CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

C-Doe-agenda Meedoen maatschappelijk leven

Raadsvergadering 2 maart 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Vaststelling Doe-agenda C Meedoen maatschappelijk leven6.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

A D N E G A e o D 2021-2024

CONCEPT Versie 2.0

Meedoen aan het maatschappelijk leven.

Deze doe agenda is een uitwerking van maatschappelijk effect C bij de opgave Meedoen: ‘Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven’ (zie doelenboom in hoofdstuk 1).

C

inHOUD

CONCEPT Versie 2.0

1.

DOELENBOOM

2.

VISIE OP SAMENLEVEN

KADERS DIE DE RAAD ONS MEEGAF

3.

4.

5.

Proces Hoe zijn we tot deze DOE-agenda gekomen

Analyse wat is er aan de hand en waar richten we ons op

inspanningen wat gaan we doen?

overzicht bijlagen

2

Visie sociaal domein 2020-2024

Gemeente Ooststellingwerf

Meedoen Alle inwoners doen volwaardig mee.

gezondheid Inwoners ervaren een positieve gezondheid.

samenleven Inwoners helpen elkaar, voelen zich thuis en zijn actief voor een sociale en vitale gemeenschap.

goed opgroeien jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar) groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

1.

CONCEPT Versie 2.0

VISIE op samenleven In de Visie op Samenleven 2020-2024 staan vijftien maatschappelijke effecten centraal. In de doelenboom uit de Visie op Samenleven staan deze effecten op een rij. Per maatschappelijk effect uit de doelenboom maken we samen met de samenleving een overzicht van inspanningen die een ieder gaat leveren om het betreffende effect te bereiken. Dit ‘pakket’ aan inspanningen noemen we een doe-agenda. Eerder werd dit ook wel deelprogramma genoemd. In 2020 maakten we voor 5 maatschappelijke effecten zo’n doe-agenda. Deze doe-agenda is voor het effect: ‘Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven’ en is onderdeel van de opgave ‘Meedoen’ uit de visie.

In de Visie op samenleven staat over het maatschappelijk effect ‘Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven’: ‘We willen zoveel mogelijk mensen laten meedoen in onze maatschappij, zodat zij een voor hen waardevol leven kunnen leiden. Sommige mensen ervaren belemmeringen in meedoen, onder andere op het gebied van gezondheid en financiën. De gemeente heeft de wettelijke taak (Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Participatiewet en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs)) mensen te ondersteunen zodat zij kunnen deelnemen aan de maatschappij. De samenleving vervult hier ook een grote rol in. Meedoen aan activiteiten in de buurt, een rol vervullen als zorgzame buur, als vrijwilliger of actief lid van een vereniging betekent immers ook meedoen aan het maatschappelijk leven.’

3

doelenboom

Dit is de doelenboom behorend bij ‘Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven’, maatschappelijk effect: C Hierin zie je de indicatoren: 1 t/m 5 de gestelde doelen: 1 t/m 9 en de voorgenomen inspanningen 1 t/m 24

CONCEPT Versie 2.0

gemeentebrede opgaven

Meedoen

samenleven

Alle inwoners

gezondheid

Inwoners helpen elkaar, voelen

doen volwaardig mee.

goed opgroeien

Inwoners ervaren een

zich thuis en zijn actief voor een

jonge inwoners (-9 maand tot 23 jaar)

positieve gezondheid.

sociale en vitale gemeenschap.

groeien gezond en veilig op en hebben gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.

maatschappelijke effecten: Wat willen we bereiken? A

B

C Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt.

Mensen kunnen levensloopbestendig wonen.

D Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven.

E Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet.

F

G Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar.

Mensen voelen zich verbonden.

H Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur.

I

J Mensen ervaren dat rekening wordt gehouden met het proces van ouder worden.

Mensen kunnen omgaan met fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen.

K

L Mensen leven in een gezonde leefomgeving.

Mensen voelen zich veilig.

M Jonge inwoners ontwikkelen zich optimaal.

N Ouders/verzorgers zijn vaardige opvoeders.

O Kwetsbare jonge inwoners en ouders voelen zich ondersteund bij opgroeien en opvoeden.

Jonge inwoners zijn weerbaar.

indicatoren: Waar zien we dat aan? 1

Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren. FACILITEREN

2

3

Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen. REGISSEREN

1

Mensen die dat kunnen, nemen deel aan de arbeidsmarkt. REGISSEREN

1

Tevreden over hun maatschappelijk leven. LOSLATEN

2 Mensen zijn zelfredzaam. UitkeringsFACILITEREN gerechtigden maken naar vermogen stappen 3 op de participatieladder. Kinderen REGISSEREN in armoede hebben mogelijkheden om 3 mee te doen. Mensen ervaren REGISSEREN een zinvolle invulling van hun dag (18-67 jr). 4 FACILITEREN Mensen zijn financieel in staat om maatschappelijk mee te doen. REGISSEREN 2

5

LOSLATEN

Type 1 activiteiten: samenleving is eigenaar

1

2

3

4

Mensen zijn op de hoogte / kennen de wegen. REGISSEREN Mensen maken er gebruik van. STIMULEREN Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen. REGISSEREN Mensen zijn tevreden over de ondersteuning. STIMULEREN

Mensen ervaren ondersteuning in hun eigen omgeving. STIMULEREN

SAMENLEVINGSDomein

Faciliteren

Type 2 activiteiten: samenleving is eigenaar, gemeente faciliteert desgewenst

Zelfsturing

1

2

3

4

Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen. LOSLATEN Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap. FACILITEREN Mensen voelen zich niet gediscrimineerd en buitengesloten. FACILITEREN Mensen ervaren minder eenzaamheid. STIMULEREN

1

2

3

4

Mensen helpen elkaar. FACILITEREN Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op. FACILITEREN Mensen ervaren ruimte om ideeën/ initiatieven te ontwikkelen. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast (Zie I). REGISSEREN

