Monitor Sociaal Domein eerste helft 2021
Tekst van het document
Monitor Sociaal Domein eerste helft 2021 1. Doel en inhoud van deze monitor Doel van deze monitor is: a) Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b) Inzichtelijk maken van de financiële stand van zaken (komen we uit met onze budgetten)? c) Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen en/of c. als we zien dat we met het budget niet uit komen. d) Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is.
Deze monitor gaat over de eerste helft van 2021 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven (oktober 2019) namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. Aangezien de monitor over geheel 2020 uitgebreide analyse en toelichtingen bevatte, presenteren we in deze monitor vooral de cijfers. In de monitor komen de onderwerpen uit onderstaande driehoek aan bod.
Cliënttevredenheid Hoofdstuk 8
Kwaliteit: preventie en resultaten van beleid en zorg Hoofdstuk 2, 3, 4, 5 en 7
Kosten Hoofdstuk 6
1
2. Meedoen In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. We geven per effect uit de doelenboom een aantal relevante gegevens. Tabel 1 MEEDOEN, Mensen kunnen levensloopbestendig wonen (doelenboom A) Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren 2. Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen 3. Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen. Samenvatting: We stellen inwoners in staat langer thuis te wonen. Hiermee voorzien we in deze behoefte bij inwoners. Daarnaast beperkt dit de zorgkosten (bijvoorbeeld door uitstroom naar de Wet langdurige zorg uit te stellen of te voorkomen). Als meer mensen levensloopbestendig kunnen wonen draagt dit hier aan bij. De kosten die we hiermee voorkomen zijn niet te kwantificeren. We zien dat de uitgaven voor woningaanpassingen stijgen ten opzichte van 2020. Dit ligt niet aan het aantal woningaanpassingen maar aan de gemiddelde kosten per aanpassing1. De hogere uitgaven voor woningaanpassingen zijn in lijn met de maatschappelijke ontwikkelingen (meer ouderen die thuis wonen, spanning op de particuliere woningmarkt waardoor verhuizen minder gemakkelijk is). De kosten fluctueren per jaar, omdat de kosten per aanpassing erg verschillen. Zie ook hoofdstuk 6 voor de manier waarop we hier financieel op anticiperen.
Aantal woningaanpassingen2 (indicator 1, 2, 3) Uitgaven voor woningaanpassingen (indicator 1, 2, 3) Aantal toegekende verhuiskostenvergoedingen (ipv traplift of verbouwing) (indicator 1, 2, 3) Aantal toekenningen uit Langer Zelfstandig Thuis pakket Actium6 (indicator 1, 2, 3)
2019 253 € 142.000 14 nvt
2020 49 € 218.000 105 81
Eerste helft 2021 16 € 197.500 1 Nog niet bekend
1
Bv in 2020 waren de gemiddelde kosten € 4450 voor een woningaanpassing en in de eerste helft van 2021 was dat ruim € 12.000. Het gaat om aanpassingen om langer in de woning te blijven wonen, bijvoorbeeld trapliften, aangepaste keukens of badkamers etc. 3 Bron: Rapportage Taskforce Grip op sociaal domein (Wmo). 4 In 2019 is 1 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend, hier is geen gebruik van gemaakt. De inwoner woont nog altijd in de huurwoning waar in overleg met de verhuurder kleine aanpassingen aan zijn gedaan. 5 In 2020 is 10 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 4 keer uitbetaald omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn en 6 keer niet omdat de inwoners nog niet zijn verhuisd, maar andere oplossingen hebben gevonden. Bij 9 van deze 10 gevallen ging het om een huurwoning. 6 Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket. Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket. 2
2
Tabel 2 MEEDOEN, Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (doelenboom en doe-agenda B) Wat willen we bereiken? Doelen uit de doe-agenda: 1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie. 2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. 3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. 4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden. 5. Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder. 6. Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk. 7. Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder. 8. Alle inwoners in de leeftijd van 18 - 67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. Zie tabel 4. 9. Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. 10. We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling. Zie tabel 4. Samenvatting: We zien dat het aantal uitkeringsgerechtigden (p-wet) ongeveer stabiel is.
Er zijn minder inwoners in de bijstand ingestroomd en een groot percentage inwoners (98%) blijft langer dan een half jaar uit de bijstand als ze eenmaal zijn uitgestroomd. De cijfers over 2021 omvatten ook alle mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. Dat is de reden dat een hoog percentage inwoners aan de bovenkant van de participatieladder zit.
3
Aantal uitkeringsgerechtigden in de Participatiewet (doel 1)
Samenstelling van het totale bestand (P-wet). (doel 1, 5, 6, 7)7
2018
Eerste helft 20218
Kansrijk: trede 5&6 - 6% Doorstromer: trede 3&4 - 25% Aandachtsgroep: trede 1&2 - 69%
Kansrijk: trede 5&6 - 28% Doorstromer: trede 3&4 - 33% Aandachtsgroep: trede 1&2 - 39%
7
We zijn overgegaan van de indeling kansrijk/doorstromer/aandachtsgroep naar scoren op de participatieladder. Wij scoren niet alleen het aantal uitkeringsgerechtigden, maar iedereen die werkt met een loonkostensubsidie en iedere NUG-er die een traject heeft, veelal trede 5, tellen we ook mee. De ladder heeft zes treden die het niveau van participatie aangeven. Trede 1: geïsoleerd levend. Trede 2: sociale contacten buitenshuis. Trede 3: Deelname aan georganiseerde activiteiten bv cursus, actief verenigingslid. Trede 4 onbetaald werk of stage. Trede 5 en 6 werkt met ondersteuning (trede 5) of zonder (trede 6). 8
We kunnen helaas nog geen cijfers genereren waarbij alleen de uitkeringsgerechtigden in beeld zijn. De cijfers over 2021 omvatten ook alle mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering en waren in de cijfers over 2018 niet meegerekend. Omdat de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor deze mensen én omdat we loonkostensubsidie verstrekken, staan ze in ons bestand. Dit worden steeds meer mensen en zij zitten allemaal aan de bovenkant van de participatieladder. Vandaar het grote verschil tussen 2021 en 2018.
4
Aantal inwoners dat instroomt in de Participatiewet9 (doel 2)
Redenen nieuwe instroom (doel 2)
9
2019 Ander inkomen: 27 WW gestopt: 26 Bijstand vorige gemeente: 15 Beëindiging relatie: 25
2020 Ander inkomen: 17 WW gestopt: 45 Bijstand vorige gemeente: 19 Beëindiging relatie: 16
Eerste helft 2021 WW gestopt: 12 Bijstand vorige gemeente: 8 Inkomensvoorziening asielzoekers10: 8 Arbeid in dienstbetrekking/uitkering: 811
BBZ betreft grotendeels TOZO-regeling voor zelfstandigen. De Tozo is een regeling die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door corona tot onder het sociaal minimum daalt. Dit is de instroom van asielzoekers in het eerste half jaar.
