Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING AFWIJKING BESTEMMINGSPLAN TEN BEHOEVE VAN HET REALISEREN VAN VIER VERBLIJFSRECREATIEVE CHALETS OP HET PERCEEL DE WEEME 12B TE OLDEBERKOOP
Inhoud 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 3 1.2 Plan ............................................................................................................................................... 3 1.3 Landschappelijke inpassing........................................................................................................... 3 1.4 Doelgroep ..................................................................................................................................... 4 1.5 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................................... 4 2.
Beleid .............................................................................................................................................. 4 2.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 5 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................................................................ 5 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ....................................................................... 5 2.2 Provinciaal beleid.......................................................................................................................... 5 2.2.1 Streekplan Fryslân 2007......................................................................................................... 5 2.2.2 Verordening Romte Fryslân ................................................................................................... 5 2.3 Gemeentelijk beleid ...................................................................................................................... 5 2.4 Conclusie....................................................................................................................................... 6
3.
Omgevingsaspecten........................................................................................................................ 6 3.1 Geluid............................................................................................................................................ 6 3.2 Geur .............................................................................................................................................. 6 3.3 Bodem........................................................................................................................................... 6 3.4 Water ............................................................................................................................................ 6 3.5 Stikstof .......................................................................................................................................... 6 3.6 Archeologie ................................................................................................................................... 6 3.7 Cultuurhistorie .............................................................................................................................. 7 1
3.8 Externe veiligheid ......................................................................................................................... 7 3.9 Leidingen ...................................................................................................................................... 7 3.10 Flora en fauna ............................................................................................................................. 7 3.11 Bedrijven ..................................................................................................................................... 7 4.
Uitvoerbaarheid .............................................................................................................................. 7
5.
Conclusie......................................................................................................................................... 8
2
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Er is een aanvraag ingediend voor het plaatsen van vier verblijfsrecreatieve chalets op het perceel De Weeme 12B te Oldeberkoop. Deze aanvraag is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan Buitengebied Veegplan 2018. Het perceel heeft een agrarische bestemming die plaatsing van verblijfsrecreatieve chalets niet toestaat. Burgemeester en wethouders hebben op basis van artikel 2.12 lid 1 onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de bevoegdheid om af te wijken van een bestemmingsplan en planologische medewerking te verlenen aan het plan. De gemeenteraad dient hiertoe voorafgaande aan de besluitvorming een verklaring van geen bedenking af te geven. Deze ruimtelijke onderbouwing toont aan dat het plan voor het plaatsen van de vier chalets in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat er derhalve voor dit plan kan worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Veegplan 2018.
1.2 Plan De verblijfsrecreatieve chalets worden geplaatst op het perceel De Weeme 12b te Oldeberkoop. Voor een situering van de chalets en de inrichting van het terrein wordt verwezen naar het in bijlage 1 opgenomen inpassingsplan. Drie van de te plaatsen chalets zijn 4,05 meter breed, 10,60 meter lang en 3,80 meter hoog. De vierde heeft een lengte van 12,5 meter. Met deze afmetingen wordt onder de maatvoering van artikel 3 lid 2 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) gebleven. De chalets kunnen dus zonder omgevingsvergunning voor het bouwen worden geplaatst, mits de chalets passen in het vigerende bestemmingsplan. Dit is zoals is aangegeven niet het geval. De strijdigheid kan worden opgeheven door gebruik te maken van de hiervoor genoemde afwijking. Het perceel waarop de chalets worden geplaats is hieronder weergegeven.
