CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

concept Doe-agenda L (nieuw)

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Doe agenda L Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal6.676 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

A D N E G A e o D 2022-2026

Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaaL

Onderdeel van de Opgave Goed opgroeien – Jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

L

inHOUD

1.

2.

3.

VISIE OP SAMENLEVEN

kaders die de raad ons meegaf

Inleiding op het maatschappelijk effect

DOELENBOOM

4.

5.

6.

PROCES hoe kwamen we tot deze doe-agenda

hoe staat het ervoor met de jonge inwoners?

analyse en doelen

7.

8.

monitoring

inspanningen Wat gaan we doen?

overzicht bijlagen

2

De jeugd heeft de toekomst

Verschillende deelnemers aan de dorpsgesprekken zeiden ‘De jeugd heeft de toekomst’. Voor een fijne jeugd en een vitale gemeenschap is het nodig dat kinderen opgroeien onder goede omstandigheden. Ouders, familie, buren, kinderopvang, scholen, verenigingen en andere organisaties spelen hierin allemaal een rol. ‘Goed Opgroeien’ is in het bijzonder een onderwerp dat zich over alle ‘opgaven’ uitbreidt. Sommige aspecten van ‘Goed Opgroeien’, zoals armoede, verbondenheid en gezondheid, zijn dan ook terug te vinden bij de andere opgaven. We hebben toch gekozen voor een aparte opgave ‘Goed Opgroeien’, omdat de gemeente veel wettelijke taken heeft rond de ontwikkeling van kinderen (Jeugdwet, Onderwijswetten, Wet Kinderopvang en Leerplichtwet). Ook in het raadsprogramma is veel aandacht voor jeugd en preventie, zodat kinderen een goede start maken in het leven.

3

Visie sociaal domein 2020-2024

Gemeente Ooststellingwerf

Meedoen Alle inwoners doen volwaardig mee.

samenleven Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap.

1.

VISIE op samenleven In de Visie op Samenleven 2020 – 2024 staan vijftien maatschappelijke effecten centraal. In de doelenboom uit de Visie op Samenleven staan deze effecten op een rij. Per maatschappelijk effect uit de doelenboom maken we samen met de samenleving een overzicht van inspanningen die eenieder gaat leveren om

gezondheid Inwoners ervaren een positieve gezondheid.

goed opgroeien jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

het betreffende effect te realiseren. Dit ‘pakket’ aan inspanningen noemen we een doe-agenda. Deze doe-agenda hoort bij de opgave Goed Opgroeien en is voor het maatschappelijk effect L: ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’. In figuur 1 is de opgave Goed Opgroeien weergegeven inclusief de maatschappelijke effecten (groene tekstkaders) weergegeven. Voor het maatschappelijk effect L zijn in de doelenboom van de Visie op Samenleven vijf indicatoren (blauwe tekstkaders) benoemd: 1. Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. 2. Jonge inwoners gaan naar school. 3. Jonge inwoners halen een startkwalificatie. 4. Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). 5. Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden.

4

doelenboom

Dit is de doelenboom behorend bij ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’, maatschappelijk effect: L Hierin zie je de indicatoren: 1 t/m 5 de gestelde doelen 1 t/m 6 en de voorgenomen inspanningen 1 t/m 10 -2024

Doelenboom 2021

gemeentebrede opgaven

Meedoen

samenleven

Alle inwoners

gezondheid

Inwoners helpen elkaar, voelen

doen volwaardig mee.

goed opgroeien

Inwoners ervaren een

zich thuis en zijn actief voor een

jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar)

positieve gezondheid.

sociale en vitale gemeenschap.

groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

maatschappelijke effecten: Wat willen we bereiken? A

B

C Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt.

Mensen kunnen levensloopbestendig wonen.

D Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven.

E

F

Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet.

G Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar.

Mensen voelen zich verbonden.

H Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur.

I

J Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden.

Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen.

K

L Mensen leven in een gezonde leefomgeving.

Mensen voelen zich veilig.

M Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal.

N Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders.

O Kwetsbare jonge inwoners en ouders voelen zich ondersteund bij opgroeien en opvoeden.

Jonge inwoners zijn weerbaar.

indicatoren: Waar zien we dat aan? 1

Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren. FACILITEREN

2

3

Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen. REGISSEREN

1

Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt. REGISSEREN

1

Tevreden over hun maatschappelijk leven. LOSLATEN

2 Mensen zijn zelfredzaam. UitkeringsFACILITEREN gerechtigden maken naar vermogen stappen 3 op de participatieladder. Kinderen REGISSEREN in armoede hebben mogelijkheden om 3 mee te doen. Mensen ervaren REGISSEREN een zinvolle invulling van hun dag (18-67 jr). 4 FACILITEREN Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen. REGISSEREN 2

5

LOSLATEN

Type 1 activiteiten: samenleving is eigenaar

1

2

3

4

Mensen zijn op de hoogte / kennen de wegen. REGISSEREN Mensen maken er gebruik van. STIMULEREN Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. REGISSEREN Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. STIMULEREN

1

2

3

4

Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen. LOSLATEN Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap. FACILITEREN Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten. FACILITEREN Mensen ervaren minder eenzaamheid. STIMULEREN

Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving. STIMULEREN

Type 2 activiteiten: samenleving is eigenaar, gemeente faciliteert desgewenst

2

3

4

Mensen helpen elkaar. FACILITEREN Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op. FACILITEREN Mensen ervaren ruimte om ideeën/ initiatieven te ontwikkelen. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast (Zie I). REGISSEREN

1

2

3

4

5

SAMENLEVINGSDomein

Faciliteren

1

Zelfsturing

Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en DOEL sport aanbod STIMULEREN 1 t/m 10 Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur STIMULEREN Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving. STIMULEREN

1

1 Mensen ervaren Mensen vormen laagdrempelige samen een dementie mogelijkheden om vriendelijke gemeente. hun eigen gezondheid STIMULEREN te verbeteren. 2 DEELS FACILITEREN Ouderen hebben DEELS STIMULEREN betekenisvolle