10 11
Dit is als iemand een dienstbetrekking heeft gehad in instroom in de PW. Ander inkomen moet je denken aan vrouwen die gescheiden zijn, dus hiervoor leefde op het inkomen van de man en bijv. alimentatie.
5
Uitstroom uit de Participatiewet12 (doel 2)
Aantal mensen dat een aanvraag indient, maar uiteindelijk geen uitkering krijgt (Poortwachtersfunctie). (doel 2) Het percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft (voorkomen draaideurcliënten).1314(doel 3)
2019 40
2020 50
Eerste helft 2021 19
90,1%
92,1%
97,9%
12
BBZ betreft grotendeels TOZO-regeling voor zelfstandigen. Het betreft het percentage inwoners dat uitstroomt naar werk en minimaal een half jaar uit de bijstand blijft. Mensen kunnen ook om heel andere redenen uitstromen (bv relatie krijgen, verhuizing naar een andere gemeente, studie beginnen et cetera), maar is dus niet meegenomen in deze cijfers. 13
6
Tabel 3 MEEDOEN, Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (doelenboom en doe-agenda C) Wat willen we bereiken? Doelen uit doe-agenda: 1. We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen. Pilot in voorbereiding. 2. We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied. 3. We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente. Dit kunnen we alleen kwalitatief monitoren. 4. We investeren nog meer in overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden. 5. We zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die een stap zetten van bijstand naar werk. Zie Tabel 2. 6. Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk. Dit kunnen we alleen kwalitatief monitoren. 7. Bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is. 8. We ontdekken financiële problemen op tijd. Samenvatting: Laagdrempelige en lichte hulpverlening kan helpen om te voorkomen dat beginnende problemen uitgroeien tot grote problemen en hoge kosten voor hulp. We zien dat de aanvragen bij de budgetadviseurs van het gebiedsteam na een ‘Coronadip’ in 2020 weer aantrekken.
In 28% van de gevallen konden de budgetadviseurs de melding met één advies afwikkelen. Dit duidt er op dat het in die gevallen om lichte vragen gaat en dat we er dus op tijd bij zijn. Verder zien we een daling van de uitgaven voor bewindvoering. Het is nog onduidelijk of dit het (tijdelijke) gevolg is van Corona (minder aanmeldingen) of dat hier een structurele vermindering is ingezet.
Burgerpeiling 2020: Ik weet waar ik terecht kan als ik vragen heb over geldzaken. (doel 4)
14
2019 Niet uitgevraagd.
2020 77%
Eerste helft 2021 Geen Burgerpeiling
Het percentage is gebaseerd op een looptijd van anderhalf jaar (bv. iemand die in het laatste half jaar van 2019 uitstroomde, en begin 2021 weer instroomt, telt niet meer mee).
7
Het aantal inwoners dat zich met financiële problemen meldde of is gemeld bij de budgetadviseurs.15 (doel 2, 4, 8)
Totaalbedrag dat we aan bewindvoering uitgeven. (doel 2, 7) Aantal unieke cliënten dat van bewindvoering gebruik maakt. (doel 2, 7) Aantal inwoners dat een positieve beschikking kreeg voor hulp van de Kredietbank Nederland (KBNL), cijfers KBNL16. (doel 2, 7)
€ 341.044
€ 367.449
€ 140.755
246 48
258 31
204 19
15
Het gaat om inwoners die zichzelf melden voor hulp bij hun financiën, inwoners die al hulp krijgen vanuit het gebiedsteam op een ander vlak en door een gebiedsteammedewerker worden aangemeld, signalen in het kader van vroegsignalering (huurachterstand, achterstanden nutsvoorzieningen) en meldingen in het kader van ontruiming of afsluiting water. 16 Dienstverlening door KBNL zien we als ‘zware’ hulpverlening. Het cijfer betreft de inwoners die een positieve beschikking hebben gehad en hulp (gaan) ontvangen van de KBNL. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanvraag schuldregeling, budgetbeheer en bewindvoering.
8
Tabel 4 MEEDOEN, Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet (doelenboom D) Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Mensen zijn op de hoogte/kennen de wegen. 2. Mensen maken er gebruik van. 3. Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. Zie ook tabel 3. 4. Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. Zie Hoofdstuk 8 Cliënttevredenheid. Samenvatting: In het tweede kwartaal 2021 zagen we toenemende uitgaven voor woningaanpassingen (zie tabel 1) en op andere voorzieningen zien we juist een daling van de uitgaven, met name voor begeleiding en vervoer. Dit is het gevolg van Corona. Er is één extra dorp bij gekomen waar informele dagbesteding is, namelijk Haulerwijk. Zie ook hoofdstuk 6 voor de manier waarop we financieel anticiperen op deze ontwikkelingen.
Burgerpeiling 2020: Bij problemen die ik tegenkom in mijn leven weet ik waar ik hulp kan vragen of informatie kan vinden (indicator 1) Aantal inwoners met een Wmo-voorziening18 (indicator 2) Uitgaven voor huishoudelijke hulp (indicator 2) Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor huishoudelijke hulp (indicator 2) Uitgaven voor begeleiding (individueel en groep) (indicator 2) Uitgaven voor hulpmiddelen20 (indicator 2) Uitgaven vervoer (indicator 2) Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor dagbesteding voor mensen tussen de 18 en 67 jaar (indicator 2 en doel 10 doe-agenda B)
2019 Niet uitgevraagd
2020 74%
Eerste helft 202117 Geen Burgerpeiling
445 € 1.886.000 763 € 3.707.000 € 173.000 € 887.000 € 696.000
447 € 2.022.000 853 € 3.037.00019 € 281.000 € 903.000 € 589.000
417 € 1.002.500 795 € 1.381.000 € 120.000 € 357.500 € 285.000
17
Dit is op basis van het declaratiegedrag van zorgaanbieders. Het gaat om individuele voorzieningen (zorg in natura) op grond van de Wmo. Dit is begeleiding, dagbesteding/groepsbegeleiding, vervoer, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging. 19 Het lagere bedrag in 2020 komt onder meer door voorschot en afrekening MOVO van € 175.000. 20 Dit betreft uitgaven voor uitstaande hulpmiddelen (€ 35 per hulpmiddel) en uitgaven voor hulpmiddelen buiten de standaard overeenkomst (maatwerk hulpmiddelen). 18
9
Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen21 (dit is lastig uit te splitsen naar leeftijdsgroep) (indicator 2 en doel 10 doe-agenda B)
3. Samenleven De opgave Samenleven gaat over alle voorzieningen en inspanningen die het mogelijk maken dat mensen in sociale verbanden samen kunnen leven en kunnen meedoen. In de Monitor 2020 gaven we een aantal kerngegevens uit de Burgerpeiling. Omdat deze elke 2 jaar gehouden wordt, hebben we hierover geen specifieke gegevens over de eerste helft van 2021.
