CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

GETEKEND RB Verlenging BizO 2026-2031

Raadsvergadering 22 april 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Verlenging BizO 2026-20311.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Extern zaak ID (zaakcode) : De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. 3 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van ; 11 maart 2025

gelet op Artikel 1 van de Wet op bedrijveninvesteringszones; overwegende dat, e

De raad de huidige Biz- verordening kan verlengen;

e

Het verzoek komt van de eigenaren/ gebruikers.

Besluit vast te stellen;

VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE OOSTERWOLDE (BizO) 2026-2031

Hoofdstuk | Algemene bepalingen Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder: -

-

bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BizO op gesloten overeenkomst

als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; Wet op de bedrijveninvesteringszones. -

Stichting: stichting BIZO

Hoofdstuk Il Belastingbepalingen Artikel 2 Belastbaar feit en aard van de belasting

Í, Onder de naam ‘BlZ-bijdrage' wordtjaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2.

De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan

activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.

Artikel 3 Voorwerp van de belasting

1 . Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.

2 . Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de NAI AE varen ene Al mn en Amaan AA =alram VVEL Waal UEIIIIG UITTUOEIGIUG ZANGEN.

Artikel 4 Belastingplicht

1

De BlZ-bijdrage wordt geheven van: a b

2

de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt; de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak.

Voorde toepassing van dit artikel wordt: a

b

c

gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is

gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; hetter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BiZ-bijdrage als zodanig te verhaien op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig

in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen

genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 5 Maatstaf van heffing 1 De BlZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze

9

geldt voor het kalenderjaar.

Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van

hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die

onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde EPSG t bij of krachtens : ee de US artikelen 41 8 17, 18 en8 20, tweede ere U lid, van de

Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6 Vrijstellingen 1 In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten

aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a

voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die

bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;

glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of

voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard;

één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de

Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;

natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van

natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;

openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen,

instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van

de delen van zodanige wen als woning;

werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke

rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;

werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan

de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht;

begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van

zodanige onroerende zaken die dienen als woning;

n

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;

o

onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het

geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard;

p

onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige huipveriening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiiigneid.

2 In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de

onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 7 Tarief BIZ-bijdrage

Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt: a voor de gebruiker, bij een waarde van:

h D

i niet meer dan € 100.000:

€ 172,50

ij meer dan € 100.000, maar niet meer dan € 200.000:

€ 287,50

ij meer dan € 200.000, maar niet meer dan € 300.000:

€ 431,25

iv meer dan € 300.000, maar niet meer dan € 400.000:

€ 575,00

v meer dan € 400.000, maar niet meer dan € 500.000:

€ 690,00

vi meer dan € 500.000:

€ 862,50.

voorde eiaenaar. bii U ï EIOENdAN, DI| een waarde van:

i niet meer dan € 100.000:

€ 172,50

ij meer dan € 100.000, maar niet meer dan € 200.000:

€ 287,50

ii meer dan € 200.000, maar niet meer dan € 300.000:

€ 431,25

iv meer dan € 300.000, maar niet meer dan € 400.000:

€ 575,00

v meer dan € 400.000, maar niet meer dan € 500.000:

€ 690,00

vi meer dan € 500.000:

€ 862,50.

Artikel 8 Wijze van heffing De BlIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling

1

2 3

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen

betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de

volgende termijnen telkens een maand later. Indien voor de betaling van de verschuldigde heffingen een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, gelden dezelfde termijnen als genoemd in het eerste lid. De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt geacht

niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee

termijnen worden gestorneerd, dan wel de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder tussentijds wordt ingetrokken. In dat geval treedt het tweede lid met 4

onmiddellijke ingang in werking.

De Algemene termijnenwetis niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde

termijnen. Artikel 10 looptijd belastingheffing De BlZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.

Hoofdstuk Ill subsidiebepalingen Artikel 11 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de geldende Algemene Subsidieverordening

Ooststellingwerf (ASVO) niet van toepassing. Artikel 12 Aanwijzing [vereniging/stichting] Stichting BIZO wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel 13 Subsidieverlening 1 De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van

de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt

verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de

uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.

2

De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de

uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 14 Subsidieverplichtingen

Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de vereniging ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de vereniging gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel 15 Subsidievaststelling 1 De vereniging is verplicht om binnen 5 maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2

De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 3 maanden na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.

Artikel 16 Melding van relevante wijzigingen De vereniging stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van:

- meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, en - verandering of beëindiging van activiteiten.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 17 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: VERORDENING BEDRIJVENINVESTERINGSZONE OOSTERWOLDE (BizO) 2026-2031

Besloten in de openbare vergadering van 22 april 2025.

griffier.

, voolbtier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=d0163298-5c58-40fe-b6f4-b93aadeebeb2