1

2

3

4

5

Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten. FACILITEREN Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en DOEL sport aanbod STIMULEREN 1 t/m 10 Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur STIMULEREN Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving. STIMULEREN Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties. FACILITEREN

Stimuleren

Type 3 activiteiten: gemeente is eigenaar en samenleving levert bijdrage

regisseren

gemeentelijk Domein Interactief beleid & uitvoering

Type 4 activiteiten: gemeente is eigenaar (wettelijke taken)

DOEL 1

T/M

1

T/M

2

3

4

5

6

Mensen voelen zich gelukkig, geaccepteerd en vinden zingeving in hun leven. LOSLATEN

1

2

Mensen bewegen voldoende. STIMULEREN Mensen vinden (tijdig) ondersteuning bij psychische klachten. REGISSEREN

3

Mensen vormen samen een dementie vriendelijke gemeente. STIMULEREN Ouderen hebben betekenisvolle relaties, werk en/of dag invulling. FACILITEREN Mantelzorgers raken niet overbelast. REGISSEREN

Volwassenen beperken hun middelengebruik, laten zich hierdoor niet belemmeren in het functioneren. REGISSEREN STIMULEREN

2

3

Jonge inwoners komen niet in aanraking met geweld. REGISSEREN Mensen zijn weerbaar. FACILITEREN Mensen weten waar ze hulp kunnen vinden als zij zelf of anderen in aanraking komen met onveilige situaties. REGISSEREN

1

2

3

Mensen ervaren hun leefomgeving als veilig en toegankelijk. REGISSEREN Mensen gaan graag naar buiten. LOSLATEN Mensen ervaren een gezonde en schone leefomgeving. REGISSEREN

1

2

3

4

5

Mensen zijn goed geïnformeerd over gezond leven. FACILITEREN

Jonge inwoners krijgen optimaal kans om talenten te ontplooien. FACILITEREN Jonge inwoners gaan naar school. REGISSEREN

1

2

Jonge inwoners halen een startkwalificatie. REGISSEREN Jonge inwoners zijn taalvaardig (spreken, lezen, schrijven). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders ervaren dat de school en zorg samenwerken om hen optimaal te begeleiden. REGISSEREN

3

4

5

Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden en hebben toegang tot ondersteuning bij hun gezondheid. REGISSEREN

DOEL 9

1

Jonge inwoners worden zoveel mogelijk door hun ouders verzorgd en begeleid naar volwassenheid. LOSLATEN Jonge inwoners hebben een goede start doordat hun ouders of zijzelf deelnemen aan preventieprogramma’s. STIMULEREN Jonge inwoners groeien op in een gezinssituatie (zo thuis mogelijk). REGISSEREN Jonge inwoners en ouders met opvoeden opgroeivragen weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN Ouders/verzorgers betrekken mensen en organisaties in hun omgeving bij opvoedvragen. REGISSEREN

1

2

3

Jonge inwoners ontwikkelen sociale vaardigheden. LOSLATEN Jonge inwoners kennen hun grenzen en staan stevig in hun schoenen. FACILITEREN Jonge inwoners hebben de kennis en vaardigheden om goed om te gaan met alcohol, roken, drugs, sociale media, seks en geld. DEELS REGISSEREN DEELS STIMULEREN

1

2

3

4

Kwetsbare jonge inwoners met psychosociale of andere problemen en hun ouders weten de weg en voelen zich ondersteund. REGISSEREN jonge inwoners en ouders in kwetsbare situaties worden gezien en ondersteund. REGISSEREN Scheidingen verlopen met minimale schade voor jonge inwoners. STIMULEREN Jonge inwoners ervaren dat scholen en gemeentelijke organisaties die werken met jongeren aandacht hebben voor LHBTI. STIMULEREN

DOELEN

DOEL 10

1

1

T/M

DOEL

DOEL 11

1

T/M

6

1

T/M

5

WAT GAAN WE DOEN inspanningen 1

T/M

43

inspanningen 1

T/M

24

inspanningen 1

T/M

42

inspanningen 1

T/M

21

4

inspanningen 1

T/M

35

2.

CONCEPT Versie 2.0

kaders die de raad ons meegaf In de Visie op Samenleven staan de inhoudelijke kaders die de Raad ons meegaf. Daarnaast zijn er financiële kaders. In de financiële bijlage bij de Visie op Samenleven staat een overzicht van de budgetten die beschikbaar zijn per doe-agenda (vastgesteld door de gemeenteraad). Verder maakte de Raad in de Visie op Samenleven keuzes over de rol die we als gemeente kiezen per onderwerp. Dit gaat van regisseren (sturen en bepalen) tot loslaten (geen actie van de gemeente). Dit vormt ook een kader waarbinnen we deze doe-agenda hebben opgesteld.

5

3.

CONCEPT Versie 2.0

Proces - hoe kwamen we tot deze doe-agenda Bij de ontwikkeling van de Visie op Samenleven is al veel informatie verzameld over meedoen aan het maatschappelijk leven. We hielden dorps- en buurtgesprekken, we kregen signalen van het gebiedsteam, we organiseerden hackatons over verschillende onderwerpen en we hadden cijfers van bijvoorbeeld het Sociaal en Cultureel Planbureau, het CBS en de Burgerpeiling. Na vaststelling van de Visie haalden we aanvullende informatie op uit bijvoorbeeld de Quest en Chats met jongeren over armoede. We hielden gesprekken met mensen met een kleine beurs in de groep ‘Arm in Arm’. We spraken met de Raad over armoedebeleid tijdens een thema avond. We kregen een rapport van de Rekenkamercommissie over ons armoedebeleid. We bestudeerden tal van rapporten over wat wel en niet werkt rondom meedoen aan met het maatschappelijk leven.

