Bijlage 3. Was-wordt-versie Verzamelbesluit bevoegdheden Omgevingswet
Tekst van het document
Extern zaak ID (zaakcode) : Z2026-00000048 De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2021 20 januari 2026; ; Gelet op artikel 16.15, 16.15a, 16.15b Omgevingswet en artikel 4.21 Omgevingsbesluit, artikel 16.55, zevende lid van de Omgevingswet, artikel 2.8 Omgevingswet, artikelen 10:13 tot en met 10:19 Algemene wet bestuursrecht, artikel 156 van de Gemeentewet; Toelichting Deze artikelen worden geschrapt omdat ze betrekking hebben op het delegatie gedeelte.
Besluit Gebruik te maken van onze adviesrol onder de Omgevingswet door: 1. De lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, zoals opgenomen in de bijlage, waarvoor bindend advies aan ons als gemeenteraad wordt gevraagd vast te stellen; 2. Besluiten op aanvragen voor een omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die voorkomen in die Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht, de kruimelgevallenlijst, te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders; Toelichting De lichte bopa’s (voormalige kruimelgevallen) die we niet met een bindend adviesrecht willen verzwaren zijn rechtstreeks in de lijst met categorieën verwerkt. Voor de beoordeling of bindend adviesrecht aan de orde is, hoeft daarmee alleen nog naar de lijst te worden gekeken, wat de toepasbaarheid ten goede komt. Gebruik te maken van de mogelijkheid tot het aanwijzen van gevallen voor verplichte participatie door: 2. De lijst van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, zoals opgenomen in de bijlage, waarvoor participatie verplicht wordt gesteld vast te stellen; Gebruik te maken van de mogelijkheid tot het aanwijzen van onderwerpen voor delegatie door: 3.
Deze besluiten over drie jaar te evalueren; In de volgende situaties het vaststellen van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders: a) het aanpassen van het omgevingsplan conform een verleende omgevingsvergunning; b) het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van een door de gemeenteraad of college vastgesteld beleidsstuk; c) het aanpassen van het omgevingsplan voor zover het binnen bestaande vastgestelde beleidskader past; d) het aanpassen van het omgevingsplan voor gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst (Besluit omgevingsrecht, bijlage II, artikel 4); e) het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van door het rijk of de provincie opgelegde instructieregels; f) het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was; g) het opnemen van nieuwe ontwikkelingen die onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor geen adviesrecht geldt. -1-
Toelichting Delegatie wordt niet langer geregeld in het besluit. Dit wordt nu geregeld in de ‘Regeling delegatie en machtiging gemeenteraad Ooststellingwerf 2025’. Een termijn van drie jaar toe te passen, omdat: • Een termijn van vier jaar samenkomt met de verkiezingen; • Een termijn van twee jaar te kort is om ervaringen op te doen.
4. Deze besluiten uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te evalueren; Toelichting Nummering van de besluitpunten is aangepast i.v.m. vervallen besluitpunt 4. 5. Dit besluit in werking te laten treden vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Toelichting Vervallen i.v.m. het reeds in werking zijn van de Omgevingswet.
Besloten in de openbare vergadering van 23 november 2021 3 maart 2026.
, griffier.
, voorzitter.
-2-
Categorieën van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarop het bindend adviesrecht van toepassing is en/of waarbij participatie verplicht is. Onder de Omgevingswet is het college zonder tussenkomst van de raad bevoegd te beslissen op omgevingsvergunningaanvragen die afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit, bopa). De gemeenteraad kan hun kaderstellende en controlerende rol inzetten door categorieën van gevallen aan te wijzen waarin zij gebruik maken van het bindend adviesrecht. buitenplanse opa). In de plaats van de vvgb wordt een verzwaard, bindend adviesrecht voor de gemeenteraad geïntroduceerd. Om gebruik te kunnen maken van zijn adviesrol zal de raad moeten aangeven bij welke buitenplanse opa’s hij van dit adviesrecht gebruik wil maken. De gemeenteraad geeft alleen advies over bopa’s buitenplanse opa’s, waarvan de raad heeft vastgelegd van het adviesrecht gebruik te willen maken. Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen; het raadsadvies is bindend en moet door het college worden gevolgd. Naast het aanwijzen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten voor het adviesrecht, kan de gemeenteraad dergelijke activiteiten ook voor verplichte participatie aanwijzen.
