Bijlage 3 - Nota van Uitgangspunten Biobased Economy
Tekst van het document
Beleidsstrategie Biobased Economy Ooststellingwerf Nota van Uitgangspunten
Versie: definitief concept, Versie 1.4, d.d. 20 september 2015
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Inhoud 1
2
3
4
5
Inkadering Biobased Economy ............................................................................................... 3 1.1
Wat wil Ooststellingwerf met de biobased economy ............................................................. 3
1.2
Biobased Economy in breder perspectief ............................................................................... 3
Internationaal en nationaal beleid ......................................................................................... 5 2.1
Biobased economy in Europa .................................................................................................. 5
2.2
Biobased economy in Nederland ............................................................................................ 5
2.3
Biobased economy in Noord Nederland en Friesland ............................................................. 6
Uitgangspunten beleidsvisie Ooststellingwerf ........................................................................ 8 3.1
Inkadering Ooststellingwerf in Noord Nederland ................................................................... 8
3.2
Uitgangspunten en keuzes voor de beleidsvisie ..................................................................... 8
3.3
Instrumenten gemeentelijk beleid ........................................................................................ 10
Strategie-richtingen ............................................................................................................ 12 4.1
Algemeen............................................................................................................................... 12
4.2
Sectorspecifiek ...................................................................................................................... 12
4.2.1
Agro & food ................................................................................................................... 12
4.2.2
Bouw .............................................................................................................................. 13
4.2.3
Recreatie & toerisme..................................................................................................... 14
Vervolgproces ..................................................................................................................... 15 5.1
Algemeen............................................................................................................................... 15
5.2
Planning ................................................................................................................................. 15
Bijlage 1: Fondsen en subsidies ................................................................................................... 16
2
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
1
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Inkadering Biobased Economy
1.1 Wat wil Ooststellingwerf met de biobased economy De laatste 5 jaar is er in Nederland volop aandacht voor de biobased economy. In deze economie wordt niet langer gebruik gemaakt van fossiele en niet hernieuwbare grondstoffen, maar worden productieprocessen gericht op hernieuwbare grondstoffen, biomassa, voor de productie van nietvoedsel toepassingen. Deze filosofie sluit aan bij de koers die Ooststellingwerf heeft ingezet om te komen tot een duurzame economie binnen haar gemeente. In de Kaderbrief 2016-2019 zijn de strategische programma’s beschreven die centraal staan in het beleid van de gemeente. Binnen het Programma Ruimtelijke en Economische ontwikkeling is één van de deelthema’s het ontwikkelen van een biobased economy. De gemeente legt hierbij de nadruk op de volgende sectoren: Agro/Food, Bouw en Recreatie & Toerisme. Doel van de gemeente is om te komen tot een verduurzaming van bedrijven en bedrijfsprocessen, waarbij door middel van het aanbrengen van focus op de drie genoemde sectoren specialisatie ontstaat en door middel van profilering en positionering extra werkgelegenheid binnen de gemeentegrenzen kan worden gerealiseerd. Bij het werken aan een biobased economie gaan een duurzame leefomgeving en het creëren van extra werkgelegenheid hand in hand.
Om dit proces te versnellen heeft de gemeente besloten om een beleidsvisie te formuleren op het gebied van de biobased economy. In deze beleidsvisie worden de contouren geschetst voor de strategie van de gemeente Ooststellingwerf om te komen tot deze biobased economy en de wijze waarop de gemeente hieraan haar bijdrage wil gaan leveren. In het proces om te komen tot deze strategie worden in dit document allereerst de relevante ontwikkelingen op Europees en nationaal niveau in beeld gebracht, worden de keuzes die gemaakt moeten worden ten aanzien van de Uitgangspunten voorgelegd en worden de eerste aanzetten gegeven voor de mogelijke strategielijnen.
1.2 Biobased Economy in breder perspectief In de biobased economy wordt er gebruik gemaakt van biomassa. Het gaat hierbij om 1e generatie biomassa (gewassen), tweede generatie, zoals afval dat vrijkomt uit de veeteelt en akkerbouw en derde generatie materiaal zoals zeewier en algen. In Ooststellingwerf richten we ons op het 1e en 2e generatie materiaal. De biobased economy richt zich op toepassingen waarbij geen andere duurzame alternatieven voor handen zijn en waarbij altijd biomassa is betrokken. Biomassa vervangt fossiele grondstoffen bij toepassingen, zoals bij bouwmaterialen, plastics, cosmetica en medicijnen Het opwekken van energie door middel van zon of wind behoort dus niet bij de Biobased Economy. In een biobased economy zijn er ook minder grondstoffen en energie nodig om producten te maken doordat deze door innovatie in productieprocessen minder nodig zijn. De consument vraagt steeds vaker om deze duurzame producten, wat past bij de bredere trend om te komen tot een Biobased Society en uiteindelijk tot een Circulaire Economie. Er wordt in een circulaire economie een belangrijk onderscheid gemaakt tussen producten die er zijn voor de consumptie (consumables- biological nutrients) en producten die er zijn voor de lange 3
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
termijn (durables-technical nutrients) (Ellen Mac Arthur Foundation). Dit wordt in het onderstaande schema geïllustreerd:
De circulaire economie richt zich bij duurzame producten zoals in het schema te zien is, in eerste instantie op hergebruik van producten, vervolgens op hergebruik van materialen en tenslotte op hergebruik van grondstoffen. Daarnaast worden producten zo gemaakt dat ze gemakkelijk te zijn hergebruiken (demontabel ontwerpen). De samenstelling van consumptieproducten is zoveel mogelijk biologisch afbreekbaar. Het gedachtegoed van een circulaire economie gaat echter nog verder. Zo wordt er bijvoorbeeld uitgegaan van gebruik in plaats van bezit van zaken zoals auto’s en andere apparaten, waardoor er absoluut gezien minder materialen nodig zijn. Deze deel-economie vereist een mind-shift bij de meeste mensen. Door middel van het werken aan een biobased economy wil Ooststellingwerf een aanzet geven om uiteindelijk te komen tot een economie binnen haar gemeentegrenzen die meer circulair van aard is.
