Bijlage 3 - Informatieblad delegatie
Tekst van het document
Informatieblad delegatie Voor
:
Gemeenteraad
CC
:
Van
:
Marcel Bos
Datum
:
4-10-2021
Onderwerp
:
Verplichte participatie onder de Omgevingswet
Inleiding Eén van de verbeterdoelstellingen van de omgevingswet is snellere bestuurlijke besluitvorming. Ook in de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan is een mogelijkheid opgenomen de besluitvorming te versnellen, namelijk het delegatiebesluit. De gemeenteraad kan vast leggen in welke situaties het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college gedelegeerd kan worden. Dit informatieblad dient als achtergrondinformatie bij het raadsvoorstel ‘Verzamelbesluit bevoegdheden Omgevingswet; bindend adviesrecht, verplichte participatie, delegatie’
Toelichting 1. Het delegatiebesluit Het delegatiebesluit houdt in dat de gemeenteraad de bevoegdheid om onderdelen van het omgevingsplan te wijzigen, kan delegeren aan het college van burgmeester en wethouders. In het delegatiebesluit worden categorieën opgenomen waarvan de gemeenteraad aangeeft dat het college bevoegd is om het omgevingsplan te wijzigen. Het college van B&W is in die gevallen bevoegd tot het (zelfstandig) vaststellen van delen van het omgevingsplan. Het delegatiebesluit wordt door de gemeenteraad vastgesteld. 2. Adviesrecht en delegatiebesluit Een initiatiefnemer heeft twee keuzes als het initiatief in strijd blijkt te zijn met het omgevingsplan: het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa) of het verzoek tot wijziging van het omgevingsplan. Om de keuze voor een van deze twee procedures niet te laten afhangen van het bevoegd gezag of de snelheid in procedure, wordt voorgesteld om het bindend adviesrecht en het delegatiebesluit in categorieën op elkaar af te stemmen. Dit betekent dat de besluitvorming rondom het opnemen van nieuwe ontwikkelingen in het omgevingsplan die onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor geen adviesrecht geldt, in beginsel gedelegeerd wordt aan het college.
De raad blijft bevoegd voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de gevallen die voorkomen op de lijst met categorieën van gevallen van buitenplanse opa’s waarop het bindend adviesrecht van toepassing is. Deze omgevingsplanactiviteiten nemen we dus niet op in de lijst voor het delegatiebesluit. 3. Gevallen voor delegatie Bij het delegatiebesluit (besluitpunt 4) uit het voorliggende raadsbesluit zijn categorieën opgenomen waarbij zoveel mogelijk de bevoegdheden zoals we die in de huidige praktijk kennen, gevolgd worden. Eveneens is er aansluiting gezocht bij de omgevingsvergunningen voor een buitenplanse buitenplanse opa waarop het bindend adviesrecht van de raad van toepassing is. Dit om te voorkomen dat er verschil ontstaat in bevoegdheden bij de aanpassing van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning buitenplanse opa.
Met het delegeren van wijzigingen die passen binnen bestaande beleidskaders is het mogelijk om de doorlooptijd van een omgevingsplanprocedure in te korten, wat bijdraagt aan de verbeterdoelen van de omgevingswet. Datzelfde geldt voor het opnemen van nieuwe ontwikkelingen in het omgevingsplan die onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor geen adviesrecht geldt. Het gaat dan over de volgende situaties: a) Het aanpassen van het omgevingsplan conform een verleende omgevingsvergunning De Omgevingswet bepaalt dat vergunningen voor buitenplanse opa’s binnen vijf jaar verwerkt moeten worden in het omgevingsplan. De raad stuurt op hoofdlijnen en het verwerken van verleende omgevingsvergunningen in het omgevingsplan is een administratieve handeling die zich daarom goed leent voor delegatie. b) Het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van een door de gemeenteraad of college vastgesteld beleidsstuk Voor het opstellen van een omgevingsplan stelt de gemeenteraad kaders. Dit gebeurt via de omgevingsvisie. In omgevingsprogramma’s worden onderdelen uit de omgevingsvisie uitgewerkt. De bevoegdheid tot het opstellen van omgevingsprogramma’s ligt bij het college. Concrete ambities uit de omgevingsvisie en uit de omgevingsprogramma’s waarvan doorvertaling in het omgevingsplan nodig is, kunnen gedelegeerd worden aan het college.
Ook andere door de raad of het college vastgestelde beleidsregels die doorvertaling in het omgevingsplan behoeven, kunnen door het college worden verwerkt in het omgevingsplan. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging en kaderstelling door de gemeenteraad. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. c) Het aanpassen van het omgevingsplan voor zover het binnen bestaande vastgesteld beleidskader past Dit is van toepassing op een initiatief die voldoet aan de bestaande beleidskaders. d) Het aanpassen van het omgevingsplan voor gevallen die voorkomen op de kruimelgevallenlijst (Besluit omgevingsrecht, bijlage II, artikel 4) Op de kruimellijst staan elf gevallen waarin van het bestemmingsplan mag worden afgeweken. Dit zijn veelal kleine ontwikkelingen, denk dan aan het uitbreiden van een bestaand gebouw. Meer informatie over de kruimelgevallenlijst is weergegeven in bijlage 4 bij het raadsvoorstel. Informatieblad kruimellijst Besluit Omgevingsrecht. Onder besluitpunt twee van het raadsbesluit wordt expliciet besloten dat er geen bindend advies aan de raad behoeft te worden gevraagd in gevallen die voorkomen in Bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht, de kruimelgevallenlijst.
In lijn met dat besluitpunt is dit onderdeel opgenomen voor delegatie. e) Het aanpassen van het omgevingsplan ten gevolge van door het Rijk of de Provincie opgelegde instructieregels Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Vanuit het Rijk en de Provincie zijn nu ook al instructieregels onder de huidige wetgeving opgenomen. Bijvoorbeeld het opnemen van de beschermingszones van de primaire waterkeringen in het bestemmingsplan. Indien binnen deze regels geen afwegingsruimte aanwezig is, kan de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van een instructieregel gedelegeerd worden aan het college. f)
Het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was In de huidige bestemmingsplannen zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen. Hierin wordt onder andere bepaald dat voor deze specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet komen deze niet meer voor. De aangewezen locaties zijn echter wel onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan (het oude bestemmingsplan). De kaders (wijzigingsvoorwaarden
en uitwerkingsregels) zijn al vastgesteld door de raad. Voor deze gevallen kan het college bevoegd blijven voor het wijzigen van het omgevingsplan. g) g) het opnemen van nieuwe ontwikkelingen die onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor geen adviesrecht geldt Projecten en ontwikkelingen die vallen binnen de categorieën waarvoor het niet nodig is om bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een advies te vragen aan de raad, kunnen in het geval van een wijziging van het omgevingsplan, ook door het college worden vastgesteld (zie ook paragraf 2 van dit informatieblad). Het gaat hierbij om de koppeling tussen adviesrecht en delegatiebesluit om een verschil in bevoegd gezag te voorkomen.