Monitor Sociaal Domein 2021
Tekst van het document
Monitor Sociaal Domein geheel 2021 1. Doel en inhoud van deze monitor Doel van deze monitor is: a) Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b) Inzichtelijk maken van de financiële stand van zaken (komen we uit met onze budgetten)? c) Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen en/of c. als we zien dat we met het budget niet uit komen. d) Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is. Deze monitor gaat over geheel 2021 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven (oktober 2019) namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. In de monitor komen de onderwerpen uit onderstaande driehoek aan bod.
Cliënttevredenheid Hoofdstuk 8
Kwaliteit: preventie en resultaten van beleid en zorg Hoofdstuk 2, 3, 4, 5 en 7
Kosten Hoofdstuk 6
1
2. Meedoen In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. We geven per effect uit de doelenboom een aantal relevante gegevens. Tabel 1 MEEDOEN, Mensen kunnen levensloopbestendig wonen (effect A uit doelenboom Visie Samenleven) Wat gaat goed? We stellen inwoners in staat langer thuis te wonen. Hiermee voorzien we in deze behoefte bij inwoners. Daarnaast beperkt dit de zorgkosten (bijvoorbeeld door uitstroom naar de Wet langdurige zorg uit te stellen of te voorkomen). Als meer mensen levensloopbestendig kunnen wonen draagt dit hier aan bij. De kosten die we hiermee voorkomen zijn niet te kwantificeren. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? De verzilver- en blijverslening geven inwoners de mogelijkheid om tijdig te anticiperen door hun huis aan te passen. We zien dat hier nog mondjesmaat gebruik van wordt gemaakt; in 2020 is tweemaal een verzilverlening ingezet. Niet iedereen komt hiervoor in aanmerking (voorwaarden SVn). Dit kunnen we niet oplossen. We kunnen wel zorgen dat de mogelijkheden beter bekend zijn bij inwoners. We zien dat het aantal woningaanpassingen de laatste jaren stijgt. De uitgaven hiervoor fluctueren. De hogere aantal woningaanpassingen is in lijn met de maatschappelijke ontwikkelingen (meer ouderen die thuis wonen, spanning op de particuliere woningmarkt waardoor verhuizen minder gemakkelijk is).
De kosten fluctueren per jaar, omdat er het ene jaar meer dure aanpassingen zijn dan het andere jaar. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? We moeten de komende periode rekening houden met hogere uitgaven voor woningaanpassingen. We anticiperen hierop door waar mogelijk te kiezen voor slimme goedkopere oplossingen waar inwoners goed mee uit de voeten kunnen. Dit kan een verzilver- en blijverslening zijn. Of tijdelijke oplossingen en verhuiskostenvergoedingen. Bijvoorbeeld een verplaatsbare unit in plaats van een verbouwing. Of een verhuisvergoeding in plaats van een verbouwing1. Het gebruik hiervan was in 2021 minder dan in 2020, waarschijnlijk als gevolg van de krappe woningmarkt. Ook faciliteren en stimuleren we mantelzorgwonen. Dat doen we concreet door beleidsregels waar mogelijk ruim te interpreteren, verplaatsbare mantelzorgwoningenals pand te registreren en in te zetten op voorlichting, registratie en monitoring van mantelzorgwoningen. Verder anticiperen we doordat we corporaties afgesproken hebben dat zij bij nieuwbouw levensloopbestendig bouwen. Levensloop bestendige woonruimte is ook uitgangspunt in onze Woon(zorg)visie. Woningcorporatie Actium investeert ook op een andere manier. Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket.
Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket. In 2020 zijn er 81 verschillende
1
De besparingen variëren van een traplift van een paar duizend euro tot een aanbouw van € 50.000. Uitgaande van een gemiddelde besparing van € 10.000 gaat het om een besparing van € 60.000 in 2021.
2
maatregelen uit dit pakket kosteloos aangebracht bij huurders in onze gemeente. Helaas zijn de cijfers over 2021 nog niet bekend. Ten slotte doen we allerlei inspanningen om een leeftijdsvriendelijke en dementievriendelijke lokale samenleving te creëren (doe-agenda Ouder Worden, maart 2021). 2019 2020 2021 Aantal woningaanpassingen2 (indicator 1, 2, 3) 25 49 463 Uitgaven voor woningaanpassingen (indicator 1, 2, 3) € 142.000 € 218.000 € 141.000 Aantal toegekende verhuiskostenvergoedingen (ipv traplift of verbouwing) (indicator 1, 2, 3) Aantal toekenningen uit Langer Zelfstandig Thuis pakket Actium7 (indicator 1, 2, 3)
14
105
66
nvt
81
Cijfer (nog) niet beschikbaar bij Actium
2 Het gaat om aanpassingen om langer in de woning te blijven wonen, bijvoorbeeld trapliften, aangepaste keukens of badkamers, een aanbouw om beneden te kunnen slapen etc. 3
Bron: Rapportage Taskforce Grip op sociaal domein (Wmo).
4 In 2019 is 1 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend, hier is geen gebruik van gemaakt. De inwoner woont nog altijd in de huurwoning waar in overleg met de verhuurder kleine aanpassingen aan zijn gedaan. 5 In 2020 is 10 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 4 keer uitbetaald omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn en 6 keer niet omdat de inwoners nog niet zijn verhuisd, maar andere
oplossingen hebben gevonden. Bij 9 van deze 10 gevallen ging het om een huurwoning. 6 In 2021 is 6 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 1 vergoeding uitgekeerd omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn. De overige 5 kunnen alsnog in 2022 worden uitgekeerd als de aanvrager in 2022 alsnog verhuist en een kopie van het ondertekende huur- of koopcontract inlevert bij de gemeente. De beschikking blijft max. 1 jaar geldig. 7 Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket. Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket.
3
Tabel 2 MEEDOEN, Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (doe-agenda B) Wat willen we bereiken? Doelen uit de doe-agenda: 1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie. 2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. 3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. 4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden. 5. Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder. 6. Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk. 7. Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder. 8. Alle inwoners in de leeftijd van 18 - 67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. Zie tabel 4. 9. Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. 10. We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling. Zie tabel 4. Wat gaat goed? We zien dat het aantal uitkeringsgerechtigden (p-wet) weer is gedaald.
Er zijn nu voor het derde jaar op rij minder inwoners in de bijstand gekomen. Ook zien we de duurzame uitstroom gestaag doorgroeien (langer dan een half jaar uit de bijstand als ze eenmaal zijn uitgestroomd). Ook is positief dat 46 inwoners uit de bijstand stromen omdat zij werk hebben gevonden (2020: 39 inwoners). Verder zien we binnen de groep uitkeringsgerechtigden een verschuiving op de participatieladder (laagste trede is gedaald van 69% naar 38%). Dit komt deels doordat we in deze cijfers de mensen meetellen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. De groep ‘actieve participeerders’ is dus gegroeid. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? We besteedden in 2021 net als in 2020 veel aandacht aan het aan het werk houden van de in voorgaande jaren geplaatste BAB-ers (aandachtsgroep). Zij zijn extra kwetsbaar tijdens de coronaperiode omdat zij veelal eerst geplaatst worden in tijdelijke contracten. En verlenging van deze contracten is door corona geen vanzelfsprekendheid. Deze inzet zien we niet terug in de cijfers, omdat het inwoners betreft die al eerder uitkeringsonafhankelijk waren. We hebben gelukkig kunnen voorkomen dat zij hun werk kwijt raken. Ook realiseerden we minder werkervaringsplaatsen dan gepland. Ook dit heeft te maken met corona.
