CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 - Participatiedocument Geurgebiedsvisie Gemeente Ooststellingwerf

Raadscommissie Ruimte 12 april 2021, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Geurbeleid Wet geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf7.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatiedocument concept gebiedsvisie Geurhinder en veehouderij gemeente Ooststellingwerf Verslag participatie en inspraakreacties januari/februari 2021

2

Inhoud Aanleiding ............................................................................................................................................... 5 Bijlage 1 Verslag 7 januari 2021 ............................................................................................................. 7 Bijlage 2 Verslag 14 januari 2021 ......................................................................................................... 11 Bijlage 3 Verslag webinar 21 januari 2021 ........................................................................................... 13 Bijlage 4 Inspraakreacties ..................................................................................................................... 23 Bijlage 5 Beantwoording inspraakreacties .......................................................................................... 24

3

4

Aanleiding In de gemeente Ooststellingwerf is al ruim 10 jaar een geurbeleid dat onder agrariërs maximale ruimte geeft. In 2019 is naar aanleiding van een zienswijze op een bestemmingsplan de conclusie getrokken dat het huidige geurbeleid juridisch niet houdbaar is. Op dit moment ligt er een voorstel voor aangepast beleid. De gemeente Ooststellingwerf heeft het nieuwe beleid voorgelegd aan onder andere agrariërs, ondernemers en inwoners. Dit in overeenstemming met de Inspraakverordening gemeente Ooststellingwerf 2013. In dit document vindt u daarvan een samenvatting. Daarnaast heeft ForFarmers Farmconsult, Kwinkweerd 5, 7241 CW Lochem, namens een zestal veehouders, op 11 februari 2021 een inspraakreactie ingediend. De inspraakreacties zijn separaat naar de gemeenteraad gestuurd. De lijst is in bijlage 4 opgenomen. De beantwoording op de inspraakreacties is in bijlage 5 weergegeven. Tijdens het webinar en later via e-mail zijn er reacties binnengekomen m.b.t. klachten van inwoners over stankoverlast. Deze reacties en de beantwoording hierop zijn in bijlage 6 opgenomen. Op 26 februari 2021 heeft Agrarische Belangenbehartigings Organisatie Ooststellingwerf (ABO) een brief naar de gemeente gestuurd met daarin hun visie op het geurbeleid. Deze brief is als bijlage 7 bijgevoegd. Deze genoemde visie is besproken in het webinar en daarom is de beantwoording al verwerkt in bijlage 3.

Participatieaanpak Donderdagavond 7 januari In gesprek met een vertegenwoordiging van de agrariërs. Hoe: persoonlijke uitgenodigd via de mail & na gebeld Aanwezig waren: • 2 vertegenwoordigers van ABO/LTO • 1 vertegenwoordiger ANV Gagelvenne • 1 vertegenwoordiger Agrarische Jongeren Friesland. Doel: in gesprek over de scenario’s, ophalen wat er leeft Resultaat: verslag (bijlage 1) Donderdagavond 14 januari In gesprek met een bredere vertegenwoordiging van belangenverenigingen Hoe: persoonlijke uitnodiging via de mail Uitgenodigd waren: • Plaatselijk belang Appelscha • Buurt en Belangen Vereniging Tussen de Wieken Appelscha • Plaatselijk belang Appelscha-Boven • Plaatselijk belang Elsloo en Tronde • Dorpsbelang Fochteloo • Plaatselijk belang Helpt Elkander Haule • Plaatselijk belang Vooruitgang • Dorpsbelang Makkinga • Plaatselijk belang Nijeberkoop • Plaatselijk belang Oldeberkoop • St. bewonerscommissie Oosterwolde Zuid 5

• Plaatselijk belang Ravenswoud • Plaatselijk Belang Waskemeer DES • Dorpsbelang Donkerbroek • Plaatselijk belang Langedijke • Buurtvereniging ’t Wijkje (Brinkstraat en Quadoelenweg) • St. bewonersoverleg Oosterwolde Noord • Stichting Promotie Oldeberkoop • SPA05 Stichting Promotie Appelscha 2005 • IVN-afdeling Ooststellingwerf • Bouwend Nederland afdeling Noord • Commerciële Club Ooststellingwerf • Ondernemersvereniging Appelscha • Ondernemersvereniging Haulerwijk Aanwezig waren: • 1 vertegenwoordiger van IVN • 2 vertegenwoordigers van Plaatselijk Belang Donkerbroek • 1 vertegenwoordiger van Plaatselijk Belang Appelscha • 1 vertegenwoordiger van Plaatselijk Belang Nijeberkoop • 1 vertegenwoordiger van Plaatselijk Belang Langedijke Doel: in gesprek over de scenario’s, ophalen wat er leeft Resultaat: verslag (bijlage 2) Donderdagavond 21 januari Een presentatie van het adviesrapport van De Roever aan iedereen die dat interessant vindt, in de vorm van een webinar. Doel: informeren van iedereen die het onderwerp aangaat / interesse heeft en vragen beantwoorden Hoe zijn mensen geïnformeerd? • Gemeentepagina in de krant • Social Media • Via de organisaties die we gesproken hebben op 7 en 14 januari Aantal kijkers: 90 Resultaat: verslag in de vorm van gestelde vragen inclusief antwoord in bijlage 3. https://webinar.geocast.live/geurgebiedsvisie-veehouderijen/

6

Bijlage 1 Verslag 7 januari 2021 Verslag overleg nieuwe geurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf d.d. 7 januari 2021 via ZOOM. Agenda en presentatie zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Aanwezig: Christiaan de Jonge, ABO Fokke Hut, ABO Tjerk Hof, AVN Gagelvenne Lisanne de Boer, AJ Ooststellingwerf Fimke Hijlkema, wethouder gemeente Ooststellingwerf Nick Bruins, bedrijvencontactfunctionaris gemeente Ooststellingwerf Wilma Nabring, Stabij communicatie, voorzitter Jack Lüchtenborg, projectleider geurbeleid gemeente Ooststellingwerf 1.

Wilma Nabring opent het overleg en heet een ieder welkom. Zij geeft aan wat het doel is van dit overleg. Vraag: Sinds wanneer staat de concept geur gebiedsvisie op de website? Dit staat sinds 23 december 2020 op de website. We willen graag jullie reacties op dit document. Vandaag zijn wij in overleg met jullie, als afvaardiging van de ABO, AVN Gagelvenne en AJO. Volgende week gaan wij in overleg met andere organisaties, zoals plaatselijk belang van de diverse dorpen, recreatie, IVN en ondernemers.

2.

Voorstelrondje. Een ieder stelt zich voor.

3.

