RV vaststellen BP woningbouw Herenweg te donkerbroek
Tekst van het document
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp
: : :
Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: :
Ruimte Vaststellen bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek M. Bos/W.Buijs 0085103986
Datum collegevergadering 17 mei 2022
Voorgesteld besluit 1. In te stemmen met de beantwoording van de binnengekomen zienswijzen, zoals verwoord in de Nota van zienswijzen (d.d. 12 december 2017) en het daaraan toegevoegde addendum (d.d. 10 mei 2022); 2. Het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ gewijzigd vast te stellen; 3. Geen exploitatieplan op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen;
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding Op 30 juni 2020 heeft het college een besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ genomen. Op diezelfde datum heeft uw raad het betreffende bestemmingsplan (bij amendement) vastgesteld. Tegen beide besluiten is beroep ingesteld. Op 2 maart jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: AbRvS) uitspraak gedaan in het beroep op beide zaken. Op 8 maart jl. heeft u daarover een mededeling (nummer 201) ontvangen (zie bijlage 1)1. Het beroep tegen het besluit hogere waarden is ongegrond verklaard; dat besluit staat in rechte vast. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan is wegens een motiveringsgebrek vernietigd. In de uitspraak is een termijn van 20 weken gegeven voor het nemen van een nieuw vaststellingsbesluit. Dat duidt er op dat het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure niet aangewezen wordt geacht (daar staan 26 weken voor). Bovendien wordt enkel een motiveringsgebrek hersteld. Vanwege de vernietiging van het vaststellingsbesluit van 30 juni 2020, dient het besluit tot vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan in zijn geheel opnieuw genomen te worden. Dit betekent dat uw raad wordt voorgesteld in te stemmen met de nota van zienswijzen, het bestemmingsplan vast te stellen en geen exploitatieplan vast te stellen.
Door u nu dit besluit voor te leggen, wordt binnen de 20 weken termijn voldaan aan de opdracht van de AbRvS aan de gemeenteraad om het motiveringsgebrek t.a.v. het geuronderzoek te herstellen.
Argumenten 1.1. De ingediende zienswijzen leiden tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingplan. Omdat de vaststelling van het voorliggende bestemmingsplan in zijn geheel opnieuw moet worden gedaan, wordt ook de instemming met de nota van zienswijzen opnieuw aan u voorgelegd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 27 juli tot en met 6 september 2017 ter inzage gelegen, waarbij de mogelijkheid is geboden om zienswijzen naar voren te brengen. Er zijn tien zienswijzen ingediend. De zienswijzen leiden tot een aantal voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Wij verwijzen u hiervoor naar de Nota van zienswijzen (bijlage 2). 1 In de mededeling aan uw raad is aangegeven dat de uitspraak van 2 maart 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:653) een
tussenuitspraak betreft. Bij nader inzien blijkt dit niet het geval; het betreft een einduitspraak. Dat doet niet af aan de inhoudelijke opdracht die de Raad van State heeft gegeven en ook niet aan de termijnen. In de einduitspraak heeft de Raad van State het bestemmingsplan in zijn geheel vernietigd; dit was ook in de mededeling opgenomen. Deze vernietiging heeft te maken met de aard van het motiveringsgebrek; dat ziet namelijk alleen op een gebrek in het geuronderzoek. Vernietiging van een plandeel – van dit kleine postzegel-bestemmingsplan – of van een planregel was voor de Raad van State daarom niet mogelijk. De procedure is dan ook ten einde gekomen. De gemeenteraad moet evenwel een nieuw besluit nemen, namelijk een vaststellingbesluit van het gehele bestemmingsplan, waarbij er een nieuw geuronderzoek en een nieuwe ruimtelijke motivering op dit onderdeel aan het plan toegevoegd moet worden. De Raad van State heeft hiertoe een termijn van 20 weken gegeven; dat duidt er op dat het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (hierna: UOV) niet aangewezen wordt geacht.
