CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing Bercoperweg 18 Makkinga

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-verklaring van geen bedenkingen Bercoperweg 18 Makkinga8.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bercoperweg 18, Makkinga

Bercoperweg 18, Makkinga

Bercoperweg 18, Makkinga

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Geldend planologisch regime 1.3 Leeswijzer

7 7 8 8

Hoofdstuk 2 Beleid 2.1 Rijk 2.2 Provincie 2.3 Gemeente 2.4 Conclusie beleid

9 9 10 11 12

Hoofdstuk 3 Projectbeschrijving 3.1 Huidige situatie 3.2 Toekomstige situatie

13 13 13

Hoofdstuk 4 Onderzoeksaspecten 4.1 Archeologie 4.2 Bodem 4.3 Cultuurhistorie 4.4 Ecologie 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geluid 4.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Milieuzonering 4.10 Verkeer en Parkeren 4.11 Water 4.12 M.e.r.-beoordeling

15 15 15 15 16 18 20 20 21 22 22 22 23

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25 25 25

Bijlagen

26

Bijlage 1

Watertoets

27

Bijlage 2

Vooroverlegreacties

36

3

Bercoperweg 18, Makkinga

4

Bercoperweg 18, Makkinga

Ruimtelijke onderbouwing

5

Bercoperweg 18, Makkinga

6

Bercoperweg 18, Makkinga

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente Ooststellingerf heeft op 26 juli 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning met bijgebouw op het perceel Bercoperweg 18 in Makkinga. Stedenbouwkundig gezien is de positionering van het bijgebouw in de lengterichting wenselijk, Daardoor past het bijgebouw echter niet meer binnen het bouwperceel zoals dat in de beheersverordening 'Overige dorpen 2014' is aangegeven. De gemeente heeft op 25 augustus 2021 een principebesluit genomen om medewerking te verlenen aan gedeeltelijke plaatsing van het bijgebouw buiten het bestaande stedelijk gebied. Om deze afwijking juridisch planologisch mogelijk te maken moet een aanvraag omgevingsvergunning worden ingediend Dit gebeurt middels een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure (conform artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de WABO). Voor deze WABO-procedure is een zogeheten 'goede ruimtelijke onderbouwing' noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijk onderbouwing voorziet daarin.

Figuur 1: huidige situatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het projectgebied wordt begrensd door de Bercoperweg in het zuiden. Ten oosten van de gronden staan enkele woningen en bebouwing die bij het plaatsje Makkinga horen. Ten noorden ligt voornamelijk weiland met nog een paar woningen ten het westen van het projectgebied.

7

Bercoperweg 18, Makkinga

1.2

Geldend planologisch regime

De nieuwe woning valt geheel binnen het verordeningsgebied van de beheersverordening 'Overige dorpen 2014', vastgesteld op 20 mei 2014, en binnen de begrenzing van 'woningbouwlocatie 1' dat de bouw van de woning toestaat. Het bijhorende bijgebouw van de woning valt echter deels buiten de bestemming 'woningbouwlocatie 1' en deels in de bestemming 'landschappelijke en natuurlijke waarden'. Het bijgebouw is daardoor in strijd met de beheersverordening en zal er moeten worden afgeweken van de verordening.

1.3

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk is het ruimtelijk beleid van Rijk, provincie en gemeente beschreven. Hoofdstuk 3, de projectbeschrijving, gaat in op de huidige en toekomstige inrichting van het projectgebied. Het vierde hoofdstuk is gewijd aan onderzoeksaspecten. De laatste twee hoofdstukken hebben betrekking op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief.

8

Bercoperweg 18, Makkinga

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijk

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. In zijn totaliteit kent de NOVI in totaal 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt.

Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.

Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de afwegingsprincipes benut worden. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Conclusie Het initiatief is niet strijdig met de NOVI. 2.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie artikel 1.1.1 Bro) mogelijk maakt.

9

Bercoperweg 18, Makkinga

Conclusie In deze ruimtelijke motivering zal beargumenteerd worden waarom het initiatief niet strijdig is met de ladder voor duurzame verstedelijking.

2.2

Provincie

2.2.1

Streekplan Fryslân 2007

Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân 2007 'Om de kwaliteit van de romte', dat is vastgesteld op 13 december 2006. De provincie zet in op het versterking van stedelijke gebieden, onder andere door het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en een duurzaam ruimtegebruik. De ontwikkeling van een woning met bijgebouw in het stedelijk gebied past binnen deze ambitie. Het bijgebouw komt circa 115 m2 buiten de woningbouwlocatie. Hiermee veroorzaakt de bebouwing geen noemenswaardige afwijking van de ambitie. Conclusie Gezien het voorgaande is de conclusie dat het project in overeenstemming is met Streekplan Fryslân 2007. 2.2.2

Verordening Romte Fryslân

Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In deze verordening is het beleid, zoals verwoord in het Streekplan, vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Indien dit niet mogelijk is, kan aansluitend op bestaand stedelijk gebied een uitbreidingslocatie worden toegestaan. Volgens de verordening valt de locatie binnen het bestaand stedelijk gebied. Bij recht kan er een woning worden toegevoegd. Alleen het bijgebouw valt gedeeltelijk buiten het bestaande stedelijke gebied. Hierbij wordt echter direct aangesloten op het stedelijke gebied en dit veroorzaakt geen significante verstoringen in de ruimtelijke ordening. Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met de Verordening Romte Fryslân 2014. 2.2.3

Omgevingsvisie Fryslân 2020

Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving in de provincie Friesland is opgenomen in de Omgevingsvisie die op 23 september 2020 door Provinciale Staten van Friesland is vastgesteld. Hierin is het beleid vastgelegd voor de inrichting en het beheer van de leefomgeving in de provincie. Voor een bijdrage aan een duurzame ontwikkeling in de provincie wordt naar een goede balans tussen leefbaarheid, milieu en economie gezocht. Daarbij zullen de volgende doelstellingen worden nagestreefd: 4. 5.

een duurzame economische structuur: concurrerend, bereikbaar en toekomstbestendig; een duurzame, aantrekkelijke, leefbare en veilige leefomgeving in sterke steden en vitale dorpen en omgeven door een mooi landschap.

