Bijlage 4.5. Canada 4 te Elsloo_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo vastgesteld
bestemmingsplan Bijlagen toelichting
Canada 4 te Elsloo vastgesteld
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
7
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek
19
Bijlage 3
Bodemonderzoek
45
Bijlage 4
Watertoets
115
Bijlage 5
Quickscan ecologie
121
Bijlage 6
Nader onderzoek ecologie
161
Bijlage 7
Actualisatie beknopte natuurtoets
191
Bijlage 8
Voortoets Natura 2000
203
Bijlage 9
AERIUS-berekening
249
Bijlage 10
Overlegreacties
259
Bijlage 11
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen
267
3
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
4
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Bijlagen toelichting
5
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
6
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing
7
Landschappelijke inpassing Opdrachtgever: Gemeente Ooststellingwerf
projectnummer: 180.00.01.32.50
Onderwerp:
Landschappelijke inpassing Canada 4 Elsloo
Opmerking:
gebied Kale Duinen
Datum:
02-08-2018
Opgave Het perceel aan de Canada 4 in Elsloo zal een bestemmingswijziging ondergaan. De wens is om de huidige boerderij om te bouwen tot een volwaardige woning en op het achterliggende gedeelte van het perceel de schuren af te breken voor realisatie van een nieuwe woning. De recreatieve bestemming van het perceel wordt omgezet naar woonbestemming. De gemeente wenst dat deze uitbreidingsplannen landschappelijk wordt ingepast. In deze notitie wordt een inrichtingsschets verbeeld met korte onderbouwing en toelichting. Situatie Het gehele perceel van ongeveer 0,8 ha is gelegen aan de Canada in het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Het Nationaal Park Drents-Friese Wold is een groot aaneengesloten natuurgebied op de grens van de Nederlandse provincies Friesland en Drenthe. Het ruim 61 km² grote nationale park bestaat uit bos, heide en stuifzanden.
Figuur 1 Plangebied in landschap ‘Kale Duinen’
Figuur 2 Perceel met woonbestemming voor 2 woningen (bestaand en nieuw)
Zicht op de voorzijde woonboerderij
Zicht op de aangebouwde stal
Onderhoudspad naar achterliggend landschap
Oprit erf
De Canada in noordelijke richting
De Canada in zuidelijke richting
Figuur 3 Foto’s huidige situatie (bron: google streetview) Het perceel is omrand met houtsingels. Vooral de noord- en westzijde zijn robuuste singels. De houtsingel aan de zuidzijde bevindt zich op het perceel van Canada 5. De woonboerderij staat in een hoek van ongeveer 70 graden georiënteerd op de weg Canada. De voorzijde van de huidige woning biedt uitzicht over het natuurgebied Aekjingerzand. De Canada vormt een rechte scheidingslijn tussen het natuurgebied en opstrekkende verkaveling. Er bevinden zich twee bijgebouwen net achter de boerderij. Op de achterzijde van het perceel bevinden zich grote stallen. Deze stallen zijn eenvoudig rechthoekig van vorm met een kap georiënteerd in de lengterichting van de opstrekkende verkave-
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
2
ling. De oprit naar het erf slingert om de boerderijwoning heen naar de achterzijde. Langs de zuidrand van het perceel loopt een onderhoudspad richting het achterliggende natuurgebied.
Figuur 4 Luchtfoto met kadastrale grenzen
Figuur 5 Foto van de voormalige camperplaats ‘Kale Duinen’ (bron: camperclub.nl)
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
3
Historie Tot in de negentiende eeuw was dit grensgebied tussen Drenthe en Friesland ‘onland’, onbruikbare woeste grond: Moeras, heide en zandverstuivingen en vrijwel geheel onbewoond. Daarna begonnen de heideontginningen. De heideontginningen zijn de gronden in de gemeente die als laatste in cultuur zijn gebracht. Door hun natuurlijke omstandigheden, vooral de arme en droge bodem, waren deze gronden in eerste instantie niet geschikt als landbouwgrond. Een kadastrale kaart uit 1832 laat zien hoe de woeste grond verkavelt werd. Dat gebeurde op een planmatige manier via lange lijnen in een regelmatige verkaveling (opstrekkende verkaveling). Boerderijen worden verspreid over het gebied gebouwd.
Figuur 6 Kadastrale kaart uit 1832 met huidige topografie als onderlaag De heideontginningen kenmerken zich door hun rationele opzet, de duidelijke lijnen in het landschap en de grote regelmatige verkaveling. Ook komen er in het omliggende gebied veel dobben en pingo’s voor, relicten van tienduizenden jaren geleden. Op het plangebied wordt vermoed dat eventuele aanwezige archeologische resten al ernstig verstoord zijn (zie Archeologische Kaart (FAMKE) - steentijd-bronstijd, geadviseerd wordt QuickScan vanaf 5000m2). De Canada is zoals de kaart uit 1900 laat zien een oude weg. Doordat veel wegen zijn beplant, wordt de van oudsher aanwezige openheid gebroken. Er is een afwisseling tussen agrarische percelen, percelen met recreatieve bestemming, heidegronden en bospercelen.
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
4
Cultuurhistorische kenmerken
Planmatige, rationele verkaveling in lange lijnen.
Nieuwe erven aan de nieuwe wegen door het gebied.
Inmiddels verdwenen spoorlijnen, grotendeels samenvallend met huidige wegenpatroon.
Landschappelijke karakteristieken Landschapsstructuren
De structuur van het gebied wordt bepaald door een rechthoekige verkaveling met afwisseling van landbouwgrond, grote bospercelen en heiderestanten en daarmee een afwisseling van open en besloten gebieden.
Bebouwing ligt verspreid aan de meestal sterk beplante wegen.
Regelmatige opzet van erven.
Ruimtelijk-visuele kenmerken
Erven als verdichtingen aan de weg.
Afwisseling van open en besloten gebieden.
Zandpaden.
Wegbeplantingen.