2

3

4

Mensen voelen zich lichamelijk gezond. STIMULEREN Mensen voelen zich mentaal gezond en ervaren zingeving. STIMULEREN

relaties, werk en/of dag invulling. FACILITEREN 3

Mantelzorgers raken niet overbelast. REGISSEREN

1

2

3

Jonge inwoners komen niet in aanraking met geweld. REGISSEREN Mensen zijn weerbaar. FACILITEREN Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties. REGISSEREN

1

2

3

Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk. REGISSEREN Mensen gaan graag naar buiten. LOSLATEN Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving. REGISSEREN

Mensen ervaren dat zij in staat zijn tot alledaagse dingen zoals werken, omgaan met tijd en geld en grenzen stellen. STIMULEREN

1

2

3

4

5

Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties. FACILITEREN

Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. FACILITEREN Jonge inwoners gaan naar school. REGISSEREN

regisseren

Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden. REGISSEREN

Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)

DOEL 1

T/M

1

T/M

DOEL 9

1

T/M

DOEL 6

1

T/M

DOEL

DOEL 11 6

1

T/M

8

1

T/M

1

T/M

43

inspanningen 1

T/M

24

Jonge inwoners hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s. STIMULEREN Jonge inwoners groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders met opvoeden opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen. REGISSEREN

1

2

3

Jonge inwoners ontwikkelen sociale vaardigheden. LOSLATEN Jonge inwoners kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. FACILITEREN Jonge inwoners hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. DEELS REGISSEREN DEELS STIMULEREN

1

2

3

4

Kwetsbare jonge inwoners met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN jonge inwoners en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund. REGISSEREN Scheidingen verlopen met minimale schade voor jonge inwoners. STIMULEREN Jonge inwoners ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI. STIMULEREN

inspanningen 1

T/M

21 5

inspanningen 1

T/M

43 21

inspanningen 1

T/M

24

1

T/M

8

1

T/M

DOEL 6

1

T/M

5

DOE-AGENDA H EN K ZIJN GECOMBINEERD

inspanningen 1

DOEL

DOEL 6

WAT GAAN WE DOEN inspanningen

4

Jonge inwoners worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid. LOSLATEN

DOELEN

DOEL 10

3

5

gemeentelijk Domein Interactief beleid & uitvoering

2

Jonge inwoners halen een startkwalificatie. REGISSEREN

Stimuleren

Type 3 activiteiten: gemeente is eigenaar en samenleving levert bijdrage

1

T/M

21

inspanningen 1

T/M

24

inspanningen 1

T/M

19

5

inspanningen 1

T/M

34

2.

kaders die de raad ons meegaf In de Visie op Samenleven, de Samenwerkingsagenda 2022-2026 en het Collegeakkoord 2022-2026 staan de inhoudelijke kaders die de Raad ons meegaf. Deze kaders nemen we als uitgangspunt voor deze doe-agenda. Daarnaast zijn er financiële kaders via de gemeentelijke begroting. Verder maakte de Raad in de Visie op Samenleven keuzes over de rol die we als gemeente kiezen per onderwerp. Dit gaat van regisseren (sturen en bepalen), faciliteren, stimuleren tot loslaten (geen actie van de gemeente). Voor maatschappelijk effect L ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ hebben we veelal een regisserende rol omdat we diverse wettelijke taken hebben. Wettelijke kaders, rechten en plichten Schoolbesturen en gemeenten hebben beide verantwoordelijkheden als het gaat om onderwijs en onderwijshuisvesting maar ook ten aanzien van opgroeien en het ondersteunen van kinderen en jongeren. Een goed onderwijsklimaat vormt de basis voor het optimaal ontwikkelen van jonge inwoners. Een goed onderwijsklimaat gaat niet alleen om onderwijs maar ook om de aansluiting met andere beleidsterreinen zoals zorg, cultuur, participatie, sport en maatschappelijke vraagstukken in de dorpen en wijken. Binnen deze beleidsterreinen en maatschappelijke vraagstukken, inclusief de bijbehorende wettelijke kaders heeft de

gemeente bewegingsvrijheid om nuances aan te brengen en focus te leggen. Dat doen we in deze doe-agenda.

Samenwerking en inspanningen Voor gemeenten zijn de onderwijspartijen belangrijke samenwerkingspartners. Voor deze samenwerking is er sprake van een aantal (deels wettelijk verplichte) overlegstructuren: het op overeenstemming gericht overleg (OOGO), de lokale educatieve jeugd agenda (LEJA) en de regionale educatieve jeugd agenda (REJA). Daarnaast zijn er beleid overstijgende en op thema gerichte overleggen met andere ketenpartners, organisaties en aanbieders.

6

Alyssa van PoelDijk Er moet wel wat mogen…

Gientje Bijmholt In Appelscha heeft de Jeugd de toekomst

3.

Inleiding op het maatschappelijk effect Ieder kind verdient een eerlijke kans om zich optimaal te kunnen ontwikkelen, onafhankelijk van afkomst en omgeving. Persoonlijke ontwikkeling en inzicht in je talenten (hoofd, hart, handen) geeft voldoening en zelfvertrouwen en maakt dat jonge inwoners zich bewust zijn van wat zij kunnen. Naarmate kinderen ouder worden krijgen ze inzicht in hun persoonlijkheid en kunnen ze bewuster keuzes maken. Ze leren steeds beter hoe te investeren in hun eigen ontwikkeling. Iemand die zich bewust is van zijn talenten, weet wat bij hem/haar past en kan met deze talenten betekenisvol zijn voor zichzelf en voor anderen. Het draagt bij aan het kunnen participeren in de samenleving en het vermogen om aan te sluiten bij de steeds veranderende arbeidsmarkt en een leven lang leren.