Doordat (bijna) iedereen thuis werkt, is het niet goed mogelijk om de benodigde begeleiding te bieden. We zien minder instroom en uitstroom in de BBZ. Dit betreft de TOZO-regeling voor zelfstandigen en is het gevolg van corona. Wat verwachten we en hoe anticiperen we hier op? We weten niet hoe corona in 2022 door gaat werken voor zelfstandigen en werkenden zodra de regelingen van het Rijk stoppen. En wat specifiek voor ons als gemeente het effect op de lokale/regionale werkgelegenheid en instroom in de bijstand zal zijn. We blijven maatwerk leveren en leggen we steeds 4
verbindingen tussen de capaciteiten van de bijstandsgerechtigde en werkgevers in kansrijke sectoren. We bouwen deze werkwijze de komende jaren verder uit door structureel te werken met een vaste contactpersoon, het toepassen van de omgekeerde toets8 , het uitbreiden van het netwerk van ondernemers en het waar nodig op maat inkopen van scholing en ondersteuning om bijstandsgerechtigden stappen te laten zetten op de participatieladder (zie doe-agenda B Meedoen op de arbeidsmarkt en in vrijwilligerswerk). Aantal uitkeringsgerechtigden in de Participatiewet (doel 1)
600
500
501512 486
400
2019 2020 2021
300
200
69
100 5 7 5 0
P-wet
IOAZ
39 35 37 3 IOAW
1 BBZ
8 Omgekeerd werken houdt in dat je eerst kijkt naar wat nodig is in een gezin. Dit breng je samen met het gezin in kaart. Daarna kijk je hoe dat past binnen de grondwaarden van de diverse
wetten. Daarbij weeg je de mogelijke effecten van een besluit in de volle breedte (dus integraal gekeken) mee. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Hierbij zien we de wetsartikelen als instrumenten om de grondwaarden van de wetten te realiseren.
5
Samenstelling van het totale bestand (P-wet). (doel 1, 5, 6, 7)9
Aantal inwoners dat instroomt in de Participatiewet11 (doel 2)
2018
202110
Kansrijk: trede 5&6 - 6% Doorstromer: trede 3&4 - 25% Aandachtsgroep: trede 1&2 - 69%
Kansrijk: trede 5&6 - 28% Doorstromer: trede 3&4 - 34% Aandachtsgroep: trede 1&2 - 38%
500
452
450 400 350 300
2019
250 200 150
2020 147133 116
108
2021
100 50 0
Redenen nieuwe instroom (doel 2)
P-wet
2 3 2
4 2 7
IOAZ
IOAW
2019 • Ander inkomen: 27 • WW gestopt: 26 • Bijstand vorige gemeente: 15 • Beëindiging relatie: 25 • Overig: 54
12 BBZ
2020 • Ander inkomen: 17 • WW gestopt: 45 • Bijstand vorige gemeente: 19 • Beëindiging relatie: 16 • Overig: 36
Geheel 2021 • Ander inkomen: 14 • WW gestopt: 21 • Bijstand vorige gemeente: 16 • Beëindiging relatie: 11 • Overig: 5412
9 We zijn overgegaan van de indeling kansrijk/doorstromer/aandachtsgroep naar scoren op de participatieladder. Wij scoren niet alleen het aantal uitkeringsgerechtigden, maar iedereen die werkt met een
loonkostensubsidie en iedere NUG-er die een traject heeft, veelal trede 5, tellen we ook mee. De ladder heeft zes treden die het niveau van participatie aangeven. Trede 1: geïsoleerd levend. Trede 2: sociale contacten buitenshuis. Trede 3: Deelname aan georganiseerde activiteiten bv cursus, actief verenigingslid. Trede 4 onbetaald werk of stage. Trede 5 en 6 werkt met ondersteuning (trede 5) of zonder (trede 6). 10 We kunnen helaas nog geen cijfers genereren waarbij alleen de uitkeringsgerechtigden in beeld zijn. De cijfers over 2021 omvatten ook alle mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen
uitkering en waren in de cijfers over 2018 niet meegerekend. Omdat de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor deze mensen én omdat we loonkostensubsidie verstrekken, staan ze in ons bestand. Dit worden steeds meer mensen en zij zitten allemaal aan de bovenkant van de participatieladder. Vandaar het grote verschil tussen 2021 en 2018. 11 BBZ betreft grotendeels TOZO-regeling voor zelfstandigen. De Tozo is een regeling die voorziet in een aanvullende uitkering voor levensonderhoud als het inkomen door corona tot onder het sociaal minimum daalt. 12 Overige redenen waarom iemand instroomt in de P-wet zijn bv stoppen met de studie, arbeidsongeschikt raken, einde detentie et cetera.
6
Uitstroom uit de Participatiewet13 (doel 2)
450 386
400 350 300
2019
250 177
200 150
133
122
2020 2021
136
100 50 0
Redenen uitstroom (top 4)
1 P-wet
1
5
4
IOAZ
6 IOAW
5
13 BBZ
2021 • Arbeid in dienstbetrekking: 46 • Verhuizing naar andere gemeente: 24 • Bereiken AOW- gerechtigde leeftijd: 14 • Oorzaak bij partner: 14
Aantal mensen dat een 40 aanvraag indient, maar uiteindelijk geen uitkering krijgt (Poortwachtersfunctie). (doel 2)
50
31
13 BBZ betreft grotendeels TOZO-regeling voor zelfstandigen.
7
Het percentage 2019 uitstromers naar werk dat 90,1% minimaal een half jaar uit de bijstand blijft (voorkomen draaideurcliënten).1415 (doel 3)
2020 92,1%
2021 96%
Het betreft het percentage inwoners dat uitstroomt naar werk en minimaal een half jaar uit de bijstand blijft. Mensen kunnen ook om heel andere redenen uitstromen (bv relatie krijgen, verhuizing naar een andere gemeente, studie beginnen et cetera), maar is dus niet meegenomen in deze cijfers. 15 Het percentage is gebaseerd op een looptijd van anderhalf jaar (bv. iemand die in het laatste half jaar van 2019 uitstroomde, en begin 2021 weer instroomt, telt niet meer mee). 14
8
Tabel 3 MEEDOEN, Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (doe-agenda C) Wat willen we bereiken? Doelen uit doe-agenda: 1. We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen. 2. We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied. 3. We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente. Dit kunnen we alleen kwalitatief monitoren. 4. We investeren nog meer in overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden. 5. We zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die een stap zetten van bijstand naar werk. Zie Tabel 2. 6. Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk. Dit kunnen we alleen kwalitatief monitoren. 7. Bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is. 8. We ontdekken financiële problemen op tijd. 9. De gemeente en samenwerkingspartners zijn begin 2022 klaar voor de Wet op de Inburgering, waar onder andere het ontzorgen van statushouders op financieel gebied een item is.
