CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Monitor Sociaal Domein 2020

Raadscommissie Samenleving 11 mei 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Monitor Sociaal Domein 2020 (bijpraatmoment stand van zaken)8.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Monitor Sociaal Domein 2020 (april 2021) 1. Doel en inhoud van deze monitor Doel van deze monitor is: a) Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b) Inzichtelijk maken van de financiële stand van zaken (komen we uit met onze budgetten)? c) Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen en/of c. als we zien dat we met het budget niet uit komen. d) Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is. Deze monitor gaat over geheel 2020 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven (oktober 2019) namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. In de monitor komen de onderwerpen uit onderstaande driehoek aan bod.

Cliënttevredenheid Hoofdstuk 7 en 8

Kwaliteit: preventie en resultaten van beleid en zorg Hoofdstuk 2, 3, 4 en 5

Kosten Hoofdstuk 6

2. Meedoen Tabel 1 MEEDOEN, Mensen kunnen levensloopbestendig wonen Indicatoren 2019 Aantal woningaanpassingen1 252 Uitgaven voor woningaanpassingen € 142.000 Aantal toegekende Blijvers- of Verzilverleningen 3 Aantal toegekende verhuiskostenvergoedingen (ipv traplift of verbouwing)

13

2020 49 € 218.000 2 104

1 Het gaat om aanpassingen om langer in de woning te blijven wonen, bijvoorbeeld trapliften, aangepaste keukens of

badkamers etc. 2 Bron: Rapportage Taskforce Grip op sociaal domein (Wmo). 3 In 2019 is 1 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend, hier is geen gebruik van gemaakt. De inwoner woont nog altijd in de huurwoning waar in overleg met de verhuurder kleine aanpassingen aan zijn gedaan. 4 In 2020 is 10 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 4 keer uitbetaald omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn en 6 keer niet omdat de inwoners nog niet zijn verhuisd, maar andere oplossingen hebben gevonden. Bij 9 van deze 10 gevallen ging het om een huurwoning.

1

Analyse Meedoen, Mensen kunnen levensloopbestendig wonen Preventie: wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten? Wat gaat goed? We stellen inwoners in staat langer thuis te wonen. Hiermee voorzien we in deze behoefte bij inwoners. Daarnaast beperkt dit de zorgkosten (bijvoorbeeld door uitstroom naar de Wet langdurige zorg uit te stellen of te voorkomen). Als meer mensen levensloopbestendig kunnen wonen draagt dit hier aan bij. De kosten die we hiermee voorkomen zijn niet te kwantificeren. Wat zijn aandachtspunten? De verzilver- en blijverslening geven inwoners de mogelijkheid om tijdig te anticiperen door hun huis aan te passen. We zien dat hier nog mondjesmaat gebruik van wordt gemaakt; in 2020 is tweemaal een verzilverlening ingezet. Niet iedereen komt hiervoor in aanmerking (voorwaarden SVn). Dit kunnen we niet oplossen. We kunnen wel zorgen dat de mogelijkheden beter bekend zijn bij inwoners. Wat zien we, wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Wat zien we? We zien in 2020 een toename in het aantal woningaanpassingen en de uitgaven hiervoor ten opzichte van 2019. In de jaren daarvoor zagen we juist een dalende lijn. Een verklaring ligt in de eigen bijdrage systematiek. In 2020 is het vaste abonnementstarief ingesteld, waardoor inwoners een veel lagere eigen bijdrage betalen dan in voorgaande jaren.

Op zich is dit een positieve ontwikkeling, aangezien aanpassingen bedoeld zijn om langer thuis wonen mogelijk te maken. Het is onbekend of de betreffende inwoners in de oude systematiek (hogere eigen bijdrage) niet tot een aanpassing zouden hebben besloten en/of deze zelf zouden hebben bekostigd. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Voor de gemeente betekent het in ieder geval dat we de komende periode rekening moeten houden met hogere uitgaven voor woningaanpassingen. We anticiperen hierop door waar mogelijk te kiezen voor slimme goedkopere oplossingen waar inwoners goed mee uit de voeten kunnen. Denk aan:  

De verzilver- en blijverslening (zie hierboven). Tijdelijke oplossingen en verhuiskostenvergoedingen. Bijvoorbeeld een verplaatsbare unit in plaats van een verbouwing. Of een verhuisvergoeding in plaats van een verbouwing. We zien dat dit in 2020 vaker is benut. De besparingen variëren van een traplift van een paar duizend euro tot een aanbouw van € 50.000. Uitgaande van een gemiddelde besparing van € 10.000 gaat het om een besparing van € 100.000 in 2020. Het faciliteren en stimuleren van mantelzorgwonen. Dat doen we concreet door beleidsregels waar mogelijk ruim te interpreteren, verplaatsbare mantelzorgwoningenals pand te registreren en in te zetten op voorlichting, registratie en monitoring van mantelzorgwoningen.

Verder anticiperen we doordat we corporaties afgesproken hebben dat zij bij nieuwbouw levensloopbestendig bouwen. Dit wordt ook in de praktijk gebracht (41 nieuwe geschikte woningen 2

in Oosterwolde). Levensloop bestendige woonruimte komt ook aan de orde in de op te stellen Woonzorgvisie. Woningcorporatie Actium investeert ook op een andere manier. Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket. Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket. In 2020 zijn er 81 verschillende maatregelen uit dit pakket kosteloos aangebracht bij huurders in onze gemeente. Ten slotte doen we allerlei inspanningen om een leeftijdsvriendelijke en dementievriendelijke lokale samenleving te creëren (doe-agenda Ouder Worden, maart 2021). Tabel 2 MEEDOEN, Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (doe-agenda B) Indicatoren 2019 2020 Aantal uitkeringsgerechtigden in de 501 inwoners 512 personen Participatiewet (zie figuur 1) Aantal inwoners dat instroomt in de 147 inwoners 133 personen Participatiewet (zie figuur 2 voor andere regelingen, bv BBZ) Redenen nieuwe instroom  Ander inkomen:  Ander inkomen: 27 17  WW gestopt: 26  WW gestopt: 45  Bijstand vorige  Bijstand vorige gemeente: 15 gemeente: 19  Beëindiging  Beëindiging relatie: 25 relatie: 16 Uitstroom uit de Participatiewet (zie figuur 3) 133 122 Aantal mensen dat een aanvraag indient, maar 40 50 uiteindelijk geen uitkering krijgt (Poortwachtersfunctie). Samenstelling van het totale bestand (P-wet).

Het bestand bestond Geplaatst: Doel 1 doe-agenda B: We plaatsen jaarlijks minimaal 20 in 2018 uit: 2 kansrijken kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep 39 zgn ‘kansrijken’, 36 doorstromers (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen 3 aandachtsgroep 158 ‘doorstromers’ onze eigen organisatie. 5 433 inwoners in de ‘aandachtsgroep’ werkervaringsplaatsen binnen onze eigen NB dit zijn cijfers uit 2018. organisatie Het percentage uitstromers dat minimaal een half 58,6% 77,8% jaar uit de bijstand blijft (voorkomen draaideurcliënten). Doel 3 doe-agenda B: Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand.

