CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.3. Nader bodemonderzoek

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning en ontwerp-vvgb Brink 4 Oosterwolde25.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2,2

BoToVa T12 Toetsing Wbb grond Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022087042 31-05-2022 03-06-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

12787890

102-2 102 (60-100)

Eindoordeel:

RG

AW

T

I

-

10

50

290

530

0,7 2 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

95,5 <0,7 99 <2,0

95,5 0,49

mg/kg ds

<10

11,02

Legenda Nr.

Oordeel

Voldoet aan Achtergrondwaarde

Gebruikte afkortingen -

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

*

groter dan Achtergrondwaarde

**

groter dan Tussenwaarde

***

groter dan Interventiewaarde

GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

RG

Vereiste Rapportagegrens

AW

Achtergrondwaarde

T

Tussenwaarde

I

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/ N.B.: de vermelde tussenwaarde is door PAIS berekend en is niet afkomstig uit BoToVa

1,4

Handelingskader PFAS 13-12-2021 Toepassing grond/bagger op landbodem Uw projectnummer Uw projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022075112 10-05-2022 17-05-2022

Analyse

Eenheid

5

GSSD

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1

1,4 1,4 1,4 1,4 1,9 1,9 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,9 1,4

3 3 3 3 7 7 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 7 3

3 3 3 3 7 7 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 7 3

Bodemtype correctie

Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

1 25

#

Voorbehandeling

Cryogeen malen

Uitgevoerd

Bodemkundige analyses

Droge stof Organische stof Gloeirest

% (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds

91.7 1.0 99

µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds µg/kg ds

<0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 <0.1 0.1 0.1

PerFluorKoolwaterstoffen(PFC)

perfluorbutaanzuur (PFBA) perfluorpentaanzuur (PFPeA) perfluorhexaanzuur (PFHxA) perfluorheptaanzuur (PFHpA) perfluoroctaanzuur (PFOA) lineair perfluoroctaanzuur (PFOA) vertakt perfluornonaanzuur (PFNA) perfluordecaanzuur (PFDA) perfluorundecaanzuur (PFUnDA) perfluordodecaanzuur (PFDoA) perfluortridecaanzuur (PFTrDA) perfluortetradecaanzuur (PFTeDA) perfluorhexadecaanzuur (PFHxDA) perfluoroctadecaanzuur (PFODA) perfluorbutaansulfonzuur (PFBS) perfluorpentaansulfonzuur (PFPeS) perfluorhexaansulfonzuur (PFHxS) perfluorheptaansulfonzuur (PFHpS) perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) lineair perfluoroctaansulfonzuur (PFOS) vertakt perfluordecaansulfonzuur (PFDS) 4:2 fluortelomeer sulfonzuur (4:2 FTS) 6:2 fluortelomeer sulfonzuur (6:2 FTS) 8:2 fluortelomeer sulfonzuur (8:2 FTS) 10:2 fluortelomeer sulfonzuur (10:2 FTS) N-methylperfluoroctaansulfonamideacetaat(MeFOSAA) N-ethylperfluoroctaansulfonamideacetaat (EtFOSAA) perfluoroctaansulfonamide (PFOSA) N-methylperfluoroctaansulfonamide (MeFOSA) 8:2 fluortelomeerfosfaatdiester (8:2 diPAP) som PFOA (*0,7) som PFOS (*0,7) Legenda Nr. 5

Monsternaam MM1pfas 101 (60-100) 104 (60-100) 105 (80-130)

INDICATIEF Eindoordeel:

Voldoet aan achtergrondwaarde

<= rapportagegrens danwel achtergrondwaarde > achtergrondwaarde > wonen > Industrie

* ** ***

Voor toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassingseis gelijk aan de bepalingsgrens (0,1 µg/kg)

Deze toetsing is NIET met BoToVa uitgevoerd en is indicatief Eurofins Analytico B.V. is niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing. Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren, dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan pais.helpdesk@eurofins.com

Eurofins nr. 12746187

0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.07 0.1 0.1

-

Bijlage 4c Getoetste analyseresultaten (Regeling bodemkwaliteit) (indicatief)

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022075112 10-05-2022 17-05-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

12746183

103-2 103 (60-100)

Eindoordeel:

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

10

50

210

530

530

0,7 2,1 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

94,5 <0,7 100 2,1

94,5 0,49

mg/kg ds

<10

11

Legenda Nr.

Oordeel

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

2,1 <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022075112 10-05-2022 17-05-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

12746184

104-2 104 (60-100)

Eindoordeel:

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

Wonen

10

50

210

530

530

1,3 3,2 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

92,9 1,3 98 3,2

92,9 1,3

mg/kg ds

120

184,8

Legenda Nr.