4
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
2
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Internationaal en nationaal beleid
2.1 Biobased economy in Europa De aandacht voor de biobased economy is op Europees niveau en binnen Nederland bijna gelijktijdig ontstaan. De Europese lange termijn strategie is op het gebied van de biobased economy uitgewerkt in een Mededeling van de Europese Commissie van februari 2012 getiteld Innovatie voor duurzame groei: een bio-economie voor Europa.1 De bio-economie wordt gezien als perspectief voor het behoud en de totstandbrenging van economische groei in onder meer plattelandsregio’s, een vermindering van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een duurzamere primaire productie en verwerking.2 Uitvoering van deze strategie vindt op het gebied van de biobased economy onder meer plaats via de publiek private samenwerking BRIDGE (Biobased and Renewable Industries for Development and Growth in Europe). Binnen BRIDGE wordt door een groep van 50 innovatieve Europese bedrijven gewerkt om bruggen te slaan tussen de wetenschap en het bedrijfsleven. Demonstratieprojecten moeten ervoor zorgen dat kennis daadwerkelijk wordt omgezet in innovatie. Sectoroverschrijdend denken en multidisciplinair onderzoek is hierbij belangrijk.
2.2 Biobased economy in Nederland De integrale middellange termijn visie van de rijksoverheid is neergelegd in de Hoofdlijnennotitie Biobased Economy. Deze notitie maakt onderdeel uit van de Kamerbrief Bedrijvenbeleid in Uitvoering (voortgang implementatie topsectorenbeleid) en geeft de middellange termijnvisie van het kabinet weer op de hele keten van biobased economy, van duurzame biomassavoorziening tot biobased toepassingen. Het kabinet wil topsectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt, nog sterker maken. Ondernemers en wetenschappers van de 9 topsectoren werken samen in Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI). In deze TKI’s zoeken ze naar manieren om vernieuwende producten of diensten op de markt te brengen. Om dat te bereiken, werken overheid, bedrijfsleven, universiteiten en onderzoekscentra samen aan kennis en innovatie. De afspraken hierover zijn vastgelegd in zogeheten innovatiecontracten. Op rijksniveau wordt de transitie naar de biobased economy sterk gekoppeld aan de kennisontwikkeling en innovatie van deze topsectorenaanpak. Vanuit de topsectoren heeft dit geleid tot een businessplan/innovatiecontract, getiteld Groene Groei, van biomassa naar business (april 2012). Hierin bundelen de 6 topsectoren chemie, agrofood, tuinbouw en uitgangsmaterialen, logistiek, energie en water hun krachten3.
De uitvoering van het businessplan vindt plaats via het Topconsortium voor Kennis & Innovatie (TKI) Biobased Economy. De TKI-BBE draagt bij aan het realiseren van de biobased economy in Nederland en omvat alle aspecten van de vergroening van de economie. Er zijn 6 programmalijnen: 1. Biobased materialen; 2. Bio-energy en Bioechemicaliën; 1
De basis voor een duurzame groei in Europa in neergelegd in een Mededeling van de Europese Commissie: Europa 2020 - Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. 2 Deze strategie bouwt onder meer voort op het EU kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020. Bio-economy is één van de 6 peilers van het Horizon 2020 programma. 3 In totaal hebben meer dan 100 bedrijven zich aan dit contract gecommitteerd en is voor meer dan 200 miljoen euro toegezegd.
5
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf 3. 4. 5. 6.
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Geïntegreerde bioraffinage; Teeltoptimalisatie en biomassaproductie; Terugwinnen en hergebruik; Economie, beleid en duurzaamheid.
2.3 Biobased economy in Noord Nederland en Friesland Het Europees en rijksbeleid is voor Noord Nederland door de noordelijke provincies doorvertaald in een Roadmap Biobased Economy4. Het doel van de Roadmap is om bij te dragen aan de toonaangevende positie die Noord-Nederland wil verwerven in duurzaam gebruik van groene grondstoffen en hergebruik van groene rest- en nevenproducten. Dit hoofddoel kan worden bereikt door te focussen op de volgende subdoelen: 1. Het vergroenen van producten en productieprocessen; meer gebruik maken van groene niet fossiele grondstoffen met minder energie of afvalproductie in bedrijfsprocessen; 2. Het verleggen van de focus naar het maken van hoogwaardige duurzame materialen. Bestaande industrieën (agro, food, papier en chemie) kunnen deze ontwikkelen; 3. Het benutten van de agrarische sector voor het ontwikkelen van nieuwe producten en innovatieve toepassingen: bouwmaterialen, textiel en chemicaliën; 4. Het integreren van ketens van bedrijven, ook over de grenzen van sectoren heen. 5. Het versterken van de rol van kennis in de Noord Nederlandse economie; 6. Het benutten van de mogelijkheden van Europese samenwerking, onder andere met Duitsland. In de Roadmap staan de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst op het gebied van biobased economy in het Noorden beschreven.
Ingezet wordt op vier pijlers: • Gewassen verwaarden tot eindproducten; • Bouwen met koolhydraten en eiwitten; • Groene bouwblokken voor de chemie; • Vezels en biopolymeren naar toepassingen brengen. De randvoorwaarden die hiervoor nodig zijn, zijn integratie van ketens, uitbouw van bioenergieprojecten en betere toegankelijkheid van kennis. Innovatie en onderzoek is nodig om invulling te kunnen geven aan de ambities die Noord Nederland heeft op het gebied van economische structuurversterking in het algemeen en de biobased economy in het bijzonder. Daarom is door het SNN een regionale uitwerking van het Europese 2020 beleid opgesteld. Deze RIS3 strategie5 is nodig om aanspraak te kunnen maken op de Europese EFRO gelden. In RIS3 voor Noord Nederland werken Groningen, Friesland en Drenthe samen. Vier grote maatschappelijke uitdagingen vormen de inhoudelijke focus van de RIS3 voor Noord Nederland: Gezondheid, demografie en welzijn; Voedselzekerheid, duurzame landbouw en bio-economie; Zekere, schone en efficiënte energie; Schone, veilige watervoorziening. Voor Noord Nederland is de agrarische sector bij de ontwikkeling van de biobased economy van groot belang. De agrarische sector moet vernieuwen, waarbij het werken aan de biobased economy integraal kan worden meegenomen.