Omgeving en bewoning Het Aekingerzand bij Appelscha heet in de volksmond ook wel de 'Kale duinen'. Met name op de stuifzanden ontstonden kleine heuveltjes of duintjes. Later, in de 19e eeuw, na de uitvinding van kunstmest, werden de stuifzanden en heideterreinen (of 'woeste gronden') bebost. Men plantte er inheemse soorten als eiken en grove dennen, maar ook uitheemse soorten als douglasspar, Amerikaanse eik of Japanse lariks. De oorspronkelijke bebouwing van Canada 4 en 5 dateert van 1955. Het landhuis van het naastgelegen perceel Canada 5 is herbouwd in 1985. De Camping de Kale Duinen is in 1930 ontstaan en is decennia lang gevestigd geweest in het gebied. Voor die periode (Bonneblad 1922) was alleen de weg aanwezig met aan weerzijden uitgestrekte heidevelden. Er is niet bekend of er eerst een agrarische bestemming op nummer 4 heeft gelegen. De camping is in 2015 aangekocht door overheden om de recreatieve belasting in dit gebied te verminderen.
Figuur 7 Historische kaarten uit 1900, 1950 en 2016 (bron: topotijdreis.nl) datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
5
Natuur en landschap In het kader van de Wet natuurbescherming zijn Natura 2000-gebieden en natuurmonumenten aangewezen. Het plangebied ligt in het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld. Het Natura 2000-gebied Drents-Friese Wold & Leggelderveld heeft een zeer afwisselend landschap met naald- en loofbossen, stuifzanden, prachtige heidevelden, vennen, hoogveentjes en bloemrijke graslanden. Voor het gehele gebied is de aan- of afwezigheid van een keileemlaag bepalend voor de hydrologische omstandigheden, omdat keileem er voor zorgt dat regenwater slecht de bodem in zakt. Bovendien levert het ondiepe keileem de broodnodige mineralen aan veel plantensoorten. De kernopgaven voor het Drents-Friese Wold & Leggelderveld zijn: ”Het vergroten van interne samenhang van gebieden door herstel van een evenwichtige verdeling tussen open en gesloten gebieden met meer geleidelijke overgangen van zandverstuivingen, heide, vennen, graslanden en bos”. (bron: Natura 2000-ontwerpbeheerplan Drents-Friese Wold & Leggelderveld, februari 2016)
Figuur 8 Natura 2000-gebieden Ooststellingwerf (bron: Bestemmingsplan Buitengebied 2016)
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
6
Figuur 9 Zicht op ‘De Kale Duinen’ aan de voorzijde (bron: google streetview) Verantwoorde ruimtelijke inpassing Voor een verantwoorde ruimtelijke inpassing wordt aangesloten bij de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn in belangrijke mate bepalend voor het karakter van het landelijk gebied. Het plangebied heeft de dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorie 1”. Binnen de dubbelbestemming ligt het accent op het behoud, herstel en de versterking van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden in onderlinge samenhang. Binnen deze dubbelbestemming is het egaliseren of afvlakken van natuurlijk reliëf niet toegestaan, evenals het verharden van zandpaden (bron: Bestemmingsplan Buitengebied 2016). Zoals de hoogtekaart en reliëfkaart (figuur 10) laten zien vormen de erven hoger gelegen delen in het gebied, begrensd door greppels. De bodemhoogte van het woonperceel kan gelijk naar één niveau getrokken worden. De greppels en houtwallen blijven behouden en worden indien nodig versterkt, zodat het rationele karakter geaccentueerd wordt.
Figuur 10 Hoogtekaart en reliëfkaart (bron: www.ahnviewer.nl)
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
7
De structuur van het gebied wordt bepaald door de strakke, in lengterichting rechthoekige, verkaveling. De bebouwing in het gebied ligt verspreid aan de meestal sterk beplante wegen. Ondanks de verschillen in woningtypologie is de ruimtelijke opzet gelijk. De woning is vrijwel in het midden van het perceel gesitueerd met een bepaalde hoek t.o.v. de weg. Hierdoor oriënteert het zich met twee zijden op de doorgaande weg en het landschap. Zowel de voormalige boerderijwoning als het landhuis op Canada 5 ligt ‘los’ binnen de regelmatige opzet van de twee kavels. De nieuwe bebouwing zal in plaats van de te slopen schuren komen, achter de bestaande boerderij (achter-voor principe). In het inpassingsplan is voor dezelfde kaprichting gekozen. De woning wordt schuin achter de bestaande boerderij gepositioneerd (zie figuur 12). De woningen bevinden zich op één erf, echter de huidige oprit vormt geen logische toegang tot de achterste woning. In het inpassingsplan is het huidige onderhoudspad benut als erftoegangsweg voor de achterste woning.
nieuwe bebouwing
Figuur 11 Toepassing ruimte voor ruimte
Figuur 12 Drie woningen binnen de
(bron: Procesboek, ontwikkeling agrarische erven
rationele verkaveling
Ooststellingwerf)
Beeldkwaliteit Als verwijzing naar het agrarische verleden is een sobere uitstraling passend. Een eenvoudige rechthoekige vorm met kap en lage goothoogte. Geadviseerd wordt het gebruik van natuurlijke en gebiedseigen materialen. Dat mogen ook moderne materialen zijn, mits ze donker gekleurd zijn. Bijvoorbeeld het gebruik van donker rode tot bruine baksteen, donker houtwerk en eenvoudige donkergrijze pannen. Lichte kleuren en glimmende materialen zijn niet passend. Ook opvallend gekleurde en grote hekwerken zijn niet passend Er zou gestreefd moeten worden naar een duurzame woning passend in haar natuurlijke omgeving, waarbij er rekening wordt gehouden met de mate van lichtuitstoot.