Oordeel

Klasse wonen

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

3,2

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022075112 10-05-2022 17-05-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

3

GSSD

Analytico-nr

Monster

3

12746185

105-3 105 (80-130)

Eindoordeel:

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

Industrie

10

50

210

530

530

0,9 4,6 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

90,3 0,9 99 4,6

90,3 0,9

mg/kg ds

190

285,3

Legenda Nr.

Oordeel

Klasse industrie

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

4,6

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022075112 10-05-2022 17-05-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

4

GSSD

Analytico-nr

Monster

4

12746186

105-4 105 (130-160)

Eindoordeel:

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

10

50

210

530

530

0,7 2,2 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

86,3 <0,7 100 2,2

86,3 0,49

mg/kg ds

20

31,37

Legenda Nr.

Oordeel

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

2,2 <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

18258.002 Brink 4 Oosterwolde 05-05-2022 Andre Bruil 2022087042 31-05-2022 03-06-2022

Analyse

Eenheid

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof Organische stof Gloeirest Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen Lood (Pb)

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

12787890

102-2 102 (60-100)

Eindoordeel:

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

10

50

210

530

530

0,7 2 Uitgevoerd % (m/m) % (m/m) ds % (m/m) ds % (m/m) ds

95,5 <0,7 99 <2,0

95,5 0,49

mg/kg ds

<10

11,02

Legenda Nr.

Oordeel

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

1,4 <=AW

Bijlage 5

Toetsingskaders

Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering AW = achtergrondwaarde S = streefwaarde I = interventiewaarde t.b.v. sanering(-sonderzoek)

voorkomen in:

Grondwater

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

anders vermeld)

Stof/niveau AW

I

S

I 20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800

I.

Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) chroom III chroom VI cobalt (Co) koper (Cu kwik (Hg) kwik (anorganisch) kwik (organisch) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn)

4,0 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 35 6,5 80 140

22 76 920* 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720

10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65

II.

Anorganische verbindingen chloride cyaniden-vrij cyaniden-complex thiocyanaat

3 5,5 6,0

20 50 20

100 (mg/l) 5 10 -

1500 1500 1500

III.

Aromatische verbindingen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen styreen (vinylbenzeen) fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som)

0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1,1 110 32 17 86 14 13 -

0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2 -

30 150 1000 70 300 2000 200 -

IV.

Polycyclische aromatische waterstoffen (PAK's) naftaleen antraceen fenantreen fluoranteen benzo(a)antraceen chryseen benzo(a)pyreen benzo(ghi)peryleen benzo(k)fluoranteen indeno(1,2,3cd)pyreen PAK (som 10)

1,5

40

0,01 0,0007 0,003 0,003 0,0001 0,003 0,0005 0,0003 0,0004 0,0004 -

70 5 5 1 0,5 0,2 0,05 0,05 0,05 0,05

Gechloreerde koolwaterstoffen vinylchloride dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 1,2-dichlooretheen (cis- en trans-) dichloorpropanen trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra) tetrachlooretheen (Per)

0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,3 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8

0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01

5 1000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40

monochloorbenzeen dichloorbenzenen trichloorbenzenen tetrachloorbenzenen pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen

0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,0085

15 19 11 2,2 6,7 2,0

7 3 0,01 0,01 0,003 0,0009

180 50 10 2,5 1 0,5

monochloorfenolen(som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol

0,045 0,20 0,0030 0,015 0,0030

54 22 22 21 12

0,3 0,2 0,03 0,01 0,04

100 30 10 10 3

PCB's (som 7) chloornaftaleen (som) monochlooranilinen (som) dioxine (som I-TEQ)

0,020 0,070 0,20

1 23 50 0,00018

0,01 -

0,01 6 30 -

V.

pentachlooraniline

kool-

0,000055 0,15

-

-

-

-

* De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voor barium tijdelijk buiten werking gesteld.

Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering voorkomen in:

Grondwater

Grond/sediment (mg/kg droge stof)

anders vermeld)

Stof/niveau AW VI.

VII.