De provincies Groningen, Fryslân en Drenthe hebben samen met agrarische ondernemers (vertegenwoordigd door LTO Noord), de landbouwsector en bedrijven die daaraan verbonden zijn (agro- en foodindustrie), maatschappelijke organisaties en
4 5
De NOM (Greenlincs) voert namens de noordelijk provincies de coördinatie. RIS3: Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation
6
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
kennisinstellingen hiertoe de AgroAgenda Noord-Nederland 2013-2020 opgesteld. Met deze AgroAgenda moet bereikt worden dat de noordelijke agrosector in 2020: - modern en renderend is, - schoon en efficiënt produceert en, - in balans is met mens en omgeving. De uitvoering van de AgroAgenda wordt gecoördineerd door de NOM (Greenlincs) en kent 5 programmalijnen: 1. Duurzame primaire productie 2. Meer toegevoegde waarde in de keten 3. Landbouw en omgeving 4. Infrastructuur 5. Kennisnetwerk In ZO Fryslân werkt Ooststellingwerf al samen op het gebied van de biobased economy onder de vlag van Mooi ZO Fryslân. Dit is een uitwerking van de Streekagenda Zuidoost. Aan de Streekagenda en aan Mooi ZO Fryslân werken naast Ooststellingwerf de volgende partijen mee: gemeenten Smallingerland, Weststellingwerf, Heerenveen, Opsterland, Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân. Binnen Mooi ZO Fryslân wordt gewerkt vanuit vier sectoren (agro, bouw, recreatie & toerisme en vervoer) op vier verschillende thema’s: Bodem- en biodiversiteit; Chemie; Energie; Kennisontwikkeling Met Mooi ZO Fryslân wordt vooral gewerkt aan educatie en informatie over ‘best practices’ die zowel op vier sectoren als op de vier thema’s worden verzameld.
Concreet houdt dit in dat binnen de streekagenda 3 pilots worden opgestart, de ervaringen met deze pilots moeten leiden tot een handboek of document met aanbevelingen voor regelgeving en beleid. In 2016 wil men de pilots uitbreiden, maar kan de aanpak voor verdere ontwikkeling richting biobased economy verschillend zijn per gemeente.
7
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
3
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Uitgangspunten beleidsvisie Ooststellingwerf
3.1 Inkadering Ooststellingwerf in Noord Nederland In het onderstaande wordt een overzicht gegeven van de kansen en beperkingen die er zijn bij het ontwikkelen van een beleidsstrategie op het gebied van biobased economy voor Ooststellingwerf; Kansen: Biobased Economy is door de gemeente en door de regio als belangrijk onderwerp op de beleidsagenda gezet. Er is bij de gemeente een zeer positieve grondhouding op bestuurlijk niveau; Ooststellingwerf is een gemeente waar de agro/food sector belangrijk is. Ditzelfde geldt voor de sector toerisme en recreatie. Op beide onderdelen, maar ook op het gebied van bouwtoepassingen, kan Ooststellingwerf zich profileren en onderscheiden van al lopende initiatieven in (Noord) Nederland. Ecomunitypark heeft als best practice een goede naam in Noord Nederland. Zowel het concept van het bedrijvenpark als initiator Ecostyle als bedrijf kan een belangrijke aanjager van de BBE voor Ooststellingwerf en de regio vormen. Er zijn al verschillende andere best practices, zoals op het gebied van mestvergisting in Makkinga en de samenwerking tussen agrariërs binnen natuurvereniging Gagelvenne, waarbij de mogelijkheden voor hergebruik en compostering van producten en reststromen wordt onderzocht.
Deze best practices tonen aan dat lokaal projecten oppakken werkt; Samenwerking tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen in Fryslân op MBO en HBO niveau. Deze kennisinstellingen zijn vaak nog niet in de regio vertegenwoordigd en hebben sterke interesse om op het onderwerp biobased economy in de regio onderwijs te geven en onderzoek te doen. Beperkingen: Nog geen helder profiel voor de gemeente op het gebied van de biobased economy binnen Noord Nederland en de regio; Nog geen brede trackrecord in vergelijking met andere clusters in Noord Nederland; Er zijn nog maar weinig bedrijven binnen de gemeente en de regio die actief bezig en bekend zijn met de ideeën van de biobased economy en dit ook actief uitdragen. Er is een achterstand maar deze kan worden ingehaald; Met de beleidsstrategie wordt er gestreefd naar het bijdragen aan het benutten van de kansen en het wegnemen van de beperkingen.
3.2 Uitgangspunten en keuzes voor de beleidsvisie Voor de beleidsvisie van de gemeente Ooststellingwerf is het van belang dat er heldere keuzes worden gemaakt in de uitgangspunten die de gemeente heeft bij het ontwikkelen van de biobased economy. Deze uitgangspunten bieden de kaders voor het beleid en geven voor alle betrokken stakeholders richting aan het uitvoeringsproces. In het onderstaande worden de uitgangspunten en demarcaties voorgesteld die gehanteerd kunnen worden bij de ontwikkeling van de beleidsvisie: Focus op duurzame goederen Een hoog ontwikkelde biobased economy gebruikt groene grondstoffen in de eerste plaats voor de productie van chemicaliën en materialen en daarnaast voor energie, zodanig dat concurrentie met de 8
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
voedselvoorziening wordt geminimaliseerd. Nu wij nog in de beginfase van de biobased economy zitten is de verhouding tussen energie en materialen overigens nog omgekeerd: er gaat op dit moment veel meer biomassa naar energie. Ooststellingwerf zal een keuze gaan maken om zich vooral op het hogere segment van de keten te richten, dus vooral op duurzame en blijvende producten, in plaats van bijvoorbeeld energieopwekking, waarvoor ook voldoende goede duurzame alternatieven zijn. Kiezen, kiezen en nog eens kiezen RIS3 staat voor Research and Innovation Strategy for Smart Specialisation, oftewel een regionale innovatiestrategie die is gebaseerd op een slimme regionale specialisatie. Met name de term slimme specialisatiestrategie is door de Europese Commissie (EC) geïntroduceerd om regio’s in Europa op te roepen hun onderzoeks- en innovatiestrategie zo in te richten dat zij in Europees verband een onderscheidend voordeel kunnen behalen. Anders gezegd: regio’s moeten niet elkaar kopiëren, maar op basis van eigen sterkten een positie kiezen en verder uitwerken. Dit geldt binnen de regio Noord Nederland ook voor Ooststellingwerf (en ZO Fryslân). Binnen de speerpunten Agro/Food, Bouw en Recreatie & Toerisme moeten specifieke terreinen worden gekozen waarop we ons kunnen onderscheiden en letterlijk en figuurlijk toegevoegde waarde leveren.
