CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage1. Was-wordt overzicht Legesverordening 2026

Raadsvergadering 16 december 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Legesverordening 20261.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was – Wordt tabel Legesverordening 2026 Ooststellingwerf Algemeen Bij de algemene legesverordening 2026 zijn de eigen of gemiddelde gemeentelijke tarieven geïndexeerd met 2,6 %. De OWO-tarieven zijn berekend met het OWO-VTH uurtarief. Ook zijn er een aantal kleine aanpassingen gedaan in de verordening die beter passen bij de werkelijke werkwijze van OWO. De artikelen waar alleen sprake is van trendmatige verhogingen zijn niet genoemd.

Aanpassingen verordening tekst. Artikel 11 (nieuw)

Artikel 11 (oud), 12 en 13

Hardheidsclausule De hardheidsclausule is toegevoegd om het college de mogelijkheid te bieden om, in uitzonderlijke gevallen, af te wijken van de standaardregels, wanneer toepassing van die regels zou leiden tot onbillijke of onredelijke gevolgen voor een burger of organisatie. Artikel 11 (oud, Overgangsrecht), 12 (inwerkingtreding), 13 (Citeertitel) Deze artikelen zijn vernummerd naar respectievelijk 12,13 en 14.

Aanpassingen Hoofdstuk 2 Artikel 2.6

Omgevingsplanactiviteit (OPA): bouwactiviteit (ruimtelijk deel). Sinds de invoering van de Omgevingswet is er sprake van bopa's (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Een bopa is een omgevingsvergunning waarbij de initiatiefnemer toestemming krijgt om af te wijken van het omgevingsplan. Tot op heden hebben we onderscheid in de tarifering van ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten (variabel tarief gekoppeld aan bouwleges) en overig ruimtelijke bopa’s (vast tarief). In de praktijk constateren we dat er geen verschil zit tussen de inzet van ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten en overige ruimtelijke bopa’s en dat de koppeling van de ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten aan de bouwleges onvoldoende aansluit bij de benodigde inzet voor ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten. Voorstel is daarom om de tarifering van ruimtelijke bopa’s met bouwactiviteiten gelijk te trekken aan de tarifering van de overige ruimtelijke bopa’s (artikel 2.34). Dit betekent dat de toeslagen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit bij dit artikel (lid b en

Artikel 2.34

Artikel 2.40

Artikel 2.56 Lid a gewijzigd

Lid b (oud) is gewijzigd en lid c is vervallen Artikel 2.57 Lid a gewijzigd

c) kunnen vervallen. Hierdoor wordt de tarifering voor bopa’s bij artikel 2.34 van toepassing. Andere activiteiten Bij de legesverordening 2025 is onderscheid aangebracht tussen de leges voor lichte en de leges voor zware buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s). Hierbij is voor lichte bopa’s de tarifering gehandhaafd en is voor de tarifering van zware bopa’s aangesloten bij de tarifering voor het wijzigen van een omgevingsplan (artikel 2.45). De afgelopen periode hebben we geconstateerd dat voor lichte ruimtelijke bopa’s aanzienlijk minder inzet (circa 4 uur in plaats van 8 uur) nodig is dan eerder werd verwacht. Het tarief voor lichte bopa’s kan daarom verlaagd worden. Wijzigen Omgevingsvergunning In lid 1 van dit artikel is aangegeven dat voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een wijziging van een omgevingsvergunning hetzelfde tarief verschuldigd is als voor het in behandeling nemen van een aanvraag omgevingsvergunning. Bij een geringe wijziging is dit echter niet passend. Daarom is lid 2 toegevoegd. Hierin is aangegeven dat bij een geringe wijziging van een omgevingsvergunning het tarief 5 % bedraagt van het verschuldigde legesbedrag voor de oorspronkelijke omgevingsvergunning met een minimum van € 200 en een maximum van € 5.000.

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure In de huidige verordening krijgt een aanvrager bij een verzoek om teruggave op verzoek van de aanvrager binnen 6 weken na indienen aanvraag 30 % en na 6 weken 25 % van de verschuldigde leges terug. Het is echter voor alle partijen gunstiger dat een aanvraag wordt ingetrokken dan dat deze geweigerd moet worden. Daarom is het voorstel om het onderscheid in termijnen te laten vervallen en het percentage voor teruggaaf te verhogen naar 75 %. Het oude lid c is vernummerd naar lid b. Dit vanwege het vervallen van het onderscheid in termijnen. Het oude lid c is vervallen. Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure In de huidige verordening krijgt een aanvrager bij een verzoek om teruggave op verzoek van de aanvrager binnen 6 weken na indienen aanvraag 30 % en na 6 weken 25 % van de verschuldigde leges terug. Het is echter voor alle partijen gunstiger dat een aanvraag wordt ingetrokken dan dat deze

Lid b (oud) is gewijzigd en lid c is vervallen

geweigerd moet worden. Daarom is het voorstel om het onderscheid in termijnen te laten vervallen en het percentage voor teruggaaf te verhogen naar 75 %. Het oude lid c is vernummerd naar lid b. Dit vanwege het vervallen van het onderscheid in termijnen. Het oude lid c is vervallen.

