Visie op Inwonersparticipatie incl bijlagen
Tekst van het document
In aanvulling op deze bestaande activiteiten gaan we vanaf het najaar 2022 ook onderzoeken uitvoeren in het kader van Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) en starten we in 2024 gesprekken met jongeren over de invulling van hun vrije tijd en hun mentale welbevinden.
26
6. Wat werkt (niet) bij jeugdparticipatie 6.1 Hoe hebben we de verkenning gedaan In de afgelopen maanden hebben we op diverse manieren verkend wat werkt en wat niet werkt bij jeugdparticipatie. Onderstaand plaatje laat zien wat we hebben gedaan.
Daarnaast wisselen we kennis uit met omliggende gemeenten (Heerenveen, Opsterland, Weststellingwerf, Smallingerland). Ten eerste hoeven we zo niet alleen het wiel uit te vinden. Ten tweede gaan niet alle jongeren naar school in onze gemeente. We willen daarom samenwerken om deze leerlingen wel te bereiken. 6.2 Onze huidige instrumenten jeugdparticipatie Quests and chats. Op dit moment vullen per quests and chat-sessie gemiddeld 140 jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar de vragenlijsten in. Dit betreft zowel leerlingen van het vmbo als leerlingen van havo, vwo en mbo-klassen. We werven deze jongeren per keer via de scholen en het jongerenwerk. Na de quests (vragenlijsten) doen gemiddeld 6 jongeren actief mee aan de verdiepende (online) chatsessie. We zien dat korte vragenlijsten wel werken voor concrete onderwerpen waar jongeren zich in hun dagelijks leven iets bij voor kunnen stellen. Onze ervaring met de verdiepende chats is dat deze weinig mogelijkheden bieden om goed door te vragen. Ook is het redelijk bewerkelijk om bij elke uitvraag opnieuw jongeren te stimuleren om een vragenlijst in te vullen. Invullen onder schooltijd in de klas is geprobeerd, maar leidt vaak tot gehaast en soms met ‘onzin-antwoorden’ ingevulde vragenlijsten. Dan is de respons wel hoog, maar heb je weinig aan de antwoorden. Evenenementen en vlogs.
Eens in de twee jaar organiseren we een evenement van en voor leerlingen van de middelbare school leeftijd rond een of meer specifieke thema’s. Jongeren krijgen van te voren gastlessen over de thema’s en ze leren hoe je een goede vlog maakt. Daarna gaan ze zelf met de thema’s aan de slag. Via vlogs brengen ze verslag uit over hun visie. Deze laten ze zien tijdens een afsluitend evenement, waar jongeren zelf, leerkrachten, ouders, raadsleden en evt anderen voor worden uitgenodigd. Op basis daarvan gaan ze met elkaar in gesprek en kunnen er concrete aanbevelingen of acties uit voort komen.
27
Dit is een aansprekende vorm waarin gesprek tussen en met jongeren goed uit de verf komt. Het is eenmalig en relatief kostbaar. Het vraagt van scholen ook het nodige. Verder staat of valt het met de goede vraagstelling en het commitment van betrokkenen om daadwerkelijk iets met de bevindingen te doen. Groep LHBTIQ+. Dit is een groep jongeren die zich inzet voor meer begrip voor jongeren uit de LHBTIQ+ community. Ook is het een plek waar jongeren uit deze community elkaar ontmoeten en samen dingen ondernemen. Het jongerenwerk van Scala Welzijn begeleidt deze groep. In de afgelopen tijd groeide deze groep en namen ze diverse initiatieven, bijvoorbeeld rondom Paarse Vrijdag. Contacten met mensen die veel met jeugd werken. Via contacten met (sport)verenigingen, plaatselijke belangen, scholen, huisartsen, buurtsportcoaches, zorgaanbieders, gebiedsteam, leerplichtambtenaar, oudejaarsploegen et cetera horen we regelmatig wat er onder de jeugd speelt, waar ze tegenaan lopen en welke ideeën en wensen ze hebben. Dit is niet gestructureerd, maar levert wel bruikbare informatie op. Het heeft vooral een signaalfunctie. We gebruiken het niet om de mening van jongeren over een specifiek onderwerp te peilen. Inschatting is dat dit op incidentele basis misschien wel eens zou kunnen, maar we kunnen niet verwachten dat deze partijen zich daar regelmatig mee bezig gaan houden. Jongerenwerkers.
