Bijlage 5 - Ontwerp-beschikking uitbreiding camperplaats
Tekst van het document
Ontwerpbesluit verlenen van de omgevingsvergunning voor het realiseren van camperplaatsen Adres
Wester Es kadastraal I 1095 te Appelscha
Besluitdatum: Besluitnummer: OV-2020-6546 Aanvrager: E.H. Huizinga Wester Es 6, 8426BK Appelscha Burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf hebben op 22 oktober 2020 een aanvraag ontvangen voor het realiseren van camperplaatsen, op het adres Wester Es kadastraal I 1095 te Appelscha. De aanvraag is geregistreerd onder nummer OV-2020-6546 (OLO nummer: 5540955). Kadastrale gegevens De in de aanvraag bedoelde activiteit zal plaatsvinden op het perceel kadastraal bekend als gemeente Makkinga sectie I, nummer 1095. Ontwerpbesluit Wij zijn voornemens om de omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van camperplaatsen. Activiteit De omgevingsvergunning bestaat uit de activiteit Handelen in strijd met regels RO. De activiteit ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’ is ook aangevraagd maar is niet van toepassing. Documenten bij beschikking De volgende documenten maken deel uit van ontwerp besluit: 1. Ruimtelijke_onderbouwing_UITBREIDING_Camperplaats_Appelscha_pdf 2. Bijlage_1_Watertoets_pdf 3. Bijlage_2_Voortoets_Natura_2000_pdf 4. Bijlage_3_Quickscan_Wet_natuurbescherming_pdf 5. Bijlage_4_NIBM-tool_pdf 6. Bijlage_5_AERIUS_aanleg_terrein_pdf 7. Bijlage_6_AERIUS_verkeersbewegingen_pdf 8. Aanvraagdocument publiceerbaar Omgevingsvergunning procedure De omgevingsvergunning is met de uitgebreide procedure van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voorbereid.
De aanvraag voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan/beheersverordening (planologisch strijdig gebruik), (artikel 2.1, lid 1, onder c van de
Wabo) is getoetst aan artikel 2.12 van de Wabo (beoordelingscriteria voor het gebruik van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan etc.). Gebleken is dat uw aanvraag aan bovenstaande criteria voldoet en daarom verlenen wij u de gevraagde omgevingsvergunning. Ontvankelijkheid Na ontvangst van de aanvraag hebben wij deze aan de hand van de Mor getoetst op ontvankelijkheid. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De aanvraag is dan ook ontvankelijk en in behandeling genomen. Inwerkingtreding besluit De beschikking treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking (artikel 6.1, lid 1 van de Wabo) Tegen het besluit kan binnen zes weken na bekendmaking bezwaar worden aangetekend. Wij raden u aan om de bezwaartermijn af te wachten alvorens met de werkzaamheden aan te vangen. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van het besluit niet. Hebben u of derde belanghebbenden er veel belang bij dat dit besluit niet in werking treedt, dan kan een voorlopige voorziening worden gevraagd.
Overwegingen Bij het nemen van dit besluit hebben wij het volgende overwogen: • Planologisch strijdig gebruik (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, regels gesteld door Rijk of Provincie of een voorbereidingsbesluit ex artikel 2.1, lid 1 onder c, van de Wabo). Het project zal worden uitgevoerd op gronden gelegen in het geldende bestemmingsplan “Appelscha Boerestreek” en heeft het daarin de bestemming “Verkeer - Parkeerterrein” Het project is in strijd met het bepaalde in artikel 10, lid 1 van de planregels van dit bestemmingsplan. Artikel 10, lid 1 van de planregels bepaalt dat de voor “Verkeer - Parkeerterrein” aangewezen gronden bestemd zijn voor een parkeerterrein. In het project zullen camperplaatsen worden gerealiseerd waarin zal worden overnacht. Overnachten is niet toegestaan binnen de bestemming Verkeer - Parkeerterrein”. Op grond van artikel 2.12, lid 2 van de Wabo wordt de omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik (artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo) slechts geweigerd indien de activiteit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de vergunningverlening met toepassing van de in artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wabo genoemde mogelijkheden niet mogelijk is.
Wij hebben gekeken of wij een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik op grond van artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wabo kunnen en willen verlenen. Artikel 2.12, lid 1, onder a van de Wabo geeft 3 mogelijkheden om een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen, namelijk: 1º met toepassing van de in het bestemmingsplan/beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking); 2º in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (zogenaamde kruimelgevallen, zoals opgenomen in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor)); 3º indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat (zogenaamde Wabo-projectafwijkingsbesluit). Ad 3: Activiteit met ruimtelijke onderbouwing (Wabo-projectafwijkingsbesluit): Het project kan slechts gerealiseerd worden als de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3° van de Wabo. Voor de betreffende activiteit is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, welke is opgenomen als bijlage bij dit besluit en een integraal deel uitmaakt van dit besluit.