Bestrijdingsmiddelen chloordaan DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin drins (som) -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) azinfos-methyl organotin verbindingen (som) tributyltin (TBT) MCPA atracine carburyl carbofuran 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestr.mid. (som) Overige verontreinigingen asbest cyclohexanon dimethyl ftalaat diethyl ftalaat di-isobutylftalaat dibutyl ftalaat butyl benzylftalaat dihexyl ftalaat di(2-ethylhexyl)ftalaat ftalaten (som) minerale olie pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

I

S

I

0,0200 0,20 0,10 0,020 0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030 0,00070 0,0020 0,003 0,40

4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4 -

0,02 ng/l 0,004 ng/l 0,009 ng/l 0,1 ng/l 0,04 ng/l 0,2 ng/l 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l 0,005 ng/l -

0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3 -

0,0075 0,15 0,065 0,55 0,035 0,15 0,017 0,60 0,090

2,5 4 0,71 0,45 0,017 -

0,05-16 ng/l 0,02 29 ng/l 2 ng/l 9 ng/l -

0,7 50 150 50 100 -

2,0 0,045 0,045 0,045 0,070 0,070 0,070 0,045 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 2,0 2,5 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 82 53 17 36 48 220 60 5000 11 7 8,8 75 -

0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -

15000 5 600 30 300 5000 630 -

Bodemtypecorrectie Anorganische verbindingen

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg);% lut. is gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem; % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; A, B en C zijn constantenafhankelijk van de stof; Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Bijlage 5a Toetsingskader Circulaire bodemsanering STOF arseen barium beryllium cadmium chroom cobalt koper kwik lood nikkel tin vanadium zink

a 15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 12 50

b

c

0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 0,6 1,2 3

0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5

Organische verbindingen

Lb is interventiewaarden geldend voor de te beoordelen bodem (mg/kg); Lst is interventiewaarde voor de standaardbodem (mg/kg); % org. st. is gemeten percentage organisch stof in de te beoordelen bodem; Voor bodems met gemeten organisch stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2%, worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden. Voor toepassing van de bodemtypecorrectie bij achtergrondwaarden wordt in de bovenstaande formule de interventiewaarde vervangen door achtergrondwaarde.

Nader onderzoek

De tussenwaarde (T) is het toetsingscriterium ten behoeve van een nader onderzoek. Wordt de tussenwaarde overschreden, dan is een nader onderzoek, op korte termijn, noodzakelijk

T is de tussenwaarde; AW is de achtergrondwaarde en I is de interventiewaarde.

Bijlage 5b

Toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)

Normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem, voor de bodem waarop grond of bagger wordt toegepast en voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel (voor standaardbodem, in mg kg/ds). Achtergrondwaarden

Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie

Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen

Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie

over aangrenzend perceel (2) (mg/kg ds)

Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg ds)

Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg ds)

Maximale emissiewaarden

Emissietoetswaarden

(mg/kg L/S 10)

(mg/kg ds)

15 27 1,2 62 35 54 0,83 210 88 180 97 200

22 76 4,3 180 190 190 4,8 530 190 100 900 250 720

0,070 0,61 0,051 0,17 0,24 1,0 0,49 15 0,48 0,21 0,093 1,9 2,1

9 42 4,3 180 130 113 4,8 308 105 100 450 146 430

3,0 5,5 6,0

3,0 5,5 6,0

20 50 20

nvt nvt nvt

nvt nvt nvt

0,20 *) 0,20 *) 0,20 *) 0,45 *) 0,25 *) 0,25 0,30 *) 0,35 *) 2,5 *)

0,20 0,20 0,20 0,45 0,25 0,25 0,30 0,35 2,5

1 1,25 1,25 1,25 86 1,25 5 0,35 2,5

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

stofniveau

(mg/kg ds) I.

II.

III.

IV.

V.

Metalen antimoon (Sb) arseen (As) barium (Ba) cadmium (Cd) chroom (Cr) kobalt (Co) koper (Cu) kwik (Hg) lood (Pb) molybdeen (Mo) nikkel (Ni) tin (Sn) vanadium (V) zink (Zn) Overige anorganische stoffen chloride 3) cyanide (vrij) 4) cyanide (complex) thiocyanaten (som) Aromatische stoffen benzeen ethylbenzeen tolueen xylenen (som) styreen (vinylbenzeen fenol cresolen (som) dodecylbenzeen aromatische oplosmiddelen (som) 6) Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's) naftaleen fenantreen antraceen fluorantheen chryseen benzo(a)antraceen benzo(a)pyreen benzo(k)fluorantheen indeno(1,2,3cd)pyreen benzo(ghi)peryleen PAK's totaal (som 10) Gechloreerde koolwaterstoffen a. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen monochlooretheen (vinylchloride) 7) dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen 7) 1,2-dichlooretheen (som) dichloorpropanen (som) trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (Tri) tetrachloormethaan (Tetra tetrachlooretheen (Per) b. chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som) trichloorbenzenen (som) tetrachloorbenzenen (som) pentachloorbenzeen hexachloorbenzeen chloorbenzenen (som) c. chloorfenolen monochloorfenolen (som) dichloorfenolen (som) trichloorfenolen (som) tetrachloorfenolen (som) pentachloorfenol chloorfenolen (som)