Bij de uitvoering van beide doelen staat duurzame ontwikkeling centraal. Opgave 1 van de Omgevingsvisie gaat over de leefbaarheid vitaliteit en bereikbaarheid van de provincie. De realisatie van een woning binnen reeds bebouwd gebied sluit hier goed bij aan. Toekomstbestendig In dit plan zal het bijgebouw voor een gedeelte buiten het daarvoor bestemde bestemming gebouwd worden. De bouw van een woning in het dorp Makkinga past binnen de ambitie om de omgeving veerkrachtig en vitaal te houden. De bouw van woningen in de dorpen is een manier om de dorpen leefbaar te houden. Het voornemen sluit dan ook aan op de ambitie om in Friesland een vitaal en samenhangend netwerk van steden en dorpen te creëren.

10

Bercoperweg 18, Makkinga

Karakteristiek Een van de doelen van de omgevingsvisie is het herkenbaar houden van de ontstaansgeschiedenis en de landschapstypen. Het bijgebouw ligt bij het voornemen in de lijn met de bestaande bebouwing van het dorp Makkinga. De woning zelf sluit aan bij de bestaande bebouwing. Vanwege de ligging van de woning in het dorp zal de nieuwe bebouwing niet storend zijn voor de het karakteristieke beeld van de omgeving. Conclusie Gezien het voorgaande is de conclusie dat het project in overeenstemming is met het provinciale beleid.

2.3

Gemeente

2.3.1

Omgevingsvisie Ooststellingwerf

Op 23 November 2021 heeft de gemeente Ooststellingwerf een omgevingsvisie vastgesteld. Deze visie geeft het toekomstbeeld en de ambities van de gemeente weer. In dit toekomstbeeld wordt er mede gesproken over de vitaliteit van Ooststellingwerf. Hierbij wordt verwezen naar de woonvisie van de gemeente die in paragraaf 2.3.2 wordt behandeld . In de woonvisie zelf wordt gesproken over de ambitie om te voorzien in voldoende woningen en voldoende woningen op maat. De gemeente vindt het belangrijk dat er mogelijkheden zijn om in alle dorpen als starter een woning te vinden. En later als oudere te verhuizen naar een levensloopbestendige woning. Zodat jong en oud zo lang mogelijk in hun eigen dorp kunnen (blijven) wonen. De gemeente staat open voor nieuwe woonvormen zoals tiny houses, kangoeroewoningen of een knarrenhof, als daar vraag naar is. Ook biedt de gemeente ruimte aan mantelzorgwoningen. De bouw van het bijgebouw is onderdeel van de bouw van een woning. Als onderdeel van de bouw van een woning draagt de bouw van het bijgebouw aan de ambitie van de omgevingsvisie Ooststellingwerf. Het bijgebouw staat voor een deel buiten de woningbouwlocatie. Wel sluit het aan op de bestaande bebouwing Conclusie Het initiatief is niet in strijd met de Omgevingsvisie Ooststellingswerf 2.3.2

Woon(zorg)visie 2022-2026

Op 25 januari 2022 is de Woon(zorg)visiie Ooststellingwerf 2022-2026 vastgesteld. De woonvisie beschrijft de visie van de gemeente Ooststellingwerf op degewenste ontwikkeling van de woningmarkt in de kernen. De gemeente wil een belangrijke sturende en regisserende rol spelen op de woningmarkt, zeker omdat zij op dit moment voor een aantal grote opgaven staan. Als gemeente betekent dit dat de gemeente op verschillende manieren invloed uitoefent: vaak regisserend en stimulerend, soms meer faciliterend (waarmee de gemeente aansluiten bij haar roldefinitie in de Visie op de samenleving). Deze inzetmoet eraan bijdragen dat Ooststellingwerf een fijne plek blijft om te wonen voor iedereen. Deze woon(zorg)visie geeft voor de komende jaren hiervoor de kaders aan. Ten aanzien van woningbouw is de ambitie: "Het aantal huishoudens in Ooststellingwerf zal blijven groeien. Daarom werken we aan een versnelling van de woningbouw. Tot 2030 zetten we in op een groeiscenario van 520 woningen om de druk op de huidige markt te verlichten en kansen van economische voorspoed te verzilveren. We zoeken mogelijkheden voor versnelling in productie op korte termijn. Vervolgens voegen we woningen gefaseerd toe zodat we tijdig kunnen op- en afschalen, afhankelijk van de behoefte." Planmatige nieuwbouw vindt vooral plaats in de kerndorpen (Oosterwolde, Appelscha, Haulerwijk), Donkerbroek en Oldeberkoop.