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
8
Inrichtingsplan De rationele verkaveling is behouden en wordt versterkt door rondom het perceel een extra houtwal en greppel aan de zuidelijke rand te leggen naast het onderhoudspad (zie figuur 13). Dit onderhoudspad kan gebruikt worden voor de ontsluiting van de achterste nieuwe woning. Deze woning 2
mag volgens de provinciale verordening maximaal 175 m bedragen. Bijgebouwen worden in samen2
hang bij de perceelgrens gepositioneerd met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 200m bij 2
een erf met een oppervlakte van ten minste 1.500 m . De houtwallen aan west- en noordzijde van het perceel blijven behouden. Passend bij de natuurlijke omgeving is om willekeurige groepen struiken en heesters achter op het perceel te plaatsen, zoals eenstijlige meidoorn en vuilboom. Waar ruimte is kan een gewone vlier naast de woning geplaatst worden. De coniferen blijven staan i.v.m. potentiële roestplaatsen voor de ransuil. De kleinere boom langs de oprit van de bestaande boerderij blijft als solitair gehandhaafd. Een beukenhaag markeert het voorerf. Een groenblijvende haag van hulst scheidt de twee woonpercelen van elkaar. Soortenkeuze houtwal: Ruwe berk, Zomer eik, Gelderse roos, Hazelaar, Hulst, Kardinaalsmuts, Meidoorn, Vuilboom en Veldesdoorn. Met de aanplant/soortkeuze moet rekening gehouden worden met de schaduwwerking van naastgelegen bomen. Op deze houtwallen kan regulier beheer worden toegepast (dunning met behoud van overstaanders).
Figuur 13 Aanplant houtwal/greppel (bron: Procesboek, ontwikkeling agrarische erven Ooststellingwerf)
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
9
Inrichtingsschets
Inrichtingsschets twee woonkavels Canada 4
datum 02-08-2018
projectnummer 180.00.01.32.50
10
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
19
A k oe s ti s c h on de r zo e k B e s t e m m in g spl a n K a le D uin e n te Els l oo , ge me e n te O os ts te l li n gw e rf
A k oe s ti s c h on de r zo e k B e s t e m m in g spl a n K a le D uin e n te Els l oo , ge me e n te O os ts te l li n gw e rf
Inhoud
Rapport met bijlagen
20 september 2017 Projectnummer 180.00.01.32.50.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Wet geluidhinder
5
3.1
Wegverkeerslawaai
5
3.1.1
Zones
5
3.1.2
Normstelling en ontheffing
6
3.1.3
Binnenwaarde
7
3.1.4
Dove gevels
7
3.1.5
Aftrek artikel 110 g
7
3.2
Cumulatie
7
4
Rekenmethode
8
5
Uitgangspunten
9
5.1
Fysieke gegevens
9
5.2
Verkeersgegevens
9
6
7
Berekening en toetsing
10
6.1
Berekening
10
6.2
Toetsing
10
6.3
Cumulatie
11
Samenvatting en conclusie
12
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Ooststellingwerf heeft BügelHajema Adviseurs b.v. een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de te realiseren woning in het kader van het Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo, gelegen aan Canada 4, in de gemeente Ooststellingwerf. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een woning of een geluidgevoelig object gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich binnen de geluidzone van de weg Canada. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidbelasting op de bouwvlakken van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
3
2
Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan het wegvak Canada in Elsloo in de gemeente Ooststellingwerf. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een woning mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woning.
Figuur 1. Nieuwbouw in rood weergegeven
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
4
3
Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:
De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1 Zones De Wet geluidhinder (Wgh) richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -
wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);
-
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).
Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wet geluidhinder. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wet geluidhinder door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
5
verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte ter weerszijden van de weg
stedelijk buitenstedelijk
1 of 2
200 m
3 of meer
350 m
1 of 2
250 m
3 of 4
400 m
5 of meer
600 m
Het in de nabijheid van het plangebied gelegen wegvak Canada kent een maximum snelheid van 60 km/uur en is daarmee in buitenstedelijk gebied gelegen. Deze weg kent derhalve een zone van 250 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze weg en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend. De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In binnenstedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is buitenstedelijk gelegen. Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen.
Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh).
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
6
3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidswering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidswering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidshinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld. Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:
-
-
4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.
Bij toetsing van het binnenniveau van geluidgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder.
3.2
Cumulatie
De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh). Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidgevoelige bebouwing.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
7
4
Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -
Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.
-
Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.
De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 8.51. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:
maximaal 1 stuks;
− openingshoek:
2 graden;
− bodemfactor:
0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het rekenmodel geïmporteerd en voorzien van een bodemfactor (0,80-0,90).
De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
8
5
Uitgangspunten 5.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden. De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.
5.2
Verkeersgegevens
Bij de berekeningen is gebruikgemaakt van de verkeersprognose uit het Provinciaal Inpassingsplan N381 – Rapportage verkeersgegevens van de provincie Fryslân. Hieruit blijkt dat de verwachte verkeersintensiteit op het wegvak Canada in 2025 ongeveer 1.000 mvt/etmaal bedraagt. De verwachting is dat dit in 2030 gestegen is tot 1.051 mvt/etmaal. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel. In de berekeningen is er verder rekening gehouden met dicht asfaltbeton (referentiewegdek). Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -
lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);
-
middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);
-
zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).
Tabel 2. (Verwachte) verkeersintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak Weg
Wegdek
Canada
dab
Etmaal intensiteit 2025
2030
1.000
1.051
Periode
%
dag
7,00
avond
2,50
nacht
0,75
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
Samenstelling verkeer % lmv
% mzw
% zw
93
6
1
9
6
Berekening en toetsing 6.1
Berekening
De berekende geluidsbelasting op de gevels van de betreffende woning vanwege het wegvak Canada is opgenomen in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding en tabel. De geluidsbelastingen in de onderstaande tabel zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh van 5 dB.
Figuur 2. Waarneempunten Tabel 3. Geluidsbelasting vanwege het wegvak Canada per waarneempunt per bouwlaag incl. aftrek ogv art. 110g Wgh Woning
Waarneem1e bouwlaag
2e bouwlaag
1
33 dB
34 dB
2
35 dB
36 dB
3
29 dB
29 dB
1
6.2
Waarneemhoogte
punt
Toetsing
De nieuwbouwlocatie voldoet aan de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB vanwege het wegvak Canada.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
10
6.3
Cumulatie
Omdat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden, vindt geen cumulatie plaats zoals genoemd in paragraaf 3.2.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
11
7
Samenvatting en conclusie In dit rapport is een akoestisch onderzoek gerapporteerd met betrekking tot de geluidsbelasting vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van het wegvak Canada op de gevels van de te realiseren woning aan deze weg in het kader van het Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo in de gemeente Ooststellingwerf. Uit het onderzoek blijkt dat de te realiseren woning voldoet aan de wettelijke eisen wat betreft het wegverkeerslawaai. De Wet geluidhinder verzet zich derhalve niet tegen de komst van de woning.