De keuzes leiden tot een biobased profiel voor Ooststellingwerf dat moet passen bij de gemeente en de regio. Ketenbenadering In de regio kunnen de grondstoffen voor de halfproducten en eindproducten die er van worden gemaakt worden gevonden. Hierdoor worden rijafstanden met grondstoffen en materialen beperkt en worden ketens op regionale schaal gesloten. Hierbij is het van belang om vraag en aanbod af te stemmen. Dit betekent dat er kan worden gezocht naar welke producten er van bestaande afval- en grondstoffenstromen uit de regio worden gemaakt, maar ook aan welke afval- en grondstoffen er behoefte is voor regionale productie. Samenwerking en leren van andere kennis- en innovatieclusters De kansen voor het noorden worden in de Roadmap met name gezien in de top (de bovenkant) van de piramide, bij farma, food en chemie, en in de samenwerking met Duitsland. Daarbij wordt regionaal gedifferentieerd: in Groningen en Drenthe wordt ‘biobased’ in één adem genoemd met de (groene) chemie en agro (Emmen), in Fryslân ligt de combinatie naar watertechnologie en zuivel (vooral Leeuwarden). Ook zijn er in de noordelijke provincies verrassende combinaties naar energie: Healthy Ageing en sensortechnologie. Ooststellingwerf moet leren van de andere innovatieclusters in het noorden en samenwerken om op haar aandachtsgebieden pilots te initiëren.
Verbindingen met andere gebieden en ontwikkelingen zijn nodig om kennis en ervaring op te doen en te leren. Deze verbindingen worden daarom nagestreefd. Er wordt al samengewerkt met verschillende onderwijsinstellingen. Deze samenwerking zal op het gebied van de biobased economy op onderdelen specifieker moeten en SMART moeten worden gemaakt, bijvoorbeeld met Stenden in Emmen (bio-plastics) en de biobased kennis van Van Hall Larenstein. Geleidelijke overgang De term biobased economy wordt gebruikt als men praat over de overgang van een economie die draait op fossiele grondstoffen naar een economie die draait op biomassa als grondstof: van ‘fossil based’ naar ‘bio based’. Producten zijn bijvoorbeeld biobased-chemicaliën, materialen, transportbrandstoffen, elektriciteit en warmte. De transitiegedachte is hierbij van belang. Een overgang moet echter geleidelijk plaatsvinden. Businesscases en best practices waarbij deeloplossingen biobased zijn kunnen als onderdeel van deze transitie worden gezien. Dit betekent dat er binnen de gemeente en de regio de eerste jaren ook projecten worden ondersteund die zich richten op energieopwekking of andere toepassing van biobased materiaal lager in de keten. 9
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Diversificatie binnen bestaande kennisdomeinen Hoewel een scherpe keuze voor enkele sectoren nodig is, is tegelijkertijd diversificatie van belang. Deze dient echter binnen of dichtbij de bestaande kennisdomeinen plaats te vinden. Er is groeiende wetenschappelijke overeenstemming dat deze ‘related variety’ de meest veelbelovende regionale groeistrategie vormt. Juist op de punten waar kennis en kunde overlappen kunnen slimme ontwikkelingen plaatsvinden en kan comparatief voordeel worden gerealiseerd. Hiervoor moeten de randvoorwaarden worden gecreëerd opdat de al aanwezige kiemen tot groei kunnen worden gebracht. Regionale inbedding De keuze voor een sterk in de regio ingebedde sector heeft meer kans op succes dan het introduceren van nieuwe ketens en producten. Daarbij gaat het zowel om de bestaande verbindingen in de regio, als om verbindingen die er zijn binnen deze sectoren buiten de regio. Deze verbindingen fungeren als noodzakelijke pijpleidingen om nieuwe kennis en kunde de regio in te sluizen en om door middel van marktkansen kennis te valoriseren.
3.3 Instrumenten gemeentelijk beleid Bevorderen van interactie tussen de betrokkenen De gemeente kan marktpartijen samenbrengen daar waar zij kansen ziet voor integratie tussen verschillende sectoren of binnen sectoren. Bij het starten met de implementatie zal dit samenbrengen er ook op gericht zijn om partijen kennis te laten maken met het gedachtegoed van de biobased economy en met elkaar. Ook kan zij bestaande stromen van grond- en afvalstoffen in beeld brengen en hiermee bijdragen aan het opzetten van een ketenbenadering. Daarnaast kan interactie plaatsvinden tussen onderwijs en overheid gericht op sector overstijgende en regionale samenwerking, bijvoorbeeld door de bevordering van pilotprojecten tussen ketens en het bevorderen van optimaal benutten van afval en reststromen. Creëren van randvoorwaarden De biobased economy is voor veel bedrijven en instellingen een nieuw en nog onbekend gebied. Er liggen kansen maar zonder dat er een speelveld en randvoorwaarden worden gecreëerd zal dit gebied te langzaam worden ontgonnen. De gemeente zal haar bijdrage leveren aan het creëren van randvoorwaarden. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan: • Het in kaart brengen van stromen en mogelijke ketens die kunnen ontstaan; • Het inzichtelijk maken van bestaande initiatieven waarop door andere ondernemers kan worden aangehaakt;
Een deel van de resultaten van de brainstorm met betrokkenen en kennispartijen om te komen tot deze Nota van Uitgangspunten.