21
Het gaat om activiteiten voor oudere mensen die (nog) geen indicatie voor dagbesteding hebben/kunnen krijgen, maar die ter voorkoming van eenzaamheid en/of overbelasting van mantelzorgers wel baat hebben bij een of meer dagdelen ontmoeting en begeleide activiteiten. Het bedrag voor geheel 2021 is € 152.989, waarvan € 31.133 voor Welzijn op Dorpse Schaal (Oldeberkoop), € 24.356 voor Liante (Oosterwolde), € 87.500 voor ZuidOostZorg en € 10.000 voor de Buurthaven (Haulerwijk). Haulerwijk is in 2021 gestart. De dagbesteding bij ZuidOostZorg is inwoners met (gevorderde) dementie die nog thuiswonend zijn. Daardoor zijn de kosten per inwoner bij deze vorm van dagbesteding hoger dan bij de andere drie indicatievrije dagbestedingen.
10
4. Gezondheid In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. We hebben nieuwe gegevens van de GGD over de gezondheid van onze inwoners. We geven per effect uit de doelenboom een aantal relevante gegevens. Tabel 5 GEZONDHEID, Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen (doelenboom H). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Mensen voelen zich gelukkig, geaccepteerd en vinden zingeving in hun leven. 2. Mensen bewegen voldoende 3. Mensen vinden (tijdig) ondersteuning bij psychische klachten. 4. Mensen beperken hun middelengebruik, laten zich hierdoor niet belemmeren in hun functioneren. 5. Mensen zijn goed geinformeerd over gezond leven. 6. Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden en hebben toegang tot ondersteuning bij hun gezondheid. Samenvatting: Onze ouderen ervaren relatief iets meer positieve gezondheid dan de gemiddelde oudere in Friesland. De lichamelijke gezondheid van onze inwoners is minder positief. We zien relatief veel overgewicht (52 van de volwassenen jonger dan 64 en 58% van de 65-plussers) en Ooststellingwerfers bewegen of sporten minder dan gemiddeld in Friesland (56% weinig beweging tov Friesland 55%). En hoewel we niet meer drinken dan de gemiddelde Fries, is 28% overmatig of zwaar drinken een hoog percentage.
Inwoners van Ooststellingwerf roken iets minder ten opzichte van Friesland als geheel.
11
(cijfers GGD 2021) Burgerpeiling 2020: Ik heb genoeg informatie over hoe ik gezond kan leven (doel 5, 6): 92% Burgerpeiling 2020: Ik zou graag geholpen willen worden met gezonder leven (doel 5, 6):7%
12
Tabel 6 GEZONDHEID, Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden (doelboom en doe-agenda I). Wat willen we bereiken? Doelen uit de doe-agenda: 1. Er zijn flexibele mogelijkheden voor ouderen om, samen met jongere generaties, actief te zijn in het maatschappelijk leven en zingeving te ervaren. 2. Kwetsbare ouderen vinden (liefst in hun nabije omgeving) een zinvolle dagbesteding. 3. Professionals, winkeliers, het verenigingsleven en maatschappelijke organisaties wisselen kennis uit over leeftijdsvriendelijke dienstverlening, herkennen signalen van dementie en weten hoe daarmee om te gaan. De interventies hiervoor zijn net gestart, dus we kunnen nog niet monitoren. 4. Ouderen en mantelzorgers vragen tijdig hulp. 5. Er is één plek waar inwoners, mantelzorgers en professionals terecht kunnen met vragen die gerelateerd zijn aan ouder worden en/of mantelzorg en waar snel een duidelijk antwoord komt en/of de goede hulp wordt geregeld. 6. Mantelzorgers (oa van mensen met dementie) krijgen desgewenst ondersteuning die past bij hun behoeften en ervaren waardering voor hun mantelzorgrol. Op dit moment kunnen we dit nog niet monitoren omdat we dit nog niet uitvragen in ons cliëntervaringsonderzoek. Samenvatting: Het valt op dat een (klein) deel (3%) van onze oudere inwoners minder zinvolle dagbesteding en structuur in het leven ervaart.
Ook zien we relatief veel overbelasting bij mantelzorgers (21% van de volwassen mantelzorgers onder de 65 jaar tov 11% in Friesland bij deze groep). Dit zijn dingen die we dus terecht grote prioriteit geven (denk bv mantelzorgondersteuner). De uitgaven voor informele dagbesteding stijgen, omdat we dit op steeds meer plekken bieden. Wat betreft activiteiten zijn inwoners het minst tevreden over de mogelijkheden voor kunst, cultuur en muziekactiviteiten (28% vindt dit onvoldoende). Dit kwam bij het maken van de doe-agenda voor de opgave Samenleven ook aan het licht. Inwoners gaven aan dat de diversiteit in het aanbod beter kan en dat het aanbod beter vindbaar moet zijn. Daarom zijn een gemeentebrede activiteitenagenda en het tot stand brengen van een Bruisplek voor kunst, cultuur en muziek onderdelen van deze doe-agenda. Er is geen verschil tussen alle respondenten en 65+-ers of mantelzorgers wat betreft weten waar ze hulp kunnen krijgen. Het zijn eerder de jongeren die nog niet zo goed de weg weten. In onze communicatie over het gebiedsteam gaan we ons dus mede specifiek op deze groep richten.
13
Burgerpeiling 2020: Geef aan of u vindt dat we in de gemeente Ooststellingwerf genoeg rekening houden met oudere mensen (doel 1) Denk hierbij aan begrip voor oudere mensen, een punt waar ouderen terecht kunnen met vragen en/of voldoende mogelijkheden om dingen te doen. Dit is gevraagd aan alle respondenten ouder dan 68 (n=429).
Burgerpeiling 2020: Ik ervaar een zinvolle daginvulling en structuur in de dag (doel 2). Dit is gevraagd aan alle respondenten ouder dan 68 (n=429).
14
Burgerpeiling 2020: Voldoende sport, ontmoetings- en kunst- en cultuuractiviteiten (doel 2). Dit is gevraagd aan zowel jongere als oudere respondenten. Sport
Ontmoeten
Kunst-, cultuur en muziek
Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen (doel 2): zie tabel 4.