Presentatie De presentatie is reeds aan jullie gemaild. Vragen n.a.v. presentatie; Dia 1. Vraag: Er is vaker gezegd dat er een aantal zaken niet kloppen in het geurbeleid. Er is nooit gezegd dat er een nieuw plan gemaakt moest worden. De problemen moesten opgelost worden. Dat is volgens mij nooit bekeken. Is er gekeken of het huidige beleid uit 2008 gewijzigd kon worden. Antwoord: De fouten zijn dermate groot van aard dat aanpassen alleen niet voldoende is. Ook zijn een aantal zaken zoals bebouwde kommen en bijvoorbeeld emissiefactoren dusdanig veranderd dat een nieuw plan noodzakelijk is. Dia 12. Vraag: Wat hoort er bij het deelvlak overige? Antwoord: Bij overige diersoorten horen paarden- schapen- en overige rundveehouderijen. Dia 13. Vraag: Stel ik wil een kleine aanpassing doen aan mijn bedrijf en moet een nieuwe vergunning aanvragen. Gelden dan de nieuwe normen? Antwoord: Via de “oude geur verordening” zijn er bestaande rechten. Deze blijf je houden. Bij het uitbreiden van de stallen maar een gelijk aantal dieren is dit volgens de Wet geurhinder en veehouderij en/of verordening mogelijk. Door emissie beperkende maatregelen te nemen, kan ruimte worden gecreëerd. Of dit daadwerkelijk kan, hangt ook van andere wetgeving af. 7

Ook bij nieuwbouw van een bestaande stal blijven de rechten behouden. Dia 14. Vraag: Hoe is deze tabel samengesteld? Ik heb in 2018 een nieuwe stal gebouwd. Volgens dit schema leven de omwonenden in een extreem slechte milieukwaliteit. Door wie is dit schema opgesteld. Antwoord: De hier genoemde criteria zijn van het RIVM. De cijfers zijn afkomstig van een onderzoek Milieukwaliteit en Geurgehinderden van de GGD. Deze worden landelijk gebruikt. De cijfers kunnen subjectief zijn. Een ieder ervaart geuroverlast anders. De memorie van toelichting van de wet refereert naar dit onderzoek. Dia 15. Vraag: Ik heb een aantal raadsleden gehoord en die hebben de vraag gesteld welke scenario’s er worden berekend. Stel dat er geen geurverordening zou worden opgesteld. Dan gaan we terug naar het wettelijk kader van 2 en 8 odoureenheden. Waarom is er niet gekeken naar een tussenstadium van het wettelijk kader en het maximum van 8 en 20 odoureenheden? Dit verbaast mij eigenlijk. Ik heb hier het gevoel bij dat de boeren nog meer moeten worden afgeknepen. Daar baal ik van. Ik ben nieuwgierig naar de motivatie hiervoor. Vraag: Is er een reden waarom dit zo streng is opgezet? Wij zijn een agrarische gemeente. Hier had ook een tussenstap van bijvoorbeeld 4 en 12 bij kunnen staan. Antwoord: In het offertetraject is gesproken over een aantal scenario’s.

Hierbij is een scenario tussen 1 en 2 niet besproken. Ik (Jack) leg dit aan het college voor of zij dit scenario nog uitgewerkt willen zien. Het resultaat hiervan laten we jullie weten. Opmerking: Is er een reden om dit aan te passen? De sector is al behoorlijk veranderd op het gebied van geur en als je kijkt naar de opdracht die de sector m.b.t. de natuur en stikstof heeft. Dat is al behoorlijk wat. Moet je dan zulke normen wel aanpassen? Anders wordt het wel heel erg zwaar voor de agrarische sector. Stikstof is een van de onderdelen van geur en daar komen toch al maatregelen voor. Dia 20. Opmerking: Door de stikstof zal een ieder maatregelen moeten treffen. Het getal van 1761 overbelaste objecten binnen de bebouwde kom zal nooit gehaald worden. Het zal waarschijnlijk blijven bij de 357 zoals het nu is. Dia 21. Opmerking: Als je de 151 objecten buiten beschouwing laat maakt het verder niet uit welk scenario je kiest. Bij het vasthouden aan de huidige norm krijg je wat flexibiliteit bij bedrijven waar het moeilijk is. Deze kun je met de huidige ruimte helpen. Opmerking: Het aantal objecten buiten de bebouwde kom, zoals aangegeven in deze grafiek, is dat aan de hand van de voorgaande grafiek? (Dia 14) Er wordt nu een heel negatief beeld geschetst over iets dat niet gebeurd is. Door bijvoorbeeld de stikstofregels zal dit ook nooit zover komen.

Als het op deze wijze aan de politieke partijen wordt gepresenteerd gaan zij nooit voor het maximale kiezen. Niet iedereen in de politiek heeft tijd om de stukken zo door te nemen als wij doen. Zij kunnen dan de verkeerde conclusies trekken. Dat baart ons zorgen. Dia 26. Vraag: Wil De Roever haar eigen visie er door drukken door van alles te beperken met eigen plannen? 8

Antwoord: Nee, de Roever heeft ook opdracht gekregen om de milieu hygiënische en gezondheid kundige waarden te betrekken bij het onderzoek. Dia 28. Ik (Jack) heb aangegeven dat er met emissie beperkende factoren groeimogelijkheden zijn bij de melkrundveehouderijen. Dit is onjuist, dit geldt voor de intensieve sector. Investeren voor melkrundveehouders houdt hierin dat er bijvoorbeeld stallen verplaatst moeten worden om aan de afstanden te kunnen voldoen. Overige vragen: Zijn de rechten aan het bedrijf of aan een persoon gekoppeld. De rechten zijn net als bij de Wet milieubeheer gekoppeld aan de locatie. Bij overname of verkoop gaan de rechten mee. 4.

Hoe kijken jullie aan tegen de scenario’s De heer Hof geeft nogmaals het belang van de Omgevingswet aan om met elkaar tot oplossingen te komen. Dit is dan een samenspel tussen bedrijven, bewoners, recreatie en natuur. De financiële situatie in de agrarische sector is moeilijk. Hierdoor moeten de bedrijven groeien om het hoofd boven water te houden. Er komen nog een aantal zaken door andere wetgeving op ons af. Dit is niet gering. Dit gaat invloed hebben en beperkt het bestaan van de agrariër. Houd vast aan de huidige normen. De heer de Jonge geeft aan dat de landbouw eigenlijk gedwongen wordt om te groeien om in hun levensonderhoud te voorzien. De kosten blijven stijgen. Schaalvergroting is een van de middelen om het bedrijf overeind te houden. Als er geen groei meer mogelijk is of extra investeringen nodig zijn gaan we een bepaalde categorie bedrijven buiten sluiten. Bedrijven die niet kunnen of mogen groeien gaan rechten verkopen. Hierdoor krijg je andere bedrijven die een stap gaan maken van bijvoorbeeld 200 naar 1.000 koeien. Dit is een consequentie van de steeds verdergaande regelgeving. Is dit wat we willen in de gemeente? Ik denk dat dit ook voor de raad belangrijk is. Willen we gezinsbedrijven met een klein beetje ruimte of willen we grote melkrundveehouderijen en intensieve veehouderijen, die wel met de regelgeving kunnen omgaan.