Met de oveige dorpen zoekt de gemeente kansen voor toevoegingen aansluitend bij de ruimtelijke mogelijkheden en aard en schaal van het dorp. In het principebesluit heeft de het college aangegeven dat het voorliggende initiatief om een woning toe te voegen, met een bijgebouw, een inbreidingslocatie betreft. De ruimtelijke kwaliteit zal bij de bouw behouden blijven, zodat de bouw hiermee binnen de ambitie van het college valt. In het vigerende beheersverordening is de bouw van de woning reeds mogelijk. Het enige onderdeel van het voornemen wat in strijd is met deze verordening is dat het bijgebouw voor een deel buiten de woningbouwlocatie valt. Als onderdeel van de ambitie om een woning te realiseren is het bijgebouw in overeenstemming met de woonvisie.

11

Bercoperweg 18, Makkinga

Conclusie Het project is in overeenstemming met de Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022-2026.

2.4

Conclusie beleid

Het voornemen voldoet aan het landelijke, provinciale en gemeentelijke beleid.

12

Bercoperweg 18, Makkinga

Hoofdstuk 3 3.1

Projectbeschrijving

Huidige situatie

Het projectgebied ligt westelijk van het centrum van Makkinga aan de Bercoperweg. Het perceel is bestemd voor woningbouw en heeft ter plaatse van een deel van het te bouwen bijgebouw een agrarische bestemming. Op het moment is het perceel onbebouwd. Het projectgebied is aan weerszijden omgeven door woningen.

Figuur 2 : afbeelding huidige situatie augustus 2009 (bron: Streetview)

3.2

Toekomstige situatie

In de nieuwe situatie zal de bouwbestemming benut worden. Er komt één woning op het perceel met een vrijstaand bijgebouw. Hieronder is een inrichtingsschets van de toekomstige situatie opgenomen.

Figuur 3: inrichtingsschets nieuwe situatie (bron: Kok Bouwadvies) De woning op het bovenstaande plaatje is al mogelijk onder de vigerende beheersverordening. Het bijgebouw valt grotendeels buiten de gronden waarop het gebouwd mag worden. Dit bijgebouw is wel een functioneel onderdeel van de te bouwen woning. Om het bijgebouw te realiseren hoeft er slechts voor een gedeelte van de vigerende verordening afgeweken te worden.

13

Bercoperweg 18, Makkinga

De gemeente adviseert om een fysieke erfafscheiding, bestaande uit beplanting, aan de oostzijde van het bouwperceel aan te brengen - tussen het nieuwe bijgebouw en het aanliggende perceel. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een houtwal die doorloopt van de weg tot de achtergevel van het bijgebouw.

14

Bercoperweg 18, Makkinga

Hoofdstuk 4 4.1

Onderzoeksaspecten

Archeologie

Wettelijk kader De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt en wijzigt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het projectgebied te bevatten. Voor zover in een projectgebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook aangegeven te worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Afweging Het voornemen voor de bouw van het bijgebouw leidt tot graafwerkzaamheden.

Op grond van het gemeentelijke archeologiebeleid heeft het betreffende perceel een lage archeologische verwachtingswaarde, bij een lage archeologische verwachtingswaarde is een archeologische vooronderzoek volgens de Nota Archeologie niet vereist. In de bijlagen van de toelichting beheersverordening 'Overige dorpen 2014' is aangegeven dat een archeologisch onderzoek pas nodig is vanaf een bebouwd oppervlak van meer dan 2.500 m2 . Het te bouwen bijgebouw heeft een bebouwd oppervlak van 150 m2 , waardoor een archeologisch onderzoek op voorhand niet nodig is. Conclusie Het project is in overeenstemming met het archeologiebeleid.

4.2

Bodem

Wettelijk kader Voor de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk project moet men de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk maken. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het projectgebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig moet zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie. Afweging De voorgenomen functie van een schuur is geen gevoelig object. Er hoeft voor de bouw van dit bijgebouw dan ook geen bodemonderzoek gedaan te worden. De beheersverordening verplicht ook niet tot het uitvoeren van een bodemonderzoek. Conclusie Een bodemonderzoek voor de bouw van het bijgebouw is niet noodzakelijk.

4.3

Cultuurhistorie

Wettelijk kader De Erfgoedwet bundelt een aantal wetten op het terrein van cultureel erfgoed. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast moet

15

Bercoperweg 18, Makkinga

ieder ruimtelijk plan een analyse van de overige cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, moet op grond van voorgaande dan ook aangegeven worden op welke wijze met deze cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Ten aanzien van cultuurhistorie hanteert de gemeente Ooststellingwerf de 'Archeologische Monumentenkaart gemeente Ooststellingwerf'. Ook wordt de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) van de provincie Fryslân gehanteerd. Van de gemeentelijke kaart is hieronder een uitsnede weergegeven met daarbij het plangebied in het rode kader. Uit de cultuurhistorische kaart volgt dat ter plaatse van het projectgebied geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

Figuur 4. Uitsnede Cultuurhistorische kaart (bron: gemeente Ooststellingwerf) Verder volgt uit de FAMKE dat in de omgeving van het projectgebied meerdere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn. Dit voornemen voor de bouw van een bijgebouw heeft geen invloed op de aanwezig cultuurhistorische waarden. De verkaveling van het gebied blijft in tact. Conclusie Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat het milieuaspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor het voornemen. De ontwikkeling is immers van een zodanige aard dat de cultuurhistorische waarden niet worden aangetast. Het project is dus voor het aspect cultuurhistorie uitvoerbaar.