1.3 Landschappelijke inpassing De situering van de chalets is zodanig dat deze passen in het landschap. De chalets zijn door de bosstroken, beplanting, de situering van het touringcarbedrijf en de haag aan de noordzijde vanaf de weg niet of nauwelijks zichtbaar. De delen die zichtbaar zijn vallen weg door de plaatsing van de chalets tegen de boswal en door het natuurlijke kleurgebruik van de chalets. De bestaande bosstroken blijven in stand en worden benut als decor voor de chalets. Het plan past in de bebouwingsstructuur langs De Weeme. Zichtlijnen van en naar het aangrenzende agrarische open gebied worden niet verstoord. Parkeren vindt plaats voor de haag aan de noordzijde. Bezoekers kunnen hun auto daar, of op het terrein van het touringcarbedrijf parkeren. De nieuwe 3
parkeerplaatsen zullen worden afgeschermd met struiken/heesters (zie inpassingsplan). Hierdoor zullen (op termijn) de geparkeerde voertuigen en dakranden van de chalets niet/minder zichtbaar zijn. Tevens zullen de struiken/heesters ervoor zorgdragen dat de overgang van het open terrein aan de noordzijde van het plan naar de bestaande heg natuurlijker wordt. Voor de ontsluiting naar het terrein wordt gebruik gemaakt van de bestaande toegang naar het touringcarbedrijf. Op het terrein wordt een pad langs de chalets aangelegd. Bij de chalets worden in verband met de privacy en de inpassing enkele haagjes en groenvoorzieningen aangebracht. Aan de westzijde wordt een houtsingel met enkele openingen gerealiseerd. Op het inpassingsplan is aangegeven welke beplantingssoorten worden gebruikt. Hierbij is aangesloten bij de Handleiding inpassing open erven van de gemeente Ooststellingwerf. Het inpassingsplan is door de gemeente beoordeeld, onder andere door de landschapsdeskundige.
1.4 Doelgroep Het plan voor de bouw van de chalets voldoet aan de gemeentelijke eisen ten aanzien van de hoogwaardigheid en de gewenste doelgroepen. De hoogwaardigheid van het plan zit met name in de omvang en de inrichting van de chalets, de plaatsing van de chalets op het terrein, het geringe aantal chalets, de inrichting van het terrein, de ligging van het terrein en het groene en landelijke kader waarbinnen de chalets worden geplaatst. De chalets zijn zeer geschikt voor de doelgroep van vitale ouderen die een actieve vakantie willen in eigen land. Het plan biedt deze doelgroep de rust en de ruimte om hier te verblijven en van hieruit dagtochten in de omgeving te maken. Recreatieve voorzieningen op het terrein ontbreken. Het plan is door zijn ligging en omvang onderscheidend ten opzichte van campings en camperterreinen. Het terrein heeft een geheel eigen karakter. De doelgroep sluit ook aan bij de Beleidsnota Gastvrij Fryslân 2028. Met deze provinciale nota wordt ingezet op onder andere een spreiding in tijd door toeristen en op toeristen die zich richten op natuur- en cultuurerfgoed. Het gaat daarbij niet om groei en aantallen, maar om groei en kwaliteitstoerisme waarmee het Frysk eigene behouden kan blijven. De chalets en de omvang en de inrichting van het terrein spelen hierop in.
Het terrein heeft een geheel eigen gezicht en sluit aan bij de wensen van toeristen die vanuit een rustig verblijf de streek willen verkennen. Het gaat bij het plan niet om kwantiteit, maar om kwaliteit. Door de inpassing en inbedding in het groen vindt geen aantasting van het landschap plaats.
1.5 Vigerend bestemmingsplan Het perceel De Weeme 12b ligt in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Veegplan 2018 en heeft daarin de bestemming Agrarisch (artikel 3). Deze bestemming is gericht op agrarische activiteiten en enkele daaraan ondergeschikte of aanverwante functies. Een verblijfsrecreatief gebruik van het terrein en de plaatsing van de chalets zijn niet toegestaan. Op het terrein liggen ook de dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 4 en Waarde – Cultuurhistorie 1. Beide bestemmingen zien op een bescherming van het terrein met het oog op genoemde waarden. Tenslotte ligt het perceel binnnen de gebiedsaanduiding overige zone-recreatieve zone. Binnen deze zone kan door een binnenplanse afwijking van het bestemmingsplan bij agrarische bedrijven of vrijgekomen agrarische bedrijven medewerking worden verleend voor het plaatsen van maximaal tien trekkershutten mits sprake is van een goede landschappelijke inpassing
2. Beleid In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid van het rijk, de provincie en de gemeente beschreven. 4
2.1 Rijksbeleid 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het beleid van het Rijk is verwoord in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI schetst een toekomstperspectief voor Nederland en beschrijft de nationale belangen en opgaven. Daarbij wordt benoemd welke prioriteiten er zijn, zoals bijvoorbeeld ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het abstractieniveau van de NOVI is zodanig dat er geen uitspraken worden gedaan over plannen als het onderhavige. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de nationale belangen. Deze hebben geen betrekking op het plan.