Dit kan een consequentie zijn van het beleid en we moeten ons afvragen of we dit willen. Juist de gezinsbedrijven zorgen voor de leefbaarheid in de dorpen door werkgelegenheid. Dit is belangrijk voor het platteland. De wethouder geeft aan dat het geurbeleid niet de enige bedreiging is voor de veehouders. Dat wordt beaamd. De heer de Jonge: De agrariërs zitten elke week wel ergens om tafel m.b.t. regelgeving. Stikstof is wat dat betreft wel de grootste bedreiging. De gemeente kan hier een statement maken dat de agrarische sector ruimte verdient, zodat zij weer voor leefbare dorpen kunnen zorgen. Dit is iets wat niet door een hogere overheid wordt opgelegd. De raad heeft hier een keuze in. Vragen over het proces Graag willen we vanuit de landbouw ons verhaal duidelijk naar voren brengen. Voorstel is dat de heer Hut aanschuift bij het webinar. De heer Hut geeft aan dat hij op het bedrijf een biogas installatie heeft. Valt hij nu onder de categorie overige. De Wet geurhinder en veehouderij gaat alleen over dieren en niet over installaties.

9

Algemene opmerking van de heer Hof: Vanuit de Omgevingswet moet je er juist voor waken om alles vast te zetten. Via de Omgevingswet moet er discussie plaatsvinden van wat willen we met een gebied, bijvoorbeeld recreatie met landbouw of andere bedrijfsactiviteiten, maar ook wonen komt dan aan de orde. Als alles nu in een wettelijk kader wordt vastgezet dan wordt het moeilijk om de Omgevingswet in zijn kracht te zetten. De ruimte op het gebied van geur is dus nodig omdat er straks andere wetgeving komt waar dit in wordt meegenomen. 5.

Vervolg. Het proces wordt geschetst. Bij het webinar zal de heer Hut aanschuiven. Het verslag zal gemaild worden. Mocht er aanleiding voor zijn dan kan er na het webinar nog een extra overleg gepland worden.

6.

Afronding. Een ieder heeft een positief gevoel over het gesprek. Wilma dankt de digitaal aanwezigen en sluit het overleg.

10

Bijlage 2 Verslag 14 januari 2021 Verslag overleg nieuwe geurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf d.d. 14 januari 2021 via ZOOM. Agenda en presentatie zijn als bijlage bij dit verslag gevoegd. Aanwezig: Gjalt de Haan, PB Appelscha Oeds de Jong, PB Donkerbroek Hessel de Jong, PB Donkerbroek Sibylle Denneman, PB Nijeberkoop Sjoerd de Vegt, PB Langedijke Arjan de Haan, IVN-afdeling Ooststellingwerf Fimke Hijlkema, wethouder gemeente Ooststellingwerf Nick Bruins, bedrijvencontactfunctionaris gemeente Ooststellingwerf Wilma Stabij, Stabij communicatie, voorzitter Jack Lüchtenborg, projectleider geurbeleid gemeente Ooststellingwerf 1.

Wilma Stabij opent het overleg en heet een ieder welkom. Zij geeft aan wat het doel is van dit overleg. We willen graag jullie reacties op dit document. Vandaag zijn wij in overleg met jullie. Op 7 januari jl. hebben we overleg gehad met een als afvaardiging van de ABO, AVN Gagelvenne en AJO. Volgende week donderdag 21 januari ’21 staat er nog een webinar op het programma.

2.

Voorstelrondje. Een ieder stelt zich voor.

3.

Presentatie De presentatie, conceptvisie met bijlage zijn naar jullie gemaild.

4.

Hoe kijken jullie tegen de scenario’s Vragen en opmerking n.a.v. presentatie: Opmerking van mevrouw Denneman. De huidige geur normen zijn verruimd om de veehouders zoveel als mogelijk aan ruimte te geven. Ik ben blij dat er bij het huidige rapport rekening is gehouden met het welzijn van de mensen. Er wordt rekening mee gehouden dat geuroverlast een factor kan zijn waar mensen aan lijden. Ik zou het liefst pleiten voor de normen, waarbij de gezondheidseisen prioriteit hebben. Dat is dus scenario 3. Opmerking van Arjan de Haan. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de intensieve veehouderijen en de melkrundveehouderijen. Naar mijn mening zal er weinig overlast zijn bij de gewone melkrundveehouderij. Bij intensieve veehouderijen mogen voor mij persoonlijk de regels strenger zijn dan bij een melkrundveehouderij. Opmerking van mevrouw Denneman. Maar daarom is er nu een splitsing gemaakt tussen intensieve- en mekrundveehouderijen. Het maakt wel uit of je, op een afstand van bijvoorbeeld 50 meter, naast een stal met 100 koeien woont of een stal met 500 koeien. Vraag van Sjoerd de Vegt: Wordt er niet aan de huidige vergunning of melding getornd? 11

Antwoord: Nee, de huidige vergunning en/of melding geeft de veehouder rechten. Deze blijven bestaan. Opmerking Hessel de Jong: Het is een beetje moeilijk om hier wat van de te vinden. Enerzijds zitten we hier voor de inwoners maar anderzijds zijn de veehouders ook inwoners van ons dorp. Het is lastig om daar een stelling over in te nemen. Fimke Hijlkema: Wij proberen zoveel mogelijk meningen, ideeën op te halen vanuit de verschillende doelgroepen. Ik begrijp heel goed dat plaatselijk belang rekening moet houden met alle inwoners van een dorp. Wij proberen dit op te halen en mee te nemen in een advies naar de gemeenteraad zodat zij dit kunnen meenemen in hun besluitvorming. 5.

Vervolg. Het proces wordt geschetst. Bij de webinar zal de heer Hut (ABO) aanschuiven. Het verslag zal gemaild worden.

6.

Afronding. Wilma dankt de digitaal aanwezigen en sluit het overleg.

12

Bijlage 3 Verslag webinar 21 januari 2021 Vragen behandeld in de uitzending Vraag

Antwoord

Van welke cijfers zijn jullie uitgegaan bij de berekening van de huidige situatie, ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de vergunde aantallen, huidige aantallen of eventuele andere aantallen. Je houdt wat je hebt! Dus geen inperking! En als je het bedrijf t.z.t. wil verkopen (of overdragen aan je eigen familie) OOK? Emissiepunt van de stal is toch (bijna altijd) de nok? Dus moet je vanaf dat punt toch rekenen? Of kunnen we dit emissiepunt nog verplaatsen (gedwongen emissie?) De onderzochte opties in odour hebben allen een max van 8 odour. Al deze opties kennen dan een teruggang van 20 naar 8 odour. Dat is een zeer forse reductie. Waarom is dit max bij het onderzoek zo laag ingezet? om te veehouderij groei mogelijkheden zoveel mogelijk in te perken? En dat in een agrarische gemeente!