Wat gaat goed? De verkenning van het maatwerkbudget levert voorlopig de bevinding op dat we vanuit de bijzondere bijstand mogelijkheden hebben én benutten om kinderen en volwassenen maatwerkgericht te ondersteunen. De evaluatie van de verkenning vindt binnenkort plaats. Laagdrempelige en lichte hulpverlening kan helpen om te voorkomen dat beginnende problemen uitgroeien tot grote problemen en hoge kosten voor hulp. We werken daarom onder andere (want de vrijwilligers zijn natuurlijk nog laagdrempeliger en ‘lichter) met budgetadviseurs in het gebiedsteam. Zij helpen inwoners met een beginnende schuldenproblematiek. We zien dat de aanvragen bij de budgetadviseurs van het gebiedsteam na een ‘Coronadip’ in 2020 weer aantrekken. We zien dat de vroegsignalering en het integraal werken binnen het gebiedsteam zijn vruchten begint af te werpen. Van alle aanmeldingen komt namelijk 40% via doorverwijzing van gebiedsteamcollega’s, 40% naar aanleiding van vroegsignalering en 20% rechtstreeks van de inwoner of van anderen. In 18% van de gevallen konden de budgetadviseurs de melding met één advies afwikkelen. Dit duidt er op dat het in die gevallen om lichte vragen gaat en dat de budgetadviseurs dus steeds laagdrempelig bereikbaar zijn en op tijd iets kunnen betekenen. De inzet van de budgetadviseurs is dan gericht op ‘erger voorkomen’.
Soms is de vraag dusdanig ligt dat deze door een vrijwilliger opgepakt kan worden. De budgetadviseurs verwijzen dan door naar bijvoorbeeld Humanitas, het Sociaal steunpunt of de budgetmaatjes bij Scala. De overige 82% wordt door de budgetadviseurs verder geholpen. Afhankelijk van de situatie (vraag, schuldenlast, leerbaarheid) zetten ze zelf een traject in of verwijzen ze door naar de schuldhulpverlening bij de Kredietbank Nederland of bewindvoerders. Verder zien we een daling van de uitgaven voor bewindvoering. Het is nog onduidelijk of dit het (tijdelijke) gevolg is van Corona (minder aanmeldingen) of dat hier een structurele vermindering is ingezet. De raad stelde op 25 januari 2022 de doe-agenda Wet Inburgering vast, waarmee we klaar zijn voor de nieuwe wet die op 1 januari 2022 in werking trad. Doel van de wet is de inburgering van statushouders te verbeteren. Dat gebeurt onder andere door zo snel mogelijk te beginnen met de inburgering, door in te zetten op een hoger taalniveau en door vanaf de start aandacht te besteden aan taal én 9
participatie door activiteiten, onderwijs, vrijwilligerswerk of betaald werk. Zodra de eerste resultaten/cijfers over de uitvoering bekend zijn, voegen we deze toe aan de Monitor Sociaal Domein. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? In 2021 zagen we –net als in 2020- minder nieuwe meldingen bij alle vormen van financiële hulpverlening, zowel lichte als zwaardere vormen (denk aan de hulpverlening door Kredietbank Nederland). Dit komt overeen met het landelijke beeld dat er minder aanmeldingen zijn in Coronatijd16. We gaan er van uit dat er niet minder inwoners zijn met financiële problemen. Dus in 2022 kunnen we een toename van het aantal vragen verwachten. De afname van het aantal inwoners dat gebruik maakt van bewindvoering lijkt positief, maar is waarschijnlijk ook het resultaat van corona (minder aanmeldingen op alle fronten van financiële hulp, zie hierboven). Als het gaat over belemmeringen om mee te doen gaat het niet alleen over geld. Bij de opgaves Samenleven (eenzaamheid) en Gezondheid (lichamelijke en geestelijke gezondheid, erbij horen) doen we hier inspanningen voor. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Dat zich in 2020 en 2021 minder mensen met financiële problemen meldden wil niet zeggen dat het goed gaat.
We kunnen verwachten dat er in 2022 een toename aan meldingen komt zodra schuldeisers alsnog op de stoep staan bij inwoners en misschien meer inwoners hun baan kwijt zijn. Daarnaast zullen er inwoners zijn die (tijdelijk) minder inkomsten hebben (gehad). Ook landelijk is de inschatting dat door corona het aantal huishoudens met een schuld toeneemt (Nationale Schuldhulproute). We anticiperen hier op door middel van vroegsignalering (nieuwe Wet per 1 januari 202117), preventieve activiteiten (bv budgetcursus) en intensivering van de communicatie over hulpmogelijkheden en financiële regelingen. Daarnaast richten we ons specifiek op ondernemers om heldere informatie te geven over bestaande ondersteuningsmogelijkheden en waar zij terecht kunnen als zij in financiële problemen dreigen te komen.
16
Jonge, A. (2020, 2 november). Minder aanmeldingen bij schuldhulpverlening in crisistijd.
17 Per 1 januari 2021 heeft de gemeente een wettelijke taak voor vroegsignalering, zodat vroegtijdig gegevens uitgewisseld kunnen worden en inwoners ongevraagd een aanbod tot hulp bij
hun financiën ontvangen. Doel is inwoners eerder te bereiken en zo de gevolgen van het hebben van problematische schulden zoveel mogelijk te voorkomen.
10
Burgerpeiling 2020: Ik weet waar ik terecht kan als ik vragen heb over geldzaken. (doel 4) Het aantal inwoners dat zich met financiële problemen meldde of is gemeld bij de budgetadviseurs.18 (doel 2, 4, 8)
Totaalbedrag dat we aan bewindvoering uitgeven. (doel 2, 7) Aantal unieke cliënten dat van bewindvoering gebruik maakt. (doel 2, 7) Aantal inwoners dat een positieve beschikking kreeg voor hulp van de Kredietbank Nederland (KBNL), cijfers KBNL19. (doel 2, 7)