15
Percentage overbelaste mantelzorgers (doel 4) (cijfers GGD 2021)
Burgerpeiling 2020: Doordat ik heb moeten zorgen voor iemand ben ik mijn privéleven overbelast (doel 4)
16
Burgerpeiling 2020: Bij problemen die ik tegenkom in mijn leven weet ik waar ik hulp kan vragen of informatie kan vinden (% van het totaal aantal respondenten, n=1283 personen). (doel 5)
17
Tabel 7 GEZONDHEID, Mensen voelen zich veilig (doelenboom J) Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen komen niet in aanraking met geweld. 2. Mensen zijn weerbaar. Zie tabel 5. 3. Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties. Samenvatting: We zien dat het aantal meldingen van huiselijk geweld bij Veilig Thuis in de eerste helft van 2021 relatief hoog is, en ervaring leert dat de meldingen bij Veilig Thuis het topje van de ijsberg zijn. Dit ondanks de landelijke campagnes om Veilig Thuis meer bekend te maken (‘Het houdt niet op niet vanzelf’). Vermoeden is dat er weer meer meldingen komen, omdat hulpverleners weer meer ‘live’ contact hebben met gezinnen en de problematiek vervolgens melden. Het percentage mensen dat in de Burgerpeiling aangeeft dat relatieproblemen en/of huiselijk geweld hun leven beïnvloedt is 7%. Dat is een heel hoog percentage. Dit komt waarschijnlijk doordat in de vraag relatieproblemen en huiselijk geweld zijn gecombineerd. En we weten dat relatieproblemen ingrijpend zijn én veel voorkomen.
18
Burgerpeiling 2020: Percentage mensen22 dat aangeeft dat relatieproblemen en/of huiselijk geweld hun leven beïnvloedt: 7% (indicator 1) Cijfers Veilig Thuis23 (indicator 1, 3)
Aantal meldingen Veilig Thuis uit Ooststellingwerf 140
127
120 100
98
91
80
61
60 40
Aantal meldingen Veilig Thuis uit Ooststellingwerf
20 0 2018
2019
2020
eerste helft 2021
Tabel 8 GEZONDHEID, Mensen leven in een gezonde leefomgeving (doelenboom K) Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk. 2. Mensen gaan graag naar buiten. 3. Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving. Samenvatting Het valt op dat vooral de inwoners tot 64 jaar in Ooststellingwerf meer tevreden zijn over het groen in hun buurt dan gemiddeld in Friesland en ook meer tevreden dan de oudere inwoners in Ooststellingwerf. 22 23
Gevraagd aan alle (volwassen) respondenten, dus niet alleen aan ouders. We hebben geen cijfers over jeugdigen. Meldingen worden gedaan door professionals en door inwoners. De meeste meldingen gaan over kindermishandeling, maar er zijn ook meldingen over (ex)partnergeweld en ander huiselijk geweld.
19
Weleens onveilig voelen 's avonds of ’s nachts (indicator 1) (cijfers GGD 2021)
Cijfers over de leefomgeving (indicator 1, 2, 3), GGD (2021)
20
Tabel 9 Gevolgen van CORONA op de eigen gezondheid (cijfers GGD 2021) Samenvatting De gezondheidsverschillen in Ooststellingwerf zijn door Corona iets groter geworden en ook meer dan in Friesland gemiddeld.
21
5. Goed Opgroeien In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. We geven per effect uit de doelenboom een aantal relevante gegevens. Tabel 10 GOED OPGROEIEN Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal (doelenboom L). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen krijgen optimaal kan om talenten te ontplooien 2. Jeugdigen gaan naar school 3. Jeugdigen halen een startkwalificatie 4. Jeugdigen zijn taalvaardig 5. Jeugdigen en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden NB We kunnen dit momenteel niet goed monitoren. We werken met de ketenpartners aan versterking van de samenwerking en maken afspraken over hoe we dit gaan monitoren. Samenvatting: We zien dat het bereik van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in 2020 is toegenomen ten opzichte van 2019 (indicator 4). Ook zien we dat we in onze gemeente iets meer jonge mantelzorgers (12-18 jaar) hebben dan in Friesland gemiddeld (indicator 1). Deze groep krijgt daarom extra aandacht in ons beleid en van onze mantelzorgconsulent.
22
Cijfers schoolverzuim, behaalde startkwalificaties en % voortijdig schoolverlaters Friesland tov Ooststellingwerf (cijfers RMC) (indicator 1, 2 en 3): nog niet beschikbaar voor het schooljaar 2020/2021.24 In tabel 12 staan wel cijfers over verzuim (GGD, 2018). Zie ook bijlage 1.
Bereik Voor- en Vroegschoolse Educatie (indicator 4):
Jonge mantelzorger 12-18 jaar: gezinslid met ernstige ziekte, beperking of verslaving (indicator 1)(GGD 2019): Friesland 11%, Ooststellingwerf 13%
24
Zie bijlage 1 voor een toelichting op schoolverzuim in het Coronajaar 2020-2021.
23
Tabel 11 GOED OPGROEIEN Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders (doelenboom M). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid 2. Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders en zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s 3. Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) 4. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund (zie ook Hoofdstuk 8 Cliënttevredenheid) 5. Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen Samenvatting: We zien dat kinderen in Ooststellingwerf net iets kwetsbaarder zijn (vaker problematiek) dan in Friesland gemiddeld. Daarnaast zien we dat ouders iets vaker hulp of advies vragen bij de opvoeding dan het Friese gemiddelde. De inspanningen in de doe-agenda Goed Opgroeien zijn hier op afgestemd. Het bereik van onze preventieprogramma’s voor jonge kinderen is goed.
Totaal aantal jeugdbeschermingsmaatregelen (indicator 1, 3): 37 in 2018, 30 in 2019, 29 in 2020, eerste helft 2021 nog niet bekend. Aantal uit huis plaatsingen (indicator 1, 3): cijfers eerste helft 2021 nog niet bekend.
Aantal kinderen 4-12 jaar met matige of ernstige psychosociale problematiek (indicator 2): 17% Friesland, 20% Owerf (GGD, 2018). Aantal kinderen 12-18 met psychosociale problematiek (indicator 2) (GGD, 2019): Friesland 11%, Ooststellingwerf 14% (in 2016 was dit 10% en 13%). % kinderen waarvan ouders naar consultatiebureau gaan (0 tot 4 jaar) (indicator 2) (GGD, 2021): 709 kinderen (ongeveer 82% van de populatie). % kinderen dat naar Psz (2 tot 4 jaar) gaat (indicator 2)(cijfers Scala, 2020): 42%25 Bereik Voor- en Vroegschoolse educatie (indicator 2)(cijfers Scala, 2020): 28%, zie ook tabel 10. Burgerpeiling 2020: Aantal ouders dat aangeeft dat ze weten waar ze terecht kunnen als zij problemen tegen komen in de opvoeding (indicator 4): 84% Aantal opvoedondersteuningsvragen aan gebiedsteam (indicator 4): cijfers nog niet beschikbaar Ouder van kind(eren) 4-12 ervaart opvoeding als (zeer) moeilijk (indicator 4) (GGD, 2018): Friesland 5%, Ooststellingwerf 6%
Ouder van kind(eren 4-12) heeft familie/vrienden gevraagd om hulp of advies bij de opvoeding (indicator 5) (GGD, 2018): 74% Friesland, 76% Ooststellingwerf. Ouder van kind(eren 4-12) heeft professional gevraagd om hulp of advies bij de opvoeding (indicator 5) (GGD, 2018): 50% Friesland, 52% Ooststellingwerf.