Er is uitgegaan van de vergunde situatie

Prima wat betreft wetgeving dat de gemeente hier openheid en duidelijkheid ingeeft over de te beslissen zaken. Maar wat betreft de besluiten is het toch gewoon erg simpel jaag de ondernemers nog niet meer op de kosten en beperkingen. Volg dan ook de wetgeving met de meeste ruimte voor de ondernemers wees als gemeente trots op de ondernemers en probeer ze hierbij qua regelgeving zo goed mogelijk te helpen dus de ruimste normen toe te passen. succes met de te nemen besluiten en gebruik wel het gezonde boerenverstand Wij, onze buurt, klaagt regelmatig over de varkensfokkerij bij FUMO. Dit komt dus duidelijk niet bij de gemeente terecht. Waarom werken jullie niet samen? Jammer. Kunnen alle vragen en antwoorden nog ergens nagelezen worden?

13

Ja, dan ook Is afhankelijk van het type stal. In een aantal gevallen is het mogelijk het emissiepunt te verplaatsen. Voor melkrundvee ligt dit moeilijker. In het beleid van 2008 is van de wettelijke afstanden afgeweken. Dit scenario moet dus weer meegenomen worden. Er zijn meer opties mogelijk zowel minder geurbelasting en grotere afstanden als wel meer geurbelasting en kleine afstanden dan wettelijk is aangegeven. Er wordt nog gekeken of een tussenstap tussen 20 en 8 eenheden wenselijk is. De raad heeft gevraagd om een aantal scenario's. Deze liggen nu voor. Het is aan de raad om hier een keuze in te maken. Natuurlijk nemen zij deze overwegingen mee in hun besluitvorming.

Er wordt nogmaals contact gezocht met de FUMO. Dit is een verbeterpunt. Goed dat u dit aangeeft. Ja, vragenstellers krijgen per mail antwoord. De vragen met antwoorden komen ook op de website.

Als je bedrijf op slot komt door overschrijding van de geurafstanden, moet je dan stoppen. Hoe gaat de gemeente de getroffen bedrijven tegemoet komen? Waarom heeft een melkkoe geen geurfactor maar een vleesveekalf wel? Waarom wordt er met 2 normen gemeten??

Waarom wordt er bij melkveehouders gerekend met afstand en bij varkenshouders etc. met geureenheden? Waarom 2 verschillende meetmanieren? Hoe kunnen wij nagaan of er nog odour-ruimte is? Gaan jullie dat als een soort quotum behandelen? Hoe kan de Roever een onderzoek uitgevoerd hebben, zonder contact te hebben gehad met de veehouders ??

Waarom wordt er bij melkveehouders gerekend met afstand en bij varkenshouders etc. met geureenheden? Waarom 2 verschillende meetmanieren? Wat wordt er bedoeld met zonder investeringen. Gaat dit om investeringen in uitbreiding (stalcapaciteit) of maatregelen om geur te reduceren? Zou je dan met reductie maatregelen van de tabel af kunnen wijken ook als melkveehouderij? Als je een AMvB hebt voor je bedrijf, is dat hetzelfde als een melding, zoals bedoeld in het rapport? Wat is de aanleiding voor het aanpassen van het geurbeleid? Komen er veel klachten bij de gemeente binnen over stankoverlast door agrarische bedrijven? Er staat dat er wordt / is uitgegaan van de huidig vergunde situatie. In ons geval klopt dat niet. Het aantal koeien, dat in bijlage 9 bij ons adres staat vermeld klopt niet.

14

Nee. De huidige rechten blijf je houden. In sommige gevallen zijn er toch nog mogelijkheden. Deze waarden zijn 1985 voor het eerst toegepast op basis van wetenschappelijk onderzoek. De rijksoverheid gaat er van uit dat bij dieren met de zogenaamde weidegang er andere normen moeten gelden. Deze waarden zijn 1985 voor het eerst toegepast op basis van wetenschappelijk onderzoek. De rijksoverheid gaat er van uit dat bij dieren met de zogenaamde weidegang er andere normen moeten gelden. Dit moet per specifieke situatie berekend worden. Nee, de wet geeft daar geen mogelijkheid toe. Het onderzoek is uitgevoerd met de bestaande cijfers vanuit het vergunningen en meldingenbestand van de gemeente. Het conceptrapport hebben we met de ABO, AVN Gagelvenne en Agrarische Jongeren Ooststellingwerf besproken. Bij melkrundveehouderijen wordt anders gerekend i.v.m. bijvoorbeeld de weide gang van de dieren. Het gaat hier om maatregelen om de emissie te beperken. Nee, bij de melkrundveehouderijen moet je de minimale afstanden aanhouden. Ja, een AMvB is ook een melding. De AMvB is op 1 januari 2013 vervallen en opgegaan in het Activiteitenbesluit Het huidige beleid is juridisch niet juist. Dit kan niet met een wijziging worden rechtgezet. Daarom een nieuwe geurgebiedsvisie. Vraag is heeft u meer of minder dieren? Wilt u hierover contact met mij opnemen?

De gemiddelde gebouwhoogte voor melkveebedrijven waar jullie bij de berekeningen vanuit zijn gegaan is 1,5 meter. Dat is natuurlijk veel te laag. Ook de emissiepunthoogte staat op 1,5 meter. Klopt ook niet. Veel stallen hebben windbreekgaas, open zijkanten, dit werkt als volgt. Lucht wordt via de zijwanden aangetrokken en verlaat via de nok de stal. In ons geval zou dan de emissiepunthoogte ca. 8 meter zijn (i.p.v. 1,5 meter) en dan hebben wij nog niet eens een hele hoge stal. Er staat dat de berekeningen zijn gebaseerd op aannames, dat is toch totaal niet praktisch?! Klopt het dat er bij de grondgeboden veehouderij geen rekening wordt gehouden met groei in geuremissie? Dus geen rekening met bedrijfsontwikkeling? Er staat dat gezondheidsaspecten alleen zijn onderzocht in concentratiegebieden, terwijl gemeente Ooststellingwerf GEEN concentratiegebied is. Wat kunnen we hier in de gemeente dan met die getallen? Vanmiddag wilde ik het advies-geurbeleid doornemen, dat kon ik terugvinden op de website van de gemeente. Echter, de kaarten waren niet op internet geplaatst. Ik heb ze uiteindelijk wel per mail ontvangen. Maar is toch jammer, dat het niet in één keer voor iedereen te vinden was. Fokke geeft aan, dat er bij vergunningaanvraag een berekening wordt losgelaten op de situatie, dus dan zou het niet uitmaken dat er nu gerekend wordt met een emissiehoogte van 1,5 meter.

