CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B. Uitleg verschillen vanuit de Meicirculaire 2025

Raadsvergadering 1 juli 2025, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Kaderbrief 2026-20292.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage B. Uitleg verschillen vanuit de Meicirculaire 2025 1. Toelichting structurele effecten meicirculaire 2025 2025

2026

2027

2028

2029

63.468 65.071 1.603

60.821 66.100 5.279

61.364 66.207 4.843

62.126 64.980 2.854

62.850 65.862 3.012

Correctie incidentele baten AU

-385

0

0

0

0

Structureel gevolg baten AU

1.218

5.279

4.843

2.854

3.012

Analyse structurele baten LPO en voluma accres Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Jeugdzorg Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Impulsbudget sociale infrastructuur Participatie (IU) Overige en hoeveelheidsverschillen

719 -170 660 0 64 -29 -26

2.918 0 2.105 363 58 -59 -106

3.071 0 2.056 0 58 -39 -303

2.967 0 246 0 58 -43 -374

3.110 0 292 0 58 -65 -383

1.218

5.279

4.843

2.854

3.012

bedragen x € 1.000

Decembercirculaire 2024 Meicirculaire 2025

a. b. c. d. e. f. g.

De toelichting van de incidentele baten bij de meicirculaire 2025 staan verderop (punt 2). 1a. Loon- en prijsontwikkeling (inclusief volume-accres) Sinds 2024 wordt het accres gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP). De loon- en prijsontwikkeling voor 2026 en verder vanuit de meicirculaire is voor ons gemiddeld € 2,4 miljoen per jaar. Dit volledige bedrag reserveren we, zoals we de afgelopen jaren gewend zijn, voor de indexaties die we in de begroting 2026 moeten verwerken (zie ook onderdeel 3: voorgestelde compensaties). Bij het opstellen van de begroting 2026 wordt duidelijk of dit bedrag voldoende is voor de werkelijke indexaties. Onze inschatting is dat dit bedrag ruim voldoende is. Eventuele overgebleven middelen komen ten gunste van het begrotingsperspectief. Daarnaast ontvangen we door de ontwikkeling van de uitkeringsbasis extra middelen. 1b. BTW compensatiefonds (BCF) Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk via het BTW compensatiefonds. Dit fonds kent een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het BTW compensatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. In 2024 zijn gemeenten onder dit plafond gebleven met declaraties. In de septembercirculaire werd al een voorschot uitbetaald.

De definitieve afrekening ligt lager, dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Voor ons is dit € 170.000. In de kaderbrief is voorgesteld om de ruimte onder het plafond van het jaar 2024 structureel te ramen. Voor ons is dat een bedrag van € 480.000 vanaf 2026. 1c. Extra middelen gemeenten en jeugd Zoals we ook al in de berekening vanuit de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk hadden verwerkt ontvangen we extra middelen ter compensatie voor het ravijnjaar en voor de jeugdhulplasten. - Demping terugval gemeentefonds: Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. Voor ons gaat het om ruim € 600.000. In de

1

-

-

-

-

-

-

meicirculaire worden deze bedragen volledig toegerekend aan het cluster jeugdzorg. Dat is anders dan verwacht. Het zou meer in lijn liggen om dit in het totaal van het gemeentefonds te verwerken en niet toe te rekenen aan een cluster. Het zorgt ervoor dat de ‘tekorten’ op de jeugdhulp minder worden, en dat de verdeelsystematiek anders is. Tekorten rekening rijk: De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. Voor ons betekent dit gemiddeld € 650.000 vanaf 2025. Groeipad maatregelen hervormingsagenda. Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. Voor ons betekent dit een bedrag van € 765.000 in 2026 en € 690.000 in 2027. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. Eigen bijdrage jeugdzorg: Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Dit betekent een uitname uit het gemeentefonds. Voor ons een bedrag van € 375.000 vanaf 2028. Wij mogen dit budgettair neutraal ramen (richtlijn VNG en provinciale toezichthouders). We stellen voor om dit ook te doen. Zie ook onderdeel 3 compensaties.

