CConstaterende datOpsterland
Koppel je AI →
Document · PDF

05-03-2025 Nadere toelichting natuuronderzoeken, Waterwinning Luxwoude april 2024_DEF

Raadsvergadering 24 maart 2025, gemeente OpsterlandBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Luxwoude – Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie (B)1.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

Bosgroep Noord-Oost Nederland

Colofon Opdrachtgever:

Vitens N.V.

Titel:

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

Status:

Concept

Datum:

April 2024

© Coöperatie Bosgroep Noord-Oost Nederland u.a. Balkerweg 48a 7738 OB Witharen t (0523) 74 57 00 e noordoostnederland@bosgroepen.nl www.bosgroepen.nl

Aanleiding Vitens N.V. heeft het voornemen om een nieuwe grondwaterwinning in centraal Friesland ten behoeve van de productie van drinkwater op te starten. Hiervoor is een aantal onderzoeken uitgevoerd. Door SWECO (Opdam en Schunselaar, 2021) zijn de te verwachten grondwatereffecten van waterwinning in Luxwoude gemodelleerd. Om inzicht te krijgen in de aanwezige natuurwaarden binnen het beïnvloedingsgebied zijn in de zomer en najaar van 2019 de bos- en natuurgebieden binnen het beïnvloedingsgebied geïnventariseerd door de Bosgroep Noord-Oost Nederland. Aanvullend hierop is de flora-samenstelling van alle bos- en natuurgebieden binnen het beïnvloedingsgebied onderzocht (Verhagen en Driehuis, 2020). Het effect van de waterwinning op natuur is uitgewerkt in het rapport ‘Waterwinning Luxwoude. Effecten grondwaterstandsverlaging op de natuurwaarden’ (Bosgroepen, d.d. 14 oktober 2021). Voorliggende notitie geeft een nadere toelichting op de reeds uitgevoerde onderzoeken in het uitwerkingsgebied. Toelichting De Fennen

Het natuurgebied de Fennen is onderdeel van de natuur buiten de EHS. Het gebied heeft grotendeels een weidevogeldoelstelling. In de Fennen broeden grote aantallen weidevogels, variërend van soorten van droge tot vochtige graslanden en natte tot plasdras graslanden. Tot de soorten die hoge (grond)waterstanden vereisen behoren grutto, tureluur en watersnip. De gemodelleerde veranderingen in de grondwaterstanden (GVG en GLG) in de Fennen bedraagt 2 tot 5 cm. Grondwaterstandsveranderingen in de Fennen zijn daarmee gering; De Fennen blijft een kwalitatief goed gebied voor weidevogels. In jaren met reguliere weersomstandigheden zullen weidevogels hiervan geen gevolgen ondervinden. Effecten op weidevogels in de Fennen zijn daarmee verwaarloosbaar. Beschermde weidevogelkansgebieden

Buiten de Fennen zijn weidevogels ook op de agrarische percelen te vinden (Verhagen & Driehuis, 2020). Binnen het beïnvloedingsgebied liggen drie door de provincie begrensde weidevogelkansgebieden. -

In het gebied ten noorden van Luinjeberd-Tjalleberd is er geen invloed op de GLG en GVG van het freatisch grondwater.

-

In het gebied tussen Tijnje en Terwispel is er geen invloed op de GLG en GVG van het freatisch grondwater.

-

In het weidevogelkansgebied tussen Gersloot en Tijnje bedraagt de verlaging minder dan 5 cm. Daarmee is de invloed van de waterwinning op de kwaliteit van dit gebied voor weidevogels gering.

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

3

Weidevogels in agrarisch gebied

Kievit en scholekster, die niet gebonden zijn aan hoge grondwaterstanden, komen verspreid

rondom

de

winlocatie

voor.

Grutto

en

tureluur

vereisen

hoge

(grond)waterstanden. In de huidige situatie voldoen de grondwaterstanden in de omgeving (gebaseerd op de veldschattingen voor de GHG van het Wetterskip) met waarden van rond de 20 tot 30 cm onder maaiveld in het vroege voorjaar aan de vereisten van grutto en tureluur. In de zomer zakken de grondwaterstanden echter ver weg, tot meer dan 1 meter onder maaiveld (Bosgroepen, 2021). In de huidige situatie zijn de agrarische gronden rondom de winlocatie daarom al matig geschikt voor soorten als grutto en tureluur, omdat de grondwaterstanden in de zomer laag zijn. De indringbaarheidsweerstand van de bodem is daarom hoog en voedseldieren zijn minder dicht bij de oppervlakte te vinden. De beschikbaarheid van voedsel voor de adulten is in de huidige situatie niet groot. Clusters van deze soorten komen op een viertal plekken voor. Deze locaties liggen buiten de door de provincie begrensde weidevogelkansgebieden: 1. Agrarisch gebied zuidelijk van Luxwoude; 2. Graslanden westelijk van de A7, ter hoogte van afrit 27; 3. Agrarische gebied ten oosten van Tijnje; 4. Gebied noordelijk van het buurtschap Nieuwe Vaart. Op broedlocaties 2 en 3 wordt een grondwaterdaling van minder dan 5 centimeter of in het geheel geen daling van het grondwater verwacht. Negatieve effecten op de aantallen broedparen en broedsucces van de meer kritische weidevogels op deze beide broedlocaties worden niet verwacht.