De initiatiefnemer zal in deze gevallen verplicht zijn aan participatie te doen, voorafgaand aan de vergunningaanvraag. Wanneer een initiatiefnemer dit bij een aangewezen geval niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Participatie heeft als doel minder bezwaar en beroep op een initiatief op te roepen. Omdat het zowel bij adviesrecht als verplichte participatie om buitenplanse omgevingsplanactiviteiten gaat, is er een gecombineerde lijst opgesteld. Deze is geldig vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Bij het opstellen van de lijst zijn de volgende uitgangspunten in acht genomen: • Het doel van de wet: besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker laten verlopen. • De rolverdeling tussen raad en college (raad stelt kaders vast, college voert kaders uit). • Bindend adviesrecht is alleen op bopa’s van toepassing. • Er wordt geen bindend adviesrecht gevraagd in die gevallen waarbij het college van burgemeester en wethouders al heeft geoordeeld dat de gevraagde omgevingsvergunning geweigerd of buiten behandeling gesteld moet worden. Toelichting De tekst is verduidelijkt en sluit beter aan op de terminologie onder de Omgevingswet.
-2-
-3-
1. Wonen
Adviesrecht 1.1. Het bouwen van meer dan 15 woningen binnen bestaand stedelijk gebied. de bebouwde kom, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
1.2. Het bouwen van twee of meer woningen buiten bestaand stedelijk gebied, tenzij het bestaand volume van het hoofdgebouw en bijbehorende gebouwen niet wordt vergroot. in het buitengebied.
Verplichte participatie 1.3. Het bouwen van meer dan 15 woningen binnen bestaand stedelijk gebied, tenzij de raad eerder een stedenbouwkundige visie heeft vastgesteld. binnen de bebouwde kom, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader. 1.4. Het bouwen van één of meer woningen buiten bestaand stedelijk gebied. in het buitengebied.
Toelichting: 1.1. Binnen bestaand stedelijk gebied is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt. 1.2. Buiten bestaand stedelijk gebied Het buitengebied is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt. In de provinciale verordening is opgenomen dat geen woningen in het buitengebied mogen worden toegevoegd. Het ‘bestaand volume’ is het bruto-bouwvolume van een constructie, inclusief aanhorigheden die bouwkundig aansluiten bij het hoofdgebouw en daar functioneel bij horen, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, maar exclusief onderkeldering onder maaiveld. Toelichting Voor alle vier de punten geldt dat deze zijn aangepast op de aanvaarde terminologie van de provinciale verordening, namelijk Bestaand stedelijk gebied (BSG). 1.2. Het ‘bestaand volume’ is toegevoegd zodat deze categorie in lijn is met de categorieën gevallen van lichte bopa's. Het ‘bestaand volume’ is het bruto-bouwvolume van een constructie, inclusief aanhorigheden die bouwkundig aansluiten bij het hoofdgebouw en daar functioneel bij horen, gemeten met inbegrip van buitenmuren en dak, maar exclusief onderkeldering onder maaiveld. 1.3. Indien een ontwikkeling aansluit op een stedenbouwkundige visie die al eerder is vastgesteld, heeft de raad al een kaderstellend besluit genomen.
In die gevallen hoeft een aanvraag omgevingsvergunning bopa niet voorgelegd te worden voor verplichte participatie.
2. Recreatie
Adviesrecht 2.1. Het vestigen van meer dan 15 standplaatsen kampeermiddelen bij agrarische bedrijven en voormalige agrarische bedrijven en ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – recreatieve zone’ voor meer dan 25 standplaatsen kampeermiddelen.