10
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Het leggen van contacten en faciliteren van verbindingen met andere regio’s, kennisinstellingen en bedrijven die in Ooststellingwerf en omgeving nieuwe projecten willen oppakken en die kunnen bijdragen aan het verhogen van het kennisniveau binnen de regio; Het faciliteren van start-ups die zich willen gaan richten op de biobased economy, met kennis, ruimte en ondersteuning bij het verkrijgen van subsidies en financiering; Profilering van de gemeente en regio op een aantal thema’s waardoor nieuwe bedrijven de stap maken om naar Ooststellingwerf te gaan; Ruimte houden voor nieuwe initiatieven die wellicht niet direct passen bij de in de visie voorgestelde beleidslijnen maar die wel duidelijk bijdragen aan het realiseren van de biobased economy in de regio.
Voorbeeldrol gemeente: groene overheidsaankopen De gemeente kan in haar aanbestedings- en aankoopbeleid zelf als aanjager van de biobased economy fungeren op de thema’s waarop de beleidsstrategie zich gaat richten en natuurlijk ook op een breder gebied. Hierbij kan gedacht worden aan de aanschaf van het gemeentelijke wagenpark, de aanleg van infrastructuur, de realisatie van gebouwen en de inkoop van andere materialen en producten. Door middel van het voortouw nemen bij de in- en aankoop van biobased producten kan zij als voorbeeld dienen voor bedrijven en andere instellingen op haar grondgebied en daarbuiten. Voorlichting en communicatie Door gebruik te maken van de geëigende gemeentelijke kanalen, zoals de website, de bedrijvencontactfunctionaris, de Commerciële Club Oosterwolde, conferenties en andere gremia kan de gemeente de beleidsstrategie bij het bedrijfsleven in de regio bekend maken en de voordelen van het aanhaken bij de strategie helder maken voor de betrokkenen. Dit doet zij momenteel onder meer door middel van de website Mooi ZO Fryslân. Participatie in projecten Projecten die direct gericht zijn op het creëren van werkgelegenheid of kunnen worden gezien als icoon projecten die noodzakelijk zijn om de biobased economy op gang te krijgen, kunnen zodanig van belang zijn dat de gemeente kan besluiten om (financieel) te participeren in deze projecten.
Voorwaarde hierbij moet zijn dat deze projecten vanwege hun pilot status (financiële) ondersteuning nodig hebben en zonder deze ondersteuning niet kunnen opstarten en dat tegelijkertijd voor een uitrol van het product een financieel gezonde businesscase aanwezig is.
11
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
4
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Strategie-richtingen
4.1 Algemeen In de Noordelijke Roadmap en de Agroagenda zijn heldere doelen en strategielijnen ontwikkeld. Ooststellingwerf wil zich richten op de sectoren Agro/Food, Bouw en Recreatie & Toerisme. Voor deze sectoren zijn verschillende aanknopingspunten te vinden in de Noordelijke strategie. Ooststellingwerf onderschrijft de ingezette strategie om op het gebied van Agro & Food de ketens van bedrijven te integreren en producten en productieprocessen te vergroenen. De grond in de gemeente Ooststellingwerf heeft een hoge biodiversiteit en goede bodemvruchtbaarheid. Gezocht moet worden naar gewassen of afvalstoffen van gewassen die als grondstoffen kunnen dienen voor biobased producten. Op het gebied van bouw wordt aansluiting gezocht waar het gaat om de ontwikkeling van hoogwaardige duurzame materialen die gebruikt kunnen worden in de bouw, zoals bioplastics, vezels, composieten, lijmen, coatings en verpakkingen. Het gaat hierbij om producten en materialen die voortkomen uit de biochemie, maar ook uit de agrosector of direct uit de natuur (hout). Voor de ontwikkeling van biobased initiatieven in de sector toerisme & recreatie worden geen directe toepassingen of aanknopingspunten gegeven in de Agroagenda en Noordelijke Roadmap.
Het zal hierbij ook moeten gaan om producten en/of initiatieven die voortkomen uit de andere twee sectoren en kunnen worden toegepast bij bijvoorbeeld recreatieparken. Educatie en informatie van bezoekers aan de regio wordt een separaat aandachtspunt. Binnen Ooststellingwerf heeft de gemeente met Ecomunitypark een showcase en best practice in handen waarbinnen innovaties en producten uit de biobased economy kunnen worden ontwikkeld en toegepast. Ecomunitypark kan een proeftuin worden voor onderwijsinstellingen en overheden om nieuwe producten samen met de bedrijven op het park en bedrijven uit de regio te ontwikkelen. Daarnaast kan het park een proeftuin worden waarbij nieuw ontwikkelde materialen bij de ontwikkeling van de gebouwen, in het interieur van de gebouwen en in de openbare ruimte kunnen worden toegepast. Tenslotte kan het park dienen als hotspot in de informatie, voorlichting en educatie aan inwoners, toeristen en andere geïnteresseerden op het gebied van de biobased economy.
4.2 Sectorspecifiek 4.2.1 Agro & food Inventarisatie (rest)materialen uit de regio Op verschillende plekken in (Noord) Nederland worden restproducten uit de agro en food industrie gebruikt voor het maken van biobased producten. Voorbeelden zijn producten die worden gemaakt van zij- of reststromen bij de productie van tomaten, mais, aardappelen en suikerbieten. Vaak gaat het nog om een combinatie met gewassen die primair voor niet voedsel toepassingen worden geteeld, zoals zetmeel voor bio-plastics. Het kan ook gaan om planten die als grondstof kunnen dienen voor de productie van geneesmiddelen, voedingsingrediënten zoals vitamines, smaak- en geurstoffen, en voor cosmetica en veevoer.