De broedlocaties 1 en 4 liggen op relatief korte afstand van de beoogde winlocatie. In deze twee deelgebieden treden de grootste verlagingen in grondwaterpeilen op, respectievelijk zo’n 10 cm en 20 cm voor zowel de GVG als de GLG. De daling van de grondwaterstand betekent dat de broedlocaties 1 en 4 minder aantrekkelijk zullen zijn voor broedparen, met name grutto en tureluur die hoge grondwaterstanden vereisen, om zich te vestigen. Zoals eerder genoemd zakken de huidige grondwaterstanden, voornamelijk in de zomer, ver onder het maaiveld. Op deze locaties is het voedselaanbod door een droge en slecht doordringbare bodem al klein voor weidevogels. Zodoende is aannemelijk dat grote oppervlaktes van de omliggende agrarische gronden in de zomer al ongeschikt zijn voor grutto en tureluur. Omdat de agrarische graslanden enigszins bol liggen en er sprake is van een dichte dooradering

met

watervoerende

watergangen

zullen

de

effecten

van

de

grondwaterverlaging daarnaast niet over een geheel perceel even groot zijn. Midden op percelen zullen droge situaties zijn, langs de randen en watergangen zal de bodem natter zijn/blijven en geschikt blijven voor weidevogels. In de realiteit zullen de gebieden dus niet in zijn geheel ongeschikt worden en blijven voldoende broedlocaties voor weidevogels beschikbaar.

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

4

Hoewel deze locaties buiten de door de provincie aangewezen weidevogelkansgebieden vallen, zijn de effecten op weidevogels op de omliggende agrarische gronden beperkt negatief beoordeeld (effectbeoordeling: 0/-) omdat de geschiktheid als broedgebied voor weidevogels in geringe mate afneemt. Dit geldt met name voor de meer kritische soorten grutto en tureluur (SWECO, 2022). Overige soorten zijn niet of minder gebonden aan hoge grondwaterstanden en zullen naar verwachting weinig effecten ondervinden als gevolg van de plannen. Huidig gebruik agrarisch gebied en effecten

De omliggende agrarische gronden worden intensief gebruikt. Intensieve landbouw heeft

een

groter

effect

op

het

broedsucces

van

weidevogels

dan

geringe

grondwaterstanddalingen. Zo hebben een kunstmatig laag waterpeil voor een gunstige bedrijfsvoering, regelmatig maaien, gebruik van kunstmest en mogelijk pesticiden een groter effect. Gebruik van pesticiden, kunstmest en een laag waterpeil zorgen voor een afname van insecten. Dit betekent een beperkte beschikbaarheid van voedsel voor weidevogels. Regelmatig maaien van graslanden heeft daarnaast het gevolg van een verstoord broedproces en extra gevaar voor kuikens, mochten deze zijn grootgebracht. Conclusie Op De Fennen en beschermde weidevogelgebieden zijn in het geheel geen of hooguit geringe effecten (weidevogelkansgebied tussen Gersloot en Tijnje) op de kwaliteit van leefgebied van weidevogels te verwachten. Het gaat om een grondwaterstandverlaging van minder dan 5 centimeter. De effecten op weidevogels op de omliggende agrarische gronden zijn beperkt negatief beoordeeld (effectbeoordeling: 0/-) omdat de geschiktheid als broedgebied voor weidevogels in geringe mate afneemt (SWECO, 2022). Op broedlocaties 2 en 3 op de agrarische gronden rondom de winlocatie wordt een grondwaterdaling van minder dan 5 centimeter of in het geheel geen daling van het grondwater verwacht. Negatieve effecten op de aantallen broedparen en broedsucces van de meer kritische weidevogels op deze beide broedlocaties worden niet verwacht.

De daling van de grondwaterstand betekent dat de broedlocaties 1 en 4 minder aantrekkelijk zullen zijn voor broedparen om zich te vestigen, met name grutto en tureluur die hoge grondwaterstanden vereisen. Kievit en scholekster, die niet gebonden zijn aan hoge grondwaterstanden, komen verspreid rondom de winlocatie voor. Deze soorten kunnen zich makkelijker aan verandering in omstandigheden aanpassen en in het omliggende gebied verspreiden. Voor weidevogels hangt de habitatkwaliteit in hoge mate af van de grondwaterstand, met name vanwege de beschikbaarheid van voedsel. De huidige grondwaterstanden zakken, voornamelijk in de zomer, ver onder het maaiveld. Op deze locaties is het

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

5

voedselaanbod door een droge en slecht doordringbare bodem klein. Het is daarom aannemelijk dat grote oppervlaktes in het omliggende agrarische gebied in de huidige situatie in de zomer al van vrij slechte kwaliteit is voor grutto en tureluur. In vergelijking met de huidige situatie hebben geringe grondwaterdalingen geen significante toename van aantasting van het (kwalitatief slechte) leefgebied of voedselbeschikbaarheid tot gevolg.

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

6

bosgroepen.nl

Nadere toelichting natuuronderzoeken Waterwinningslocatie Luxwoude

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Opsterland&id=ab4b3244-57ae-4c0f-99fb-3d18c985a906