2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Streekplan Fryslân 2007 Het ruimtelijk beleid van de provincie was opgenomen in het Streekplan Fryslân. Dit plan bevat de provinciale kaders waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. Oldeberkoop is hierin aangewezen als recreatiekern. In een dergelijke kern zijn naar aard en schaal passende verblijfsrecreatieve voorzieningen toegestaan. In de opvolger van het Streekplan, de omgevingsvisie De romte diele, zet de provincie in op slimme groei van de gastvrijheidseconomie. Voor Zuidoost Fryslân wordt ingezet op cultuur- en natuurtoerisme met name gekoppeld aan het coulissenlandschap en natuurgebieden. Nieuwe ontwikkelingen worden bij voorkeur ingezet voor behoud en vitaliteit van voorzieningen in dorpen en steden, passend bij de Friese identiteit en de doelgroep cultuurtoerisme. De inpassing in de omgeving gebeurt op basis van maatwerk.
2.2.2 Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 stelt de provincie regels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. Bij afwijkingen van een bestemmingsplan moet daarmee ook rekening worden gehouden. De verordening staat kampeerterreinen en recreatiewoningen toe in, aansluitend en nabij een recreatiekern. Oldeberkoop is een recreatiekern. De provinciale verordening staat het plan derhalve niet in de weg. De Verordening Romte Fryslân wordt vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân. Deze verordening moet nog worden vastgesteld. In het ontwerp daarvan zijn nieuwe recreatieve voorzieningen toegestaan indien de voorziening aansluit bij een kern en hierbij wat betreft aard en schaal passen.
2.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid ten aanzien van activiteiten als het onderhavige is opgenomen in de omgevingsvisie. Verblijfsrecreatie neemt hierin een belangrijke rol in. Aangegeven wordt dat binnen de gemeente voldoende ruimte moet worden gegeven aan vernieuwende vormen van verblijfsrecreatie op kleine en grote schaal en dat er voor eenieder voldoende accommodaties moeten zijn. Oldeberkoop is op basis van de omgevingsvisie gelegen in het zogeheten gebiedskompas ‘Het westelijke Ooststellingwerf’ en wordt hierin beschreven als een levendig centrum met veel voorzieningen. Het gebied rondom Oldeberkoop is in trek bij toeristen en recreanten en vormt in de visie een aanvulling op het recreatieve aanbod van Appelscha. Nieuwe ontwikkelingen dienen daarbij zoveel mogelijk in de bestaande structuren te worden ingepast waarbij de kenmerkende verweving van landschap en linten intact moet worden gelaten. De variatie 5
in beslotenheid van de linten en de open gebieden daartussen en de grote afwisseling tussen natuuren cultuurgrondenspelen daarbij een rol. Het onderhavige plan is gelet op de functie, de omvang en de situering in overeenstemming met de gemeentelijke omgevingsvisie.
2.4 Conclusie Uit oogpunt van beleid en regels van het rijk en de provincie Fryslân bestaan er geen bezwaren tegen het plan.
3. Omgevingsaspecten In het kader van een afwijking van het bestemmingsplan moet beoordeeld worden of er omgevingsaspecten zijn die dit mogelijk kunnen belemmeren. Hieronder wordt nagegaan of dit zo is.
3.1 Geluid De verblijfsrecreatieve chalets zijn geen geluidsgevoelige functies. De chalets worden op een afstand van minimaal 75 meter vanaf de provinciale weg N351 (De Weeme) gerealiseerd en worden afgeschermd door een groene haag.