4.4

Ecologie

Inleiding Voor het projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van natuurbescherming relevant: de Wet natuurbescherming (Wnb) en de provinciale Omgevingsvisie en -verordening. De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden. In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied.

16

Bercoperweg 18, Makkinga

Toetsing Vanwege de aard, omvang en locatie van de ingreep is geen Quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) uitgevoerd. Door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs is op basis van de beschikbare gegevens uit de NDFF en foto's en de kennis over leefgebieden van soorten een inschatting gemaakt van de natuurwaarden in het plangebied. Tevens is gekeken naar de effecten op beschermde gebieden in de omgeving.

Figuur 5. Locatie bijgebouw (bron: opdrachtgever) Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4); dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde 'lijst met vrijstellingen' opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Conclusie Gezien de inrichting en het gebruik van het gebied worden alleen enkele exemplaren van grondgebonden zoogdieren en amfibieën in het plangebied verwacht. Als gevolg van de werkzaamheden kunnen verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zoals huisspitsmuis en bruine kikker) worden verstoord of verdwijnen, mogelijk kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. Deze soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht.

Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden opgestart, kunnen nesten van broedvogels in de directe omgeving worden verstoord. Het is verboden nesten van vogels (indien nog in functie) te

17

Bercoperweg 18, Makkinga

vernietigen of te verstoren. Om een verbodsovertreding te voorkomen, dient bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van broedvogels. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het is van belang of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt echter dat het broedseizoen van ongeveer 15 maart tot 15 juli loopt. Gebiedsbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. Wet natuurbescherming In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ca 2.5 km afstand. Het bouwwerk krijgt een omvang van 16 x 9 meter. Het bouwwerk zal op een betonnen fundering gebouwd worden van 20 cm dik. De wanden zullen deels opgetrokken worden uit metselwerk en deels uit hout. Het dak zal gerealiseerd worden uit sandwichpanelen.

Naar verwachting zal tijdens de bouw uitsluitend emissie van stikstofoxiden plaatsvinden als gevolg van verkeersbewegingen die materiaal voor de bouw aanvoeren naar uw locatie. Naar verwachting zullen de onderstaande verkeersbewegingen plaatsvinden: -

2 x een betonauto;

-

1 x levering van sandwichpanelen;

-

5 x lichte verkeersbewegingen gerelateerd aan klein materiaal en metselspecie;

-

De bakstenen ten behoeve van het metselwerk zijn reeds aanwezig.

De bouwwerkzaamheden worden door initiatiefnemer zelf uitgevoerd waarbij uitsluitend elektrische gereedschappen, waaronder een betonmolen voor het draaien van het cement, gebruikt zullen worden. De provincie heeft aangegeven dat op grond van bovenstaande beschrijving en de locatie van het project ten opzichte van Natura-2000 gebieden met stikstof overbelastte habitattypen met zekerheid kan worden aangenomen dat het project geen significant negatieve effecten heeft op Natura-2000 gebieden. Derhalve geldt geen vergunningplicht gerelateerd aan de emissie van stikstof voor de Wet Natuurbescherming. Een AERIUS berekening is in dit geval ook niet noodzakelijk. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN – de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN is voor Fryslân uitgewerkt in de omgevingsverordening Romte 2014.

Weidevogelgebieden Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogels. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. Conclusie Beschermde gebieden liggen op zodanige afstand van het projectgebied dat een nadere analyse in het kader van de gebiedenbescherming van de Wnb of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. Het plan heeft geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Voor deze activiteit is daarom geen vergunning op grond van de Wnb nodig. Het plan is daarnaast op het punt van provinciaal natuurbeleid niet in strijd met de Provinciale Omgevingsverordening.

4.5

Externe veiligheid

Wettelijk kader

18

Bercoperweg 18, Makkinga

Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op 27 oktober 2004 zijn het Bevi en de Regeling externe veiligheid inrichtingen van kracht geworden. In het Bevi zijn risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot inrichtingen met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaarcontour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.

Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Onderzoek De berging bij de woning is een bijgebouw. Dit is op zich geen kwetsbaar object zoals wordt bedoeld in de Bevi. Onderzoek naar de externe veiligheid is daarom ook niet noodzakelijk. Zelfs als het bijgebouw beoordeeld zou worden als onderdeel van een samenhangend voornemen om een woonfunctie te realiseren is vormt het milieuaspect externe veiligheid geen obstakel. Uit de risicokaart (riscokaart.nl), waarvan hieronder een uitsnede, blijkt dat in de omgeving geen risicobronnen aanwezig zijn. De meest nabijgelegen risicobron betreft de provinciale weg N351 op meer dan 800 m afstand.

Zodoende bevindt de projectlocatie zich niet in het invloedsgebied van deze weg. Een andere risicobron betreft een inrichting op meer dan 900 meter afstand en vormt vanwege de afstand ook geen risico voor de planlocatie. Overige risicobronnen bevinden zich op dusdanige afstand dat er geen sprake is van enige vorm van risico.

19

Bercoperweg 18, Makkinga

Figuur 6. Uitsnede risicokaart met in de blauwe cirkel het projectgebied (bron: risicokaart.nl) Conclusie Gezien de bovenstaande analyse vormt het milieuaspect externe veiligheid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit project.

4.6

Geluid

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) stelt dat een akoestisch onderzoek nodig is wanneer een geluidgevoelig gebouw, zoals een woning, gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidzone. Afweging Een bijgebouw is geen geluidsgevoelig object. Een geluidsonderzoek is voor dit project dan ook niet noodzakelijk. Conclusie Het project is niet in strijd met het milieucriterium geluid.

