Memo wijziging legesverordening 2024
Tekst van het document
Memo Voor
:
Raad
CC
:
Jan van Weperen
Van
:
Team P&C
Datum
:
11 december 2023
Onderwerp
:
Wijziging legesverordening 2024
Inleiding Er is een tekortkoming in de legesverordening geconstateerd door een ongelukkige formulering bij artikel 2.5 en 2.6. Het advies vanuit juridische zaken is om deze tekortkoming op te heffen door de legesverordening aan te passen. Hieronder geven we eerst een toelichting op de tekortkoming. Daarna lichten we de voorgestelde wijziging toe. Tekortkoming raadsbesluit legesverordening 2024 In het raadsbesluit legesverordening 2024 staat het onderstaande bij artikel 2.5
Als de bouwsom bijvoorbeeld € 25.000 is, wordt de eerste € 24.999 met 1,95% belast (dus € 487,50), en de rest (€ 1) met 1,85%, met een minimum van € 487,50. Dat betekent dat er in totaal € 975 moet worden betaald. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling geweest van deze bepaling. Bedoeld was € 487,50 over de eerste € 24.999 plus 1,85% over de rest (dus in dit geval € 0,02). Het opnemen van minimumbedragen was uitsluitend bedoeld om aan te geven hoe hoog de leges minimaal zou moeten zijn op basis van de leges van de voorgaande staffels. Door de ongelukkige formulering is het nu echter zo dat € 1 extra aan bouwsom meteen honderden of (bij de hogere categorieën) zelfs tienduizenden aan extra leges betekent.
Bij artikel 2.6 staat dezelfde tekortkoming.
Voorgestelde wijziging raadsbesluit legesverordening 2024 Dit probleem kan worden opgelost door bij elke categorie, met uitzondering van de laagste, de vermelding van de minimumbedragen te verwijderen. De voorgestelde verwijderde tekst en bedragen ziet u hieronder.
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: van de bouwkosten, met een minimum van: b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000: van de bouwkosten, met een minimum van: c. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: van de bouwkosten, met een minimum van: d. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: van de bouwkosten; met een minimum van: e. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: van de bouwkosten, met een minimum van: van de bouwkosten, met een maximum van: Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
1,95% € 200,1,85% € 487,50 1,75% € 950,1,60% € 3.575,1,40% € 40.375,€100.000,-
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: 1. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: 1,55% van de bouwkosten, met een minimum van: € 200,2. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000: 1,45% van de bouwkosten, met een minimum van: € 387,50 3. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: 1,35% van de bouwkosten, met een minimum van: € 750,4. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: 1,00% van de bouwkosten, met een minimum van: € 2.775,5. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: 0,80% van de bouwkosten, met een minimum van: € 25.775,van de bouwkosten, met een maximum van: € 50.000 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht worden de in het lid a genoemde tarieven verhoogd met: 50% met een maximum van: € 6.000,c.
voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit de in het lid a genoemde tarieven verhoogd met: 50% met een maximum van: € 6.000,-