3

Figuur 1 - Participatie: Aantal uitkeringsgerechtigden per regeling op 31 december van het betreffende jaar. 600 500 400 2018

300

2019

200

2020

100 0

P-Wet

IOAZ

IOAW

BBZ

Figuur 2 – Instroom per regeling

500 400 2018

300

2019

200

2020

100 0

P-Wet IOAZ

IOAW

BBZ

Figuur 3 - Uitstroom per regeling 450 400 350 300 250

2018

200

2019

150

2020

100 50 0

P-Wet IOAZ

IOAW

BBZ

4

Analyse Meedoen, Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt (doe-agenda B) Preventie: wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten? Wat gaat goed? We zien dat het aantal uitkeringsgerechtigden (p-wet) ongeveer stabiel is. Het is in 2020 gelukt de instroom in de P-wet te voorkomen. Ondanks Corona is doel 2 uit Doe-agenda B (jaarlijks 10% minder instroom) behaald. De instroom kwam in 2020 voornamelijk vanuit de WW en door inwoners die in onze gemeente komen wonen en daar al een bijstandsuitkering hadden (zie tabel 2). Wat zijn aandachtspunten? De licht verhoogde instroom vanuit de WW komt doordat het in 2020 door Corona lastiger was om aan het werk te komen waardoor men van WW naar bijstand gaat. Daarnaast hebben jongeren vaak alleen recht op een kortdurende uitkering, waardoor ze sneller doorstromen naar de bijstand (als ze hier recht op hebben). Wat zien we, wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Wat zien we? We zien dat de uitstroom uit de P-wet wat lager is dan in 2019. We zien dat 39 inwoners uitstromen omdat zij werk hebben gevonden en 30 inwoners zijn verhuisd naar een andere gemeente. Deze lagere uitstroom is hoogstwaarschijnlijk door Corona. Ondanks het economisch moeilijke jaar zien we geen groot verschil tussen instroom en uitstroom. Maar onze ambities waren groter.

Doel 1 uit doe-agenda B (hogere uitstroomcijfers) en Doel 3 uit doe-agenda B (langer dan een half jaar uit de bijstand) zijn niet (helemaal) behaald. Corona speelt hierbij een belangrijke rol. We besteedden in 2020 veel aandacht aan het aan het werk houden van de in voorgaande jaren geplaatste BAB-ers (aandachtsgroep). Zij zijn extra kwetsbaar tijdens de Coronaperiode omdat zij veelal eerst geplaatst worden in tijdelijke contracten. En verlenging van deze contracten is door Corona geen vanzelfsprekendheid. Deze inzet zien we niet terug in de cijfers, omdat het inwoners betreft die al eerder uitkeringsonafhankelijk waren. We hebben gelukkig kunnen voorkomen dat zij hun werk kwijt raken. Ook realiseerden we minder werkervaringsplaatsen dan gepland. Ook dit heeft te maken met Corona. Doordat (bijna) iedereen thuis werkt, is het niet goed mogelijk om de benodigde begeleiding te bieden. Wat we overigens niet terugzien in de uitstroomcijfers zijn de stappen die mensen in de bijstand op de participatieladder zetten. Dit zijn bijvoorbeeld stappen van een vrij geïsoleerd leven naar meedoen aan maatschappelijke activiteiten. En van daaruit naar vrijwilligerswerk. Dit zijn stappen die in het persoonlijk leven van mensen veel betekenen. We zien in 2020 een toename van het aantal inwoners dat een aanvraag indient, maar uiteindelijk geen uitkering krijgt.

Dit verschil is waarschijnlijk het gevolg van het begin van de Coronaperiode, toen inwoners allerlei soorten aanvragen zijn gaan doen omdat ze in nood zaten en voor hen niet duidelijk was, waar ze wel en geen recht op hadden.

5

Positief is de stijging van het percentage uitstromers dat langer dan een half jaar uit de uitkering blijft (voorkomen draaideurcliënten). We zetten ons in om dit percentage nog verder omhoog te krijgen. We zien een forse instroom (386 inwoners) en uitstroom (386 inwoners) in de BBZ. Dit betreft de TOZO-regeling voor zelfstandigen en is het gevolg van Corona. Wat in de resultaten over 2020 ook meespeelt is dat er door Corona vanaf maart 2020 veel beperkingen waren om persoonlijk contact te onderhouden met inwoners (begeleiding en reintegratie naar werk). Ook opleiding en training was mondjesmaat mogelijk. Wat verwachten we en hoe anticiperen we hier op? We weten niet wat de gevolgen van Covid-19 in 2021 zullen zijn voor zelfstandigen en werkenden zodra de regelingen van het Rijk stoppen. En wat specifiek voor ons als gemeente het effect op de lokale/regionale werkgelegenheid en instroom in de bijstand zal zijn. We hebben hier op geanticipeerd door in 2020 een bedrag van € 130.000 over te hevelen naar 2021. Dit geeft ons meer armslag in 2021. Verder blijven we maatwerk leveren en leggen we steeds verbindingen tussen de capaciteiten van de bijstandsgerechtigde en werkgevers in kansrijke sectoren.

We bouwen deze werkwijze de komende jaren verder uit door structureel te werken met een vaste contactpersoon, het toepassen van de omgekeerde toets5 , het uitbreiden van het netwerk van ondernemers en het waar nodig op maat inkopen van scholing en ondersteuning om bijstandsgerechtigden stappen te laten zetten op de participatieladder (zie doe-agenda B Meedoen op de arbeidsmarkt en in vrijwilligerswerk).

5 Omgekeerd werken houdt in dat je eerst kijkt naar wat nodig is in een gezin. Dit breng je samen met het gezin in kaart.

Daarna kijk je hoe dat past binnen de grondwaarden van de diverse wetten. Daarbij weeg je de mogelijke effecten van een besluit in de volle breedte (dus integraal gekeken) mee. Pas als dit helder is, komt de juridische toets. Hierbij zien we de wetsartikelen als instrumenten om de grondwaarden van de wetten te realiseren.

6

Tabel 3 MEEDOEN, Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (doe-agenda C) Indicatoren 2019 2020 Burgerpeiling: Ik weet waar ik terecht kan als ik vragen Niet uitgevraagd. 77% heb over geldzaken. (Doel 4 doe-agenda C: We investeren nog meer in overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden.)

Het aantal inwoners dat zich met financiële problemen meldde of is gemeld bij de budgetadviseurs. Zie figuur 4. (Doel 8 doe-agenda C: We ontdekken financiële problemen op

262

180

Aantal inwoners dat van bewindvoering gebruik maakt. & Totaalbedrag dat we aan bewindvoering uitgeven.

Kosten voor bewindvoering 2019: € 341.044,-

Kosten voor bewindvoering 2020: € 367.449,-

Aantal unieke cliënten 2019: 246 48

Aantal unieke cliënten 2020: 258 317

tijd).

(Doel 7 doe-agenda C: Bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is).

Aantal inwoners dat een positieve beschikking kreeg voor hulp van de Kredietbank Nederland (KBNL), cijfers KBNL6. (Doel 7 doe-agenda C: Licht waar mogelijk, zwaar waar nodig).