12
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Het moet beter inzichtelijk worden welke afvalstoffen nu vrijkomen uit de regio ZO Fryslân en voor welke producten deze afvalstoffen als grondstof kunnen dienen. In bredere zin geldt dit ook voor de gewassen die op basis van de bodemkwaliteit en biodiversiteit passen bij een regionale productie. Anderzijds kan vraaggestuurd onderzoek plaatsvinden op basis van al aanwezige kennis en ervaring. Naar de productie van welke gewassen is er bewezen behoefte voor de productie van hoogwaardige producten? Dit onderzoek zou plaats kunnen vinden in een faciliteit die binnen de gemeente gerealiseerd kan worden, bijvoorbeeld op Ecomunitypark. Hiernaast is een voorbeeld te zien van een koffiemok die voor 100% gemaakt is van maisafval.
Productie van producten uit de agro & foodindustrie Wanneer blijkt dat deze materialen uit de regio in potentie geschikt zijn voor de productie van biobased materialen dan kan hiervoor in samenwerking met het onderwijs en het bedrijfsleven een businesscase worden opgezet. De gemeente kan hierbij wanneer het economisch belang groot is, als aanjager dienen onder de voorwaarde dat de productie van de biobased producten naar de gemeente wordt gehaald. Biobased energie In Makkinga wordt voor ongeveer 750 huishoudens energie opgewekt door de daar aanwezige biovergister. Dit gebeurt met reststromen uit de industrie (op dit moment o.a. graan en cacaoresten en op de veiling doorgedraaide appels) en een combinatie van varkens-, kippen- en koeien mest. Voor zover er geen hoogwaardigere toepassingen zijn voor deze producten binnen de biobased economy kan deze vergisting een significante bijdrage leveren aan de energievoorziening. Op basis van deze business case dient onderzocht te worden op welke wijze en met welk toekomstperspectief bio-vergisting een bijdrage kan leveren aan de biobased economy in de regio. Kenniscentrum Bodem Ooststellingwerf en haar omgeving staat bekend om de goede kwaliteit bodem voor agrarische productie. Om een biobased economy duurzaam te kunnen bedrijven is een blijvend hoge bodemkwaliteit noodzakelijk.
De gemeente wil zich samen met bedrijven en andere marktpartijen en de provincie Friesland inzetten om een Kenniscentrum Bodem binnen haar gemeentegrenzen te krijgen. Dit kenniscentrum zal onderzoek gaan doen naar de instandhouding en bevordering van een goede bodemkwaliteit, mede gericht op het goed en duurzaam kunnen exploiteren van deze bodem. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan duurzaam ketenbeheer.
4.2.2 Bouw Toepassing van materialen in de bouw Veel biobased bouwmaterialen bevinden zich nog in een experimenteerfase. Een deel van deze materialen beschikt ook nog niet over de benodigde certificeringen in verband met bijvoorbeeld brandveiligheid. Echter de laatste jaren zijn er veel goede bouwmaterialen op de markt gekomen die
13
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
inmiddels wel voldoen. Geen reden dus om langer te wachten met het breder toepassen van biobased bouwmaterialen. In haar eigen aanbestedingen zal de gemeente het toepassen van deze materialen waar mogelijk voorschrijven en in ieder geval stimuleren. Dit geldt ook voor de bredere toepassing in de markt. De gemeente zal met bouwbedrijven in de regio overleg opstarten om het gebruik van deze materialen in de regio verder te stimuleren. Wanneer er gekomen wordt tot een centrum voor de biobased economy op Ecomunitypark dan zal dit centrum zoveel mogelijk, en bij voorkeur voor 100%, bestaan uit biobased materialen. Er mogen voor dit gebouw alleen niet biobased materialen gebruikt worden wanneer er geen goede/betaalbare alternatieven voor handen zijn. Pilot met biobased grondstoffen - Leemstenen Op verschillende plaatsen in Noord Nederland is de afgelopen jaren al geëxperimenteerd met leemstenen in de bouw, zoals bij Schellerpark Zwolle en het Dierenpark Emmen. Binnen de gemeente Ooststellingwerf en breder in de regio is er veel leem voor handen. Waar zich kansen voordoen zal de gemeente in haar eigen projecten leemsteen toepassen en het gebruik in andere projecten stimuleren.
4.2.3 Recreatie & toerisme Stimulering biobased bouwen en producten op recreatie bestemmingen De regio en Ooststellingwerf wil zich qua toeristisch en recreatief product onderscheiden van andere regio’s in Nederland. Integratie van biobased elementen in het toeristisch-recreatief product van de regio kan hierbij een meerwaarde zijn. Het kan hierbij gaan om kleine producten zoals souvenirs of andere kleinere producten die verkocht kunnen worden in de regio. De gemeente wil daarnaast met de ondernemers uit de sector toe gaan werken naar een meer biobased integraal vakantie-concept. Bouwstenen hiervoor zijn: Biobased vakantiewoningen (een mooi voorbeeld hiervan zijn de Agrodome woningen van Wageningen UR); Biobased inrichting van vakantieparken (infra) en woningen (meubilair, servies, bestek, e.d.) Biobased speeltuinen en speeltoestellen; Biobased geproduceerde fietsen De verwachting is dat de doelgroep die de regio nu voor een toeristisch bezoek aan doet open staat voor deze life-style en door de uniciteit van het concept qua omvang zal groeien, mits er voldoende kwaliteit en comfort wordt geleverd. Door middel van deze ontwikkeling is de verwachting dat de gemeente zich onderscheidend kan profileren wat uiteindelijk zal leiden tot een hoogwaardiger en beter bezocht toeristisch recreatief product.
Informatiecentrum biobased materials Toeristen en recreanten vormen bij uitstek een doelgroep die open staan voor nieuwe en interessante informatie over onderwerpen waarin zij zich normaliter vanwege tijdgebrek minder in verdiepen. Kennis en informatie over de biobased economy kan een plek krijgen op bijvoorbeeld Ecomunitypark, waarbij ook bijvoorbeeld biobased design producten via een showroom getoond en verkocht zouden kunnen worden. Een aansprekend voorbeeld op design gebied hiervoor is het Vitra design museum in Weil am Rhein. Hierbij kan worden samengewerkt met (Noord) Nederlandse producten en designers.
