RV + RB Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan Oost
Tekst van het document
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: : : : :
Ruimte Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan Uitgangspuntennotitie gebiedsdekkend omgevingsplan Jelke Nijboer/Walter Buijs
Z2025-00006923
Datum collegevergadering 20 januari 2026
Voorgesteld besluit 1. De notitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” vast te stellen.
Openbaar Ja, passief via openbaar verslag
Inleiding Het omgevingsplan is een nieuw (digitaal) plan waarin alle regels over de fysieke leefomgeving binnen de gemeente staan, bijvoorbeeld over bouwen, milieu, gezondheid, water, verkeer en groen. Met de invoering van de Omgevingswet heeft elke gemeente automatisch een tijdelijk omgevingsplan van rechtswege gekregen. Dit bestaat onder andere uit bestaande bestemmingsplannen en verordeningen. Dit tijdelijke omgevingsplan voldoet nog niet aan de eisen van de Omgevingswet. Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar één gebiedsdekkend omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Deze tijd hebben we ook hard nodig om deze grote opgave te kunnen volbrengen. Voor de omzetting naar een gebiedsdekkend omgevingsplan worden keuzes gemaakt die in de uitgangspuntennotitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” zijn uitgewerkt. Wat is de fysieke leefomgeving? Volgens de Omgevingswet omvat de fysieke leefomgeving in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur cultuurerfgoed en werelderfgoed. Het begrip ‘fysieke leefomgeving’ is dus niet sluitend gedefinieerd. Feitelijk omvat het begrip alles wat je om je heen ziet, voelt, ruikt en beleeft.
Welke keuzes worden gemaakt in de uitgangspuntennotitie? De keuzes in de uitgangspuntennotitie zijn opgedeeld in 5 categorieën, waarin we vooral op structuur, proces en juridische inhoud afwegingen hebben gemaakt: • Algemeen: Het is een nieuw proces. We spreken daarom vooraf uit dat voortschrijdend inzicht mogelijk is en we daarop gaan acteren. • Omzetstrategie: Om de transitiefase behapbaar te maken kiezen we voor een afgebakend project, waarin we op een beleidsluwe wijze per thema de bestaande regels gaan omzetten naar het gebiedsdekkende omgevingsplan.
•
Structuur: Deze keuzes gaan over de opbouw van het omgevingsplan Een activiteitgerichte opbouw sluit aan bij de omgevingswet en is het meest gebruiksvriendelijk. • Mate van reguleren: Dit gaat over hoe streng of ruimhartig regels gesteld worden in het omgevingsplan. Het werken met toelatingsplanologie en functies sluit het beste aan bij een beleidsluwe aanpak. • Wijze van reguleren: Dit gaat over de manier waarop de regels worden gesteld. De keuze voor gesloten normen en doelvoorschriften geeft een goede balans tussen rechtszekerheid en mogelijkheid voor maatwerk en couleur locale. Bovenstaande keuzes maken samen de uitgangspunten voor de transitie naar het gebiedsdekkende omgevingsplan (zie bijlage 1). Waar gaat de uitgangspuntennotitie wel over en wat niet? De uitgangspuntennotitie geeft kaders over hoe wij de omzetting naar het gebiedsdekkend omgevingsplan gaan aanpakken. De uitgangspuntennotitie gaat niet over wat we gaan vastleggen in het gebiedsdekkend omgevingsplan. Over de inhoudelijke invulling (dus het “wat”) komen wij bij u terug. Wat is de afbakening van de uitgangspuntennotie? Het komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan is een grote klus die voor 1 januari 2032 klaar moet zijn. Een goede afbakening van het project is daarom belangrijk. De uitgangspuntennotitie gaat over spoor 2. Tijdens de transitiefase blijven de ontwikkelingen doorgaan.