Deze informatie leidde tot een analyse van de situatie in onze gemeente (hoofdstuk 4). Deze analyse deelden we met betrokkenen* en gezamenlijk kozen we de doelen waar we ons de komende jaren op willen richten. Met behulp van de praktijkervaringen van de betrokkenen én ‘wat-werkt-kennis’ van onder andere Movisie kozen we uiteindelijk wat we met elkaar gaan doen om de doelen dichterbij te brengen (bijlage 1). Bijlage 2 geeft een uitgebreider beeld over de stappen die we gezet hebben om tot deze doe-agenda te komen. U vindt daar ook een overzicht van alle betrokkenen.

*) Met ‘betrokkenen’ bedoelen we alle organisaties, instellingen, verenigingen, clubs, ondernemers, vrijwilligers en inwoners die bij het onderwerp betrokken zijn en/of meededen om deze doe-agenda te maken.

6

S

beperkingenKenmerken gemeente

(Friesland 8,8%, landelijk 8,0%). Inwoners 85 jaar of ouder 2,7% (Landelijk 2,2% Bron: CBS 2018)

50%

Sociaal Economische status € 26.511 € 23.666 € 23.400

50% 36,8%

31,7% 31,5%

26%

10,5% 9,8% 0

7,8%

Huishoudens met laag inkomen

5,5% 4,66%4,55% 50% 47% Laag opleidings niveau

50% 47% Hoog opleidings niveau

Kinderen in armoede

680

Naar verwachting groeit het totaal aantal huishoudens met mobiliteitsbeperking door de vergrijzing in Ooststellingwerf de komende vijftien jaar van 16,3% naar 20,8% van alle huishoudens 4,7% 5,4% (Rapport ABF research nov. 2017) 0

Voorzieningengebruik 21,1%20,4%

50% 2017 2032 huishoudens met mobiliteitsbperking 0

0

gemiddeld gestandaardiseerd inkomen

5,3%

Belemmeringen in meedoen

6,2%

nieuwkomers 140 5,1%

OOSTSTELLINGWERF 0 Friesland WMO Landelijk gemiddelde Gebruik

WMO gebruik met 6,7% in top 4 Friesland. Meting: aantal inwoners met WMO per 1000 inwoners. (bron: Monitor Zorg 2018). Ter vergelijk: Weststellingwerf 5,3%, Opsterland 5,1%, Landelijk 6,2% In de gemeente Ooststellingwerf (Cijfers CBS). wonen 140 statushouders inclusief kinderen. Opsterland en Weststellingwerf hebben een vergelijkbaar aantal statushouders. (Bron: M. Eizenga, kwartiermaker statushouders, Ooststellingwerf).

0

INWONERS MET MEERDERE WMO-VOORZIENINGEN Inwoners met een WMO voorziening 50% heeft 47% meerdere hebben, voorzieningen (WMO, Participatiewet, Jeugdwet) Ter vergelijk: 30%Weststellingwerf 50%, Opsterland 47% (Fries Sociaal Planbureau 2017). 19% 16% 13%

100%

0

64%

0 BETROKKEN IN VERENIGINGSLEVEN

0

0

WMO Gebruik

WMO gebruik met 6,7% in top 4 Friesland. Meting: aantal inwoners met WMO per 1000 inwoners. (bron: Monitor Zorg 2018). Ter vergelijk: Weststellingwerf 5,3%, Opsterland 5,1%, Landelijk 6,2% (Cijfers CBS). 52%

Wat is er aan de hand en FEITEN & CIJFERS waar richten we ons op MEEDOEN

17%

17%

ACTIEF BETROKKEN BIJ SOORT VERENIGING

Armoede

Doorstromers

50%

Aandachtsgroep

kijken wat500 nodig is om het maatschappelijk effect ‘Mensen doen mee aan het 75% 433

maatschappelijk leven’ dichterbij te brengen keken we met de betrokkenen

13-16%

233

12,2%

158 wat er precies139aan de hand is rond meedoen. Het resultaat hiervan vatten 116

0

2017 2032

belemmering vanwege laaggeletterdheid Laaggeletterdheid 13% - 16% (Landelijk gemiddelde 12,2% Bron: Partoer 2016).

39

11%

0 Langdurig minima inkomen

0 geen gebruik regeling

Het aantal langdurige minima-inkomens bedraagt in de gemeente 75%, dit is hoger dan de meeste andere gemeenten in de regio (bron: Kwiz).

11% maakt geen gebruik van regelingen terwijl zij daar wel recht op hebben (bron: armoedemonitor Kwiz 2018).

we hieronder 0 samen. We maken hierbij ook gebruik van cijfers uit de Visie op 2014 2018 2014 2018 2014 2018 Participatiewet Samenleven (bron: en beleidsstuk andere relevante bronnen. ‘Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf 2019-2021’, Bestandsanalyse 2018 gemeente Ooststellingwerf)

50% OOSTSTELLINGWERF

75%

Landelijk gemiddelde

11%

INW W Inwon hebbe voorz Partic Ter ve Opste (Fries

34% 22%

100% Kansrijken

belemmeringen in meedoen vanwege: Gezondheid 30% Financiën 19% Gevoel er niet bij te horen 16% Geestelijke gezondheidszorg 13% Beheersing taal/cultuur 5% (Bron: burgerpeiling Ooststellingwerf 2018).

50%

100%

0

inwoners aangedragen. Ze weerspiegelen wat zij belangrijk vinden. Om te

50%

0

t

100%

52% sportverenigingen 22% religieuze of maatschappelijke verenigingen 17% culturele verenigingen 17% gezelligheidsverenigingen 34% overige vrijetijdsverenigingen (meerdere antwoorden mogelijk)

3,5-4% 4,2% 3,8%

47%

De maatschappelijke effecten uit de Visie op Samenleven zijn door onze participatiewet

5%

Armoede

Analyse

64% van de burgers is betrokken in het verenigingsleven van Ooststellingwerf.

