CConstaterende datOoststellingwerf
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.3 - Ecologische quickscan Frankrijk 4 Nijeberkoop

Raadsvergadering 19 april 2022, gemeente OoststellingwerfBij agendapunt: Ontwerp-omgevingsvergunning Frankrijk 4 te Nijeberkoop6.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

QuickScan voor de locatie Frankrijk 4, Nijeberkoop

Rapport: 2021-525 Datum:

10 december 2021

Versie:

1.0

QuickScan voor de locatie Frankrijk 4, Nijeberkoop

Colofon © 2021

Tekst, samenstelling:

Fopma NatuurAdvies

Opdrachtgever:

Eigenaar

Wijze van citeren:

Fopma NatuurAdvies 2021. QuickScan voor de locatie Frankrijk 4, Nijeberkoop; Rapport 2021-525, Wapse.

Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Fopma NatuurAdvies. Ook mag het zonder een dergelijke toestemming niet worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Fopma NatuurAdvies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Fopma NatuurAdvies. De opdrachtgever vrijwaart Fopma NatuurAdvies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. De informatie in dit rapport is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. 2

Inhoudsopgave 1 INLEIDING 1.1 ACHTERGROND 1.2 AANLEIDING 1.2.1 Soortbescherming 1.2.2 NatuurNetwerk Nederland (EHS Fryslân) 1.2.3 Gebiedsbescherming 1.3 PROBLEEMSTELLING / DOELSTELLING 2

SOORTBESCHERMING – WET NATUURBESCHERMING 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

3

8 8 8 8 8 8

LIGGING ONDERZOEKSGEBIED EN ONDERZOEKSOPZET

9

INVENTARISATIE NATUURWAARDEN 4.1 VOGELS (WNB § 3.1) 4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) 4.2 VLEERMUIZEN 4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen In het onderzoeksgebied zijn geen vleermuizen waargenomen in de afgelopen 5 jaar volgens de NDFF. 4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) 4.3 OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN 4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) 4.4 AMFIBIEËN, VISSEN EN REPTIELEN 4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) 4.5 VLINDERS, LIBELLEN, JUFFERS EN INSECTEN 4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) 4.6 VAATPLANTEN 4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) 4.7 OVERIGE BESCHERMDE SOORTEN 4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen 4.7.2 Gegevens uit veldbezoek

5

5 6 6 6 6 6

BESCHERMINGSREGIME SOORTEN VOGELRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME SOORTEN HABITATRICHTLIJN BESCHERMINGSREGIME ANDERE SOORTEN ZORGPLICHT PROVINCIALE OMGEVINGSVERORDENING FRYSLÂN (POV)

3.1 LIGGING ONDERZOEKSGEBIED 3.2 ONDERZOEKSMETHODE 3.2.1 Bronnenonderzoek 3.2.2 Veldbezoek 4

5

BEOORDELING WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

9 9 9 10 11 11 11 12 12 12 12 12 13 13 13 14 14 14 14 14 15 15 15 15 15 15 15 16

VOGELS VLEERMUIZEN OVERIGE GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN REPTIELEN, AMFIBIEËN EN VISSEN VLINDERS, LIBELLEN EN JUFFERS VAATPLANTEN OVERIGE DOORSOORTEN AANBEVELINGEN VOOR NATUURINCLUSIEF BOUWEN

16 16 16 16 17 17 17 17

6

NATUURNETWERK NEDERLAND / EHS FRYSLÂN

18

7

NATURA 2000 GEBIEDEN - VOORTOETS

19

8

CONCLUSIES

20

3

8.1 8.2 8.3 9

CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (SOORTEN) CONCLUSIE NATUURNETWERK NEDERLAND / EHS FRYSLÂN CONCLUSIE WET NATUURBESCHERMING (GEBIEDEN)

BRONNEN 9.1 9.2

LITERATUUR GERAADPLEEGDE WEBSITES

20 20 20 21 21 21

BIJLAGE 1

ALGEMENE VERBODSBEPALINGEN WNB

22

BIJLAGE 2

PROCES BEOORDELING ONTHEFFING WNB

23

BIJLAGE 3

JAARROND BESCHERMDE VOGELS

24

BIJLAGE 4

SAMENVATTING NDFF (1-1-2016 TOT 1-12-2021)

