RV Geurbeleid Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Commissievergadering Titel Onderwerp Portefeuillehouder/Teamleider Extern zaak ID (zaakcode)
: Ruimte : Geurbeleid Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) : : F. Hijlkema/W. Buijs :
Datum collegevergadering 24 augustus 2021.
Voorgesteld besluit 1. 2. 3.
4. 5. 6.
Het gemeentelijk geurbeleid in overeenstemming te brengen met de Wgv Daarvoor de geurconcentratie van dieren te verlagen en afstanden van dierenverblijven tot geurgevoelige objecten te vergroten Voor dieren met een geuremissiefactor; binnen de bebouwde kom 2 odeureenheden en voor dieren buiten de bebouwde kom 8 odeureenheden te hanteren en voor dieren zonder geuremissiefactor de afstanden vast te stellen op 100 meter binnen -, en 50 meter buiten de bebouwde kom (scenario 2-8) De Gebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf (Wet geurhinder en veehouderij), vastgesteld op 4 november 2008 in te trekken De Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf, vastgesteld op 15 juni 2010 in te trekken; De Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf 2020 vast te stellen
Openbaar Ja, actief + persbericht X Ja, passief via openbaar verslag Nee, vanwege privacy Nee, vanwege vertrouwelijke bedrijfsgegevens Nee, vanwege bijzonder overheidsbelang
Embargo tot
Inleiding In de raadsvergadering van 2 juli 2019 heeft u het college de opdracht gegeven “te onderzoeken hoe zo eenvoudig mogelijk het huidige geurbeleid bijgesteld kan worden en nieuw geurbeleid op basis van de Wet geurhinder en veehouderij voor te bereiden, met inachtneming van alle ingewonnen adviezen”. In de themabijeenkomst van 14 september 2020 heeft bureau Roever de concept geurgebiedsvisie gepresenteerd op basis van een aantal scenario’s (zie bijlage 5). Inmiddels heeft een brede raadpleging met stakeholders plaatsgevonden en is het concept klaar voor besluitvorming (zie bijlage 4a en 4b voor Participatiedocument Geurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf en Addendum). In de raadscommissie Ruimte van 12 april jl. is dit onderwerp opnieuw besproken. Nadien is er van verschillende partijen het verzoek gekomen om een extra scenario te laten berekenen. Hiervoor is opdracht aan bureau De Roever gegeven. Het betreft hier het scenario van 4 geureenheden binnen de bebouwde kom en 14 geureenheden buiten de bebouwde kom (in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij). Conclusie van dit scenario is dat er bij deze normering binnen de bebouwde kom nog sprake is van maximaal 1056 objecten (huidige situatie 357) die in een overbelaste terecht kunnen komen. Voor buiten de bebouwde kom is het maximale aantal objecten 93 (huidige situatie 41).
Ook is in de raadscommissie niet meer over een aantal scenario’s uit de concept geurgebiedsvisie gesproken. Dit zijn de in de concept geurgebiedsvisie genoemde scenario’s 1 – 8, 1 – 4,5 en 1 – 2. In bijlage 5 bij dit raadsvoorstel worden deze scenario’s niet meer besproken en uitgewerkt. Ook is als bijlage 6 een infographic gevoegd. Dit om het geurbeleid en de consequenties hiervan nog overzichtelijker weer te geven. Bij de thema-avond van de raad op 12 april jl. heeft wethouder Hijlkema toegezegd een aantal vragen later beantwoorden. De beantwoording van deze vragen is als bijlage 8 bij dit voorstel gevoegd.