50%

0 0 mantelzorger in mantelzorger OOSTSTELLINGWERF zwaarbelast 25% 25% van onze inwoners ouder Van de mantelzorgers in onze CONCEPT dan 15 jaar is mantelzorger. gemeente is 8,6% zwaarbelast. 6,7% 6,2% 5,3% Versie 2.0 5,1% (Landelijk 33%). (Landelijk 8,6%).

verenigingsleven

50%

inwoners met werkloosheid bijstandsuitkering Ooststellingwerf 3,5-4%. 680 inwoners ontvangen een (Friesland 4,2% in 2018, bijstandsuitkering (2,7% ten landelijk 3,8%) opzichte van het aantal inwoners. Bron: CBS Participatiewet 2018).

Cijfers voor geheel Ooststellingwerf, de cijfers verschillen (sterk) per buurt en per dorp. 25% volksgezondheidenzorg.info en scp.nl Bron: 6,7%

4.

0 huishoudens zonder wmo voorziening 80,2% van de huishoudens hebben géén gebruik gemaakt van WMO-voorzieningen. (Eerste helft 2018, landelijk 81,4%) Bron: waarstaatjegemeente.nl

bijstand en werkloosheid

22,8% 16,3%

8,6%

20%

0 Langdurig minima inkomen

0 geen gebruik regeling

0 maandelijks rondkomen

Het aantal langdurige minima-inkomens bedraagt in de gemeente 75%, dit is hoger dan de meeste andere gemeenten in de regio (bron: Kwiz).

11% maakt geen gebruik van regelingen terwijl zij daar wel recht op hebben (bron: armoedemonitor Kwiz 2018).

20% van de minima komt maandelijks erg slecht rond (bron: enquête minima gemeente Ooststellingwerf, Kwiz 2018).

7

Lammert Mink Sociaal Steunpunt Financiële problemen leveren veel stress op. Het Sociaal Steunpunt helpt mensen om weer wat rust te creëren. Dat geeft voldoening.

CONCEPT Versie 2.0

Wat is er aan de hand? A. We hebben uitgebreide voorzieningen op het terrein van armoede en schuldhulp en die zijn nodig. In Ooststellingwerf werken we al jaren om armoede binnen onze gemeente te bestrijden en te verlichten. Dit doen we onder andere ondersteuning, preventie en het vergroten van de (financiële) zelfredzaamheid. Door het niet-gebruik tegen te gaan. Door goede informatievoorziening, bijvoorbeeld via de Regelingenwijzer. En door integrale samenwerking, bijvoorbeeld in de Klankbordgroep Armoede. Er zijn diverse particuliere initiatieven voor mensen met een smalle beurs. Hiermee hebben we een goed fundament van voorzieningen. En dat is nodig. Want in onze gemeente wonen relatief veel huishoudens met een laag inkomen (bijstandsuitkering of minimuminkomen uit werk of onderneming) en ook is er sprake van schuldenproblematiek. B. Er komen diverse wetswijzigingen aan waar we op moeten anticiperen De komende jaren krijgen we te maken met vier (wijzigingen van) wetten die het nodige van ons vragen. 1. Wet vereenvoudiging beslagvrije voet waardoor er een eenduidige en geautomatiseerde manier van berekenen van de beslagvrije voet komt. Op die manier kunnen inwoners beter in het bestaansminimum beschermd worden en kan de beslagvrije voet beter gecontroleerd worden.

2. Wet stroomlijning keten voor derdenbeslag; Om te voorkomen dat meerdere schuldeisers of crediteuren tegelijkertijd gebruikmaken van hun incassobevoegdheden zonder medeweten van elkaar en de kans te verkleinen dat de inwoner geconfronteerd wordt met een te laag vastgestelde beslagvrije voet en dus te weinig geld overhoudt om van te leven. 3. Wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, met deze wijziging wordt vroegsignalering van schulden een wettelijke taak voor de gemeente. 4. Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind waarbij gemeenten rechters straks kunnen adviseren over de vraag of iemand met problematische schulden hulp moet krijgen van een beschermingsbewindvoerder. Verder wordt per 1 juli 2021 de nieuwe Inburgeringswet van kracht. Gemeenten krijgen dan een regierol voor inburgering. Onderdeel daarvan is het ontzorgen van statushouders door de eerste zes maanden na huisvesting in de gemeente de vaste lasten (huur, gas, water, licht en ziektekosten) in te houden op de uitkering. Deze periode van zes maanden wordt gebruikt om de financiële zelfredzaamheid te vergroten, zodat ze daarna zelfstandig hun administratie kunnen voeren. Hiermee wordt de kans op betalingsproblemen en schulden voorkomen. Zie verderop doel 9.

8

CONCEPT Versie 2.0

De wijzigingen staan niet op zichzelf, ze dragen bij aan het bereiken van de doelen in ons armoedebeleid. Ze zijn terug te vinden in de doelen verderop in deze doe-agenda en in de bijlage 1 (inspanningen). C. Inwoners hebben behoefte aan op maat ondersteuning i.p.v. aanbodgericht Uit de Burgerpeiling (eind 2018) blijkt dat 19% van onze inwoners financiële belemmeringen ervaart om mee te doen. Verder zien we dat onze financiële regelingen niet altijd goed aansluiten op de behoeften van inwoners met een kleine portemonnee. Mensen met een klein beurs geven aan dat de huidige financiële regelingen (kleding- en schoenenbonnen, collectieve verzekering etc.) te aanbodgericht zijn en niet optimaal aansluiten op de behoeften. Iedereen vindt andere dingen belangrijk. Voor de één is dat meedoen aan sport, voor de ander meedoen aan vrijwilligerswerk, familie-uitjes en culturele of andere activiteiten. Daarnaast kwam vanuit de groep Arm in Arm de vraag of de kledingbonnen ook digitaal kunnen worden besteed in plaats van verplicht lokaal. Uit de Armoedemonitor van KWIZ blijkt dat van de 4.836 kinderen die in de gemeente Ooststellingwerf wonen, er 380 opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100% van het sociaal minimum; dat is bijna 8% van alle kinderen in de gemeente. Landelijk is dat ongeveer 10 procent.