2.2. Het nieuw vestigen van een voorziening voor recreatieve doeleinden, anders dan de onder 2.1. genoemde gevallen., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad
Verplichte participatie 2.4. Het vestigen van meer dan 15 standplaatsen kampeermiddelen bij agrarische bedrijven en voormalige agrarische bedrijven en ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – recreatieve zone’ voor meer dan 25 standplaatsen kampeermiddelen. 2.5. Het nieuw vestigen van een voorziening voor recreatieve doeleinden, anders dan de onder 2.1. genoemde gevallen., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een -4-
vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
2.3. Het uitbreiden van een functie voor recreatieve doeleinden, buiten bestaand stedelijk gebied de bebouwde kom, met meer dan 20% van de oppervlakte., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
2.6. Het uitbreiden van een functie voor recreatieve doeleinden, buiten bestaand stedelijk gebied de bebouwde kom, met meer dan 20% van de oppervlakte., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
Toelichting Bij 2.1. en 2.4 het woord ‘standplaats’ vervangen voor ‘kampeermiddel’ om beter aan te sluiten bij het bestaande beleid. Bij 2.2 en 2.5. het woord ‘nieuw’ toegevoegd ter verduidelijking. De punten 2.3 en 2.6 zijn aangepast op de aanvaardbare terminologie van de provinciale verordening, namelijk Bestaand stedelijk gebied (BSG). Toelichting: 2.1. Het huidige bestemmingsplan/toekomstige (tijdelijke) omgevingsplan staat bij agrarische en voormalige agrarische bedrijven 15 standplaatsen kampeermiddelen toe. Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – recreatieve zone’ geldt dit voor zijn 25 standplaatsen kampeermiddelen toegestaan. Definitie standplaats: een kavel die bestemd is voor het plaatsen van een kampeermiddel. Definitie kampeermiddel: Een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, stacaravan of een vergelijkbaar voertuig of onderkomen dat helemaal of deels bedoeld is voor recreatief nachtverblijf. 2.2. Het betreft het nieuw vestigen van een recreatieve functie. In het bestemmingsplan zijn geen regels opgenomen voor recreatieve doeleinden voor een andere locatie dan een locatie met een recreatie bestemming of agrarische bedrijven/voormalige agrarische bedrijven. Deze categorie omvat gevallen binnen en buiten bestaand stedelijk gebied. de bebouwde kom. 2.3. Dergelijke uitbreidingen binnen de bebouwde kom vallen niet binnen deze categorie.
Buiten de bebouwde kom is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt. Toelichting De tekst is verduidelijkt en sluit beter aan op de terminologie onder de Omgevingswet. Ook sluit de tekst beter aan op de aanvaarde terminologie van de provinciale verordening, namelijk Bestaand stedelijk gebied (BSG).
3. Bedrijvigheid
Adviesrecht 3.1. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van een bedrijf vanaf in een zwaardere milieucategorie dan categorie 4, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan, een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
Verplichte participatie 3.2. Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat.
-5-
Toelichting De tekst is verduidelijkt en sluit daarmee aan op de bedoeling van de raad om bedrijven vanaf milieucategorie 4 aan te wijzen voor bindend adviesrecht. Toelichting: 3.1 In de handreiking bedrijven activiteiten en milieuzonering van de VNG is een lijst opgenomen die snel inzichtelijk maakt in welke milieucategorie een bedrijf ingedeeld zou kunnen worden. Voor dit instrument is in beeld gebracht welke richtafstanden aan de orde zijn is voor de aspecten geluid, geur, stof en externe veiligheid. De milieucategorie wordt bepaald op de maatgevende grootste afstand. Bedrijven met een milieucategorie 4 hebben een relatief grote impact op de omgeving. Toelichting Gewijzigd op basis methodiek voor milieuzonering onder de omgevingswet.
4. Maatschappelijk en Sport
Adviesrecht 4.1. Het nieuw vestigen van een functie voorziening voor maatschappelijke, educatieve-, sociale-, medische-, culturele-, levensbeschouwelijke-, en/of sport en/of doeleinden, buiten bestaand stedelijk gebied. de bebouwde kom, tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
Verplichte participatie 4.2. Het nieuw vestigen en uitbreiden van een functie voor maatschappelijke, educatieve-, sociale-, medische-, culturele-, levensbeschouwelijke-, en/of sport doeleinden, met meer dan 20%., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader.
Toelichting: 4.1. Buiten de bebouwde kom is het gebied dat volgens de provinciale verordening buiten het stedelijk gebied valt. Ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen vallen ook onder deze categorie. 4.1.2. Ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen vallen ook onder deze categorie. Toelichting Het woord ‘nieuw’ is toegevoegd ter nuance en aanscherping. Ook de term ‘maatschappelijk’ is toegevoegd’, omdat dit aansluit bij de bedoeling van de raad om maatschappelijke functies (buiten bestaand stedelijk gebied) aan te wijzen voor bindend adviesrecht en verplichte participatie. Ook sluit de tekst beter aan op de aanvaardbare terminologie van de provinciale verordening, namelijk Bestaand stedelijk gebied (BSG). De tekst is verduidelijkt en sluit beter aan op de terminologie onder de Omgevingswet.
