijksoverheid heeft een Handreiking gemeentelijke opvang Oekraïners uitgebracht, waarvan versie 2.0 van 4 april 2022 op het moment van het schrijven van dit verslag de actuele versie is. Gemeenten worden geacht ruimten en faciliteiten te regelen en leefgeld te verstrekken, waarbij het rijk heeft aangegeven in elk geval de directe kosten integraal te vergoeden.
ACCOUNTANTSVERSLAG 7 van 24
Het is daarom zaak de kosten die de gemeente maakt om deze opvang te bieden scherp te registreren en onderbouwen, zodat te zijner tijd het recht op vergoeding adequaat kan worden aangetoond. Aangezien de verstrekking van het leefgeld aan rechthebbenden zonder bankrekening contant zal gaan, hoort een goede kasprocedure daar ook bij. Helder is dat deze opvang het nodige vraagt van de gemeentelijke organisatie.
3.6 Energiecrisis leidt tot oplopende inflatie Mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, maar ook door andere onderliggende factoren zien we de prijzen van grondstoffen, alsmede olie en gas snel oplopen. Dat raakt gemeenten zelf, maar ook de (gesubsidieerde) instellingen, burgers en bedrijven in de gemeente. Als gevolg hiervan hebben de gemeenten de opdracht gekregen om de energietoeslag uit te betalen aan de doelgroep die daarvoor in aanmerking komt. En nadat de afgelopen twee jaren van gemeenten coulance is gevraagd in verband met corona, liggen nu vragen op tafel als hoe de gemeente omgaat met de inflatie in de richting van gesubsidieerde instellingen als zwembaden, musea, bibliotheken en theaters. Ook in het eigen gemeentelijke begrotingsproces zullen de kostenstijgingen zichtbaar worden. De begroting voor 2023 zal naar verwachting dan ook de nodige onzekerheden bevatten. Dat geldt uiteraard ook voor de uitkomsten van het lopende jaar.
4. CONTROLEPROCES EN BEELD VAN DE INTERNE BEHEERSING 4.1 Het controleproces Een jaarrekeningcontrole is in grote mate extern gereguleerd. Bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden zijn de algemeen geldende “Controle en overige standaarden (COS)” van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, de kadernota rechtmatigheid, het controleprotocol WNT en de verordeningen van de gemeente Opsterland leidend. Gebruikelijk is een verdeling van de werkzaamheden in twee fasen. In eerste instantie, in het boekjaar zelf, voeren we de interim-controle uit. Deze fase is primair gericht op de wijze waarop processen zijn ingericht en interne beheersingsmaatregelen zijn geïmplementeerd. Door een combinatie van interviews, procescontroles en detailwerkzaamheden beoordelen wij de werking van deze interne beheersingsmaatregelen en stellen wij vast dat betrouwbare verantwoordingsinformatie tot stand kan komen. Deze fase hebben we afgesloten met onze managementletter van 22 november 2021.
Bij de jaarrekeningcontrole richten we ons meer op de cijfers en onderzoeken wij of de jaarrekening, zoals die aan de Raad wordt verstrekt, deugdelijk is opgesteld en onderbouwd, dat de inrichting en presentatie voldoen aan de eisen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), dat de waarderingsgrondslagen correct zijn toegepast en de toelichtingen adequaat en volledig zijn. Ook hebben wij onderzocht of de informatie in het jaarverslag niet strijdig is met het beeld van de jaarrekening.
4.2. Interne beheersing In onze managementletter van 22 november 2021 hebben we onze bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van de interim-controle opgenomen. De hoofdlijn van onze bevindingen bij de interim-controle was dat de procesinrichting en procedureafspraken in opzet voldoen aan de eisen ACCOUNTANTSVERSLAG 8 van 24
die daaraan gesteld mogen worden. De gemeente onderkent het belang van interne beheersing en controle en heeft daartoe zowel in de processen als over de processen heen controlemaatregelen gedefinieerd. Aandachtspunten uit deze managementletter waren de effecten van COVID-19 op de procesgang in de organisatie, het zichtbaar en reproduceerbaar documenteren van de toets op de prestatielevering bij inkopen en subsidieverstrekking, het naleven van de Europese Aanbestedingsregels alsmede het zichtbaar maken van de identificatie van cliënten inzake de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), ook als vanwege corona de contacten met de cliënten anders verlopen. Onze interim-controle voeren we uit om een beeld te krijgen van de, voor de accountantscontrole relevante processen en de daarin opgenomen interne beheersmaatregelen. We doen geen uitspraken over de effectiviteit van dit stelsel anders dan voor het doen van de controle van de jaarrekening. Wij concluderen dat uw interne beheersingsmodel met meerdere controlestappen in de werkprocessen zelf en binnen de eenheden over processen heen en een verbijzonderde controlefunctie, bijdraagt aan een betrouwbare procesgang en betrouwbare informatievoorziening mogelijk maakt. De jaarrekeningcontrole heeft die hoofdconclusie onveranderd gelaten.
In de hoofdstukken hierna melden we de bevindingen en aandachtspunten die voortvloeien uit de waarnemingen tijdens de jaarrekeningcontrole.