2019 Niet uitgevraagd.
2020 77%
2021 Geen Burgerpeiling.
€ 341.044
€ 367.449
€ 338.051
246 48
258 31
228 35
Het gaat om inwoners die zichzelf melden voor hulp bij hun financiën, inwoners die al hulp krijgen vanuit het gebiedsteam op een ander vlak en door een gebiedsteammedewerker worden aangemeld, signalen in het kader van vroegsignalering (huurachterstand, achterstanden nutsvoorzieningen) en meldingen in het kader van ontruiming of afsluiting water. 19 Dienstverlening door KBNL zien we als ‘zware’ hulpverlening. Het cijfer betreft de inwoners die een positieve beschikking hebben gehad en hulp (gaan) ontvangen van de KBNL. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanvraag schuldregeling, budgetbeheer en bewindvoering. 18
11
Tabel 4 MEEDOEN, Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet (effect D uit Visie op Samenleven) Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Mensen zijn op de hoogte/kennen de wegen. 2. Mensen maken er gebruik van. 3. Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. Zie ook tabel 3. 4. Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. Zie Hoofdstuk 8 Cliënttevredenheid. Wat gaat goed? We proberen inwoners in staat te stellen zelfredzaam te zijn en eigen regie te hebben en te houden. Ondersteunende voorzieningen uit de Wmo (denk aan hulpmiddelen, vervoer, dagbesteding en huishoudelijke hulp) helpen hierbij. Gezien de vergrijzing proberen we de voorzieningen voor ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen te versterken. Vormen van indicatievrije dagbesteding passen hierbij. Het verlaagt de drempel om er gebruik van te maken en het stelt een beroep op (duurdere) geïndiceerde dagbesteding uit. In 2020 namen de uitgaven voor indicatievrije dagbesteding toe doordat er een extra locatie bij kwam in Haulerwijk. De uitgaven voor geïndiceerde dagbesteding namen af. Per saldo kostte dagbesteding daardoor in 2021 minder dan in 2020 (in 2019 totaal € 705.000, in 2020 totaal € 723.000 en in 2021 totaal € 719.000). Daar komt bij dat we er meer mensen mee helpen en we verwachten de komende jaren een preventief effect.
Niet alleen wat betreft het voorkomen of uitstellen van een beroep op geïndiceerde zorg, maar ook vermindering van eenzaamheid onder thuiswonende ouderen. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? In 2021 zagen we toenemende uitgaven voor huishoudelijke hulp en hulpmiddelen. Dit komt onder andere door het abonnementstarief20. Op andere voorzieningen zien we juist een daling van de uitgaven, met name voor begeleiding en vervoer. Dit is echter het gevolg van corona (minder mogelijkheden om in groepen bij elkaar te komen). Verwachting is dat de uitgaven in 2022 weer toenemen. We zien per saldo een onderschrijding van het Wmo-budget. We zien een positieve ontwikkeling in het aantal dorpen waar indicatievrije dagbesteding bestaat. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Verwachting is dat de vraag naar andere vormen van Wmo-ondersteuning in de komende jaren ook verder gaat stijgen. Oorzaken liggen in de extramuralisering, de dubbele vergrijzing en (daardoor) de toename van dementie. Door de toename van het aantal inwoners met dementie verwachten we in de toekomst vooral een grotere druk op Wmo dagbesteding. De uitgaven nemen daarnaast sowieso toe door prijsstijgingen en CAOontwikkelingen. 20 Per 1 januari 2019 is het abonnementstarief vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht.
Dit houdt in dat inwoners die gebruikmaken van een Wmo maatwerk- of algemene voorziening per
maand € 19,- betalen, onafhankelijk van inkomen, vermogen of het gebruik van meerdere voorzieningen. Mogelijk wordt dit abonnementstarief weer afgeschaft (nieuwe regeerakkoord), maar de uitwerking hiervan is op dit moment nog niet bekend.
12
We anticiperen hier op verschillende manieren op, bijvoorbeeld: • We stimuleren indicatievrije dagbesteding (zie hierboven). • Met de Wmo inkoop 2020 hebben we voor begeleiding en dagbesteding het aantal varianten ingekrompen waarbij het uitgangspunt is dat standaard de lichte (en goedkopere) variant wordt ingezet, tenzij…. Dit onder meer om te voorkomen dat (te) zware zorg wordt ingezet. Dit geldt alleen voor nieuwe instroom sinds 2020. • Sinds 2020 wordt op persoonsniveau gekeken of iemand vanuit dagbesteding door kan stromen naar nieuwe vormen van groepsbegeleiding (arbeidsmatig of activerend). Hiermee streven we naar doorstoom of uitstroom uit de dagbesteding. • We bieden alternatieve vervoersmogelijkheden zoals ANWB Automaatje (sinds 2021) en DRIVE.
Burgerpeiling 2020: Bij problemen die ik tegenkom in mijn leven weet ik waar ik hulp kan vragen of informatie kan vinden (indicator 1) Aantal inwoners met een Wmovoorziening22 (indicator 2) Uitgaven voor huishoudelijke hulp (indicator 2) Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor huishoudelijke hulp (indicator 2) Uitgaven voor begeleiding (individueel en groep) (indicator 2) Uitgaven voor hulpmiddelen26 (indicator 2) Uitgaven vervoer (indicator 2)
2019 Niet uitgevraagd
2020 74%
202121 Geen Burgerpeiling
445
447
453
€ 1.886.000
€ 2.022.000
€ 2.343.000 (definitief cijfer in jaarrekening 2021)
763
853
911
€ 3.707.000
€ 3.037.00023
€ 2.485.000 (definitief cijfer in jaarrekening 2021)24
2019 € 173.000
2020 € 281.000
202125 € 339.000 (definitief cijfer in jaarrekening 2021)
€ 887.000
€ 903.000
€ 840.000 (definitief cijfer in jaarrekening 2021)
Dit is op basis van het declaratiegedrag van zorgaanbieders. Het gaat om individuele voorzieningen (zorg in natura) op grond van de Wmo. Dit is begeleiding, dagbesteding/groepsbegeleiding, vervoer, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging. 23 Het lagere bedrag in 2020 komt onder meer door voorschot en afrekening MOVO van € 175.000. 24 Er is een positieve afrekening Beschermd Wonen 2021 (€ 301.095), daar was in de begroting geen rekening mee gehouden. Daarnaast nog een positieve afrekening MOVO 2021 (€ 70.000), daar is wel rekening mee gehouden in de begroting. 25 Dit is op basis van het declaratiegedrag van zorgaanbieders. 26 Dit betreft uitgaven voor uitstaande hulpmiddelen (€ 35 per hulpmiddel) en uitgaven voor hulpmiddelen buiten de standaard overeenkomst (maatwerk hulpmiddelen). 21 22
13
Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor dagbesteding voor mensen tussen de 18 en 67 jaar (indicator 2 en doel 10 doe-agenda B) Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen27 (dit is lastig uit te splitsen naar leeftijdsgroep) (indicator 2 en doel 10 doe-agenda B)
€ 696.000
€ 589.000
€ 566.000 (definitief cijfer in jaarrekening 2021) Dit bedrag is inclusief een aantal betalingen over 2020 die zijn in 2021 geboekt.
