CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Monitor Sociaal Domein 2022 definitief

Raadsvergadering 27 juni 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Jaarstukken 202218.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Monitor Sociaal Domein 2022 1. Doel en inhoud van deze monitor Doel van deze monitor is: a) Inzicht geven in de effecten van ons beleid op het gebied van Samenleven (komen onze doelen dichterbij) door betrouwbare en actuele gegevens. Zowel kwantitatief als kwalitatief. b) Inzichtelijk maken van de financiële stand van zaken (komen we uit met onze budgetten)? c) Mogelijkheden geven om op tijd bij te sturen en keuzes te maken over hóe we bijsturen (‘aan welke knoppen kunnen we draaien’): a. als we zien dat we onvoldoende voortgang boeken en/of b. zich trends of ontwikkelingen voordoen waar we op in moeten springen en/of c. als we zien dat we met het budget niet uit komen. d) Alle betrokkenen motiveren door te laten zien hoe de voortgang is. Deze monitor gaat over het jaar 2022 en is ingedeeld naar de vier opgaven uit de Visie op Samenleven (oktober 2019) namelijk Meedoen, Samenleven, Gezondheid en Goed Opgroeien. In de monitor komen de onderwerpen uit onderstaande driehoek aan bod.

Cliënttevredenheid Hoofdstuk 8

Kwaliteit: preventie en resultaten van beleid en zorg Hoofdstuk 2, 3, 4, 5 en 7

Kosten Hoofdstuk 6

Leeswijzer: de monitor is zeer uitgebreid. Destijds koos de (toenmalige) raad voor deze opzet en inhoud. Om de lezer met weinig tijd tegemoet te komen is de analyse steeds in een ander lettertype en is de tekst zwart omkaderd, waardoor het makkelijker is de hoofdzaken door te nemen. 1

Hoofdstuk 2 - Meedoen 2.1 Maatschappelijk effect A – Mensen kunnen levensloopbestendig wonen: cijfers Doel A1 Mensen zijn in staat passende woonruimte te realiseren Doel A2 Mensen zijn bezig met levensloopbestendig wonen Doel A3 Mensen zijn op de hoogte van de mogelijkheden om hun woning aan te passen

Tabel 1 Levensloopbestendig wonen Aantal woningaanpassingen1 (indicator 1, 2, 3) Uitgaven voor woningaanpassingen (indicator 1, 2, 3)

2019 25 € 142.000

2020 49 € 218.000

2021 462 € 141.000

Geheel 2022 37 € 46.000

Aantal toegekende verhuiskostenvergoedingen (i.p.v. traplift of verbouwing) (indicator 1, 2, 3) Aantal toekenningen uit Langer Zelfstandig Thuis pakket Actium4 (indicator 1, 2, 3)

1

102

63

8

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

100

1 Het gaat om aanpassingen om langer in de woning te blijven wonen, bijvoorbeeld trapliften, aangepaste keukens of badkamers, een aanbouw om beneden te

kunnen slapen etc. 2 Bron: Rapportage Taskforce Grip op sociaal domein (Wmo). Maar ook kleine aanpassingen zoals een drempelhulp of douche- en toilethulpmiddelen. 2 In 2020 is 10 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 4 keer uitbetaald omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn en 6 keer niet omdat de inwoners nog niet zijn

verhuisd, maar andere oplossingen hebben gevonden. Bij 9 van deze 10 gevallen ging het om een huurwoning. 3 In 2021 is 6 keer een verhuiskostenvergoeding toegekend. Er is slechts 1 vergoeding uitgekeerd omdat de inwoners daadwerkelijk verhuisd zijn. De overige 5 kunnen alsnog in 2022 worden uitgekeerd als de aanvrager in 2022 alsnog verhuist en een kopie van het ondertekende huur- of koopcontract inlevert bij de gemeente. De beschikking blijft max. 1 jaar geldig. In 2022 zijn er 2 uitgekeerd. 4 Zij biedt haar huurders het Langer Zelfstandig Thuis-pakket. Oudere huurders (70+) met een fysieke beperking kunnen kosteloos kleine woningaanpassingen aanvragen uit dit pakket. In 2022

zijn de meeste aanpassingen beugels voor het toilet en verhoogde toiletten geweest.

2

2.2 Maatschappelijk effect A – Mensen kunnen levensloopbestendig wonen: analyse

Wat gaat goed? Uit de uitgaven blijkt dat er in 2022 minder woningaanpassingen vanuit de Wmo zijn vergoed. De kosten fluctueren per jaar. Inwoners hebben meer aanpassingen in eigen beheer gedaan door middel van de Blijvers- en Verzilverlening. Hieruit is voor € 60.000 aan aanpassingen gedaan die anders (grotendeels) uit de Wmo betaald zouden worden. Verder zijn een aantal grote aanpassingen in 2022 in voorbereiding gegaan maar die starten pas in 2023. Vanuit het “Langer zelfstandig thuis” pakket zijn er door Actium 100 aanpassingen vergoed. Uit de burgerpeiling eind 2022 blijkt dat 90% van de 55+ers in een woning woont die bij hun past. Van de 10% die aangeeft dat het huis niet (meer) past geven mensen diverse redenen aan. Bijvoorbeeld omdat het huis te groot is, dat het niet levensloopbestendig is (geen slaapkamer beneden), te duur, niet duurzaam, te ver van voorzieningen of dat er juist de wens is meer tuin te hebben en/of meer buitenaf (in de rust en de natuur) te wonen. De meeste 55+ers vinden dat zij op dit moment een woning hebben die bij hun past. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Uit dezelfde burgerpeiling blijkt dat 16% van de 55+ers aangeeft dat ze niet in hun huis kunnen blijven wonen als ze lichamelijk achteruit zouden gaan. Dit is veel aangezien ongeveer 10.000 mensen in onze gemeente in die leeftijdscategorie 55+ zitten.

Als we voor het gemak rekenen met twee 55+ers per woning, dan gaat het om ruwweg 800 woningen die op den duur niet meer passend zijn. Om deze reden blijven we inzetten op bewustwording rondom toekomstbestendig maken van woningen (inclusief instrumenten als Blijvers- en Verzilverlening) en seniorvriendelijke woningen bijbouwen. Er is aandacht voor generatiewoningen en pre-mantelzorg woningen. In het project Domein Overstijgende Samenwerking slaan we de handen ineen om langer thuis wonen mogelijk te maken. We starten hiermee in Oosterwolde Noord en doen dit met o.a. bewoners, zorgpartijen, corporaties, zorgkantoor en zorgverzekeraar. Er is met de corporaties afgesproken dat zij de komende jaren nieuw gaan bouwen én dat er bij nieuwbouw levensloopbestendig wordt gebouwd (wat ook het uitgangspunt in onze Woon(zorg)visie is). Bij de planontwikkeling van Rikkingahof zetten we in op een toename van levensloopbestendige en 24uurszorg woningen ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast blijven we inspanningen doen om een leeftijds- en dementievriendelijke lokale samenleving te creëren (doe-agenda Ouder Worden, maart 2021). Zo blijkt uit onderzoek van ZuidOostZorg dat dagbesteding zonder indicatie voor inwoners met dementie direct bijdraagt aan langer thuis wonen.

3

2.3 Maatschappelijk effect B – Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt: cijfers

Doel B1: We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandacht groep uit en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie. Figuur 1: Aantal uitkeringsgerechtigden in de participatiewet (peildatum 16-01-2023) Pwet: Participatiewet IOAZ: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen IOAW: Inkomensvoorziening voor oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers BBZ: Bijstand voor zelfstandigen

Actueel aantal uitkeringsgerechtigden 600 500

501 512 486

476

400

2019 2020

300

2021 200

2022

100 5 0

Pwet

7

5

IOAZ

4

39 35 37 34 IOAW

69 3

1

2

BBZ

4

Doel B2: In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. Figuur 2: Aantal inwoners dat instroomt in de participatiewet (peildatum 16-01-2023)

Instroom aantal uitkeringsgerechtigden 500

452

450 400 350

2019

300

2020

250 200 150

147 133

2021 116 112

2022

108

100 50 0

•

2 Pwet

3

2

4

0

IOAZ

2

7

12

5

IOAW

10 BBZ

Tabel 2: Redenen nieuwe instroom (aantallen)

2019

2020

2021

2022

Ander inkomen WW gestopt Bijstand vorige gemeente Beëindiging relatie Overig5

27 26 15 25 54

17 45 19 16 36

14 21 16 11 54

9 19 20 12 64

Aantal mensen dat een aanvraag indient, maar uiteindelijk geen uitkering krijgt (Poortwachtersfunctie): Geheel 2022: 31 (2021: 31 personen, 2020: 50 personen).