Argumenten 1.1 Hiermee voorkomen we juridische problemen We lopen we het risico dat een rechtbank of de Raad van State oordeelt dat een (gemeentelijk) besluit op basis van de huidige regelgeving onjuist is. De reden daarvoor is dat de basis van onze huidige geurverordening onvoldoende gemotiveerd of onjuist gemotiveerd is. Zo was de grens tussen de bebouwde kom en de niet-bebouwde kom bijvoorbeeld te statisch gemaakt en is geurhinder ongemotiveerd beoordeeld als zijnde de gemeente een concentratiegebied. Dit blijkt uit de analyse van bureau De Roever (zie bijlage 3). 1.2 Hiermee sluit de bestaande situatie beter aan bij de gehanteerde geurnormen In 2008, gewijzigd in 2010, heeft u de Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf vastgesteld op basis van de maximale geurnormen. Op zich is dat geen probleem; de Wgv geeft de gemeente de ruimte om hogere geurnormen te hanteren dan in de wet staan genoemd. Door de schaalvergroting in de agrarische sector worden de bedrijven steeds omvangrijker en daarmee ook de geuroverlast. Juist door de schaalvergroting van de melkrundveehouderijen is het niet houdbaar dat de afstanden worden gehanteerd. Met de huidige, ruime geurnormen kan het woon- en leefklimaat van de inwoners van onze gemeente in het gedrang komen.
2.1 Het nieuwe geurbeleid is ook voor andere sectoren toepasbaar We gebruiken het beleid ook voor bedrijven zonder geuremissiefactor. In de geurverordening is ook voor deze bedrijven een maximale ruimte opgenomen. De afstanden zijn 50 meter binnen de bebouwde kom en 25 buiten de bebouwde kom. De wettelijke afstanden zijn 100 meter binnen de bebouwde kom en 50 meter buiten de bebouwde kom.
2.2 Hiermee anticiperen op nieuwe wetgeving De wetgever (Rijksoverheid) is bezig met een herziening van Wet geurhinder en veehouderij. De nieuwe wet- en regelgeving zal, meer dan nu, burgers beschermen tegen vermijdbare blootstelling aan geur. Het accent van die wetgeving komt te liggen op het voorkomen van overlastsituaties. 2.3 Dit is in lijn met adviezen van andere platforms Ook uit andere stukken blijkt dat de geuremissie van stallen anders wordt ervaren dan dat volgens de Wgv mogelijk is. In, bijvoorbeeld het Kennisbericht Geur, Versie 28 april 2021, Kennisplatform Veehouderij en Humane Gezondheid wordt hier een duidelijke stelling in genomen. In het merendeel van de adviezen wordt aangegeven dat de zogenaamde geurbelasting te hoog is en dat deze verminderd moet worden in het kader van de volksgezondheid. 3.1 Deze normering biedt de beste kans om het aantal overbelaste situaties te verkleinen Bij handhaving op basis van de huidige normen van de geurverordening kan het aantal overbelaste situaties toenemen (van 357 naar 1761 binnen de bebouwde kom en van 41 naar 151 buiten de bebouwde kom). Ook het extra scenario waar u om vroeg, verandert hier niet veel aan. In zowel dat 4-14-scenario als het huidige 8-20-scenario zijn er weinig belemmeringen voor het uitbreiden van een veehouderij.
Dit blijkt uit onderzoek van bureau De Roever (zie bijlage 1 en 2 en tabel 1 en 2 van bijlage 5). Hierbij is geen rekening gehouden met andere wetgeving die beperkend kunnen werken. Dit is verder weergegeven in de Infographic, welke als bijlage 6 is bijgevoegd. 3.2 Deze normering biedt het beste evenwicht tussen de verschillende belangen Met de 2-8-normering maken we een evenwichtige afweging tussen de belangen van de veehouderijen aan de ene kant en de belangen van de inwoners van onze gemeente aan de andere kant. Door het verlagen van de odeureenheden en vergroten van de afstanden wordt de bedrijfsvoering van de betrokken bedrijven (gedeeltelijk) beperkt. Andere belangen worden beter geborgd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de belangen van de recreatieve sector, de natuur en natuurlijk de bewoners van Ooststellingwerf. Dit geldt ook voor de dieren zonder emissiefactor waar de afstandscriteria voor gelden. In de concept geurgebiedsvisie is dit in hoofdstuk 5 uitgewerkt. 3.3 De normering past bij andere gehanteerde afstanden De voorgestelde afstanden; 100 meter binnen en 50 meter buiten de bebouwde kom sluiten aan bij de al bestaande afstanden van agrarisch geur in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. 3.4 Voor deze variant is draagvlak Op 7 en 14 januari 2021 is er (via ZOOM) overleg geweest met de stakeholders.