Door regelmatig contact met jongerenwerkers krijgen we signalen (zie hierboven). Daarnaast staan jongerenwerkers er voor open om specifieke onderwerpen te bespreken met jongeren. Dit biedt de mogelijkheid om jongeren 1 op 1 of in een klein groepje te bevragen over een onderwerp dat hen direct aangaat. Het jongerenwerk heeft een netwerk van jongeren en organiseert veel. Hier doen (ook) jongeren in een kwetsbare positie aan mee, waardoor zij per onderwerp op zoek kunnen naar jongeren die zelf ervaring hebben met een bepaald thema of voor wie dat op dat moment speelt. Jongerenwerkers hebben het vertrouwen van deze jongeren, waardoor jongeren desgevraagd sneller bereid zijn om ook over gevoelige thema’s hun mening te geven, eventueel 1 op 1. Op dit moment maken we hier incidenteel gebruik van. Structurele (uitgebreide) periodieke onderzoeken. De GGD doet eens in de vier jaar onderzoek onder jongeren over diverse thema’s die met (positieve) gezondheid te maken hebben. Van mentale gezondheid tot beweeggedrag of het gebruik van alcohol. Deze onderzoeken vinden landelijk steeds op dezelfde manier plaats, waardoor vergelijking met andere gemeenten mogelijk is. De GGD rapporteert per deel van onze gemeente (dus uitsplitsing resultaten per regio, waarbij een regio bestaat uit een paar dorpen).
Hierdoor worden trends zichtbaar en zien we waar extra aandacht nodig is en waar het juist goed gaat. De kindmonitor (tot 12 jaar) wordt ingevuld door ouders. De jeugdmonitor (vanaf 13 jaar) wordt ingevuld door jongeren zelf en is dus een vorm van jeugdparticipatie. Overig. Naast deze instrumenten zetten we incidenteel andere methoden in om de mening van jongeren of kinderen te horen. Meestal gaat het om korte gesprekjes over een specifiek onderwerp. Geen jeugdparticipatie, maar wel relevant. De Adviesraad Sociaal Domein geeft ons gevraagd en ongevraagd advies over onder andere jeugdbeleid en jeugdhulp. In de Adviesraad zitten geen jongeren, dus we hebben op dit moment geen jongeren die ons specifiek advies geven over hoe we de (preventieve) jeugdhulp zo goed mogelijk kunnen afstemmen op de wensen en behoeften van jeugdigen. Wel leggen de leden van de adviesraad hun oor te luister in de lokale samenleving en benaderen sommige inwoners hen om een onderwerp aan te kaarten. Daarnaast doen we periodiek onderzoek naar de tevredenheid van ouders die bij ons gebiedsteam aanklopten met een vraag over hun 28
kind(eren). Dit is geen vorm van jeugdparticipatie, maar levert wel informatie op over de tevredenheid en de onderwerpen waarvoor ouders bij ons aankloppen. 6.2 Wat zijn de do’s en don’ts bij jeugdparticipatie Op basis van de verkenning kunnen we zeggen wat –los van de instrumenten die we nu inzetten voor jeugdparticipatie- belangrijk is voor geslaagde jeugdparticipatie en wat minder goed werkt. Onderstaande samenvatting is gebaseerd op uitspraken van jongeren zelf, op basis van onderzoeken van onder andere het NJi20 en de andere bronnen zoals vermeld in paragraaf 6.1. Onderwerpen • Vraag jeugdigen21 alleen mee te denken over onderwerpen die hen écht aangaan en waar zij zich iets bij voor kunnen stellen. Hoe concreter, hoe beter. Bovendien zijn jeugdigen van nature niet zo bezig met de lange termijn. Dus probeer je vraag te vertalen naar het nu. • Speel in op wat er leeft onder de jeugd. Vraag hun mening niet over onderwerpen die zij (hoe onterecht soms ook in de ogen van volwassenen/beleidsambtenaren) niet interessant vinden. Houding • Het succes van jeugdparticipatie in gemeenten hangt grotendeels af van het draagvlak dat ervoor bestaat in de raad en binnen de gemeentelijke organisatie. Zijn we écht bereid te luisteren, jeugdigen serieus te nemen en (snel) iets te doen met hun inbreng.