Akoestisch onderzoek Bestemmingsplan Kale Duinen te Elsloo - 20 september 2017
12
Bijlagen
BIJLAGE 1 – REKENBLADEN GELUIDHINDER
Opbouw model
Rekenresultaten
Invoer en rekenresultaten
BIJLAGE 2 – VERKEERSGEGEVENS Provinciaal Inpassingsplan N381 Uitsnede Model Intensiteiten 2025, N381 met nieuwe ligging
Colofon Opdrachtgever Gemeente Ooststellingwerf Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Supervisie
Projectnummer 180.00.01.32.50.00
BügelHajema Adviseurs bv Adviseurs voor leefomgeving en omgevingsrecht BNSP Vaart NZ 50 9401 GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
bestemmingsplan Canada 4 te Elsloo
Bijlage 3 Bodemonderzoek
45
Verkennend bodemonderzoek Canada 4 te Elsloo
Documentnummer: 17F376.RAP002.NK
Verkennend bodemonderzoek Canada 4 te Elsloo
Documentnummer: 17F376.RAP002.NK
Opdrachtgever Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Croeselaan 15 3521 BJ UTRECHT Contactpersoon opdrachtgever De heer Contactpersoon LievenseCSO De heer ing. Tel: 088 Mail: @LievenseCSO.com Projectcode Documentnummer Versiedatum Status
17F376 17F376.RAP002.NK 13 oktober 2017 Definitief
Autorisatie Documentnummer 17F376.RAP002.NK Opgesteld door:
Versiedatum 13 oktober 2017 Functie
Status Definitief Datum
Junior adviseur
13-10-2017
Geverifieerd door:
Functie
Datum
De heer drs.
Adviseur
13-10-2017
Akkoord projectleider:
Functie
Datum
De heer ing.
Projectleider
13-10-2017
De heer
BSc
Paraaf
P
Paraaf
LIEVENSECSO MILIEU B.V. BUNNIK
LEEUWARDEN
MAASTRICHT
HOOGVLIET
Postbus 2 3980 CA Bunnik Regulierenring 6 3981 LB Bunnik
Postbus 422 8901 BE Leeuwarden Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden
Postbus 1323 6201 BH Maastricht Sleperweg 10 6222 NK Maastricht
Postbus 551 3190 AM Rotterdam-Hoogvliet Hoefsmidstraat 41 3194 AA Rotterdam-Hoogvliet
Website: LievenseCSO.com BTW-nummer: NL. 8075.03.368.B.01
IBAN:NL63 ABNA 0570208009
E-mail: info@LievenseCSO.com KvK-nummer: 30152124
Inhoudsopgave Hoofdstuk
Pagina
1
Inleiding .............................................................................................................................. 2
2
1.1 Inleiding, aanleiding en doelstelling ................................................................................. 2 1.2 Kwaliteitsborging .............................................................................................................. 2 1.3 Disclaimer ......................................................................................................................... 2 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................................... 3 Vooronderzoek .................................................................................................................... 4
3
2.1 Algemene locatiegegevens ............................................................................................... 4 2.2 Voormalig gebruik van de locatie ..................................................................................... 5 2.3 Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken .......................................................................... 5 2.4 Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................. 6 Onderzoeksstrategie ............................................................................................................ 8
4
3.1 Onderzoeksopzet .............................................................................................................. 8 3.2 Veldonderzoek en laboratoriumonderzoek...................................................................... 8 Resultaten veld en laboratoriumonderzoek .......................................................................... 9
5
4.1 Veldonderzoek .................................................................................................................. 9 4.2 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 10 Toetsing en interpretatie ................................................................................................... 12
6
5.1 Toetsing .......................................................................................................................... 12 5.2 Toetsingsresultaten grond .............................................................................................. 12 5.3 Toetsingsresultaten grondwater .................................................................................... 13 Conclusies en aanbevelingen.............................................................................................. 14 6.1 6.2
Conclusies ....................................................................................................................... 14 Aanbevelingen ................................................................................................................ 14
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Veldverslag Boorprofielen Toetsingstabellen grond Toetsingstabellen grondwater Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater
Tekeningen Tekening 1 Tekening 2 Tekening 3
Regionale ligging Overzichtstekening Situatieschets met boringen
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
1 / 14
1
Inleiding
1.1
Inleiding, aanleiding en doelstelling In opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft LievenseCSO Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Canada 4 te Elsloo. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een vooronderzoek conform de NEN 5725:20091 en een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740:2009+A1:20162. De aanleiding voor de uitvoering van dit bodemonderzoek betreft de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. Het doel van bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater en het bepalen of deze mogelijk een belemmering vormt voor de voorgenomen eigendomsoverdracht.
1.2
Kwaliteitsborging De kwaliteit van de door LievenseCSO Milieu B.V. uitgevoerde onderzoeken op het gebied van bodemonderzoek wordt als volgt gewaarborgd. LievenseCSO Milieu B.V3 is door Normec Certification gecertificeerd voor ISO 9001- en 14001-normen, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo is LievenseCSO Milieu B.V. ook gecertificeerd voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Ten slotte is LievenseCSO Milieu B.V. door Normec Certification ook gecertificeerd voor de SC-540 en de CO2-prestatieladder trede 5. LievenseCSO Milieu B.V. is voor bovenstaande activiteiten erkend door de minister van I&M. Met dit logo wordt aangegeven of het werk conform de BRL SIKB 1000, 2000 of 6000 is uitgevoerd: indien dit logo op het colofon is weergeven is het werk conform de betreffende BRL uitgevoerd. Bij afwijkingen op kritische punten wordt het logo niet gevoerd.