Maar door nu met 1,5 m hoogte te rekenen dat geeft toch een vertekend beeld ten opzicht van de daadwerkelijke situatie? Als bedrijf doe je grote investeringen om toekomstbestendig te zijn. Dit zijn investeringen die zich in 10-tallen jaren weer hopelijk terugverdiend worden. Hoe kun je als gemeente in dit geval eerst een geurbeleid maken en na een aantal jaren zeggen dat dit niet meer aansluit bij deze tijd? Terwijl wij hier ons bedrijf op hebben ingericht? Hoe is op bedrijfsniveau de geuremissie vastgesteld? Normatief of via meting? Wat is de invloed van het nieuw vast te stellen geurbeleid om de huidig verleende Omgevingsvergunning (op bedrijfsniveau)? 15

Door te rekenen met een bronhoogte van 1,5 m wordt de invloed van omliggende gebouwen verdisconteerd.

Het is niet mogelijk om toekomstige groeiscenario's van bedrijven te berekenen. Dat klopt, daarom zijn er afstanden en geen odoureenheden Deze cijfers geven wel inzicht en kunnen daarom gebruikt worden. Zie hiervoor RIVM rapport Geur en gezondheid, onderdeel Veehouderij en geur, GGD-richtlijn medische milieukunde, RIVM Rapport 2015-0106. De kaarten zijn te groot als bestand om op de website te zetten. Daarom is hiervoor gekozen.

Door te rekenen met een bronhoogte van 1,5 m wordt de invloed van omliggende gebouwen verdisconteerd.

Het huidige beleid is juridisch niet juist. Dit kan niet met een wijziging worden rechtgezet. Daarom een nieuwe geurgebiedsvisie. Natuurlijk moeten de nieuwe omstandigheden nu worden meegenomen voor een goed houdbaar beleid. Normatief via de gegevens aangeleverd bij aanvraag milieu (Omgevings) vergunning of melding. Daar heeft dit geen gevolgen voor.

De bebouwde kom is gegroeid moet daar dan de veehouder die er altijd al gezeten heeft er \voor boeten?en buiten gebied staan veel boerderijen er al langer dan de huizen dan kan je die er toch ook niet voor laten boeten.

Doen andere gemeentes er ook zoveel aan qua geurnormen?

Industrie stoot geen geur uit en die is behoorlijk gegroeid wel vreemd Waarom wordt er nu opeens geur beleid bedacht dierhouderij wegpesten wie gaat dan dat aandeel belasting e.d. betalen jullie moeten eens zuinig zijn op die categorie. Industrie en auto's stoten geen geur uit zeker?

16

In de zin van de Wet geurhinder en veehouderij en jurisprudentie van de Raad van State moet gekeken worden naar de bebouwingsgraad van de omgeving. Vooral in het buitengebied vraagt dit elke keer opnieuw voor een gemotiveerde beantwoording van de vraag of dit een "bebouwde kom" of niet is. Er is dus geen grens van de bebouwde kom zoals in de zin van de Wegenverkeerswet of in een bestemmingsplan. De gemeente Weststellingwerf heeft in de geurverordening de vaste afstanden verkleind van: - 100 m naar 50m in de bebouwde kom van 50 meter naar 25 meter buiten de bebouwde kom voor diercategorieën zonder geuremissiefactor; - Voor diercategorieën met een geuremissiefactor is de odournorm verhoogd buiten de bebouwde kom van 8 naar 20 en binnen de bebouwde kom is het op de wettelijke norm van 2 gebleven. De gemeente Opsterland heeft in 2012 een geurverordening opgesteld. - Voor diercategorieën zonder geuremissiefactor is voor bestaande bouw (tot 15 juni 2012) een afstand van 50 meter in plaats van 100 meter. Voor nieuwbouw na 15 juni 2012 is de verplichte afstand 100 meter. - Voor diercategorieën met een geuremissiefactor geleden de wettelijke normen van 8 odoureenheden buiten de bebouwde kom en 2 odoureenheden binnen de bebouwde kom. Voor de industrie gelden ook normen. Deze is vastgelegd in andere wetgeving De gemeente heeft sinds 2008 geurbeleid.

Het huidige beleid is juridisch niet juist. Dit kan niet met een wijziging worden rechtgezet. Daarom een nieuwe geurgebiedsvisie.

Wordt de geurnorm berekend op aantallen vee of op hoeveelheid uitstoot ammoniak e.a.? De groeimogelijkheden zijn berekend n.a.v. bouwblok en de genormeerde oppervlakte per dier genoemd in het rapport. Deze oppervlakte is veel te klein en zal in de praktijk groter zijn. Hierdoor is de groeimogelijkheid veel beperkter als geschetst wordt. Nut en noodzaak van dit rapport is er niet. De provincie heeft een actueel geurbeleid en waarom wijkt Ooststellingwerf hiervan af? Welke bescherming krijgen wij als melkveehouders van onze gemeente, om een gezonde bedrijfsvoering in de toekomst te waarborgen In uw presentatie heeft u alleen de groeimogelijkheden binnen de veehouderij. Hoeveel bedrijven zet u met het nieuwe bedrijf op slot? Krijgen deze bedrijven ook een schadeloosstelling? Hoe zit het met als er bijvoorbeeld een tweede melkveelocatie wordt bijgekocht. En deze later in de vorm van "rood voor rood" zou worden verkocht. Eerder is aangegeven, dat bijvoorbeeld bij opvolging/verkoop van het bedrijf de beschikbare ruimte aanwezig blijft op het bedrijf. Maar kan de ruimte op het andere bedrijf (tweede locatie), die voor road for road zou worden verkocht, ook mee worden genomen naar locatie nummer één? Want in totaliteit verandert er niets, geen totale groei.

17

Op het aantal dieren en eventueel op emissiebeperkende maatregelen. De provincie heeft geurbeleid op alle industriële inrichtingen waarvoor zij "bevoegd gezag" zijn. In de Wet geurhinder en veehouderij staat dat alleen een gemeente kan afwijken van de normering.

Ook bij een ander scenario dan scenario 1 zijn er mogelijkheden. Dit moet per situatie bekeken worden. Het aantal bedrijven dat op slot gaat is per scenario anders. In de conceptvisie is dit aangegeven op pagina 24 (intensieve veehouderij) en pagina 32 voor o.a. de melkrundveehouderijen. Dit is een specifiek geval. Er zou op locatieniveau naar gekeken moeten worden.

1.Hoe is de geurvisie van de buurtgemeenten op dit moment?

De gemeente Weststellingwerf heeft in de geurverordening de vaste afstanden verkleind van: - 100 m naar 50m in de bebouwde kom van 50 meter naar 25 meter buiten de bebouwde kom voor diercategorieën zonder geuremissiefactor; - Voor diercategorieën met een geuremissiefactor is de odournorm verhoogd buiten de bebouwde kom van 8 naar 20 en binnen de bebouwde kom is het op de wettelijke norm van 2 gebleven. De gemeente Opsterland heeft in 2012 een geurverordening opgesteld. - Voor diercategorieën zonder geuremissiefactor is voor bestaande bouw (tot 15 juni 2012) een afstand van 50 meter in plaats van 100 meter. Voor nieuwbouw na 15 juni 2012 is de verplichte afstand 100 meter. - Voor diercategorieën met een geuremissiefactor geleden de wettelijke normen van 8 odoureenheden buiten de bebouwde kom en 2 odoureenheden binnen de bebouwde kom.