Het is vaste jurisprudentie van de AbRvS dat het, in geval van vernietiging van een besluit door de bestuursrechter, het bevoegd gezag in beginsel vrij staat om bij het opnieuw in de zaak voorzien terug te vallen op de procedure die aan het besluit ten grondslag lag, dan wel de gehele procedure opnieuw te doorlopen. Vanwege het enkele (motiverings)gebrek is het in deze procedure passend om terug te vallen op de eerdere procedure en niet opnieuw een ontwerpbesluit op te stellen en ter inzage te leggen. Dit nieuwe vaststellingsbesluit bevat t.o.v. het eerdere vaststellingsbesluit alleen wijzigingen van ondergeschikte aard die de raad, zonder dat de tegen het ontwerpplan ingediende zienswijzen daartoe aanleiding gaven, in het plan wil (of moet) doorvoeren. Het doorlopen van de UOV wordt daarom niet nodig geacht. De eisers in de beroepzaak worden niet in hun verdediging geschaad: zij kunnen beroep instellen tegen de nieuwe onderdelen (het aspect geur) van het nieuwe vaststellingsbesluit.
De wijzigingen hebben met name invloed op de landschappelijke inpassing. De openheid van de zichtlijn tussen de twee woningen is beter geborgd door dit de bestemming ‘Agrarisch’ te geven. Door het toevoegen van een agrarisch bestemmingsvlak, is ook in de Regels een extra bestemming toegevoegd. Met deze wijzigingen is de landschappelijke inpassing van de woningen en de karakteristiek van het landschap beter gewaarborgd. Addendum nota van zienswijzen Op de nota van zienswijzen van 12 december 2017 is een addendum geschreven (zie bijlage 3). Vanwege de uitspraak van de AbRvS van 2 maart jl. zijn in de toelichting op het (opnieuw) vast te stellen bestemmingsplan enkele wijzigingen doorgevoerd (zie argument 2.1). In aanvulling op de nota van zienswijzen wordt in het addendum een overzicht gegeven van de belangrijkste aanpassingen in de toelichting op het bestemmingsplan in relatie tot de zienswijzen. 2.1. Met dit besluit wordt tegemoet gekomen aan de opdracht van de AbRvS van 2 maart jl. Met de uitspraak van de AbRvS van 2 maart jl. krijgt de gemeenteraad de opdracht, met inachtneming van de uitspraak, een nieuw vaststellingbesluit van het gehele bestemmingsplan (zie bijlage 4) te nemen. Kort samengevat dient er een nieuw geuronderzoek en een nieuwe ruimtelijke motivering op dit onderdeel aan het plan toegevoegd te worden.
Daarbij dient ook aandacht besteed te worden aan de memo van De Roever (d.d. 22 mei 2019)2, omdat de inhoud van deze memo ten tijde van de vaststelling van het plan op 30 juni 2020 bij de raad bekend was en uit het geuronderzoek niet blijkt in hoeverre daarmee rekening is gehouden bij de keuze om aansluiting te zoeken bij de normen van de geurverordening en evenmin waarom de kritiek van De Roever niet zou opgaan, aldus de AbRvS. Zie bijlage 5 voor de memo van De Roever. Het nu voorliggende bestemmingsplan is gelijk aan het vastgestelde bestemmingsplan van 30 juni 2020, met dien verstande dat de volgende onderdelen zijn aangevuld/aangepast om aan de opdracht van de AbRvS te voldoen: - Er is een nieuw geuronderzoek gedaan, waarbij tevens is ingegaan op het rapport van De Roever (zie de bijlage bij de toelichting op het bestemmingsplan, bijlage 4) - De toelichting op het bestemmingsplan is op onderdelen aangepast, waaronder paragraaf 2.2 provinciale regelgeving, in paragraaf 2.3 is het gemeentelijk beleid geactualiseerd naar de woon(zorg)visie en het onderdeel ‘geur’ uit paragraaf 4.2 is aangepast n.a.v. het nieuwe onderzoek. - Ook met dit nieuwe onderzoek kan de raad redelijkerwijs oordelen dat voor wat betreft geur sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Het bestemmingsplan wordt gewijzigd vastgesteld, omdat de regels en verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan zijn gewijzigd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan door de ingediende zienswijzen.