5. VERSLAGGEVINGSREGELS NAGELEEFD De jaarstukken van de gemeente Opsterland moeten voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Deze regels zijn, zoals u weet, anders dan in het bedrijfsleven, zowel qua toerekening van baten en lasten, als ook in de presentatie. Het gaat uiteraard bij decentrale overheden niet om “geld verdienen”, maar om de invulling van de maatschappelijke rol en functie. Daarom geven de verslaggevingsregels veel aandacht aan de beleidsverantwoording in het jaarverslag en aan de toetsing van de uitgaven aan de, door de gemeenteraad ter beschikking gestelde, middelen in de begroting. Daarnaast mogen bepaalde verplichtingen, bijvoorbeeld personele verplichtingen met een jaarlijks gelijkblijvende omvang, niet in de balans worden opgenomen en geldt er een verbod op het consolideren van verbonden partijen. Verbonden partijen moet u benoemen en toelichten in de paragraaf verbonden partijen in het jaarverslag en dat hebt u gedaan. Wij hebben ten aanzien van de inhoud van de jaarstukken en de presentatie van de cijfers in relatie tot de verslaggevingsregels geen significante tekortkomingen geconstateerd. De teksten in het jaarverslag zijn niet inconsistent met het beeld van de jaarrekening. Het jaarverslag, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen, verbindt de inhoudelijke prestaties met de baten en de lasten.
Het jaarverslag bevat de op grond van het BBV voorgeschreven onderdelen. De paragrafen bieden inzicht in een aantal onderdelen van de bedrijfsvoering alsmede het risicomanagement en de relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit.
ACCOUNTANTSVERSLAG 9 van 24
6. RESULTAAT EN VERMOGENSPOSITIE 6.1 Resultaat 2021 Het resultaat over 2021 is € 2,9 miljoen positief, tegenover een positief resultaat over 2020 van € 1,3 miljoen. De begroting na wijziging sluit met een positief saldo van € 0,6 miljoen. In de jaarstukken wordt het resultaat geanalyseerd, zowel in het onderdeel Inleiding als in de toelichting op de programmaverantwoording. We zien in de resultaatanalyse een aantal herkenbare patronen die we ook bij andere gemeenten tegenkomen: Binnen het sociaal domein (Wmo) is een voordeel ontstaan van € 0,8 miljoen. Dat komt deels door het product beschermd wonen (€ 0,3 miljoen), onder andere door de overgang van zorg naar de Wlz. Ook is de toename van het aantal klanten lager dan begroot en is per klant sprake van minder en ook minder zware zorg. Deze trend is ook zichtbaar in de jeugdzorg en leid tot een voordeel van € 0,6 miljoen De verwachting dat de corona crisis tot een toenemend beroep op uitkeringen zou kunnen leiden, is niet uitgekomen. Er is per saldo een voordeel van € 0,8 miljoen op de inkomensregelingen. Grondverkopen lopen nog steeds goed, waardoor er € 1,3 miljoen winst is gerealiseerd op de grondexploitatie. Door vertraging in de invoering van de wet inburgering en de omgevingswet is er per saldo een voordeel van € 0,5 miljoen.
De algemene uitkering valt € 1,9 miljoen hoger uit dan verwacht mede als gevolg van € 1,7 miljoen coronacompensatie. Een vrijval van € 0,2 miljoen uit de voorziening wethouderspensioenen als gevolg van een gestegen rekenrente. In de jaarstukken is een meer gedetailleerde analyse opgenomen van de resultaten per programma en de afwijkingen ten opzichte van de begroting.
6.2 Balans/vermogenspositie Ten tijde van de controle van de jaarrekening 2021 werd gewerkt aan een nieuw college voor de komende vier jaar. Naast de ontwikkelingen die we in hoofdstuk 3 benoemd hebben en die een significante impact hebben op de gemeente Opsterland, kan ook een nieuw coalitieakkoord invloed hebben op de beoordeling van de huidige maar vooral de toekomstige financiële positie van uw gemeente. Het eigen vermogen ultimo 2021 volgens de balans van de gemeente Opsterland bedraagt in totaal bijna € 31,6 miljoen (2020: € 25,4 miljoen). De samenstelling van het eigen vermogen ultimo 2021 respectievelijk voorgaande jaren, kan als volgt worden weergegeven:
ACCOUNTANTSVERSLAG 10 van 24
Eigen vermogen (in € 1.000)
2021
2020
2019
Algemene reserve
19.856
17.105
10.211
Bestemmingsreserves
8.771
6.153
6.194
Nog te bestemmen resultaat
2.938
2.106
6.593
Totaal
31.565
25.364
22.998
Het resultaat over 2021 van € 2,9 miljoen is afzonderlijk in de balans opgenomen in afwachting van besluitvorming in uw Raad over het voorstel tot bestemming. De vermogenstoename bedraagt € 6,2 miljoen. Over 2021 kent de gemeente Opsterland een totaalbedrag aan gerealiseerde baten van € 90,9 miljoen en € 84,7 miljoen aan gerealiseerde lasten voor mutatie reserves. Het positieve saldo van € 6,2 miljoen dat hieruit voortvloeit, is het verschil in de vermogenspositie tussen 31 december 2020 en 31 december 2021. U heeft vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves onttrokken en toegevoegd mochten worden en per saldo is er € 3,3 miljoen aan de reserves toegevoegd. In totaal komt het nog te bestemmen resultaat dan uit op € 2,9 miljoen positief. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft de gemeente Opsterland een inschatting weergegeven van de belangrijkste risicogebieden. Ook is aangegeven welke weerstandscapaciteit beschikbaar is voor het opvangen van de eventuele gevolgen van de gesignaleerde risico’s. Daaruit blijkt dat de gemeente van mening is dat het aanwezige weerstandsvermogen voldoende is om de gesignaleerde risico’s te kunnen afdekken. Wij hebben geen redenen om deze opvatting in twijfel te trekken. Een eigen vermogen van € 31,6 miljoen ultimo 2021 betekent op een balanstotaal van € 104 miljoen een solvabiliteit van 30,4%.