Figuur 4 – Aantal meldingen8 bij gebiedsteam/budgetadviseurs en aantal situaties waarin kon worden volstaan met eenmalig adviesgesprek. 300 250 200 aantal meldingen

150

eenmalig advies 100 50 0

2016

2017

2018

2019

2020

6 Dienstverlening door KBNL zien we als ‘zware’ hulpverlening. Het cijfer betreft de inwoners die een positieve beschikking

hebben gehad en hulp (gaan) ontvangen van de KBNL. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanvraag schuldregeling, budgetbeheer en bewindvoering. 7 Het jaarcijfers voor 2020 is geëxtrapoleerd dus dat kan wat afwijken van de uiteindelijke realisatie. 8 Het gaat om inwoners die zichzelf melden voor hulp bij hun financiën, inwoners die al hulp krijgen vanuit het gebiedsteam op een ander vlak en door een gebiedsteammedewerker worden aangemeld, signalen in het kader van vroegsignalering (huurachterstand, achterstanden nutsvoorzieningen) en meldingen in het kader van ontruiming of afsluiting water.

7

Analyse Meedoen, Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven (doe-agenda C) Preventie: wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten? Bij preventie van financiële problemen is het tijdig hulp zoeken belangrijk. Een voorwaarde hiervoor is dat inwoners weten waar zij terecht kunnen. 77% van de inwoners geeft aan te weten waar zij terecht kunnen met vragen over geldzaken. We hebben geen cijfers hierover van voorgaande jaren. We zetten ons in om dit percentage te vergroten (doe-agenda C) en meten dit bij de volgende Burgerpeiling opnieuw. Wat gaat goed? Laagdrempelige en lichte hulpverlening kan helpen om te voorkomen dat beginnende problemen uitgroeien tot grote problemen en hoge kosten voor hulp. We werken daarom met budgetadviseurs in het gebiedsteam. Zij helpen inwoners met een beginnende schuldenproblematiek. Ook komt het steeds vaker voor dat professionals (gebiedsteammedewerker, woningcorporatie, nutsbedrijf, welzijnswerker) een melding doen bij de budgetadviseurs waarna zij de inwoner hulp aanbieden (vroegsignalering). De budgetadviseurs slaagden er tot en met 2019 steeds beter in om een doelgroep te bereiken die we eerder niet bereikten (toename meldingen bij gebiedsteam, zie figuur 4).

Het feit dat budgetadviseurs een deel van de meldingen met één advies kunnen afwikkelen (zie figuur 4) bevestigt dit; kennelijk gaat het in die gevallen om lichte vragen zijn we er dus op tijd bij. Wat zijn aandachtspunten? Landelijk beeld is: als je meer inwoners bereikt, is er eerst een toenemend beroep op hulpverlening, zowel lichte vormen als zwaardere vormen. Via budgetadviseurs en vroegsignalering komen we immers ook zwaardere problematiek op het spoor. Pas op langere termijn mogen we een preventief effect verwachten (minder zwaardere problemen). Opvallend is de daling van het bereik in 2020 (minder nieuwe meldingen bij alle vormen van financiële hulpverlening, zowel lichte als zwaardere vormen, denk aan de hulpverlening door Kredietbank Nederland). Dit komt overeen met het landelijke beeld dat er minder aanmeldingen zijn in Coronatijd9. Eén van de verklaringen is dat banken, woningcorporaties et cetera tijdens de Coronaperiode bewust coulanter omgaan met betalingsachterstanden waardoor inwoners minder geconfronteerd worden met incasso’s, deurwaarders en huisuitzettingen en niet aan de bel trekken.

Wat zien we, wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Wat zien we? De afname van het aantal inwoners dat gebruik maakt van KBNL lijkt positief, maar is waarschijnlijk het resultaat van Corona (minder aanmeldingen op alle fronten van financiële hulp, zie hierboven). Als het gaat over belemmeringen om mee te doen gaat het niet alleen over geld. Bij de opgaves Samenleven (eenzaamheid) en Gezondheid (lichamelijke en geestelijke gezondheid, erbij horen) doen we hier inspanningen voor.

9

Jonge, A. (2020, 2 november). Minder aanmeldingen bij schuldhulpverlening in crisistijd.

8

Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Dat zich in 2020 minder mensen met financiële problemen meldden wil niet zeggen dat het goed gaat. We kunnen verwachten dat er een golf aan meldingen komt zodra de samenleving na Corona weer ‘terug naar normaal’ gaat, schuldeisers alsnog op de stoep staan bij inwoners en misschien meer inwoners hun baan kwijt zijn. Daarnaast zullen er inwoners zijn die (tijdelijk) minder inkomsten hebben (gehad). Ook landelijk is de inschatting dat door Corona het aantal huishoudens met een schuld toeneemt (Nationale Schuldhulproute). We anticiperen hier op door middel van vroegsignalering (nieuwe Wet per 1 januari 2021), preventieve activiteiten (bv budgetcursus) en intensivering van de communicatie over hulpmogelijkheden en financiële regelingen. Sinds 1 januari 2021 biedt vooral vroegsignalering10 kansen. Daarnaast richten we ons specifiek op ondernemers om heldere informatie te geven over bestaande ondersteuningsmogelijkheden en waar zij terecht kunnen als zij in financiële problemen dreigen te komen. Dit gebeurt via digitale Nieuwsbrieven, publicaties in de media en ook via een papieren brief om de attentiewaarde ervan te vergroten.

Meer in zijn algemeenheid –los van Corona- weten we dat veel inwoners de mogelijkheden voor hulp en ondersteuning (inclusief minimaregelingen) wel kennen, maar er desondanks soms geen gebruik van maken (Kwiz, 2018). Dit betekent dat er nog kansen liggen om de drempel te verlagen. In doeagenda C staat op een rij hoe we dat gaan doen. Denk aan vroegsignalering (gebiedsteammedewerkers gaan er op af), mogelijkheid om anoniem vragen te stellen, één loket bij vragen over geld en een campagne om geldzorgen bespreekbaar te maken.

10 Per 1 januari 2021 heeft de gemeente een wettelijke taak voor vroegsignalering, zodat vroegtijdig gegevens uitgewisseld

kunnen worden en inwoners ongevraagd een aanbod tot hulp bij hun financiën ontvangen. Doel is inwoners eerder te bereiken en zo de gevolgen van het hebben van problematische schulden zoveel mogelijk te voorkomen.

9

Tabel 4 MEEDOEN, Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet Indicatoren 2019 Uitgaven voor huishoudelijke hulp (zie ook figuur 6) € 1.886.000 Uitgaven voor begeleiding (individueel en groep) € 3.707.000 Uitgaven voor hulpmiddelen12 € 173.000 Uitgaven vervoer € 887.000 Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor € 696.000 dagbesteding voor mensen tussen de 18 en 67 jaar.

2020 € 2.022.000 € 3.037.00011 € 281.000 € 903.000 € 589.000

(Doel 10 Doe-agenda B: We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling).

Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen (dit is lastig uit te splitsen naar leeftijdsgroep). (Doel 10 Doe-agenda B: We

totaal € 10.000

totaal € 134.000 WODS € 25.000 Liante € 20.000 ZuidOostZorg € 89.00013).

Gebruik van indicatievrije dagbesteding bij ZuidOostZorg (Oosterwolde), Welzijn Op Dorpse Schaal WODS (Oldeberkoop) en Liante (Oosterwolde).

geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling).

WODS Oldeberkoop 40 a 45 personen (2 dagen per week). Liante Oosterwolde circa 20 deelnemers (voor minimaal 2 dagen/dagdelen per week).

 

ZuidOostZorg Oosterwolde maximaal 10 personen (3 dagen per week). WODS zelfde als in 2019. Liante zelfde als in 2019.

Figuur 5 - Aantal inwoners met een Wmo-voorziening14

500 400

Aantal unieke cliënten

300 200 2018

2019

2020

11 Het lagere bedrag in 2020 komt onder meer door voorschot en afrekening MOVO van € 175.000.

12 Dit betreft uitgaven voor uitstaande hulpmiddelen (€ 35 per hulpmiddel) en uitgaven voor hulpmiddelen buiten de

standaard overeenkomst (maatwerk hulpmiddelen). 13 De dagbesteding bij ZuidOostZorg is inwoners met (gevorderde) dementie die nog thuiswonend zijn. Daardoor zijn de kosten per inwoner bij deze vorm van dagbesteding hoger dan bij de andere twee indicatievrije dagbestedingen. 14 Het gaat om individuele voorzieningen (zorg in natura) op grond van de WMO. Dit is begeleiding, dagbesteding/groepsbegeleiding, vervoer, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging.

10

Figuur 6 Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor huishoudelijke hulp.

Aantal unieke cliënten 1000 Aantal unieke cliënten

500 0 2018

2019

2020

Analyse Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet Preventie: wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten? Wat gaat goed? We proberen inwoners in staat te stellen zelfredzaam te zijn en eigen regie te hebben en te houden. Ondersteunende voorzieningen uit de Wmo (denk aan hulpmiddelen, vervoer, dagbesteding en huishoudelijke hulp) helpen hierbij. Gezien de vergrijzing proberen we de voorzieningen voor ouderen om langer thuis te kunnen blijven wonen te versterken. Vormen van indicatievrije dagbesteding passen hierbij. Het verlaagt de drempel om er gebruik van te maken en het stelt een beroep op (duurdere) geïndiceerde dagbesteding uit. Wat zijn aandachtspunten? In 2020 namen de uitgaven voor indicatievrije dagbesteding toe en de uitgaven voor geïndiceerde dagbesteding af. Per saldo kostte het in 2020 wat meer (in 2019 totaal € 705.000 en in 2020 totaal € 723.000), maar we helpen er meer mensen mee en we verwachten de komende jaren een preventief effect. Niet alleen wat betreft het voorkomen of uitstellen van een beroep op geïndiceerde zorg, maar ook vermindering van eenzaamheid onder thuiswonende ouderen. Wat zien we, wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Wat zien we? De uitgaven voor huishoudelijke hulp, hulpmiddelen en vervoer stegen in 2020 ten opzichte van 2019.

Vooral het beroep op hulp in de huishouding stijgt sinds de invoering van het abonnementstarief. Deze trend zien we landelijk ook. Wat is er te verwachten en hoe anticiperen we hier op? Verwachting is dat de vraag naar andere vormen van Wmo-ondersteuning in de komende jaren ook verder gaat stijgen. Oorzaken liggen in de extramuralisering, de dubbele vergrijzing en (daardoor) de toename van dementie. Door de toename van het aantal inwoners met dementie verwachten we in de toekomst vooral een grotere druk op Wmo dagbesteding. De uitgaven nemen daarnaast sowieso toe door prijsstijgingen en CAO-ontwikkelingen. 11

We anticiperen hier op verschillende manieren op.  

We stimuleren indicatievrije dagbesteding (zie hierboven). Met de Wmo inkoop 2020 hebben we voor begeleiding en dagbesteding het aantal varianten ingekrompen waarbij het uitgangspunt is dat standaard de lichte (en goedkopere) variant wordt ingezet, tenzij…. Dit onder meer om te voorkomen dat (te) zware zorg wordt ingezet. Dit geldt alleen voor nieuwe instroom vanaf 2020. Bestaande indicaties worden opnieuw bekeken. Hierbij zijn in ieder geval 18 inwoners van zware naar lichte ondersteuning gegaan. Verder is het tarief voor de zware vorm van begeleiding verlaagd. Dit levert een structurele besparing op. En sinds 2020 wordt op persoonsniveau gekeken of iemand vanuit dagbesteding door kan stromen naar nieuwe vormen van groepsbegeleiding (arbeidsmatig of activerend). Hiermee streven we naar doorstoom of uitstroom uit de dagbesteding. We onderzoeken alternatieve vervoersmogelijkheden zoals ANWB Automaatje, aansluiting Plusbus en Griffioenbus en de doorontwikkeling van DRIVE.

De interne Taskforce Grip op uitgaven (Wmo) zette de (overige) mogelijkheden op een rij.

12

3. Samenleven De opgave Samenleven gaat over alle voorzieningen en inspanningen die het mogelijk maken dat mensen in sociale verbanden samen kunnen leven en kunnen meedoen. We geven hier een aantal kerngegevens. Tabel 5

SAMENLEVEN: inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap Monitoren aan de hand van: Het aantal inwoners dat aangeeft mee te doen aan sociale, culturele en/of sport- of beweegactiviteiten in de omgeving. (Burgerpeiling 2020) Het aantal inwoners dat aangeeft belemmeringen te ervaren bij deelname aan activiteiten (Burgerpeiling 2018 en 2020).

201815 Niet uitgevraagd.

2020 41%

Gezondheid 30% Financiën 19% Geestelijke gezondheid 13% Er niet bij horen 16%

Lichamelijke gezondheid 37% Niet genoeg geld 20% Geestelijke gezondheid 18% Er niet bij horen 14%

Percentage inwoners 18+ dat aangeeft tevreden te zijn over de mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten (Burgerpeiling 2020). Het percentage inwoners dat aangeeft zich soms of vaak eenzaam te voelen (Burgerpeiling 2020)16 Inwoners die aangeven vrijwilligerswerk te doen of willen doen in de nabije toekomst (Burgerpeiling 2018 en 2020)17

Niet uitgevraagd.

49%

Vaak 3% Soms 13%

Vaak 3% Soms 18%

49%

46%

Analyse Samenleven Veel onderwerpen op het terrein van samenleven vragen informatie over hoe inwoners dingen ervaren. Dit onderzoeken we onder andere door middel van de Burgerpeiling. Voor een aantal onderwerpen is het jaar 2020 de 0-meting. In 2022 herhalen we dit onderzoek zodat we de ontwikkeling kunnen zien. We organiseren in 2021 een thema avond waarin we de resultaten van de Burgerpeiling 2020 bespreken en duiden. Daarom beperken we ons hier tot een paar onderwerpen.