Dit leidt tot het volgende doel: Doel 1 We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen. We onderzoeken welke minimaregelingen aansluiten bij de vraag van inwoners en welke minimaregelingen we wellicht meer maatwerkgericht moeten inrichten om aan te sluiten bij deze vraag. Dat kan ook een maatwerkbudget zijn waarin voormalige regelingen opgaan. Dit is een doelstelling waarbij de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de gemeente. (Onderzoeken van de huidige minimaregelingen en het omzetten van deze minimaregelingen in maatwerkbudget). We hebben echter wel onze netwerkpartners nodig om deze regelingen blijvend onder de aandacht te brengen bij inwoners.

D. Professionals en vrijwilligers werken soms langs elkaar heen Inwoners hebben vanwege zeer diverse maatschappelijke en/of persoonlijke vraagstukken contact met de gemeente. Denk hierbij aan inkomensverstrekking, schulden en/of fysieke, mentale en psychische vragen. De gemeente ondersteunt de inwoners via het gebiedsteam. Hier wordt gewerkt met specialismen. Er is echter vaak een relatie tussen de vraagstukken waarvoor de inwoner ondersteuning nodig heeft. Zo hebben financiële problemen vaak invloed op gezondheid en deelname aan de samenleving. Het is dus zaak dat de diverse vormen van ondersteuning optimaal op elkaar aansluiten. Op dit moment weten de betreffende medewerkers elkaar meestal wel te vinden en stemmen zij onderling goed af. Maar we willen dit nog beter ‘inbakken’ in de processen binnen het gebiedsteam waardoor we altijd integraal maatwerk leveren om iemand verder te helpen vanuit de één loket gedachte. En we willen dat professionals ruimte ervaren om te doen wat nodig is, ongeacht de schotten tussen de wetten.

Dit leidt tot de volgende doelen: Doel 2* We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied We bieden onze inwoners een samenhangend aanbod van ondersteuning van mogelijkheden voor inwoners om (anoniem) informatie te krijgen of vragen te stellen, preventieve activiteiten zoals een budgetcursus, vrijwillige lichte ondersteuning bij de financiële administratie tot zwaardere ondersteuning bij financiële problemen zoals de budgetadviseurs in het gebiedsteam of de Kredietbank. Dit zijn dingen die we nu al doen. Doel 3* We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente. Op casusniveau werken gemeente, zorgprofessionals, woningcorporaties, zorgverzekeraars, ondernemers etc. samen zodat een integrale, effectieve en duurzame aanpak van armoede/schuldenproblematiek tot stand komt. Alle relevante partijen stemmen hun aanbod af op de behoeften en op elkaar. Zo ontstaat een samenhangend, overzichtelijk en sluitend pakket van diensten en regelingen voor inwoners met financiële vragen of problemen en krijgen inwoners de juiste vorm en intensiteit van ondersteuning bij financiële problemen.

9

*) Dit is een doelstelling waaraan alle partners die ondersteuning verlenen gezamenlijk verantwoordelijk voor zijn.

Henk Dekker Scala Welzijn Alleen door krachten te bundelen zorgen we ervoor dat iedereen mee kan doen.

CONCEPT Versie 2.0

E. Inwoners vinden moeilijk de weg in alle mogelijkheden voor financiële hulp. Er zijn veel verschillende regelingen, een diversiteit aan loketten en organisaties die iets doen voor minima. Dit is onoverzichtelijk voor inwoners en professionals en vormt een drempel voor mensen om er gebruik van te maken. Daarnaast overlapt het aanbod soms (zie D). In de gemeente Ooststellingwerf heeft naar schatting 30% van de 821 huishoudens met een inkomen tot 100% van het Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm) een inkomen anders dan bijstand of AOW. Dit komt neer op 249 huishoudens. Deze huishoudens hebben een WW of WIA uitkering, een inkomen uit werk of een combinatie hiervan.

Denk aan jongeren, horecapersoneel, mensen met een flexibel of tijdelijk contract en ZZP-ers. De gevolgen kunnen we nu nog niet overzien, maar het is helder dat meer mensen in financiële problemen kunnen komen. We moeten dus zo goed mogelijk gebruik maken van signalen (bijvoorbeeld van de Voedselbank en andere partners) en gegevens die er zijn om inwoners goed te informeren over alle hulpmogelijkheden. Op dit moment weten ZZP-ers de gemeente gelukkig goed te vinden als het gaat om de Corona-steunmogelijkheden. Daarnaast communiceren we extra actief over de mogelijke ‘vangnetten’ en dat blijven we doen, bijvoorbeeld door extra publicaties in bijvoorbeeld dorpskranten.

Niet iedereen is op de hoogte van de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn omdat we de informatie niet op de juiste manier, het juiste moment en op de juiste plekken bieden. Dit geldt zowel voor de regelingen voor volwassenen als die specifiek voor kinderen.

E en F leiden tot het volgende doel:

F. Corona en armoede: extra noodzaak om alle inwoners te wijzen op ondersteuningsmogelijkheden. Door de coronacrisis en de financiële crisis die daar naar verwachting op volgt, is de kans groot dat meer inwoners (hopelijk tijdelijk) hun werk kwijt raken.

Doel 4* We zorgen voor overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden. We zorgen dat inwoners de informatie doorlopend op diverse plekken en via diverse kanalen tegen komen en dat deze voor hen begrijpelijk is.