5 Overig heeft betrekking op het aantal instromers met andere redenen van instroom zoals; beëindiging studie, inkomensvoorziening asielzoekers en arbeid in

dienstbetrekking/ziekte

5

Figuur 3: Aantal inwoners dat uitstroomt uit de participatiewet (peildatum 16-01-2023)

Uitstroom aantal uitkeringsgerechtigden 450 386

400 350 300

2019

250

150

2020

177

200 135

122

136

2021

121

2022

100 50 0

1 Pwet

1

4

1

6

5

IOAZ

5

13

7

IOAW

10 BBZ

Tabel 3: Redenen uitstroom (aantallen)

2020

2021

2022

Arbeid in dienstbetrekking Verhuizing naar andere gemeente

44 30

46 24

35 30

Bereiken AOW-gerechtigde leeftijd

17

14

16

Oorzaak bij partner

7

14

9

Overig6

425

38

47

6 Overig heeft betrekking op het aantal uitstromers met andere redenen van uitstroom zoals; aanvang studie, zelfstandig beroep of bedrijf en overlijden

6

Doel B3: Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. Tabel 4: Poortwachtersfunctie en minimaal half jaar uit bijstand

2019

2020

2021

2022

Het percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft (voorkomen draaideurcliënten).78

90,1%

92,1%

96%

100%

Doel B4: Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden. De acties om dit doel te bereiken zijn afgerond, werkgevers kunnen de regelingen met één druk op de knop vinden. Naar aanleiding van het onderzoek van de rekenkamercommissie zijn ruim 80 werkgevers gevraagd naar de ervaringen met onze dienstverlening vanuit de P-wet. De resultaten hiervan worden in het voorjaar 2023 verwacht. Doel B5: Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder. Tabel 5

2018

20219

Geheel 2022

Samenstelling van het totale bestand (P-wet) - aantal kansrijken, doorstromers en aandachtsgroep ten opzichte van gehele groep mensen in de bijstand.

Kansrijk: trede 5&6 - 6%

Kansrijk: trede 5&6 - 28% (136)

Kansrijk: trede 5&6 - 31% (162)

Doorstromer: trede 3&4 - 25%

Doorstromer: trede 3&4 - 34% (165)

Doorstromer: trede 3&4 - 29% (152)

Aandachtsgroep: trede 1&2 - 69%

Aandachtsgroep: trede 1&2 - 38% (185)

Aandachtsgroep: trede 1&2 - 40% (210)

7 Het betreft het percentage inwoners dat uitstroomt naar werk en minimaal een half jaar uit de bijstand blijft. Mensen kunnen ook om heel andere redenen uitstromen (bv relatie krijgen,

verhuizing naar een andere gemeente, studie beginnen et cetera), maar is dus niet meegenomen in deze cijfers. 8 Het percentage is gebaseerd op een looptijd van anderhalf jaar (bv. iemand die in het laatste half jaar van 2019 uitstroomde, en begin 2021 weer instroomt, telt niet meer mee). 9 We kunnen helaas nog geen cijfers genereren waarbij alleen de uitkeringsgerechtigden in beeld zijn. De cijfers over 2021 omvatten ook alle mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering en waren in de cijfers over 2018 niet meegerekend. Omdat de gemeente verantwoordelijk is en blijft voor deze mensen én omdat we loonkostensubsidie verstrekken, staan ze in ons bestand. Dit worden steeds meer mensen en zij zitten allemaal aan de bovenkant van de participatieladder. Vandaar het grote verschil tussen 2021 en 2018.

7

Doel B6: Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk. Doel B7: Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder. Zichtbaar uit de cijfers (figuur 5) is dat er meer mensen met een loonkostensubsidie aan het werk zijn gegaan. Deze mensen zijn voornamelijk doorgestroomd uit trede 3 en 4. Dat is een mooie ontwikkeling. De nieuwe instroom in de bijstand is veelal trede 1 en 2. Opvallend is dat de problematiek van mensen die instromen in de bijstand beduidend complexer was dan in 2021. In 2022 hebben zeven medewerkers een werkervaringsplaats gehad en negen medewerkers een werkervaring via de Stichting Werk. Reguliere stageplaatsen (zes plaatsingen) zijn hierin niet meegenomen. Het concreter duiden van doelen B6 en B7 wordt opgenomen als aandachtspunt voor 2023. Doel B8: Alle inwoners in de leeftijd van 18 - 67 jaar ervaren hun dag invulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. • • • •

84% van de inwoners is het eens met de stelling: ‘Ik ervaar een zinvolle invulling en structuur in de dag’ (Burgerpeiling, 2022)10. 61% van de inwoners vindt dat er voldoende sportactiviteiten zijn waar zij aan deel kunnen nemen (Burgerpeiling 2022). 57% van de inwoners vindt dat er voldoende mogelijkheden zijn om mensen te ontmoeten (Burgerpeiling 2022). 37% van de inwoners zou graag iets nieuws willen leren (Burgerpeiling 2022).

Doel B9: Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. Bij Wmo-aanbieders vragen we dit niet op deze manier uit. Wel voert het gebiedsteam op cliënt niveau gesprekken met aanbieders hierover. Als er signalen zijn dat doelen opvallend vaak niet worden behaald wordt de reden hiervan achterhaald en worden afspraken gemaakt om verbetering te realiseren. Doel B10: We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele dag invulling (indicatie vrij) boven formele dag invulling. Op steeds meer plekken kunnen mensen terecht voor vrijwilligerswerk en/of indicatievrije dagbesteding. In 2021 namen de uitgaven voor indicatievrije dagbesteding toe doordat er een extra locatie bij kwam in Haulerwijk, in 2022 zijn de uitgaven hiervoor niet gewijzigd. De uitgaven voor geïndiceerde dagbesteding namen af. Per saldo kostte dagbesteding daardoor in 2022 minder dan in 2021 (in 2019 totaal € 705.000, in 2020 totaal € 723.000 in 2021 totaal € 719.000) en in 2022 €260.000. Daar komt bij dat we er meer mensen mee helpen en we verwachten de komende jaren een preventief effect. Niet alleen wat betreft het voorkomen of uitstellen van een beroep op geïndiceerde zorg, maar ook vermindering van eenzaamheid onder thuiswonende ouderen. Zie ook figuur 10 en maatschappelijk effect D.

10 Dit is in de Burgerpeiling uitgevraagd onder inwoners met een leeftijd vanaf 18 jaar

8

2.4 Maatschappelijk effect B – Mensen participeren duurzaam op de arbeidsmarkt: analyse

Wat gaat goed? We zien in lijn met de landelijke ontwikkelingen dat het aantal uitkeringsgerechtigden (P-wet) weer is gedaald en de instroom in de bijstand is relatief laag door de gunstige arbeidsmarktsituatie. Er zijn nu voor het vierde jaar op rij minder inwoners waaraan we bijstand verstekken. Dat betekent dat mensen die dat kunnen, deelnemen aan de arbeidsmarkt. We zien binnen de groep uitkeringsgerechtigden de gewenste verschuiving op de participatieladder. De aandachtsgroep (trede 1 en 2) daalt gestaag en zit eind 2022 op 40% (eind 2021 nog 38 %). De groep die naar vermogen participeert groeit. 29% van de bijstandsgerechtigden neemt deel aan maatschappelijke activiteiten of doet vrijwilligerswerk (doorstromers) en 31% heeft betaald werk met of zonder begeleiding (kansrijken). In deze laatste groep zitten ook de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. Deze verschuiving vertaalt zich in de positieve trend van uitstroom uit de bijstand vanwege aanvaarden werk. In 2020 waren dit er 44, in 2021 waren dit 46 en in 2022 35 inwoners. De uitstroom naar werk is hiermee weliswaar lager dan voorgaande jaren, maar gezien het lagere volume bijstandsgerechtigden en de complexiteit van de doelgroep is een uitstroom naar werk van 35 inwoners een mooi resultaat.