Eind 2020 bedroeg het eigen vermogen € 25,4 miljoen en het balanstotaal € 97,1 miljoen, zodat de solvabiliteit eind 2020 uitkwam op 26,1%. Uw algemene reserve van bijna € 19,9 miljoen komt ten opzichte van het totaal aan lasten voor mutaties in de reserves (€ 84,7 miljoen) uit op 23,5%.
7. BEVINDINGEN EN AANDACHTSPUNTEN JAARREKENINGCONTROLE 7.1 Europees aanbesteden blijft aandacht vragen We signaleren dat decentrale overheden veel aandacht hebben voor rechtmatig inkopen en aanbesteden. Dat geldt ook voor de gemeente Opsterland. We zien ook in de praktijk dat het een lastig, en soms complex en weerbarstig onderwerp is. Binnen de gemeente Opsterland, en in samenwerking met de OWO-partners is er inkoopbeleid vastgesteld en zijn er procedures ontwikkeld ACCOUNTANTSVERSLAG 11 van 24
om te borgen dat er aan de regels wordt voldaan. Een contractenregister en inkoopstartformulieren zijn voorbeelden van getroffen maatregelen in het proces. De gemeente geeft invulling aan de check op rechtmatig inkopen en aanbesteden door de inkopen over een periode van 4 jaar te recapituleren en vervolgens op postniveau na te gaan of voldaan is aan de rechtmatigheidsvereisten (spendanalyse). De spendanalyse is nu opgesteld op basis van ‘bestedingen per crediteur’. Beter is echter om de controle op het niveau van kostensoort en/of ‘CPV-code’ uit te voeren. Per crediteur kunnen namelijk meerdere soorten transacties plaatsvinden. De controle richt zich dan per crediteur op gelijksoortige transacties. Door de controle op deze wijze uit te voeren wordt het risico dat een post ten onrechte als onrechtmatig wordt aangemerkt verminderd. De handmatige slag van crediteurniveau naar het niveau van kostensoorten / gelijksoortige transacties is bewerkelijk en tijdrovend. De aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit geven nadere duiding in de te volgen aanpak maar stellen ook tegelijkertijd dat het niet is toegestaan om voorgenomen transacties onnodig samen te voegen dan wel te knippen. De gedachte achter de regels is het transparant maken van inkoopprocessen en het voorkomen van “uitschakeling” van de concurrentie door onnodig clusteren dan wel knippen.
Wij hebben kennis genomen van de meest recente spendanalyse welke over geheel 2021 is uitgevoerd. Inhoudelijk hebben we als conclusie dat voor een totaal bedrag van ongeveer € 307.000 onterecht geen Europese aanbesteding heeft plaatsgevonden. De posten zijn bij de organisatie bekend.
7.2 Sociaal domein nog steeds een flinke hap uit uw begroting De grote decentralisaties uit 2015, waardoor gemeenten de verantwoordelijkheid hebben voor het hele sociaal domein, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Jeugdwet en Participatiewet, leggen al jaren een fors beslag op de gemeentelijke organisatie en de gemeentelijke financiën. Gemeenten rapporteren erover in hun P&C documenten, waaronder de jaarrekening. Ook in de pers zijn de laatste jaren regelmatig berichten over stijgende lasten, tekorten in de financiering en de complexiteit van de uitvoering. Ook op het gebied van verantwoording en controle komt dit onderwerp de laatste jaren steeds terug in de gemeentelijke jaarrekening, alsmede in de oordelen en rapportages van de accountants bij gemeenten. Hoewel de uitvoering inmiddels goed is ingebed en ingesleten in de gemeentelijke organisatie, zijn er op de verschillende onderdelen binnen het sociaal domein nog steeds ontwikkelingen en bevindingen in de accountantscontrole. In dit hoofdstuk gaan we daar nader op in. 7.2.1 Uitvoering PGB Wmo en Jeugdwet door de SVB Vanaf de start van de decentralisaties is er sprake van “gedwongen winkelnering” voor gemeenten. De uitvoering van de PGB’s geschiedt door de Sociale verzekeringsbank. De controle op de uitvoering en de financiële verantwoording aan de gemeenten wordt gedaan door de interne accountant van de SVB.
