Medeling aan de Raad meicirculaire 2022
Tekst van het document
Mededeling aan de raad Van Datum B&W Onderwerp Portefeuillehouder Domein
: : : : :
Burgemeester en wethouders 21 juni 2022 Meicirculaire 2022 Marcel Bos Planning & Control
Kennis te nemen van De gevolgen van de Meicirculaire 2022 (bijlage A) voor de Kadernota 2023-2026. Dit kunt u betrekken bij de behandeling van de stukken in de raadsvergadering van 21 juni 2022.
Kernboodschap In Kaderbrief 2023-2026 wordt uitgegaan van de structurele budgettaire ruimte. Dit wordt ook voor de gevolgen van de meicirculaire 2022 gedaan. Structureel zijn de gevolgen van de meicirculaire 2022 voor alle jaren positief. In bijlage B, bijgevoegd bij deze mededeling, wordt uitleg gegeven over de verschillen. Het bijgestelde structurele begrotingsperspectief 2022-2026 na verwerken van de meicirculaire 2022: bedragen x € 1.000
2022
2023
2024
2025
2026
a
Structureel begrotingsperspectief
1.517
-118
-159
479
479
b c
Structureel gevolg meicirculaire 2022 Compensatie structureel
1.977 0
5.300 -1.898
6.232 -1.891
7.105 -1.761
2.629 -1.757
Nieuw structureel begrotingsperspectief
3.494
3.284
4.182
5.823
1.351
a. Structureel begrotingsperspectief Dit begrotingsperspectief is gepresenteerd in de Kaderbrief 2023-2026. b. Structureel gevolg meicirculaire 2022 Dit is het resultaat van de berekening van de meicirculaire 2022 afgezet tegen de berekening bij de decembercirculaire 2021. In de bijlage worden de verschillen toegelicht. c. Compensatie structureel Voorgestelde compensatie (=lastenverhoging), zie punt 3 van bijlage B. Dit betekent dat de hogere algemene uitkering ook een hogere last meebrengt. Dit wordt dan ook aan de lastenzijde van de begroting verwerkt. Herverdeling gemeentefonds In de meicirculaire 2022 is de herverdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 verwerkt. Het Rijk heeft besloten om het ingroeipad te beperken tot drie jaar. Voor Ooststellingwerf is het gevolg van de herverdeling € 708.000 negatief. Dit is hoger dan waar we mee rekening hadden gehouden. De oorzaak hiervan is slecht/alleszins navolgbaar, maar feit is dat alles is geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2023. Door het ingroeipad is het nadeel van de herverdeling pas in het derde jaar (2025) volledig. Voor de jaren 2023 en 2024 ontvangen we een suppletie-uitkering (dit is dan onderdeel van het ingroeipad).
Overigens is nu de herverdeling niet het eindstation. De onderzoeksagenda die de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) heeft voorgesteld wordt uitgevoerd en recent zijn in de Tweede Kamer moties aangenomen die nader onderzoek vergen. Dit kan leiden tot aanpassingen in het model. Jeugdzorg In onze huidige begroting 2022-2025 is er vanaf het jaar 2023 rekening mee gehouden dat 75% van de rijksmiddelen voor de tekorten in de jeugdzorg zijn opgenomen als ontvangsten. Bij de meicirculaire 2022 heeft het Kabinet nu besloten om voor het jaar 2023 incidenteel middelen beschikbaar te stellen voor de tekorten in de jeugdzorg. Er is daardoor nog geen sprake van structurele middelen van het Rijken is er dus nog steeds geen definitieve duidelijkheid. Vanaf het jaar 2024 blijven we rekenen met 75% voor de ontvangen middelen voor de jeugdzorg. Dit is conform de afspraak die vorig jaar de toezichthouders hebben gecommuniceerd. Op dit moment hebben we geen reden om aan te nemen dat deze afspraak komt te vervallen. In de bijlage bij deze mededeling staat onder 1l aangegeven wat de gevolgen zijn. Voor 2023 betekent het ruim € 4 ton meer, omdat nu voor 2023 de middelen op 100% (in plaats van 75%) kunnen worden gesteld. Vanaf 2024 blijven we dus rekenen met 75% van de middelen jeugdzorg. We hebben hiervoor een nieuwe schatting gemaakt van de te ontvangen middelen.