Bij het bepalen van de keuze om wel of geen medewerking te verlenen aan een verzoek om een omgevingsvergunning voor de activiteit `planologisch strijdig gebruik’ hebben wij een ruime
beleidsvrijheid om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende maatvoeringen uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening acceptabel is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij ons bestaan over de wenselijk geachte planologische ontwikkelingen in het betrokken gebied. Bepaalde beoordelingsmarges mogen echter niet worden overschreden en het recht mag ook niet onjuist worden toegepast. Tevens dienen de in het geding zijnde (individuele) belangen op een zorgvuldige wijze te zijn afgewogen. Conclusie ruimtelijke onderbouwing Voor het project is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. De belangrijkste conclusie van deze ruimtelijke onderbouwing is dat het project in overeenstemming is met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau. Het project past in het rijksbeleid en provinciaal beleid, zoals verwoord in het Streekplan Fryslân en de Verordening Romte Fryslân. Het project veroorzaakt verder geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. Het project heeft geen negatieve gevolgen voor de flora en fauna.
Vanwege de kleinschaligheid van het project worden geen verslechterende of een significant verstorende effecten verwacht op de natuurwaarden waarvoor de omliggende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen Geconcludeerd wordt dat het verlenen van een omgevingsvergunning voor `planologisch strijd gebruik’ niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Belangenafweging Instemmen met het project levert in onze optiek een wenselijke planologische situatie op, welke wij vanuit een ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar achten. Het overschrijden van het vastomlijnde planologisch toetsingskader achten wij in dit specifieke geval dan ook aanvaardbaar. Daarbij hebben wij tevens de belangen van de omwonenden in ogenschouw genomen. Het realiseren van dit project levert geen onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van de naaste omwonenden op. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27, lid lid van de Wabo in combinatie met artikel 6.5, lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn wij verplicht om een aanvraag welke betrekking heeft op de activiteit `planologisch strijdig gebruik’ ex artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wabo en waarvoor een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12, lid 1 onder 3° van de Wabo wordt verleend, voor te leggen aan de gemeenteraad. De gemeenteraad dient aan te geven of deze wel of geen bedenkingen tegen het project heeft.
Op grond van artikel 6.5, lid 3 van het Bor kan de gemeenteraad categorieën gevallen aanwijzen waarin een verklaring niet vereist is. De raad van de gemeente Ooststellingwerf heeft in zijn vergadering van 5 december 2012, met toepassing van artikel 6.5, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor), besloten tot het aanwijzen van categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet vereist is. Het onderhavige project behoort tot een dergelijk aangewezen categorie, zodat geen verklaring van bedenkingen nodig is. Het onderhavige project behoort niet tot een dergelijk aangewezen categorie, zodat een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig is. Wij hebben de gemeenteraad verzocht om een verklaring van geen bedenkingen af te geven. De raad heeft in haar vergadering van 2 maart 2021 verklaard geen bedenkingen te hebben tegen de realisatie van dit project. Zienswijze Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c Wabo (planologisch strijdig gebruik). De ontwerpbeschikking, waarin wij kenbaar hebben gemaakt om voornemens te zijn om de gevraagde vergunning te verlenen, wordt gepubliceerd in Nieuwe Ooststellingwerver en Nieuwe
Ooststellingwerver huis aan huis en de Staatscourant. De ontwerpbeschikking ligt gedurende zes weken ter inzage. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen indienen.
VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN Aan dit besluit zijn de volgende voorschriften verbonden: Aandachtspunten Wij kunnen deze vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, indien: a) b) c) d) e)
de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; niet overeenkomstig de vergunning is of wordt gehandeld; de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd; de voor de vergunninghouder voorschriften niet zijn of worden nageleefd. binnen 26 weken na dagtekening van deze vergunning geen aanvang is gemaakt met de bouwwerkzaamheden of deze langer dan zes maanden zijn of worden gestaakt.
Schade toegebracht aan gemeente-eigendommen of aan eigendommen van derden moet na overleg met de betreffende partijen worden hersteld of vergoed.
Vergunninghouder wordt erop gewezen, dat voor het uitvoeren van de werkzaamheden, waarvoor nu vergunning is verleend, wellicht nog andere vergunningen, ontheffingen of toestemmingen zijn benodigd van bijvoorbeeld de provincie, een waterschap of het Rijk. Daarnaast kunnen ook bepalingen van privaatrechtelijke aard het nodig maken dat toestemming wordt verkregen van bijvoorbeeld de eigenaar en/of de gebruiker van een aangrenzend perceel. Deze verleende vergunning vrijwaart de vergunninghouder derhalve niet tegen aanspraken van derden. Hij blijft daarvoor zelf verantwoordelijk.
Met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden mag niet eerder worden begonnen alvorens aan alle relevante voorschriften in deze vergunning is voldaan.
Dit besluit is opgesteld en ondertekend met inachtneming van het Besluit mandaat OWO-VTH 2016. Met vriendelijke groet, namens burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf
W. Smit Teamleider Vergunningen
Zienswijze Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder e van de Wabo. De ontwerpbeschikking, waarin wij kenbaar maken om voornemens te zijn de gevraagde vergunning te verlenen, wordt gepubliceerd in de Staatscourant, op de Gemeentepagina en via de gemeentelijke website. De ontwerpbeschikking ligt gedurende zes wegen ter inzage. Gedurende deze periode kan eenieder zienswijzen indienen.