Er zijn specifieke initiatieven en beleidsherijkingen die doorgang moeten vinden. De volledige transitiefase kent daarom 3 sporen: • Spoor 1: Tijdens de transitie "blijft de winkel open". Dat wil zeggen dat we initiatieven ruimte kunnen bieden, ook als daarvoor een wijziging van het (tijdelijk) omgevingsplan nodig is. Deze initiatieven worden mogelijk gemaakt in spoor 1. • Spoor 2: De omzetting naar het gebiedsdekkende omgevingsplan vindt plaats in spoor 2. • Spoor 3: Beleidsherijkingen worden opgenomen in het gebiedsdekkende omgevingsplan. Dit maakt geen onderdeel uit van de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan (spoor 2). Deze beleidsherijkingen hebben eigen capaciteit en middelen nodig, daarom worden deze in spoor 3 opgepakt.
Waar is meer informatie te vinden? • Meer uitleg over de uitgangspuntennotitie, zoals dit is gepresenteerd in de OWOthemaraad van 1 oktober 2025, is hier terug te kijken. • In dit voorstel en de procesnotitie wordt regelmatig hoofdstuk 21 (H21) van het gebiedsdekkende omgevingsplan genoemd. H21 (en de rest) van het omgevingsplan is hier te vinden.
Argumenten 1.1 Door het vaststellen van de uitgangspunten geeft de raad kaders mee voor het maken van het gebiedsdekkend omgevingsplan
De uitgangspuntennotitie is opgesteld om richting te geven aan de periode tot 2032 over het omzetten van alle regelgeving over de fysieke leefomgeving naar het nieuwe gebiedsdekkende omgevingsplan. De Omgevingswet geeft veel beleidsvrijheid voor het opstellen van het gebiedsdekkende omgevingsplan. In de notitie is voor verschillende onderwerpen aangegeven welke keuzes er mogelijk zijn en welke als uitgangspunt wordt genomen bij de transitie naar een gebiedsdekkend omgevingsplan. De gemeenteraad stelt het gebiedsdekkende omgevingsplan vast. Omdat de transitie van het omgevingsplan een van de grootste uitdagingen voor gemeenten in de komende jaren is, willen we bij de start van dit proces de keuzes die we maken vastleggen. Door het bespreken en vaststellen van de uitgangspuntennotitie voor de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan geeft de raad haar kaders mee voor dit proces. 1.2 De uitgangspunten voor het gebiedsdekkend omgevingsplan zijn nodig om slagvaardig en op tijd de transitiefase te doorlopen Door de Omgevingswet zijn we verplicht om voor 2032 een volledig gebiedsdekkend omgevingsplan te hebben dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daarvoor moet flink wat werk verzet worden.
We moeten ons een nieuwe werkwijze eigen maken, er is een technische omzetting van de regels nodig en er komen nieuwe thema’s in het omgevingsplan die eerder niet in bestemmingsplannen zaten. Daarom is het van belang dat we de transitieperiode goed beschrijven en de juiste stappen zetten. Dat is in de uitgangspuntennotitie beschreven.
1.3 We kiezen voor een beleidsluwe en afgebakende transitiestrategie We willen burgers en ondernemers blijven bedienen en voldoende rechtszekerheid bieden. Daarnaast willen we voldoende sturing houden op de fysieke leefomgeving. We werken als OWOgemeenten veel samen en hebben een gezamenlijke OWO-VTH afdeling die de uiteindelijke uitvoering geeft aan de omgevingsplannen. Daarom kiezen we om zoveel mogelijk dezelfde structuur en regels te gebruiken in de omgevingsplannen van de drie OWO-gemeenten. Door het toepassen van omgevingsnormen is er ruimte voor maatwerk en couleur locale. Dit betekent wel dat de transitie niet beleidsneutraal plaats zal vinden, omdat elke gemeente tientallen bestemmingsplannen heeft met allemaal hun eigen structuur. Daarom kiezen we voor een beleidsluwe aanpak. Doet het geval zich voor dat een beleidsherijking zal plaatsvinden in het omgevingsplan dan zal dat als een spoor 3 project opgepakt worden (zie bijlage 1). Door de beleidsluwe aanpak kiezen we niet voor de VNG casco/staalkaarten. Deze systematiek gaat uit van de maximale mogelijkheden van de Omgevingswet, bijvoorbeeld door toepassing van open normen. Het risico van open normen is een gebrek aan rechtszekerheid. In den lande wordt de VNG systematiek nauwelijks gebruikt. Dit is in lijn met de Omgevingswet, omdat die juist inzet op ruimte voor maatwerk.