4.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als

20

Bercoperweg 18, Makkinga

nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.

Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?

In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. Afweging 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? De eerste vraag bij de Laddertoets is of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 1.1.1 van het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen" Het project bevindt zich in de bebouwde kom van het dorp Makkinga. Conform het geldende planologische regime valt een deel van het bijgebouw buiten het stedelijk gebied. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt echter dat plannen voor niet meer dan elf woningen niet als woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 van het Bro worden beschouwd. Omdat het project bestaat uit enkel de bouw van het bijgebouw is het niet van een zodanige omvang dat er gesproken kan worden van stedelijke ontwikkeling. Hoewel deze eerste vraag van de Laddertoets ontkennend is, en het verder doorlopen van de Laddertoets niet noodzakelijk is, volgt ook uit jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2015:2921) dat wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd zal moeten worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is.

Dat houdt onder andere in dat de behoefte moet worden aangetoond. Ten aanzien van die behoefte geldt dat in paragraaf 2.3.2 (Woon(zorg)visie Ooststellingwerf 2022 - 2026) hieraan reeds aandacht is besteed. Conclusie Gesteld kan worden dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Omdat de eerste vraag van de Laddertoets ontkennend is, is het verder doorlopen van de Ladder niet noodzakelijk. De Ladder is dus niet van toepassing op het project. In het kader van een goede ruimtelijke ordening toont deze motivering aan dat de ontwikkeling wel leidt tot een zorgvuldige benutting van de ruimte en in die zin in overeenstemming is met de Ladder.

4.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Ook plannen die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een plan sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een stijging van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In 2015 is door InfoMil een onderzoek uitgevoerd naar de verhouding tussen de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht. Uit de resultaten hiervan blijkt dat de concentratie PM10 en PM2,5 in de lucht sterk samenhangen.

Op basis hiervan merkt InfoMil op dat "wanneer wordt voldaan aan de maatgevende grenswaarde voor PM10, vrijwel altijd ook wordt voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5".

21

Bercoperweg 18, Makkinga

Voor woningbouwlocaties is een nibm-grens opgenomen van 1.500 woningen, bij minimaal één ontsluitingsweg, en 3.000 woningen, bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Een ontwikkeling die kleiner is dan deze grenzen, is in beginsel 'niet in betekenende mate' Afweging Het project gaat over de bouw van een bijgebouw bij een woning. Een bijgebouw is geen gevoelig object. Zelfs als het bijgebouw als onderdeel van de woning gerekend wordt voldoet het voornemen aan de luchtkwalitetiseisen. Het aantal (toegestane) woningen blijft hetzelfde. Hiermee valt het project ruimschoots onder de nibm-grens van 1.500 woningen en kan daarmee als 'niet in betekenende mate' van invloed op de luchtkwaliteit worden beschouwd. Conclusie Het milieuaspect Luchtkwaliteit vormt geen obstakel voor het project.

4.9

Milieuzonering

Wettelijk kader Milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Het doel hiervan is om reeds in ruimtelijke plannen milieuhinder bij woningen te voorkomen en tegelijkertijd aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun bedrijfsactiviteiten. Regels voor milieuzonering zijn opgenomen in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering', editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot woningen per bedrijfstype aangegeven. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige wijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kan gemotiveerd een kleinere richtafstand worden aangehouden, omdat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting aanwezig is. Afweging In het project gaat het om de bouw van een bijgebouw bij een woning. Een bijgebouw is geen milieugevoelig object zoals bedoeld in VNG-brochure.

De eisen van de milieuzonering vormen daarmee dan ook geen obstakel voor bouw van het bijgebouw bij de woning. Conclusie Het project in overeenstemming met de eisen van milieuzonering.

4.10 Verkeer en Parkeren Het bijgebouw is een bijgebouw voor de woning en zal zelf geen verkeer of parkeerbehoefte genereren. Omdat het project geen verandering teweeg brengt aan verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is het project niet in strijd met de goede ruimtelijke ordening in verband met het aspect verkeer en parkeren.

4.11 Water Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Het is verplicht plannen te toetsen op wateraspecten. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Voor dit plan is daarom een watertoets uitgevoerd. Het resultaat van de watertoets is bijgevoegd als Bijlage 1 Watertoets. De locatie valt binnen het beheergebied van Wetterskip Fryslân. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Toename verharding

22

Bercoperweg 18, Makkinga

Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Het project voor het bouwen van een bijgebouw zal niet leiden tot het verharden van meer dan 200 m2 grond. Een watervergunning is dan ook niet noodzakelijk in dit geval. Wel moet de toename van de verharding worden gecompenseerd. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Er kan in dit geval gebruik worden gemaakt van de bestaande sloot die langs het perceel loopt. Deze kan worden verbreed of verdiept. Toets waterschap Het Waterschap heeft per e-mail aangegeven geen opmerkingen te hebben over de waterparagraaf. Conclusie Het project is in overeenstemming met de watereisen.

4.12 M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. M.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld aan de vaststelling van een structuurvisie, aan een bestemmingsplan of aan het verlenen een vergunning. In het Besluit m.e.r. zijn in de bijlage onderdeel C en D activiteiten opgenomen, waarbij op grond van artikel 7.8b van de Wet milieubeheer besloten moet worden of bij de voorbereiding van het plan of besluit voor die activiteiten een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Afweging Het bouwen van een bijgebouw bij een woning staat niet beschreven in het Besluit m.e.r. zijn in de bijlage onderdeel C en D. Er is voor dit project dan ook geen m.e.r. rapportage verplicht. Conclusie Het project is niet m.e.r. (beoordelings)plichtig.