1.3
Disclaimer De onderzoekslocatie is geen eigendom van LievenseCSO Milieu B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en BRL SIKB 2000. Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen levert met een grote mate van zekerheid een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. 1 NEN 5725:2009 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en
nader onderzoek. 2 NEN 5740:2009+A1:2016 – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend
bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. 3 De certificaten van alle vestigingen van LievenseCSO Milieu B.V. staan op naam van de hoofdvestiging in
Bunnik. VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
2 / 14
Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van die kwaliteit. LievenseCSO Milieu B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen. 1.4
Leeswijzer Dit rapport beschrijft de wijze van uitvoering en resultaten van het onderzoek en kent de volgende opbouw: • In hoofdstuk 2 worden de achtergronden van de onderzoekslocatie weergegeven, de resultaten van het vooronderzoek en de daaruit voortvloeiende onderzoekshypothese. • In hoofdstuk 3 wordt de gehanteerde onderzoeksstrategie uiteengezet. • In hoofdstuk 4 worden de waarnemingen gedurende het veldonderzoek en de resultaten van het laboratoriumonderzoek weergegeven. • In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het laboratoriumonderzoek getoetst aan het kader van de Wet bodembescherming. • Hoofdstuk 6 sluit af met de conclusies en aanbevelingen.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
3 / 14
2
Vooronderzoek Voorafgaand aan het onderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725:2009 verricht. In het kader van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Gemeente Ooststellingwerf. • Provinciaal bodeminformatiesysteem (Nazca-I). • Archeologische kaart provincie Fryslân (FAMKE). • Historische en huidige topografische kaarten (www.topotijdreis.nl). • Luchtfoto’s (Google Earth en maps.google.nl). • Terreininspectie. De resultaten van het vooronderzoek zijn in dit hoofdstuk weergegeven.
2.1
Algemene locatiegegevens In onderstaand overzicht zijn enkele algemene gegevens van de locatie opgenomen, zoals die voor het (historisch) vooronderzoek verzameld zijn. Tijdens het vooronderzoek is ook gekeken naar de nabij gelegen percelen (nrs. 513 en 514) die ten noorden liggen van de onderzoekslocatie. Tabel 2.1 Overzicht locatiegegevens Algemene informatie Adres
Canada 4 te Elsloo
Coördinaten
X: 215.360
Oppervlakte boerenerf (nr. 515)
Ca. 8.580 m2
Oppervlakte natuurpercelen (nrs. 513 en 514)
Ca. 31.370 m2 (3,1 ha)
Kadastrale nummer(s)
Gemeente Makkinga, sectie H, nrs. 513, 514 en 515
Y: 549.840
Voormalig bodemgebruik Bodemgebruik in het verleden
Agrarisch / Recreatie (camping)
Ondergrondse tanks
Ja (minimaal één), ligging en inhoud onbekend
Archeologische verwachting
Lage verwachting
Verwachting niet gesprongen explosieven
Onbekend
Huidig bodemgebruik (nrs. 513 en 514) Aard huidige bodemgebruik
Natuurgebied
Aanwezigheid gebouwen
Geen bebouwing aanwezig
Zichtbare asbestresten
Geen
Huidig bodemgebruik (nr. 515) Aard huidige bodemgebruik
Boerenerf (momenteel niet meer in gebruik)
Aanwezigheid gebouwen
Boerderij met opstallen (kapschuur en aardappelloods)
Zichtbare asbestresten
Tijdens de inventarisatie is asbest waargenomen op het maaiveld
Bodemkwaliteit
Achtergrondwaarde (op basis van de bodemkwaliteitskaart)
Toekomstig bodemgebruik Herinrichting of bouwplannen
De huidige opstallen worden gesloopt
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
4 / 14
2.2
Voormalig gebruik van de locatie Uit informatie afkomstig van de gemeente Ooststellingenwerf blijkt dat de locatie (nr. 515) vanaf circa 1955 tot 1973 in bedrijf was als een loonbedrijf ten behoeve van land- en tuinbouw. Vanaf 1973 tot aan 2006 was een akkerbouwbedrijf op de onderzoekslocatie gevestigd en in 1999 tevens een camping (De Kale Duinen). Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat momenteel geen bedrijvigheid meer aanwezig is op de locatie en dat de aanwezige bebouwing zal worden gesloopt. Uit het gemeentelijk archief blijkt verder dat op het erf vier opslagtanks aanwezig zijn geweest. De gemeente vermoedt echter dat het slechts één à twee opslagtanks betreft. De ligging van deze tanks is niet bij de gemeente bekend. Tijdens een controle is aangegeven dat één ondergrondse tank in 1992 is verwijderd zonder documentatie. Tijdens een verkennend onderzoek afkomstig uit 2006 door Verhoeve Milieu Noord B.V. is onderzoek uitgevoerd ter plaatse van een bovengrondse opslagtank (zie § 2.3) waarvan de locatie wel bekend was. De nabij gelegen percelen (nrs. 513 en 514) zijn in het verleden gebruikt als campingterrein. Zover bekend zijn de percelen nooit bebouwd geweest. Uit informatie van de opdrachtgever blijk dat de percelen momenteel een natuurfunctie hebben.
Op historisch kaartmateriaal afkomstig van www.topotijdreis.nl zijn geen (aanvullende) bijzonderheden te onderscheiden. Tijdens de terreininspectie is een puinpad waargenomen waarbij de herkomst van het puin niet bekend is. Tevens is een (voormalige) smeerkelder aangetroffen ter plaatse van het toiletgebouw.
2.3
Reeds uitgevoerde bodemonderzoeken Een overzicht van bekende eerder uitgevoerde onderzoeken is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2 Overzicht eerder uitgevoerde onderzoeken Id.
Titel
Bureau
Projectnummer
Datum
Bron
1
Verkennend bodem-
Verhoeve Milieu Noord B.V.
570006
03-02-2005
Opdrachtgever
Verhoeve Milieu Noord B.V.
256068
16-06-2006
Opdrachtgever
onderzoek 2
Verkennend bodemonderzoek
3
Asbestinventarisatie
CSO-Milfac B.V.
13F293
25-02-2014
Intern
4
Asbestinventarisatie
LievenseCSO Milieu B.V.
17F090.RAP001.MU.01
27-02-2017
Intern
5
Verkennend asbest-
LievenseCSO Milieu B.V.
17F376.RAP001.NK
06-10-2017
Intern
onderzoek
De belangrijkste bevindingen uit de bovengenoemde onderzoeken zijn hierna benoemd. Id. 1): Betreft een verkennend bodemonderzoek dat is verricht op de natuurpercelen (nrs. 513 en 514).