14
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
5
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Vervolgproces
5.1 Algemeen Het nu voorliggende document betreft een eerste nota van uitgangspunten. Na vaststelling van deze nota van uitgangspunten worden de strategie richting en de daarbij behorende thema’s van agro & food, biobased bouwen en recreatie & toerisme nader uitgewerkt. Deze nadere uitwerking zal plaatsvinden met vertegenwoordigers van het onderwijs, het bedrijfsleven en de overheid. Uiteindelijk zal dit leiden tot een visie op de biobased economy in de gemeente Ooststellingwerf. Deze strategische visie zal ter vaststelling voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Onderdeel van deze strategische visie vormt een Biobased Economy agenda Ooststellingwerf, waarin acties op hoofdlijnen en uitvoeringspartijen worden benoemd. Na vaststelling van de visie kan verder gewerkt worden aan één of meerdere uitvoeringsprogramma’s.
5.2 Planning De vaststelling van de nota van uitgangspunten is beoogd op 17 november 2015. De daaruit voortvloeiende visie is beoogd om vastgesteld te worden in de gemeenteraad van februari 2016.
15
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Bijlage 1: Fondsen en subsidies 1
Inleiding
Zoals in de nota van uitgangspunten aangegeven is er op het gebied van de biobased economy beleid in Europees verband, Noord – Nederlands verband als ook regionaal verband. Om daadwerkelijk te komen tot een biobased economy hebben diverse instanties in uitvoeringsprogramma’s gelden vrijgemaakt, om zodoende de transitie te stimuleren. Om een totaalbeeld te geven van de mogelijkheden die dit biedt is in deze bijlage kort weergegeven welke fondsen en subsidies er zoal zijn op dit vlak. Net als bij nota van uitgangspunten zal in eerste instantie aangegeven worden wat er Europees ligt, daarna nationaal en tot slot regionaal / provinciaal.
2
Europese gelden
Horizon 2020 Met Horizon 2020, het Europese subsidieprogramma voor onderzoek en innovatie, kunnen onderzoeksinstellingen en bedrijven een beroep doen op een budget van in totaal bijna 80 miljard euro. Het subsidieprogramma beoogd met name resultaatgerichtheid. De thema's die de EU belangrijk vindt, en waarvoor in de periode 2014 - 2020 talloze subsidies beschikbaar zullen komen, zijn ondergebracht in drie categorieën - de EU spreekt over 'flagships' of onderzoeksprioriteiten. Deze thema’s zijn: - Health, demographic change and wellbeing; - Food security, sustainable agriculture and forestry, marine and maritime and inland water research; - Secure, clean and efficient energy; - Smart, green and integrated transport; - Climate action, environment, resource efficiency and raw materials; - Inclusive, innovative and reflective societies; - Secure societies LIFE+ Het LIFE+ programma is de voortzetting van het LIFE programma, dat in 1992 is opgezet en sindsdien meer dan 3500 milieu-innovatieprojecten heeft ondersteund met in totaal €2,5 miljard. Openstelling van het programma gebeurt eenmaal per jaar, meestal rond februari. LIFE+ bestaat uit drie subprogramma’s met ieder zijn eigen prioriteiten: - LIFE+ Nature & Biodiversity Voortzetting van het oude LIFE Natuur Programma.
Hoofddoelstelling: natuurlijke systemen, natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beschermen, in stand houden, herstellen en monitoren en het functioneren daarvan vergemakkelijken, de achteruitgang van de biodiversiteit, met inbegrip van de diversiteit aan genetisch materiaal, binnen de Europese Unie een halt toe te roepen. - LIFE+ Environment Policy & Governance Voortzetting van het oude LIFE Milieu Programma. Hierin worden innovatieve demonstratieprojecten en de ontwikkelingen van nieuwe beleidstoepassingen, technologieën en instrumenten gesubsidieerd die bijdragen aan de Europese doelstellingen op het gebied van milieubeleid. Het subprogramma telt twaalf prioriteiten. - LIFE+ Information & Communication
16
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
Dit is een nieuw onderdeel dat gericht is op vergroting van bewustwording over natuur en milieuprojecten. Het LIFE programma geldt als een van de meest succesvolle subsidieprogramma’s van de Europese Commissie, met onder meer een grote participatie van het Europese bedrijfsleven. LIFE+ is de voortzetting van LIFE. Het programma wordt uitgevoerd door DG Environment en loopt van 20152018. De subsidieomvang voor een goed project en loopt in de ordegrootte van € 0,5 - € 1 miljoen o.b.v. 50% subsidie. Soms zijn andere percentages van toepassing. Interreg Een Interreg-aanvraag is weer mogelijk met ingang van 2015 voor projecten met hoge en innovatieve ambities op ruimtelijk-maatschappelijk gebied. Thema’s van de subsidieregeling vanaf 2015 zullen zijn: Slimme groei: - Versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie; - Verbetering van het concurrentievermogen van het MKB. Duurzame groei: - Steun voor de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken; - Bevordering van de aanpassing van de klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer; - Bescherming van het milieu en bevordering van efficiënte omgang met hulpbronnen; - Bevordering van duurzaam vervoer en opheffing van knelpunten in centrale netwerkinfrastructuren.
Inclusieve groei: - Bevordering van werkgelegenheid en ondersteuning van arbeidsmobiliteit; - Bevordering van sociale insluiting en bestrijding van armoede; - Investering in onderwijs, vaardigheden en een leven lang leren; De subsidie is bestemd voor samenwerkingsprojecten met circa 5 of meer partners in een Europese regio. Erasmus+ Erasmus+ raakt actuele onderwerpen, zoals de internationalisering van het onderwijs, het oprichten van gezamenlijke masterprogramma’s, samenwerking met het bedrijfsleven, het aantrekken van (master)studenten, voortijdig schoolverlaten, (digitale) onderwijsinnovaties en consortiavorming. Nieuw zijn de masterleningen voor EU-studenten die in een ander EU-land een masterprogramma willen volgen. De kernacties van Erasmus+ Het Erasmus+ programma zet in op vier specifieke kernacties: 1. Strategische partnerschappen: deze beogen sectorale samenwerking in het mbo, hbo en/of wo. Ze zijn gericht op kennisdeling en overdracht tussen bedrijven en onderwijsinstellingen. 2. Kennisallianties: deze willen de Europese innovatiekracht versterken door nnovatie, ondernemerschap en uitwisselen van kennis te promoten. Europese samenwerking in onderzoek en onderwijs tussen de kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheden staat hierin centraal. 3.
