CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

was-wordt tabel verordening Maatschappelijke Ondersteuning

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Aanpassen Wmo verordening3.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

‘Was wordt tabel’ Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024 De wijzigingen voor 2024 t.o.v. 2022 staan vetgedrukt in de rechter kolom (Oude) tekst verordening maatschappelijke ondersteuning 2022

(Nieuwe) tekst verordening maatschappelijke ondersteuning 2024

Artikel 1. Begripsbepalingen, lid 2, onder u.

Artikel 1. Begripsbepalingen, lid 2, onder u.

pgb-plan: Door de cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb in te dienen plan, die wordt betrokken bij de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 2.3.6 lid 2 van de Wet, en waarin in ieder geval wordt opgenomen: a. Wie het pgb beheert; b. Welke ondersteuning of voorziening er met het pgb wordt ingekocht; c. Waar de ondersteuning of voorziening wordt ingekocht, waarbij onderscheidt wordt gemaakt tussen formele en informele ondersteuning; d. Aan welke doelen of welk resultaat de in te kopen ondersteuning dient bij te dragen.

pgb-plan: Door de cliënt die in aanmerking wenst te komen voor een pgb in te dienen plan, die wordt betrokken bij de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 2.3.6 lid 2 van de Wet, en waarin in ieder geval wordt opgenomen: a. Wie het pgb beheert; b. Welke ondersteuning of voorziening er met het pgb wordt ingekocht; c. Waar de ondersteuning of voorziening wordt ingekocht, waarbij onderscheidt wordt gemaakt tussen formele en informele ondersteuning; d. Aan welke doelen of welk resultaat de in te kopen ondersteuning dient bij te dragen. e. Op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt.

Artikel 11. Algemene criteria maatwerkvoorziening.

Artikel 11. Algemene criteria maatwerkvoorziening.

1. Het college neemt het verslag, indien aanwezig, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening 2. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. indien cliënt aanspraak maakt of kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, of indien cliënt met gebruik van eigen kracht, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk of algemene voorzieningen voldoende kan worden gecompenseerd; b. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is;

1. Het college neemt het verslag, indien aanwezig, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening 2. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. indien cliënt aanspraak maakt of kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, of indien cliënt met gebruik van eigen kracht, gebruikelijke hulp, sociaal netwerk of algemene voorzieningen voldoende kan worden gecompenseerd; b. indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is;

c. indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd, terwijl hij redelijkerwijs kon weten dat een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet te verwachten was, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;

c. indien het een voorziening betreft die de cliënt vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd, terwijl hij redelijkerwijs kon weten dat een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet te verwachten was, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan worden vastgesteld;

d. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan inwoner al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.

d. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan inwoner al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten.

3. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als: a. deze langdurig (langer dan zes maanden) noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak; b. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en c. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.

3. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als: a. deze langdurig (langer dan zes maanden) noodzakelijk is, tenzij het gaat om een cliënt met een korte levensverwachting, in welk geval per definitie geacht wordt sprake te zijn van een langdurige noodzaak; b. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en c. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt.

4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de best passende oplossing. De prijs van de leverancier die hierbij de goedkoopst adequate voorziening kan leveren is doorslaggevend.

4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de best passende oplossing. De prijs van de leverancier die hierbij de goedkoopst adequate voorziening kan leveren is doorslaggevend.

5. De hoofdregel is dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening gelijk is aan de datum van de aanvraag. Hiervan kan worden afgeweken: a. als in de periode tussen de melddatum en de datum besluit voor het college de noodzaak is gebleken om de maatwerkvoorziening eerder toe te kennen; b. als voor de datum van melding door de cliënt een voorziening is getroffen en achteraf door het college de noodzaak nog kan worden vastgesteld om eerder toe te kennen. In geval van bijzondere omstandigheden kan eerder of later toegekend worden.

5. De hoofdregel is dat de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening gelijk is aan de datum van de aanvraag. Hiervan kan worden afgeweken: a. als in de periode tussen de melddatum en de datum besluit voor het college de noodzaak is gebleken om de maatwerkvoorziening eerder toe te kennen; b. als voor de datum van melding door de cliënt een voorziening is getroffen en achteraf door het college de noodzaak nog kan worden vastgesteld om eerder toe te kennen. In geval van bijzondere omstandigheden kan eerder of later toegekend worden.

6. Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd als een cliënt de voorziening zelf al heeft aangeschaft voor de datum van de melding.

6. Een maatwerkvoorziening wordt geweigerd als een cliënt de voorziening zelf al heeft aangeschaft voor de datum van de melding. 7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte of vergoede voorziening de normale afschrijvingstermijn verstreken heeft tenzij: a. de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 13.