3.2 Geur In de omgeving zijn geen functies met een geurcirkel. Het plan veroorzaakt zelf ook geen geur.
3.3 Bodem De verblijfsrecreatieve chalets worden op het maaiveld geplaats. Zij staan op een onderstel en zijn in beginsel verplaatsbaar. Er vinden geen bodemwerkzaamheden plaats. Het aanbrengen van funderingen voor de chalets is niet nodig. Het extensieve agrarische gebruik van het terrein in de afgelopen jaren leidt niet tot de verwachting dat er bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Het aspect bodem staat de plaatsing van de chalets niet in de weg.
3.4 Water Voor het plan is op 12 januari 2022 een melding voor een digitale watertoets gedaan. Nummer 00003082. Er treden geen veranderingen in de afvoer van hemelwater op. Er worden geen watergangen gedempt of gegraven. Het water vanf de daken van de chalets wordt ter plaatse in de grond worden geinfiltreerd. De chalets worden aangesloten op de riolering.
3.5 Stikstof Zoals uit de voor het plan gemaakte aeriusberekening blijkt (zie bijlage 2), leiden de chalets niet tot een stikstofdepositie op een beschermd natuurgebied in de omgeving. Het aspect stikstof is derhalve geen belemmering voor het plan. De plaatsing en verhuur van de chalets staan los van de bedrijfsvoering van de Kaasboerderij de Stelp. Idem van het naastgelegen touringcarbedrijf Coulant Toering. Wel ligt er een relatie met het touringcarbedrijf. Eén van de vennoten van dit bedrijf is een vennoot is van de VOF die de chalets gaat exploiteren. Hierdoor is geen sprake van één inrichting. Cumulatie van stikstof vanwege dezelfde inrichting is derhalve niet aan de orde.
3.6 Archeologie De verblijfsrecreatieve chalets worden op het maaiveld geplaats. Ditzelfde geldt voor de aangrenzende vlonders. Voor de chalets vinden er geen bodemverstoringen plaats. De gezamenlijke oppervlakte van de chalets met plateaus is kleiner dan 500 m2. De nutsvoorzieningen en de riolering worden op een diepte van 40 centimeter gelegd. De vuilwaterafvoer van de chalets vindt via een leiding onder afschot plaats op een pompput achter op het terrein van waaruit het vuilwater naar het aanwezige riool aan de voorzijde wordt gepompt. Indien voorafgaande aan het plaatsen van de 6
chalets uit de terreinomstandigheid blijkt dat de voorzieningen op een diepte van meer dan 40 centimeter moeten worden geplaatst, wordt in overleg met de gemeente getreden en wordt in overleg bezien of deze diepte met het oog op de archeologie geen problemen oplevert of dat er archeologisch onderzoek noodzakelijk is, dan wel dat de werkzaamheden onder toezien van een archeoloog moeten worden uitgevoerd.
3.7 Cultuurhistorie Het terrein is in het bestemmingsplan door de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie 1 mede aangewezen voor het behoud, het herstel en de versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het bouwplan brengt geen verandering in de structuren van het landschap. De chalets passen zich in in het lint en de groenstructuren. Er worden geen bomen gekapt of groenstructuren verwijderd. De openheid blijft in tact. Het terrein wordt extensief benut.
3.8 Externe veiligheid In de directe omgeving van het terrein zijn geen risicobronnen gelegen die van belang zijn voor de externe veiligheid.
3.9 Leidingen Langs en over het perceel lopen geen hoogspanningsleidingen of andere leidingen waarmee rekening moet worden gehouden.
3.10 Flora en fauna Ten behoeve van het bouwplan is een ecologische quick-scan uitgevoerd. Hieruit blijkt dat vrijwel alle mogelijke vormen van negatieve effecten op beschermde natuurwaarden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Uitzondering hierop zijn mogelijk broedvogels waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces. Geadviseerd wordt deze werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren of als dit niet kan de werkzaamheden uit te voeren onder begeleiding van een ecoloog. Dit advies wordt overgenomen. De ecologische quickscan is opgenomen in bijlage 3.