15 De vraagstelling van de Burgerpeiling 2018 was anders dan die van 2020. In 2020 hebben we vragen opgenomen die

direct gekoppeld zijn aan de maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven, terwijl we in 2018 gebruik maakten van een standaard vragenlijst. In 2022 herhalen we de Burgerpeiling van 2020 zodat we volledig vergelijkbare onderzoeken hebben en ontwikkelingen kunnen zien. 16 De GGD vraagt eenzaamheid op een andere manier uit, waardoor GGD-cijfers die we bv bij de Visie op Samenleven gebruikten een hoger percentage eenzaamheid laten zien. In de Burgerpeiling reageren mensen op een stelling over eenzaamheid. De GGD vraagt uit op meer subtiele indicatoren van eenzaamheid. 17 De stelling in 2018 was; ‘Ik ben af en toe tot vaak betrokken geweest bij vrijwilligerswerk.’ In 2020 was de stelling: ‘Ik ben actief als vrijwilliger’ (33%) en ‘Ik ben momenteel niet actief als vrijwilliger maar wil dit wel gaan doen’.

13

Wat zien we en wat doen we er mee? We zien een toename van het aantal mensen dat aangeeft dat hun lichamelijke en/of geestelijke gezondheid hen belemmert om mee te doen aan activiteiten. Dit onderstreept het belang van inspanningen op het terrein van positieve gezondheid (zie hoofdstuk 4). Wat betreft eenzaamheid zien we dat meer inwoners aangeven dat zij soms eenzaam zijn dan in 2018. Uit de Burgerpeiling blijkt dat meer jongeren aangeven soms of vaak eenzaam te zijn (18-35 jaar =31%, 26-55 jaar = 17%, >56 jaar = 18%). Hierbij is ‘vaak of soms eenzaam’ vrij evenredig verdeeld over de 18 t/m 35 jarigen. Naast allerlei maatschappelijke initiatieven zijn er ook vanuit de gemeente diverse inspanningen om eenzaamheid te voorkomen en te bestrijden. Een voorbeeld hiervan is VraagElkaar, waarbij mensen met elkaar in contact komen door activiteiten, coaching en een online platform. In 2020 zijn 221 mensen in Ooststellingwerf lid geworden van VraagElkaar en zijn 187 ‘matches’ tussen deze mensen ontstaan. Bij vrijwilligerswerk zien we een kleine afname van het aantal mensen dat vrijwilligerswerk doet en/of dit wil gaan doen. Gezien de vraagstelling in 2020 (‘Ik ben actief als vrijwilliger’) kan het goed dat Corona ervoor zorgt dat mensen op dit moment geen vrijwilligerswerk doen, maar dat in de toekomst wel (weer) willen gaan doen.

In de doe-agenda ‘Iedereen doet en ontmoet’ is het waarderen, stimuleren en faciliteren van vrijwilligerswerk een belangrijk onderdeel.

4. Gezondheid In de Visie op Samenleven gaven we kerncijfers over gezondheid. Veel van deze cijfers komen van de GGD, die dergelijk onderzoek eens in de vier jaar uitvoert. Op dit moment hebben we hier geen actuelere gegevens over. Wel laten we enkele resultaten uit de Burgerpeiling 2020 zien, waarin inwoners onder andere vragen beantwoordden over gezondheidsbeleving en mantelzorg. Daarnaast hebben we informatie uit de Monitor Jeugd, waarin de GGD onderzoek doet naar de gezondheid van de Friese jeugd. Figuur 7 - Inwoners over welke zaken hun leven beïnvloeden (uit: Burgerpeiling 2020)

14

Figuur 8 - Inwoners over mantelzorg (uit: Burgerpeiling 2020)

Bingedrinken (laatste 4 weken)

Rookt elke dag

Sport minder dan gewenst

Matig of ernstig overgewicht

Voelt zich meestal gelukkig

Matige en ernstige psychosociale problematiek(laatste 6 mnd)

100 80 60 40 20 0

Jonge mantelzorger

Figuur 9 Samenvatting Jeugdmonitor 201918

Ooststellingwerf Friesland

18 Deze cijfers zijn afkomstig uit de Jeugdmonitor 12-18 jaar, in 2019 uitgevoerd door de GGD.

15

Analyse gezondheid Wat zien we en wat doen we er mee? In de Burgerpeiling geeft 10% van de inwoners aan veel last te hebben van een minder goede lichamelijke gezondheid en 26% een beetje. Tegelijkertijd geven veel inwoners in dezelfde Burgerpeiling aan dat zij tevreden zijn met het leven zoals het nu is (78%). Als we kijken naar de cijfers over overgewicht, chronische ziekte, psychosociale problematiek, eenzaamheid en middelengebruik19 zien we dat er kansen liggen op het brede vlak van positieve gezondheid. De volgende doe-agenda op het terrein van gezondheid gaat hier specifiek over. Landelijk beeld is dat het aantal overbelaste mantelzorgers toeneemt. Dit speelt het sterkst voor mantelzorgers die te maken hebben met dementie. De Corona-situatie versterkt dit. De cijfers uit de Burgerpeiling 2020 laten zien dat 9% van de inwoners die mantelzorg verleent aangeeft in het privéleven overbelast te zijn. Dit komt overeen met het landelijke beeld. In de doe-agenda Ouderen en Mantelzorg staat hoe we hierop inspelen. Bijvoorbeeld door aanstelling van een speciale mantelzorgconsulent in het gebiedsteam. De cijfers uit de Jeugdmonitor 2019 van de GGD (figuur 9) laten zien dat de jeugd in Ooststellingwerf het op veel vlakken net iets minder goed doet dan gemiddeld in Friesland. Dit is aanleiding voor diverse inspanningen op het terrein van weerbaarheid, preventie, sport en handhaving.

Dit komt ook terug in de in 2021 op te stellen doe-agenda Positieve Gezondheid, de doe-agenda Kwetsbare jonge inwoners (vastgesteld maart 2021) en het Preventie- en handhavingsplan Alcohol 2021-2024 (vast te stellen 2021).

5. Goed Opgroeien Tabel 6 GOED OPGROEIEN Effect inkoopondersteuner: bedrag dat als gevolg van de inkoopondersteuner minder is uitgegeven of is teruggehaald. Indicatie van de ondersteuningstrajecten die zijn voorkomen doordat gebiedsteammedewerkers zelf ondersteuning bieden. A Effect consulent jeugd bij de huisarts: kostenreductie door vermindering van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. B Effect gebiedsteam in de school: kostenreductie door vermindering van verwijzingen naar specialistische jeugdhulp. Aantal ouders dat aangeeft dat ze weten waar ze terecht kunnen als zij problemen tegen komen in de opvoeding (burgerpeiling)

2019

2020

€ 935.00020

€ 519.000

A: € 468.000 (netto, rekening houdend met kosten consulenten)

A: € 102.000 (netto, rekening houdend met kosten consulenten)

B: - (liep toen nog niet)

B: € 12.600 (netto, rekening houdend met kosten) NB pilot is pas in september 2020 gestart. 84%

Niet uitgevraagd.