26

BIJLAGE 5

POV FRYSLAN

27

BIJLAGE 6

ADVIEZEN NATUURINCLUSIEF BOUWEN / INRICHTEN

30

4

1 Inleiding 1.1

Achtergrond

De opdrachtgever wil op de locatie Frankrijk 4, Nijeberkoop een kleinschalig kampeerterrein realiseren. Men wil dit inpassen binnen de bestaande beplanting. In deze QuickScan wordt gekeken of er voor de realisering van de plannen nog een ontheffing (soorten) op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Ook kan uitsluitsel gegeven worden of de gemeente bij een Omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen moet aanvragen. Het rapport kan tevens gebruikt worden bij een bestemmingsplanprocedure. In hoofdstuk 8 staan de conclusies van de QuickScan. De te toetsen activiteit betreft: - Inrichten terrein om een aantal kampeerplaatsen mogelijk te maken. - Verwijderen van dode en kwijnende bomen en struiken.

Figuur 1.

5

Luchtfoto met ligging onderzoeksgebied zwarte kader en plangebied rode vlak (Bron: NDFF).

Figuur 2.

1.2

Foto’s huidige situatie

Aanleiding

De aanleiding voor het maken van een QuickScan is de noodzaak en de wens om vooraf uit te sluiten dat door het project natuurwaarden aangetast kunnen worden.

1.2.1 Soortbescherming Realisatie van de voorgenomen plannen kan invloed hebben op de bepalingen in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten in Nederland. Overtreding van de verbodsbepalingen (bijlage 1) ten aanzien van streng beschermde soorten vereist mogelijk een ontheffing (zie hoofdstukken 2 t/m 5 en 8).

1.2.2 NatuurNetwerk Nederland (EHS Fryslân) In hoofdstuk 6 en 8 van deze QuickScan wordt gekeken of er door de activiteit negatieve effecten zijn op de realisering van het NatuurNetwerk Nederland (NNN).

1.2.3 Gebiedsbescherming In deze QuickScan is tevens gekeken of er door de uitvoering van het voorgenomen plan sprake kan zijn van externe werking op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden vallen eveneens onder de Wet natuurbescherming. Bij effecten op Natura 2000-instandhoudingsdoelen is mogelijk een vergunning vereist (zie hoofdstuk 7 en 8).

1.3

Probleemstelling / doelstelling

De QuickScan geeft antwoord op onderstaande vragen: 1. Komen er natuurwaarden voor, waarvoor het noodzakelijk is om een soort specifiek onderzoek eventueel met mitigatieplan te laten uitvoeren om te beoordelen in hoeverre het project handelingen bevat die in strijd zijn met de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (soortbescherming)? 6

2. Zijn er effecten op het NNN? 3. Zijn er mogelijke effecten op de Natura 2000-instandhoudingsdoelen waardoor er een passende beoordeling gemaakt moet worden (gebiedsbescherming/ Wet natuurbescherming)?

Figuur 3.

7

Tekening met een globale ligging van de standplaatsen tussen de bestaande bomen. (Let op. Op de kaart zijn dit strakke vlakken, maar men maakt in de praktijk gebruik van de bestaande open ruimtes in het gebied. Men wil het natuurlijk karakter van het perceel behouden.

2

Soortbescherming – Wet natuurbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Voor het soortenbeleid deelt de Wet natuurbescherming de soorten in drie beschermingsregimes, namelijk vogels (EU-Vogelrichtlijn), soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten.

2.1

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). De lijst met jaarrond beschermde vogels staat in bijlage 3.

2.2

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. Het Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn is ten aanzien van verstoren strikter dan het Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn.