3.11 Bedrijven Het terrein waar de chalets komen is gesitueerd naast het eerder genoemde touringcarbedrijf. Dit bedrijf wordt mede gerund door een vennoot die ook vennoot is van de VOF die de chalets gaat exploiteren. De chalets worden betrokken bij de activiteiten van het touringcarbedrijf. Personen die gebruik maken van de diensten van dit bedrijf kunnen voor of na een busreis ter plaatse in de chalets overnachten. Beide bedrijfsmatige activiteiten sluiten op elkaar aan. Momenteel bevindt zich op het terrein van het touringcarbedrijf ook al een bedandbreakfast. De chalets worden verblijfsrecreatief gebruikt en zijn daarme geen gevoelige functies. De chalets zijn niet beperkend voor de activiteiten van het touringcarbedrijf. Bij een eventuele ontkoppeling van het touringcarbedrijf en de verhuur van de chalets weten beide eigenaren van de dan bestaande situatie. Het restaurant aan de oostzijde van het perceel bevindt zich op een afstand van minimaal 40 meter. Deze afstand is dermate groot dat de chalets geen hinder ondervinden van het restaurant en omgekeerd.
4. Uitvoerbaarheid De chalets worden geplaatst door aanvrager. De kosten voor het plaatsen en het laten gebruiken van de chalets worden door deze partij gedragen. Tussen de initiatiefneemster en de gemeente is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Het plan voor het plaatsen van de chalets wordt in het kader van de procedure voor eenieder ter inzage gelegd. Omliggende buren zijn vanaf het eerste begin 7
van het plan op de hoogte gehouden en hebben aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de komst van de chalets.
5. Conclusie Er zijn geen planologische of andere belemmeringen voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het plaatsen van vier verblijfsrecreatieve chalets op het perceel De Weeme 12B te Oldeberkoop. De vereiste afwijking van het bestemmingsplan Buitengebied Veegplan 2018 is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening kan derhalve worden verleend.
Joure, 16 november 2022 Interra
8
Bijlage 1: Inpassingsplan
9
Bijlage 2 Aerius berekening
BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE TEN BEHOEVE VAN REALISEREN VAN VIER VERBLIJFSRECREATIEVE CHALETS OP HET PERCEEL DE WEEME 12B TE OLDERBEKOOP Datum: 28−04−2022
1. Inleiding Voor het project “realiseren van vier verblijfsrecreatieve chalets op het perceel de Weeme 12B te Olderbekoop” is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De aanlegfase is sinds inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 vrijgesteld van de vergunning, hierdoor is er geen berekening nodig voor de aanlegfase. Voor de gebruiksfase is er rekening gehouden met de verkeersbewegingen naar de chalets.
2. AERIUS−Calculator uitgangspunten Bebouwing: −
De chalets hebben geen gasaansluiting waardoor geen sprake is van stikstofemissie als gevolg van het gebruiken van de chalets.
Verkeer: −
− − −
Voor het toekomstige verkeer is gebruik gemaakt van de kencijfers van CROW. Voor de recreatiewoningen is uitgegaan van het kengetal van maximaal 2,3 verkeersbewegingen per woning, behorende bij de categorie bungalowpark. Hierbij is uitgegaan van een locatie in niet stedelijk gebied. Voor het project (4 chalets) komt dit neer op een dagelijkse verkeersgeneratie van 9,2 verkeersbewegingen. De dagelijkse verkeersbewegingen (tabel 2) zijn als licht verkeer gekoppeld aan een lijn−bron in de categorie wegverkeer, buitenwegen. Hierbij zijn de standaardwaarden aangehouden die AERIUS hanteert voor de emissie en uitstoothoogte. Voor de rijroute is gerekend tot aan de voorliggende N−weg, de N 351. Vanaf autowegen of snelwegen gaat het wegverkeer op in het algemeen wegverkeer. De berekening voor de gebruiksfase is voor het rekenjaar 2022 uitgevoerd.