19 Visie op Samenleven (2018), pagina 34.

20 In 2019 was het bedrag veel hoger omdat toen een eenmalige gerichte belactie gedaan is waardoor helder werd dat we

een bedrag van ruim 3 ton aan nog te ontvangen declaraties over voorgaande jaren niet meer zouden ontvangen terwijl we die wel hadden begroot.

16

Figuur 9 - Instroom jeugdhulp (aantal unieke cliënten21 per maand waar de zorg is gestart - dit betreft de instroom van alle zorgsoorten).

In de maand januari is er een piek van instroom, dit komt omdat de duurzame trajecten voor maximaal 1 jaar worden afgegeven. Zoals uit de tabel blijkt is er jaarlijks een piek in de instroom in de maanden mei, juni en oktober. De instroom in 2020 is iets lager geweest. Figuur 10 - Uitstroom Jeugdhulp (aantal unieke cliënten per maand waar de zorg is gestopt – dit betreft de uitstroom van alle zorgsoorten).

In de maand december is er een piek van uitstroom, dit komt omdat de duurzame trajecten voor maximaal 1 jaar worden afgegeven en er is in 2020 een administratieve omzetting geweest van in totaal 47 trajecten.

21 Unieke cliënten zijn cliënten die meerdere indicaties (profiel + verblijf bijvoorbeeld) kunnen hebben maar één keer

worden geteld. Dus dit is niet het aantal voorzieningen.

17

Figuur 11 – Aantal unieke cliënten dat in de betreffende maanden zorg ontving – dit betreft alle zorgvormen.

Het aantal cliënten staat niet 1 op 1 in relatie tot de kosten. Het aantal zegt bijvoorbeeld niets over de soort jeugdhulp. Tijdens de corona en de periode erna zien wij geen sterke stijging of daling van het aantal cliënten in zorg ten opzichte van 2018 en 2019. Figuur 12 - Resultaten jeugdzorg22 90 80 70 60 50

% resultaten behaald volgens plan

40

% voortijdige beëindiging

30 20 10 0

2018

2019

2020

22 Voor elke jeugdige die jeugdhulp ontvangt, wordt afgesproken welke resultaten moeten worden behaald. Na een

bepaalde periode kijken we dan of deze resultaten inderdaad bereikt zijn. Verder kijken we naar het percentage jeugdigen waarvoor de zorg vroegtijdig stopt.

18

Figuur 13 - Aantal meldingen van huiselijk Geweld en kindermishandeling bij Veilig Thuis

Analyse Goed Opgroeien Preventie: wat gaat goed en wat zijn aandachtspunten? Wat gaat goed? We hebben een uitgebreid ‘pakket’ aan preventieve inspanningen om te voorkomen dat jonge inwoners (zware en dus duurdere) hulp nodig hebben. Dat is voor henzelf en voor hun omgeving belangrijk, en ook om de uitgaven te beheersen. De inzet van de inkoopondersteuner voorkomt dat we onnodig dure zorg inzetten. Gebiedsteammedewerkers zijn door de ‘coaching on the job’ van de inkoopondersteuner beter in staat passende zorg te kiezen en resultaten te beschrijven waardoor we regelmatig goedkoper uit komen. Doordat de Consulent Jeugd bij de huisartsenpraktijken zelf hulptrajecten bieden voorkomen we verwijzingen naar (dure) specialistische jeugdhulp. In 2020 voorkwamen we hierdoor netto circa € 100.000,- aan uitgaven (rekening houden met de salariskosten voor de Consulenten Jeugd). Daarnaast levert onze aanwezigheid bij de huisartsen op dat we meer zicht hebben op de verwijzingen bij de huisarts en op de problematiek die hier speelt. Doordoor kunnen we makkelijker inspelen op trends die zich daar voordoen. De preventie van uitgaven is in 2020 minder geweest dan in 2019. Dit komt deels door eenmalige acties in 2019 bij de start van de inkoopondersteuner die veel opbrachten. De eerste ervaringen met gebiedsteammedewerkers in de scholen zijn positief.

Ook zij verlenen regelmatig zelf hulp waardoor we verwijzingen naar specialistische jeugdhulp en daardoor hogere kosten voorkomen. Dit is een goede reden om hier mee door te gaan en het na evaluatie eventueel uit te breiden naar andere scholen. De pilot is pas in september 2020 gestart waardoor de besparing beperkt is. Wat zijn aandachtspunten? In het licht van Corona houden we het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling extra goed in de gaten. We zien dat het aantal meldingen bij Veilig Thuis minder is dan vorig jaar terwijl we door Corona juist een stijging verwachtten. We zien dat professionals 19

minder melden omdat zij door de Coronatijd minder face to face contact hebben en dus minder signalen oppikken. Dit beeld wordt bevestigd door onderzoek van Veilig Thuis bij gezinnen in coronatijd. Overigens gaan veel zorgverleners (waaronder ons gebiedsteam) nog wel op huisbezoek als de situatie daarom vraagt. Tegelijkertijd horen we in ons overleg met scholen, jongeren, politie, jongerenwerk, Consulenten Jeugd bij de huisartsen en dorpsbelangen geen zorgwekkende signalen over excessieve toename van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Ook bij de Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen kwamen niet meer meldingen binnen dan voor de Corona-crisis in dezelfde periode. Een belangrijk onderdeel van preventie van acute onveiligheid in kwetsbare gezinnen en te hoge druk op pleeggezinnen was dat kwetsbare kinderen overdag op school, dagbesteding of kinderopvang opgevangen konden worden. In het kader van Coronamaatregelen en de beperkingen voor jongeren organiseerde het jongerenwerk in 2020 extra naschoolse activiteiten om eenzaamheid en verveling te voorkomen. Wat zien we, wat verwachten we en hoe anticiperen we hier op? Wat zien we? De instroom van jeugdigen in zorg 2020 is iets lager geweest dan in voorgaande jaren. Het is lastig te duiden waardoor de lagere instroom exact komt.

Tijdens de Coronaperiode zien wij geen sterke stijging of daling van het aantal cliënten in zorg. Ook de Consulenten Jeugd of de huisartsen kregen in 2020 geen signalen dat sprake was van ernstigere problematiek door de coronamaatregelen. De beperkende coronamaatregelen aangaande de jeugdzorg hebben van maart tot en met 19 mei 2020 geduurd. Veel preventieve en ambulante hulp werd in een aangepaste vormgegeven. Hulpverleners gingen bijvoorbeeld meer beeldbellen of voerden vaker een gesprek tijdens een wandeling. Kwetsbare kinderen konden tijdens de lockdown-sluiting toch terecht op school, in de kinderopvang of bij de peuterspeelzaal. In de rest van 2020 golden er voor de jeugdzorg geen beperkende coronamaatregelen alleen de basisregels rond hygiëne en afstand. Het aantal cliënten dat uitstroomt was in 2020 relatief meer dan in 2019. Dit heeft te maken met 47 trajecten die een administratieve omzetting kregen. De ontwikkelingen wat betreft de effectiviteit van de zorg (resultaten) laten geen bijzonderheden zien. Het percentage trajecten dat met succes wordt afgesloten lag in 2018, 2019 en 2020 steeds tussen de 82 en 85%. Achter de schermen houden we in de gaten of er aanbieders zijn die de resultaten bijna altijd halen en aanbieders waarvoor dat niet geldt.