2.Hoeveel klachten zijn er in 2020 binnen gekomen in Ooststellingwerf rondom geurhinder?

Bij de gemeente Ooststellingwerf zijn in 2020 geen klachten binnengekomen.

3.Er werd aangegeven dat bij de verordening van 2008 geen grenzen waren aangehouden omtrent de bebouwde kom. In het rapport lees ik dat het begrip bebouwde kom in de Wgv niet is gedefinieerd. Wat wordt er bedoeld met 'de grens' is niet vastgesteld

In de zin van de Wet geurhinder en veehouderij en jurisprudentie van de Raad van State moet gekeken worden naar de bebouwingsgraad van de omgeving. Vooral in het buitengebied vraagt dit elke keer opnieuw voor een gemotiveerde beantwoording van de vraag of dit een "bebouwde kom" of niet is. Er is dus geen grens van de bebouwde kom zoals in de zin van de Wegenverkeerswet of in een bestemmingsplan.

18

Hoeveel woningen hebben nu een belasting/achtergrondbelasting boven de 8 odour eenheden. Is dat ook vastgelegd? Kunnen er nog meer megastallen gebouwd worden (niet grondgebonden veehouderijen) bv. varkensmesterijen Wat is de aanleiding om tot een nieuwe geurverordening te komen, deze lees ik niet in het conceptrapport Waarom is deze voorkeursvariant gekozen. De voorkeursvariant gaat ver in de bescherming en daarmee de beperking Je gaat van ruime mogelijkheden voor de veehouderij naar een ernstige beperking. Op deze wijze wordt een alternatief slot op de deur gecreëerd. Dat is voor de veehouderij onwenselijk en daar is de geurverordening niet bedoeld. Er is geen formeel bezwaar en beroep mogelijk en is mijns inziens dan ook geen goede politieke besluitvorming Geur berekenen met de maximale aantallen (vleesvarkens x 17,9 odour) is niet meer realistisch. Je wordt ten alle tijde ernstig beperkt door de ammoniakemissie. Door de maximale aantallen x geur aan te houden kom je tot een ernstige overschatting van de maximale geuruitstoot/depositie. Op basis daarvan kom je dan weer tot een scherpe norm in de voorkeursvariant Waarom zijn er geen scenario's tussen het huidige en het wettelijke onderzocht, maar alleen scenario's onder het wettelijke?

Op welke gronden wordt straks een keuze gemaakt

19

Zie hiervoor de tabellen op pagina 21 van de conceptvisie Nee, het bestemmingsplan geeft hier geen ruimte voor. De gemeente heeft sinds 2008 geurbeleid. Het huidige beleid is juridisch niet juist. Dit kan niet met een wijziging worden rechtgezet. Daarom een nieuwe geurgebiedsvisie. Er zijn een aantal scenario's gepresenteerd. Er is nog geen keuze gemaakt. Dit doet de raad. Zij kunnen ook beslissen dat de huidige normering gehandhaafd blijft. Het klopt dat er bij een gemeentelijke verordening geen bezwaar of beroep mogelijk is. U kunt echter wel na, bijvoorbeeld indiening van een vergunningaanvraag of melding, bezwaar maken. De berekening is uitgevoerd met het aantal dieren dat in de vergunning is vermeld. Dit zijn de rechten die een bedrijf heeft. Hier moet dus ook van uitgegaan worden.

In het beleid van 2008 is van de wettelijke afstanden afgeweken. Dit scenario moet dus weer meegenomen worden. Er zijn meer opties mogelijk zowel minder geurbelasting en grotere afstanden als wel meer geurbelasting en kleine afstanden dan wettelijk is aangegeven. Er wordt nog gekeken of een tussenstap tussen 20 en 8 eenheden wenselijk is. De afweging hiervoor zal door de raad gemaakt worden en als het een hogere of lagere normering wordt dan de wettelijke zal dit in de geurverordening worden weergegeven. De afwegingen moeten gemotiveerd worden. Dit kan echter pas als de raad een afweging heeft gemaakt.

Is er straks nog ruimte voor een vergunning als je wilt gaan bouwen voor dierenwelzijn. Maar je qua geurnorm helemaal vast zit.

Wordt er nu alleen gekeken naar de groeimogelijkheden van boeren???? Zij maken minder dan 2% van de inwoners van de gemeente uit. Hoe zit het met het gezonde leefklimaat van de rest? Kan ik waardevermindering van ons melkveebedrijf verwachten en waar kan ik terecht voor vergoeding van deze waardevermindering.

Geen vraag, maar wel een reactie. Mooi dat jullie dit doen, maar wat een onleesbaar rapport, en helaas wordt het door de presentatie er niet beter van. Begrijp ik het goed dat de grenzen worden opgezocht om landbouwers zo veel mogelijk ruimte te geven? Wat mij stoort is dat Ooststellingwerf wordt gepresenteerd als een agrarische gemeente etc. waar Fokke Hut graag aan mee doet door de suggestie dat in de dorpen veel mensen afhankelijk zijn van de landbouw. Een gotspe; dat is in de 21ste eeuw slechts een enkeling. Ik woon in - en houd van - het buitengebied. Een kleine kilometer bij ons vandaan staat een varkenshouderij. De geur bij windstil weer is niet te harden. Wat ik mis is de link tussen geur en gezondheid. Hoe meer geur, hoe ongezonder immers de woonomgeving, hoe groter de milieubelasting – en de teloorgang van natuur en milieu. Ik maak me zorgen over het buitengebied, en die nemen - helaas- niet af... Waarom wordt de industrie niet meegenomen? Waar is de puntmeting uitgevoerd; vanuit meest vervuilende/ geurende punt of minste

20

Als de veehouder de maximale waarde voor geurbelasting overschrijdt, hoeft dit niet altijd een weigering van een vergunning te betekenen. Vergunningverlening is mogelijk bij stand still van artikel 3 lid 3 Wgv en de 50/50-regeling van artikel 3 lid 4 Wgv (met geuremissiefactor). Nee, er zijn verschillende scenario's. Er zijn ook scenario's waar een beperking van de geuremissie wordt berekend. De Wgv en de verordening hebben betrekking op te verlenen vergunningen voor de uitbreiding en nieuwvestiging van veehouderijen. Op andere situaties zijn wet en verordening niet van toepassing. Wet noch verordening hebben tot doel om een wijziging te brengen in bestaande vergunde situaties. De Wgv strekt er derhalve niet toe, om bestaande vergunningen en daaruit voortvloeiende rechten op vergunde veebestanden aan te tasten. Er is in dezen geen waardevermindering in uw situatie. Er worden meerdere scenario's aan de raad aangeboden. Een van de scenario's is het huidige beleid, daarnaast de wettelijke normering en een aantal met minder geurbelasting. In deze afwegingen spelen de gezondheid van de burgers ook een rol. Ik verwijs u graag naar paragraaf 3.5 en 4.8 van het document.