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
5 / 14
Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond van de naastgelegen percelen plaatselijk licht verhoogde gehalten aan EOX en minerale olie zijn aangetroffen. In het grondwater is een matig verhoogde concentratie koper aangetoond welke middels een herbemonstering is bevestigd. Verder zijn licht verhoogde concentraties chroom, zink en naftaleen gemeten. Id. 2): Betreft een verkennend bodemonderzoek op de het boerderijperceel (nr. 515). Uit het onderzoek blijkt dat plaatselijk lichte puinbijmengingen zijn aangetroffen in de bovengrond. Uit de analyseresultaten blijkt dat ter plaatse van de bovengrondse opslagtank geen verhoogde waarden aan minerale olie en vluchtige aromaten in de grond en het grondwater zijn gemeten. Op het overige terreindeel zijn licht verhoogde gehalten aan PAK, EOX, minerale olie en koper aangetoond in de bovengrond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties chroom en zink gemeten. Id. 4): Door ons bureau is een asbestinventarisatie conform de SC-540 verricht ter plaatse van de aanwezige opstallen, het betrof een actualisatie van een eerder gerapporteerde inventarisatie uit 2013 (Id.3), projectnummer 13F293, d.d. 25 februari 2014). Op de aardappelloods en de kapschuur zijn asbesthoudende daken aangetroffen zonder een dakgoot.
Door verwering en beschadiging van deze daken kan asbest op of in de grond direct onder de afwatering van de daken zijn gekomen (druppelzone). Derhalve is in de rapportage geadviseerd een onderzoek conform de NEN 5707 uit te voeren op de grond direct onder de daken (druppelzones). Tevens is op het maaiveld een stuk asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen in de kapschuur die niet is bemonsterd. Id. 5): Naar aanleiding van aanbeveling uit de asbestinventarisatie is door ons bureau een verkennend asbestonderzoek verricht rondom de kapschuur, de aardappelloods en het overige terrein. Tijdens het verkennend asbestonderzoek zijn overschrijdingen van de interventiewaarde aangetroffen in de toplaag rondom de aardappelschuur en in de grondlaag direct onder het puinpad. Middels afperkende proefgaten rondom de aardappelloods is deze verontreiniging voldoende afgeperkt. De omvang van de asbestverontreiniging rondom de aardappelschuur is ingeschat op circa 40 m3. De aangetroffen verontreiniging direct onder het puinpad is niet nader onderzocht en is derhalve niet afgeperkt. Ter plaatse van het overige terrein is geen asbest aangetoond boven de interventiewaarde voor asbest of de triggerwaarde voor nader asbestonderzoek.
Aanbevolen is om de verontreiniging met asbest rondom de aardappelloods te saneren, een nader asbestonderzoek te verrichten naar de omvang van verontreiniging onder de puinlaag en de aanwezigheid van asbest in de puinlaag nader te onderzoeken. 2.4
Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek worden de nabij gelegen percelen (nrs. 513 en 514 beschouwd als onverdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek wordt verondersteld dat de bodem van het terrein van nr. 515 mogelijk verontreinigd is. Verschillende delen hebben daarom een eigen onderzoeksstrategie. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
6 / 14
Tabel 3 Deellocaties met onderzoeksstrategieën Deellocatie
Oppervlakte (m2)
Strategie NEN5740
Toelichting
Erf
ca. 8.580
ONV-NL
Onverdacht
VEP
Verdacht voor aanwezigheid van
(Voormalige) smeerkelder
onbekend
(< 100 m2)
olieproducten in grond en grondwater
De bovenstaande hypothese wordt met behulp van dit bodemonderzoek getoetst. In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
7 / 14
3
Onderzoeksstrategie
3.1
Onderzoeksopzet Op basis van de vastgestelde hypothese en onderzoeksstrategie is voor het bodemonderzoek het volgende onderzoeksprogramma uitgevoerd: Tabel 3.1: Onderzoeksprogramma bodemonderzoek Deellocatie
Veldwerk (nr. 515)
Analyses (standaardpakket)
Boring tot 0,5 m-mv
Boring tot 2,0 m-mv
Peilbuis
Grond
Grondwater
Erf (ca. 8.580 m2)
13
4
2
3 x bovengrond 2 x ondergrond
2x
(Voormalige) smeerkelder
-
2
1
1x
1x
Toelichting bij tabel Standaardpakket gr: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK, PCB, minerale olie, organisch stof- en lutumpercentage; Standaardpakket gw: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie.
De natuurpercelen (nrs. 513 en 514) zijn niet conform de NEN 5740 onderzocht. Voor de eigendomsoverdracht is volstaan met het historisch onderzoek zoals is beschreven in hoofdstuk 2. Het verkennend bodemonderzoek is, daar waar sprake is van ruimtelijke overlap, gecombineerd met het verkennend asbestonderzoek, waarbij de in het kader van het verkennend onderzoek uitgevoerde boringen zijn voorzien van een proefgat. Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem wordt verwezen naar het reeds gerapporteerde verkennend asbestonderzoek van ons bureau (17F376.RAP001.NK, d.d. 6 oktober 2017). 3.2
Veldonderzoek en laboratoriumonderzoek Het veldonderzoek, de grondmonstername en de plaatsing van de peilbuizen zijn uitgevoerd op 24 augustus 2017 door LievenseCSO Milieu B.V. onder het BRL SIKB 2000certificaat (protocol 2001) door de erkende veldwerker de heer J. Kooistra De bemonstering van het grondwater is uitgevoerd op 6 september 2017 door LievenseCSO Milieu B.V. onder het BRL SIKB 2000-certificaat (protocol 2002) door de erkende veldwerker de heer J. Kooistra. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden van de protocollen beschreven in de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium Alcontrol Laboratories te Rotterdam. De analysemonsters in dit onderzoek worden voor zover van toepassing geanalyseerd conform de AS3000 (zie de analysecertificaten in de bijlage).