Het gaat om activiteiten voor oudere mensen die (nog) geen indicatie voor dagbesteding hebben/kunnen krijgen, maar die ter voorkoming van eenzaamheid en/of overbelasting van mantelzorgers wel baat hebben bij een of meer dagdelen ontmoeting en begeleide activiteiten. Het bedrag voor geheel 2021 is € 152.989, waarvan € 31.133 voor Welzijn op Dorpse Schaal (Oldeberkoop), € 24.356 voor Liante (Oosterwolde), € 87.500 voor ZuidOostZorg en € 10.000 voor de Buurthaven (Haulerwijk). Haulerwijk is in 2021 gestart. 27
14
3. Samenleven De opgave Samenleven gaat over alle voorzieningen en inspanningen die het mogelijk maken dat mensen in sociale verbanden samen kunnen leven en kunnen meedoen. In de Monitor 2020 gaven we een aantal kerngegevens uit de Burgerpeiling. Omdat deze elke 2 jaar gehouden wordt, hebben we hierover geen specifieke gegevens over 2021.
4. Gezondheid In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. In de monitor over de eerste helft van 2021 vatten we de nieuwste gegevens van de GGD over de gezondheid van onze inwoners samen. Omdat de GGD elke 4 jaar onderzoek doet, beschikken we op dit moment niet over nieuwe informatie, behalve de cijfers van Veilig thuis. We zien dat het aantal meldingen Veilig Thuis over 2021 hoger is dan in 2020, terwijl het vierde kwartaal nog niet is meegeteld. Meldingen worden gedaan door professionals (bv politie) en door inwoners. De meeste meldingen gaan over kindermishandeling, maar er zijn ook meldingen over (ex)partnergeweld en ander huiselijk geweld. In andere gemeenten in Friesland zien we hetzelfde beeld.
Cijfers Veilig Thuis (indicator 1, 3)
15
5. Goed Opgroeien In de Visie op Samenleven staan vier maatschappelijke effecten centraal. We geven per effect uit de doelenboom een aantal relevante gegevens. Tabel 10 GOED OPGROEIEN Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal (effect L uit Visie op Samenleven). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien 2. Jeugdigen gaan naar school 3. Jeugdigen halen een startkwalificatie 4. Jeugdigen zijn taalvaardig 5. Jeugdigen en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden NB We kunnen dit momenteel niet goed monitoren. We werken met de ketenpartners aan versterking van de samenwerking en maken afspraken over hoe we dit gaan monitoren. Wat gaat goed? Het bereik van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in 2021 is iets gestegen ten opzichte van 2020 (indicator 4). Dit betekent dat meer kinderen een VVE-indicatie kregen en ons bereik hoog is. Er is ook weinig uitval van kinderen die aan de VVE meedoen. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? Het aantal meldingen schoolverzuim is drastisch gedaald. Dit komt door de coronapandemie; leerlingen waren minder in zicht door quarantainemaatregelen, lockdowns en online onderwijs. Door corona zijn onderwijsachterstanden ontstaan. We zien een lichte stijging van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters.
Ook landelijk en in de regio De Friese Wouden is deze trend zichtbaar. Mogelijk spelen de vele online lessen en het gebrek aan stage- en praktijkplekken een rol in de keuze om (tijdelijk) te stoppen met een opleiding. Ook overbelasting kan een rol spelen. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? We verwachten dat scholen weer regelmatiger gaan melden als er schoolverzuim in het spel is, waardoor de leerplichtambtenaar weer tijdig kan inspringen. Leerlingen die geen startkwalificatie halen (voortijdig schoolverlaters) worden benaderd door de MBO-leerplichtambtenaar van het RMC (regio Friese Wouden). De scholen kregen extra middelen van het Rijk om onderwijsachterstanden in te lopen. Ook de gemeente kreeg budget om de gevolgen van corona bij jongeren te ‘repareren’. Wat betreft taalvaardigheid blijven we inzetten op preventieve acties (bv VVE (voor- en vroegschoolse educatie)). Daarnaast bekostigen we activiteiten als Bouw!28 en De Bibliotheek op School. Dit laatste is bedoeld om de taalvaardigheid, leesmotivatie en Bouw! is een programma dat effectieve ondersteuning biedt bij beginnende geletterdheid en leren lezen. Bouw! is gericht op het voorkomen van leesproblemen en daarmee effectiever dan remediëren wanneer achterstanden al zijn ontstaan. 28
16
informatievaardigheden van leerlingen in het basisonderwijs te verbeteren. Ook is er een provinciaal actieplan gericht op laaggeletterdheid, met name gericht op laaggeletterde volwassenen. • Cijfers schoolverzuim, behaalde startkwalificaties en voortijdig schoolverlaters (cijfers RMC) (indicator 1, 2 en 3): zie ook bijlage 1.
17
•
Bereik Voor- en Vroegschoolse Educatie (indicator 4):
18
Tabel 11 GOED OPGROEIEN Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders (effect M uit Visie op Samenleven). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid 2. Jeugdigen hebben een goede start doordat hun ouders en zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s 3. Jeugdigen groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk) 4. Jeugdigen en ouders met opvoed- en opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund (zie ook Hoofdstuk 8 Cliënttevredenheid) 5. Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen Samenvatting: Over indicator 4 en 5 hebben we geen nieuwe gegevens ten opzichte van de cijfers uit de vorige monitor omdat de GGD slechts 1 keer in de vier jaar onderzoek doet en de Burgerpeiling eens in de twee jaar plaatsvindt. Wat betreft doel 2 zien we dat het bereik van onze preventieprogramma’s voor jonge kinderen (VVE en consultatiebureau) in 2021 goed bleef. Wat betreft doel 1 en 3 hebben we op dit moment geen nieuwe cijfers. Deze nemen we op in een volgende monitor. • % kinderen waarvan ouders naar consultatiebureau gaan (0 tot 4 jaar) (indicator 2) (GGD, 2021): geheel 2021: 685 kinderen 93% (7% no show). • Bereik Voor- en Vroegschoolse educatie (indicator 2)(cijfers Scala, 2020): 33%, zie ook tabel 10.
Het bereik van de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) in 2021 is iets toegenomen ten opzichte van 2020 (indicator 4).