Als deze houding er niet is (en het gesprek ‘voor de bühne’ plaatsvindt), heeft participatie een averechts effect en leidt het tot frustratie en tijdsverlies aan beide kanten. • Overlaad jeugdigen niet met complimenten over een idee of over hun aanwezigheid, alleen omdat ze jong zijn. Neem ze serieus. ‘Besluitvormers geven ons nu vaak het gevoel dat ze altijd beter weten hoe het echt zit. Zij hebben volop belangstelling als we even mogen meepraten en er een foto wordt gemaakt. Zij prijzen ons om onze creatieve ideeën. Maar als we de deur uit zijn, verdwijnen die vaak in de prullenbak. Want eigenlijk zaten ze niet te wachten op onverwachte meningen.’ Koen Tuin, bestuurslid Nationale Jeugdraad. Uit: Handreiking duurzame jongerenparticipatie. Op weg naar een structurele dialoog tussen besluitvormers en jongeren. NJi, 2021. Proces en vorm • Er bestaat niet één beste of ultieme vorm van jeugdparticipatie. Belangrijk is dat de vorm past bij het kind, de jongere en de situatie. In de ene situatie vragen we alleen naar iemands mening (bv vragenlijst quests and chats), in de andere situatie werkt een jeugdige mee aan een oplossing (bv LHBTIQ+ groep). De één blijft het liefst anoniem en wil meerkeuzevragen beantwoorden, de ander wil wel meedoen aan een panelgesprek. Je zult dus (net als bij volwassenen) altijd meerdere instrumenten moeten inzetten als je een compleet beeld wilt krijgen.
• Succesvol jeugdparticipatie organiseren is niet iets wat je 'erbij' doet. Het vraagt om het opbouwen van netwerken en vertrouwen. Dit vraagt tijd (en dus geld). • Informeer jeugdigen goed, zorg dat onderlinge verwachtingen duidelijk zijn. • Bij jeugdigen gaat het om snelheid. Als er veel tijd zit tussen de ‘uitvraag’ en een bericht over wat we er mee doen en/of waar het toe leidt, haken jeugdigen af. Maar ook; snel reageren. En een participatieproces niet te lang maken. Hou het tempo er in. 20 Handreiking duurzame jongerenparticipatie. Op weg naar een structurele dialoog tussen
besluitvormers en jongeren. NJi, 2021. 21 Met jeugdigen bedoelen we kinderen en jongeren tot en met 23 jaar.
29
• • •
•
Begin niet aan een participatieproces als je niet zichtbaar kan maken wat er met de inbreng van jeugdigen gaat doen. Spreek van te voren af hoe je ze laat weten wat je met hun inbreng hebt gedaan en wat dit oplevert. Sluit aan bij hoe jeugdigen met elkaar praten. Een formele setting (vergadering) is over het algemeen niet wat hen aanspreekt. Jeugdigen hebben het druk, leven over het algemeen met de dag en houden doorgaans niet van heel lang van te voren een afspraak vastleggen. Hou hier rekening mee. Wees flexibel wanneer zij hun inbreng kunnen geven en pin ze zo weinig mogelijk vast op één moment. Gebruik kanalen die jeugdigen gewend zijn te gebruiken. Denk aan TikTok, Instagram of Whatsapp.
Veiligheid • Maak gebruik van mensen die al contact met (diverse groepen) kinderen en jongeren hebben, die ze kennen en die zij vertrouwen. Denk aan de jeugdtrainer bij sport, de overblijfouder, de leerkracht, de cliëntenraad of de jongerenwerker. Als zij vragen stellen, gaan jongeren doorgaans makkelijker in gesprek dan in een groep en/of met een ‘vreemde’. • Gebruik bestaande organisaties en spelers in je gemeente om zoveel mogelijk • diverse jongeren te bereiken. • Ga naar allerlei plekken in de gemeente waar ze aanwezig zijn, zowel online als offline. • Hou rekening met groepsdynamiek. Sommige jongeren voelen zich in een groep niet op hun gemak om hun mening te geven. Ook niet in de klas met kinderen/jongeren die ze kennen. Locatie • Kom naar de plekken toe waar jeugdigen zijn in plaats van hen te vragen naar jou toe te komen. Ga dus langs bij de soos, de knutselclub, de voetbalvereniging of de scholen. Ook de MBO-scholen. Zorg dat je ook gebruik maakt van de online plekken waar jongeren zijn. • Maak zo mogelijk gebruik van schooltijd. Daar waar jongeren al zijn, is de kans groter dat ze een vragenlijst invullen of even met je in gesprek willen. Maar hou rekening met (on)veiligheid in een groep, dus organiseer niet standaard iets in de klas, zeker niet als het om gevoelige onderwerpen gaat (zie veiligheid).