Voor de industrie is andere wetgeving van toepassing m.b.t. geurnormering Deze is vanuit het midden van de stal gedaan voor de berekening

Is dit beleid in lijn met de stikstofreductie die nodig is voor het herstel van onze natuur? Hoe is het natuurbelang meegenomen? Als je aan de zijkant van de stal binnen de afstandsnormering komt, maar aan de achterkant niet. Kun je daar dan wel gewoon uitbreiden binnen de geurverordening? Mijn vraag werd niet goed begrepen. Als mijn stal 20 meter naast een woning staat. Hoekpunt aan de achterkant van de stal staat 55 meter van die woning. Kan ik de stal daar dan wel verlengen. De uitbreiding komt dus buiten de afstandsnormering. In hoofdstuk 5.5 staat dat het woon- en leefklimaat niet te kwantificeren is. Toch wordt dit in Tabel 9 bij de huidige regelgeving als -- beoordeeld. Waar is dit oordeel dan op gebaseerd?

Gevel -gevel minimaal 25 meter welke gevel van stal en welke gevel van woonhuis

Welke dier aantallen worden gehanteerd als je bedrijf op slot komt te staan, welke vergunning gaat gelden, bijv. NB of PAS etc. In het rapport staat dat per bedrijf bekeken is hoe de situatie ervoor staat. Kan ik dit voor mijn bedrijf inzien?

Heeft het nieuwe geurbeleid invloed op bestaande bouw? M.a.w. als een stal nu aan de huidige voorwaarden voldoet en straks niet meer wat betekent dit dan voor mijn bedrijf? In het onderzoek wordt alles gestandaardiseerd. De V stack berekening kent echter veel variabelen en daardoor kan deze methode grote gevolgen hebben voor individuele bedrijven. Hier doet het onderzoek niks mee, waardoor individuele bedrijven op slot komen te zitten. Zijn ruimere normen zodat maatwerk mogelijk is niet een betere oplossing?

21

Deze wetgeving is specifiek voor geurbelasting. Voor het natuurbelang geldt ander regelgeving. Is afhankelijk van de situatie. Moet per project bekeken worden. Uw vraagstelling zou specifiek bekeken moeten worden. U kunt contact met mij opnemen. ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is afhankelijk van het gebruik van een ruimte bij een woonhuis. Een garage, welke alleen als garage wordt gebruikt, telt niet mee als gevel. Het aantal dieren dat in de Omgevingsvergunning milieu of in de melding van het Activiteitenbesluit staat vermeld. Per bedrijf zijn de gegevens bekeken van de vergunning of melding die is gedaan. Dit aan de hand van de gegevens die u hiervoor verstrekt heeft. Wilt u specifiek iets voor uw bedrijf weten dan hebben wij uw adresgegevens nodig. U blijft de rechten houden zoals die nu gelden. Bij uitbreiding of vernieuwing zal gekeken moeten worden wat er mogelijk is en hoe. Bij een individuele aanvraag wordt de module V-stacks vergunning gebruikt. Voor een geurgebiedsvisie wordt Vstacks gebied gebruikt voor de achtergrond geur belasting. Dit is afhankelijk van het scenario dat door de raad gekozen wordt.

Als de raad voor scenario 1 kiest verandert er niet aan de huidige situatie.

De definitie van Wgv over een geurgevoelig object is: "gebouw bestemd voor menselijk wonen en die daarvoor permanent of daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt. Hoe rekent de gemeente de afstand van een camping/chaletpark t.o.v. melkveebedrijf? Is een chalet permanente bewoning?

Waarom hanteert de gemeente de afstanden niet de wettelijke afstanden? En worden er nieuwe scenario's bedacht? Waarom Is dit nodig?

Waarom hanteert de gemeente de afstanden niet in de wettelijke afstanden? En worden er nieuwe scenario's bedacht? Waarom Is dit nodig?

Waarom alleen scenario's die lager zijn dan wettelijk kader? Is hier geen ruimte voor?

22

De Raad van State heeft hier uitspraken over gedaan. "Het bieden van recreatief (nacht)verblijf voor beperkte duur, te weten een vakantieperiode van maximaal enkele achtereenvolgende weken dan is ervan permanent of daarmee gelijk te stellen gebruik voor menselijk verblijf geen sprake is, De gemeenteraad heeft in 2008 besloten hiervan af te wijken. Misschien nog een scenario tussen de wettelijke normen en de huidige normen. Het huidige beleid is juridisch niet juist. Dit kan niet met een wijziging worden rechtgezet. Daarom een nieuwe geurgebiedsvisie. In het beleid van 2008 is van de wettelijke afstanden afgeweken. Dit scenario moet dus weer meegenomen worden. Er zijn meer opties mogelijk zowel minder geurbelasting en grotere afstanden als wel meer geurbelasting en kleine afstanden dan wettelijk is aangegeven. Ook de huidige norm, hoger dan het wettelijk kader is meegenomen. Scenario 1.

Bijlage 4 Inspraakreacties Inspraakreacties ForFarmers Farmconsult heeft namens een zestal veehouderijen een inspraakreactie ingediend.

23

Bijlage 5 Beantwoording inspraakreacties Beantwoording Inspraakreacties ForFarmers Farmconsult, d.d. 8 februari 2021, via e-mail bij de gemeente Ooststellingwerf binnengekomen op 11 februari 2021. Namens voornoemde bedrijven heeft ForFarmers Farmconsult een aantal vragen gesteld, welke voor alle inspraakreacties gelijkluidend zijn. Deze worden eerst behandeld. Nadien worden enkele specifieke vragen gesteld voor een tweetal bedrijven. 1.

Presentatie Gebiedsvisie Het opstellen van een Gebiedsvisie (en lees dan met nadruk visie) start niet met de enkele opmerking in het rapport in hoofdstuk 1, 3e alinea, dat de huidige geurverordening en de onderbouwing daarvan niet (meer) voldoet aan de huidige inzichten. Kort gezegd luidt onze fundamentele vraag: Waarom heeft de gemeenteraad deze opdracht gegeven? De gemeenteraad heeft op 2 juli 2019 in haar vergadering het geurbeleid behandeld. Dit naar aanleiding van een memoadvies van bureau De Roever Omgevingsadvies, d.d. 22 mei 2019. De betrokken stukken zijn te vinden op: https://ris2.ibabs.eu/agenda/details/ooststellingwerf/66ad771c-f436-4368-beaab159e60d2b7e. Het betreft hier agendapunt 6. Het college van B&W heeft de raad geadviseerd om de huidige geurverordening in te trekken en nieuw geurbeleid op te stellen. De gemeenteraad heeft het college van B&W opdracht gegeven om uit te zoeken of de fouten in het bestaande beleid binnen de huidige contouren van de geurverordening konden worden aangepast. Dit bleek niet mogelijk te zijn. De adviesmemo is als bijlage 6 bijgevoegd.