Bij de verantwoordingen over 2021 heeft deze accountantsdienst een verklaring met beperking afgegeven. Hoewel de SVB de administratieve uitvoering van de PGB’s verzorgt, doet zij zelf geen onderzoek naar de prestatielevering. Bestedingen uit hoofde van Wmo en Jeugd (zowel ZiN als PGB) worden intern gecontroleerd op rechtmatigheid binnen de toewijzing. Dit is onderdeel van het reguliere controleplan. Gelijk aan vorig jaar heeft de gemeente zelf aanvullende werkzaamheden verricht om prestatielevering en de levering van zorg te verifiëren. Prestatielevering wordt vastgesteld middels het uitsturen van brieven richting cliënten. Deze brieven gaan in op de mate waarin zorg is geleverd.
ACCOUNTANTSVERSLAG 12 van 24
Uit de respons op deze brieven bleek geen informatie welke twijfels zouden kunnen geven over de geleverde zorg. Ook zijn er uit hoofde van andere controles of uit hoofde van het inwinnen van informatie omtrent fraudesignalen geen aanwijzingen verkregen om aan te nemen dat zorg niet zou zijn geleverd. Omdat deze controles worden uitgevoerd houdt dit per saldo in dat wij als accountant van de gemeente Opsterland kunnen uitgaan van de door de SVB gemelde projectie van de “meest waarschijnlijke fout” in de uitvoering zoals opgenomen in de projectiebrieven Wmo en Jeugd. Bij de “meest waarschijnlijke fout” gaat het bij Opsterland om bedragen die onder de grens van onze rapporteringstolerantie liggen. 7.2.2 CAK verantwoordelijk voor de inning van de eigen bijdragen In verschillende gevallen zijn de mensen aan wie ondersteuning wordt toegekend een eigen bijdrage verschuldigd. Stichting Centraal Administratie Kantoor AWBZ (CAK) is de instantie die de berekening en inning van de eigen bijdrage verzorgt en deze doorbetaalt aan de gemeente. Net als bij de uitvoering van de PGB’s zijn gemeenten verplicht het CAK in te schakelen en heeft men niet de keuze om het zelf ter hand te nemen. Gemeenten hebben geen inzicht in de berekening van de hoogte van de eigen bijdrage en kunnen daar dus ook geen verantwoordelijkheid voor dragen.
Systeemtechnisch betekent dit dat gemeenten alleen verantwoordelijk zijn voor de aanmelding van cliënten bij het CAK. In de Kadernota rechtmatigheid is aangegeven dat de juistheid en de volledigheid van de eigen bijdrage niet vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en daarmee ook niet onder de reikwijdte van de rechtmatigheidscontrole die wij moeten uitvoeren in het kader van onze jaarrekeningcontrole bij uw gemeente. De gemeente Opsterland heeft op basis van een interne analyse van het klantenbestand in voldoende mate aangetoond dat de daarvoor in aanmerking komende cliënten zijn aangemeld bij het CAK. Tevens is een analyse opgesteld waarbij de gerealiseerde eigen bijdragen zijn vergeleken met de begroting. 7.2.3 Wmo en Jeugdwet, uitvoering onder verantwoordelijkheid van de gemeente Voor de daadwerkelijke uitvoering van de zorg heeft de gemeente Opsterland zelf, dan wel samen met andere opdrachtgevers, tal van zorgaanbieders gecontracteerd om de feitelijke zorg te leveren. De gemeente verstrekt zorg op basis van door de gemeente zelf vast te stellen indicaties /toeleiding (Wmo en Jeugdwet), dan wel op basis van doorverwijzingen door daartoe bevoegde professionals (Jeugdwet). Er is uiteraard in de loop van het jaar het nodige contact tussen gemeente en zorgaanbieders, en tussen gemeente en cliënten, in belangrijke mate via elektronisch berichtenverkeer.
Intern worden controles uitgevoerd om de rechtmatigheid van de bestedingen en verstrekkingen uit hoofde van Wmo en Jeugdwet vast te stellen. Interne controles op Wmo en Jeugdzorg bestedingen hebben geleid tot enkele rechtmatigheidsbevindingen. U hebt aangegeven de bevindingen mee te nemen in de controleaanpak 2022. Als sluitstuk ontvangt de gemeente na afloop van het boekjaar van de zorgaanbieders productieverantwoordingen, waarbij boven een afgesproken grens een controleverklaring van de accountant van de zorgaanbieder vereist is. De gemeente analyseert de ontvangen verantwoordingen en controleverklaringen, legt verbanden met de eigen gemeentelijke administratie, klachtenregistraties, contacten met zorgaanbieders en cliënten en vormt zich op basis van het totaal van deze informatie een oordeel over de vraag of de zorg in voldoende mate is geleverd en daarmee de zorgkosten rechtmatig zijn betaald.