4,0 *) 20 0,60 55 15 40 0,15 50 1,5 *) 35 6,5 80 140

x (*B) x en 7,5 x (*B) x x x (*B) x x

x x x x x x x x x x

Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem

1,5

6,8

40

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

0,10 *) 0,10 0,20 *) 0,20 *) 0,30 *) 0,30 *) 0,80 *) 0,25 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,25 *) 0,30 *) 0,15

0,10 0,10 0,20 0,20 0,30 0,30 0,80 0,25 0,25 0,30 0,25 0,30 0,15

0,1 3,9 0,20 4 0,30 0,30 0,80 3 0,25 0,30 2,5 0,7 4

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

0,20 *) 2,0 *) 0,015 *) 0,0090 *) 0,0025 0,0085

0,20 2,0 0,015 0,0090 0,0025 0,027

5 5 5 2,2 5 1,4

nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt

0,045 0,20 0,0030 1 1,4

5,4 6 6 6 5

nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt

x 0,045 0,20 *) 0,0030 *) 0,015 *) 0,0030 *) -

x

Bijlage 5b

Toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie) Achtergrondwaarden

stofniveau

(mg/kg ds) d. polychloorbifenylen (PCB's) PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 138 PCB 153 PCB 180 PCB's (som 7) e. overige gechloreerde koolwaterstoffen monochlooranilinen (som) pentachlooraniline dioxine (som I-TEQ) chloornaftaleen (som) VI.

Maximale waarden bodemfunctieklasse wonen

Maximale waarden bodemfunctieklasse industrie

over aangrenzend perceel (2) (mg/kg ds)

Maximale waarden kwaliteitsklasse wonen (mg/kg ds)

Maximale waarden kwaliteitsklasse industrie (mg/kg ds)

x x x x x x x

Maximale waarden grootschalige toepassingen op of in de bodem

Maximale emissiewaarden

Emissietoetswaarden

(mg/kg L/S 10)

(mg/kg ds) nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

0,020

0,020

0,5

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

0,20 *) 0,15 *) 0,000055 *) 0,070 *)

0,20 0,15 0,000055 0,070

0,20 0,15 0,000055 10

nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt

0,0020 0,20 0,13 0,84

0,0020 1 1,3 34

0,04 0,00090 0,0010 0,0020 0,04

4,0 0,1 0,00090 0,5 0,5 0,5

0,00070 0,0020

0,1 0,1 0,0020

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

Bestrijdingsmiddelen a. organochloor bestrijdingsmiddelen chloordaan (som) DDT (som) DDE (som) DDD (som) DDT/DDE/DDD (som) aldrin dieldrin endrin isodrin telodrin drins (som) endosulfansulfaat -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) -HCH HCH-verbindingen (som) heptachloor heptachloorepoxide (som) hexachloorbutadieen organochloorhoudende bestrijdingsmiddelen(som landbodem) b. organofosforpesticiden azinfos-methyl

0,40

0,40

0,5

nvt

nvt

0,0075 *)

0,0075

0,0075

nvt

nvt

c. organotin bestrijdingsmiddelen organotin verbindingen (som)

0,15 0,065

0,5 0,065

2,5 (9) 0,065

nvt nvt

nvt nvt

0,55 *)

0,55

0,55

nvt

nvt

0,035 *) 0,15 *) 0,017 *) 0,60 *)

0,035 0,15 0,017 0,60

0,5 0,45 0,017 0,60

nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt

0,090 *)

0,090

0,5

nvt

nvt

2,0 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,045 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,070 *) 0,045 *) 190 0,15 *) 0,45 1,5 *) 0,20 *) 5,0 8,0 0,1 *) 0,1 *) 0,75 3,0 2,0 *) 2,0 *) 2,0 *) 0,20 *) 2,0 *)

100 2,0 9.2 5,3 1,3 5,0 2,6 18 8,3 190 0,15 0,45 1,5 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

100 150 60 5,3 1,7 36 48 60 60 500 1 2 8,8 0,20 5,0 8,0 0,1 0,1 0,75 3,0 2,0 2,0 2,0 0,20 2,0

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt nvt

8)

VII.

Maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie

tributyltin (TBT) 8) d. chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA e. overige bestrijdingsmiddelen atrazine carbaryl carbofuran (7) 4-chloormethylfenolen (som) niet-chloorhoudende bestrijdingsmiddelen (som) Overige stoffen asbest 10) cyclohexanon dimethyl ftalaat 11) diethyl ftalaat 11) di-isobutylftalaat 11) dibutyl ftalaat 11) butyl benzylftalaat 11) dihexyl ftalaat 11) di(2-ethylhexyl)ftalaat 11) minerale olie 12) 13) pyridine tetrahydrofuran tetrahydrothiofeen tribroommethaan (bromoform) ethyleenglycol diethyleenglycol acrylonitril formaldehyde isopropanol (2-propanol) methanol butanol (1-butanol) butylacetaat ethylacetaat methyl-tert-butyl ether (MTBE) methylethylketon

0,0020 0,20 0,10 0,020

x x x x x x x x x

0,015 0,00090 0,0010 0,0020 0,0030

x x x x x x

0,00070 0,0020 0,003 *)

x x x

3000

Bijlage 5b

Toetsingskader Besluit Bodemkwaliteit (grond en baggerspecie)

Verklaring en de afkortingen en tekens 1)

2)

3)

4)

5)

6)

7)

8) 9) 10)

11)

12)

13) *)

(*A)

(*B)

Voor de definitie van somparameters wordt verwezen naar bijlage N van deze regeling. De definitie van sommige somparameters is verschillend voor de landbodem en de waterbodem. Achter de somparameter wordt vermeld welke van de twee definities gehanteerd moet worden. De msPAF wordt berekend voor de met x aangegeven stoffen. Indien geen waarde wordt ingevuld (bijvoorbeeld omdat de stof niet gemeten wordt) wordt gerekend met 0,7 * bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). De baggerspecie voldoet aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel * de gehalten van de gemeten stoffen lager zijn dan de Interventiewaarde bodem, niet zijnde de bodem onder oppervlaktewater, en * voor organische stoffen: msPAF < 20%, en * voor metalen: msPAF < 50%, waarbij voor cadmium een maximum gehalte geldt. Voor gemeten stoffen die geen deel uitmaken van de msPAFberekening geldt de achtergrondwaarde (m.u.v. somparamaters waarbij de individuele parameters onderdeel uitmaken van de msPAF-berekening). Barium, kobalt, molybdeen en minerale olie maken geen deel uit van de msPAF-berekening. In plaats van de Achtergrondwaarde geldt voor deze vier stoffen de waarde, die vermeld is berekening, worden de toetsingsregels van de Achtergrondwaarden toegepast. Voor het toepassen van zeezand geldt de norm 200 mg/kg ds.

Bij het toepassen van zeezand op plaatsen waar een direct contact is of mogelijk is met brak oppervlaktewater of zeewater met van nature een chloride-gehalte van meer dan 5000 mg/l, geldt voor chloride geen maximale waarde. Bij gehalten die de Achtergrondwaarde overschrijden moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van uitdamping. Wanneer uitdamping naar binnenlucht zou kunnen optreden, moet bij overschrijding van de Achtergrondwaarde worden gemeten in de bodemlucht en moet worden getoetst aan de TCL (Toxicologisch Toelaatbare Concentratie in Lucht). Het gehalte cyanide-complex is gelijk aan het gehalte cyanide-totaal minus het gehalte cyanide-vrij, bepaald conform NEN 6655. Indien geen cyanide-vrij wordt verwacht, mag het gehalte cyanide-complex gelijk worden gesteld aan het gehalte cyanide-totaal (en hoeft dus alleen het gehalte cyanide-totaal te worden gemeten). De Achtergrondwaarde van deze somparameter gaat uit van de aanwezigheid van meerdere van de 15 componenten, die tot deze somparameter worden gerekend (zie bijlage N). De hoogte van de Achtergrondwaarde is gebaseerd op de som van de bepalingsgrenzen vermenigvuldigd met 0,7. Sommige componenten zijn tevens individueel genormeerd. Binnen de somparameter mag de Achtergrondwaarde van de individueel genormeerde componenten niet worde n overschreden.

Hetzelfde geldt voor de Maximale waarde wonen en de Maximale waarde industrie. Voor de componenten, die niet individueel zijn genormeerd, geldt per component een maximum gehalte van 0,45 mg/kg ds, zowel voor de Achtergrondwaarde als de Maximale waarden wonen en industrie. De Interventiewaarde van deze stoffen zijn gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de -dichlooretheen moet tevens het grondwater worden onderzocht. De eenheid voor organotinverbindingen is mg Sn/kg ds, met uitzondering van de normwaarden met voetnoot 9. De eenheid van de Maximale Waarde Industrie voor organotinverbindingen (som) is mg organotin/kg ds. Zijnde het gehalte serpentijnasbest plus tienmaal het gehalte amfiboolasbest. Deze eis bedraagt 100 mg/kg d.s. indien niet is voldaan aan artikel 2, onder b, van het Productenbesluit Asbest. Het is onzeker of de Achtergrondwaarden en Maximale waarden wonen voor de ftalaten meetbaar zijn. Toekomstige ervaringen moeten uitwijzen of sprake is van een knelpunt. Minerale olie heeft betrekking op de som van de (al dan niet) vertakte alkanen. Indien er enigerlei vorm van verontreiniging met minerale olie wordt aangetoond in grond/baggerspecie, dan dient naast het gehalte aan minerale olie ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen bepaald te worden.

