CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B. Uitleg verschillen vanuit de Meicirculaire 2026

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Kaderbrief 2027-20302.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage B. Uitleg verschillen vanuit de Meicirculaire 2026 1. Toelichting structurele effecten meicirculaire 2026

De toelichting van de incidentele baten bij de meicirculaire 2026 staan bij onderdeel 2 van deze bijlage. 1a. Loon- en prijsontwikkeling (inclusief volume-accres) Sinds 2024 is het accres gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP). Op basis van de meicirculaire rekenen we voor de loon- en prijsontwikkeling vanaf 2027 met gemiddeld € 2,2 miljoen per jaar. Dit volledige bedrag reserveren we, zoals we de afgelopen jaren gewend zijn, voor de indexaties die we in de begroting 2027 moeten verwerken (zie ook onderdeel 3: voorgestelde compensaties). Bij het opstellen van de begroting 2027 wordt duidelijk of dit bedrag toereikend is voor de werkelijke indexaties. Onze inschatting is dat dit bedrag voldoende is, maar zoals het nu lijkt houden we hierbij geen ruimte over. Dat betekent dat als de loon- en prijsstijgingen hoger uitvallen, we hiervoor binnen de begroting zelf een oplossing moeten vinden. Eventuele overgebleven middelen komen ten gunste van het begrotingsperspectief. Daarnaast ontvangen we door de ontwikkeling van de uitkeringsbasis extra middelen. 1b. BTW-compensatiefonds (BCF) Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk via het BTW-compensatiefonds. Dit fonds kent een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het BTW-compensatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen.

Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. In 2025 zijn gemeenten onder dit plafond gebleven met declaraties. Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een voorschot verstrekt op de verwachte onderschrijding van dat kalenderjaar. Op dat moment kijken we dan ook naar de hoogte van het bedrag wat we kunnen opnemen. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de afrekening. Bij de septembercirculaire was het voorschot € 638.000 De definitieve afrekening ligt lager en dit bedrag wordt in 2026 incidenteel onttrokken aan de uitkering uit het gemeentefonds. Voor ons is dit € 317.000. Bij de kaderbrief 2026-2029 is besloten om met ingang van 2026 de ruimte onder het plafond structureel te ramen. Voor ons is dat een bedrag van € 480.000 vanaf 2026.

1

1c. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2028. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen in 2027 wordt daardoor in de meicirculaire 2026 teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2028. Dit betekent voor ons € 374.000 in 2027. In de oorspronkelijke berekening zoals het in de begroting is verwerkt ging het om € 330.000. We stellen voor om dit bedrag aan de lastenzijde van de begroting te verwerken. Zie onderdeel 3 compensaties. 1d. Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet Mensen die dat kunnen gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Als gevolg hiervan hebben gemeenten jaarlijks minder uitgaven, daarom wordt een uitname uit het gemeentefonds gedaan van jaarlijks € 1,4 miljard vanaf 2029. Voor onze gemeente betekent dit een structurele verlaging van € 2,4 miljoen per jaar vanaf 2029. Hier staat tegenover dat de begrote lasten voor huishoudelijke hulp van € 3,4 miljoen komen te vervallen. Voor de mensen zelf geen hulp kunnen regelen, is er een vangnet en blijft de gemeente daarin voorzien. Daartoe wordt vanaf 2029 jaarlijks € 430 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Dit betekent voor ons € 700.000.

Omdat wij relatief meer inwoners hebben met huishoudelijke hulp dan waar de huidige verdeling op is gebaseerd, verwachten wij dat deze compensatie mogelijk niet toereikend is. Dit onderzoeken we nog nader; daarom wordt deze wijziging voorlopig budgettair neutraal verwerkt. 1e. Wet handhaving sociale zekerheid Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt per 1 januari 2027 in werking. De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt met twee artikel 2- onderzoeken. Mede op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken ontvangen gemeenten een bijdrage in de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid. Voor onze gemeente gaat het om € 9.000 voor 2026 en € 3.000 structureel vanaf 2027. De uitvoering van de wet gebeurt binnen de reguliere beschikbare formatie en leidt dus niet tot een last. 1f. Participatie (IU) De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt door actualisatie van de verdeling van de Wswmiddelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden - SE - per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE en de blijfkansen voor de navolgende jaren. 1g.

Overheidsbrede dienstverlening Vanaf 2026 is de SPUK Informatiepunten Digitale Overheid omgezet in de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening, waarmee gemeenten ondersteuning bieden aan inwoners bij (digitale) overheidszaken en hun regierol versterken. Voor deze regeling was eerder een budgetkorting van 10% doorgevoerd. Naar aanleiding van een aangenomen motie wordt deze korting gecompenseerd met een structurele toevoeging aan het gemeentefonds vanaf 2026. Voor ons gaat het om € 2.000 per jaar. We stellen voor om dit bedrag aan de lastenzijde van de begroting te verwerken. Zie onderdeel 3 compensaties.