7

Het juiste aanbod voor elk kind

Een leven lang leren

In de ontwikkeling van een kind vormt onderwijs een belangrijke plek. Onderwijs is de basis waarmee een kind uitgroeit tot een volwassene die mee kan doen in de samenleving. Onderwijs draagt bij aan de financiële zelfstandigheid, zorgt voor verbinding en verkleint de verschillen tussen sociale milieus. In Ooststellingwerf willen we dat alle kinderen de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Dit willen wij bewerkstelling door het aanbieden van goed en rijk onderwijs1 op basis van gelijke kansen. Dit betekent niet hetzelfde aanbod voor elk kind, maar het juiste aanbod voor elk kind.

Kinderen leren. Dat is hoe zij opgroeien tot volwassenen. Aanvankelijk doen zij dit vooral spelenderwijs en wordt dit steeds formeler als zij naar school gaan. Ook tijdens en na de transitie van school naar werk blijft leren belangrijk. Vaak vanuit een baan of hobby, soms tijdens werkloosheid of als onderdeel van re-integratie. In deze doe-agenda ligt de focus op de leeftijdsgroep van peuters, schoolkinderen en scholieren. Specifiek gericht op doelgroepen. En richten we ons op onderwijsbeleid maar zijn er ook raakvlakken met de beleidsterreinen jeugd, gezondheid, sport, cultuur en participatie.

Raakvlakken Gemeentelijk (onderwijs-) beleid raakt op allerlei vlakken aan het onderwijsveld. Samenwerking tussen gemeente, aanbieders van peuterspeelgroepen en voorschoolse educatie en schoolbesturen is daarmee een belangrijke bouwsteen van goed onderwijs. Maar ook de samenwerking met en tussen de jeugdgezondheidszorg, ouders, verenigingen, welzijnsorganisaties en aanbieders van jeugdhulp. De samenwerking en inspanningen van deze partijen zijn beschreven in de doe-agenda’s voor maatschappelijk effect M en O. Een ander deel wordt beschreven in de doe-agenda’s die horen bij de opgave over positieve gezondheid. In deze doe-agenda wordt daarom wel verwezen naar de betreffende inspanningen en doelen vanuit de omgeving van het kind, maar worden deze niet opnieuw uitgewerkt.

1) Met goed onderwijs bedoelen we onderwijs dat de leerling in staat stelt zijn of haar maximale potentie te benutten. Bij rijk onderwijs maakt de leerling kennis met een veelheid aan thema’s en activiteiten waardoor hij of zij kan ontdekken waar zijn of haar talenten en ambities liggen.

8

JurrYt Boel Een buurt moet ook de jeugd wat te bieden hebben. Ik ZET me GRAAG IN!

4.

PROCES - hoe kwamen we tot deze doe-agenda De Visie op Samenleven stelden we samen met inwoners, werkgevers, instellingen en andere partners op. Deze doe-agenda kwam tot stand door het identificeren van maatschappelijke problemen die aandacht behoeven. Vervolgens zijn er mogelijke oplossingen ontwikkeld, omgezet in concrete acties en besproken met diverse maatschappelijke partners, waaronder stichtingen voor primair en voortgezet onderwijs, gebiedsteammedewerkers, welzijnsorganisatie Scala, onderwijs- ondersteuningsdienst De Stipe, kinderopvangorganisaties en de GGD. Ook is het perspectief van jongeren meegenomen over talentontwikkeling en gelijke kansen. Tot slot zijn de adviezen vanuit de adviesraad sociaal domein en de gemeenteraad meegenomen.

9

5.

Hoe staat Het ervoor met de jonge inwoners? De maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven zijn door onze inwoners aangedragen. Ze weerspiegelen wat zij belangrijk vinden. Om te kijken wat nodig is om het maatschappelijk effect ‘Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal’ dichterbij te brengen keken we met de betrokkenen2 wat er precies aan de hand is rond dit onderwerp. We maken hierbij ook gebruik van cijfers uit de Visie op Samenleven en andere relevante bronnen. Het resultaat hiervan vatten we hieronder samen.

2) Met ‘betrokkenen’ bedoelen we alle organisaties, instellingen, verenigingen, clubs, ondernemers, vrijwilligers en inwoners die bij het onderwerp betrokken zijn en/of meededen om deze doe-agenda te maken.

10

Talentontwikkeling en kansengelijkheid (L1) Kinderopvang In Ooststellingwerf bezoekt ruim 90% van de peuters een peuterspeelgroep en of kinderopvang. Deelname aan deze voorschoolse voorzieningen draagt bij aan de ontwikkeling en ontplooiing van jonge kinderen. Verspreid over de gemeente is er voldoende aanbod en zijn er geen wachtlijsten.

Basisonderwijs Vanaf 4 jaar gaan de meeste kinderen naar de basisschool. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. Jeugdigen in Ooststellingwerf krijgen kwalitatief goed onderwijs. Het valt echter op dat leerlingen minder vaak een havo of vwo- advies krijgen dan gemiddeld in Nederland (gemiddeld in Nederland 46 %, Ooststellingwerf 39%). In vergelijking met het Nederlands gemiddelde krijgen leerlingen in Ooststellingwerf vaker een vmbo basis/kader advies. Het schooladvies wordt bepaald door zowel de eindtoets, de toets resultaten van groep 6 tot en met 8 en het advies van de leerkracht. Het verschil in schooladvies kan niet verklaard worden uit de resultaten van de eindtoets want die zijn in Ooststellingwerf vergelijkbaar aan het landelijk gemiddelde. Op basis van dit gegeven zou een hypothese kunnen zijn dat door het advies van de leerkracht kinderen met dezelfde talenten niet dezelfde (onderwijs-) kansen krijgen. Tijdens een schoolbestuurlijk overleg (lokaal Educatieve Jeugdagenda) is deze hypothese besproken. Voor een deel wordt dit ondervangen

door de eindtoets te vervangen door de doorstroomtoets (voorjaar 2024). Vanaf schooljaar 2023-2024 zijn scholen verplicht om het schooladvies bij te stellen, indien een leerling op de doorstroomtoets laat zien over meer kennis en vaardigheden te beschikken, dan op grond van het schooladvies werd verwacht.