2 De memo van De Roever is in opdracht van het gemeentebestuur van Ooststellingwerf opgesteld. Het
gemeentebestuur heeft De Roever verzocht om een beoordeling van de geurgebiedsvisie en de geurverordening op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (hierna Wgv). In de memo van De Roever staat dat de beoordeling van geurhinder in de geurvisie ten onrechte op basis van de waarden voorconcentratiegebieden is gedaan en dat de berekening slechts voor achtergrondwaarden van de geurbelasting is uitgevoerd. Een berekening voor voorgrondwaarden ontbreekt. De beoordeling is hierdoor niet onderbouwd, aldus de memo. Ook is volgens De Roever de berekeningswijze niet helder en zijn de invoergegevens niet weergegeven. Daarnaast staat in de memo van De Roever dat het de vraag is of met de gebiedsvisie de geursituatie is beschreven en dat de geursituatie en het niveau van bescherming van het milieu onjuist zijn beschreven. Dit maakt volgens De Roever dat bij het vaststellen van de geurverordening niet is voldaan aan de Wgv.
2.2. Met dit besluit wordt tegemoet gekomen aan het besluit van uw raad woningbouw op deze plek toe te staan Uw raad heeft op 30 juni 2020 bij amendement besloten het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ vast te stellen. In lijn met uw besluit voor woningbouw op de genoemde locatie, wordt dit bestemmingsplan ter vaststelling aan u voorgelegd. 3.1. Het kostenverhaal is anders verzekerd Een exploitatieplan is alleen noodzakelijk in het geval de gemeente kosten maakt die niet voor haar rekening moeten blijven. Er hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld, omdat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Er is een planschadeovereenkomst afgesloten tussen de gemeente Ooststellingwerf en de initiatiefnemer.
Kanttekeningen 1.1 De uitspraak van de AbRvS geeft aanleiding het geurbeleid en de geurverordening te herzien De uitspraak van de AbRvS, de memo van De Roever en het geuronderzoek van Noorman Bouw- en milieuadvies geeft aanleiding te overwegen het geurbeleid en de geurverordening te herzien. Uit de memo van De Roever (bijlage 2) blijkt dat ons geurbeleid Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en juridisch en inhoudelijk onjuist is. Dit wordt bevestigd door het nieuwe geuronderzoek dat door Noorman Bouw- en milieu-advies is gedaan ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan. Ook de AbRvS plaatst kanttekeningen bij de inhoud van de verordening. De AbRvS heeft de geurverordening niet onverbindend verklaard. Formeel vormt de geurverordening daarom nog wel het toetsingskader. Bij het beoordelen van de goede ruimtelijke ordening in het voorliggende ontwerp, wordt dan ook rekening gehouden met de norm uit de verordening. Voor de volledigheid is ook onderzocht of sprake is van een goede ruimtelijke ordening, mocht sprake zijn van de lagere, wettelijke norm; dat is het geval. Desondanks geeft de uitspraak wel aanleiding te overwegen het geurbeleid en de geurverordening te herzien.
Financiële toelichting -
Publicatie voor bekendmaking Op 30 juni 2020 heeft het college een besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ genomen. Op diezelfde datum heeft de raad het betreffende bestemmingsplan vastgesteld. Tegen beide besluiten is beroep ingesteld. Op 2 maart jl. heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:653) gedaan in het beroep op beide zaken. De vaststelling van het bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek d.d. 28 juni 2022 vloeit voort uit de uitspraak van 2 maart jl. van de Afdeling. Met de vaststelling van het bestemmingsplan wordt binnen de door de Afdeling opgelegde termijn van 20 weken een nieuw besluit genomen en wordt voldaan aan de opdracht van de Afdeling aan de gemeenteraad om het motiveringsgebrek t.a.v. het geuronderzoek te herstellen.
Vervolg Na de vaststelling van het bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek wordt het ter inzage gelegd gedurende zes weken. Tijdens deze termijn kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling
Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit beroep kan zich alleen richten tegen de nieuwe onderdelen (het aspect geur) van het nieuwe vaststellingsbesluit. Planning & communicatie Evaluatie -
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1. Mededeling aan de raad uitspraak beroep bestemmingsplan ‘woningbouw Herenweg te Donkerbroek’ en besluit hogere waarden 2. Nota van zienswijzen 3. Addendum op nota van zienswijzen. 4. Bestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek incl. bijlagen. 5. Memo De Roever d.d. 22 mei 2019. 6. Raadsbesluit vaststellen Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
Geheime stukken Geen