En of er bepaalde zorgvormen (intensiteiten) zijn waarbij het meestal wel lukt om de resultaten te behalen en zorgvormen (intensiteiten) waarbij dat lastiger blijkt. Verder kijken we naar de oorzaken in de gevallen waarin de zorg voortijdig is gestopt. Als we opvallende zaken zien, gaan we hierover met de aanbieder in gesprek of geven dit signaal door aan SDF. Wat verwachten we en hoe anticiperen we hier op? Hoewel we tot nu toe geen grotere vraag zien naar ondersteuning houden we de instroom nauwlettend in de zodat we tijdig kunnen anticiperen als we een stijging zien. Ook stimuleren we inwoners om zo nodig tijdig hulp te zoeken via berichten in de media.

20

6. De kosten van de zorg We willen ook weten of we uit komen met het budget. En waar we voor de nabije toekomst rekening mee moeten houden, financieel gezien. We zoomen in op de Wmo en de Jeugdwet. 6.1 Financiële stand van zaken Wmo Voor 2020 verwachten we per saldo een onderschrijding van €215.00023. Het definitieve bedrag geven we weer in de jaarrekening 2020. De onderschrijding komt door een tekort op woningaanpassingen en hulp bij het huishouden en een overschot op vervoer en begeleiding. Dat laatste vanwege Corona en niet of minder ingezette zorg. En over 2019 is een fors bedrag van Leeuwarden ontvangen wegens maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Als we vooruit kijken, verwachten we een stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo (en daarmee van de uitgaven). Onder andere als gevolg van het demografische ontwikkelingen (ouder wordende bevolking, langer thuis blijven wonen), waardoor het aannemelijk is dat er een groter beroep wordt gedaan op woningaanpassingen, vervoer, hulp bij het huishouden etc. Verder stijgen de uitgaven en dalen de inkomsten door invoering van het abonnementstarief (de prikkel om zelf voorzieningen/diensten aan te schaffen ontbreekt). Verder zagen we ons genoodzaakt om de hulpmiddelen Europees opnieuw aan te besteden. Dit heeft structurele meerkosten tot gevolg.

De tarieven hulp bij het huishouden stijgen jaarlijks als gevolg van de systematiek van reële prijzen. Gemeenten moeten een prijs berekenen gebaseerd op onder andere de CAO in de thuiszorg. Als die stijgt dan hoort onze prijs ook mee te stijgen. Gezien het voorgaande zijn de opties om bij te sturen verkend. De interne Taskforce Grip op uitgaven (Wmo) bracht een rapportage uit over mogelijke maatregelen om de uitgaven van de Wmo te beheersen. Het college nam 18 augustus 2020 het besluit om een aantal ‘quick wins’ te verzilveren (regresrecht invoeren en inkoop van trapliften in OWO-verband). Dit levert vanaf 2021 een besparing op van € 336.00024. Dit bedrag is deels al in 2020 ingeboekt waardoor het tekort op WMO in dat jaar gereduceerd is.

23 In dit bedrag is rekening gehouden met eventuele meer- of minderkosten door corona (die zijn eruit gefilterd).

24 Tegelijkertijd zijn bij de najaarsrapportage 2020 en de begroting 2021 een aantal Wmo budgetten verhoogd. Per saldo

een nadeel van € 100.000 afgerond (zie ook taskforce Wmo).

21

6.2 Financiële stand van zaken Jeugdhulp Wij verwachten een overschrijding op het jeugdbudget van € 692.000,-25. De oorzaken zijn divers:  Zorgaanbieders konden in 2020 een beroep doen op de regeling gegarandeerde omzet in verband met Covid-19. Dit betekende dat de gemeenten de berekende omzet 'onverminderd moest doorbetalen' ook al kon de zorg en ondersteuning vanwege de coronamaatregelen niet worden geboden. De hoogte hiervan konden we als gemeente niet inschatten. Bij de jaarrekeningcontrole wordt een toets uitgevoerd op het uitbetaalde bedrag aan de zorgaanbieder. Onze gemeente heeft aan 5 zorgaanbieders gegarandeerde omzet betaald.26 Dit veroorzaakt ongeveer de helft van de overschrijding.  In de tweede helft van 2020 werden meer duurdere trajecten ingezet dan in de tweede helft 2019. Voor de prognose bij de halfjaarcijfers in augustus is uitgegaan van een zelfde inzet zorg voor de tweede helft 2020 als de tweede helft 2019. Daardoor hebben we meer kosten dan vooraf ingeschat. Dit veroorzaakt de andere helft van de overschrijding. Op dit moment zijn er geen redenen om (extra) bij te sturen, naast de maatregelen die we al nemen (Interne Taskforce grip op uitgaven Jeugdhulp) zoals het aanpakken van verticale stapeling27 en meer hulpverlening door het gebiedsteam in plaats van doorverwijzen naar jeugdhulp.

25 De daadwerkelijke overschrijding zien we in de jaarrekening 2020. We hebben de productieverantwoordingen en

accountsverklaringen van de zorgaanbieders op dit moment nog niet. Daarnaast ontvangen we nog afrekeningen voor de zorg die op voorschotbasis wordt gefinancierd. Deze zaken kunnen nog invloed hebben op onder- of overschrijdingen van het budget. 26 In 2020 konden zorgaanbieders over de maanden maart t/m juni gebruik maken van de gegarandeerde omzet. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar de gemiddelde omzet van het jaar 2019 (dus productieverantwoording 2019 delen door 12). Vervolgens wordt gekeken wat er is gedeclareerd in de maanden maart t/m juni 2020 en dit wordt in mindering gebracht met de gemiddelde omzet van 2019. 27 Verticale stapeling betekent dat er meerdere jeugdhulptrajecten gelijker tijd worden toegekend aan één jeugdige en dit is niet meer toegestaan.

22

7. Hoe loopt het in het gebiedsteam Ons gebiedsteam heeft een belangrijke rol als het gaat om de toegang tot zorg. Daarom is het interessant om te weten hoe dit verloopt. Figuur 13 - Soort vragen waarvoor inwoners bij het gebiedsteam aanklopten in 2020

292 83

Aanvraag voorziening 826

99

Ondersteuningsvraag Verzoek tot contact

204

Vraag Signaal Memo

310

Overig 734

We zien dat 61% van de vragen een aanvraag betreft voor een voorziening of een ondersteuningsvraag. In 2021 is er een nieuwe verdeling/definitie gemaakt voor de verschillende soort vragen. Dit zijn bijvoorbeeld ondersteuningsvragen, signaal (melding door iemand anders), jeugdzorgvragen en algemene vragen. Eerste melding en doorlooptijden Over doorlooptijden 2020 beschikken wij op dit moment nog niet over de juiste gegevens want de eerste meldingsdatum werd wel geregistreerd maar kon in 2020 nog niet gekoppeld worden aan de daadwerkelijke toekenning. Vanaf 1 januari 2021 kan dit wel. Beleid is dat de inwoner na het eerste moment van contact met het Gebiedsteam binnen 5 dagen wordt gebeld. Hierna wacht de inwoner op dit moment niet langer te wachten dan 2 weken voor het eerste onderzoek of huisbezoek. Deze doorlooptijd schommelt echter gedurende het jaar. Spoedgevallen krijgen uiteraard voorrang dus daarvoor geldt deze wachttijd niet. Overige ontwikkelingen in 2020 zijn:   

Het gebiedsteam gaat steeds meer vindplaatsgericht werken (huisartsen, in bepaalde buurten, scholen). Verwijzers weten het gebiedsteam steeds beter te vinden. Ook in de Coronatijd slagen gebiedsteammedewerkers er goed in om inwoners telefonisch of digitaal te helpen. En als het nodig is, bieden zij face to face contact (bijvoorbeeld in crisissituaties).