*) Dit is een doelstelling waaraan alle partners die contacten hebben met inwoners met een kleine beurs een bijdrage kunnen leveren.

10

Margreet Bergsma inwoner Ooststellingwerf Je weet pas echt wat het is, als je het zelf hebt meegemaakt.

CONCEPT Versie 2.0

G. Armoede gaat vaak samen met gezondheidsproblemen en laaggeletterdheid Dertig procent van de minimagezinnen in Ooststellingwerf geeft aan belemmeringen op het terrein van gezondheid te ervaren. Uit onderzoek blijkt dat mensen die met weinig geld moeten rond komen kwetsbaar zijn voor gezondheidsproblemen. Zij roken bijvoorbeeld vaker en hebben vaker te maken met overgewicht (bron GGD). Ook de mentale weerbaarheid staat bij deze groep meer dan gemiddeld onder druk. Het is dus de moeite waard te investeren in de positieve gezondheid van specifiek deze groep. Een samenhangende aanpak rondom positieve gezondheid werken we uit in de nog te ontwikkelen doe-agenda Gezondheid (effect: omgaan met fysieke, emotionele en levensuitdagingen). Daarom maken we er in deze doe-agenda geen apart doel van.

*) Jeugdigen ontwikkelen zich optimaal, indicator L4

Daarnaast speelt laaggeletterdheid een rol bij armoede. Zo blijkt uit onderzoek van Stichting Lezen en Schrijven dat laaggeletterden ruim twee keer zo vaak onder de armoedegrens leven en twee tot drie keer vaker langdurig arm zijn. Ook hebben zij een lager inkomen en banen met een lagere beroepsstatus dan nietlaaggeletterden. Het is daarom logisch te blijven investeren in het voorkomen van laaggeletterdheid (doe-agenda L Goed Opgroeien*) en het bestrijden van laaggeletterdheid, bijvoorbeeld via het Digitaalhuis en de ondersteuning van nieuwkomers bij het leren van de Nederlandse taal. Deze zaken zijn onderdeel van de doe-agenda B ‘Meedoen aan de arbeidsmarkt’. Daarom vertalen we dit onderwerp niet in een specifiek doel in deze doe-agenda. De inspanningen in de twee genoemde doe-agenda’s rondom laaggeletterdheid zijn uiteraard wel relevant en waardevol voor ons armoedebeleid.

11

CONCEPT Versie 2.0

H. Er zijn relatief veel langdurig arme mensen in onze gemeente. Van de 821 huishoudens met een inkomen tot 100% van het Wsm komt 75% drie jaar of langer rond van dit inkomen. Dit komt neer op 613 inwoners. Logischerwijs zijn oudere minimahuishoudens vaker langdurig afhankelijk van een minimuminkomen dan jongere minimahuishoudens. Deze oudere minimahuishoudens hebben door hun leeftijd vaak geen kans meer op inkomensverbetering door werkaanvaarding. Daarnaast hebben we in onze gemeente te maken met een relatief lage sociaal economische status (SES) in vergelijking met andere gemeenten. Ook hebben de minimahuishoudens in onze gemeente in veel gevallen geen werk en ervaren zij vaker dan anderen sociaal isolement. Als betaald werk niet haalbaar is, zijn vrijwilligerswerk of een andere maatschappelijke activiteiten dit soms wel. Hierbij is echter wel goede matching en begeleiding nodig. In de doeagenda B Meedoen ‘Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt’ staan daarom ook inspanningen die daar op gericht zijn. Op die manier bemiddelen we langdurig arme mensen die in de bijstand zitten actief naar maatschappelijke activiteiten, in samenwerking met ondernemers, onderwijs, verenigingsleven, maatschappelijke organisaties et cetera. Omdat het dus al in de genoemde doeagenda is meegenomen en om dubbelingen te voorkomen is het in deze doe-agenda geen apart doel.

I. Het loont niet om te gaan werken of er zijn andere drempels. Wanneer het inkomen van een huishouden stijgt, loopt het bedrag aan toeslagen dat zij vanuit het Rijk en de gemeentelijke regelingen ontvangen af. Hierdoor loont (meer) werken niet voor ieder huishouden evenveel. Vooral voor paren met kinderen is de inkomensvooruitgang minimaal bij werkaanvaarding (bij inkomen tot 130% Wsm gaat men er 4% op vooruit). Ook bestaat er bij mensen de angst om regelingen te verliezen als zij na een periode werken hun werk weer verliezen of te maken hebben met onregelmatige inkomsten. Deze gegevens komen uit lokaal onderzoek door KWIZ.

*) Dit is een doelstelling waarvoor de verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt.

Dit leidt tot het volgende doel: Doel 5* We zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die de stap zetten van bijstand naar werk. We stimuleren mensen onder andere op financieel gebied om de stap te maken van bijstand naar werk. De verantwoordelijkheid voor de realisatie van dit doel ligt bij de gemeente. We bekijken hoe we de huidige minimaregelingen of het genoemde maatwerkbudget (zie doel 1) in kunnen zetten om de armoedeval te verzachten. Ook onderzoeken we of we bestaande instrumenten kunnen gebruiken (zoals werkloonT) om inwoners voor te bereiden op hun nieuwe inkomenssituatie in de overgang van bijstand naar werk. Kanttekening hierbij is dat ook landelijke regelingen en voorzieningen een belangrijke rol spelen. Het bedrag dat minima aan toeslagen van het Rijk kunnen ontvangen is namelijk veel hoger dan het bedrag dat ze aan lokale regelingen kunnen ontvangen. Financieel gezien is de invloed van de gemeente daarom kleiner dan van het Rijk.