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
8 / 14
4
Resultaten veld en laboratoriumonderzoek
4.1
Veldonderzoek De boorpunten en geplaatste peibuizen zijn op tekening 3 weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging en eventuele bijzonderheden. Het veldverslag en de profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. In het opgeboorde materiaal zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze zijn weergeven in de onderstaande tabel. Tabel 4.1: Waargenomen bodemvreemde materialen Gat
Einddiepte (m-mv)
Traject (m-mv)
Grondsoort
Zintuiglijke waarnemingen
G21
0,5
0,0 - 0,5
zand
sporen baksteen
G24
1,0
0,0 - 0,5
zand
zwak puinhoudend, brokken beton en baksteen
G25
1,0
0,0 - 0,5
zand
zwak puinhoudend, brokken beton en baksteen
G26
2,0
0,0 - 0,5
zand
sporen baksteen
G29
0,7
0,0 - 0,2
zand
zwak puinhoudend
G30
0,8
0,0 - 0,3
zand
zwak puinhoudend
G31
1,0
0,0 - 0,5
zand
zwak puinhoudend
G29
0,7
0,0 - 0,2
zand
zwak puinhoudend
G30
0,8
0,0 - 0,3
zand
zwak puinhoudend
G31
1,0
0,0 - 0,5
zand
zwak puinhoudend
G34
1,0
0,0 - 0,2 0,2 - 0,4
G35
2,0 1,0
zand
0,0 - 0,15 0,15 - 0,5
G36
sterk betonhoudend, sterk puinhoudend sterk betonhoudend, matig puinhoudend zand
0,0 - 0,2 0,2 - 0,4
zwak puinhoudend, zwak asbestverdacht materiaal* zwak puinhoudend sterk betonhoudend, sterk puinhoudend
zand
0,0 - 0,2
zwak puinhoudend
G37
1,0
G38
1,0
0,0 - 0,3
G39
0,75
0,0 - 0,25
zand
matig puinhoudend
G40
4,0
0,0 - 0,25
zand
matig puinhoudend
0,2 - 0,4
volledig asfalt, sporen puin zand
zwak puinhoudend sterk puinhoudend, sterk betonhoudend
* = Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem wordt verwezen naar het reeds gerapporteerde verkennend asbestonderzoek
Ter plaatse van boringen 42 t/m 50 was een gesloten verharding aanwezig (asfalt/beton), bij boringen 44 en 47 was een puinfundering aanwezig direct onder de asfaltverharding. In navolgende tabel zijn de veldmetingen weergegeven zoals gedaan tijdens de watermonstername.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
9 / 14
Tabel 4.1 Veldmetingen watermonstername Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Belucht (ja / nee)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
G40
3,0 - 4,0
2,80
nee
6,7
174
53
51
3,3 - 4,3
3,00
ja
5,5
140
82
55
3,3 - 4,3
3,70
ja
6,1
156
85
Peilbuis
De in het veld gemeten zuurgraad en geleidbaarheid van het grondwater zijn niet afwijkend voor de regio. In het grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan als natuurlijke troebelheid gezien wordt (≥10 NTU). Aangezien de peilbuis volgens de richtlijnen is bemonsterd wordt er vanuit gegaan dat de gemeten troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende delen als lutum of organisch materiaal in het grondwater). Op basis van de analyseresultaten kan worden gesteld dat de verhoogde troebelheid niet van invloed is geweest op de analyseresultaten. Bij het afpompen van het grondwater uit peilbuizen 51 en 55 is de grondwaterstand, vanwege de slechte doorlatendheid van de bodem, gezakt tot onder bovenzijde filter (belucht). Hierop is conform de norm de afpompsnelheid verlaagd. Negatieve effecten op het analyseresultaat worden derhalve niet verwacht. 4.2
Laboratoriumonderzoek De selectie van de bodemmonsters voor analyse heeft plaatsgevonden op basis van zintuiglijke waarnemingen en herkomst van het monstermateriaal. De geanalyseerde monsters en de samenstelling daarvan zijn weergegeven in de tabellen 4.3 en 4.4. Tabel 4.2 Samenstelling (meng)monsters grond (Meng)-
Traject
Deelmonsters
Bodem-
Zintuiglijke
monster
(m-mv)
(traject in m-mv)
type
waarnemingen
MM01
0,0 - 0,5
G25 (0,0 - 0,5), G26 (0,0 - 0,5)
zand
zwak puin- en
MM02
0,15 - 0,5
G29 (0,0 - 0,2), G30 (0,0 - 0,3)
steenhoudend, brokken
G31 (0,0 - 0,5)
beton, sporen baksteen
G34 (0,2 - 0,4), G35 (0,15 - 0,5), G36
Analysepakket
Standaardpakket gr.
zand
zwak puinhoudend
Standaardpakket gr.
(0,2 - 0,4) MM03
0,0 - 0,25
G39 (0,0 - 0,25), G40 (0,0 - 0,25)
zand
matig puinhoudend
Standaardpakket gr.
MM04
0,1 - 0,8
42 (0,1 - 0,5), 43 (0,1 - 0,3)
zand
-
Standaardpakket gr.
zand
-
Standaardpakket gr.
45 (0,15 - 0,25), 46 (0,15 - 0,4) 47 (0,3 - 0,8), 48 (0,14 - 0,5) 49 (0,10 - 0,6), G38 (0,2 - 0,7) MM05
0,5 - 3,0
42 (0,8 - 0,9), 48 (0,8 - 1,0), 51 (0,5 - 1,0), 51 (2,5 - 3,0), 52 (0,5 - 1,0), 53 (1,0 - 1,2) 55 (1,0 - 1,5), 55 (2,5 - 3,0)
G26 (0,5 - 1,0), G35 (1,0 - 1,5) Toelichting tabel Standaardpakket gr: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK, PCB, minerale olie, organisch stof- en lutumpercentage.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
10 / 14
Tabel 4.3 Overzicht grondwatermonsters en analyses Peilbuis
Filterstelling
Analysepakket
(m-mv) G40
3,0 - 4,0
Standaardpakket gw
51
3,3 - 4,3
Standaardpakket gw
55 3,3 - 4,3 Standaardpakket gw Toelichting tabel Standaardpakket gw: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen en minerale olie;
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
11 / 14
5
Toetsing en interpretatie
5.1
Toetsing De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond (AW2000) zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streefen interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: • Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem. Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte. • Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterk verhoogd gehalte.
