CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

RV+RB Verordening Hart voor de Jeugd Ooststellingwerf 2026

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Verordening Hart voor de Jeugd Ooststellingwerf 202610.605 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Overgang 18- naar 18+ Als een jeugdige van 16,5 jaar of ouder hulp op grond van de wet ontvangt en naar alle waarschijnlijkheid na het 18e levensjaar hulp of ondersteuning nodig heeft vanuit een ander wettelijk kader, dan is het college gehouden om: a. voor het 18e levensjaar zodanige hulp en ondersteuning te bieden dat de benodigde hulp en ondersteuning vanaf het achttiende levensjaar zo beperkt mogelijk kan zijn; en b. de continuïteit van hulp en ondersteuning te waarborgen voor zover dat nodig is.

HOOFDSTUK 8. HERZIENING, INTREKKING, TERUGVORDERING EN BESTRIJDING MISBRUIK Artikel 28. Inlichtingen 1. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouder(s) in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8.1.2, eerste lid, van de wet doen de jeugdige en/of de ouder(s) op verzoek of uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over een individuele voorziening. Artikel 29. Onderzoek naar recht- en doelmatigheid individuele voorzieningen in natura en in de vorm van pgb’s 1. Het college wijst een toezichthouder aan die belast is met het toezicht op de naleving van de rechtmatige uitvoering van de wet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van deze wet. 2. Het college onderzoekt met inachtneming van de paragrafen 6a en 6b, van de Regeling Jeugdwet de rechtmatigheid en doelmatigheid van individuele voorzieningen. 3. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. 4.

De toezichthouder is in ieder geval bevoegd om alle gegevens te vorderen die noodzakelijk zijn om te kunnen beoordelen of de ondersteuning voldoet aan de eisen zoals bedoeld in artikel 18 van deze verordening. 5. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder.

Artikel 30. Niet meewerken ouder(s) 1. De jeugdige en zijn ouder(s) zijn verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van jeugdhulp. 2. Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar oordeel van het college niet of onvoldoende meewerken, kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief. Dan kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken. Artikel 31. Intrekking, herziening, opschorting en terugvordering 1. Het college evalueert periodiek of er aanleiding is een beslissing aangaande een verstrekking van een individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb te heroverwegen. 2. Volgens artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing over een individuele voorziening herzien, intrekken, wijzigen of beëindigen als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouder(s) onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouder(s) niet langer op de individuele voorziening of het daarmee samenhangende pgb zijn aangewezen; c.

de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouder(s) niet voldoen aan de voorwaarden die zijn verbonden aan de individuele voorziening in natura of in de vorm van een pgb; of e. de jeugdige of zijn ouder(s) het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is. 3. Een beslissing tot verlening van pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. Een beslissing tot toekenning van een voorziening in natura kan worden ingetrokken als blijkt dat de jeugdige of zijn ouder(s) zich niet binnen zes maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder. 5. Als het college een beslissing op grond van artikel 31 het tweede lid, onderdeel a van deze verordening, heeft ingetrokken omdat onjuiste of onvolledige gegevens zijn gegeven, kan door het college geheel of gedeeltelijk het geld van de individuele voorziening of het pgb worden teruggevorderd. 6. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken, kan het college bij dwangbevel geheel of gedeeltelijk het ten onrechte ontvangen pgb invorderen. 7.

Het college kan, bij een gegrond vermoeden van een omstandigheid als bedoeld in het tweede lid onder a, d, e of f de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke onderbreking van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken.

HOOFDSTUK 9. WAARBORGEN VERHOUDING PRIJS EN KWALITEIT Artikel 32. Verhouding prijs en kwaliteit aanbieders jeugdhulp en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering 1. Het college baseert in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, op ten minste de volgende kostprijselementen: a. cliëntgebonden en niet-cliëntgebonden kosten van beroepskrachten; b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. redelijke toeslag voor overheadkosten; d. reis- en opleidingskosten; e. kosten voor indexering; f. kosten voor een voor de sector reële mate van niet-productieve uren van de beroepskracht als gevolg van ziekte, verlof, scholing en werkoverleg; g. het Friese kwaliteitskader Jeugdhulp zoals vastgesteld door de Friese gemeenten;

h. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders, waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 2. Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. 3. Het eerste en tweede lid gelden voor subsidies slechts voor zover zij worden verstrekt voor de daadwerkelijke verlening van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering aan jeugdigen of hun ouder(s) en de omvang van de subsidie direct of indirect wordt gebaseerd op de hoeveelheid verrichten diensten.

HOOFDSTUK 10. KLACHTEN EN MEDEZEGGENSCHAP Artikel 33. Klachtregeling Het college gebruikt voor de afhandeling van klachten van jeugdigen en ouder(s) die gaan over jeugdhulpvragen en aanvragen zoals bedoeld in deze verordening, de algemene klachtenregeling gemeente Ooststellingwerf. Artikel 34. Medezeggenschap Het college betrekt de jeugdige en de ouder(s) van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid over de jeugdhulp volgens de in artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels en Verordening Inwonersparticipatie en Inspraak Ooststellingwerf 2023.

HOOFDSTUK 11. SLOTBEPALINGEN Artikel 35. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de jeugdige of de ouder(s) afwijken van de bepalingen in deze verordening, wanneer toepassing van deze verordening, tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 36. Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende verordening. 2. Jeugdigen en ouder(s) houden hun recht op de lopende voorziening, verstrekt op grond van een eerdere Verordening Hart voor de Jeugd, tot de einddatum van de beschikking. Tenzij het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, is ingetrokken. 3. In de gevallen waarin de uitvoering van deze verordening en de hierop afgestemde regels niet voorzien, beslist het college. 4. Op bezwaarschriften tegen een besluit dat op grond van een eerdere Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf genomen is, wordt beslist op basis van Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026, in hoeverre de belanghebbende hierdoor niet materieel wordt benadeeld. 5. De Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2025 wordt ingetrokken. Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Hart voor de Jeugd gemeente Ooststellingwerf 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2025, De voorzitter, De griffier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=d802d250-3b17-4f10-9bc3-ec5bb05af275