J. Inwoners vinden dat gemeentelijke processen beter kunnen (eenvoudiger en sneller). De afgelopen tijd is er achter de schermen al een proces in gang gezet om het aanvragen van minimaregelingen en kwijtschelding te vereenvoudigen. Hier is een interne werkgroep mee aan de slag gegaan en er is input opgehaald vanuit de inwonersgroep Arm in Arm. Het aanvraagproces en de wijze van communiceren vanuit de gemeente is doorgenomen en er zijn wijzigingen aangebracht. Dit is een continu proces, zodat de aanvraagprocessen blijven aansluiten op de behoeften en wensen van inwoners en professionals. Daarnaast gaan we onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor het hergebruiken van gegevens van inwoners, zodat zij niet vaker dan nodig hun gegevens hoeven aan te leveren. Dit is vanuit het oogpunt van privacy nog wel eens lastig, terwijl inwoners hier soms geen probleem mee hebben. Dit leidt tot het volgende doel: Doel 6* Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk.

12

Thamar Mollema budgetadviseur gebiedsteam Vraag op tijd hulp als je vastloopt met je geldzaken, dat voorkomt grotere problemen.

CONCEPT Versie 2.0

K. Te vaak zware en dure hulpverlening bij financiële problemen terwijl dit niet altijd nodig is. Ongeveer de helft van het beschikbare budget voor bijzondere bijstand besteden we nu aan kosten voor bewindvoering, dit is circa € 300.000 per jaar. De afgelopen tijd is ingezet op meer regie op deze relatief dure vorm van ondersteuning. Dit heeft geleid tot een daling van de onderbewindgestelden waarvoor de gemeente de kosten draagt van 286 inwoners in 2018 naar 205 inwoners in 2020. Het gaat erom dat de inwoner de best passende vorm van ondersteuning krijgt, alleen niet langer dan noodzakelijk is. Budgetbeheer of bewindvoering is in veel situaties de meest passende vorm van ondersteuning en voorkomt ook problemen op andere leefgebieden. Toch is het goed om regie te houden op de in- door- en uitstroom en de kwaliteit van de ingezette ondersteuning. Dit sluit ook aan bij het op handen zijnde adviesrecht voor gemeenten bij bewind (veranderende wetgeving, zie hierboven onder B).

Dit leidt tot het volgende doel: Doel 7* Inzet van zwaardere ondersteuning zoals bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is. We voeren actief regie op de in-, dooren uitstroom rond budgetbeheer en bewindvoering. Dit doen we ook vooruitlopende op het op handen zijnde adviesrecht voor schuldenbewind. We willen dat inwoners de juiste vorm en intensiteit van ondersteuning krijgen bij financiële problemen (zwaar waar nodig, lichter waar mogelijk) maar vinden het ook erg belangrijk dat de kwaliteit van deze ondersteuning gewaarborgd is.

13

*) Dit is een doelstelling waarvoor de verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt.

CONCEPT Versie 2.0

L. Inwoners vragen niet of te laat hulp. Mensen in financiële problemen en/of met schulden komen er doorgaans niet zelf uit en vragen (te) laat hulp. Dit heeft te maken met schaamte, onderschatting van de ernst van de problematiek of simpelweg niet weten hoe of waar hulp te vragen. Uit onderzoek blijft dat mensen gemiddeld vijf jaar bezig zijn om hun financiële problemen op te lossen voordat ze bij schuldhulpverlening terecht komen. Dit zien we bij alle doelgroepen, maar ook bij jongeren (landelijk beeld) tussen de 18 en 27 jaar. Het life event ‘Ik word 18 jaar’ heeft ook consequenties voor de financiën. Niet elke jongere die 18 jaar wordt is voorbereid op de financiële verantwoordelijkheden die hierbij komen kijken. Jongeren kunnen hierdoor in de financiële problemen komen.

Dit leidt tot het volgende doel: Doel 8 We ontdekken financiële problemen op tijd. We zetten in op preventie en vroegsignalering van financiële problemen samen met alle betrokken partijen, waaronder ook schuldeisers. Dit om financiële problemen bij inwoners te voorkomen of tijdig in te grijpen. We hebben hierbij ook aandacht voor de risicogroep jongeren tussen de 18-27 jaar. En we hebben als gemeente een wettelijke verplichting als gaat om vroegsignalering van financiële problemen per 1 januari 2021. Dit betekent dat wij als gemeente iets moeten doen met alle signalen (enkelvoudig of meervoudig) die wij ontvangen van woningcorporaties, zorgverzekeraars en energiemaatschappijen.

Hennie Brak Voorkom dat jongeren die net 18 zijn in financiële problemen komen. Ik zie het te vaak gebeuren dat het mis gaat.

M. Inburgeringswet: ontzorgen statushouders op financieel gebied. In opdracht van het Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid is onderzoek gedaan naar de financiële zelfredzaamheid van statushouders. Hieruit blijkt dat het risico op betalingsproblemen en schulden bij deze groep groot is. Advies is in het begin van het proces, het moment waarop de statushouder in de gemeente komt wonen, intensieve begeleiding te bieden om statushouders op weg te helpen. Dit wordt binnen onze gemeente nu al gedaan door bijvoorbeeld de automatische betaling van de zorgverzekering en de inzet van gebiedsteammedewerkers specifiek voor deze doelgroep. In 2021 wordt de nieuwe inburgeringswet ingevoerd. Gemeenten krijgen dan een regierol voor inburgering. Onderdeel daarvan is het ontzorgen van statushouders door de eerste zes maanden na huisvesting in de gemeente de vaste lasten (huur, gas, water, licht en ziektekosten) in te houden op de uitkering. Deze periode van zes maanden wordt gebruikt om de financiële zelfredzaamheid te vergroten, zodat ze daarna zelfstandig hun administratie kunnen voeren. Hiermee wordt de kans op betalingsproblemen en schulden voorkomen. De voorbereidingen op deze wetswijziging lopen.