Voor het toepassen van baggerspecie in grootschalige toepassingen geldt voor minerale olie een maximale waarde van 2.000 mg/kg ds. Achtergrondwaarde is gebaseerd op de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid), omdat onvoldoende data beschikba ar zijn om een betrouwbare P95 af te leiden. De norm voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene bodemverontreiniging. Voor overige situaties is de norm voo r barium tijdelijk buiten werking gesteld. Als verhoogde bariumgehalten het gevolg zijn van een antropogene bron, dan kan het bevoe gd gezag dit gehalte beoordelen op basis van de voormalige Interventiewaarde (920 mg/kg d.s. voor droge toepassingen en 625 mg/kg d.s. voor toepassingen in oppervlaktewater). De individuele normen voor metalen voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen worden tijdelijk buitenwerking gesteld, totdat deze metalen zijn geïntegreerd in de ms-PAF.

Bijlage 6

Voorgaand bodemonderzoek

VERKENNEND BODEMONDERZOEK BRINK 4 TE OOSTERWOLDE

Rapportage verkennend bodemonderzoek Brink 4 te Oosterwolde Opdrachtgever

Rho Adviseurs voor leefruimte Keizerstraat 21 7411 HD Deventer

Rapportnummer Versienummer

18258.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

8 maart 2022

Vestiging

Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl

Opsteller

De heer H.W. Looman, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

De heer ing. R.J.E. Kok

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 3 Terreininspectie ................................................................................................................ 4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 4

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5

5

VELDWERK ................................................................................................................................ 5 5.1 5.2

5.3

6

LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 7 6.1 6.2 6.3 6.4

7

Algemeen.......................................................................................................................... 5 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 6 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 6 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 7

Uitvoering analyses .......................................................................................................... 7 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 9 Interpretatie analyseresultaten ......................................................................................... 9

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 10

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 4c. 5a. 5b. 6.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit - Informatie vooronderzoek 18258.001

1

INLEIDING

Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Brink 4 te Oosterwolde. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van en de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).

De analyseresultaten zijn aanvullend indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 445 m²) is gelegen aan de Brink 4 te Oosterwolde (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Oosterwolde (OTW02), sectie A, nummer 6663. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 7,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 215.915, Y = 556.655.

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 1 van 10

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever (contactpersoon: de heer M. van Putten), d.d. 17 januari 2022

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Opsterland, Oostellingwerf, Weststellingwerf (OWE-gemeenten) (contactpersoon: de heer A. Heslinga), d.d. 19 januari 2022 (zie bijlage 6)

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - Grondverzetviewer Fryslân - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl www.geosolutions.nl/sites/bkk-fryslan/ maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 16 februari 2022

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

In de figuren 1 t/m 6 is een aantal historische topografische kaartjes opgenomen, dat een indruk geeft van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie en haar omgeving in de periode 1950 - 2019.

Figuur 1. ca. 1950

Figuur 2. ca. 1965

Figuur 3. ca. 1975

Figuur 4. ca. 1990

Figuur 5. ca. 2000

Figuur 6. ca. 2019

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 2 van 10

Op basis van historisch kaartmateriaal uit de periode 1950-1975 vallen delen van de weg(en) binnen de contouren van de onderzoekslocatie, echter gezien de ongewijzigde ligging van de wegen betreft het waarschijnlijk een onjuiste oriëntatie van het historisch kaartmateriaal. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de locatie (minimaal) vanaf de jaren ’50 bebouwd is geweest. Mogelijk is ter plaatse van het (noord)oostelijke terreindeel al eerder bebouwing aanwezig geweest, dit is echter niet goed te herleiden uit het historisch kaartmateriaal. De onderzoekslocatie is in de huidige situatie bebouwd met een (voormalig) winkelpand daterend van 1994 (bron BAG-viewer Kadaster). Het winkelpand is voorzien van een betonvloer. In de huidige situatie wordt het pand gebruikt voor opslag van witgoed van de naastgelegen Expert winkel. Het buitenterrein aan de zuid- en westzijde van het pand is voorzien van een tegelverharding. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Ooststellingwerf bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Uit een in 2019 uitgevoerde asbestinventarisatie (Best4best, project 031B19, 22 januari 2019) blijkt dat verspreid door het pand asbesthoudende materialen zijn toegepast.