23

8. Cliënttevredenheid Eén van de belangrijkste graadmeters of we het goed doen, is natuurlijk de tevredenheid van de inwoners die gebruik maken van ondersteuning. We doen sinds maart 2020 doorlopend cliënttevredenheidsonderzoek met inschakeling van bureau Magis. We doen dit nu voor Jeugdhulp en Wmo. Voor Participatie (nog) niet. Dat onderzoek gebeurt in drie fases: 1. Magis neemt één maand na het eerste gesprek contact op met de cliënt. Hierin wordt ervaring gemeten over het contact tussen inwoner en gebiedsteam tijdens het eerste gesprek. 2. Magis neemt 4 of 5 maanden na het huisbezoek opnieuw contact op en bevraagd de cliënt naar de kwaliteit van de hulp/voorziening. Dit gaat dan over de hulp, meestal door een aanbieder, maar soms ook door gebiedsteam. 3. Magis meet na 10 of 11 maanden het effect van de ondersteuning. Daarnaast is het aantal klachten een indicatie voor cliënttevredenheid. 8.1 Cliënttevredenheidsonderzoek We volstaan hier met de cijfers over 2020, omdat het onderzoek in 2019 anders van opzet was (geen continue-meting, waardoor de cijfers niet helemaal vergelijkbaar zijn). Figuur 14 - Cliënttevredenheid Wmo

7 6 5 helemaal oneens

4

helemaal eens

3 2 1 0

50

100

150

In de figuur is het percentage cliënten te zien dat in het cliëntervaringsonderzoek Wmo 2020 aangaf het (helemaal) eens en (helemaal) oneens te zijn met de volgende stellingen: 0. Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag 1. De medewerker en ik hebben samen naar oplossingen gezocht 2. In het gesprek is duidelijk geworden waar ik gebruik van kan maken 24

3. 4. 5. 6.

Heeft u na gesprek/huisbezoek met gebiedsteam hulp gekregen? Ik vind de kwaliteit van de ondersteuning die ik krijg goed Ik krijg de hulp zoals afgesproken Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden

Figuur 15 - Cliënttevredenheid Jeugd

7 6 5 helemaal mee oneens

4

helemaal mee eens

3 2 1 0

50

100

150

In de figuur is het percentage cliënten te zien dat in het cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2020 aangaf het (helemaal) eens en (helemaal) oneens te zijn met de volgende stellingen28: 1. Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag 2. Ik ben tevreden over de manier waarop naar de situatie is gekeken 3. Heeft u na het gesprek/huisbezoek van de medewerker gebiedsteam hulp gekregen? Antwoord kind 4. Heeft u na het gesprek/huisbezoek van medewerker gebiedsteam hulp gekregen? Antwoord ouder 5. Ik ben tevreden over wat er met de hulp (tot nu toe) is bereikt 6. Ik/mijn kind krijg de hulp zoals afgesproken 7. Het gaat nu beter met mij/mijn kind dan voor de hulp Analyse cliënttevredenheid Voorheen (ook in 2019) schreven we inwoners aan op een vast moment. De overgrote meerderheid had op dat moment geen recent klantcontact gehad. Vanaf 2020 benaderen we inwoners direct na het klantcontact. Dat maakt de antwoorden meer betrouwbaar. Wel hebben we door deze werkwijze tot nog toe over 2020 niet zoveel antwoorden ontvangen als voorgaande jaren. Momenteel wordt gekeken of we alsnog inwoners aan gaan schrijven om de benodigde ondergrens te halen. Dat maakt dat de analyse op de cliëntervaringsgegevens door het onderzoeksbureau over 2020 nog niet beschikbaar is. We zien geen opvallende zaken in de cijfers zoals hierboven gepresenteerd.

28 De antwoodcategorie ‘Neutraal’ of ‘Een beetje mee eens’ is niet opgenomen in de tabel, vandaar dat de percentages niet

altijd optellen tot 100%

25

8.2. Klachten en bezwaren Aantal klachten en bezwaren gebiedsteam Gegrond Ongegrond Geen oordeel Opgelost via premediaton of ingetrokken Nog in behandeling Totaal

Totaal 2019 0 1 1 6 0 8

Totaal 2020 0 7 0 10 3 20

Het gaat om het totaal aantal klachten en bezwaren van inwoners op het terrein van Jeugd, Wmo en participatie. Vrijwel alle ingediende bezwaren betreffen een besluit vanuit de participatiewet. Dit is een meerjarig beeld. Er wordt vrijwel nooit bezwaar wordt gemaakt tegen een beslissing op grond van de Wmo of jeugdwet. We zien in 2020 een toename van het aantal bezwaren. Hiervoor bestaat geen eenduidige verklaring. Wel zien we dat relatief veel bezwaren ongegrond worden verklaard, via premediation worden opgelost of worden ingetrokken.

9. Tot slot Op dit moment bestaat de monitor Sociaal Domein vooral uit gegevens over zorggebruik en financiën, en dan ook nog eens vooral op het terrein van Participatie, Wmo en Jeugd. We gaan deze stapje voor stapje uitbouwen. We zullen steeds meer de link met onze doelstellingen (doe-agenda’s) en maatschappelijke effecten (Visie op Samenleven) gaan leggen. Natuurlijk willen we steeds de vinger aan de pols willen houden over de financiële stand van zaken. Dit deel van de monitor bieden we daarom elk kwartaal aan. De overige onderdelen (denk aan cliënttevredenheid, maar ook de maatschappelijke effecten uit de doelenboom) nemen we 1 of 2 keer per jaar in de monitor op. Sommige bronnen verschijnen eenvoudig weg niet elk jaar (bv Burgerpeiling of GGD-cijfers). Dus daar hebben we niet altijd iets nieuws over te melden. Daarom dus twee keer per jaar een zo uitgebreid mogelijke monitor en tussendoor vooral de financiële stand van zaken. Planning     

Rapportage geheel 2020: mei 2021 in Commissie Rapportage eerste kwartaal 2021: juni 2021 Rapportage eerste half jaar 2021: oktober 2021 Rapportage derde kwartaal 2021: november 2022 Rapportage geheel 2021: april 2022.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=dc767998-dfcd-4c7d-97f9-ebbeaa84e24a