Kanttekeningen 1.1 Er is nog veel onbekend De Omgevingswet is voor iedereen nieuw. Dit betekent onder andere dat we nog niet goed kunnen inschatten hoe bepaalde instrumenten gaan werken of hoe processen gaan lopen. Ook weten we nog niet welke hulpmiddelen er eventueel beschikbaar komen of welke invloed jurisprudentie zal
hebben. Dit maakt het vooraf exact bepalen van een aanpak lastig. Desalniettemin hebben we in de uitgangspuntennotitie op basis van de huidige inzichten, zo goed mogelijk de kaders gesteld. Waar noodzakelijk zullen we blijven bijsturen. 1.2 Er zijn andere keuzes mogelijk Gemeenten zijn vrij te bepalen hoe het proces om te komen tot gebiedsdekkend omgevingsplan wordt ingericht. De Omgevingswet biedt meer beleidsvrijheid dan de Wet ruimtelijke ordening over de manier waarop de regels worden vormgegeven. In lijn met het VNG-casco zou bijvoorbeeld gekozen kunnen worden voor open normen of voor het stellen van algemene doelen zonder vastomlijnde regels. Echter komen deze keuzes ook met consequenties: ze bieden minder rechtszekerheid en minder sturing op de fysieke leefomgeving. Daardoor kunnen ongewenste situaties ontstaan. Ook is het mogelijk om aan de slag te gaan met het gebiedsdekkende omgevingsplan zonder vooraf kaders te stellen voor de transitie. Echter verwachten wij dan onvoldoende grip op de transitie. Ook ontstaat onvoldoende totaaloverzicht en samenhang terwijl het wel om een ‘gebiedsdekkend’ omgevingsplan gaat. Daarom kiezen we voor een beleidsluwe en afgebakende transitiestrategie (zie argument 1.1 en 1.2). In de uitgangspuntennotitie wordt uitgebreid op de verschillende keuzes ingegaan.
Financiële toelichting N.v.t.
Sustainable Development Goals (SDG’s) N.v.t.
Inwonersparticipatie De uitgangspuntennotitie is slechts het begin van het proces voor het maken van het gebiedsdekkend omgevingsplan. Voorafgaand aan elke wijziging van het gebiedsdekkend omgevingsplan zal paritcipatie plaatsvinden.
Publicatie voor bekendmaking Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om het tijdelijke omgevingsplan om te zetten naar één gebiedsdekkend omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Voor deze omzetting worden keuzes gemaakt die in de uitgangspuntennotitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWOgemeenten” zijn uitgewerkt.
Vervolg Na dit besluit wordt begonnen met maken van het gebiedsdekkende omgevingsplan. In een plan van aanpak worden organisatorische aspecten, zoals planning en budgetten verder uitgewerkt. Als het eerste deel van het gebiedsdekkende omgevingsplan gereed is, zal deze voor besluitvorming aan uw raad worden voorgelegd. Planning & communicatie Dit besluit zal op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt worden.
Evaluatie n.v.t.
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1.
Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten
Geheime stukken
Extern zaak ID (zaakcode)
: Z2025-00005008
De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026; gelet op; - Het feit dat op 1 januari 2024 een omgevingsplan van rechtswege is ontstaan; - Voor 1 januari 2032 het gebiedsdekkende omgevingsplan vastgesteld moet zijn; - De gemeente beleidsvrijheid heeft in het vormgeven van de transitiefase naar het gebiedsdekkende omgevingsplan; - Dat voor de richting en slagvaardigheid wenselijk is om vooraf keuzes te maken over de tranisitiefase naar het gebiedsdekkende omgevingsplan; - Zoals deze zijn opgenomen in de notitie ‘Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevinsgplan OWO-gemeenten’.
Besluit 1. De notitie “Uitgangspunten gebiedsdekkend omgevingsplan OWO-gemeenten” vast te stellen.
Besloten in de openbare vergadering van 3 maart 2026.
, griffier.
, voorzitter.