Representativiteit • Participatie hoeft dan niet altijd groots of formeel te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een leerkracht die vraagt aan leerlingen wat ze van zijn lessen vinden. Of aan een jongerenwerker die met een aantal jongeren in gesprek gaat over een bepaald onderwerp. Dat levert soms meer en ‘rijkere’ op dan 100 ingevulde vragenlijsten. • Zorg dat je een diversiteit aan kinderen / jongeren vraagt. Dit is vaak belangrijker om een goed beeld te krijgen van hun mening en ideeën dan de hoeveelheid jongeren die je bevraagt. En verder… • Als jongeren studiepunten, eten of een vergoeding krijgen, zijn jongeren eerder bereid tijd te nemen voor een bijeenkomst of een vragenlijst. • Daag jongeren uit door winacties. Bv door mee te doen maken ze kans op winacties zoals een cadeaubon voor de supermarkt of een dagje naar een pretpark.
30
6.3 Specifiek over een jeugdraad en een kinderburgemeester Een jeugdraad of een kinderburgemeester (meestal in samenhang met een kinderraad) heeft doorgaans twee functies: a) kennismaken met de gemeenteraad, participatie, democratie en burgerschap en b) advies geven en ideeën aandragen zodat jongeren/kinderen en de gemeenteraad samen vormgeven aan onderwerpen die voor jongeren/kinderen direct van belang zijn. Oplossingen kunnen daardoor innovatiever en duurzamer en iedereen voelt zich zowel nu als later betrokken. We vroegen een aantal gemeenten die een jeugdraad22 hebben naar hun ervaringen. Ook vroegen we jongeren of zij een jeugdraad een goed idee zouden vinden. En we spraken met kinderen en jongeren die zelf in een kinder- of jeugdraad zitten of kinderburgemeester zijn. Ook vroegen we de mening van de jongerenwerkers van Scala welke kansen zij zien voor een eventuele jongerenraad in onze gemeente. 6.3.1 Jongerenraad (middelbare school leeftijd) Ervaringen elders en in Ooststellingwerf Doel. In navolging van het Internationale Verdrag Inzake de Rechten van het Kind (1990) richtten vele Nederlandse gemeenten een jongerenraad op. Zo’n raad heeft doorgaans als doel jongeren te betrekken bij onderwerpen die hen direct aangaan. Zoals speelmogelijkheden, mentale gezondheid of voorzieningen voor jongeren.
Soms kunnen jongerenraden ook zelf thema’s aandragen die zij belangrijk vinden. Met de invoering van de nieuwe Jeugdwet in 2015 richten sommige jongerenraden zich ook specifiek op de manier waarop de uitvoering van jeugdhulp goed kan aansluiten bij behoeften van jongeren. Soms heeft een jongerenraad in de praktijk minder impact op de inhoudelijke besluitvorming, maar is het vooral een plek waar jongeren ‘burgerschapscompetenties’ aanleren zoals het formuleren van een mening, het horen van meningen van anderen en het op basis van deze uitwisseling formuleren van een gezamenlijk perspectief. Vorm. Jongerenraden komen doorgaans op geregelde tijden bij elkaar (meestal in het gemeentehuis) om te praten over deze thema’s en brengen daarover gevraagde en ongevraagde adviezen uit aan de gemeente. Deelname. Een raad bestaat uit zo’n vijf à vijftien jongeren in de leeftijd van vijftien tot twintig jaar met een Nederlandse culturele achtergrond. Aan een jongerenraad doen vaak jongeren mee die geïnteresseerd zijn in de politiek en/of in debatteren en waarvan een deel al mee doet bij andere participatiemethoden die de gemeente uitzet. Hun stem wordt in veel gevallen al gehoord, terwijl de moeilijker te bereiken groep jongeren niet of ondervertegenwoordigd is. Impact.