Tabel 2: Verkeersgeneratie gebruiksfase
Woningtype
Aantal
Recreatiewoning Autobeweging
4 Heen en terug
Kengetal (max.) 2,3
10
Verkeersgeneratie (mvt / etm) 9,2 18,4
3. Resultaat en conclusie In de bijlage is de AERIUS berekening opgenomen. In de berekeningen zijn de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en dat er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn niet aan de orde. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).
11
4. Bijlagen Bijlage 1: Aerius berekening realiseren van vier verblijfsrecreatieve chalets op het perceel de Weeme 12B te Olderbekoop
12
Projectberekening
13
2/6
Ó
3/6
4/6
5/6
6/6
Bijlage 3: quickscan ecologie
Interra T.a.v. de heer J. van der Velde Datum
17 november 2021
Kenmerk
INT- QSOLDE
BUREAU FAUNAX
Projectnr.
21248
Tijnjedyk 89 8936 AC Leeuwarden
Betreft
Quickscan Wet natuurbescherming De Weeme 12A te Oldeberkoop
0683772548 info @faunax.nl www. faunax. nl
Geachte heer Van der Velde , Op donderdag 28 oktober 2021 hebben wij voor u een ecologische Quickscan uitgevoerd in het plangebied te Oldeberkoop. Het onderwerp van de Quickscan bestaat uit een grasveld met grotendeels een agrarische invulling op het perceel De Weeme 12 A te Oldeberkoop. Aan de hand van het veldbezoek en de daarop volgende bureaustudie is gebleken dat vrijwel alle vormen van negatieve effecten op beschermde natuurwaarde n onder de Wet natuurbescherm ing ( Wnb) als gevolg van de voorgenom en w erkzaam heden op voorhand kunnen worden uitgesloten. Uitzondering hierop wordt gevormd door broedvogels waarvan de nesten geen jaarronde bescherm ing genieten, maar wel bescherm d zijn ti jdens het broedproces. Voor deze broedvogels adviseren we de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Als dit laatste niet m ogelijk is , adviseren we om de w erkzaam heden uit te voeren onder begeleiding van een ecoloog . Hiernaast dient men zich t ijdens het uitvoeren van werkzaamheden te houden aan de zorgplicht. In deze briefrapportage worden de resultaten van de Quickscan gedeeld. Indien u vragen of opmerkingen heeft, kunt u uiteraard altijd contact opnemen. Met vriendelijke groet,
Robin Fokker Bureau Fauna X 7/6
© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2021). Quickscan Wet natuurbescherming / De Weeme 12A te Oldeberkoop. Rapport 21248. BureauFaunaX, Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoekis zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijnonze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
8/6
Plangebied Het plangebied bestaat uit een grasveld op het perceel De Weeme 12A te Oldeberkoop. Dit grasveld heeft ten tijde van dit schrijven voor het grootste deel een agrarische invulling. Uitzondering hierop wordt gevormd door het meest noordelijke gedeelte van het plangebied, waarop een chal et staat. Aan de noordoost- en zuidoostzijde van het plangebied lopen s loten, evenals een rij eiken en bosschages. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door bebouwing langs de N 351 , agrarisch gebied en diverse bosgebieden. Het planvoornem en be staat uit het realiseren van meer chalets, evenals paden en een voetgangersrotonde op het deel van het plangebied dat ten tijde van dit schrijven een agrarische invulling heeft. Het is niet duidelijk of het reeds aanwezige chalet binnen het planvoornemen wordt aangetast. De verwachting is dat dit niet het geval is. De s loten, de rij eiken en de bosschages langs het plangebied worden binnen het planvoornemen niet aangetast.
Fig uur 1 : Het plang e bie d ( rood omli jnd ) te O l d e b e r k o o p .