23

Bercoperweg 18, Makkinga

24

Bercoperweg 18, Makkinga

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling vindt plaats door een particuliere initiatiefnemer. De gemeente Ooststellingwerf heeft hier geen financiële bemoeienis mee. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiervoor wordt een planschadeovereenkomst gesloten. Hiermee is de economische haalbaarheid voldoende gewaarborgd en wordt het voornemen uitvoerbaar geacht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het bestuurlijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerp aan de belanghebbende instanties worden voorgelegd voor een reactie. De ingekomen reactie van de provincie Fryslân van 17 maart 2022 is in Bijlage 2 bij de toelichting opgenomen. De provincie heeft geen opmerkingen. De brandweer Fryslân heeft op 2 maart 2022 gereageerd op de ruimtelijke onderbouwing. De reactie is te vinden in Bijlage 2. In zijn reactie geeft de brandweer advies over de risico’s en brandweerzorg. In dit advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. De reactie heeft geen betrekking op het bijgebouw. De vooroverlegreacties leiden niet tot aanpassing van de ruimtelijke onderbouwing. Burgers en maatschappelijke instanties worden tijdens de termijn van terinzagelegging van de ontwerp-omgevingsvergunning met bijlagen en ontwerp-verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad, in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken.

25

Bercoperweg 18, Makkinga

Bijlagen

26

Bercoperweg 18, Makkinga

Bijlage 1 Watertoets

27







   

      "# 

  

 ! 

$%&'&&(")*'+(&    ,  !   -.  /0 ,  1          .   2   ! "# 

)34(45)6&*4+6&$)7+(&



 











5*%&&+ ))*6&8(+6&5*% ,

   9 : '   4 !   

,

   9    : 0     -.  /0

,

   9  ;;

<, 6   

,

:



,   9   6 / ",,6! 

  2 :

9   :

;,

  /           ! -  ,

,

  /   ;;<1

1, (9 !  )  

:

     

:

  /  : 9 

, (   9 =

 

, %

    

,

/   $ 3  

 

 :

 ,

  /        : ,.   -   9 ,

, 

, 



=

/  /  ! /   

/  /  !  

<, ' /   





0! .  :

0! .  :

/  /  ! /  

 

0! .  :









,

        9   /       /  >    ! 9 : 

;, %

,

 . 0



9 9    /   ! 9  ! 2 

  0 

0! 

 9 !! :

1, 5   2 /  !   /   .    5)4/ 6)?&*         , , )

 / 0 /   6   )    / ;0             . 9 9  . 0 . 9/   3  9 1 '!! 4  . 9!   2         / . 0 . 9     / 9  0!6 / . 0 . 9 /    .  / . 9  2    . /     @)    <@     ,6   /           .       9 !        0!    / . 0 . 9.  / .      0! . ,)/     /    . . 9,A 0  .   9  2 0     9  ,

, 4  /   3  9 1 ,      /   1<+4'!!  , ?    '?%% , )  !/   .   1



<, + !     9     >           / >    ! 9 ,'B  .           '3, .    5)4/ 6)?&*       , , A

  



 

!  :

 











)34(456&%&%&5&+ ))*6&(6&7A&7?(4)6&*4+6&)6(% ,

    

,

 .   

 / 

6&+($4 ,

     50    0    ! .  ! . 0



         ,  2 ! 0 /    ! "# C  !D6   E,

  ! :

0 0  /  . 0     ,6 ! 0    !D6    E /  2 /     /        , 8  0         . 0!0      / / 9   9    F2   0!     9     G     , ) D   E        90      !     /  ,6   0  9 !  0   0!  .  ,   0 9         9   , 6   0  0        D   / E,? 0!. 0D/    E99 00  9/ ,



  !  :

5   9 !2 /  / .0  9     ,3 0.   0   9    9 9  2   ! 9 9  9  !! ,4    /        ,5 )    !    999,    ! , ! 0 0  9     / .       F   / !G,= ! / !           ,

/       

 <











6 9   2     0!   /9.     / !9  H!9  9 ,   / 0. 0/ .     0!   9 ! 9   $     ,A    9          /  90  !     /  , )!                ,= !        2  !999,9   ! # , >    9       >  9    9   

+ 

 / 

09 0  2 !    9            /      / ,6  0! 9 !!    /  /  /  !             / 9 ,A      2             9 .     .    /  ,6  !      !  /  9  .  / .      9    00.!  9 /            , A       2 9              !   . 0   /     0! .       0! . 9. . 9 /,&   0         /9 9              9   ,6   !          /    B  ! 9 ,3 0/   B  ! 9 /  9 0           3 2 I /  .

 !!  "  . 2 J   I 5 0         , 8    /            /  !  0!, /! 0!    !       /   ,K  D$ 9   E                 ,(   9     B   ! 9   9. 0.       9  /               9                 9    . 0/ 9  / 9  , 3 ! 0!! D$     E        !         ,  0       0  9     /       9 ,

?

 0 



) !   !     !  9 9 !    L             /9  /   !  ,K   /   0!  / . . 9 . .  .    !   /     .       /          0!    ,'    /  ! 0   D6 "  !   E 999,  !   ,



 











 # !           9 ! 0      0  /  0  / >>999,9   ! # , >    > # !  



 ;









,

 .   