25
Kinderen die wel naar kinderopvang gaan, maar niet naar de peuterspeelzaal zijn in dit cijfer niet meegeteld.
24
Tabel 12 GOED OPGROEIEN Jeugdigen zijn weerbaar (doelenboom N). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden 2. Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. 3. Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. Samenvatting: Kinderen 4-12 in Ooststellingwerf zijn net iets minder weerbaar dan in Friesland gemiddeld. We zien relatief veel spijbelen bij de 12-18 jarigen26. Goed omgaan met alcohol (bingedrinken) en roken is bij jongeren in Ooststellingwerf minder goed dan in Friesland gemiddeld. Dit geldt ook voor cyberpesten, problematisch gebruik van sociale media en omgaan met geld. Bij drugs is het gedrag vergelijkbaar met Friesland. En grenzen aangeven bij seks gaat juist iets beter dan gemiddeld in de provincie. Overigens zijn dit cijfers van 2019. In het Preventie en handhavingsplan Alcohol en Middelen (2021) staat hoe we integraal sturen op gewenst gedrag.
% Leerlingen 4-12 jaar laatste vier weken wel eens ziek thuis (indicator 1) (GGD, 2018): Friesland 31%, Owerf 27% Gespijbeld 12-18 jaar: 3 of meer uren (laatste 4 weken) (indicator 1) (GGD, 2018): Friesland 8%, Ooststellingwerf 13% % Kinderen 4-12 jaar onvoldoende weerbaar (indicator 1) (GGD, 2018): 8% Friesland, 9% Ooststellingwerf
Bingedrinken 12-18 jaar (indicator 2, 3): 5 of meer drankjes per gelegenheid (laatste 4 weken) (GGD, 2019): Friesland 26%, Ooststellingwerf 28%. Rookt elke dag 12-18 jaar (indicator 2, 3) (GGD, 2019): Friesland 4%, Ooststellingwerf 6%. Cannabis gebruikt (laatste 4 weken) 12-18 jaar (indicator 2, 3)(GGD, 2019): Friesland 5%, Ooststellingwerf 5%. Harddrugs gebruikt (laatste 4 weken) 12-18 jaar (indicator 2, 3)(GGD, 2019): Friesland 3%, Ooststellingwerf 3%. Kind is actief op sociale media (8-12 jaar) (indicator 2, 3)(GGD, 2018): Friesland 50%, Ooststellingwerf 48%. Risico op problematisch gebruik sociale media (met slaaptekort) (indicator 2,3)(GGD, 2019): Friesland 9%, Ooststellingwerf 10%. Dader cyberpesten: minstens 1 keer (laatste 3 mnd) (indicator 2, 3) (GGD, 2019): Friesland 2%, Ooststellingwerf 4%. Kan matig/(heel) slecht grenzen aangeven bij seks en seksualiteit (12-18 jaar) (indicator 2, 3)(GGD, 2019): Friesland 12%, Ooststellingwerf 11%. Moeite met rondkomen: ervaart enige of grote moeite (12-18 jaar)(GGD, 2019): Friesland 7%, Ooststellingwerf 9%.
26
De leerplichtambtenaar controleert of de leerplichtigen naar school gaan. Voorwaarde is dat de school de verzuim-meldingen doorgeeft. Zie ook bijlage 1.
25
Tabel 13 GOED OPGROEIEN Kwetsbare jeugdigen en ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien (doelenboom en doe-agenda O). Wat willen we bereiken? Doelen uit de doe-agenda: 1. Professionals signaleren (dreigende) problemen preventief en we zijn zichtbaar aanwezig op plaatsen waar ouders en jonge inwoners zijn 2. We sluiten aan bij kwetsbare gezinnen en hun omgeving en zijn vindbaar voor hen. 3. We bieden een integraal en laagdrempelig aanbod van opvoedingsondersteuning en laagdrempelige activiteiten voor kinderen en jongeren in kwetsbare buurten. 4. Er is speciale aandacht voor de ontwikkeling van kinderen van -9 maanden tot 7 jaar in kwetsbare gezinnen. 5. Iedereen hoort erbij en mag zichzelf zijn. Samenvatting: We merken dat onze aanwezigheid bij huisartsen en scholen vruchten afwerpt, zie ook bijlage 2. We zien dat iets meer jeugdigen zorg ontvingen in de eerste helft van 2021 dan in 2020. Het aantal effectieve hulptrajecten is iets gestegen (85% resultaten behaald in 2021 tov 83% geheel 2020). Preventie: vermindering van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp (effect consulent jeugd bij de huisarts).27 (Doel 1 en 2) 2019: € 468.000 2020: € 102.000 Q1&Q2 2021: nog niet beschikbaar Preventie: vermindering van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp (effect consulent jeugd bij de school). (Doel 1 en 2): pilot pas gestart in september 2020.
Eind 2021 zicht op financiële resultaten28. Effect inkoopondersteuner: bedrag dat als gevolg van de inkoopondersteuner minder is uitgegeven of is teruggehaald. (Doel 1 en 2) 2019: € 935.000 2020: € 519.000 Q1&Q2 2021: € 275.000
27 28
netto, rekening houdend met kosten consulenten. Zie bijlage 2 voor informatie over de eerste ervaringen. In de pilot onderzoeken we of door de inzet van de gebiedsteammedewerker in de school het gebruik en de kosten van jeugdhulp kunnen worden verlaagd.
26
Aantal unieke jeugdigen dat in de betreffende maanden zorg ontving – dit betreft alle zorgvormen.29 (doel 1 en 2)
29
Het aantal cliënten staat niet 1 op 1 in relatie tot de kosten. Het aantal zegt bijvoorbeeld niets over de soort jeugdhulp. Tijdens de corona en de periode erna zien wij geen sterke stijging of daling van het aantal cliënten in zorg ten opzichte van 2018 en 2019.