ACCOUNTANTSVERSLAG 13 van 24
Wij hebben deze analyses van de gemeente beoordeeld en constateren dat er verschillen zijn ontstaan die lager zijn dan onze rapporteringstolerantie. Derhalve nemen we deze verschillen niet mee in de foutevaluatie. Met betrekking tot de onderhanden werk positie in de jeugdzorg constateren wij dat hierop nog geen gedetailleerde analyses plaatsvinden. Het karakter van de post brengt onzekerheden met zich mee. Deze post is bij veel zorgaanbieders geen onderdeel van de accountantscontrole. Het totaal van de onzekerheden bedraagt afgerond € 259.000. 7.2.4 Uitvoering Tozo en TONK Als reactie op de corona-pandemie zijn diverse steunmaatregelen ingesteld door het rijk, waarbij gemeenten een belangrijke rol hebben in de uitvoering. Het betreft de Tijdelijke Overbruggingsregelingen Zelfstandige Ondernemers (Tozo) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Lasten (TONK). Verantwoording aan het rijk geschiedt door middel van de SiSabijlage. De gemeente Opsterland heeft de werkzaamheden inzake Tozo uitbesteed aan centrumgemeente Leeuwarden. Wij hebben vastgesteld dat de verantwoorde Tozo-lasten aansluiten op de opgave van de uitvoerende (centrum-)gemeente Leeuwarden. De totale afwijkingen zijn onder onze rapporteringsgrens.
Wij hebben vanuit de accountantscontrole bij de centrumgemeente begrepen dat de procedures wat betreft het toekennen van de uitkeringen en het opvolgen van -signalen van het Inlichtingenbureau in opzet adequaat zijn (gelijk aan voorgaand jaar). Belangrijk om te benadrukken is dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor het rechtmatig verstrekken van de Tozo-uitkeringen en dat er voldoende opvolging moet zijn en blijven omtrent de IB-signalen. Wij gaan er in dit verband van uit dat de gemeente Opsterland door de uitbesteding van de uitvoering van de Tozo aan de gemeente Leeuwarden impliciet het M&O-beleid en de opvolging van de signalen van het Inlichtingenbureau als “eigen” normering overneemt. Ook hebben we rechtmatigheidscontroles uitgevoerd aangaande bestedingen uit hoofde van de TONK-regelingen. Wij hebben geen onrechtmatigheden geconstateerd. 7.2.5 Participatiewet Uit de controlewerkzaamheden ten aanzien van de uitvoering van de Participatiewet komt naar voren dat de baten Bbz inzake levensonderhoud € 158.000 (in de SiSa-bijlage verantwoord onder G2) te laag zijn opgenomen. Deze post is als fout aangemerkt maar gezien de omvang heeft deze bevinding geen invloed op de strekking van onze controleverklaring. Voor het overige zijn geen fouten en onzekerheden naar voren gekomen.
Noch ten aanzien van de dossiercontroles, noch ten aanzien van de baten, lasten en balansmutaties zijn er zaken geconstateerd die in dit verslag onder uw aandacht moeten worden gebracht. Onze bevindingen sluiten aan op de uitkomsten van de interne controle. 7.2.6 Leerlingvervoer Intern zijn dossiercontroles verricht om de getrouwheid en rechtmatigheid van de bestedingen vast te stellen. Wij hebben kennis genomen van de bevindingen en hebben zelf ook dossiercontroles verricht. De controles hebben niet geleid tot bevindingen.
7.3 Subsidies De gemeente verstrekt tal van subsidies aan instellingen in de gemeente om maatschappelijke activiteiten en andere initiatieven te ondersteunen die u belangrijk vindt. De doelstellingen in verordeningen, beleidsstukken en beschikkingen zijn meestal zodanig ruim geformuleerd dat de subsidieontvanger een zekere mate van ruimte heeft in de besteding. Tegelijkertijd betekent dat ook
ACCOUNTANTSVERSLAG 14 van 24
dat er meestal geen eenduidige en keiharde norm is waartegen de prestaties van de subsidieontvanger (moeten) worden afgezet. Veelal is de verantwoording financieel ingestoken en wordt voor het inzicht in activiteiten en prestaties naast het jaarverslag ook gebruik gemaakt van ambtelijk en bestuurlijk overleg. In de afgelopen twee jaren van corona hebben instellingen soms tijdelijk hun deuren moeten sluiten en in andere perioden hun activiteiten moeten uitstellen en/of anders invullen. Ook als evenementen niet doorgaan, of als een bibliotheek bijvoorbeeld tijdelijk dicht is, lopen kosten geheel of deels wel door. Om die reden zijn er de afgelopen jaren steunmaatregelen geweest en betrachten overheden coulance in de beoordeling van activiteiten en prestaties in relatie tot de vaststelling van subsidie. Het college van Opsterland heeft in 2020 een beleidsregel vastgesteld omtrent de invloed van de coronamaatregelen op de subsidieverstrekking door de gemeente. De beleidsregel geldt voor de boekjaren 2020 en 2021. Onder enkele voorwaarden worden de subsidies voor de jaren 2020 en 2021 waarbij door de geldende coronamaatregelen niet aan de verbonden verplichtingen kan worden voldaan niet ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger gewijzigd. Ten tijde van de controle waren de meeste subsidies over 2021 nog niet definitief vastgesteld.
Ook hebben we bij enkele dossiers geconstateerd dat niet aan alle formele regels is voldaan. Zo zijn de termijnen van de aanvraag en de aanvraag tot vaststelling niet in alle gevallen volgens de regelgeving in acht genomen en ontbrak in een enkel geval een controleverklaring waar deze wel was voorgeschreven (deze punten hebben overigens geen gevolgen voor de financiële rechtmatigheid). Eventuele verrekeningen zullen in de jaarstukken 2022 naar voren komen.