Dit betreffen diverse vensterbanken (begane grond en 1e etage), kit ( ramen 1e etage), vlakke plaat (plafond garage), vloerzeil (toilet garage) en verwarmings-units. Aanbevolen werd de asbesthoudende toepassingen, voorafgaand aan toekomstige sloop- of renovatiewerkzaamheden, te laten verwijderen door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens een appartementencomplex op de locatie te realiseren. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Ooststellingwerf blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:   

aan de noord(oost)zijde bevindt zich een winkelpand (Expert); aan de westzijde bevindt zich de weg ’t Oost; aan de zuidzijde bevindt zich de Rijweg.

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 3 van 10

In de directe omgeving op wat grotere afstand bevinden zich bovendien diverse horecapanden, winkels, een gezondheidscentrum en diverse woningen met bijbehorende siertuinen. Uit de bodemrapportage van de gemeente Ooststellingwerf (zie bijlage 6) blijkt dat op het perceel ’t Oost 8, circa 25 ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie, in het verleden een benzineservice-station aanwezig zou zijn geweest. Nadere informatie hierover is niet bekend. Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt niet, dat er vanuit de omliggende percelen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Het leegstaande winkelpand is voornamelijk in gebruik als opslag voor witgoed. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

Uit de interactieve bodemkwaliteitskaart via de Grondverzetviewer Fryslân blijkt dat de bovengrond is gelegen binnen de uniforme bodemkwaliteitszone “Wonen”. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de uniforme bodemkwaliteitszone “Landbouw/natuur”. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. PFAS Op 13 december 2021 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het handelingskader (HK) voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie geactualiseerd met het vaststellen van achtergrondwaarden voor PFAS. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. In opdracht van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) is een “Bodemkwaliteitskaart PFAS in Friesland” opgesteld (Anteagroup, project 0457469.100, 23 januari 2020). De 90 percentielwaarden vallen binnen de landelijke achtergrondwaarden. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een laarpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 4 van 10

De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 6,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

4

CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)

Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. PFAS Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is.

Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Indien bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. Op aangeven van de opdrachtgever maakt PFAS geen deel uit van onderhavig onderzoek.

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen.

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 5 van 10

5.2

Grondonderzoek

5.2.1

Uitvoering veldwerk

Het veldwerk is op 16 februari 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer A. Bruil. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 4 boringen geplaatst; 2 boringen tot 1,0 m -mv, 1 boring tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 2,9 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De boven- en/of ondergrond is lokaal zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en/of zwak grindig. Plaatselijk zijn in de ondergrond leem(houdende)lagen aanwezig. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend en/of zwak aardewerkhoudend. Eén van de boringen is gestaakt op een massieve puinlaag. Tabel 2 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 2.

Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen

Boornummer

Einddiepte boring (cm -mv)

Traject (cm -mv)

Waargenomen verontreinigingen

01

290

50-90

zwak baksteenhoudend

02

200

80-110

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

03

100 (gestaakt)

60-100

sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend, gestaakt op massief puin

04

110

40-60

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak aardewerkhoudend

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. 5.3

Grondwateronderzoek

5.3.1

Uitvoering veldwerk

Centraal op de onderzoekslocatie (inpandig) is een peilbuis (filterstelling 1,9-2,9 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 16 februari 2022 is ingeschat. Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 6 van 10

5.3.2

Bemonstering

De grondwaterbemonstering is op 24 februari 2022 uitgevoerd door de heer A. Bruil. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744:2011. Tabel 3 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 3.

Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater

Peilbuisnummer

Situering peilbuis

Filterstelling (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Zuurgraad (pH)

01

centraal op onderzoekslocatie (inpandig)

1,9-2,9

1,12

260

11

6,1

6 6.1

LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses

Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 4 grond(meng)monsters samengesteld (1 grondmengmonster van de bovengrond en 3 grond(meng)monsters van de ondergrond). De 4 grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -

standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;

-

standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.

Tabel 4 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 4.

Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten

Grond(meng)monster

Traject (cm -mv)

Analysepakket

Bijzonderheden

MM1

01 (10-50) + 02 (10-50) + 03 (10-60) + 04 (6-40) standaardpakket

bovengrond (zintuiglijk schoon)

MM2

02 (80-110) + 04 (40-60)

standaardpakket

ondergrond (zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak aardewerkhoudend)

MM3

MM3 01 (90-140) + 02 (110-160) + 04 (60-110)

standaardpakket

ondergrond (zintuiglijk schoon)

03-2

03 (60-100)

standaardpakket

ondergrond (sterk baksteenhoudend, zwak betonhoudend)

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 7 van 10

6.2

Toetsingskader

De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -

achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

-

streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;

-

tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;

-

interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.