 / 

=  / .  ,



  ! :

 2 ! 0  /  . 0     .  9 !D6    E /  2 /    



  !  :

 /   !      2 /  .   . . 9   .  2       . . 9 ! F   0! . G  .   . . 9 ! F  0! . G       /, 6  !     !  /  9  .  /  .     9    00.!  9 /           ,

/    '    /  ! 0     $     F   <,,;G/ >>999,9   ! # , >  >    9      > 9   M,



 





Bercoperweg 18, Makkinga

Bijlage 2 Vooroverlegreacties

36

Gemeente OoststeIJinj

'gwerf j Ontvan«stdatum L • ■ r prbvinsje fryslan tryslan 2 2 MRT 2022 PrPvincie fryslan

Nummer

8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25

www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl

www.twitter.com/provfryslan

Onderwerp

O

’oT •S

*OOSTST3LLINGW3RF*

17 MAART 2022

Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)

uo

postbus 20120

College van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE

Leeuwarden, 16 maart 2022 Verzonden,

a <rd

Q.

01976603 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl

: advies vooroverleg omgevingsvergunning Bercoperweg 18 Makkinga

Geacht college, Op 17 februari 2022 is bovengenoemde voorontwerp omgevingsvergunning ter advisering ontvangen.

De provinciale belangen in de voorontwerp omgevingsvergunning zijn op een juiste wijze ver­ werkt.

De voorontwerp omgevingsvergunning geeft ook voor het overige geen aanleiding tot het ma­ ken van opmerkingen.

Hoogachtend,

Namens het college van Gedeputeerde Staten

V* dhr. A. Schepers afdelingshoofd Omgevingszaken

-1 /1 -

Ons kenmerk:

01976603

Toetsing 10 Blanco brief - 20083

Aan het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf T.a.v. L. Berends Postbus 38 8430 AA Ooststellingwerf

Datum 2 maart 2022 Onze referentie UIT/20083 Z/22/00008027 Uw referentie 19850

Postbus 612 8901 BK LEEUWARDEN T 088 22 99 666 F 088 22 99 661 I www.brandweerfryslan.nl E info@brandweerfryslan.nl

Behandeld door R. Reiker

Bijlagen 0

Doorkiesnummer 088-2298652 E-mail r.reiker@brandweerfryslan.nl

Uw brief van 17 februari 2022

Pand-ID 0085010000054295

Onderwerp Advies RO – Ruimtelijke onderbouwing – Woning met bijgebouw - Bercoperweg 18, Makkinga

Geacht college, Op 17 februari 2022 heeft Brandweer Fryslân uw bericht ontvangen met de mogelijkheid om advies te geven op een ruimtelijke onderbouwing om een woning met bijgebouw op de Bercoperweg 18 te Makkinga te kunnen realiseren. Ons belang is om de fysieke veiligheid en de brandweerzorg in Fryslân goed geregeld te hebben. De doelen die wij hiermee nastreven is het voorkomen en beperken van brand(gevaar) en slachtoffers en het borgen van een veilige en adequate incidentbestrijding. Daarom reageren wij middels dit advies op de toegezonden ruimtelijke onderbouwing. Situatie De gemeente Ooststellingerf heeft op 26 juli 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning met bijgebouw. Stedenbouwkundig gezien is de positionering van het bijgebouw in de lengterichting wenselijk. Daardoor past het bijgebouw echter niet meer binnen het bouwperceel zoals dat in de beheersverordening is aangegeven. Op het moment is het perceel onbebouwd. Het perceel is reeds bestemd voor woningbouw en heeft ter plaatse van een deel van de te bouwen bijgebouw een agrarische bestemming. In de nieuwe situatie zal de bouwbestemming benut zijn. Er komt één woning op het perceel met een vrijstaand bijgebouw. Het bijgebouw valt buiten de gronden waarop het gebouwd mag worden.

Uitwerking Het voorliggende advies betreft een advies op grond van de Wet veiligheidsregio’s in relatie tot omgevingsveiligheid en de brandweerzorg. Omgevingsveiligheid Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied geen knel-/ aandachtspunt met betrekking tot omgevingsveiligheid.

Toetsing 10 Blanco brief - 20083

Brief: UIT/20083 Z/22/00008027 Pagina 2 van 4

Externe veiligheid Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van risicovolle inrichtingen, buisleidingen met gevaarlijke stoffen en transportroutes met vervoer van gevaarlijke stoffen. Externe veiligheid is daarmee niet relevant. De toetsing en conclusie in de ruimtelijke onderbouwing is juist. Wij zien geen noodzaak tot het plaatsen van opmerkingen. Advies risico’s en brandweerzorg Brandweer Fryslân heeft de mogelijkheid een advies risico’s en brandweerzorg te geven in het kader van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. In een dergelijk advies komen aspecten aan bod die van belang zijn voor de basisbrandweerzorg. Hierbij valt te denken aan onder meer de opkomsttijd, de bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater en de zelfredzaamheid. Scenario ‘gebouwbrand’ Het relevante scenario is een gebouwbrand. Gelet op de aard van het bouwwerk is een volledig ontwikkelde brand van de gehele schuur een realistisch scenario. Een mogelijkheid is dat een dergelijke brand gevaar oplevert voor omliggende bouwwerken (zoals voor de woning). Bij dit scenario zal de inzet van de brandweer er primair op gericht zijn om branduitbreiding richting de omgeving te voorkomen en vervolgens om de brand te blussen. Opkomsttijd Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied een knel-/aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd.