7.4 Grondexploitatie Ondanks de corona-pandemie, of misschien wel “dankzij”, zien we in 2020 en 2021 dat gemeenten veel belangstelling kennen voor gronden. Er wordt goed verkocht en veel gebouwd, hetgeen ook zichtbaar is in de opbrengsten van bouwleges. De balanswaarde van de voorraad gronden bedraagt ultimo 2021 € 0,8 miljoen, waar dat ultimo 2020 € 0,5 miljoen betrof. Op een balanstotaal van € 104 miljoen een te verwaarlozen bedrag. De balanswaarde van de woningbouw complexen is negatief € 1,1 miljoen, hetgeen betekent dat er per saldo meer is verkocht dan dat er kosten zijn gemaakt. De balanswaarde van het bedrijventerrein Gorredijk is, inclusief verliesvoorziening, € 1,9 miljoen. 7.4.1 Woningbouw De woningbouwmarkt is oververhit. Er is in de gemeente Opsterland net al bij veel andere gemeenten, veel vraag. Er is voor ruim € 1,4 miljoen aan verkoopopbrengsten gerealiseerd. Per saldo wordt op de woningbouwcomplexen winst verwacht. Cruciaal daar om blijft het verkooptempo. De inherente risico’s vanuit de grondexploitatie zoals onzekerheid over het verkooptempo en de kostenontwikkeling maken grondexploitatie gevoelig voor “verstoringen”. De actuele ontwikkelingen in de inflatie, de bouwkosten en de beschikbaarheid van bouwbedrijven en materialen kunnen effect (gaan) hebben op de uiteindelijke uitkomsten.
7.4.2 Bedrijventerrein De gemeente heeft 1 bedrijventerrein in exploitatie, in Gorredijk. Het op dit complex verwachte verlies is afgedekt door een voorziening. Een bijzonderheid in 2021 betreft het terugnemen van een in het verleden gevormde verliesvoorziening voor dit bedrijventerrein. Het gaat om een vrijval van €
ACCOUNTANTSVERSLAG 15 van 24
0,4 miljoen. Deze verlaging van de verliesvoorziening was mogelijk doordat bij verkoop van een specifiek perceel een betere prijs kon worden gerealiseerd dan vooraf verwacht. Er is per balansdatum nog ruim 33.000m2 beschikbaar. Het beeld dat de belangstelling voor woningbouw vooralsnog groter is dan voor bedrijventerreinen zien we bij veel meer gemeenten.
7.5 Begrotingsrechtmatigheid Uw stelsel van begroten en de bewaking ervan, moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de (gewijzigde) begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de Raad, zodat deze tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit kan nemen. Wij hebben vastgesteld dat de totale lasten de gewijzigde begroting niet overschrijden, maar per programma is het beeld wisselend. We constateren overschrijdingen op de programma’s 3. Economie, 5. Sport, Cultuur en Recreatie en op de overhead. Het betreft overschrijdingen die voortvloeien uit open einde regelingen, dan wel passen binnen het bestaande beleid en niet eerder bekend waren. Daarmee vallen deze overschrijdingen volgens de Kadernota rechtmatigheid in de categorie “onrechtmatig, maar tellen niet mee voor het oordeel van de accountant”. Door het vaststellen van de jaarstukken 2021 worden deze overschrijdingen alsnog door de Raad geautoriseerd. Begrotingsrechtmatigheid gaat niet alleen over de lasten, maar ook over de (investerings)kredieten. Dit betreft de bedragen die de Raad ter beschikking stelt voor met name investeringen in wegen, riolering, gebouwen en dergelijke. De besteding van deze kredieten is vaak verdeeld over meerdere jaren. In de jaarrekening wordt de stand van zaken met betrekking tot de kredieten ook toegelicht.
Daaruit blijkt dat er in 2021 investeringen zijn gerealiseerd die het toegezegde krediet (licht) overschrijden, als gevolg van onvoorziene prijsstijgingen. Op basis van deze waarneming constateren we dat bij de beoordeling van de voortgang van projecten en de bijbehorende kredieten de verbinding met het rechtmatigheidsbegrip in beeld is. Onder de post financiële vaste activa is een verstrekte geldlening van € 55.000 opgenomen aan een beheersstichting inzake een MFA. Uit de stukken leiden wij af dat besluitvorming hieromtrent al zijn oorsprong moet vinden in 2013. In de leningovereenkomst wordt melding gemaakt van een goedkeuring door de Raad in 2013. Uw verbijzonderde interne controlefunctie heeft onderzoek gedaan naar deze post en de betreffende goedkeuring door de Raad niet aangetroffen. Voor de volledigheid vermelden wij deze post, maar omdat de oorsprong ervan kennelijk al heel ver voor 2021 ligt nemen wij deze post niet mee in onze foutenevaluatie.
7.6 Schattingen consistent toegepast Inherent aan het opmaken van een jaarrekening is dat het college schattingen moet doen. Daarbij hoort dat schattingen uiteen kunnen lopen vanwege het deels subjectieve karakter en de beschikbare informatie. Om die reden zijn schattingen meer dan gemiddeld vatbaar voor beïnvloeding door het management of door derden en daardoor hechten we nog meer dan bij andere jaarrekeningposten aan een gedegen onderbouwing van de schattingen. Deze onderbouwing moet de subjectiviteit in het schattingsproces reduceren, maar een zekere bandbreedte, variërend van een te voorzichtige schatting tot een te optimistische schatting, blijft aanwezig.