5. (Duurzame en/of hernieuwbare) energie
Adviesrecht 5.1. Het realiseren van een zonnepark en windturbines., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader en het omgevingsplan toestaat. 5.2. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie. 5.3. Het bouwen en gebruiken van
Verplichte participatie 5.5.4. Het realiseren van een zonnepark of windturbines., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgestelde (structuur)visie of vastgesteld beleidskader en het omgevingsplan toestaat. 5.6.5. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie. 5.7.6. Het bouwen en gebruiken -6-
een (collectieve) mest/co-vergister, anders dan op een agrarisch bedrijf. winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden. 5.4. Het winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden.
van een (collectieve) mest/covergister, anders dan op een agrarisch bedrijf. winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden. 5.8. Het winnen van koolwaterstoffen en de bijbehorende werkzaamheden.
Toelichting De tekst is verduidelijkt en sluit beter aan op de terminologie onder de Omgevingswet. De nummering is aangepast omdat er twee nieuwe artikelen zijn toegevoegd aan deze categorie. 5.3. en 5.7. Met dit nieuwe lid worden de bedoelde bouw- en gebruiksactiviteiten verduidelijkt voor een vergister. 5.8. Dit artikel is toegevoegd aan de lijst van verplichte participatie voor deze categorie.
Toelichting: 5.1. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op huizen) valt daarbij buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. 5.2. Het bindend adviesrecht wordt in dit geval alleen toegepast bij de opwek van energie door middel van niet duurzame energiebronnen. Definitie duurzame energie en hernieuwbare energie: energie waarover de mensheid voor onbeperkte tijd kan beschikken en waarbij, door het gebruik ervan, het leefmilieu en de mogelijkheden voor toekomstige generaties niet worden benadeeld. Een vergistingsinstallatie is geen vorm van duurzame of hernieuwbare energie. 5.3. Het bindend adviesrecht is van toepassing bij het bouwen en gebruiken van een (collectieve) mest/covergister, anders dan op een agrarisch bedrijf. 5.4. 3. Defnitie koolwaterstoffen: stoffen afkomstig van fossiele, ruwe olie die uit de aarde wordt gehaald. Koolwaterstoffen komen voor in gasvorm, vloeibare vorm en vaste vorm. Het betreft onder andere omgevingsvergunningen voor proefboringen en winningsplannen. 5.5. 4. Kleinschalige individuele energieopwekking voor eigen gebruik (bijvoorbeeld zonnepanelen op huizen) valt daarbij buiten verplichte participatie evenals kleinschalige windturbines tot 15 meter. Toelichting Met dit nieuwe lid worden de bedoelde bouw- en gebruiksactiviteiten verduidelijkt voor een vergister.
6. Landbouw
Adviesrecht 6.1. Uitbreiding van het agrarische bouwvlak met meer dan 15%. 6.2. Het bouwen en/of gebruiken van een vergistingsinstallatie met uitzondering van een vergisting van mest uit eigen bedrijf., tenzij de aanvraag in overeenstemming is met het omgevingsplan.
Verplichte participatie 6.3. Uitbreiding van het agrarische bouwvlak met meer dan 15%. 6.4. Het bouwen van een vergistingsinstallatie.
Toelichting Ter verduidelijking van de tekst en omdat het evident is dat overeenstemming is met het omgevingsplan er geen sprake is van een bopa activiteit en dus ook niet voorgelegd hoeft te worden aan de gemeenteraad voor bindend adviesrecht. Toelichting: -7-
6.1. In het (tijdelijk) omgevingsplan bestemmingsplan is een beoordelingsregel (binnenplanse afwijkingsmogelijkheid) opgenomen om het bouwvlak met 10 % uit te breiden, bovenop de maximale grootte van 1,5 hectare van een bouwvlak. Er dient rekening gehouden te worden met de stikstofdepositie stikstofemissie indien het agrarische bouwvlak wordt uitgebreid. 6.2. Er wordt gebruikt gemaakt van het adviesrecht (en verplichte participatie), indien niet aan de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden van het omgevingsplan en de kruimelgevallenregeling kan worden voldaan. Toelichting De tekst is verkort en aangepast op basis van de terminologie onder de Omgevingswet.
7. Antenne
Adviesrecht 7.1. Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie waarvan de hoogte met meer dan 25% van de toegestane hoogte toeneemt.
Verplichte participatie 7.2. Het oprichten of veranderen van een antenne-installatie waarvan de hoogte in strijd is met het omgevingsplan.