5.2
Toetsingsresultaten grond De getoetste analyseresultaten en analysecertificaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 3 en 5. Een overschrijdingstabel is weergegeven in navolgende tabel. Tabel 5.1 Toetsingsresultaten grond (Meng)-
Deelmonsters
Bodem-
monster
(m-mv)
type
MM01
G25 (0,0 - 0,5), G26 (0,0 - 0,5)
zand
G29 (0,0 - 0,2), G30 (0,0 - 0,3)
G34 (0,2 - 0,4), G35 (0,15 - 0,5),
zwak puin- en steenhoudend, brokken
G31 (0,0 - 0,5) MM02
Zintuiglijk
Toetsingsresultaat > AW
>I
kwik, minerale olie
-
-
beton, sporen baksteen zand
zwak puinhoudend
minerale olie
G36 (0,2 - 0,4) MM03
G39 (0,0 - 0,25), G40 (0,0 - 0,25)
zand
matig puinhoudend
PAK
MM04
42 (0,1 - 0,5), 43 (0,1 - 0,3)
zand
-
-
-
zand
-
koper
-
45 (0,15 - 0,25), 46 (0,15 - 0,4) 47 (0,3 - 0,8), 48 (0,14 - 0,5) 49 (0,10 - 0,6), G38 (0,2 - 0,7) MM05
42 (0,8 - 0,9), 48 (0,8 - 1,0), 51 (0,5 - 1,0), 51 (2,5 - 3,0), 52 (0,5 - 1,0), 53 (1,0 - 1,2) 55 (1,0 - 1,5), 55 (2,5 - 3,0)
G26 (0,5 - 1,0), G35 (1,0 - 1,5) Toelichting bij tabel –: alle geanalyseerde parameters lager dan de toetsingswaarde; >AW: hoger dan achtergrondwaarde, lager dan of gelijk aan tussenwaarde; >I: hoger dan interventiewaarde.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
12 / 14
Uit de analyseresultaten blijkt dat in de mengmonsters van de boven- en ondergrond (MM01 t/m MM05) maximaal licht verhoogde gehalten aan kwik, koper, PAK en/of minerale olie zijn aangetoond. 5.3
Toetsingsresultaten grondwater De getoetste analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 4. Een samenvatting (overschrijdingstabel) is weergegeven in volgende tabel. De analysecertificaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 6. Tabel 5.2 Overschrijdingstabel grondwater Peilbuisnummer
Filtertraject (m-mv)
Toetsingsresultaat > AW
>I
G40
3,0 - 4,0
barium, zink
-
51
3,3 - 4,3
barium, zink
-
55 3,3 - 4,3 barium, zink Toelichting bij tabel –: alle geanalyseerde parameters lager dan de toetsingswaarde >S: hoger dan streefwaarde, lager dan of gelijk aan tussenwaarde >I: hoger dan interventiewaarde.
-
Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater licht verhoogde concentraties barium en zink zijn gemeten.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
13 / 14
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Conclusies In opdracht van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland heeft LievenseCSO Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Canada 4 te Elsloo. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een vooronderzoek conform de NEN 5725:2009 en een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740:2009+A1:2016. De aanleiding voor de uitvoering van dit bodemonderzoek betreft de voorgenomen eigendomsoverdracht van de locatie. Het doel van bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater en het bepalen of deze mogelijk een belemmering vormt voor de voorgenomen eigendomsoverdracht. De belangrijkste bevindingen uit het onderzoek zijn hieronder weergegeven: • de nabij gelegen percelen (nrs. 513 en 514) worden op basis van het uitgevoerde vooronderzoek beschouwd als een onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging; • tijdens het veldonderzoek zijn in de bovengrond plaatselijk bijmengingen met puin en baksteen aangetroffen; • in de mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn analytisch plaatselijk licht verhoogde gehalten aan kwik, koper, PAK en minerale olie aangetroffen; • in het grondwater zijn analytisch licht verhoogde gehalten barium en zink aangetroffen. Vermoedelijk betreft het (van nature) verhoogde achtergrondwaarden.
Als uitgangspunt voor het onderzoek is de hypothese ‘onverdachte locatie’ overeenkomstig de NEN 5740 gehanteerd. Omdat gehalten boven de geldende achtergrond- en/of streefwaarde zijn aangetoond, dient deze hypothese formeel te worden verworpen. De licht verhoogde gehalten geven geen indicatie voor de aanwezigheid van (een geval van) bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek en de beschreven bodemkwaliteit zijn geen belemmering voor de voorgenomen transactie.
6.2
Aanbevelingen Indien bij grondverzet grond vrijkomt kan deze niet zonder meer elders worden toegepast / hergebruikt. Bij toepassing zijn elders zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Tijdens het onderhavige onderzoek is enkel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem onderzocht. Voor het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem wordt verwezen naar het reeds gerapporteerde verkennend asbestonderzoek van ons bureau (17F376.RAP001.NK, d.d. 6 oktober 2017).
VERKENNEND BODEMONDERZOEK | CANADA 4 TE ELSLOO | DOCUMENTCODE: 17F376.RAP002.NK
Status: Definitief | Versiedatum: 13 oktober 2017
14 / 14
Bijlagen
Bijlage 1
Veldverslag
Bijlage 2
Boorprofielen
Pagina 1 / 9
Boring:
G21
Boring:
G22
Datum:
24-08-2017
Datum:
24-08-2017
0
0
braak
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, zwartgrijs, Schep
1 50
0
0 1
-50
50
Boring:
G23
Boring:
G24
Datum:
24-08-2017
Datum:
24-08-2017
0
0 1 50
-50
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, zwak steenhoudend, geen olie-water reactie, zwartgrijs, Schep
1 50
100
Projectcode:
17F376
Projectnaam:
Canada 4 te Elsloo
0
0
Opdrachtgever: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
-50
-100
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, matig wortelhoudend, zwak steenhoudend, geen olie-water reactie, zwartgrijs, Schep
braak Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, brokken beton, brokken baksteen, geen olie-water reactie, bruingrijs, Schep Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Schep
getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 / 9
Boring:
G25
Boring:
G26
Datum:
24-08-2017
Datum:
24-08-2017
0
0 2 1
-50
50 3
-100
100
braak
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, brokken beton, brokken baksteen, geen olie-water reactie, bruingrijs, Schep
0
braak
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, geen olie-water reactie, zwartgrijs, Schep
5 1 50 2
Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Schep
-100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, zwartgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, licht roestbruin, Edelmanboor