ACCOUNTANTSVERSLAG 16 van 24
In het controleproces hebben we ten aanzien van een aantal posten met de organisatie gesproken over de veronderstellingen en de methodieken onder de schattingen. Het algemene beeld dat bij ons ontstaat, is dat de schattingen blijven binnen de hiervoor bedoelde bandbreedte, correct zijn onderbouwd en dat de uitgangspunten voor schattingen consistent worden toegepast. Desalniettemin hoort het inherent bij schattingen, dat de werkelijkheid uiteindelijk kan afwijken.
8. MATERIALITEIT EN OORDEEL 8.1 Controletoleranties De controletolerantie is de term waarmee accountants aanduiden met welke precisie de controle wordt uitgevoerd. De maximumnormen die hiervoor gelden zijn opgenomen in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden. De Raad heeft de mogelijkheid deze normen neerwaarts bij te stellen maar daar heeft u geen gebruik van gemaakt. Het is overigens ook niet gebruikelijk dat te doen. Het onderzoek van de jaarrekening heeft tot doel om een oordeel uit te spreken over de getrouwheid, oftewel een antwoord te geven op de vraag: “kloppen de cijfers”? enerzijds en de financiële rechtmatigheid anderzijds “zijn de baten, de lasten en de balansmutaties tot stand gekomen in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving?”). Deze beide oordelen liggen vast in de controleverklaring. Controle geeft een hoge mate van zekerheid, maar geen absolute zekerheid. Een controle is niet bedoeld om alle fouten en onzekerheden te detecteren. Dat zou, gezien de consequenties voor de hoeveelheid werk en de daarmee gepaard gaande kosten ook niet rationeel zijn. Het wettelijk maximum bedraagt 1% van de lasten voor fouten respectievelijk 3% van de lasten voor onzekerheden. Toevoegingen aan reserves worden in dit kader ook als lasten beschouwd.
De lasten over 2021 inclusief toevoegingen aan reserves bedroegen € 89,7 miljoen, over 2020 ging het om een bedrag van € 86 miljoen. Daardoor ligt de grens op een iets hoger niveau dan voorgaand jaar. De rapporteringstolerantie heeft het karakter van een afspraak waarboven wij controleverschillen aan u rapporteren. Op grond van onze eigen vaktechnische regels moeten wij afwijkingen van meer dan 5% van de goedkeuringstolerantie sowieso rapporteren. Op basis van uw lastentotaal van € 89,7 miljoen over 2021 zijn de grensbedragen dit jaar als volgt: Goedkeuringstoleranties
Grondslag
Bedrag (afgerond) €
Fouten Onzekerheden
1% van de totale lasten 3% van de totale lasten
897.000 2.691.000
Op basis van de goedkeuringstolerantie (€ 897.000) zoals hiervoor benoemd bedraagt de rapporteringstolerantie (naar beneden afgrond) € 44.000.
8.2. Overzicht van niet-gecorrigeerde controleverschillen In onderstaand overzicht hebben we de samenvatting opgenomen van de geconstateerde controleverschillen die niet gecorrigeerd zijn. Daarbij is het belangrijk te onderkennen dat bij ACCOUNTANTSVERSLAG 17 van 24
rechtmatigheidsfouten herstel doorgaans niet mogelijk is, omdat de betreffende handeling niet ongedaan gemaakt kan worden. Ook is het zo dat alle verschillen en onzekerheden met betrekking tot de getrouwheid, ook in het oordeel over rechtmatigheid meetellen, omdat op dit punt de verslaggevingsregels niet zijn gevolgd. Dientengevolge is het onze ervaring dat de grenzen bij rechtmatigheid sneller overschreden worden dan bij getrouwheid. Niet gecorrigeerde controleverschillen
Bedrag
fouten en onzekerheden in euro
Invloed eigen vermogen ultimo jaar
Invloed resultaat
De baten Bbz 2004 inzake levensonderhoud zijn te laag opgenomen (zie 7.2.5).
€ 158.000
€ 158.000
€ 158.000
Totaal verschillen getrouwheid
€ 158.000
€ 158.000
€ 158.000
Ten aanzien van de zorg in natura is er onvoldoende controle-informatie om de getrouwheid en de rechtmatigheid vast te kunnen stellen van het OHW uit hoofde van de Jeugdwet (zie 7.2.3).
€ 259.000
€ 259.000
€ 259.000
Totaal onzekerheden getrouwheid
€ 259.000
€ 259.000
€ 259.000
Enkele leveringen en diensten zijn ten onrechte niet Europees aanbesteed. (zie 7.1).
€ 307.000
N.V.T.
N.V.T.
Getrouwheidsfouten zijn ook rechtmatigheidsfouten.
€ 158.000
N.V.T.
N.V.T.
Totaal rechtmatigheidsfouten (inclusief getrouwheidsverschillen)
€ 465.000
N.V.T.
N.V.T.
Getrouwheidsonzekerheden zijn ook rechtmatigheidsonzekerheden.
€ 259.000
n.v.t.
n.v.t.
Totaal rechtmatigheidsonzekerheden
€ 259.000
N.V.T.