Dit levert een klein analyseverschil op, € 86.000 negatief in 2024 en aflopend naar € 49.000 negatief in 2026. Even voor uw beeld: in 2024 is € 1,5 miljoen opgenomen als 75% van de nog te ontvangen middelen voor de tekorten in de jeugdzorg. In 2026 is dit terug gelopen naar € 9,5 ton. Accresontwikkeling Het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV en de onlangs gepresenteerde Voorjaarsnota is verwerkt in deze meicirculaire 2022. Dit betekent fors hogere rijksuitgaven voor defensie, opvang vluchtelingen, inflatie en koppeling AOW. Dat leidt dan tot fors hogere accressen voor het gemeentefonds. Door de gemeentefondsspecialisten wordt aangegeven dat onderuitputting op de loer ligt. Zij geven aan dat een onderuitputting van 20% niet onrealistisch is. Voor Ooststellingwerf zou eventueel voor de periode 2023 tot en met 2025 kunnen betekenen dat dan de algemene uitkering € 750.000 tot € 1,5 miljoen lager wordt als de onderuitputting werkelijkheid wordt. Tot nu toe geldt voor de groei van het gemeentefonds de methodiek dat wanneer de rijksuitgaven stijgen, het gemeentefonds evenredig meegroeit. Omgekeerd geldt hetzelfde: dalen de rijksuitgaven als gevolg van bezuinigingen, dan daalt het gemeentefonds evenredig mee. Dit noemen we de trap-op-trap-af-systematiek. Nadeel van deze systematiek is dat het beeld van de rijksuitgaven tussen mei en september vaak fluctueert.
Dat maakt het voor gemeenten soms lastig om hierop een koers te baseren. Daarom werkt het Rijk in overleg met VNG en IPO aan voorstellen om te komen tot een meer stabiele financiering. Voor 2026 heeft het Rijk het accres (de jaarlijkse stijging) gefixeerd op € 840 miljoen voor het gemeentefonds ten opzichte van de septembercirculaire 2021. Dit bedrag wordt jaarlijks alleen bijgesteld met de loon- en prijsbijstelling. Er is nogmaals aangegeven dat met VNG, IPO en Unie van Waterschappen een gezamenlijk proces is afgesproken om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten en provincies vanaf 2026. Er wordt in kaart gebracht hoe de financiële situatie voor medeoverheden er in meerjarig perspectief uitziet en wat dit betekent voor hun meerjarenbegroting, specifiek voor de periode na 2025.
Loon- en prijsstijgingen Standaard nemen we bij de gevolgen van de meicirculaire ook de gevolgen mee voor loon- en prijsstijgingen. Dit gebeurt dan op basis van de uitgangspunten die onder punt 3 in de Kaderbrief 2023-2026 staan vermeld. Ook hebben we aangegeven in de Kaderbrief dat niet automatisch alle budgetten worden geïndexeerd. Maar dat wij wel verwachten dat dit, gezien de huidige situatie, niet meer gestand kunnen houden. Daarom hebben we nu voor deze budgetten, die dus niet automatisch worden geïndexeerd, ook een bedrag meegenomen naast de reguliere loon- en prijsstijgingen die altijd al worden meegenomen. Tot slot De meicirculaire 2022 zorgt voor een goed uitgangspunt voor de begroting 2023-2026. De gevolgen voor 2022 worden u via een aparte begrotingswijziging voorgelegd. De gevolgen van de meicirculaire 2022 worden verwerkt in de primitieve begroting 2023-2026.
Bijlagen A. Meicirculaire 2022 B. Bijlage bij mededeling analyse verschillen