Verschillen Er zijn naast de factor onderwijs ook andere factoren van invloed op deze verschillen. Uit landelijk onderzoek blijkt namelijk dat kinderen van hoogopgeleide ouders gemiddeld hogere adviezen krijgen, ook al zijn de schoolprestaties hetzelfde (Onderwijsinspectie, 2018). Het opleidingsniveau van ouders in Ooststellingwerf is lager dan het landelijk gemiddelde (zie figuur rechts). In Ooststellingwerf heeft 71% van de gediplomeerden een MBO-opleiding afgerond en slechts 7% een WOopleiding. Naast ongelijkheid in het schooladvies, speelt ook de reisafstand naar onderwijsinstellingen een rol bij het verklaren van verschillen in opleidingsniveau. De reisafstand naar een MBO-opleiding is in Ooststellingwerf doorgaans korter dan een HBO-opleiding, wat invloed kan hebben op de uiteindelijke schoolkeuze.

Talentontwikkeling Als het gaat om talentontwikkeling weten we dat deelname aan naschoolse activiteiten en voorzieningen niet voor alle jonge inwoners vanzelfsprekend is. Het gaat om deelname

aan sportlessen, culturele activiteiten, uitjes en meer. Verschillen hierin kunnen leiden tot ongelijkheid. Deze ongelijkheid hangt volgens Sociaal Economisch Onderzoek weer samen met verschillen in de leerprestaties van basisschoolleerlingen. Op scholen waar kinderen weinig hulpmiddelen hebben, zijn de leerprestaties lager. Een brede ontwikkeling, toegang tot voorzieningen en voldoende ontspanning vormen een belangrijke basis van de schoolprestaties van kinderen. Buitenschoolse activiteiten en voorzieningen thuis liggen traditioneel gezien in de invloedsfeer van ouders. Landelijk onderzoek toont echter aan dat bepaalde buitenschoolse activiteiten,

zoals museum- en theaterbezoek, relatief exclusieve activiteiten zijn die niet voor alle leerlingen toegankelijk zijn. In heel Nederland blijken de cijfers over de toegang tot naschoolse activiteiten voorzieningen van kinderen zorgwekkend. Uit het eerder genoemde Sociaal Economisch Onderzoek3 blijkt dat slechts 14% van de leerlingen muziekles heeft en 37% minder dan 10 kinderboeken in huis heeft. Het aanreiken van extra activiteiten en hulpbronnen, óp en buiten school, draagt bij aan het creëren van gelijke kansen tussen leerlingen. Dit stelt jeugdigen in staat om te ontdekken waar hun talenten liggen en geeft hen de kans zich op diverse gebieden te ontwikkelen, ongeacht hun thuissituatie.

100% 90 80 70 60 50 40 30 20 10 0

MBO

MBO

WO

aantal gediplomeerden per onderwijssoort Bron: CBS 2023, geraadpleegd op 28 november 2023 via

OOSTSTELLINGWERF

Friesland

landelijk

Waar doen we het in Ooststellingwerf beter dan Friesland/landelijk

Hier is werk te doen

3) ter Weel B, Bussink H, Koeman N. Gevolgen van kansenongelijkheid in Nederland - SEO Economisch Onderzoek. Geraadpleegd 24 februari 2024 via: https://www.seo.nl/wp-content/uploads/2022/05/2022-38-Gevolgen-van-kansenongelijkheid-in-Nederland.pdf

11

Een passende onderwijsplek (L2)

Jonge inwoners halen een startkwalificatie (L3)

Recht op onderwijs

Kansen

Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs. In de Leerplichtwet staat dat ouders verantwoordelijk zijn om hun kind in te schrijven op een school en de zorg dragen dat hun kind de school bezoekt. In Ooststellingwerf zijn 14 basisscholen verspreid over de dorpen in de gemeente. Ook is er een school voor Speciaal Basisonderwijs, een cluster 3 school voor Speciaal Onderwijs (zeer moeilijk lerende kinderen) en Voortgezet Speciaal Onderwijs. Tot slot zijn er 2 scholen voor Voortgezet Onderwijs.

Jongeren met een startkwalificatie hebben meer kans op een baan. Daarom wil de Rijksoverheid dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie halen. Een startkwalificatie is een diploma havo, vwo of tenminste MBO-2. Een leerling die het onderwijs zonder startkwalificatie verlaat wordt een voortijdig schoolverlater genoemd. Het Rijk, gemeenten en scholen besteden extra aandacht aan deze jongeren om te voorkomen dat zij thuis komen te zitten. Het percentage leerlingen dat geen startkwalificatie haalt is in Ooststellingwerf vergelijkbaar met het landelijke percentage: een kleine 1.8% (zie figuur onder). We noemen deze leerlingen voortijdige schoolverlaters.

Reisafstand Voor het onderwijsaanbod cluster 1 en 2 (Cluster-1 is voor leerlingen met een visuele beperking, cluster-2 is voor dove, slechthorende leerlingen en leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis) en cluster 4 (voor kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen) moeten leerlingen reizen naar scholen buiten de gemeente Ooststellingwerf. Ruim 120 leerlingen zijn voor schoolbezoek aangewezen op leerlingenvervoer. Van deze groep leerlingen reizen er 90 naar scholen buiten de gemeente Ooststellingwerf.

2,2% 1,8% 1,4% 1,0% 0,6% 0%

2017

2018

2019

2020

2021

Het percentage voortijdige schoolverlaters VO + MBO

Bron: Landelijke jeugdmonitor 2023 van het CBS, geraadpleegd op 24 februari 2024 via https://longreads.cbs.nl/jeugdmonitor-2023/voortijdig-schoolverlaters www.waarstaatjegemeente.nl

OOSTSTELLINGWERF

landelijk

12

Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken lezen en rekenen) (L4) Vaardigheden Een taalrijke omgeving, zowel thuis, in de voorschoolse voorzieningen (peuterspeelgroep, kinderopvang) en in het onderwijs draagt bij aan de ontwikkelingskansen van een kind. Taalvaardigheid gaat niet alleen over het goed kunnen spreken, (begrijpend) lezen, schrijven maar ook over rekenen en digitale vaardigheden.