Tabel 12 GOED OPGROEIEN Jeugdigen zijn weerbaar (effect N uit Visie op Samenleven). Wat willen we bereiken? Indicatoren uit de doelenboom: 1. Jeugdigen ontwikkelen sociale vaardigheden 2. Jeugdigen kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. 3. Jeugdigen hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. Wat gaat goed? De raad stelde in 2021 het Preventie en handhavingsplan Alcohol en Middelen vast. Hierin staat hoe we integraal sturen op gewenst gedrag. We hebben geen nieuwe cijfers over alcoholgebruik of weerbaarheid van jeugdigen ten opzichte van de vorige monitor, omdat de GGD eens in de 4 jaar onderzoek doet. Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? 19
De GGD deed in 2021 in verband met corona een extra onderzoek naar de mentale fitheid van inwoners. Er zijn geen cijfers specifiek voor Ooststellingwerf, maar we zien in Friesland duidelijk dat met name veel jongeren hun mentale fitheid en weerbaarheid (problemen de baas zijn) als slecht beoordelen. Het is een momentopname en er is niet gevraagd naar de oorzaken. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? We verwachten dat de mentale fitheid en weerbaarheid van jongeren deels weer herstelt doordat de scholen weer open zijn en geen sprake meer is van andere beperkende coronamaatregelen. Omdat er ook voor corona al zorgen waren hierover én corona de situatie heeft verslechtert, besteden we in de doe-agenda Positieve Gezondheid extra aandacht aan de mentale gezondheid van jongeren. Daarnaast zetten we de NPO-middelen29 in om depressie of andere mentale klachten bij jongeren bespreekbaar te maken en adequaat op te pakken. Uit panelonderzoek GGD januari 2022
In 2021 stelde het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) extra financiële middelen beschikbaar om de nadelige gevolgen van de coronacrisis in het onderwijs zo veel mogelijk tegen te gaan. Deze gelden gaan grotendeels naar het onderwijs. Een klein deel gaat naar gemeenten. 29
20
Tabel 13 GOED OPGROEIEN Kwetsbare jeugdigen en ouders voelen zich ondersteund bij opvoeden en opgroeien (doe-agenda O). Wat willen we bereiken? Doelen uit de doe-agenda: 1. Professionals signaleren (dreigende) problemen preventief en we zijn zichtbaar aanwezig op plaatsen waar ouders en jonge inwoners zijn 2. We sluiten aan bij kwetsbare gezinnen en hun omgeving en zijn vindbaar voor hen. 3. We bieden een integraal en laagdrempelig aanbod van opvoedingsondersteuning en laagdrempelige activiteiten voor kinderen en jongeren in kwetsbare buurten. 4. Er is speciale aandacht voor de ontwikkeling van kinderen van -9 maanden tot 7 jaar in kwetsbare gezinnen. 5. Iedereen hoort erbij en mag zichzelf zijn. Wat gaat goed? We hebben een uitgebreid ‘pakket’ aan preventieve inspanningen om te voorkomen dat jonge inwoners (zware en dus duurdere) hulp nodig hebben. Dat is voor henzelf en voor hun omgeving belangrijk, en ook om de uitgaven te beheersen. De inzet van de inkoopondersteuner voorkomt dat we onnodig dure zorg inzetten. Gebiedsteammedewerkers zijn door de ‘coaching on the job’ van de inkoopondersteuner beter in staat passende zorg te kiezen en resultaten te beschrijven waardoor we regelmatig goedkoper uit komen. Doordat de consulent Jeugd bij de huisartsenpraktijken zelf hulptrajecten bieden voorkomen we verwijzingen naar (dure) specialistische jeugdhulp.
In 2020 voorkwamen we hierdoor netto circa € 118.000,- aan uitgaven (rekening houden met de salariskosten voor de Consulenten Jeugd). Daarnaast levert onze aanwezigheid bij de huisartsen op dat we meer zicht hebben op de verwijzingen bij de huisarts en op de problematiek die hier speelt. Doordoor kunnen we makkelijker inspelen op trends die zich daar voordoen. De preventie van uitgaven is in 2021 en 2020 minder geweest dan in 2019. Dit komt door eenmalige acties in 2019 bij de start van de inkoopondersteuner die veel opbrachten. De eerste ervaringen met gebiedsteammedewerkers in de scholen zijn positief. Ook zij verlenen regelmatig zelf hulp waardoor we verwijzingen naar specialistische jeugdhulp en daardoor hogere kosten voorkomen. Dit is een goede reden om hier mee door te gaan en het na evaluatie eventueel uit te breiden naar andere scholen. De besparingen zullen in de loop van 2022 concreter worden. Het aantal effectieve hulptrajecten is iets gestegen (86% resultaten behaald in 2021 tov 83% in 2020). Wat zien we en wat zijn aandachtspunten? We zien dat iets meer jeugdigen zorg ontvingen in 2021 dan in 2020. In hoofdstuk 6 is te zien dat we ook een stijging van het aantal dure trajecten zien. We zien dus dat we -ondanks de preventieve maatregelen- (zie hierboven) te maken hebben met stijgende uitgaven voor jeugdhulp.
Wat verwachten we en hoe anticiperen we hier op? In 2020 was nog geen sprake van een grotere vraag naar ondersteuning als gevolg van corona. Het lijkt er op dat we hier in 2021 wel mee te maken kregen. Deze trend zet zich waarschijnlijk in 2022 voort. We anticiperen hier zo goed mogelijk op door de maatregelen zoals hierboven genoemd, voortkomend uit de Taskforce Grip op Uitgaven Jeugdhulp. Onze mogelijkheden om deze uitgaven nog verder te beperken zijn op dit moment zeer beperkt (open einde) en we willen jeugdigen die hulp nodig hebben goed ondersteunen. Zie ook hoofdstuk 6. 21
Preventie: vermindering van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp (effect consulent jeugd bij de huisarts).30 (Doel 1 en 2) • 2019: € 468.000 • 2020: € 102.000 • 2021: € 117.71131 In september 2020 startte de pilot “Gebiedsteam in de school”. Uit de evaluatiegesprekken komen verbeterde samenwerking, verbeterde regie en afstemming, korte lijnen, meer laagdrempelig contact en vlotter handelen als belangrijkste resultaten naar voren. Partijen leren van elkaars expertise, er wordt eerder gesignaleerd en eerder preventief aanbod ingezet. Door een vast gezicht te zijn in de scholen zien we dat de drempel om hulp te vragen voor kinderen en ouders lager wordt. In 2020 en 2021 ondervonden we uiteraard hinder van corona en de daarmee samenhangende sluiting van scholen/klassen en quarantainemaatregelen. Toch zien we in deze jaren positieve effecten van de pilot. Inmiddels is besloten dat we de inzet op de scholen structureel maken en per januari 2022 is dit uitgebreid van vier naar zes scholen en het gebiedsteam is nu ook aanwezig op vier VVE locaties. In het nieuwe schooljaar 2022-2023 zullen nog twee tot drie scholen toegevoegd worden. Naast kwalitatieve monitoring gaan we ook cijfers verzamelen om de effecten van het gebiedsteam in de school en op VVE-locaties te volgen. Deze worden zodra deze beschikbaar zijn onderdeel van deze monitor.