Toelichting: 7.1. Momenteel zijn antennemasten in het bestemmingsplan Buitengebied in de algemene afwijkingsregels opgenomen. De nota ‘antennes en zendmasten beleid gemeente Ooststellingwerf’ heeft betrekking op (het plaatsen van) masten en antennes met een totale hoogte tot 40 meter. Voor (het plaatsen van) masten van 40 meter en hoger dient een vergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden aangevraagd (met Goede Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving). Toelichting Thema gevoelige onderwerpen is geschrapt omdat deze categoriebenaming onvoldoende rechtszekerheid biedt.
8. Gevoelige onderwerpen
Adviesrecht 8.1. Indien – naar mening van het college – sprake is van een initiatief dat voor maatschappelijke onrust kan zorgen of anderszins politiek gevoelige initiatieven.
Verplichte participatie
Toelichting: 8.1. De onderwerpen van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, welke voorheen niet in te schatten waren, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. Het is in tegenstelling tot het adviesrecht niet mogelijk om de categorie ‘gevoelige onderwerpen’ op te nemen op de lijst voor verplichte participatie. Omdat niet scherp te maken is om welke gevallen het concreet zal gaan, kan niet bij voorbaat participatie verplicht worden gesteld. 8. Opvanglocaties
Adviesrecht 8.1. Het realiseren van een opvanglocatie voor meer dan 15 vluchtelingen, arbeidsmigranten, statushouders en/of Oekraïners.
Verplichte participatie 8.2. Het realiseren van een opvanglocatie voor vluchtelingen, arbeidsmigranten, statushouders en/of Oekraïners.
-8-
Toelichting Als nieuwe categorie is het adviesrecht opgenomen voor het realiseren van vijftien opvangplaatsen voor vluchtelingen, arbeidsmigranten, statushouders en/of Oekraïners. Deze categorie ontbrak tot nu toe in de lijst. Gezien de maatschappelijke impact van dergelijke opvangvoorzieningen achten wij het passend en noodzakelijk om hiervoor adviesrecht te verplichten.
9. Infrastructurele projecten
Adviesrecht n.v.t.
Verplichte participatie 9.1. Het aanleggen/bouwen van infrastructurele (kunst)werken.
Toelichting: 9.1. Op de categorie infrastructurele projecten is geen bindend adviesrecht van toepassing, enkel verplichte participatie. Dit is alleen van toepassing wanneer de gemeente het bevoegd gezag is.
Toelichting Extra zin toegevoegd ter verduidelijking en nuancering.
-9-
Uitgangspunten lijst bindend adviesrecht Bij het opstellen van de lijst zijn de volgende uitgangspunten in acht genomen: 1. Het doel van de wet: besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker laten verlopen. 2. De rolverdeling tussen raad en college (raad stelt kaders vast, college voert kaders uit). 3. Bij het opstellen van de lijst is rekening gehouden met onderwerpen waarvoor in het verleden vvgb’s zijn verleend en postzegelbestemmingsplannen zijn opgesteld. 3. De onder de (huidige) bestemmingsplannen/beheersverordeningen binnenplanse mogelijkheden. Adviesrecht geldt niet voor binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. 4. De onderstaande aangegeven gevallen, waarvoor geen advies wordt gevraagd omdat het college onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook bevoegd is te besluiten op deze gevallen en/of waarvoor geen vvgb is vereist: • Aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op alle (kruimel)gevallen die op grond van art 2.12, lid 1 onder a, sub 2o Wabo per Algemene maatregel van bestuur (AMvB) zijn aangewezen en waarmee met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. De bevoegdheid daarvan ligt nu bij het college; hiervoor is dus geen vvgb nodig.
Het gaat hierbij om de zogenaamde kruimelgevallen die in Bijlage II, artikel 4 Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn opgenomen. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde bijgebouwen, dakkapellen, nutsvoorzieningen en antenne-installaties, gebruikswijziging van een bestaand gebouw. Daarnaast geldt de voorwaarde dat het aantal woningen niet mag toenemen. De lijst van kruimelgevallen vervalt onder het nieuwe omgevingswet; • Aanvragen voor een omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders niet verleend zullen worden (geweigerd of buiten behandeling gesteld). • Aanvragen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten die betrekking hebben op aanvragen om een vergunning omgevingsplanactiviteit die passen in ons beleid, waarbij geen sprake is van een strijdig belang met de instructieregels, instructies en voorbereidingsbesluiten volgens de artikelen 22.32 lid 2 en 22.33 uit de bruidsschat en waarbij sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
- 10 -