Op 21 januari 2021 is er een webinar geweest waarbij betrokkenen vragen konden stellen en waar een presentatie is gegeven. Bij de bijeenkomst van de agrariërs was de tendens dat de bestaande normen gehandhaafd moesten worden of dat er een tussen norm moest worden onderzocht. Bij de bijeenkomst van de overige stakeholders is aangegeven dat er klachten zijn bij bepaalde veehouderijen. Men is bang dat er door verdere schaalvergroting meer stankoverlast zal komen. 4.1 In de gebiedsvisie zijn onjuiste gegevens gebruikt Omdat in deze gebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf (Wet geurhinder en veehouderijen) onjuiste gegevens zijn gebruikt kan deze daarom niet meer als basis dienen voor beleid. 5.1 Bij vaststelling van de wettelijke normen is een geurverordening niet nodig. De geurverordening van 2010 is bij vaststelling van de wettelijke normen is een geurverordening niet meer nodig en kan worden ingetrokken.
Kanttekeningen 2.1 Bedrijven met uitbreidingsplannen kunnen belemmeringen ondervinden Een deel van de werkgelegenheid in onze gemeente is afkomstig uit de veehouderij. Bij de wettelijke normering zal een aantal bedrijven belemmeringen ondervinden bij uitbreidingsplannen voor het bedrijf. Hierbij moeten die bedrijven rekening houden andere landelijke wetgeving (bijvoorbeeld stikstof).
Dit is een grotere beperkende factor is. Daarnaast zal er weer een aanscherping van de mestwetgeving aankomen. 5.1 Bedrijven baseren hun bedrijfsvoering op vergunde rechten Voor deze veehouderijen heeft het intrekken van het geurbeleid geen directe gevolgen. Ook als hun vergunningen meer mogelijk maken dan de nieuwe normen. Bij de intrekking van het geurbeleid Wgv blijven de bestaande rechten in onherroepelijke omgevingsvergunningen van veehouderijen gelden. Op het moment dat veehouderijen willen uitbreiden of om een andere reden een nieuwe omgevingsvergunning nodig hebben, moet wel worden getoetst aan de nieuwe normen. 5.2 bestaande vergunningen en rechten blijven in stand De Wgv en eventuele verordening hebben betrekking op te verlenen vergunningen/meldingen voor de uitbreiding en nieuwvestiging van veehouderijen. Op andere situaties zijn wet en verordening niet van toepassing. Wet noch verordening hebben tot doel om een wijziging te brengen in de bestaande vergunde of gemelde situatie. De Wgv strekt er daarom niet toe, om bestaande vergunningen/meldingen en daaruit voortvloeiende rechten op de veebestanden aan te passen. (Mr. G.A. van der Veen, AKDPVW:#588377v1). Er kan geen claim om schadevergoeding worden ingediend, welk besluit ook door de raad wordt genomen.
Publicatie voor bekendmaking De raad heeft besloten het geurbeleid op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (bestaande uit: de Verordening geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf en de Gebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf) in te trekken. De wettelijke normen van de Wet geurhinder en veehouderij worden vanaf (datum besluit) gehanteerd bij het beoordelen van aanvragen voor een Omgevingsvergunning (milieu).
Vervolg Planning & communicatie Publicatie intrekken geurverordening 2008, laatstelijk gewijzigd 2010 en Gebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf (Wet geurhinder en veehouderij) 2008
Evaluatie
Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf, , secretaris
, burgemeester.
Bijlagen 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b.
Concept geurgebiedsvisie Oplegnotitie geurgebiedsvisie Achtergrondbelasting maximale situatie 4 - 14 Adviesmemo De Roever 22 mei 2019 Participatiedocument Geurgeurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf Addendum Participatiedocument Geurgeurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf
5. 6. 7. 8.
Uitwerking scenario’s Infographic geurgebiedsvisie Memo bebouwde kom gebiedsvisie Beantwoording vragen n.a.v. toezegging wethouder Hijlkema themaraad van 12 april 2021
Geheime stukken 1.