Ook zien we de duurzame uitstroom ieder jaar gestaag doorgroeien (langer dan een half jaar uit de bijstand als ze eenmaal zijn uitgestroomd). In 2022 is dat 100% geweest. Samengevat behalen we de meeste doelen aantoonbaar (doelen B1-3 en B5-8). Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? •

•

Het lukt weliswaar om bijstandsgerechtigden stappen te laten maken op de Participatieladder richting het (naar vermogen) meedoen in onze samenleving, maar tegelijkertijd zien we dat inwoners die nu in de bijstand zitten een grotere afstand tot de arbeidsmarkt hebben en dus meer investering vragen om deze stappen te zetten. Het doel blijft waar dit haalbaar is uitstroom te realiseren, maar voor deze groep komt de focus steeds meer te liggen op het mee laten doen (dagbesteding, vrijwilligerswerk). Daarnaast bieden we ook nazorg aan klanten die succesvol uitgestroomd zijn en de werkgevers die ze in dienst hebben genomen. Dit met als doel de uitstroom duurzaam te laten zijn zodat ze werk behouden en niet terug hoeven in de bijstand. Het laten maken van stappen richting naar vermogen meedoen, bij voorkeur via betaald werk, wordt steeds complexer. Het vraagt meer en andere inzet van re-integratie instrumenten. De medewerkers in de uitvoering faciliteren we hierin door per 2023 een digitale 9

•

•

•

•

•

•

instrumentengids in te voeren. Deze biedt inzicht in lokale, regionale en landelijke instrumenten en ondersteunt het proces van zoeken en vinden van de best passende instrumenten. Voor de groep in de bovenste treden van de Participatieladder is het belangrijk dat ze zonder (financiële) nadelige gevolgen stappen kunnen maken richting dagbesteding, activerende en arbeidsmatige dagbesteding, beschut werk, werken met loonkostensubsidie of regulier werk. Ook moet een eventuele stap terug gemakkelijk te regelen zijn. De praktijk leert dat dit door allerhande regelgeving en processen niet altijd het geval is. Om die reden gaan we onderzoeken wat we kunnen inzetten van wat er binnen het landelijk project ‘Simpel Switchen’ geleerd is om deze ‘switches’ zo soepel mogelijk te laten verlopen. In het afgelopen jaar is de Wet inburgering 2021 in werking getreden. Deze wet brengt extra wettelijke taken met zich mee in de dienstverlening aan statushouders en (gezins)migranten. Een groot deel van deze doelgroep heeft een uitkering in het kader van de Participatiewet en dit vraagt dus extra investering vanuit het casemanagement. De instroom onder de nieuwe wet is in 2022 nog beperkt geweest, maar de geraamde instroom is hoog en de ervaring moet leren wat dit aan extra personele inzet vraagt.

Na het coronajaar 2020 waarin we een hoge instroom zagen in de BBZ als gevolg van de TOZO-regeling (Corona ondersteuning voor ondernemers) zagen we in 2021 nauwelijks gebruik van de BBZ. Deze trend zet zich door in 2022. Doordat er in 2022 geen sprake meer is van TOZO gaan we weer terug naar het niveau van voor corona (zie ook de aantallen 2019). Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de record lage stand WW-gerechtigden verwachten we een lage nieuwe instroom. In 2022 was de instroom van bijstandsgerechtigden vanuit andere gemeenten wel opvallend hoog. Het is afwachten of zich dit doorzet. Als dit het geval is vraagt het onderzoek wat hiervan de oorzaken zijn. Zowel de nieuwe mensen die instromen in de bijstand als de huidige bijstandsgerechtigden gaan veel tijd en energie vragen om de mismatch tussen vraag en aanbod weg te nemen. We blijven maatwerk leveren en leggen steeds de verbinding tussen de capaciteiten van de bijstandsgerechtigde en werkgevers in kansrijke sectoren. We blijven werken aan een aanpak waarbij we werken met een vaste contactpersoon, het toepassen van de omgekeerde toets, het uitbreiden van het netwerk van ondernemers en het waar nodig op maat inkopen van scholing en ondersteuning om bijstandsgerechtigden stappen te laten zetten op de participatieladder. Ook werken we steeds meer ontschot.

Dit bijvoorbeeld tussen Wmo en Participatiewet op het gebied van doorstroom van dagbesteding naar meer arbeidsmatige en activerende dagbesteding. Dit zetten we in 2023 voort waarbij we ook streven naar gebruik van de Participatieladder voor de doelgroep Wmo waar dit van toegevoegde waarde is, zodat we ook daar inzichtelijk krijgen welke stappen gezet zijn richting naar vermogen meedoen. We willen een lerende organisatie zijn. Hiervoor is o.a. het van belang om bij inwoners op te halen wat men vindt van de dienstverlening. Dit is voor de Wmo en Jeugd geregeld door klantonderzoek te doen bij inwoners die op deze gebieden diensten hebben afgenomen. Voor de Participatiewet is dan nog niet het geval. In 2022 zijn hiervoor de voorbereidingen getroffen en in 2023 gaan we in de vorm van een pilot starten met een continumeting klanttevredenheid.

Als gemeenten staan we voor veel uitdagingen. Binnen de opgave Meedoen bijv. de nieuwe taken vanuit de Wet inburgering, de krapte op de arbeidsmarkt en de mismatch tussen vraag en aanbod. Samenwerking kan bijdragen bij het aangaan van deze uitdagingen. Hier liggen kansen 10

en deze grijpen we aan. Zo hebben we in Zuidoost Friesland de samenwerking gezocht en schrijven we gezamenlijk een jaarplan waarin we gezamenlijk thema’s vaststellen waaraan we gaan werken en ook gezamenlijk activiteiten organiseren. Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden om in OWO-verband samen op te trekken in de inkoop van re-integratiediensten. •

Een aantal doelen (B4, B8 en B9) kunnen we nog niet kwantitatief monitoren, maar wel kwalitatief.

Financiële stand van zaken werkdeel Participatiewet Participatiewet, nadeel € 120.000

De afgelopen jaren hebben we voor het werkdeel Participatiewet minder middelen beschikbaar gesteld gekregen. Daar waar we het daar de afgelopen jaren mee konden redden blijkt dat in 2022 moeilijker te zijn geweest. Zoals eerder benoemd zien we in lijn met de landelijke ontwikkelingen het aantal uitkeringsgerechtigden verder dalen en verwachten we de komende tijd een laag aantal instromers. De uitkeringsgerechtigden die het verst van de arbeidsmarkt afstaan vragen de meeste tijd door langere trajecten, energie en daarmee ook kosten om hen in daar waar mogelijk in beweging te krijgen. Zo is stichting Werk Ooststellingwerf in 2022 meer ingezet om bewoners met een bijstandsuitkering de stap te laten zetten naar regulier werk. Er blijft ingezet worden op het leveren van ondersteuning om bijstandsgerechtigden stappen te laten zetten op de participatieladder. Een deel van dit nadeel wordt gecompenseerd door de septembercirculaire (€ 73.000). Het resterende nadeel van € 47.000 komt voornamelijk doordat st. Werk Ooststellingwerf in 2022 meer is ingezet om zo inwoners met een bijstandsuitkering de stap te laten zetten naar (regulier) werk. Ook heeft de doelgroep participatiewet een steeds grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Dit vraagt intensiever en langere trajecten om deze inwoners stappen te laten zetten zodat ze mee kunnen doen.

11

2.5 Maatschappelijk effect C – Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven: cijfers Doel C1: We zetten onze minimaregelingen maatwerkgericht in voor kinderen en volwassenen. We onderzoeken de huidige vormen van ondersteuning aan minima zoals de kleding- en schoenenbonnen, Kindpakket, collectieve zorgverzekering en SUN Friesland op effectiviteit en aansluiting bij de vraag die er ligt en passen deze desgewenst aan naar het maatwerkbudget. Het maatwerkbudget is een vrij te besteden budget waarin het gebiedsteam de ruimte krijgt om te doen wat nodig is in een bepaalde situatie. Er wordt vraaggericht gewerkt in plaats van aanbodgericht. De verkenning van het maatwerkbudget levert vooralsnog de bevinding op dat we vanuit de bijzondere bijstand voldoende mogelijkheden hebben én benutten om kinderen en volwassenen maatwerkgericht te ondersteunen. Daarnaast gaan we onderzoeken of een ‘meedoen-pas’ een instrument is dat we kunnen gaan inzetten om te komen tot een meer vraaggerichte aanpak. Met een ‘Meedoen-pas’ ontvangen inwoners met een laag inkomen een (digitaal) tegoed op de pas waarmee ze bijvoorbeeld musea kunnen bezoeken, lid worden van een vereniging of bijv. de ouderbijdrage kunnen betalen. Inwoners kunnen zelf kiezen waar ze gebruik van willen maken. Doel C2: We blijven inwoners diverse vormen van ondersteuning bieden op financieel gebied. Zie doel C7 en C8.