In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd: Rapport 18258.001 versie D1

gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde. concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde. Pagina 8 van 10

De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. 6.3

Resultaten grond- en grondwatermonsters

Tabel 5 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tevens is het resultaat van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit weergegeven. Tabel 5.

Overschrijdingen toetsingskaders grond

Grond(meng)monster

Traject (cm -mv)

Gehalte > AW

Gehalte > T

Gehalte > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

Indicatieve toetsing Rbk (*A)

MM1

01 (10-50) + 02 (10-50) + 03 (10-60) + 04 (6-40)

PCB

-

-

Altijd Toepasbaar (*B)

MM2

02 (80-110) + 04 (40-60)

kwik lood

-

-

Wonen (*B)

MM3

01 (90-140) + 02 (110-160) + 04 (60-110)

kwik lood

-

-

Wonen (*B)

03-2

03 (60-100)

-

lood

-

Industrie (*B)

(*A)

De weergegeven indicatieve beoordeling geldt voor de situatie "Grond, toepassing op landbodem": AW = toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde wonen = toepasbaar (functieklasse wonen) industrie = toepasbaar (functieklasse industrie) NT = niet toepasbaar

(*B)

De indicatieve beoordeling Altijd Toepasbaar is gebaseerd op: - Er is geanalyseerd op het standaardpakket - Het aantal stoffen dat de achtergrondwaarde overschrijdt <= 2 is - De overschrijding(en) niet meer dan twee keer de Achtergrondwaarde betreffen - De overschrijdingen lager zijn dan de toetsingsgrens ‘Max. wonen’ Een partijkeuring (BRL SIKB 1000, protocol 1001) zal echter definitief uitsluitsel kunnen geven of er sprake is van grond klasse AW.

Tabel 6 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 6.

Overschrijdingen toetsingskader grondwater

Grondwatermonster 01-1-1

Situering peilbuis centraal op onderzoekslocatie (inpandig)

-

Concentratie > S

Concentratie > T

Concentratie > I

(licht verontreinigd)

(matig verontreinigd)

(sterk verontreinigd)

-

-

Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering. Bijlage 4c bevat de getoetste analyseresultaten aan de Regeling bodemkwaliteit (indicatief). 6.4

Interpretatie analyseresultaten

De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met PCB en is indicatief aan te merken als een klasse AW. De ondergrond is plaatselijk licht tot matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met kwik. De aangetoonde verontreinigingen zijn niet geheel eenduidig aan de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen te relateren. De ondergrond is indicatief aan te merken als een klasse Wonen of Industrie. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond.

Rapport 18258.001 versie D1

Pagina 9 van 10

7

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES

Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Brink 4 te Oosterwolde. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van en de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De boven- en/of ondergrond is lokaal zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en/of zwak grindig. Plaatselijk zijn in de ondergrond leem(houdende)lagen aanwezig. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend en/of zwak aardewerkhoudend. Eén van de boringen is gestaakt op een massieve puinlaag. Vermoedelijk betreft dit restanten van een (oude) fundering. Er zijn geen aanwijzingen verkregen voor bodembelastende activiteiten met betrekking tot asbest. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Slechts plaatselijk zijn eenduidige bijmengingen van baksteen waargenomen (zonder dat sprake is (metsel)puin, puingranulaat of bouw- en sloopafval).

Hierdoor kan op basis van bijlage A uit de NEN 5725 de aanname onverdacht ten aanzien van asbest worden gesteld met betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met PCB en is indicatief aan te merken als een klasse AW. De ondergrond is plaatselijk licht tot matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met kwik. De aangetoonde verontreinigingen zijn niet geheel eenduidig aan de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen te relateren. De ondergrond is indicatief aan te merken als een klasse Wonen of Industrie. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte tot matige verontreinigingen, verworpen. Conclusie en advies Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er volgens Econsultancy mogelijk enige milieuhygienische belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Econsultancy adviseert om een nader onderzoek te laten instellen naar de aard en de omvang van de geconstateerde matige verontreiniging met lood in de ondergrond, ter plaatse van boring 03.

Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 13 december 2021) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.

Econsultancy Zwolle, 8 maart 2022 Rapport 18258.001 versie D1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=912233e4-beb9-4c7c-9076-5828a87ea8a4