De manier waarop we besluitvorming organiseren en de doorlooptijd van processen kan erg belemmerend werken voor jongerenraden, waardoor de motivatie van jongeren kan wegzakken. De gemeenteraad blijft het beslissende orgaan en niet de jongeren. En besluiten moeten voldoen aan specifieke eisen waar jongeren niet aan gewend zijn (integraal, rekening houdend met vele belangen/wettelijke verantwoordelijkheden/budgettaire kaders,
22 Andere benamingen zijn een jongerenraad, jeugdgemeenteraad etc.
31
diverse gremia die er iets van moeten vinden voordat er een besluit is, alles in tekst uitschrijven). Thema’s. De ervaring leert dat jongeren over het algemeen maar beperkt geïnteresseerd zijn in gemeentelijke thema’s omdat deze voor hen abstract zijn en/of zij op deze thema’s op dit moment zelf geen probleem ervaren in hun dagelijks leven. Bijvoorbeeld duurzaamheid, een levendige gemeenschap, kansen om werk te vinden en woningbouwbeleid. In jongerenraden waarin jongeren zelf de agenda bepalen, speelt dit probleem niet. Daar speelt wel dat er soms niet snel genoeg concreet resultaat komt uit de vergaderingen, waardoor het risico bestaat dat kinderen en jongeren afhaken. Representativiteit. De meest gehoorde kritiek vanuit gemeenten is dat jongerenraden geen representatieve adviezen geven. Zij formuleren adviezen gebaseerd op persoonlijke wensen en behoeften van de jongeren die in de jongerenraad zitten. Met andere woorden de jongeren onderhouden weinig contact met de jongeren die zij vertegenwoordigen. Hierdoor klinkt de stem van de ‘achterban’ niet door in de uitgebrachte adviezen. ‘Veel gemeenten kiezen ervoor om een jongerenraad in te stellen, vaak op verzoek van de raad of het college. Deze vorm kan effectief zijn, mits de jongeren in zo’n raad een afspiegeling zijn van de doelgroep voor het vraagstuk dat zij voorgelegd krijgen door de gemeente.
Of als zij in staat zijn die doelgroep(en) actief te betrekken en de opgehaalde ervaringskennis in te brengen. Nadeel van een structurele jongerenraad, - doorgaans sterk gericht op meedenken en beleid beïnvloeden – is dat die vaak een bepaald type jongere aantrekt: de goedgebekte jongere die vaardig is en het leuk vindt om mee te denken en in gesprek te gaan met de gemeente.’ Uit: Tijd om te gaan doen wat werkt bij jongerenparticipatie. Movisie, 2020. Opbrengst voor deelnemende jongeren. Ondanks dat jongerenraden regelmatig nietrepresentatieve adviezen uitbrengen vinden sommige jongeren die in een jongerenraad zitten het wel leuk om aan een jongerenraad deel te nemen en leren ze er ook van. Continuïteit en begeleiding. We hoorden van diverse gemeenten dat het soms ingewikkeld en tijdrovend is om jeugd meerdere keren per jaar te laten vergaderen. Het regelen met de scholen, het motiveren en gemotiveerd houden van leerlingen, het werven van nieuwe leerlingen als anderen om wat voor reden dan ook afhaken, het inpassen in het lesprogramma op school etcetera maken het tijdrovend en daarmee kostbaar voor zowel griffie als de scholen. Er is dus echt commitment en ureninzet nodig. Dit is herkenbaar; in 2008 was er in onze gemeente ook een jeugdraad. Zij wilden gevraagd en ongevraagd advies geven over verschillende zaken.
Deze jeugdraad werd opgeheven omdat er geen jongeren meer waren die er in wilden meedoen. In sommige andere gemeenten heeft de jeugdraad zelf verzocht om te stoppen en voorgesteld te zoeken naar andere mogelijkheden om jongeren bij de lokale politiek te betrekken, bijvoorbeeld door middel van polls via social media.
32
Kansen / aangedragen adviezen De mensen die we spraken (zie het plaatje in paragraaf 6.1) zien diverse kansen voor jeugdparticipatie. 1. Jongeren in de jongerenraad vragen en helpen om actief contact te maken met hun ‘achterban’. Hierdoor kunnen zij meer representatieve adviezen geven. Sommige jongeren die nu in een jongerenraad zitten, zien hiervoor wel kansen. Dat kan door meer contact te zoeken met andere jongeren. Bijvoorbeeld via social media en whatsapp groepen. Ook via scholen kunnen zij contact maken met hun ‘achterban’. Niet alle jongeren voelen hiervoor, maar sommigen wel. Dit gaat hun dan wel meer tijd kosten dan alleen deelnemen aan een jongerenraad. En het vraagt wat van hun communicatieve vaardigheden. En extra moeite om op een zorgvuldige manier de mening te peilen van de (grote) groep jongeren die zich niet uit zichzelf melden. 2. Intensieve begeleiding van een jongerenraad waardoor het beter loopt en leuk is. Jongeren in een jongerenraad hebben een begeleider nodig die makkelijk benaderbaar is, die structuur biedt, die contact maakt en vertrouwen geeft, die om kan gaan met groepsdynamiek, die het goede voorbeeld geeft op het moment dat ze niet weten hoe ze iets aan moeten pakken en hen op andere momenten vrijlaat omdat ze het zelf wel lukt. Dit helpt om te voorkomen dat het bij veel vergaderen blijft.