Effect inkoopondersteuner: bedrag dat als gevolg van de inkoopondersteuner minder is uitgegeven of is teruggehaald. (Doel 1 en 2) • 2019: € 935.000 (inclusief eenmalig actie die ongeveer € 300.000 opleverde) • 2020: € 519.000 • 2021: € 583.800
Netto, rekening houdend met kosten consulenten. Dit is op basis van de inschatting van de consulenten; welke inzet van ingekochte zorg is voorkomen door inzet van de gebiedsteammedewerker minus het aantal uren dat de gebiedsteammedewerker hieraan heeft besteed. Overigens zijn er naast kwantificeerbare effecten ook kwalitatieve effecten van de consulent jeugd bij de huisarts bv kortere lijnen en verbeterde samenwerking. 30 31
22
Aantal unieke jeugdigen dat in de betreffende maanden zorg ontving – dit betreft alle zorgvormen.32 (doel 1 en 2) 600 500 400
2019 2020
300
2021
200 100
Jan
Mrt
Mei
Jul
Sep
Nov
Het aantal cliënten staat niet 1 op 1 in relatie tot de kosten. Het aantal zegt bijvoorbeeld niets over de soort jeugdhulp. Tijdens de corona en de periode erna zien wij geen sterke stijging of daling van het aantal cliënten in zorg ten opzichte van 2018 en 2019. 32
23
Resultaten jeugdzorg33 (doel 2)
90
86
83
82
80 70 60 50 40 30
18
17
14
20 10 0 2019
2020
% resultaten behaald volgens plan
2021 % voortijdige beeindiging
Voor elke jeugdige die jeugdhulp ontvangt, wordt afgesproken welke resultaten moeten worden behaald. Na een bepaalde periode kijken we dan of deze resultaten inderdaad bereikt zijn. Verder kijken we naar het percentage jeugdigen waarvoor de zorg vroegtijdig stopt. 33
24
We hebben nog geen cijfers van Scala (over geheel 2021) over het bereik en deelname van jonge kwetsbare inwoners aan buitenschoolse activiteiten, buurtsport en jongerenwerk (doel 3). We verwachten deze medio 2e kwartaal 2022, zodra het jaarverslag van Scala klaar is. Aantal inwoners dat op de gemeentelijke website zoekt naar informatie over opvoeden, opgroeien, kinderen of onderwijs. (Doel 3) In 2021 was dit: • Opvoeden 77 keer. • Opgroeien 58 keer. • Kinderen en onderwijs 327 keer. NB De pagina Gebiedsteam is dit jaar 5868 keer bezocht. In de eerste helft van 2021 was dit 2.609 keer dus we zien een lichte stijging van het aantal bezoekers op de website in het tweede half jaar 2021. Op dit moment hebben we nog geen cijfers over 2021 wat betreft de cognitieve en sociaal emotionele ontwikkeling van jonge inwoners uit kwetsbare gezinnen (op basis van het uitvoeringsprogramma VVE, beleidskader spelenderwijs) (doel 4). Er zijn geen nieuwe cijfers over het percentage kinderen dat gepest wordt op school omdat de GGD dit onderzoek slechts eens in de vier jaar uitvoert (indicator voor doel 5).
25
6. De kosten van de zorg en ondersteuning We willen ook weten of we uit komen met het budget. En waar we voor de nabije toekomst rekening mee moeten houden, financieel gezien. 6.1 Financiële stand van zaken werkdeel Participatiewet Dankzij overheveling van middelen uit 2020 naar 2021 konden we in 2021 extra investeren in de begeleiding van uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Dit deden we bijvoorbeeld met het succesvolle project assistent hovenier Terrastart. Verder deden meer bijstandsgerechtigden mee aan de projecten ‘Iedereen in beweging’ en ‘Door sport blijf je in beweging’, gericht op doorstroming naar vrijwilligerswerk, een werkervaringsplek of een betaalde baan. In hoofdstuk 4 zagen we dat dergelijke projecten in 2021 hun vruchten afwierpen (meer bijstandsgerechtigden die actief participeren). Mede door deze extra impuls verwachten we een lichte overschrijding op het budget dat we beschikbaar hebben voor het werkdeel van de Participatiewet (het bedrag geven we weer in de jaarrekening 2021). Kijkend naar 2022 weten we niet hoe corona door gaat werken voor zelfstandigen en werkenden zodra de regelingen van het Rijk stoppen. En wat specifiek voor ons als gemeente het effect op de lokale/regionale werkgelegenheid en instroom in de bijstand zal zijn. In hoofdstuk 4 gaven we aan hoe we hierop anticiperen.
6.2 Financiële stand van zaken Wmo Voor 2021 verwachten we per saldo een onderschrijding op het Wmo-budget. Het definitieve bedrag geven we weer in de jaarrekening 2021. De onderschrijding komt door met name op minder uitgaven voor begeleiding en een positieve afrekening voor beschermd wonen. Er waren juist meer uitgaven voor hulp in het huishouden, maar per saldo is er dus een onderschrijding op het Wmo-budget. Als we vooruit kijken, verwachten we een stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo (en daarmee van de uitgaven). Onder andere als gevolg van de demografische ontwikkelingen (ouder wordende bevolking, langer thuis blijven wonen) en de aanzuigende werking van het abonnementstarief, waardoor het aannemelijk is dat er een groter beroep wordt gedaan op woningaanpassingen, vervoer, hulp bij het huishouden ect. Verder dalen de inkomsten door de invoering van het abonnementstarief (de prikkel om zelf voorzieningen/diensten aan te schaffen ontbreekt). Overigens zijn in het regeerakkoord afspraken gemaakt over veranderingen in het Wmo-abonnementstarief voor de huishoudelijke hulp. Nadere details hierover zijn nog niet bekend. 26
6.3 Financiële stand van zaken Jeugdhulp Voor 2021 verwachten wij een overschrijding op het jeugdbudget. Het definitieve bedrag geven we weer in de jaarrekening 2021. De oorzaken zijn divers: • • • •
Hogere lasten voor duurdere trajecten. In het vierde kwartaal van 2020 was een stijgende lijn te constateren van inzet van duurdere specialistische jeugdhulp trajecten en die lijn is doorgezet in 2021. Aanrekening van andere gemeenten. Het gaat om aanrekeningen van zorg uit voorgaande jaren waarvoor wij in het kader van het woonplaatsbeginsel verantwoordelijk voor zijn. Hogere lasten hoogspecialistische jeugdhulp. Dit komt omdat er een herberekening van de verdeling van de kosten per gemeente is gemaakt in de lumpsum. Extra rijksmiddelen 2021. Het te verwachten tekort in de Jeugdhulp kan deels worden gecompenseerd met de extra rijksmiddelen ad. € 675.000,geoormerkt voor de compensatie van de tekorten in de jeugdzorg.
Vanaf 2024 moeten we overigens rekening houden met wijzigingen in de jeugdhulp. Het kabinet presenteerde in het Regeerakkoord namelijk bezuinigingsplannen. Hierbij wordt gedacht aan het invoeren van een eigen bijdrage voor de jeugdzorg en/of het inperken van de behandelduur. Details hierover zijn nog niet bekend.
