Bijlage 3 Uitwerking scenario's concept gebiedsvisie Geurhinder en veehouderij
Tekst van het document
Bijlage 5 Uitwerking scenario’s concept gebiedsvisie Geurhinder en veehouderij Ooststellingwerf Door De Roever is een concept geurgebiedsvisie opgesteld. In dit document zijn een aantal scenario’s beschreven. De scenario’s worden navolgend beschreven. Het betreft hier de scenario’s voor veehouderijen met een geuremissiefactor (vleesvee, varkens, pluimvee, schapen en geiten). Na de beschrijving van de scenario’s zal in tabelvorm het woonklimaat binnen en buiten de bebouwde kom worden weergegeven. Daarnaast worden de groeimogelijkheden weergegeven. Hierbij kan aangegeven worden dat de scenario’s 1 en 2 meer rekening houden met de veehouderijen en de scenario’s 3 tot en met 6 meer rekening houdt met het woon- en leefklimaat. De normen voor het woon- en leefklimaat zijn vastgesteld uit gegevens van een onderzoek uit 2002 door de GGD, Milieukwaliteit en geurgehinderden in opdracht van het RIVM. De gegevens hiervan zijn uitgewerkt in tabel 3 van de bijlage waar alle scenario’s zijn beschreven Scenario 1 Scenario 1 is het huidige beleid. Het beleid dat in 2008 is vastgesteld en gewijzigd in 2010, is de variant waarbij de veehouderijen op geurgebied de meeste ruimte krijgen. Het gaat hier een achtergrondbelasting van 8 odeureenheden binnen de bebouwde kom en 20 odeureenheden buiten de bebouwde kom. De huidige situatie is weergegeven in bijlage 2 van de concept geurgebiedsvisie.
In bijlage 3 van de visie is de maximale achtergrondbelasting aangegeven. Dit kan i.v.m. andere wetgeving niet gerealiseerd worden. Scenario 2 Scenario 2 is het wettelijk kader (Wgv). In de Wet geurhinder en veehouderij zijn normen vastgelegd. Deze achtergrondbelasting is voor binnen de bebouwde kom 2 odeureenheden en 8 odeureenheden buiten de bebouwde kom. Deze situatie is weergegeven in bijlage 4 van de concept geurgebiedsvisie. Scenario 3 Scenario 3 geeft een beperking van de achtergrondbelasting buiten de bebouwde kom. De achtergrondbelasting is voor binnen de bebouwde kom 2 odeureenheden en 4,5 odeureenheden buiten de bebouwde kom. Deze situatie is weergegeven in bijlage 5 van de concept geurgebiedsvisie. Scenario 4 Scenario 4 geeft een beperking van de achtergrondbelasting binnen de bebouwde kom. De achtergrondbelasting is voor binnen de bebouwde kom 1 odeureenheden en 8 odeureenheden buiten de bebouwde kom. Deze situatie is weergegeven in bijlage 6 van de concept geurgebiedsvisie. Scenario 5 Scenario 5 geeft een beperking van de achtergrondbelasting binnen en buiten de bebouwde kom. De achtergrondbelasting is voor binnen de bebouwde kom 1 odeureenheden en 4,5 odeureenheden buiten de bebouwde kom. Deze situatie is weergegeven in bijlage 7 van de concept geurgebiedsvisie.
Scenario 6 Scenario 6 geeft een verdere beperking van de achtergrondbelasting binnen en buiten de bebouwde kom. De achtergrondbelasting is voor binnen de bebouwde kom 1 odeureenheden en 2 odeureenheden buiten de bebouwde kom. Deze situatie is weergegeven in bijlage 8 van de concept geurgebiedsvisie. In tabel (1) op de volgende pagina is aangegeven hoeveel objecten, binnen de bebouwde kom, op dit moment en per doorgerekende scenario in een overbelaste situatie zitten m.b.t. de gehanteerde geurnormen. Het betreft hier woningen van burgers en andere bedrijven dan veehouderijen. In tabel 1
1
en 2 is in de eerste kolom de huidige situatie weergegeven en in de tweede kolom wat er in de huidige situatie mogelijk is met de geurverordening 2008/2010. Kolom 1 en 2 is scenario 1.
Tabel 1.
In onderstaande tabel (2) is aangegeven hoeveel objecten, buiten de bebouwde kom, op dit moment en per doorgerekende scenario in een overbelaste situatie zitten m.b.t. de gehanteerde geurnormen. Het betreft hier woningen van burgers en andere bedrijven dan veehouderijen.
Tabel 2.
In tabel 3 is de woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting aangegeven. Dit is de basis voor de berekeningen van de overbelaste objecten.
2
Tabel 3.
In tabel 4 is de groeimogelijkheid per scenario weergegeven. Het gaat hier om de totale omvang van de veehouderij. Per bedrijf is dit verschillend. Er dient rekening mee gehouden te worden dat er voor een specifiek bedrijf ook een zogenaamde voorgrond belasting berekening moet worden gemaakt. De factor (bijvoorbeeld 2,14) geeft aan hoeveel de veehouderij in totaal per bedrijf zou kunnen uitbreiden. Er zijn bedrijven die niet kunnen uitbreiden en er zijn bedrijven die wel kunnen uitbreiden. Dit cijfer is een gemiddelde.
Tabel 4.