Beschermd wonen en opvang

Artikel 13. beschermd wonen en opvang

De gemeente Ooststellingwerf volgt het beleid van de gemeente Leeuwarden in haar rol als centrumgemeente ten aanzien van de regionale voorzieningen Beschermd wonen en opvang (maatschappelijke opvang, OGGZ, Verslavingszorg) zoals vastgesteld in de Verordening WMO 2018 van de gemeente Leeuwarden, de Beleidsregels WMO 2018 van de gemeente Leeuwarden en het Financieel Besluit 2018 van de gemeente Leeuwarden en de eventueel navolgende gewijzigde versies hiervan voor zover het veranderingen betreft die voortvloeien uit de verantwoordelijkheden zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling ‘Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten’.

De gemeente Ooststellingwerf volgt het beleid van de gemeente Leeuwarden in haar rol als centrumgemeente ten aanzien van de regionale voorzieningen Beschermd wonen en opvang (maatschappelijke opvang, OGGZ, Versla-vingszorg) zoals vastgesteld in de geldende Verordening WMO, de Beleidsregels WMO en het Financieel Besluit van de gemeente Leeuwarden, voor zover het veranderingen betreft die voortvloeien uit de verantwoorde-lijkheden zoals vastgelegd in de gemeenschap-pelijke regeling ‘Centrumregeling samenwerking sociaal domein Friese gemeenten’.

Artikel 21. Algemene regels over het pgb

Artikel 21.

1. Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.

1. Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.

2. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien: a. De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen en c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

2. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien: a. De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen en c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

Algemene regels over het pgb

3. Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

3. Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

4. Een cliënt komt niet in aanmerking voor een pgb indien: a. de cliënt het door hem in te dienen plan inzake het door hem gewenste pgb niet overlegt; b. er sprake is van financiële problemen bij de cliënt, tenzij op de cliënt financieel toezicht wordt uitgeoefend door bijvoorbeeld een kredietbank.

4. Een cliënt komt niet in aanmerking voor een pgb indien: a. de cliënt het door hem in te dienen plan inzake het door hem gewenste pgb niet overlegt; b. er sprake is van financiële problemen bij de cliënt, tenzij op de cliënt financieel toezicht wordt uitgeoefend door bijvoorbeeld een kredietbank.

5. De volgende voorwaarden worden gehanteerd bij het verstrekken van een pgb: a. een eenmalige uitkering bij beëindiging van de pgb relatie met de aanbieder is toegestaan; b. reiskostenvergoeding is toegestaan; c. de betaling kan per maand of per uur, naar gelang de wens van de cliënt; d. administratiekosten mogen van het pgb niet worden betaald; e. bemiddelingskosten zijn niet toegestaan en f. een feestdagenvergoeding is niet toegestaan.

5. De volgende voorwaarden worden gehanteerd bij het verstrekken van een pgb: a. een eenmalige uitkering bij beëindiging van de pgb relatie met de aanbieder is toegestaan; b. reiskostenvergoeding is toegestaan; c. de betaling kan per maand of per uur, naar gelang de wens van de cliënt; d. administratiekosten mogen van het pgb niet worden betaald; e. bemiddelingskosten zijn niet toegestaan; f. een feestdagenvergoeding is niet toegestaan en g. Een eenmalig pgb, los van de SVB, wordt rechtstreeks aan de leverancier betaald. 6. Degene die de ondersteuning biedt kan niet tevens het pgb namens de budgethouder beheren.

Artikel 22. Algemene regels over de hoogte van Artikel 22. Algemene regels over de hoogte van het pgb het pgb 1.

Bij de bepaling van de hoogte van het pgb wordt mede aandacht besteed aan een door de cliënt in te dienen plan inzake het door hem gewenste pgb.

1.

Bij de bepaling van de hoogte van het pgb wordt mede aandacht besteed aan een door de cliënt in te dienen plan inzake het door hem gewenste pgb.

2.

3.

4.

Het pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. Het pgb wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.

2.

De hoogte van het pgb wordt afgesteld op de laagste prijs die het college verschuldigd is voor de corresponderende voorziening in natura.

4.

De hoogte van het pgb wordt afgesteld op de laagste prijs die het college verschuldigd is voor de corresponderende voorziening in natura.

5.

De hoogte van het pgb-tarief voor de inkoop van formele ondersteuning voor begeleiding in groepsverband, begeleiding individueel, hulp bij het huishouden en kortdurend verblijf is maximaal 90% van de kostprijs voor zorg in natura.

3.

Het pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. Het pgb wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.

Artikel 32. De hoogte van het pgb ingeval van Artikel 32. De hoogte van het pgb ingeval van inzet door een persoon die behoort inzet door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk tot het sociaal netwerk Als de maatschappelijke ondersteuning, zijnde begeleiding en hulp bij het huishouden, wordt geboden door een persoon die behoort tot het sociale netwerk dan wordt het pgb gebaseerd op het wettelijk minimumloon.