Streek In de omgevingsvisie van Ooststellingwerf staat beschreven dat Ooststellingwerf een bijzondere gemeente is omdat zowel het Stellingwerfs, het Fries en het Nederlands op straat te horen zijn. Uit de taal in een dorp is de historie te horen. Zo horen we in de noordelijke dorpen vooral het Fries, waar vroeger arbeiders het veen ontgonnen en omvormden naar landbouwgronden. In de westelijke dorpen is het Stellingwerfs de taal. Het is de streek die van oudsher eigenstandig was, waar de oude macht zich concentreerde en zich afzette tegen de Friezen. In het zuidelijke deel van de gemeente is er sprake van een mengeling. We weten dat van oudsher ingegeven (cultuur) met weinig woorden veel wordt gezegd. Dit heeft invloed op de woordenschat van jonge kinderen. Om deze woordenschat te ontwikkelen worden ouders van jonge kinderen gestimuleerd om veel met hun jonge kind te praten en voor te lezen. Vanuit het consultatiebureau

worden ouders met jonge kinderen al doorverwezen naar de bibliotheek. Deze heeft een informerend aanbod voor ouders en kinderen van 0-18 jaar zijn gratis lid van de bibliotheek. Naast de bibliotheek spelen ook voorschoolse voorzieningen, peuterspeelgroepen en kinderopvang, een belangrijke rol bij het ontwikkelen van taalvaardigheid bij jonge inwoners. Alle voorschoolse voorzieningen werken aan de hand van een pedagogisch programma gericht op alle ontwikkelingsgebieden maar met specifieke aandacht voor de taalontwikkeling. Op de locaties met een Voorschools Educatief aanbod is er extra aanbod om de taalontwikkeling te stimuleren. Deelname aan deze voorschoolse voorzieningen draagt bij aan de ontwikkeling en ontplooiing van jonge kinderen. Verspreid over de gemeente is er voldoende aanbod en zijn er geen wachtlijsten.

Bovengemiddeld In 2021 heeft Cedin onderzoek gedaan naar de taalvaardigheid van basisschoolleerlingen in Opsterland en Weststellingwerf. In het onderzoek is gekeken naar de relatie van taalvaardigheid, leesonderwijs en dyslexie. Aan te nemen valt dat de uitkomsten van het onderzoek ook voor Ooststellingwerf gelden. Uit het onderzoek bleek dat leerlingen ten opzichte van het landelijk gemiddelde vergelijkbaar tot bovengemiddeld scoren op taalvaardigheid. Vanaf groep 6 ligt de

School en zorg werken samen (L5) score voor begrijpend lezen echter onder het landelijk gemiddelde. Deze bevindingen zijn voor schoolbesturen aanleiding geweest om te starten met een brede aanpak ‘effectief leesonderwijs’. Om begrijpend lezen te verbeteren is onder andere het vergroten van leesplezier noodzakelijk. Er is daarom ingezet op scholing van leerkrachten, het integreren van lezen als onderdeel bij verschillende vakken (thematisch) en het aanbod van boeken, rijke teksten en expertise van de bibliotheek. De eerste resultaten van deze interventies zijn bemoedigend.

Aanjager In Ooststellingwerf werken veel organisaties aan het voorkomen of verminderen van laaggeletterdheid (basisvaardigheden). Onderwijs, voorschoolse voorzieningen, bibliotheek maar ook Humanitas met een voorleesproject. In het kader van onze inspanningen om de laaggeletterdheid aan te pakken, werkt de bibliotheek samen met de gemeente en andere partners. Vanuit deze samenwerking is er een aanjager laaggeletterdheid actief die zich richt op het versterken van de verbinding tussen vraag en aanbod maar ook zorgt dat het aanbod naadloos op elkaar aansluit. In 2023 is een ketennetwerk gestart en werkt de keten aan de opdracht om meer mensen te bereiken en toe te leiden naar het aanbod.

Ondersteuning Vanuit onderwijs en wetgeving geredeneerd loopt de ontwikkellijn van 0 tot 23 jaar. Hierbij is voor het onderwijs het behalen van een startkwalificatie het uiteindelijke streefdoel. Soms is er sprake van problematiek en is tijdelijk lichte ondersteuning nodig. Dit kan zijn vanuit passend onderwijs (onderwijsarrangement) waarvoor schoolbesturen verantwoordelijk zijn. Of vanuit de Jeugdwet (zorgarrangement) waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn. Maar een combinatie van onderwijs- en zorgarrangement is ook mogelijk. Het gaat altijd om maatwerk waarbij een goede samenwerking tussen onderwijs, gebiedsteam, ouders en eventueel andere partijen van belang is. Het maatwerk is erop gericht om te voorkomen dat een leerling thuis komt te zitten.

Samenwerking Uit casuïstiek weten we dat de afspraken en verwachtingen over de onderwijszorgarrangementen onvoldoende duidelijk zijn waardoor er sprake is van ruis. We werken aan verbetering van de samenwerking met het onderwijs doordat het gebiedsteam in toenemende mate aanwezig is op scholen. Op deze manier kunnen zowel gebiedsteam als onderwijs problematiek signaleren, waardoor zwaardere hulp voorkomen kan worden. Mocht het nodig blijken, dan kan er door de gemeente worden opgeschaald naar een zwaardere vorm van (jeugd-)hulpverlening.

13

Anne Vogelzang Samen Leven is Samen Doen!

Rivo van Gurp Het moet gezellig blijven in Appelscha

6.

Analyse en doelen Om het maatschappelijk effect ‘Optimale ontwikkeling van jonge inwoners’ te bevorderen, hebben we onderzocht welke factoren we kunnen beïnvloeden. Bij de factoren geven we aan wie, welke partij, er verantwoordelijk is.