N.V.T.
Uit dit overzicht blijkt dat de geconstateerde verschillen en onzekerheden voor het aspect getrouwheid en ook voor het aspect rechtmatigheid binnen de grenzen van paragraaf 8.1 blijven. Daarom is de strekking van onze controleverklaring voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid goedkeurend.
ACCOUNTANTSVERSLAG 18 van 24
9. VERPLICHTE RAPPORTAGEONDERDELEN Er zijn vanuit de beroepsregels voor accountants, dan wel vanuit de ontwikkelingen in de maatschappelijke verwachtingen een aantal onderwerpen die in een accountantsverslag moeten worden behandeld. Daar gaan wij in dit hoofdstuk nader op in.
9.1 Onafhankelijkheid gewaarborgd De beroepsorganisatie van accountants NBA heeft de voorschriften in het kader van de onafhankelijkheid opgenomen in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO). Op grond van deze voorschriften moeten wij ons ervan vergewissen dat wij onafhankelijk zijn en blijven van onze opdrachtgevers en daarover rapporteren. De naleving van de beroepsregels, waaronder deze ViO, is in de organisatie van HZG Accountants & Adviseurs ingebed. Op basis van onze toetsing aan deze verordening concluderen wij dat onze onafhankelijkheid als certificerend accountant bij de gemeente Opsterland voldoende is gewaarborgd. Wij hebben het afgelopen jaar bij de gemeente Opsterland naast de opdracht tot controle van de jaarrekening geen andere opdrachten uitgevoerd en er zijn ook anderszins geen omstandigheden die onze onafhankelijkheid als controlerend accountant zouden kunnen bedreigen.
9.2 Fraude, integriteit en naleving van wet- en regelgeving Van de accountant wordt op grond van de regels van de beroepsorganisatie (NBA) een professioneel-kritische houding verwacht ten aanzien van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude in de jaarrekening maar ook met betrekking tot omkoping, corruptie, ondermijning en de naleving van andere wet- en regelgeving. De aandacht voor het thema fraude en integriteit neemt de laatste jaren steeds verder toe. Het zorgt ervoor dat organisaties steeds vaker gevraagd wordt transparant te zijn in de visie, het beleid en het toezicht op het integer handelen in alle geledingen van de organisatie. Dat gaat dus niet alleen over fraude maar ook over misbruik en oneigenlijk gebruik, het hanteren van gedragscodes en de naleving van andere regelgeving bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu. Dit geldt niet alleen op de werkvloer, maar vraagt ook iets van het gemeentebestuur. De werkzaamheden die de accountant ten aanzien van het onderwerp fraude verricht en de bevindingen op hoofdlijnen worden steeds vaker opgenomen in de controleverklaring. Bij de gemeente Opsterland is dat vanaf 2022 verplicht. Het doel van deze paragraaf is om beter duidelijk te maken welke werkzaamheden wij verrichten, en wat de verantwoordelijkheid van organisatie, college en Raad is om voldoende maatregelen te treffen.
De Raad heeft ook in dezen een toezichthoudende rol en dient deze zichtbaar in te vullen. Los van de formele verplichtingen is het belangrijk om het gesprek hierover te openen. We hebben in de uitvoering van onze werkzaamheden gemerkt dat er aandacht is voor fraude en integriteit. De gemeente beschikt over een frauderisico-analyse en ook vanuit de verbijzonderde interne controle is er aandacht voor frauderisico’s en beheersmaatregelen in de processen. De accountant maakt zelf ook een inschatting van de frauderisico’s binnen een organisatie, en vormt zich een beeld van de maatregelen van interne beheersing die de organisatie heeft getroffen om mogelijke fraudes van materieel belang te voorkomen en te bezien of deze maatregelen effectief zijn. Datzelfde geldt ook voor integriteitsrisico’s en mogelijke niet-naleving van andere regelgeving.
ACCOUNTANTSVERSLAG 19 van 24
In iedere organisatie bestaat een risico op het doorbreken van de interne beheersing door het management bij de totstandkoming van schattingen. We beoordelen in het kader van onze controle de interne processen op deze schattingen en doen detailcontroles op de uitgangspunten en aannames die aan significante schattingen ten grondslag liggen. Ook zijn we alert op ongebruikelijke transacties, samenwerkingsrelaties en de naleving van procedures die mede tot doel hebben transparantie en integer handelen te bevorderen. Elementen daaruit zijn controles op de prestatielevering bij inkooptransacties, het naleven van het inkoopbeleid en aanbestedingsregels. Daarnaast onderkennen we risico’s in bepaalde delen van de opbrengstverantwoording, met name waar het incidentele transacties betreft die buiten de normale procedures om gaan. Wanneer sprake is van een aanwijzing voor fraude, dan communiceren wij dit, afhankelijk van de aard van de fraude, met de directie en, in sommige gevallen, bij fraude in de top van de organisatie, of wanneer onvoldoende herstelwerkzaamheden worden ondernomen, met de toezichthouder. In dat geval rapporteren wij daar veelal separaat over. Tijdens onze werkzaamheden besteden wij ook aandacht aan elementen van beïnvloeding en druk die kunnen leiden tot een aantasting van het bestuurlijk handelen binnen de organisatie.