Hoofdstuk 3 Artikel 3.10 Lid 1d en 2d.

Losse standplaatsen De opbouw en tarifering van leges voor standplaatsen in Ooststellingwerf wijkt af van de opbouw en tarifering van leges voor standplaatsen in Opsterland en Weststellingwerf. De werkzaamheden hiervoor worden uitgevoerd door VTH. Het is daarom gewenst dat de opbouw en per voorkeur ook de tarifering gelijk wordt getrokken. In Ooststellingwerf hanteren wij één tarief voor een vergunning voor alle standplaatsen. In 2025 bedroeg dit tarief € 60. Dit tarief is niet kostendekkend. De daadwerkelijke inzet bedraagt 1 tot 1,5 uur. In zowel Opsterland als Weststellingwerf maken ze voor de tarifering onderscheid tussen het aantal dagen per jaar waarvoor een vergunning voor een standplaats wordt gevraagd. In Weststellingwerf maken ze daarnaast onderscheid in tarifering voor standplaatsen voor commerciële en niet-commerciële partijen. Voorstel is om de tariefopbouw van Weststellingwerf te hanteren waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen commerciële en niet-commerciële partijen. Binnen deze categorieën wordt onderscheid gemaakt tussen een vergunning voor een standplaats voor 1 dag per kalenderjaar, een standplaats voor 2 tot 20 dagen per kalenderjaar, een standplaats voor 20 dagen of meer en een standplaats voor meerdere jaren. Onderstaand een overzicht van de voorgestelde tariefopbouw en tarifering in de legesverordening 2026.

1 dag per kalenderjaar 2 tot 20 dagen per kalenderjaar vanaf 20 dagen per kalenderjaar Meerdere jaren, verhoging per jaar

Artikel 3.19 (nieuw) Lid 1 Nieuw

Niet Commerciële commerciële partijen partijen € 107 € 27 € 213 € 53 € 320 € 107 20% 20%

Overige besluiten Voor vergunningen en/of ontheffingen waarvoor geen specifieke bepaling is opgenomen in de legesverordening is een vangnetartikel van toepassing. In hoofdstuk 3 is dit artikel 3.20. In Ooststellingwerf wordt relatief vaak een beroep op dit

Lid 2 Nieuw

Artikel 3.20 (was 3.19)

artikel gedaan voor ontheffingen voor het plaatsen van sandwichborden. In het vangnetartikel wordt uitgegaan van een inzet van 2 uur. Voor het beoordelen van een ontheffing voor het plaatsen van een sandwichbord is circa 1 uur inzet nodig. Daarom is het voorstel om hier in de nieuwe legesverordening een specifieke bepaling voor op te nemen. Voor vergunningen en/of ontheffingen waarvoor geen specifieke bepaling is opgenomen in de legesverordening is een vangnetartikel van toepassing. In hoofdstuk 3 is dit artikel 3.20. In Ooststellingwerf wordt relatief vaak een beroep op dit artikel gedaan voor ontheffingen voor paasvuren en vreugdevuren. In het vangnetartikel wordt uitgegaan van een inzet van 2 uur. Voor het beoordelen van een ontheffing voor paasvuren en vreugdevuren is circa 1 uur inzet nodig. Daarom is het voorstel om hier in de nieuwe legesverordening een specifieke bepaling voor op te nemen. Niet benoemd besluit op aanvraag Door invoeging van artikel 3.19 (nieuw) is dit vernummerd naar 3.20. Inhoudelijk is dit artikel niet gewijzigd.

Bijlage richtlijn Bouwkosten. De bedrage worden verhoogd met het indexpercentage nieuwbouw. Het meest recente cijfer is dat van de situatie per eind juli 2025. Dat is een stijging van 2,8% ten opzichte van een jaar geleden. Zie Nieuwbouwwoningen; inputprijsindex bouwkosten 2000=100, vanaf 1990 | CBS.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=22925ecc-abf3-455c-9bb8-60a895b50365