Voor enkele factoren geldt dat deze zijn verwerkt in andere doe-agenda’s. Bijlage 3 is een toelichting opgenomen met betrekking tot de beïnvloedbare aspecten inclusief de bronnen waarop we ons baseren. Hieronder volgt een beknopte toelichting op elke factor en geven we aan in hoeverre we ons daarop gaan richten.

Factor 1

Factor 2

Vergroten kansengelijkheid Als het gaat om talentontwikkeling weten we dat deelname aan naschoolse activiteiten en voorzieningen niet voor alle jonge inwoners vanzelfsprekend is. Het gaat hierbij om jonge inwoners die van huis uit minder mogelijkheden hebben om mee te doen aan (buitenschoolse) activiteiten. Als gemeente hebben we hier invloed op door bijvoorbeeld het aanreiken van extra activiteiten en hulpbronnen óp en buiten school. Maar ook door het ondersteunen van jonge inwoners en hun ouders door middel van gezinsgerichte programma’s. Deze inspanningen dragen bij aan het creëren van gelijke kansen en hier willen wij extra op inzetten.

Samenwerken met partners Om te waarborgen dat onze jonge inwoners veilig, gezond en kansrijk opgroeien zodat zij zich goed kunnen voorbereiden op de toekomst, werken we samen met onderwijspartners (schoolbesturen, JGZ, peuteropvang en kinderopvang), de bibliotheek en welzijnsorganisatie Scala. Op dit moment merken we dat er nog winst te behalen valt in de samenwerking tussen de verschillende partners. Om deze reden willen wij extra inzetten op het versterken van de samenwerking tussen de verschillende partners rond jonge inwoners.

14

Factor 3 Inzet op het voorkomen van laaggeletterdheid De verantwoordelijkheid voor en kennis van het ontwikkelen van de taalvaardigheid bij leerlingen ligt bij het onderwijs. De gemeente is verantwoordelijk voor het voorschoolse aanbod zoals de peuterspeelgroepen en voorschoolse educatie. Dit aanbod draagt bij aan de taalontwikkeling.

binnen deze onderwijs-zorgarrangementen niet altijd goed afgebakend zijn. Om die reden willen wij als gemeente afspraken maken met het onderwijs over de inzet van onderwijs-zorgarrangementen.

Factor 5

We weten dat de leesvaardigheid in onze gemeente achterblijft ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Om deze reden willen wij extra inzetten op het voorkomen van laaggeletterdheid. Dit vraagt inzet om de doorgaande leer-ontwikkellijn nog steviger te maken. Op dit moment zetten we ons al in vanuit onze wettelijke taak Gemeentelijk Onderwijsachterstanden beleid.

Versterken sociale omgeving We willen het gebruik van middelen (alcohol, drugs en roken) onder jongeren voorkomen of verkleinen. Als gemeente hebben wij invloed op de sociale omgeving van jongeren. Wij gaan inzetten op het creëren van een positieve leefomgeving vanuit de aanpak Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO). Met OKO werkt iedereen in de gemeente samen aan het vormen van deze positieve leefomgeving voor jongeren (10-18 jaar). Het gaat hierbij om de domeinen: thuis (gezin), school, vriendenkring (peergroep) en vrije tijd.

Factor 4

Wat willen we dichterbij brengen?

Randvoorwaarde behalen startkwalificatie Om te waarborgen dat leerlingen een startkwalificatie halen heeft het onderwijs een verantwoordelijkheid in de zin van leerlingenzorg en passend onderwijsarrangement. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor jeugdhulp. Voor sommige leerlingen is een combinatie tussen leerlingenzorg vanuit het onderwijs en jeugdzorg vanuit de gemeente noodzakelijk om verder te kunnen in het onderwijs. Deze zorgcombinatie noemen wij een onderwijs-zorgarrangement. Op dit moment merken wij dat de verantwoordelijkheden

Het bevorderen van de ‘Optimale ontwikkeling van jonge inwoners’ door in te spelen op de bovengenoemde ontwikkelingen is een gelaagde verantwoordelijkheid die begint bij de inwoners zelf. Daarnaast ligt er een wettelijke verantwoordelijkheid en opdracht bij de onderwijspartners. Maar soms is er tijdelijk extra ondersteuning nodig om de ontwikkeling van jonge inwoners te waarborgen, vooral in situaties waar het even niet vanzelf gaat of wanneer er sprake is van een kwetsbare gezinssituatie. In dit licht beschouwt de gemeente het als een

gezamenlijke verantwoordelijkheid om te investeren in preventieve maatregelen die gericht zijn op het ondersteunen van ouders met jonge kinderen, met nadruk op opvoeding en taalstimulering. We zetten in op een kansrijke start, met speciale aandacht voor de meest kwetsbare kinderen en hun ouders en streven naar het versterken van de mentale gezondheid van jeugdigen. Daarnaast zetten we in op het versterken van het netwerk van organisaties rondom de basisvaardigheden (lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden) om laaggeletterdheid te voorkomen. Al deze inspanningen hebben als doel om de optimale ontwikkeling van jonge inwoners te waarborgen en te stimuleren. We doen dit door: › Het accent te leggen op de meest kwetsbare kinderen en hun ouders; › Als gemeente hierin de rol te pakken van regisseur en facilitator; › Als gemeente ons niet meer bezig te houden met verantwoordelijkheden die bij andere partijen liggen.