3
Bedrijven zonder geuremissiefactor Naast de bedrijven met dieren met een geuremissiefactor zijn er bedrijven zonder deze factor. Dit zijn de melkrundveehouderijen, paardenhouderijen en bedrijven met overig rundvee. Voor deze bedrijven gelden afstandscriteria. In de huidige geurgebiedsvisie en geurverordening (2008, gewijzigd in 2010) is ook hierbij afgeweken van de wettelijke norm. De wettelijke normen zijn 50 meter voor buiten de bebouwde kom en 100 meter voor binnen de bebouwde kom. In de geurverordening zijn de volgende afstanden opgenomen, 25 meter voor buiten de bebouwde kom en 50 voor binnen de bebouwde kom. Bureau De Roever heeft bij het opstellen van deze concept geurgebiedsvisie de huidige situatie bekeken en doorgerekend naar toekomstige situaties. Hierbij is per scenario gekeken naar ontwikkelingsmogelijkheden, afhankelijk van het bouwblok. Bij de staffels geeft De Roever twee alternatieven aan waarbij meer rekening wordt gehouden met het woon- en leefklimaat. De uitwerking van deze scenario’s staan in tabel 5 en 6. In deze tabellen zijn de minimum afstanden en de wettelijke afstanden weergegeven voor binnen en buiten de bebouwde kom. Daarnaast is een conservatieve en een progressieve staffel opgenomen. Hierbij is rekening gehouden met de omvang van een bedrijf.
In de huidige afstandscriteria van de geurverordening is de afstand tot bijvoorbeeld een woning in het buitengebied minimaal 25 meter (huidige norm), ongeacht de omvang van het bedrijf. Dit kan dus een bedrijf met 50 melkkoeien zijn maar ook een bedrijf met 500 melkkoeien of nog groter. Om meer aandacht te geven aan het woonen leefklimaat heeft De Roever hier een staffel toegepast. Reden hiervoor is dat bij het analyseren van de afstanden het woon- en leefklimaat niet te kwantificeren is. Er wordt ter plaatse van een geurgevoelig object wel of niet voldaan aan een bepaalde afstandseis. Wel is duidelijk dat de verschillende scenario’s leiden tot een ander beschermingsniveau voor geurgevoelige objecten en daarmee een ander woon- en leefklimaat.
Scenario
Afstandsnorm 0 - 100 melkkoeien
101 – 200 melkkoeien
201 – 300 melkkoeien
Minimum
Progressief
401 – 500 melkkoeien
501 – 600 melkkoeien
> 601 melkkoeien
25
Wettelijk Conservatief
301 – 400 melkkoeien
50 50
75
100
125
150
175
200
100
150
200
250
300
350
400
Tabel 5. Afstandsnormen buiten bebouwde kom
4
Scenario
Afstandsnorm 0 - 100 melkkoeien
101 – 200 melkkoeien
201 – 300 melkkoeien
Minimum
Progressief
401 – 500 melkkoeien
501 – 600 melkkoeien
> 601 melkkoeien
50
Wettelijk Conservatief
301 – 400 melkkoeien
100 100
150
200
250
300
350
400
200
300
400
500
600
700
800
Tabel 6. Afstandsnormen binnen bebouwde kom
Ook hier is weer gekeken naar de ontwikkelmogelijkheden voor deze bedrijven. Deze zijn in tabel 7 weergegeven.
Tabel 7.
Uit de tabel is op te maken dat er bij de scenario’s verschillen zijn m.b.t. de groeimogelijkheden. Participatie en inspraak In de voor u liggende conceptgebiedsvisie is het mogelijk om keuzes te maken hoe u om wilt gaan met de veehouderijen en met het woon- en leefklimaat van de omwonenden. Bij het opstellen van de visie hebben we doelgroepen en andere belangstellenden betrokken. De conceptvisie heeft vanaf 23 december 2020 op de website van de gemeente gestaan. Er is door te publiceren op de website, gemeentepagina in de krant en via social media kenbaar gemaakt dat de gemeente bezig is met het opstellen van een nieuwe geurgebiedsvisie en in overleg gaat met de stakeholders. Dit was tevens een uitnodiging om mee te praten. Wij zijn over de conceptvisie in gesprek gegaan met de veehouderijen (7 januari 2021), omwonenden, plaatselijk belangenorganisaties en overige stakeholders (14 januari 2021). De verslagen hiervan treft u aan in het bijgevoegde participatiedocument Geurgebiedsvisie gemeente Ooststellingwerf. Daarnaast hebben wij op 21 januari 2021 een webinar gehouden. Hieraan hebben 90
5
geïnteresseerden uit de gemeente meegedaan en vragen gesteld. Een deel hiervan is meteen in de uitzending behandeld. De hoeveelheid vragen was echter zo groot dat we die in de week na de uitzending via de mail hebben behandeld. Het verslag hiervan leest u in het participatiedocument. Een aantal specifieke vragen zijn later behandeld. ForFarmers Farmconsult, Kwinkweerd 5, 7241 CW Lochem, heeft namens een zestal veehouderijen inspraakreacties ingediend naar aanleiding van het webinar. De inspraakreacties en de beantwoording hiervan zijn als bijlage 4 en 5 in het participatiedocument weergegeven. Uit de gesprekken met de stakeholders is gebleken dat er m.b.t. de bedrijven met een geuremissiefactor (de intensieve veehouderij) bij sommige problemen zijn met geuren/of stankoverlast. Tevens zijn er na webinar nog drie e-mails binnen gekomen met betrekking tot ingediende klachten over stankoverlast bij bedrijven. De e-mails en beantwoording hiervan zijn als bijlage 6 bij het participatiedocument gevoegd.
6