Dit leidt tot het volgende doel: Doel 9 De gemeente en samenwerkings-partners zijn begin 2022 klaar voor de nieuwe Wet op de Inburgering, waar onder andere het ontzorgen van statushouders op financieel gebied een item is. N. Armoede gaat niet alleen over geldzorgen maar ook over het belang van een divers sociaal netwerk. Een goed sociaal netwerk, mogelijkheden om jezelf te ontplooien en maatschappelijke waardering ontvangen is minstens zo belangrijk als financieel rond kunnen komen. Dus het gaat naast financiële ondersteuning ook om zorgen voor laagdrempelige mogelijkheden om sociaal netwerk te houden/te verbreden via sport, cultuur, clubs en verenigingen. Een divers sociaal netwerk helpt immers om in je eigen omgeving hulp te organiseren met administratie, belastingaangifte, aanvragen minimavoorzieningen, et cetera. Dergelijke activiteiten zijn onderdeel van de doeagenda G Samenleven (sociale, culturele en sportinfrastructuur). In die doe-agenda staat op de lijst met inspanningen ook het beter bekend maken van dit aanbod. Daarom nemen we dit in deze doe-agenda niet nog een keer mee.

14

5.

CONCEPT Versie 2.0

Wat gaan we doen? inspanningen

In bijlage 1 staat per doelstelling uitgebreid wat de samenwerkende partijen gaan doen om de doelen dichterbij te brengen. In deze paragraaf ziet u hiervan een samenvatting.

ga naar de inspanningen › 15

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL

1 We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen.

1 Onderzoek maatwerkbudget.

Bekijk volgende inspanning ›

16

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL 2 Mogelijkheden voor inwoners om laagdrempelig (en anoniem) vragen te stellen over financiële zaken.

2

5

We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied.

Individuele Inkomenstoeslag, bijzondere bijstand en kwijtschelding gem. belastingen.

3

6

Lichte ondersteuning op financieel vlak voor situaties waarin geen grote financiële problemen zijn. (bijvoorbeeld hulp bij financiële administratie)

MateriËle ondersteuning. (Bijvoorbeeld voedselbank)

4

NB Dit betreft de inrichting van de voorkant, dus welke ondersteuningsmogelijkheden

Zwaardere ondersteuning bij financiële problemen. (Bijvoorbeeld bewindvoering of kredietbank)

Bekijk volgende inspanning ›

17

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL

3 We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente.

7

9

Routekaart financiële ondersteuning zodat helder is wie wat doet op dit gebied.

Door-ontwikkeling Klankbordgroep Armoede naar een alliantie tegen armoede.

8

NB Dit is dus de ‘achterkant’: hoe regelen we het achter de schermen?

Klankbordgroep Armoede. (overleg van alle betrokken partijen)

Bekijk volgende inspanning ›

18

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL 10 Één loket voor financiële vragen en het invullen van papieren.

4 We zorgen voor overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden.

12 bereik van ondersteuning vergroten door slim communicatieplan.

11

13

Doorontwikkelen Regelingenwijzer.

Inwonersgroep Arm in Arm: ervaringsdeskundigen denken mee.

Bekijk volgende inspanning ›

19

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL

5 we zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die de stap zetten van bijstand naar werk.

14 Financiële problemen overstap bijstand-werk voorkomen.

Bekijk volgende inspanning ›

20

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL 15 Snel en eenvoudig aanvraagproces voor gemeentelijke regelingen.

6 Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk.

16 Maar één keer je gegevens verstrekken.

Bekijk volgende inspanning ›

21

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL

7

17 Adviesrecht bewind.

Inzet van zwaardere ondersteuning zoals bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is.

18 Regie door gebiedsteam op inzet van zwaardere hulpverlening.

Bekijk volgende inspanning ›

22

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL 19 inwoners ongevraagd hulp aanbieden bij betalingsachterstanden.

8 We ontdekken financiële problemen op tijd.

22 Onderzoek nieuwe vormen schuldhulpverlening.

20

23

VoorzieningenWijzer in buurten waar relatief veel mensen met lage inkomens wonen.

18-jarigen en hun ouders actief benaderen bij life event Ik word 18… en Nu?

21 Budget cursus.

Bekijk volgende inspanning ›

23

WAT GAAN WE DOEN? (ALLE inspanningEN per doel)

CONCEPT Versie 2.0

B C

1

2

3

4

5

DOEL

9 De gemeente en samenwerkingspartners zijn begin 2022 klaar voor de nieuwe Wet op de Inburgering, waar onder andere het ontzorgen van statushouders op financieel gebied een item is.

24 Plan van aanpak Wet Inburgering.

TERUG naar eerste inspanning ‹

24

OVERZICHT BIJLAGEN CONCEPT Versie 2.0

Bijlage 1

Bijlage 2

Bijlage 3

Lijst met inspanningen per doel

Proces - hoe kwamen we tot deze doeagenda en overzicht betrokkenen

Het monitoren van het effect ‘Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven’

DA Doe-AG20EN 24 2021-

aan het Mensen doen mee leven. maatschappelijk oen) opgave meed (onderdeel van de

BIJLAGE 1 ingen per doel lijst met inspann wat gaan we doen?

C 1 2 3 4 5

DA Doe-AG20EN 24 2021-

aan het Mensen doen mee leven. maatschappelijk oen) opgave meed (onderdeel van de

C 1 2 3 4 5

bijlage 2 Proces deze doe-agenda hoe kwamen we tot olders en overzicht stakeh

DA Doe-AG20EN 24 2021-

aan het Mensen doen mee leven. maatschappelijk oen) opgave meed (onderdeel van de

C 1 2 3 4 5

BIJLAGE 3 het effect Het monitoren van aan het ‘Mensen doen mee leven’ maatschappelijk

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=182b56da-4d3b-4187-b4ba-1cdc402ca824