Sturen op trajectduur jeugdzorg: Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Dit betekent een uitname uit het gemeentefonds. Voor ons een bedrag van € 98.000 vanaf 2028. Wij mogen dit budgettair neutraal ramen (richtlijn VNG en provinciale toezichthouders). We stellen voor om dit ook te doen. Zie ook onderdeel 3 compensaties. Indexeren opbrengst hervormingsagenda. De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028. Dit betekent een uitname uit het gemeentefonds. Voor ons een bedrag van € 731.000 vanaf 2028. De VNG adviseert om dit ook budgettair neutraal te ramen. De toezichthouders vanuit de provincie gaan hiermee niet akkoord. Wij stellen voor het uitgangspunt van de toezichthouders te volgen. Daarmee zijn de besparingsmaatregelen van de hervormingsagenda niet van tafel, maar juist met € 500 miljoen naar boven bijgesteld. Hervormingsagenda jeugd, aanvullende post. De bedragen die bij het Ministerie van Financiën op de aanvullende post voor de hervormingsagenda jeugd waren gereserveerd worden toegevoegd aan het gemeentefonds.

Voor ons gaat het om een bedrag van € 512.000 in 2026, € 387.000 in 2027, € 447.000 in 2028 en € 489.000 in 2029. De stelpost die we hiervoor hadden opgenomen komt hiermee te vervallen. Het risico in de risicoparagraaf komt hiermee ook te vervallen, het budget is nu structureel aan het gemeentefonds toegevoegd.

1d. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage wordt uitgesteld tot 1 januari 2027. De geplande uitname uit het gemeentefonds van € 225 miljoen in 2026 wordt daardoor in de meicirculaire 2025 teruggedraaid en gaat nu pas in vanaf 2027. Dit betekent voor ons € 363.000 in 2026. In de oorspronkelijke berekening zo als het in de begroting is verwerkt ging het om € 330.000. We stellen voor om dit bedrag aan de lastenzijde van de begroting te verwerken. Zie onderdeel 3 compensaties. 1e. Impulsbudget sociale infrastructuur Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inrichting van de sociale infrastructuur en daarbij behorende doelen voor het ondersteunen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf 2025 t/m 2034 is er (impuls)budget beschikbaar om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. In 2025 is € 35 miljoen beschikbaar. In de periode 2026-2030 is jaarlijks € 31,5 miljoen beschikbaar.

2

Daarna bouwt dit af naar € 19,8 miljoen in 2034. Voor ons is dit een bedrag van € 64.000 in 2025 en € 58.000 vanaf 2026. We stellen voor deze budgetten op te nemen in de begroting. Zie ook onderdeel 3 compensaties. 1f. Participatie (IU): De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt door actualisatie van de verdeling van de Wswmiddelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden - SE - per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE en de blijfkansen voor de navolgende jaren. 1g. Overige- en hoeveelheidsverschillen De maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatst bekende gegevens. Dit leidt dan tot hoeveelheidsverschillen. En daarnaast zijn er kleine overige verschillen. Het grootste verschil zit in de woz-waardering en de aanpassing van de rekentarieven. De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf onroerendezaakbelasting (OZB) is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf OZB wordt bepaald door de omvang van de Waardering onroerende zaken (WOZ)-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief.

Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf OZB. De correctie is op nationaal niveau. De marktontwikkeling bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 10,5%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling geschat op 2%. 2. Toelichting incidentele baten meicirculaire 2025

a. b. c. d.

bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Incidentele baten IBO Problematische schulden Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Alleenverdienersproblematiek

28 239 94 24

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

385

0

0

0

0

2a. IBO problematische schulden Het kabinet heeft bij de Miljoenennota 2025 geld gereserveerd voor groepen in de knel. De maatregelen om problematische schulden aan te pakken zijn gebaseerd op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 wordt voor het onderdeel vroegsignalering € 18,7 miljoen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat voor ons om € 28.000. We stellen voor dit budget beschikbaar te houden voor dit doel. Zie onderdeel 3 compensaties. 2b. Invoering/uitvoeringskosten omgevingswet In 2025 ontvangen gemeenten € 80,7 miljoen voor het bereiken van de doelen van de omgevingswet. Voor ons gaat het om een bedrag van € 239.000. Hiermee kunnen we ervoor zorgdragen dat we aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Wij stellen voor dit bedrag toe te voegen aan de al beschikbare middelen voor de Omgevingswet. Zie onderdeel 3 compensaties.

3

2c. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Sinds 3 juli 2023 zijn de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus) opengesteld, waarmee veehouders hun bedrijfslocaties tegen subsidie kunnen beëindigen. Er is voor de decentralisatie uitkering Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties voor beide fases in totaal € 10,3 miljoen beschikbaar. Wij ontvangen in 2025 € 94.000. We stellen voor dit budget voor dit doel beschikbaar te houden. Zie onderdeel 3 compensaties. 2d. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die zijn getroffen door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Hiervoor is voor 2025 een bedrag van € 25,4 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 2,1 miljoen voor 2023. Op basis van de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek verstrekken gemeenten in de periode 2025-2027 een vaste tegemoetkoming aan alleenverdienershuishoudens die door een ongunstige samenloop van regelingen te weinig toeslagen ontvangen en hierdoor een inkomen onder het bestaansminimum hebben.

Gemeenten ontvangen voor de uitvoering van deze regeling middelen op basis van de hoogte van de tegemoetkoming voor dat jaar (inclusief verschuldigde eindheffing), het verwachte aantal rechthebbende huishoudens in de gemeente en uitvoeringskosten. Het aantal verwachte rechthebbende huishoudens per gemeente is mede gebaseerd op een analyse door de Belastingdienst. Gemeenten ontvangen, indien nodig, twee jaar later een aanvullend budget als op basis van definitieve inkomensgegevens het aantal rechthebbende huishoudens hoger blijkt dan nu verwacht. Wij ontvangen voor 2025 € 24.000. We stellen voor dit budget voor dit doel beschikbaar te houden. Zie onderdeel 3 compensaties. 3. Voorgestelde compensatie

a. b. c. d. e. f. g. h.

bedragen x € 1.000

2025

2026

2027

2028

2029

Compensaties Loon- en prijsontwikkeling Jeugdzorg Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Impulsbudget sociale infrastructuur IBO Problematische schulden Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Alleenverdienersproblematiek

0 0 0 -64 -28 -239 -94 -24

-2.400 0 -330 -58 0 0 0 0

-2.400 0 0 -58 0 0 0 0

-2.400 473 0 -58 0 0 0 0

-2.400 474 0 -58 0 0 0 0

-449

-2.788

-2.458

-1.985

-1.984

-64 -385 -449

-2.788 0 -2.788

-2.458 0 -2.458

-1.985 0 -1.985

-1.984 0 -1.984

Uitgesplitst naar structureel en incidenteel Compensatie structureel Compensatie incidenteel

3a. Loon- en prijsontwikkeling Zie het gestelde onder 1a. 3b. Jeugdzorg Zie het gestelde onder 1c. 3c. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Zie het gestelde onder 1d.

4

3d. Impulsbudget sociale infrastructuur Zie het gestelde onder 1e. 3e. IBO problematische schulden Zie het gestelde onder 2a. 3f. Invoerings-/uitvoeringskosten Omgevingswet Zie het gestelde onder 2b 3g. Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven Zie het gestelde onder 2c. 3h. Alleenverdienersproblematiek Zie het gestelde onder 2d.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=fe0a817f-48cd-42aa-a9bd-6f3f4f4c88d5