Met weinig concreet resultaat en afhakende jongeren als gevolg. 3. Alternatieve vormen van jeugdparticipatie. Uit onze verkenning blijkt dat jeugdigen een mix van digitale en fysieke participatiemethoden geschikt vinden. Korte vragenlijsten vinden zij een prima en efficiënt middel voor concrete vragen. Daarnaast staan jongeren open voor fysieke bijeenkomsten als we dit combineren met samen iets doen en/of eten. En uiteraard moet het onderwerp hen aanspreken. Jongeren willen meedenken over onderwerpen die zo concreet mogelijk zijn en die zij op dat moment voor zichzelf relevant vinden. Ook willen sommigen zelf onderwerpen aankaarten. Er is ook een groep die aangeeft niet mee te willen denken. Er zijn diverse gemeenten die hier op inspelen door alternatieve vormen te kiezen voor een jongerenraad die vergadert. Zij organiseren bijvoorbeeld een activiteit voor jongeren en koppelen hier gesprekken aan rond specifieke thema’s. Zo is er meer diversiteit in de deelnemers en is de drempel voor jongeren lager om mee te doen. Ook zijn er gemeenten die werken met verschillende (tijdelijke) werkgroepen rondom thema’s die op dat moment spelen. Per keer werven deze gemeenten jongeren om advies te geven over een specifiek thema. Naarmate er meer jongeren een keer meedoen, kan de community van jongeren groeien.
Jongeren worden het meest beïnvloed door elkaar, ze kunnen elkaar enthousiasmeren en ondersteunen. 6.3.2
Kinderburgemeester en kinderraad (basisschool leeftijd)
Vorm. Een kinderburgemeester wordt zelden alléén ingezet, maar meestal samen met een kinderraad. Dat kunnen we moeilijk los van elkaar zien. Vaak gaat een kinderraad hand in hand met activiteiten. Samen spelen, samen iets ondernemen. Dit vraagt ureninzet. Doel. Een kinderraad heeft doorgaans twee functies: a) kennismaken met de gemeenteraad, participatie, democratie en burgerschap en b) advies geven en ideeën aandragen. 33
Impact. Soms hebben de kindermeester en de kinderraad in de praktijk een ‘decoratie’functie. Dat wil zeggen: zij hebben geen budget en ook geen zeggenschap. In deze gevallen zijn zij een boegbeeld/uithangbord. Ze mogen bijvoorbeeld een nieuwe speeltuin openen. Echt invloed heeft de kinderburgemeester of de kinderraad dan niet. Voor het overige gelden grotendeels dezelfde ervaringen en kansen zoals genoemd bij de jongerenraad. 7. Hoe verder Op basis van bovenstaande bevindingen en onze doelen met inwonersparticipatie doen we in de notitie Inwonersparticipatie voorstellen over hoe we jeugdparticipatie in onze gemeente vorm willen gaan geven. Deze notitie staat voor juni 2023 op de agenda.
34
Bijlage 5. Mening diverse partijen over inwonersparticipatie Bij het maken van deze visie hebben diverse partijen om hun mening gevraagd over inwonersparticipatie. Deze resultaten zijn al eerder gedeeld, vandaar dat we ze hier niet herhalen. De belangrijkste zijn: • Inwonerspanel. Resultaten zijn te vinden op https://panelinwoners.nl/ooststellingwerf/ • Thema-avond 13 december 2022 met gemeenteraadsleden incl panelgesprek met experts, jongerenwerkers, jongeren en volwassen inwoners. Zie ibabs. • Enquete gemeenteraad (december 2022). Uitkomsten zijn eerder gedeeld en te vinden op ibabs, thema-avond 13 december 2022. • Enquetes en gesprekken met kinderen, jongeren, experts en jongerenwerkers over jeugdparticipatie en deskresearch jeugdparticipatie (zie bijlage 4).
35