De hoogte van het pgb ingeval van inzet door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk 1. De hoogte van het pgb ingeval van inzet door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk voor hulp bij het huishouden is gebaseerd op het geldende CAO VVT loon (hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden FWG 15) van de geldende CAO VVT. 2. Het minimale opleidingsniveau voor lid 1 is mbo niveau 1 diploma. 3. Het pgb sociaal netwerk hulp bij het huishouden wordt afgewezen als de kosten daarvoor hoger zijn dan een vergelijkbare voorziening in natura (goedkoopst compenserend)

4. De hoogte van het pgb ingeval van inzet door een persoon die behoort tot het sociaal netwerk voor begeleiding is gebaseerd op het geldende coa VVT loon (hoogste periodiek behorende bij FWG 30 (‘ondersteunend begeleider’)) van de geldende cao VVT. 5. Het minimale opleidingsniveau voor lid 4 is mbo niveau 2 diploma. 6. Het pgb sociaal netwerk begeleiding wordt afgewezen als de kosten daarvoor hoger zijn dan een vergelijkbare voorziening in natura (goedkoopst compenserend). Artikel 36. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en financiële tegemoetkoming en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Artikel 36. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, pgb’s en financiële tegemoetkoming en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, een pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, met als maximum de kostprijs.

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, een pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, met als maximum de kostprijs.

2. Het bericht aan de aanbieder waarin het daadwerkelijk starten van de zorg wordt aangekondigd wordt beschouwd als de ingangsdatum van de bijdrage in de kosten.

2. Het bericht aan de aanbieder waarin het daadwerkelijk starten van de zorg wordt aangekondigd wordt beschouwd als de ingangsdatum van de bijdrage in de kosten.

3. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening, waarvoor een duurzame hulpverleningsrelatie bestaat, zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Hiervoor geldt het abonnementstarief. Vooralsnog zijn er geen (door de gemeente geïnitieerde) algemene voorzieningen aangewezen.

3. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening, waarvoor een duurzame hulpverleningsrelatie bestaat, zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. Hiervoor geldt het abonnementstarief. Vooralsnog zijn er geen (door de gemeente geïnitieerde) algemene voorzieningen aangewezen.

4. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb of financiële tegemoetkoming en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten samen.

4. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb of financiële tegemoetkoming en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het landelijk vastgestelde bedrag voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten samen.

5. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,18 per kilometer.

5. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,20 per kilometer.

6. Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd indien: a. het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van een woningaanpassing in algemene ruimten; b. het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van aanpassingen aan eerder verstrekte woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen; c. een maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een rolstoel; d. sprake is van een collectieve voorziening, bijvoorbeeld een poolvoorziening zoals een scootmobielpool, een driewielfietsof duofietspool.

6. Geen bijdrage in de kosten is verschuldigd indien: a. het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van een woningaanpassing in algemene ruimten; b. het resultaat behaald kan worden door een voorziening in de vorm van aanpassingen aan eerder verstrekte woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen; c. een maatwerkvoorziening is verstrekt in de vorm van een rolstoel; d. sprake is van een collectieve voorziening, bijvoorbeeld een poolvoorziening zoals een scootmobielpool, een driewielfietsof duofietspool.

7. De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb of financiële tegemoetkoming is verschuldigd zolang de hierna volgende afschrijvingstermijnen niet zijn verstreken: a. zeven jaar voor vervoersvoorzieningen in de vorm van een autoaanpassing; b. zeven jaar voor roerende woonhulpmiddelen; c. tien jaar voor woningaanpassingen, niet zijnde een aanbouw; d. vijftien jaar voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw; e. drie jaar voor een sportvoorziening.

7. De bijdrage in de kosten voor een voorziening in de vorm van een pgb of financiële tegemoetkoming is verschuldigd zolang de hierna volgende afschrijvingstermijnen niet zijn verstreken: a. zeven jaar voor vervoersvoorzieningen in de vorm van een autoaanpassing; b. zeven jaar voor roerende woonhulpmiddelen; c. tien jaar voor woningaanpassingen, niet zijnde een aanbouw; d. vijftien jaar voor een woningaanpassing in de vorm van een aanbouw; e. drie jaar voor een sportvoorziening.

8. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

8. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

9. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom en het dienstverleningstarief); c. maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom); d. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

9. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom en het dienstverleningstarief); c. maatwerkvoorziening in de vorm van een woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling (bruikleen of eigendom); d. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.

10. De bijdrage wordt door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.

10. De bijdrage wordt door het Centraal administratie kantoor (CAK) vastgesteld en geïnd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=ae88f1a5-bd08-4aa2-9d65-7f2449c226f8