Doelen Doel 1 Er is een kansrijke, kansgelijke en positieve leefomgeving zodat kinderen optimaal opgroeien. Onze inzet voor dit doel is geworteld in onze overtuiging dat de achtergrond, het opleidingsniveau van ouders of de financiële situatie in het gezin geen invloed mogen hebben op de ontwikkelmogelijkheden van kinderen. Om dit doel te bereiken spelen niet alleen gezinnen een cruciale rol, maar ook basisvoorzieningen zoals de GGD, peuteropvang, kinderopvang en onderwijs We werken samen met deze organisaties. Binnen deze samenwerking hebben professionals in de basisvoorzieningen een sleutelpositie. Zij signaleren en leiden kinderen of hun ouders toe naar de juiste extra ondersteuning wanneer dit nodig is. Met ons programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) streven we naar het creëren van een positieve leefomgeving. Hiermee willen we niet alleen het gebruik van middelen voorkomen of verminderen, maar ook de kansengelijkheid vergroten voor alle kinderen. Rondom scholen is een naschools aanbod met verschillende activiteiten waar alle kinderen van kunnen profiteren. Hiermee willen we niet alleen de ontwikkelingsmogelijkheden vergroten, maar ook een gelijk speelveld creëren waarin elk kind kan gedijen, ongeacht hun achtergrond.

15

Doel 2 Alle kinderen beheersen voldoende de Nederlandse taal (basisvaardigheden). Het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal is een belemmerende factor in de schoolloopbaan van jeugdigen. Als gemeente hebben we een wettelijke taak om te zorgen voor aanbod in de voorschoolse periode. We zetten daarom in op een rijk taalaanbod in de voorschoolse periode. Onze inspanningen zijn gericht op het waarborgen dat alle kinderen een goede start hebben bij aanvang van groep 1 in het basisonderwijs. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het taalaanbod in de schoolperiode. Doel 3 Ketenpartners werken samen in het netwerk rondom basisvaardigheden. Onze samenwerking met verschillende partijen is van onschatbare waarde bij het versterken van de infrastructuur rondom basisvaardigheden (lezen, schrijven, spreken, rekenen en digitale vaardigheden). Dit geeft jeugdigen de kans op een goede schoolloopbaan en te participeren in de samenleving. De kracht van deze samenwerking ligt in het creëren van een naadloze netwerkaanpak, waarbij professionals in staat zijn om te signaleren en door te verwijzen naar het meest passende aanbod. Hierdoor kunnen we doelgerichter inspelen op de behoeften van jeugdigen en hen voorzien van de juiste ondersteuning om hun vaardigheden te

verbeteren en hun kansen te vergroten. Samenwerking met verschillende partijen vormt zo een cruciale schakel in het streven naar optimale ontwikkeling van onze jonge inwoners. Doel 4 Alle jeugdigen behalen een startkwalificatie. We kiezen voor dit doel omdat een startkwalificatie bijdraagt aan een betere positie op de arbeidsmarkt. Voor kwetsbare jeugdigen en voor jeugdigen in een kwetsbare positie, staat er specifieke ondersteuning klaar. Binnen dit doel werken de leerplichtambtenaar en het gebiedsteam nauw samen als integraal onderdeel van de zorgteams op schoolniveau. Op deze manier wordt een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak vanuit zowel onderwijs- als zorgperspectief toegepast om vast te stellen welke vormen van (tijdelijke) ondersteuning nodig zijn. Dit zorgt ervoor dat we adequaat kunnen inspelen op de unieke behoeften van elke jeugdige, ongeacht hun achtergrond, om zo hun kansen op het behalen van een startkwalificatie te vergroten.

Doel 5 Alle jeugdigen gaan naar school. We streven er naar dat elke jeugdige in Ooststellingwerf naar een onderwijsplek gaat die past bij zijn of haar behoeften en capaciteiten. Hierbij is het uitgangspunt ‘zo thuisnabij mogelijk’. Het onderwijs is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Specialistisch onderwijsaanbod is vooral regionaal georganiseerd. Dit heeft tot gevolg dat jeugdigen moeten reizen. Als gemeente zorgen we ervoor dat er een actuele verordening leerlingenvervoer is. In de toekomst zal het landelijk beleid ‘passend onderwijs’ (Wet Passend Onderwijs) verder ontwikkelen naar ‘inclusiever onderwijs’. Hiermee verschuift de focus van een passende onderwijsplek voor elke leerling (en dus reizen naar specialistisch homogeen onderwijsaanbod) naar een thuisnabije passende onderwijsplek voor elke leerling (een passend heterogeen aanbod op de school in de woonomgeving). Het zorg dragen voor leerlingenvervoer bevordert niet alleen de toegankelijkheid van onderwijs, maar ook de ontwikkeling en de betrokkenheid van jeugdigen in onze gemeenschap.

Doel 6 De verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente zijn afgestemd in de vorm van onderwijs- zorgarrangementen. Het maken van afspraken over onderwijszorgarrangementen vormt een cruciaal aspect van onze inspanningen, omdat dit het moment is waarop de verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente samenkomen en naadloos op elkaar afgestemd moeten worden. Het onderwijs is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijsaanbod. De gemeente is verantwoordelijk voor jeugdhulp. Daarom maken we afspraken over de inzet van jeugdhulp en werken we samen met het onderwijs aan onderwijs-zorgarrangementen. Het doel van deze afspraken en de onderwijszorgarrangementen is om passende, tijdelijke ondersteuning te bieden die draagt aan een doorlopende schoolloopbaan, het behalen van de startkwalificatie en de volwaardige participatie in de samenleving. Hierdoor waarborgen we dat elke jeugdige de kans krijgt om zijn of haar volledige potentieel te benutten, ongeacht eventuele obstakels of uitdagingen.

16

7.

monitoring Om te kijken of we er in slagen om de 6 doelen uit deze doe-agenda dichterbij te brengen gaan we periodiek monitoren welke resultaten we behalen. We nemen deze informatie op in de Monitor Sociaal Domein op het moment dat er nieuwe gegevens zijn. Wat betreft kwantitatieve informatie (cijfers) gebeurt dit om het jaar (bv jaarverslagen van Scala, bibliotheek en cliëntervaringsonderzoek gebiedsteam), om de twee jaar (Burgerpeiling ) of om de vier jaar (GGD).