27
Resultaten jeugdzorg30 (doel 2) 90
85
85
83
82
80 70 60 50
% resultaten behaald volgens plan
40
% voortijdige beeindiging
30 20
15
18
17
15
2019
2020
2021
10 0 2018
Burgerpeiling 2020: Aantal ouders dat aangeeft dat ze weten waar ze terecht kunnen als zij problemen tegen komen in hun leven. (doel 2) (Helemaal) eens: 69% Neutraal: 15% (Helemaal) oneens: 5% Weet niet-geen mening: 11%
30
Voor elke jeugdige die jeugdhulp ontvangt, wordt afgesproken welke resultaten moeten worden behaald. Na een bepaalde periode kijken we dan of deze resultaten inderdaad bereikt zijn. Verder kijken we naar het percentage jeugdigen waarvoor de zorg vroegtijdig stopt.
28
Cijfers Scala (over geheel 2020) over bereik en deelname van jonge kwetsbare inwoners aan buitenschoolse activiteiten, buurtsport en jongerenwerk. (Doel 3). Jongerenwerk Haulerwijk: 191 Jongerenwerk Oosterwolde: 166 Jongerenwerk Vakantie activiteiten: 130 jongeren 30 jongeren MDT 12 jongeren preventief geholpen met hulpvraag 27 activiteiten georganiseerd voor en door jongeren Deelname buitenschoolse activiteiten De Samensprong Haulerwijk: 191 kinderen Deelname buitenschoolse activiteiten MFS Zuid Oosterwolde: 166 kinderen Aantal inwoners dat op de gemeentelijke website zoekt naar informatie over opvoeden, opgroeien, kinderen of onderwijs. (Doel 3) In de eerste helft van 2021 was dit: Opvoeden 52 keer. Opgroeien 39 keer. Kinderen en onderwijs 205 keer. NB De pagina Gebiedsteam is dit jaar 2.609 keer bezocht. 4,4% van de bezoekers van deze algemene pagina klikken door naar de pagina Kinderen en onderwijs. Op dit moment hebben we nog geen cijfers over de eerste helft van 2021 wat betreft de cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling van jonge inwoners uit kwetsbare gezinnen (op basis van het uitvoeringsprogramma VVE, beleidskader spelenderwijs) (doel 4). % Kinderen 12-18 jaar slachtoffer pesten op school (minstens 1 keer per week) (GGD 2019)(doel 5): Friesland 3%, Ooststellingwerf 3%.
29
6. De kosten van de zorg We willen ook weten of we uit komen met het budget. En waar we voor de nabije toekomst rekening mee moeten houden, financieel gezien. We zoomen in op de Wmo en de Jeugdwet. 6.1 Financiële stand van zaken Wmo Historie Eerder31 meldden we al dat we een stijging verwachten van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo (en daarmee van de uitgaven). Dit komt onder andere door de demografische ontwikkelingen (ouder wordende bevolking, langer thuis blijven wonen). Hierdoor verwachten we dat meer inwoners een beroep doen op woningaanpassingen, vervoer, hulp bij het huishouden et cetera. Op basis hiervan stelden we de begroting 2021 afgelopen voorjaar als volgt bij (voorjaarsrapportage 2021). Product Begeleiding Maatschappelijke opvang en vrouwenopvang Hulp bij het huishouden Woningaanpassingen Totaal voordeel
Afwijking (+ is voordeel – is nadeel) + € 195.000 + € 105.000 - € 125.000 - € 160.000 € 15.000
Stand van zaken eerste half jaar 2021 In het tweede kwartaal 2021 zien we inderdaad een toenemend beroep op sommige voorzieningen (hulp bij huishouden, woningaanpassingen). Op andere voorzieningen zijn er juist meevallers (vervoer, dagbesteding en begeleiding). Daarnaast zien we een daling van de inkomsten door invoering van het abonnementstarief (de prikkel om zelf voorzieningen/diensten aan te schaffen ontbreekt).
31
In vorige Monitor Sociaal Domein (over 2020) en in de vorige financiële monitor (over het eerste kwartaal 2021).
30
Over het eerste half jaar van 2021 leidt dit tot een onderschrijding van € 445.000 ten opzichte van de gewijzigde begroting: Product Dagbesteding en begeleiding Hulpmiddelen Vervoer Woningaanpassingen Totaal voordeel
Afwijking (+ is voordeel – is nadeel) + € 275.000 + € 25.000 + € 200.000 - € 55.000 + € 445.000
De financiële consequenties verwerken we bij de najaarsrapportage 2021. Toelichting op eerste half jaar 2021 De verwachte lagere lasten voor dagbesteding en begeleiding hebben te maken met de nieuwe productenstructuur en de inpassing hiervan voor dagbesteding en begeleiding en daarnaast een daling van het gebruik door corona. De verwachting is dat de uitgaven nog eens € 275.000 lager zullen zijn. Dit komt bovenop het voordeel benoemd in de vorige monitor (1e kwartaal 2021). Het voordeel is het saldo van de lagere lasten voor begeleiding en de lagere eigen bijdrage van inwoners. Ook de lasten voor hulpmiddelen zijn lager dan begroot. Dit komt doordat de kosten voor de nieuwe aanbesteding voor hulpmiddelen minder stegen dan we hadden verwacht. Hierdoor verwachten we dat de uitgaven € 25.000 lager zijn. De lasten van vervoer zijn lager dan begroot. Dit is een gevolg van Covid-19. Er is een daling te zien van het gebruik van de taxipassen. De verwachting is dat de uitgaven € 200.000 lager zijn. De kosten voor de woningaanpassingen is een sterk fluctuerende post. In de voorjaarsrapportage zagen we al een stijging en daarom stelden we de begroting bij naar het niveau van de begroting van voorgaande jaren. We zien dat de kosten de afgelopen periode verder toenamen.
Dit komt voornamelijk door de wijziging in het abonnementstarief, doordat de kosten voor een woningaanpassing soms erg hoog zijn en de spanning op de particuliere woningmarkt waardoor verhuizen minder gemakkelijk is. We verwachten een overschrijding van € 55.000 als we uitgaan van de gemiddelde kosten van de afgelopen maanden. Dit komt bovenop het eerdere nadeel. In de Woonzorgvisie zullen we aandacht besteden aan mogelijke beheersmaatregelen voor de woningaanpassingen zodat we meer grip op het budget krijgen.