Doel C3: We stemmen met elkaar af wie wat doet als het gaat om het ondersteunen van minima in onze gemeente. In juni 2022 zijn we als gemeente aangesloten bij Geldfit. Daarmee is de route voor inwoners helderder geworden en werken de partijen achter de schermen samen om de ondersteuning op elkaar af te stemmen. De budgetadviseurs voeren casusregie en hebben zicht op de trajecten die uitgevoerd worden, zowel bij de vrijwilligersorganisaties (Humanitas Thuisadministratie, Budgetmaatjes Scala) als partijen zoals de Kredietbank en bewindvoeringsbureaus. Daarnaast is overleg met zowel lokale als bovenlokale partijen die een aanbod hebben in onze gemeente zodat we een goed overzicht hebben op het ondersteuningsaanbod. Doel C4: We investeren nog meer in overzichtelijke en heldere informatie over alle minimaregelingen die er zijn en zorgen dat inwoners en verwijzers deze informatie krijgen of vinden. • 18% van de ondervraagden geeft aan het niet te weten dat de gemeente regelingen heeft voor mensen die rond moeten komen van een laag inkomen (bron: Burgerpeiling 2022). Er liggen duidelijk nog kansen om de bekendheid met minimaregelingen onder inwoners te vergroten, ook onder inwoners met een laag inkomen. • Onze regelingenwijzer met alle minimaregelingen is weer geactualiseerd en verspreid.

Mensen met een bijstandsuitkering of die kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen hebben gekregen, hebben de regelingenwijzer thuisgestuurd gekregen. De regelingenwijzer wordt verspreid via diverse 12

kanalen zoals Scala, de huisartsenpraktijken, plaatselijk belangen en verschillende bedrijven. Zij kunnen inwoners wijzen op de mogelijkheden en daarbij ondersteuning bieden. Ook het GBT gebruikt de Regelingenwijzer actief in de contactmomenten met inwoners. Doel C5: We zorgen dat werken loont en ontzorgen de mensen die een stap zetten van bijstand naar werk. De cijfers over het aantal mensen dat de stap zet van bijstand naar werk (zie onderdeel Maatschappelijk effect B) laten zien dat dit lukt. Doel C6: Inwoners en professionals ervaren het aanvraagproces voor gemeentelijke financiële regelingen als snel, eenvoudig en toegankelijk. Het klanttevredenheidsonderzoek van het gebiedsteam wordt op dit moment uitgevoerd onder inwoners die aanklopten voor Wmo en Jeugd. Voor alles rondom werk, inkomen en budgetadvies is er nog geen klanttevredenheidsonderzoek. Er is continu aandacht voor goede dienstverlening. De gemeentelijke organisatie wordt getraind in heldere, inclusieve en bruikbare overheidscommunicatie en dienstverlening. In de communicatie rondom armoede en schulden aan de doelgroep worden teksten afgestemd met leden / ervaringsdeskundigen van de werkgroep ‘Arm in Arm’. In 2023 gaan we starten met de inzet van ervaringsdeskundigen binnen de gemeentelijke organisatie, waar bereikbaarheid, toegankelijkheid en duidelijke communicatie belangrijke aandachtspunten zijn.

13

Doel C7: Bewindvoering en budgetbeheer alleen als het nodig is.

Tabel 6

2019

2020

2021

2022

Totaalbedrag dat we aan bewindvoering uitgeven.

€ 341.044

€ 367.449

€ 338.051

€ 384.166

Aantal unieke cliënten dat van bewindvoering gebruik maakt.

246

258

228

240

Aantal inwoners dat een positieve beschikking kreeg voor hulp van de Kredietbank Nederland (KBNL), cijfers KBNL11.

48

31

35

36

De kosten voor bewindvoering bestaan sinds 2022 uit de volgende onderdelen*

Bewindvoering Curatele/Mentorschap Schuldenbewind

€ 205.364 € 58.737 € 120.065

We zien dat door de gestegen (energie- en inflatie)kosten er in 2022 meer mensen in financiële problemen zijn gekomen (zie aantallen in tabel 6). *Vanaf 2022 zijn de kosten voor bewindvoering onderverdeeld in bewindvoering, curatele/mentorschap en schuldenbewind. Dit onderscheid werd eerder niet gemaakt.

Het verschil tussen bewindvoering en schuldenbewind is de grondslag waarop het bewind wordt uitgesproken. Bij schuldenbewind is het hebben van een problematische schuldsituatie de grondslag terwijl bij bewindvoering een medische indicatie de grondslag is.

Dienstverlening door KBNL zien we als ‘zware’ hulpverlening. Het cijfer betreft de inwoners die een positieve beschikking hebben gehad en hulp (gaan) ontvangen van de KBNL. Het kan bijvoorbeeld gaan om een aanvraag schuldregeling, budgetbeheer en bewindvoering. 11

14

Doel C8: We ontdekken financiële problemen op tijd. Figuur 4 Overzicht van het aantal meldingen bij de budgetadviseurs en de uitkomsten 262

241

218

203

180

168

aantal meldingen 69

52

62

2017

2018

waarvan eenmalig advies

52

30

39

2020

2021

9 2016

2019

26 2022

Uitkomst meldingen budgetadviseurs 2022 95

89

Eigen traject Inzet Humanitas Doorverwijzing bewind Eenmalig advies Inzet Sociaal Steunpunt Geen contact/oplossing

26 10

5

Inzet budgetmaatjes Scala 2

5

9

Doorverwijzing KBNL

15

Herkomst meldingen 2022

Onder ‘meldingen’ wordt verstaan: ➢ Inwoners die zichzelf melden voor hulp bij hun financiën. ➢ Derden (bijv. bewindvoerder) die melding maken over een inwoner. ➢ Inwoners die al hulp krijgen vanuit het Gebiedsteam op een ander vlak en door een gebiedsteammedewerker worden aangemeld. ➢ Signalen van bedrijven in het kader van vroegsignalering (achterstanden nutsvoorzieningen) die niet via BKR VPS worden gemeld. ➢ Bedrijven maken melding in het kader van ontruiming huurwoning of afsluiting water.

11% Bedrijven

39%

24%

Inwoner Gebiedsteam Derden

26%

Figuur 5 Aantal aangeleverde signalen vroegsignalering (2022)

aangeleverde signalen 2022 per maand 120 101 81 65

jan

62

61

feb

mrt

86

94 78

57

50

apr

80

mei

juni

juli

aug

sept

okt

nov

dec

Op alle signalen wordt actie ondernomen. Afhankelijk van de status (enkelvoudig, opeenvolgend en meervoudig) wordt bekeken op welke manier dit opgepakt wordt. Dat kan via een brief, app, telefoontje of huisbezoek. Eind 2022 is de formatie budgetadvies uitgebreid met specifieke aandacht voor de vroegsignalering. 16

Doel C9: De gemeente en samenwerkingspartners zijn medio 2021 klaar voor de nieuwe Wet op de Inburgering, waar onder andere het ontzorgen van statushouders op financieel gebied een item is. De nieuwe wet is per 1 januari 2022 ingegaan. Op dit moment zijn er nog weinig statushouders die onder dit nieuwe regime vallen. In een volgende monitor zullen we monitoren aan de hand van bijvoorbeeld het aantal inburgeraars dat gebruik maakt van financiële ontzorging en het aantal dat dit na een half jaar niet meer nodig heeft.

17

2.6 Maatschappelijk effect C – Mensen doen mee aan het maatschappelijk leven: analyse Wat gaat goed? In 2022 is er geïnvesteerd in vroegsignalering. Zo zijn we als gemeente aangesloten bij Geldfit en steeds meer partijen sluiten zich aan bij het VPS portaal voor vroegsignalering. Om hier beter op te kunnen anticiperen is er eind 2022 meer capaciteit budgetadvies gerealiseerd. Dit zal in 2023 zijn vruchten gaan afwerpen. We krijgen steeds meer inwoners ‘in beeld’ als het gaat om financiële vragen en kunnen daarop anticiperen. Vanuit budgetadvies wordt samengewerkt met diverse professionele- en vrijwilligersorganisaties, waarbij de casusregie waar mogelijk bij de budgetadviseurs ligt. Zo houden we beter overzicht over (lopende) trajecten. Voor de verschillende kindregelingen is besloten om de inkomensgrens te verhogen naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Dit betekent dat meer kinderen gebruik kunnen maken van voorzieningen op het gebied van welzijn, sport en cultuur. Er wordt meer ingezet op diverse vormen van communicatie rondom ‘geldzaken’ zodat we meer inwoners kunnen bereiken. Daarbij betrekken we inwoners uit de doelgroep via de werkgroep Arm in Arm. Eind 2022 zijn er diverse besluiten genomen rondom energiearmoede waarbij we de doelgroepen die hiermee te maken hebben tijdelijk ondersteuning kunnen bieden. Met name het bereik van de energietoeslag was erg hoog.