7. Hoe loopt het in het gebiedsteam Ons gebiedsteam heeft een belangrijke rol als het gaat om de toegang tot zorg. Daarom is het interessant om te weten hoe dit verloopt. De aanscherping van de Corona-maatregelen heeft de afgelopen periode gelukkig niet hoeven leiden tot vermindering van de inzet op de vindplaatsen (scholen, huisartsen, VVE-locaties). Hierdoor kunnen we er op tijd bij zijn en kan zorginzet soms worden voorkomen. Bovendien verstevigt de samenwerking met de partners in het voorliggende veld 34 hierdoor.
34 Het voorliggende veld staat voor het totaal aan algemene voorzieningen dat beschikbaar is in een buurt, dorp of gemeente. Het gaat dus om alle voorzieningen voor (hulp)vragen zonder indicatie.
27
We hebben en houden de werkvoorraad onder controle, ondanks Corona maatregelen. We zijn scherp op onze eigen interne processen. Een direct zichtbaar resultaat hiervan is dat we inwoners snel kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen op het gebied van jeugd, Wmo, participatie, inkomen en budgetadvies. We streven ernaar om nieuwe vragen binnen 6 weken op te pakken. Momenteel is er gemiddeld een wachttijd van 2-4 weken voor zowel het intakegesprek als voor de benodigde ondersteuning. Als de wachtlijst oploopt, zetten we met elkaar een stap bij om de wachtlijst meteen weg te werken. We merken de waardering van de inwoner over ons persoonlijke contact, temeer omdat we steeds meer in staat zijn om gedurende langere periodes één vast gezicht voor de inwoner te bieden. De aandacht die we hebben voor de continuïteit van ons eigen personeelsbestand werpt dus zijn vruchten af. In 2021 is een start gemaakt met een communicatieplan om het gebiedsteam nog beter bekend te maken bij het algemene publiek en bij verwijzers. Recent informeerden we de gemeenteraad over de doorontwikkeling van het gebiedsteam. Meer informatie is te vinden in de mededeling aan de Raad daarover van november 2021.
8. Cliënttevredenheid In de hoofdstukken 2 tot en met 5 kwamen onze resultaten en de kwaliteit van zorg aan bod. In hoofdstuk 6 ging het over kosten. De laatste ‘poot’ van de driehoek gaat over cliënttevredenheid. Eén van de belangrijkste graadmeters of we het goed doen, is immers de tevredenheid van de inwoners die gebruik maken van ondersteuning. We doen sinds maart 2020 doorlopend cliënttevredenheidsonderzoek met inschakeling van bureau Magis. We doen dit nu voor Jeugdhulp en Wmo. Voor Participatie (nog) niet. Daarnaast is het aantal klachten een indicatie voor cliënttevredenheid.
28
8.1 Cliënttevredenheidsonderzoek Figuur 14 - Cliënttevredenheid Wmo35
35 Het onderzoek gebeurt in drie fases. In fase 1 (direct na contact) is de respons hoger dan in fase 2 en 3, wanneer het al langer geleden is dat een inwoner contact had met het gebiedsteam. In fase 1 was de
respons 120 personen (7,7%). In fase 2 waren dat 47 personen en in fase 3 waren het 8 personen. Daarom gaan we het onderzoek terugbrengen naar twee keer in plaats van drie keer.
29
8.2. Klachten en bezwaren Aantal klachten en bezwaren gebiedsteam Gegrond Ongegrond Geen oordeel (niet ontvankelijk) Opgelost via premediaton of ingetrokken Nog in behandeling Totaal
Totaal 2019 0 1 1 6 0 8
Totaal 2020 0 7 0 10 3 20
Totaal 2021 0 5 1 13 3 22
Het gaat om het totaal aantal klachten en bezwaren van inwoners op het terrein van Jeugd, Wmo en participatie. Vrijwel alle ingediende bezwaren betreffen een besluit vanuit de participatiewet. Dit is een meerjarig beeld. Er wordt vrijwel nooit bezwaar wordt gemaakt tegen een beslissing op grond van de Wmo of jeugdwet. We zien geen opvallende zaken.
30
Bijlage 1: Toelichting op schoolverzuim Schoolverzuim In 2021 kreeg de leerplichtambtenaar minder meldingen van schoolverzuim dan normaal. Zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs. Sinds de corona pandemie is het aantal verzuimmeldingen drastisch gedaald (van 171 in 2018-2019 naar 102 in 2020-2021) . Deze 102 meldingen betroffen 11 in het primair onderwijs, 51 in het voortgezet onderwijs, 5 in het VSO en 35 in het mbo tot 18 jr. Er waren geen meldingen van langdurig en absoluut verzuim, de zogenaamde thuiszitters, bij het primair en voortgezet onderwijs. Binnen mbo18+ werden er 2 nieuwe thuiszitters gemeld. Leerlingen waren minder in zicht, door quarantainemaatregelen, lockdowns en online onderwijs. Dit heeft effect gehad op het zicht op schoolverzuim. Op scholen waren meer meldingen van kort ziekteverzuim, maar dit was veelal corona gerelateerd. Alhoewel scholen inspanningen doen om de leerlingen in zicht te krijgen en houden tijdens de pandemie, blijft het lastig om de groep “incidenteel schoolverzuimers” in beeld te krijgen. Hierdoor komen minder meldingen terecht bij de leerplichtambtenaar. Als er verzuim werd gemeld stuurde de leerplichtambtenaar een waarschuwende brief of nam telefonisch contact op met de ouders. Voor zwaar schoolverzuim waren er digitale multidisciplinaire overleggen (MDO’s). Handhavingstrajecten kwamen niet tot nauwelijks voor.
Het aantal unieke verzuimmeldingen 18+ is grotendeels gelijk gebleven met de periode voor de pandemie. Voortijdige schoolverlaters en startkwalificaties In Ooststellingwerf is een lichte stijging van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters. Ook landelijk en in de regio De Friese Wouden is deze trend zichtbaar. Van de voortijdig schoolverlaters is regionaal gezien 41 % een “opstapper” en 18% valt in de categorie loopbaantwijfelaar. Vaak kiezen deze beide typen jongeren er voor om een zogenaamd tussenjaar te nemen en/of aan het werk te gaan. Mogelijk spelen de vele online lessen en het gebrek aan stageen praktijkplekken een rol in de keuze om (tijdelijk) te stoppen met een opleiding. Ook overbelasting speelt hierin een rol, met voor een deel van deze groep als mogelijke oorzaak toenemende psychische klachten (depressie, eenzaamheid) door corona. Binnen de groep opstappers vervolgt niet een ieder later weer onderwijs, om toch nog een startkwalificatie te behalen. Het vinden van werk bleek in de meeste gevallen geen probleem en zij kwamen goed terecht. Toch zal in de verdere loopbaan het ontbreken van een startkwalificatie een risico kunnen vormen. De niet-kunners vormden tot slot regionaal gezien 13% van de voortijdig schoolverlaters.
Dit betreft jongeren die cognitief niet in staat zijn een startkwalificatie te behalen, waaronder ook nieuwkomers/ vluchtelingen in inburgeringstraject. 31