31
6.2 Financiële stand van zaken Jeugdhulp Stand van zaken eerste half jaar 2021 Voor 2021 verwachten we per saldo uit te komen binnen het budget. In 2021 verwachten we namelijk een overschrijding van de lasten, maar deze kunnen we deze waarschijnlijk (deels) dekken uit de extra compensatiemiddelen die we van het Rijk ontvangen. Toelichting op eerste half jaar 2021 We verwachten dat de totale jeugdlasten ongeveer € 475.000 hoger zijn dan begroot. Dit bestaat enerzijds uit hogere lasten voor duurdere trajecten. In de jaarrekening 2020 en de voorgaande financiële monitor meldden we al een toename van het aantal duurdere trajecten (zie onderstaande tabel). Deze overschrijding voor duurdere trajecten is ongeveer hetzelfde als in 2020 namelijk € 350.000. Anderzijds hebben we in 2021 voor € 125.000 aanrekeningen van andere gemeentes ontvangen. Het gaat om aanrekeningen van zorg uit voorgaande jaren waarvoor wij in het kader van het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk zijn. Onderstaand het aantal cliënten in de duurdere trajecten waarvan de trajectprijs rond de € 50.000 is:
In 2021 zijn er extra compensatiemiddelen beschikbaar gesteld door het Rijk bij de meicirculaire. Voor onze gemeente is dat € 675.000. Deze middelen zijn niet geoormerkt maar brengen wel verplichte acties in lokaal en regionaal verband met zich mee zoals bijvoorbeeld het wegwerken van wachtlijsten of extra 32
inzet voor GGZ jeugd. Het is nog onduidelijk hoeveel middelen we als gemeente voor regionaal beschikbaar moeten houden. Voor een deel nemen we dit mee in het proces regiovisie. Voor het andere deel wordt door de gemeenten overleg gevoerd ambtelijk en bestuurlijk. Pas in het late najaar zal over dit laatste deel meer duidelijkheid komen. Daarnaast kijken we met ons gebiedsteam naar de consultatiefunctie ggz, de wachtlijsten, de wachttijden en actuele en aankomende problematiek. Omdat wij nog geen zicht hebben op de daadwerkelijk kosten voor de acties in regionaal verband en we de ontvangen compensatiemiddelen mogen inzetten voor tekorten op de jeugdzorg nemen wij geen nadeel op in de najaarsrapportage. Wij komen bij de budgetoverheveling en/of de jaarrekening 2021 hierop terug. Op dit moment kunnen we niet inschatten wat de effecten van Covid-19 zullen zijn op de uitgaven van de jeugdzorg. Een effect zou kunnen zijn dat binnen de jeugdzorg er een toename komt van de instroom, dat de duur van de zorg langer is of dat duurdere zorg wordt ingezet. Hierdoor kunnen de uitgaven toenemen.
33
7. Hoe loopt het in het gebiedsteam Ons gebiedsteam heeft een belangrijke rol als het gaat om de toegang tot zorg. Daarom is het interessant om te weten hoe dit verloopt. De versoepelingen van de Coronamiddelen aan het begin van de zomer leidden tot meer face-to-face contact met de inwoner, meer huisbezoeken maar ook vaker aanwezig mogen zijn op vindplaatsen zoals scholen. Met de versoepelingen lijkt ook het aantal hulpvragen weer toe te nemen. Hierop anticipeert het gebiedsteam door verbeteringen toe te passen in het aanmeldproces, wat leidt tot een sneller contact met de inwoner en zijn/haar hulpvraag. Eerste melding en doorlooptijden We zien het aantal hulpvragen iets toenemen vanaf de zomer (versoepelingen Corona). Zowel binnen Jeugd als Wmo. Tegen de zomer had dit een langere wachttijd als gevolg. Inmiddels is dit teruggebracht tot een gemiddelde wachttijd. Dit betekent dat de inwoner na het eerste moment van contact met het Gebiedsteam binnen 5 dagen wordt gebeld. Hierna wacht de inwoner niet langer dan 2 weken voor het eerste onderzoek of huisbezoek. Deze doorlooptijd schommelt gedurende het jaar. Spoedgevallen krijgen uiteraard voorrang dus daarvoor geldt deze wachttijd niet.
8. Cliënttevredenheid Eén van de belangrijkste graadmeters of we het goed doen, is natuurlijk de tevredenheid van de inwoners die gebruik maken van ondersteuning. We doen sinds maart 2020 doorlopend cliënttevredenheidsonderzoek met inschakeling van bureau Magis. We doen dit nu voor Jeugdhulp en Wmo. Voor Participatie (nog) niet. Op dit moment zijn de cijfers over de eerste helft 2021 alleen voor Wmo beschikbaar. Daarnaast is het aantal klachten een indicatie voor cliënttevredenheid.
34
8.1 Cliënttevredenheidsonderzoek Figuur 14 - Cliënttevredenheid Wmo32
32
Het onderzoek gebeurt in drie fases. In fase 1 (direct na contact) is de respons hoger dan in fase 2 en 3, wanneer het al langer geleden is dat een inwoner contact had met het gebiedsteam. In fase 1 was de respons 69 personen (4,9%). In fase 2 waren dat 12 personen en in fase 3 waren het 8 personen. Daarom gaan we het onderzoek terugbrengen naar twee keer in plaats van drie keer.
35
8.2. Klachten en bezwaren Aantal klachten en bezwaren gebiedsteam
Totaal 2019
Totaal 2020
Gegrond Ongegrond Geen oordeel (niet ontvankelijk) Opgelost via premediaton of ingetrokken Nog in behandeling Totaal
0 1 1 6 0 8
0 7 0 10 3 20
Eerste helft 2021 0 0 1 6 4 11
Het gaat om het totaal aantal klachten en bezwaren van inwoners op het terrein van Jeugd, Wmo en participatie. Vrijwel alle ingediende bezwaren betreffen een besluit vanuit de participatiewet. Dit is een meerjarig beeld. Er wordt vrijwel nooit bezwaar wordt gemaakt tegen een beslissing op grond van de Wmo of jeugdwet. We zien geen opvallendheden.
36
9. Tot slot Op dit moment bestaat de monitor Sociaal Domein vooral uit gegevens over zorggebruik en financiën, en dan ook nog eens vooral op het terrein van Participatie, Wmo en Jeugd. We gaan deze stapje voor stapje uitbouwen. We zullen steeds meer de link met onze doelstellingen (doe-agenda’s) en maatschappelijke effecten (Visie op Samenleven) gaan leggen. Natuurlijk willen we steeds de vinger aan de pols willen houden over de financiële stand van zaken. Dit deel van de monitor bieden we daarom elk kwartaal aan. De overige onderdelen (denk aan cliënttevredenheid, maar ook de maatschappelijke effecten uit de doelenboom) nemen we 1 of 2 keer per jaar in de monitor op. Sommige bronnen verschijnen eenvoudig weg niet elk jaar (bv Burgerpeiling of GGD-cijfers). Dus daar hebben we niet altijd iets nieuws over te melden. Daarom dus twee keer per jaar een zo uitgebreid mogelijke monitor en tussendoor vooral de financiële stand van zaken. Planning
Rapportage eerste half jaar 2021: oktober 2021 Rapportage derde kwartaal 2021: januari 2022 Rapportage geheel 2021: april 2022.