De redenen zijn hieronder kort weergegeven: - De grens tussen bebouwde en niet bebouwde kom is statisch gemaakt; - De beoordeling van geurhinder is (ongemotiveerd) gedaan op basis van de waarden voor concentratiegebieden; - Het onderscheid tussen voor- en achtergrondbelasting is onvoldoende zichtbaar gemaakt in de koppeling met het percentage geurgehinderden; - Gehanteerde tabel 2 uit gebiedsvisie 2008 onjuist; - Niet aangegeven waar de berekeningen op gebaseerd zijn. Bureau De Roever heeft een advies uitgebracht m.b.t. een scenario (maximale situatie 2 – 4,5) voor veebedrijven met een geuremissiefactor en voor bedrijven zonder geuremissiefactor de normen voor de conservatief gestaffelde afstanden. Dit is echter een vrijblijvend advies voor hun rekening, waar mee zij denken dat er een goede balans is tussen de veehouderijen en omwonenden. Zo is het in september 2020 ook bij de thema avond van de raad aangegeven. Het college en de raad maken een onafhankelijke afweging m.b.t. het scenario dat moet gaan gelden.

2.

Vragen bij zes scenario’s uit gebiedsvisie Een variant tussen 8-20 Odour en 2-8 Odour ontbreekt. Zeker gezien het grote verschil tussen 820 en 2-8 Odour zou het ons inziens alleszins redelijk zijn geweest om een dergelijke tussenvariant uit te werken. Dat zou bijvoorbeeld 5-14 Odour kunnen zijn. Op deze wijze wekt de gebiedsvisie en daarop volgende toekomstige geurverordening bij ons stellig de indruk als instrument gebruikt te gaan worden om de veehouderij in het geheel te beperken in haar ontwikkelingsmogelijkheden. En daarvoor is een geurverordening naar onze mening niet bedoeld.

24

In de zogenoemde uitvraag bij de aanbesteding voor het opstellen van een nieuwe geurgebiedsvisie zijn voorwaarden opgenomen. In deze voorwaarden is aangegeven dat er verschillende scenario’s moesten worden berekend. Hierbij moest naast de veehouderij ook aandacht zijn voor het woon- en leefklimaat van omwonenden. Door De Roever zijn een aantal scenario’s doorgerekend. Het klopt dat er geen berekening gemaakt is tussen de normen van de huidige geurverordening en de normen van de Wgv. Dit is meegenomen in de advisering naar het college van B&W en de gemeenteraad. Zij kunnen nog een keuze maken om een tussenstap, zoals door u omschreven, te laten berekenen. 3.

Concrete gevolgen gebiedsvisie voor inspreker en het buitengebied Inspreker heeft een intensieve veehouderij. Namens hem willen we graag ingaan op de mogelijke gevolgen voor zijn bedrijf. Verlaging van de geurnormen en vergroting van de afstanden leiden in de toekomst altijd tot beperkingen en problemen voor inspreker: 1. De waarde van de bedrijven daalt direct. Strenge normen leiden immers tot minder opties om uit te breiden; 2. Uitbreiden is vaak de enige optie waarbinnen verbeteringen, lees investeringen, in dierwelzijn, gezondheidsaspecten, duurzame veehouderij en kringlooplandbouw mogelijk zijn; 3. Uitbreiding worden steeds kostbaarder. Er moeten flinke, extra technische maatregelen worden genomen om toch tot een gewenste uitbreiding te komen. Deze uitbreiding is bijna altijd nodig om de andere verbetering (onder 2 benoemd) te kunnen financieren. 4. De voorgenomen beperking in de gebiedsvisie zal in veel gevallen invloed hebben voor toekomstige bedrijfsopvolging. Door de genoemde gevolgen onder 1 t/m 3 heeft het bedrijf op de lange termijn immers een moeilijker toekomstperspectief; 5. Bij een eventuele verkoop van het bedrijf is hetgeen gesteld onder 4 van overeenkomstige toepassing. Ook dan is het beperkte toekomstperspectief een belemmering bij verkoop. Kort gezegd leidt dit tot de volgende situatie.

Het agrarisch karakter van het gebied wordt aangetast en beperkt door een strenge geurverordening. Vele bedrijven worden beperkt wat mogelijk tot versnelde stoppers leidt. Dat leidt vaak weer tot verrommeling en zal de leefbaarheid geen goed doen. Op basis van bovenstaande argumenten verzoekt inspreker de gemeenteraad met klem om de geurnormen onveranderd op 8-20 Odour te laten staan. De door u genoemde gevolgen voor het bedrijf worden meegenomen in de beoordeling en overwegingen welke het college van B&W en de gemeenteraad moeten maken. Deze brief zal bij de stukken worden gevoegd, zodat het college van B&W en de gemeenteraad hier kennis van kunnen nemen.

25

4.

Onjuiste uitgangspunten gehanteerd Voor 2 bedrijven wordt aangegeven dat er onjuiste gegevens gebruikt zijn voor de berekeningen van odoureenheden. Het betreft hier Oostervar BV voor haar varkensbedrijf gelegen aan de Venekoten 17 te Oosterwolde en Kraak Pluimveebedrijf gelegen aan de Buterheideveld 19a te Makkinga. Navolgend zal dit per bedrijf behandeld worden. Oostervar BV In de uitwerking van het rapport zijn uitganspunten niet juist meegenomen. De geureenheden die bij intensieve bedrijven zijn meegenomen, zijn bij meerdere bedrijven niet juist. Het bedrijf heeft een omgevingsvergunning van 7 februari 2017 met een uitstoot van 28.411,5 Odour. Op de kaart is voor het bedrijf een veel hoger getal aangehouden. Het rapport is op dit onderdeel niet zorgvuldig tot stand gekomen. Op onderstaande uitsnede van het onderzoek is dat weergegeven.

Het is correct dat de weergegeven Odoureenheden in het plan onjuist is. Dit zal opnieuw worden doorgerekend. Deze doorrekening zal bij de concept visie worden gevoegd. Kraak Pluimveebedrijf In de uitwerking van het rapport zijn uitganspunten niet juist meegenomen. De geureenheden die bij intensieve bedrijven zijn meegenomen, zijn bij meerdere bedrijven niet juist. Het bedrijf heeft een omgevingsvergunning van 2018. De Odoureenheden van deze vergunning liggen veel hoger dan in het onderzoek is opgenomen en doorgerekend. In het rapport is echter de vergunning van 2016 opgenomen, waardoor het rapport op dit onderdeel niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Op onderstaande uitsnede van het plan is dat weergegeven. In bijlage 1 treft u tabel met de vergunde geureenheden uit de beschikking.

Het is correct dat de weergegeven Odoureenheden in het plan onjuist is. Dit zal opnieuw worden doorgerekend. Deze doorrekening zal bij de concept visie worden gevoegd. Per saldo zal er weinig veranderen aan de achtergrond belasting. 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=95e381df-e895-4b7a-bf34-ccf1954172a5