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Het jaar 2022 stond na corona voor een groot deel in het teken van gestegen prijzen (inflatie, energiearmoede etc.). Dit betekent dat meer mensen in de financiële problemen zijn gekomen. Het betreft ook andere ‘doelgroepen’, die we eerder niet in beeld hadden. Deze ‘crisis’ heeft ertoe geleid dat er maatregelen zijn getroffen, zowel vanuit het Rijk als vanuit de gemeente, om zoveel mogelijk leed te voorkomen. Deze aanpak was nodig om een snelle financiële ondersteuning te geven om de extreem verhoogde energiekosten en inflatie op te vangen maar is niet een structurele oplossing voor het probleem want dat is gelieerd aan onder andere het verduurzamen van de woningen. Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat inwoners nog onvoldoende weet hebben van bestaande gemeentelijke regelingen die er zijn. Dat houdt wellicht ook in dat er minder gebruik van gemaakt wordt (niet-gebruik). Dat is een belangrijk aandachtspunt en een focuspunt voor 2023. Eén van de manieren waarop we hierop willen inzetten is via de inzet van ervaringsdeskundigen en de tool ‘Voorzieningenwijzer’. Daarnaast zorgen voor een goede verspreiding van de regelingen door het gericht op naam sturen, via lokale huis-aan-huis bladen en social media. Er is een divers ‘aanbod’ van regelingen en subsidies voor inwoners die van weinig geld moeten leven en/of schulden hebben.

We willen kijken of we ons armoede/minima beleid eenvoudiger en meer vraaggericht (maatwerk) kunnen inrichten, bijvoorbeeld door het introduceren van een Meedoen-pas. De Meedoen-pas is een vervoerspas van Arriva die we vergoeden voor statushouders, zodat zij met het openbaar vervoer kunnen reizen naar bijv. taallessen en participatie activiteiten. 18

2.7 Maatschappelijk effect D – Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet: cijfers Doel D1 Mensen zijn op de hoogte en kennen de wegen. Zie Maatschappelijk effect HK doel 8 voor resultaten uit de Burgerpeiling 2022. Doel D2 Mensen maken er gebruik van. Tabel 7 Aantal inwoners met een Wmo voorziening13 Uitgaven voor huishoudelijke hulp

2019 445 € 1.886.000

2020 447 € 2.022.000

202112 453 € 2.343.000

2022 (peildatum 31-12-2022) 434 € 2.400.000

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor huishoudelijke hulp

763

853

91114

77315

Uitgaven voor begeleiding (individueel en groep)

€ 3.707.000

€ 3.037.00016

€ 2.485.00017

€ 2.075.000

335

296

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor begeleiding Uitgaven voor hulpmiddelen18 Aantal unieke cliënten met een nieuwe indicatie voor hulpmiddel Uitgaven Wmo taxivervoer

12 13

€ 173.000 45

€ 281.000 47

€ 339.000 67

€ 316.000 49

€ 887.000

€ 903.000

€ 840.000

€ 700.000

Dit is op basis van het declaratiegedrag van zorgaanbieders. Het gaat om individuele voorzieningen (zorg in natura) op grond van de Wmo. Dit is begeleiding, dagbesteding/groepsbegeleiding, vervoer, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging.

Het gaat hier om het aantal unieke cliënten over het gehele jaar Aantal unieke cliënten op peildatum 31-12-2022 16 Het lagere bedrag in 2020 komt onder meer door voorschot en afrekening MOVO van € 175.000. 17 Er is een positieve afrekening Beschermd Wonen 2021 (€ 301.095), daar was in de begroting geen rekening mee gehouden. Daarnaast nog een positieve afrekening MOVO 2021 (€ 70.000), daar is wel rekening mee gehouden in de begroting. Zie ook hoofdstuk kosten zorg en ondersteuning 18 Dit betreft uitgaven voor uitstaande hulpmiddelen (onderhoudskosten per maand) en uitgaven voor hulpmiddelen buiten de standaard overeenkomst (maatwerk hulpmiddelen). 14 15

19

Aantal inwoners (unieke cliënten) met een voorziening voor taxivervoer

976

988

We kennen inmiddels 4 locaties waar, met ondersteuning van de gemeente, indicatie vrije dagbesteding wordt georganiseerd. In Oldeberkoop kennen we Wel-zijn op dorpse schaal, hier vangen dorpsbewoners 2 dagen in de week rond de 40-45 inwoners op. In Haulerwijk is De Buurthaven, hier komen rond de 25 bezoekers één ochtend, gesprekken over uitbreiding zijn gaande. In Appelscha is de dorpskamer, het aantal bezoekers fluctueert. Met Liante worden er gesprekken gevoerd over het inrichten van de indicatievrije dagbesteding. En in Stellinghaven Oosterwolde gaan inwoners met dementie naar dagbesteding zonder indicatie. Hier worden 2 dagen in de week rond de 14 unieke bezoekers vanuit de Wmo opgevangen en 8 vanuit de Wet Langdurige zorg. In de volgende monitor kunnen we een update geven over het aantal gebruikers van indicatievrije dagbesteding. Deze cijfers worden medio 2023 bekendgemaakt. Figuur 6 Het totaal volume aan gemeentelijke uitgaven voor informele dagbesteding in de dorpen19 €180.000 €160.000 €140.000 €120.000 €100.000 €80.000 €60.000 €40.000 €20.000 €0

2019 (1 locaties)

2020 (3 locaties)

2021 (4 locaties)

2022 (4 locaties)*

Het verschil in uitgaven met voorgaande jaren heeft te maken met de uitgaven aan ZuidOostZorg. ZuidOostZorg heeft voorgesteld het verschil tussen subsidie en de te verwachte kosten van 2021 door te zetten 2022. Dat betekent dat wij in 2022 in plaats van € 87.500 nu € 59.500 uit hebben gegeven.

Het gaat om activiteiten voor oudere mensen die (nog) geen indicatie voor dagbesteding hebben/kunnen krijgen, maar die ter voorkoming van eenzaamheid en/of overbelasting van mantelzorgers wel baat hebben bij een of meer dagdelen ontmoeting en begeleide activiteiten. Het bedrag voor geheel 2022 is € 125.355, waarvan € 31.133 voor Welzijn op Dorpse Schaal (Oldeberkoop), € 24.722 voor Liante (Oosterwolde), € 59.500 voor ZuidOostZorg en € 10.000 voor de Buurthaven (Haulerwijk). Haulerwijk is in 2021 gestart. De Buurtkamer Appelscha heeft in 022 geen subsidie ontvangen maar is dat voor 2023 wel van plan. 19

20

Doel D3 Mensen vinden tijdig ondersteuning bij (financiële) problemen.

Welke cijfer geeft u het gesprek dat u met de gebiedsteammedewerker heeft gehad?

Zie doel C8. Doel D4 Mensen zijn tevreden over de ondersteuning.

8

Figuur 7 Cliënttevredenheidsonderzoek gebiedsteam Aantal respondenten 2022: 48

Cliënttevredenheidsonderzoek 100% 80% 60% 40% 20% 0%

In het gesprek is Na het gesprek met Ik wist waar ik moest zijn met mijn hulpvraag duidelijk geworden waar gebiedsteam heb ik hulp ik gebruik van kan gekregen maken 2020

2021

Kwaliteit van de ontvangen ondersteuning vind ik goed

Ik krijg de hulp zoals afgesproken

Door de ondersteuning die ik krijg kan ik mij beter redden

2022

21

2.8 Maatschappelijk effect D – Mensen maken indien nodig gebruik van het aanwezige vangnet: analyse

Wat gaat goed? Ondanks (landelijke) personeelstekorten in de zorg konden inwoners toch zonder (wezenlijke) wachtlijsten in 2022 een beroep doen op Wmo voorzieningen zoals dagbesteding, begeleiding, vervoer en hulp bij het huishouden. De uitgaven voor dagbesteding vertonen een dalende lijn doordat we sinds 2020 inzetten op normalisering; van zware naar lichte zorg. Daardoor ontvangen minder inwoners de dure ‘plus variant’ van dagbesteding en begeleiding maar de gewone variant zonder dat er geluiden komen dat deze afschaling ten koste gaat van de ondersteuning. Voor Wel-zijn op dorpse schaal Oldeberkoop geldt dat van de 40-45 deelnemers er zo’n 5 normaliter een beschikking dagbesteding zouden ontvangen. Voor ZuidOostZorg kunnen we een inschatting van de besparing maken; alle deelnemers hebben een gevorderde vorm van dementie. Hier hadden we normaal gesproken individuele beschikkingen voor afgegeven; nu wordt het betaald uit de lumpsum. Daarmee zijn we goedkoper uit en bereiken we meer deelnemers. Daarnaast draagt de dagbesteding zonder indicatie voor inwoners met dementie direct bij aan langer thuis wonen, zo blijkt uit interviews van ZuidOostZorg eerder dit jaar.