37
Bijlage 1: Toelichting op schoolverzuim in het schooljaar 2020-2021 Schoolverzuim primair onderwijs (PO) Het afgelopen schooljaar heeft de leerplichtambtenaar minder meldingen dan normaal ontvangen van schoolverzuim in het basisonderwijs. De meldingen die wel werden gedaan hadden bijna allemaal te maken met corona. Er waren een paar ouders die hun kinderen niet naar school durfden te sturen vanwege de pandemie. De afspraak was dat de GGD-verpleegkundige eerst gaat kijken of er een medische reden was waarom de ouders hun kinderen niet naar school lieten gaan. Mocht er geen gegronde reden zijn dan kwam de leerplichtambtenaar in beeld. Het meeste verzuim in het PO ontstaat omdat er problemen zijn in de thuissituatie. Het gebiedsteam wordt dan ingeschakeld bij het verzuim. De leerplichtambtenaar word dan wel op de hoogte gebracht, maar de zorg is meestal voorliggend. Er is nog winst te behalen in de samenwerking tussen het gebiedsteam en de leerplichtambtenaar. Als er ziekteverzuim is wordt de GGD-verpleegkundige ingeschakeld. Schoolverzuim voortgezet onderwijs (VO) In het schooljaar 2019-2020, tot half maart 2020, had de leerplichtambtenaar samen met de zorgcoördinator een verzuimspreekuur op het Stellingwerf College. In maart 2020 is dit gestopt vanwege corona en is tot op heden niet hervat, omdat externen niet welkom waren op school.
De hoop is dat het spreekuur in 2021/2022 weer kan worden opgestart. De pandemie heeft geleid tot minder verzuimmeldingen dan gewoonlijk in het VO. Als er verzuim werd gemeld stuurde de leerplichtambtenaar een waarschuwende brief of nam telefonisch contact op met de ouders. Voor zwaar schoolverzuim waren er multidisciplinaire overleggen (MDO’s) Ook de MDO’s vonden digitaal plaats. In een MDO wordt gekeken wat er nodig is om het schoolverzuim te stoppen. Bij de meeste casussen was het gebiedsteam of een andere hulpverlener betrokken. De zorgcoördinator gaf aan dat meer leerlingen zich ziek meldden in 2020/2021. Dit ziekteverzuim was niet te controleren omdat leerlingen aangaven dat ze verkouden waren en dus coronagerelateerde klachten hadden. De leerling mocht dan niet naar school. Het vermoeden was dat leerlingen die voorheen wel eens spijbelden zich nu simpelweg ziek meldden. Er waren ook minder meldingen van te laat komen, omdat de meeste lessen nog online werden gegeven. Docenten hadden hierdoor minder overzicht.
38
Bijlage 2: Toelichting op gebiedsteam in de school In september 2020 is de pilot ‘Gebiedsteam in de school’ gestart op drie scholen. Na de herfstvakantie is de pilot ook op de vierde school van start gegaan. Voor zover mogelijk met inachtneming van de coronamaatregelen waren gebiedsteammedewerkers wekelijks 1 dagdeel aanwezig op de betreffende school. Daar waren zij gesprekspartner voor de IB’er (intern begeleider) en leerkrachten, dachten ze mee bij casussen en zetten ze (lichte) ondersteuning in bij leerlingen die dat nodig hadden. Resultaten: 1. Alle betrokkenen zijn positief en zien nu al (veel) meerwaarde of verwachten dit op den duur 2. De coronamaatregelen hebben de uitvoering van de pilot sterk belemmerd Lange tijd waren externen niet welkom op school. Dit gold ook voor de gebiedsteammedewerkers. 3. De pilot wordt goed beoordeeld door de scholen en gebiedsteammedewerkers De scholen en gebiedsteammedewerkers ervaren met name een steeds betere samenwerking met elkaar. Ook merken zij dat de drempel voor ouders om vroegtijdig hulp te vragen lager wordt. Hierdoor wordt het mogelijk in een vroeger stadium hulp in te zetten waardoor later zwaardere hulp wordt voorkomen. 4. De pilot geeft aanwijzingen voor besparingen op jeugdhulp De gebiedsteammedewerkers houden een lijst bij van alle casussen die zij behandelen.
Hierbij maken zij ook een inschatting van de hulp die nodig was geweest als zij niet vanuit deze pilot betrokken waren geweest. Die hulp schatten zij ook op kosten. Op basis van het eerste half jaar blijkt hieruit dat de medewerkers hun salaris drie tot vier maal terugverdienen aan besparingen op jeugdhulp. In de tweede helft van 2021 is een schatting lastig vanwege coronabeperkingen. 5. In schooljaar 2021/2022 worden de opbrengsten naar verwachting duidelijker zichtbaar.
39
Het afgelopen jaar hebben we mooie resultaten bereikt met de inzet van het GBT op school. Zo zijn er meerdere vragen binnengekomen op het gebied van echtscheidingsproblematiek en de daarbij behorende loyaliteit van kinderen richting hun ouders. Door middel van een aantal gesprekken met kinderen werd het voor ouders inzichtelijk met wat voor vraagstukken hun kinderen worstelen. Ouders namen de tips en adviezen ter harte. De kinderen gaven aan het eind van het traject bij zowel ouders als het Gebiedsteam aan het fijn te vinden om over de scheiding te kunnen praten. Het is mooi om te zien dat de drempel voor ouders om vroegtijdig hulp te vragen laagdrempeliger wordt door onze wekelijks aanwezigheid op school. Ouders komen binnenlopen met hun vragen en kunnen de mogelijkheden verkennen die het Gebiedsteam te bieden heeft. In een aantal gevallen kwamen er ogenschijnlijk lichte zorgvragen binnen, waarbij vervolgens duidelijk werd dat er bij 1 van de ouders sprake was van geweld richting het kind of verslavingsproblematiek. Hierin heeft het GBT goed kunnen aansluiten door hulp in te zetten, betrokken te blijven bij het kind en d.m.v. zorg overleggen met alle betrokken hulpverlening en de desbetreffende ouder te blijven afstemmen over de voortgang.
Doordat het Gebiedsteam aanwezig is op school kan zij ondersteuning bieden aan docenten, ouders en leerlingen en kan zij een brug bouwen richting de hulpverlening waardoor er korte lijnen zijn. Femke Deinen, gebiedsteammedewerker.
40