2

1h. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Gemeenten ontvangen vanaf 2026 extra middelen voor de ondersteuning van jongeren tot 27 jaar richting werk, als aanvulling op het reguliere re-integratiebudget. Deze middelen zijn bedoeld voor individuele begeleiding en worden verdeeld op basis van onder andere het risico op voortijdig schoolverlaten en het aantal mbo-gediplomeerden in de gemeente. Voor onze gemeente gaat het om € 13.000 structureel vanaf 2026 en € 16.000 vanaf 2030. We stellen voor om dit bedrag aan de lastenzijde van de begroting te verwerken. Zie onderdeel 3 compensaties. 1i. Overige- en hoeveelheidsverschillen De maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatst bekende gegevens in aantallen en gewicht. Dit leidt dan tot hoeveelheidsverschillen. Bijvoorbeeld bij het aantal inwoners, bijstandsontvangers en aantal huishouden met een laag inkomen en centrumfunctie. Daarnaast zijn er kleine overige verschillen. Ook zijn er correcties bij de middelen jeugd in 2026. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met middelen die zijn overgeheveld uit het provinciefonds naar het gemeentefonds. De afrekening is nu verwerkt. De woz-waarden en de rekentarieven zijn ook geactualiseerd. De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB is afgestemd op de WOZ-tijdvakken. Op 1 januari 2026 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2025.

Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de OZB-maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB). De marktontwikkeling tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 6,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op 2,75%.

2. Toelichting incidentele baten meicirculaire 2026

2a. Kinderopvang pleegouders Deze bijdrage geldt voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij de decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan het gemeentefonds. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Gemeenten en pleegzorgaanbieders gaan afspraken met elkaar maken hoe pleegouders aanspraak kunnen maken op deze bijdrage. Het bedrag van € 14.000 dat Ooststellingwerf ontvangt, willen wij graag inzetten, mede op advies van de VNG. Hiermee kunnen wij de bijdrage aan pleegouders uitbetalen. Zie onderdeel 3 compensaties.

3

2b. Suppletie-uitkering Bommenregeling Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. In de raadsvergadering van 8 juli 2025 is besloten een aanvraag te doen voor een bijdrage uit het gemeentefonds voor de gemaakte kosten van onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten. Wij ontvangen voor 2026 € 30.000. We stellen voor dit budget beschikbaar te houden voor dit doel. Zie onderdeel 3 compensaties. 2c. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die zijn getroffen door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben. Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten.

Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Wij ontvangen voor 2026 € 18.000. We stellen voor dit budget voor dit doel beschikbaar te houden. Zie onderdeel 3 compensaties. 2d. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Het doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de lokale hulp voor huishoudens met een hoge energierekening en laag inkomen te intensiveren. Met de middelen uit de bestaande SPUK energiearmoede heeft onze gemeente al een lokale aanpak op energiearmoede opgezet. De extra middelen worden in aanvulling op de SPUK inzet voor de lokale aanpak energiearmoede. Wij ontvangen voor 2026 € 26.000. We stellen voor dit budget voor dit doel beschikbaar te houden. Zie onderdeel 3 compensaties. 2e. IBO problematische schulden Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. De maatregelen om problematische schulden aan te pakken zijn gebaseerd op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2026 wordt voor het onderdeel vroegsignalering € 21,3 miljoen overgemaakt naar het gemeentefonds.

Het gaat voor ons om € 32.000. We stellen voor dit budget beschikbaar te houden voor dit doel. Zie onderdeel 3 compensaties. 2f. Ondersteuning lokale politieke partijen Vooruitlopend op de Wet Politieke Partijen (WPP) wordt in 2026 een eenmalige bijdrage van € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten via een decentralisatie-uitkering zodat lokale politieke partijen al over deze middelen kunnen beschikken. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het aangenomen amendement op de begroting van het gemeentefonds van de Tweede Kamerleden Clemminck en Tijs van den Brink. Het gaat voor ons om € 10.000. We stellen voor dit budget beschikbaar te houden voor dit doel. Zie onderdeel 3 compensaties. 2g. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid Voor 2027 is € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld door middel van een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF). Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en

4

bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast We stellen voor om de ontvangen middelen ook op te nemen aan de lastenzijde van de begroting. Zie ook onderdeel 3 compensaties. 3. Voorgestelde compensatie

3a. Loon- en prijsontwikkeling Zie het gestelde onder 1a. 3b. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Zie het gestelde onder 1c. 3c. Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnetregeling Zie het gestelde onder 1d. 3d. Kinderopvang pleegouders Zie het gestelde onder 2a. 3e. Suppletie-uitkering Bommenregeling Zie het gestelde onder 2b. 3f. Overheidsbrede Dienstverlening Zie het gestelde onder 1g. 3g. Alleenverdienersproblematiek Zie het gestelde onder 2c. 3h. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Zie het gestelde onder 2d. 3i. IBO problematische schulden Zie het gestelde onder 2e. 3j. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Zie het gestelde onder 1h. 3k. Ondersteuning lokale politieke partijen

5

Zie het gestelde onder 2f. 3l. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid Zie het gestelde onder 2g.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=28176c82-54f4-4043-8877-7c0b864aa0ae