Doel 1 Er is een kansrijke, kansgelijke en positieve leefomgeving zodat kinderen optimaal opgroeien. Monitoring: › Het schooladvies/schoolniveau van leerlingen in groep acht van het basisonderwijs in Ooststellingwerf ten opzicht van landelijk (waarstaatjegemeente en DUO). › Het aantal jongeren dat drempels ervaart om mee te kunnen doen. Deze uitvraag is onderdeel van opgave Meedoen C3 (burgerpeiling). Doel 2 Alle kinderen beheersen voldoende de Nederlandse taal (basisvaardigheden). Monitoring: › Het aantal leerlingen dat minimaal taalniveau 3F heet in het voortgezet onderwijs. In vergelijking met landelijk en/ of Fries gemiddelde (schoolbesturen). › Het aantal peuters met een VVE-indicatie (GGD monitor VVE). › Het aantal VVE-geïndiceerde peuters dat gebruik maakt van het aanbod VVE (GGD monitor VVE/Scala). › Het verloop van het taalniveau gedurende de schoolloopbaan van kinderen in Ooststellingwerf (schoolbesturen en onderwijsmonitor Sardes).

Doel 3 Ketenpartners werken samen in het netwerk rondom basisvaardigheden. › Zie doel 2. (Jaarcijfers bibliotheek/Stichting Lezen en Schrijven/Friesplanbureau) › Deze uitvraag is onderdeel van opgave Meedoen (B1) en opgave Gezondheid (H4). Doel 4 Alle jeugdigen behalen een startkwalificatie. › Het aantal vroegtijdige schoolverlaters (VO en MBO) en jongeren tussen 1223 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten (DUO, Doorstroompunt startWijzer). Doel 5 Alle jeugdigen gaan naar school. › Totaal aantal 5-25 jarigen dat deelneemt aan regulier onderwijs (CBS jeugdmonitor en startWijzer). › Het aantal leerlingen dat gebruik maakt van leerlingenvervoer (gemeente Ooststellingwerf). Doel 6 De verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente zijn afgestemd in de vorm van onderwijs- zorgarrangementen. › Dit wordt uitgevraagd aan ouders (vragenlijst CEO Jeugdwet jongeren + ouders).

17

8.

Wat gaan we doen? inspanningen

In bijlage 1 staat per doelstelling uitgebreid wat de samenwerkende partijen gaan doen om de doelen dichterbij te brengen. In deze paragraaf ziet u hiervan een samenvatting in de vorm van een infographic.

GA NAAR DE INSPANNINGEN › 18

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL

1 Er is een kansrijke, kansgelijke en positieve leefomgeving zodat kinderen optimaal opgroeien.

1

3

Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO)

Naschools aanbod voor kinderen die vanuit huis minder meekrijgen of voor wie deelname aan sport, cultuur en andere activiteiten niet vanzelfsprekend is.

2 Zoveel mogelijk peuters nemen deel aan het aanbod peuterspeelgroepen.

Bekijk volgende inspanning ›

19

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL 4 Leerplichtigen (5-23 jarigen) bezoeken een passende en kwalitatief goede onderwijsplek.

2 Alle Jeugdigen gaan naar school.

5 Gebiedsteam op school In 2024 wordt het takenpakket van de GBT op school nader omschreven zodat de opdracht voor scholen en GBT eenduidig is. Tevens onderzoeken we of uitbreiding van gbt op scholen wenselijk is.

Bekijk volgende inspanning ›

20

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL 6 Schakelklas voor leerlingen om de overgang van po naar vo te versoepelen.

8 3

9

Alle jeugdigen behalen een startkwalificatie.

Voortijdig schoolverlaters worden teruggeleid naar onderwijs of begeleid naar arbeidsmarkt.

7

10

Zoveel mogelijk leerlingen behalen een startkwalificatie.

Er is inzicht in de overstap voortgezet onderwijs en MBO

8 Er is laagdrempelige ondersteuning bij dreigende schooluitval.

Bekijk volgende inspanning ›

21

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL 11 Zoveel mogelijk kinderen worden voorgelezen.

4

14

Alle kinderen beheersen voldoende de Nederlandse taal (basisvaardigheden)

Onderzoek naar mogelijk herzien aanbod: -Opstap: 2 -4 jarigen -VVE thuis: 2½-4 jarigen

12

15

Er is een aanbod Home-Start (Humanitas)

Preventieve logopedische screening van 3-jarigen en 5-jarigen.

13

16

Er is een aanbod Instapje voor ouders van jonge kinderen (1-2 jarigen)

Er zijn voldoende VE peutergroepen voor 2½-4 jarigen

Bekijk volgende inspanning ›

22

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL

5 Ketenpartners werken samen in het netwerk rondom basisvaardigheden.

17

18

Bevorderen leesplezier Basisschoolkinderen Om laaggeletterdheid te voorkomen.

Er is een dekkend aanbod geletterdheid; voorkomen en verminderen laaggeletterdheid.

Bekijk volgende inspanning ›

23

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningen per doel)

L

1

2

3

4

5

DOEL

6 De verantwoordelijkheden van het onderwijs en de gemeente zijn afgestemd in de vorm van onderwijs- zorgarrangementen.

19 Ouders, school, gemeente en hulpverleners werken effectief samen om passende ondersteuning te bieden aan een jeugdige wanneer dit nodig is.

Bekijk volgende inspanning ›

24

OVERZICHT BIJLAGEN

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Lijst met inspanningen per doel

PROCES Hoe kwamen we tot deze doe-agenda en overzicht betrokkenen

ACHTERGROND INFORMATIE

DA Doe-AG20EN 24 2021-

Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaaL

BIJLAGE 1 Lijst met inspanningen per doel.

L 1 2 3 4 5

DA Doe-AG20EN 24 2021-

Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaaL

L 1 2 3 4 5

bijlage 2 Proces deze doe-agenda hoe kwamen we tot kenen. en overzicht betrok

DA Doe-AG20EN 24 2021-

Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaaL

L 1 2 3 4 5

BIJLAGE 3 MATIE ACHTERGROndINFOR

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=8ff82cd2-3dbc-42ac-b175-49095d93d724