Steun voor beleidshervorming: zoals steun voor (Jean Monnet) leerstoelen en expertisecentra, internationale beleidsdialogen, ondersteuning voor de open coördinatie methode 17
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
4. Sectorspecifieke vaardigheden allianties: beogen een betere aansluiting van het beroepsonderwijs op het bedrijfsleven en zijn gericht op modernisering van het beroepsonderwijs, uitwisseling van kennis en expertise, maar ook arbeidsmobiliteit. EFRO EFRO staat voor Europees fonds voor Regionale ontwikkeling. De EFRO-subsidie stimuleert o.a. het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid vanuit economisch perspectief (leefbaarheid als randvoorwaarde voor een gezonde economie). Verder subsidieert EFRO kennis, innovatie en ondernemerschap. Door toepassing van innovaties zou van dit laatstgenoemde onderdeel gebruik kunnen worden gemaakt. In de huidige periode leidde een ‘normaal’ EFRO-project tot een subsidie van € 0,5 - € 2 miljoen op basis van 50% subsidie. De toekenningskans is groot voor een goed project dat is ontwikkeld in samenwerking met de subsidieverstrekker. Noord-Nederland kiest voor de thema’s versterking van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie en ondersteuning van de overgang naar een koolstofarme economie in alle bedrijfstakken. Deze thematische doelstellingen worden ondergebracht in twee prioriteitsassen. 1. Prioriteitsas 1: Human capital, kennis en innovatie 2. Prioriteitsas 2: Koolstofarme economie
3
Nationale subsidies
Topsectoren Vanuit de topsector Energie pakt het kabinet samen met de sector de volgende acties op die van belang kunnen zijn voor de Biobased Economy: Binnen de Topsector Energie zijn zeven TKI’s opgericht: Bio-energie, Energiebesparing Gebouwde Omgeving, Gas, Wind-op-zee, Energiebesparing Industrie, Smart Grids en Zonne-energie. De zeven TKI’s zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de verschillende innovatie programmalijnen. Bij elke TKI zijn kennisinstellingen, bedrijven en overheden actief: de gouden driehoek. Ze werken samen aan innovatie op zowel de korte als lange termijn. Een voorbeeld hiervan is de TKI Smart Grids of de TKI-EnerGO (Topconsortium Kennis en Innovatie- Energiebesparing in de gebouwde omgeving) of de TKI-BBE (Biobased Economy). Voor de verschillende programmalijnen binnen het Innovatiecontract kunnen consortia van partijen uit o.a. het bedrijfsleven en kennisinstituten voorstellen indienen die bijdragen aan het realiseren van de doelstelling. Voor deze projecten zijn middelen ter beschikking gesteld vanuit het Ministerie van EL&I in het kader van het Innovatiebeleid en Topsectoren beleid. De projectvoorstellen worden beoordeeld door een onafhankelijke Programmaraad die hierover het bestuur van de stichting adviseert.
Hoewel de focus ligt op onderzoek zou (op dit moment staat een tender open met als doel het ondersteunen van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die leiden tot het cascaderend gebruik van biomassa) het een insteek kunnen zijn om m.b.t. de verdere realisatie en invulling van bijvoorbeeld het Ecomunitypark een gesprek aan te gaan met de directie van TKI BBE (o.a. Kees de Gooijer) met als doel het project verder te positioneren en vervolgens steun (financieel of anderszins) te verkrijgen. Innovatieprestatiecontracten Betreft een subsidie voor samenwerkende mkb-bedrijven in dezelfde regio, keten of branche die een meerjarig innovatietraject uitvoeren. Binnen Innovatieprestatiecontracten (IPC) kunnen groepen mkb-ondernemers onder begeleiding van een penvoerder, bijvoorbeeld een brancheorganisatie, meerjarige innovatieprojecten uitvoeren. Een belangrijk nieuw aspect van de derde IPC-tender is de toevoeging van het tendercriterium 'topsectoren. Dit betekent dat 'mkb-ondernemers samen met partijen uit de topsectoren invulling kunnen gaan geven aan de ambities en agenda's van die topsectoren. Aansluiting bij dit tendercriterium is niet verplicht. IPC-projecten die voldoen aan dit tendercriterium kunnen bij de beoordeling hoger scoren dan projecten die hier niet aan voldoen. De Verkenning van samenwerking richt zich op het verkennen van de samenwerkingsmogelijkheden 18
Beleidsstrategie BBE Ooststellingwerf
Nota van Uitgangspunten versie 1.4
tussen mkb-ondernemers en ondernemingen en/of publieke kennisinstellingen binnen een of meer topsectoren. Regeling Groenprojecten De Regeling Groenprojecten is gericht op het stimuleren van projecten die een positief effect hebben op het milieu. De overheid stimuleert deze projecten door de financiering van deze projecten fiscaal aantrekkelijk te maken. De overheid verschaft een belastingvoordeel aan groene spaarders en beleggers waardoor een bank een lening met een lager rentetarief kan verstrekken voor een duurzaam project.
4
Provinciale / regionale gelden
De provincie kan verschillende instrumenten inzetten die helpen om de doelstellingen te realiseren: juridische, financiële en communicatieve instrumenten. De komende jaren zet men in op: - Doefonds; - Fûns Skjinne Fryske Enerzjy (FSFE); - Iepen mienskips Fûns; - Cofinanciering bij Rijks- en EU-programma’s/regelingen; - Voorbereidingskrediet (voor de ontwikkeling van businesscases die in een rijper stadium aan fondsbeheerder voor Doefonds en FSFE kunnen worden overgedragen); - Incidentele subsidies (bijvoorbeeld om kleinschalige initiatieven aan te jagen en te faciliteren); - Zaaigeld om processen en projecten aan te jagen.
19