9/6
Overige broedvogels Binnen en vlak buiten het plangebied, maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn ti jdens het broedproces. Zo kunnen diverse weidevogels tot broeden komen in het gedeelte van het plangebied dat ten tijde van dit schrijven een agrarische invulling heeft. Hiernaast kunnen watervogels als wilde eend en m eerkoet tot broeden komen in de s loten langs het plangebied. Tevens kunnen diverse soorten al s houtduif tot broeden komen in de bomenrij en bosschages vlak buiten het plangebied (maar binnen de invloedsfeer van de w erkzaam heden) .
Fig uur 2. Binnen he t plan g e bie d , e v e n a l s in d e s l ot en en bom e n vlak bui ten het plang e bie d kunne n d iverse vog els tot broed en kom e n .
Overige beschermde soorten Tijdens het veldbezoek is naast aan broedvogels specifiek aandacht besteed aan beschermde soorten uit de overige diergroepen en beschermde planten. • •
In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetrof fen. Hiernaast is er binnen het plangebied geen sprake van het geschikte biotoop hiervoor. In de bomen vlak buiten het plangebied zijn geen boomnesten
aangetroffen welke in gebruik zijn door roofvogels of uilen als ransuil .Het enige kunstmatige bouwwerk b innen het plangebied is een chalet. Naast dat deze ongeschikt is bevonden voor gebouw - broedende soorten als huismus en gierzwaluw wordt deze naar alle waarschijnlijkheid binnen het planvoornemen niet aangetast. 10 /6
•
•
•
•
•
•
•
•
•
De bom en langs het p lan ge b ie d w orden binnen h et p la n v o o r n e m e n niet aangetast. Hiernaast zijn geen boomholten in deze bomen
aangetroffen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van boom - bewonende soorten vleermuizen, zoals ruige dwergvleermuis als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalv e op voorhand worden uitgesloten. Het enige kunstmatige bouwwerk binnen de invloedsfeer van de
voorgenomen werkzaamheden bestaat uit een chalet. Naast dat deze niet geschikt is bevonden als verblijfplaats voor vleermuizen, wordt deze naar alle waarschijnlijkheid binnen het planvoornemen niet aangetast. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen, zoals laatvlieger als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen tevens op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich in een bosrijke omgeving. Deze
bosgebieden worden met elkaar verbonden doormiddel van diverse boomwallen, gebouwrijen en watergangen. Gezien de aanwezigheid van veel alternatieve vliegroutes tussen deze diverse bosgebieden kunnen negatieve eff ecten op essentiële vliegroutes en/ of foerageergebieden binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied is geen sprake van dekkende vegetatie, zoals riet, bomen en struiken. Hiernaast worden de sloten en de oevers hiervan langs het plangebied binnen het planvoornemen niet
aangetast. Negatieve effecten op leefgebied van overige beschermde zoogdieren, zoals otter, waterspitsmuis en Noordse woelmuis kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Doordat de sloten langs het plangebied binnen het planvoornemen niet worden aangetast kunnen negatieve effecten op
voortplantingswater van beschermde amfibieën op voorhand worden uitgesloten.
De aanwezigheid van landhabitat van beschermde amfibieën binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Zo is er in de omgeving s lechts sprake van een klein aantal waarnemingen van
rugstreeppad, vrijwel allemaal uit de Noordwolder Meenthe in zuidelijke richting van het plangebied ( bron: NDFF ). Gezien de kleine hoeveelheid waarnemingen uit dit gebied, evenals de relatief grote afstand hiervan ten opzichte van het plangebied ( 3 , 8 km) is het naar ons inzicht niet realistisch om met deze soort rekening te houden bij de voortgang van het project. Van andere beschermde amfibieënsoorten, zoals poelkikker en heikikker zijn geen voortplantingswateren in de directe omgeving van het plangebied bekend (bron: NDFF) . Tevens is dergelijk habitat niet aanwezig. Doordat de sloten langs het plangebied binnen he t planvoornemen niet worden aangetast kunnen negatieve effecten op leefgebied van beschermde zoetwatervissen, zoals grote modderkruiper als gevolg
van de voorgenomen werkzaamheden op voorhand worden uitgesloten. Het plangebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde reptielen en er zijn geen waarnemingen van reptielen uit de directe omgeving van het plangebied bekend. Negatieve effecten op beschermde ongewervelden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen op voorhand worden
uitgesloten. De s loten langs het plangebied worden binnen het planvoornemen niet aangetast. Hiernaast zijn binnen het plangebied geen waardplanten van beschermde vlindersoorten
11 /6
aangetroffen.
Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder de EHS/ NNN of Natura2000 en is niet aangewezen als weidevogelkansgebied of als ganzenfoerageergebied (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân). Negatieve effecten op deze gebieden, anders dan effecten gepaard met ( extra) uitstoot van stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen.
Stikstofgevoeligheid Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering ingegaan. Deze wet houdt in dat de bouwfase van projecten partieel worden vrijgesteld van de Natura 2000 - vergunningsplicht. Deze vrijstelling geldt echter niet voor de gebruiksfase van een bouwwerk. Zo kan na de afronding van de voorgenomen werkzaamheden extra stikstof vrijkomen door extra verkeer van en naar de te realiseren chalets en door eventueel gasverbrui k binnen de woningen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 - gebied ten opzichte van het plangebied is Drents Friese Wold & Leggelderveld op ongeveer 6 , 5 km afstand hiervan. Hoewel de realisatie van meer chalets binnen het plangebied waarschijnlijk zal zorgen voor extra stikstofuitstoot als gevolg van meer verkeersbewegingen en eventueel verbruik van aardgas, kunnen negatieve effecten als gevolg hiervan op het dichtstbijzijnde Natura 2000 - gebied door de afstand hiervan ten opzichte van het plangebied naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen en bepaalt of het uitvoeren van een AERIUS berekening benodigd is voor de voortgang van werkzaamheden binnen het plangebied.
Houtopstanden Binnen het planvoornemen worden geen bomen aangetast. Er is derhalve geen sprake van een meld- en/ of herplantingsplicht. De gemeente Ooststellingwerf is echter bevoegd gezag in dezen.
Conclusie (samenvattend) •
Uit het veldbezoek is naar voren gekomen dat binnen en vlak buiten het plangebied vogelsoorten broeden en tot broeden kunnen komen w aarvan de nesten niet jaarro n d b e sch e rm d zijn , maar wel b e sch e rm d zijn wanneer er sprake is van een broedgeval . We adviseren
werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren om verstoring te voorkomen. Het algemene broedseizoen loopt grofweg van 15 maart – 15 juli. Indien dit niet mogelijk is , adviseren we om de werkzaamheden uit te voeren onder begeleiding van een ecoloog.
•
N egatieve effecten op ( le e fge b ie d van) o verige onder de Wet
natuurbescherming beschermde soorten en soortgroepen binnen deinvloedsfeer van de werkzaamheden kan op v oorhand kan worden uitgesloten. 12 /6
•
Op l icht beschermde of vrijgestelde soorten i s de zorgplicht van toepassing. Deze schrijft voor dat men alles wat redelijkerwijs mogelijk is moet doen om schade aan wilde planten en dieren te voorkomen. Dit kan worden bewerkstelligd door zo te werken dat dieren de kans krijgen om te vlu ch ten en/ of door b ijv o o r b e e ld
amfibieën binnen het plangebied te verplaa tsen naar een locatie dicht bij het plangebied die niet onder invloed staat van de werkzaamheden.
• •
Broedvogels: W erkzaam heden buiten de broedperiode ( grofweg 15 m aart- 15 juli) uitvoeren. Anders à werken onder begeleiding van een ecoloog. Licht bescherm de en vrijgestelde soorten : Het naleven van de zo rgp lich t.
13 /6
Literatuur en Bronnen AERIUS Calculator https://calculator.aerius.nl/calculator/ Google maps www.google.com/maps Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c47 9140f 89c88abddd3 Natura 2000 - gebieden Nederland https://www.natura2000.nl Nationale Databank Flora en Fauna ( NDFF) https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
14 /6