De relatie tussen besparing van uitgaven op individuele dagbesteding door inzet van dagbesteding zonder indicatie is lastig te maken; voor De Buurthaven is niet bepaald of deelnemers een individuele beschikking zouden ontvangen als ze daar niet heen zouden gaan en voor de dorpskamer Appelscha ook niet. Zij komen daar voor de sociale contacten en de gezelligheid. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? De beweging om langer thuis te blijven wonen, het beperken van de intramurale capaciteit (in combinatie met een tekort aan zorgpersoneel en geschikte woningen) zijn overkoepelende vraagstukken voor nu en in de toekomst. Dit kan niet door één partij alleen worden opgelost. Door domein overstijgende samenwerking proberen we deze vraagstukken gezamenlijk aan te pakken. • In 2022 zagen we toenemende uitgaven voor hulpmiddelen. De aantallen gebruikers hulp bij het huishouden zijn gestegen maar de uitgaven stabiliseren. Dit komt voornamelijk door lagere inzet van hulp in de vakantieperiode. En soms de iets latere start van de hulp. Vanaf 2025 wordt verwacht dat de eigen bijdrage voor hulp bij het huishouden weer inkomensafhankelijk wordt. Daarmee hebben we opnieuw een belangrijk sturingsinstrument in handen. • We gebruiken een landelijke rekentool om de verwachte stijging te berekenen. ‘Aan de poort’ leggen we de nadruk op eigen kracht waar dat kan.

En zijn we een onderzoek gestart om inwoners via Powerful Ageing letterlijk meer in eigen kracht te zetten voordat het tot een

22

• toekenning komt. Dit niet vanuit het oogpunt om te bezuinigen maar om inwoners zelf weer actief te maken. Daarna wordt gekeken of de inzet van in de vorm van huishoudelijke hulp nodig is. • Wat Wmo begeleiding betreft is het aantal deelnemers redelijk stabiel alleen zijn de uitgaven gedaald doordat we een beweging van zware naar lichte zorg ingezet hebben. Dit blijven we doen. • Voor vervoer gaan we voorzichtig weer richting de uitgaven zoals dat voor corona het geval was. • We zien per saldo een onderschrijding van het Wmo-budget. • We zien een positieve ontwikkeling in het aantal dorpen waar indicatievrije dagbesteding bestaat. • Verwachting is dat de vraag naar andere vormen van Wmo-ondersteuning in de komende jaren verder gaat stijgen. Oorzaken liggen in de extramuralisering, de dubbele vergrijzing en (daardoor) de toename van dementie. Door de toename van het aantal inwoners met dementie verwachten we in de toekomst vooral een grotere druk op Wmo dagbesteding. De uitgaven nemen daarnaast sowieso toe door prijsstijgingen en CAO-ontwikkelingen. • Inzicht krijgen in het profiel van de bezoekers indicatievrije dagbesteding; dit kan door in overleg met de initiatiefnemers te kijken naar wat er in de jaarlijkse verantwoording wordt opgenomen.

23

Financiële stand van zaken werkdeel Wmo Hulpmiddelen: nadeel € 51.000 Begeleiding: voordeel € 123.000 Voor 2022 was de verwachting dat we een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo zouden gaan zien. We geven hier een inkijkje in het verloop van het aantal unieke cliënten per Wmo product voor begeleiding.

Individuele begeleiding: aantal unieke cliënten per maand 300 250 200 150 100 50

Individuele begeleiding

be

ve m

be No

em

r

r

i Ju l

pt Se

ei m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 22 i m aa rt

se

pt

ju

ei m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 21 i m aa rt

ju

pt

se

ei m

rt aa m

ja n 20 uar 20 i

0

Individuele begeleiding plus

Sinds de invoering van de individuele begeleiding en de (duurdere) individuele begeleiding plus20 zien we een verschuiving van het aantal unieke cliënten tussen de 2 producten. Waar er in januari 2020 nog 87 cliënten met een indicatie voor individuele begeleiding plus waren is dat aantal in 2022 gedaald naar gemiddeld slechts 19. Tegelijkertijd zien we dat het aantal cliënten met de standaard individuele begeleiding iets is gestegen. In januari 2020 waren dat er 214 en in december 2022 234. 2022: uitgaven individuele begeleiding: 2022: uitgaven individuele begeleiding plus:

€ 1.122.000 € 166.800

20 Dit uurtarief ligt hoger t.o.v. individuele begeleiding vanwege de cliëntkenmerken (zwaar probleemgedrag en/of ernstige problemen met denken en waarnemen).

24

Groepsbegeleiding: aantal unieke cliënten per maand 25 20 15 10 5

Activerende groepsbegeleiding

li em be r no ve m be r

ju

pt

se

ei m

rt aa m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 22 i

ju

pt

se

ei m

rt aa m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 21 i

ju

pt

se

ei m

rt aa m

ja n 20 uar 20 i

0

Arbeidsmatige groepsbegeleiding

Voor de arbeidsmatige groepsbegeleiding21 zien we in 2022 een afname in het aantal unieke cliënten terwijl aantallen bij de activerende groepsbegeleiding22 juist iets oploopt. De afname zou als positief gezien kunnen worden en kan er op duiden dat er cliënten zijn uitgestroomd naar een opleiding of beschut werk. 2022: uitgaven activerende groepsbegeleiding: 2022: uitgaven arbeidsmatige groepsbegeleiding:

€ 86.400 € 107.900

21 Arbeidsmatige groepsbegeleiding: is bedoeld voor die doelgroep die beperkt in staat is om zelfstandig een besteding van de dag in te vullen. Deze doelgroep kan met aansturing nuttige

werkzaamheden voor de maatschappij verrichten in een veilige omgeving 22 Activerende groepsbegeleiding: richt zich op het overdragen of aanleren van kennis en/of vaardigheden gericht op zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de cliënt

25

Dagbesteding: aantal unieke cliënten per maand 100 80 60 40 20

Dagbesteding

li em be r no ve m be r

ju

pt

se

ei m

aa rt m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 22 i se

pt

ju

ei m

aa rt m

li em be r no ve m be ja r n 20 uar 21 i

ju

pt

se

ei m

aa rt m

ja n 20 uar 20 i

0

Dagbesteding plus

Het aantal unieke cliënten met dagbesteding is sinds de start van de meting (januari 2020) stabiel gebleven en schommelt vanaf dat moment tussen de 65 en 80 cliënten met een indicatie. Het aantal unieke cliënten met een indicatie voor dagbesteding plus is sinds 2020 afgenomen en blijft in 2022 stabiel met gemiddeld 9 cliënten. 2022: uitgaven dagbesteding: 2022: uitgaven dagbesteding plus:

€ 418.550 € 110.860

26

Hulp bij huishouden: aantal unieke cliënten per maand

J pt uli em No be ve r m be r

Voor 2022 hebben we rekening gehouden met een stijging van het aantal cliënten en de kosten voor hulp bij het huishouden. De kosten zijn niet zo hard gestegen omdat er sprake is geweest van personeelstekorten waardoor hulp pas later kon worden opgestart en er in de vakantieperiodes (geen of) minder hulp is ingezet. We hebben daarom een voordeel van € 190.000 in de kosten. In 2023 houden we de ontwikkeling van de maandelijkse uitgaven nauwlettend in de gaten. 2022: uitgaven hulp bij het huishouden:

€ 2.400.000

Se

J pt uli em No be ve r m b Ja er nu 20 ar 22 i M aa rt M ei

Se

J pt uli em No be ve r m b Ja er nu 20 ar 21 i M aa rt M ei

Se

Ja n 20 uar 20 i M aa rt M ei

800 780 760 740 720 700 680 660 640 620

Voordeel € 190.000

Hulpmiddelen: nadeel € 51.000 Er zijn in 2022 meer hulpmiddelen verstrekt dan verwacht. Dat betekent ook hogere lasten voor onderhoud van de hulpmiddelen. Naast de kosten voor deze hulpmiddelen hebben we kosten gehad in de vorm van verrekening van hulpmiddelen met andere gemeenten vanwege bijvoorbeeld verhuizingen van inwoners. Dit betrof in 2022 € 30.000. Beschermd wonen: Voordeel € 450.000 Vanuit de centrumgemeente Leeuwarden hebben we een afrekening beschermd wonen ontvangen. Hier hadden we geen rekening mee gehouden. Op 1 januari 2021 is een grote groep overgestapt naar de Wlz en er is een groep geleidelijk in 2021 van BW naar de Wlz gegaan. Er waren landelijk en ook in Friesland al meer cliënten overgegaan naar de Wlz dan was voorzien. Ook in 2022 was er sprake van een verhoogde aanvraagstroom en toelating tot de WLZ. In Friesland hadden we op 1 januari 2022 590 geïndiceerde bewoners. Op 31 december 2022 waren dit er nog 540. 27

Hoofdstuk 3 - Samenleven In 2020 en 2022 is onder de inwoners een Burgerpeiling gehouden, waarin veel vragen werden gesteld die informatie geven over de stand van zaken bij de Opgave Samenleven. Hieronder presenteren we per beoogd maatschappelijk effect de relevante Burgerpeilingresultaten, aangevuld met een duiding van de cijfers en hier en daar met informatie uit andere bronnen. Als u verder wilt inzoomen op de resultaten van de Burgerpeiling (er zijn verdiepingsvragen gesteld en er zijn mogelijkheden om de resultaten per vraag te filteren op bv dorp, inkomensgroep of leeftijdsgroep) bekijk dan de rapportage of het online dashboard op Burgerpeiling | Gemeente Ooststellingwerf

3.1 Maatschappelijk effect E – Mensen voelen zich verbonden: cijfers Indicator E1: Mensen vinden het prettig om in hun buurt te wonen Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Ik voel me veilig in mijn dorp

(andere vraagstelling en daardoor niet vergelijkbaar met 2022)

Ja 83% Neutraal 14% Nee 2%

Indicator E2: Mensen voelen zich betrokken bij anderen in hun gemeenschap Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Heeft u contact met mensen die in uw dorp wonen?

(anders uitgevraagd en daardoor niet vergelijkbaar met 2022)

Ja, met sommigen of de meesten 74% Nee, weinig of met (bijna) niemand 27%

Heeft u behoefte aan meer contact met mensen in uw dorp?

Niet uitgevraagd

Ja, regelmatig 5% Ja, soms 33% Nee 62%

28

Indicator E3: Mensen voelen zich niet gediscrimineerd of buitengesloten Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Ik heb weleens last van discriminatie (oneerlijk behandeld te worden)

4%

7%

Ik heb weleens last van het gevoel ‘er niet bij te horen’? (buitengesloten voelen)

13%

16%

In mijn omgeving worden mensen geaccepteerd ongeacht hun geloof, afkomst of seksuele voorkeur

(helemaal) eens 77%

(helemaal) eens 75%

Burgerpeiling vraag/stelling

2022 totaal

Laag inkomen

Midden inkomen

Hoog inkomen

Ik heb weleens last van discriminatie (oneerlijk behandeld te worden)

7%

12%

4%

3%

Ik heb weleens last van het gevoel ‘er niet bij te horen’? (buitengesloten voelen)

16%

22%

13%

12%

In mijn omgeving worden mensen geaccepteerd ongeacht hun geloof, afkomst of seksuele voorkeur

75%

70%

76%

85%

➢ Opgesplitst naar inkomensgroep:

29

Indicator E4: Mensen ervaren minder eenzaamheid Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Hoe vaak voelt u zich eenzaam?

Vaak 3% Soms 18%

Vaak 3% Soms 18%

➢ Opgesplitst naar inkomensgroep: Burgerpeiling vraag/stelling

2022

Laag inkomen

Midden inkomen

Hoog inkomen

Vaak 3% Soms 18%

7% 25%

1% 17%

1% 10%

Burgerpeiling vraag/stelling

2022 totaal

18 t/m 35 j

36t/m 55j

56 t/m 70 j

>70 j

Hoe vaak voelt u zich eenzaam?

Vaak 3% Soms 18%

6% 21%

3% 21%

3% 16%

2% 13%

totaal Hoe vaak voelt u zich eenzaam?

➢ Opgesplitst naar leeftijdscategorie:

30

3.2 Maatschappelijk effect E – Mensen voelen zich verbonden: analyse Wat gaat goed? De meeste mensen voelen zich veilig in hun dorp en verreweg de meeste mensen hebben contact met anderen in het dorp: 18% met veel mensen in het dorp, 56% met enkele dorpsgenoten. Het aantal inwoners dat zich soms of vaak eenzaam voelt is gelijk gebleven. Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? Eenzaamheid Voor het effect ‘Mensen voelen zich verbonden’ is tot nu toe met name ingezoomd op tegengaan van eenzaamheid. Er is geïnvesteerd in professionalisering in het gebiedsteam wat betreft eenzaamheids-problematiek. • De gemeente subsidieert VraagElkaar om inwoners, die daaraan behoefte hebben 1 op 1 met elkaar in contact te brengen op basis van gedeelde interesses en coacht hen waar nodig bij het aangaan van contacten. Door haar activiteiten maakt VraagElkaar eenzaamheid bespreekbaar in de Mienskip. • Dorpen of wijken die (bv n.a.v. de burgerpeilingresultaten) meer willen gaan doen aan de onderlinge verbondenheid in het dorp of aan bestrijding van eenzaamheid kunnen rekenen op de steun van de gemeente. • Jonge mensen (18-35j) en mensen met een laag inkomen, vooral als zij niet (kunnen) deelnemen aan werk, voelen zich vaker eenzaam. Dit zijn duidelijke aandachtspunten voor de komen de jaren.

Inclusie In vergelijk met de Burgerpeiling 0-meting in 2020 geven meer mensen aan weleens last te hebben van discriminatie (7%) of het gevoel er niet bij te horen (16%). Het Fries discriminatiemeldpunt Tumba meldt al een paar jaar een stijging van het aantal meldingen van discriminatie. Mensen ervaren ook dat er wat minder tolerantie is t.a.v. geloof, afkomst of seksuele voorkeur (Burgerpeiling van 77% in 2020 naar 75% nu). Mensen met een laag inkomen hebben significant vaker het gevoel er niet bij te horen of te worden gediscrimineerd. Uit onderzoek van dit jaar door Planbureau Fryslân blijkt dat de meeste Friezen positief denken over diversiteit en inclusie. Leden van ‘minderheidsgroepen’ zijn minder optimistisch, zij ervaren ongelijke kansen en hebben wel eens te maken met uitsluiting en discriminatie en agressie. Per 1 februari is een nieuwe ‘beleidsmedewerker inclusie’ gestart. Zij gaat zich inzetten voor de inclusie-agenda en antidiscriminatiebeleid. 31

3.3 Maatschappelijk effect F – Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar: cijfers Indicator F1: Mensen helpen elkaar Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Heeft u het afgelopen jaar tijd besteed aan hulp en aandacht aan buren die dit nodig hebben?

Ja, 55%

Ja, 52%

Bent u bereid uw buren te helpen?

Jazeker 52% Ja, maar hangt af van wat ik moet doen 43% Nee 5%

Jazeker 56% Ja, maar hangt af van wat ik moet doen 40% Nee 4%

Indicator F2: Mensen pakken gezamenlijk sociale en maatschappelijke vraagstukken op Over deze indicator is geen vraag gesteld in de Burgerpeiling. De opbouwwerkers hebben in 2022 15 initiatieven van inwoners ondersteund. Hierbij waren 110 actieve inwoners betrokken. In 2022 vroegen dertien Initiatieven subsidie aan bij Het Fonds, waarvan er tien binnen de regeling pasten en zijn gesubsidieerd. Er was 145.000 euro subsidiegeld beschikbaar. In Haulerwijk en Appelscha namen inwoners het initiatief tot een ‘Bloeizone’, een project gericht op gezond oud worden. Indicator F3: Mensen ervaren ruimte om ideeën/initiatieven te ontwikkelen Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Ik krijg ruimte om ideeën te bedenken en ontwikkelen voor mijn dorp

(helemaal) eens 32%

(helemaal) eens 28%

32

3.4 Maatschappelijk effect F – Mensen zetten zich in voor de samenleving en elkaar: analyse

Wat gaat goed? •

• •

96% van de inwoners is bereid om hun buren te helpen, 56% helpt onvoorwaardelijk en voor 40% hangt het af van wat voor hulp nodig is. Onderlinge hulp wordt, met de toenemende vergrijzing, langer thuis wonen en minder beschikbare professionele hulp, steeds belangrijker. Dat de inwoners van Ooststellingwerf zo voor elkaar klaar staan is bemoedigend. Het opbouwwerk ondersteund diverse projecten waarmee ideeën van inwoners, om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten, verder worden gebracht. Ook uit de subsidieaanvragen bij Het Fonds blijkt dat inwoners initiatieven nemen die een positieve invloed hebben op de leefbaarheid . In 2022 werd de periode 2018-2021 van Het Fonds geëvalueerd. In die periode werden 75 van de 104 aanvragen gesubsidieerd voor in totaal 781.470 euro. Initiatieven haalden daarnaast 1.267.773 euro aan cofinanciering naar Ooststellingwerf.