Kader Volgens Dekkingsplan 2.0 van Brandweer Fryslân valt het plangebied onder brandrisicogebied 2, waarbij een norm van 12 minuten geldt voor de opkomsttijd. Hoe hoger de opkomsttijd, des de groter de kans dat het volledige pand verloren gaat. Ook de kans op een succesvolle redding van in nood verkerende personen neemt af naarmate de opkomsttijd toeneemt. Toets De berekende opkomsttijd voor het eerst aankomende blusvoertuig in het plangebied ligt nabij de 15 à 16 minuten en voldoet daarmee niet aan de geldende normen. Advies Brandweer Fryslân adviseert om: - Potentiële kopers te informeren over het knelpunt, zodat de verwachtingen van de brandweer bij brand realistisch zijn. Bereikbaarheid Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied geen knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid. Kader Om het bijgebouw te kunnen bereiken is een (openbare) weg nodig die meer dan 4,5 meter vrije breedte heeft en meer dan 4,2 meter vrije ruimte in de hoogte heeft, die in de breedte minimaal 3,25 meter verhard is en die berekend is op een totaalgewicht van 30

Toetsing 10 Blanco brief - 20083

Brief: UIT/20083 Z/22/00008027 Pagina 3 van 4

ton en een asbelasting van 11,5 ton. De benodigde bochtenstraal is R5.5 en R10. Om een brandweervoertuig te kunnen opstellen en om gebruik te maken van alle rondom aangebrachte materiaalkasten zijn deze afmetingen ook nodig. De brandweer hanteert als uitgangspunt voor de incidentbestrijding dat een locatie via een tweede onafhankelijke route benaderbaar moet zijn. Dit is noodzakelijk, omdat niet gegarandeerd kan worden dat de voor de hand liggende route altijd bruikbaar is. Tot slot moet bij bijgebouwen tot op 10 meter van de ingang opgesteld kunnen worden, zodat 50 meter inzetdiepte gegarandeerd is. Dit is van belang, omdat de lengte van de slang op een brandweerwagen 60 meter is. Toets Kijkende naar het plangebied:  is deze gelegen aan een breed aangelegde weg;  is deze via een tweede onafhankelijke route te benaderen;  is de ingang van het bijgebouw tot 10 meter te benaderen. De situatie voldoet daarmee aan de vereisten. Bluswater Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied een aandachtspunt met betrekking tot het bluswater. Kader Gewenst is dat binnen 6 minuten minimaal 1.000 l/min beschikbaar is voor de eerste brandbestrijding. Dit kan ten eerste gerealiseerd worden door af te leggen op een brandkraan met een opbrengst van minimaal 60 m3/uur die op maximaal 100 meter van de opstelplaats ligt.

Ook kan het via geschikt openwater dat op maximaal 8 meter van de opstelplaats ligt, waarbij de geschiktheid afhankelijk is van factoren zoals begroeiing en waterspiegel. Daarnaast is het gewenst dat in geval van een sterk escalerende brand er binnen 1.000 meter openwater aanwezig is, zodat binnen 60 minuten inzet van het grootschalig watertransport mogelijk is. Toets Kijkende naar de eerste brandbestrijding in het plangebied ligt er, vanaf de perceelsgrens gerekend, op 60 à 70 meter afstand een brandkraan op een waterleiding met voldoende diameter. De situatie voldoet daarmee - voor wat betreft de eerste brandbestrijding - aan de vereisten. In geval zich een sterk escalerende brand voordoet, dan is er niet binnen 1.000 meter geschikt openwater aanwezig en kan binnen 60 minuten grote hoeveelheid bluswater door het grootschalig watertransport geleverd worden. De situatie voldoet daarmee - voor wat betreft een escalerende brand - niet aan de vereisten. In dat geval zal de brand geblust moeten worden met de hoeveelheid water dat door de brandkranen geleverd wordt. Extra bluswater zou ook door waterwagens geleverd kunnen worden.

Toetsing 10 Blanco brief - 20083

Brief: UIT/20083 Z/22/00008027 Pagina 4 van 4

Advies Brandweer Fryslân adviseert om: - kennis te nemen van het feit dat er geen geschikt openwater voor het grootschalig watertransportsysteem. Zelfredzaamheid Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied geen knel-/ aandachtspunt met betrekking tot zelfredzaamheid. Kader Van belang is dat personen in de gelegenheid zijn om zich tijdig in veiligheid te brengen indien zich een incident voordoet. Toets In de meegezonden documentatie is niks gevonden dat duidt op een mogelijk beperkende zelfredzaamheid. Eindadvies Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen het initiatief. Wel voorzien wij in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd en het bluswater. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn onder de kop ‘uitwerking’ van deze brief adviseert Brandweer Fryslân daarom om: - Potentiële kopers te informeren over het knelpunt ‘opkomsttijd’, zodat de verwachtingen van de brandweer bij brand realistisch zijn. - kennis te nemen van het feit dat er geen geschikt openwater voor het grootschalig watertransportsysteem. Mocht u naar aanleiding van deze brief een nadere toelichting willen, dan kunt u hiervoor contact opnemen met de behandelaar. De contactgegevens vindt u bovenaan deze brief. Graag willen wij van u vernemen hoe ons advies binnen uw organisatie wordt verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=d8a42116-d2a7-4149-ac2c-d1cd1ebbdf9f