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? • •

Het groeiende belang van informele onderlinge hulp is een aandachtspunt in gesprek met de dorpen. Het percentage inwoners dat ‘(helemaal) eens’ antwoordt op de stelling ‘Ik krijg ruimte om ideeën te bedenken en ontwikkelen voor mijn dorp’ is gedaald van 32% naar 28%. De verschillen tussen de dorpen zijn groot, de percentages fluctueren van 15% in Oosterwolde tot 60% in Langedijke en Makkinga. In Oosterwolde, Haulerwijk en Appelscha zijn de percentages onder het gemiddelde. In deze drie grootste dorpen wordt extra geïnvesteerd ihkv het programma ‘aandachtsgebieden’ en door opbouwwerkers en dorpencoördinatoren om initiatieven van inwoners verder te helpen.

33

3.5 Maatschappelijk effect G – Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur: cijfers Indicator G1: Mensen zijn tevreden met het aanbod aan sociale, culturele en sport activiteiten Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Percentage inwoners dat vindt dat er voldoende activiteiten zijn in hun omgeving

Sport 55% Cultuur 33%

Sport 61% Cultuur 37%

Percentage inwoners dat aangeeft mee te doen aan sociale, culturele en/of sport- of beweegactiviteiten in de omgeving.

Sport/bewegen 38% Cultureel 36% Sociaal 49%

Sport/bewegen 41% Cultureel 40% Sociaal 54%

Indicator G2: Mensen zijn op de hoogte van het sociale, culturele en sport aanbod Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Percentage inwoners dat weet welke activiteiten er zijn in hun dorp

60%

64%

Indicator G3: Mensen hebben toegang tot de sociale, culturele en sport infrastructuur Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Percentage inwoners dat aangeeft dat bepaalde zaken een beetje of veel invloed hebben op hun leven

Lichamelijke gezondheid 36% Niet genoeg geld 18% Geestelijke gezondheid 17%

Lichamelijke gezondheid 38% Niet genoeg geld 23% Geestelijke gezondheid 21%

34

➢ Opgesplitst naar inkomenscategorie: Burgerpeiling vraag/stelling

2022 totaal

Laag inkomen

Midden inkomen

Hoog inkomen

Minder goede lichamelijke gezondheid

38%

49%

39%

24%

Niet genoeg geld hebben

23%

39%

18%

10%

Minder goede geestelijke gezondheid

21%

30%

18%

12%

Percentage inwoners dat aangeeft dat onderstaande zaken een beetje of veel invloed hebben op hun leven :

Indicator G4: Mensen zijn tevreden over de ontmoetingsplekken in hun omgeving Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Percentage inwoners dat aangeeft dat er voldoende mogelijkheden zijn om andere mensen te ontmoeten

49%

57%

Indicator G5: Mensen zetten zich als vrijwilliger in voor activiteiten, verenigingen en organisaties Burgerpeiling vraag/stelling

2020

2022

Percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet

33%

37%

35

3.6 Maatschappelijk effect G – Mensen maken gebruik van de sociale, culturele en sport infrastructuur: analyse

Wat gaat goed? • • • • • •

De tevredenheid van inwoners over het aanbod van culturele- en sport/beweegactiviteiten is licht gestegen. Vooral het sport- en beweegaanbod wordt als voldoende ervaren (61%). Meer inwoners zijn deel gaan nemen aan activiteiten in hun omgeving. Nieuw is het Buurtsport leefstijltraject. Mensen die fitter en gezonder willen worden, krijgen 6 weken gratis ondersteuning. Na het traject blijven veel deelnemers deelnemen aan reguliere sportieve activiteiten. Ook zijn inwoners wat meer op de hoogte van wat er te doen is. De investeringen in de sport/beweeg-website www.beweegplein.nl en activiteitenagenda www.uutgaon.nl hebben hier mogelijk aan bijgedragen. De tevredenheid over mogelijkheden om andere mensen te ontmoeten is ook gestegen. Bijvoorbeeld dorpshuizen en dorpskamers en laagdrempelige inloopactiviteiten dragen hier aan bij. Het percentage inwoners dat vrijwilligerswerk doet is gestegen van 33% naar 37%. Vrijwilligers dragen belangrijk bij aan bloeiende verenigingen en leefbaarheid in de dorpen.

Wat zijn aandachtspunten en hoe anticiperen we daar op? •

• •

Een groeiende groep mensen geeft aan dat zij weleens belemmeringen ervaren in hun dagelijks leven en dus ook bij deelname aan het maatschappelijk leven. Met name minder financiële middelen en slechtere gezondheid beperken mensen. Dit zijn aandachtspunten voor álle beleidsontwikkeling en -uitvoering op het gebied van ‘Samenleven’. In de DOE-agenda ‘Meedoen aan het maatschappelijk leven’ staan bijvoorbeeld maatregelen om mensen met minder financiële middelen te ondersteunen. Via de DOE-agenda’s ‘Positieve gezondheid’ en ‘Gezond en gelukkig ouder worden’ versterken we gezondheidsvaardigheden en ‘zo veel mogelijk mee blijven doen’, ondanks beperkingen. Jongere inwoners (18-35j) geven aan geschikte activiteiten en uitgaansmogelijkheden te missen. Deze info geven we mee aan de verenigingen en organisaties die activiteiten organiseren. Vrijwilligerswerk blijft ontzettend belangrijk voor de leefbaarheid in de dorpen, daarom werken we aan betere ondersteuning van vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties.

36

Financiële stand van zaken werkdeel Samenleven (Sport)accommodaties, voordeel € 69.000 De lagere lasten komen voornamelijk doordat er nog geen kapitaallasten zijn voor het DoarpsSintrum Donkerbroek. Maatschappelijke opvang, voordeel € 363.000 We hebben een voordeel van € 363.000 voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Een deel van dit voordeel komt als nadeel terug in programma 6, er staan lasten inhuur personeel tegenover. Deels zijn de lasten ook lager geweest dan de vergoeding, bijvoorbeeld de uitvoeringslasten voor het verstrekken van de uitkeringen. Per saldo is het voordeel € 254.000

37

Hoofdstuk 4 - Gezondheid 4.1 Maatschappelijk effect HK – Positieve gezondheid en gezonde leefomgeving: cijfers Doel HK1 Inwoners, organisaties en ondernemers voelen zich gesteund om initiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de positieve gezondheid van inwoners. Het aantal initiatieven van onderop dat bijdraagt aan positieve gezondheid neemt toe. In Haulerwijk en Appelscha wordt bijvoorbeeld gewerkt aan het realiseren van bloeizones. Er zijn vele andere initiatieven zoals bijvoorbeeld ´de kleine boerderij´ in Oosterwolde, ´Welzijn op dorpse schaal´ in Oldeberkoop en het project ´de stelling neemt stelling voor groen´ in Makkinga. We brengen een aantal daarvan in beeld in een magazine Positieve Gezondheid. Daarmee steunen en waarderen we initiatiefnemers en hopen we inspiratie en kennisdeling te stimuleren. • • •

28% van de inwoners is het (helemaal) eens met de stelling ‘Ik krijg ruimte om ideeën te bedenken en te ontwikkelen voor mijn dorp’ (Burgerpeiling 2022). In 2020 lag het percentage (helemaal) eens op 32%. Veel mensen reageren neutraal op deze stelling (41%), 10% is het (helemaal) oneens met de stelling en 21% weet het niet. Het relatief lage percentage van 28% wordt veroorzaakt door negatieve uitschieters in Appelscha (22%) en Oosterwolde (15%). De andere dorpen zitten op (veel) hogere percentages.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=e4003bab-2219-42f9-9bb0-14e7d043ece3