2.3

Beschermingsregime andere soorten

Dit zijn de in de bijlage van Wet natuurbescherming genoemde soorten. Het gaat hier om de bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 – 3.11 Wet natuurbescherming). Voor de soorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantsoorten te beschermen. Omdat er ook veel algemene soorten in staan genoemd is de verwachting dat er weer een verdeling komt van meer en minder strikt beschermde soorten. Deze kan echter per provincie verschillen (zie bijlage 5).

2.4

Zorgplicht

Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer werkzaamheden, die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.

2.5

Provinciale Omgevingsverordening Fryslân (POV)

Artikel 5.1 van de verordening stelt: 1.

a. b.

c. d.

Onverminderd het bepaalde in Artikel 3.31, van de wet gelden, in afwijking van het bepaalde in Artikel 3.10, eerste lid, van de wet de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten genoemd in bijlage I, mits het gaat om handelingen: in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied.

2.

De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor de in bijlage I bij de betreffende soort genoemde handelingen, en gezien Artikel 3.25, tweede lid, van de wet onder toepassing van in deze bijlage genoemde middelen en methoden, en indien wordt voldaan aan de aldaar gestelde voorschriften en beperkingen.

3.

De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt onverminderd het bepaalde in Artikel 1.11, van de wet en is slechts van toepassing indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat.

In bijlage 5 van dit rapport is Bijlage I van de verordening opgenomen.

8

3

Ligging onderzoeksgebied en onderzoeksopzet

3.1

Ligging onderzoeksgebied

Het onderzoeksgebied voor de Wet natuurbescherming beperkt zich tot de percelen waarop de ingreep plaatsvindt en de directe omgeving (zie figuur 1). Voor de effecten op Natura 2000-gebieden is in hoofdstuk 7 ook gekeken naar het aspect externe werking.

3.2

Onderzoeksmethode

Deze QuickScan is gebaseerd op bronnenonderzoek en een bureauanalyse. Aan de hand van expert judgement door een ecoloog (Ir. A. Fopma van Fopma NatuurAdvies) is ingeschat wat de beschermde natuurwaarden zijn en de te verwachten effecten.

3.2.1 Bronnenonderzoek Gekeken is naar de volgende bronnen: • Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, zie ook bijlage 4). • Literatuur (zie hoofdstuk 8). Wat zit er in het NDFF? Er is gebruik gemaakt van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Hiervoor hebben we de gevalideerde data gebruikt (laatste 5 jaar). De omvang van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 1. In de NDFF zit gevalideerde data van verschillende soortbeschermingsorganisaties en partners. Ook de data van Telmee.nl en waarneming.nl zit in de NDFF. Zo ook de eigen data van Fopma NatuurAdvies. Soortenorganisaties De soortenorganisaties zijn elk gespecialiseerd in een groep dieren of planten. Zij beheren databanken met verspreidings- en ecologische gegevens die door duizenden vrijwilligers verzameld zijn. Deze gegevens zijn ook beschikbaar in de Nationale Databank Flora en Fauna. De soortenorganisaties hebben in de loop der jaren een grote expertise opgebouwd met betrekking tot veldbiologisch onderzoek, de ecologie van de Nederlandse flora en fauna en het beheren en interpreteren van monitorings- en verspreidingsgegevens. • • • • • • • • • •

ANEMOON (Flora en fauna van de zee) Bryologische en Lichenologische Werkgroep (BLWG) (Mossen en korstmossen) De Vlinderstichting (Vlinders en libellen) EIS-Nederland (Ongewervelde dieren) FLORON (Planten) Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) (Paddenstoelen) RAVON (Reptielen, amfibieën en vissen) Sovon Vogelonderzoek Nederland (Vogels) TINEA (Micronachtvlinders) Zoogdiervereniging (Zoogdieren)

Partners Verschillende organisaties werken samen met de NDFF. Bijvoorbeeld door gegevens beschikbaar te stellen of andere kennis te delen. • • • • • • • • • •

9

Alterra (landelijke vegetatiedatabank) Instituut voor Biodiversiteit en Ecosystem Dynamica (IBED) Naturalis Biodiversity Center Natuurhistorisch Genootschap in Limburg Natuurbank Limburg NatuurNetwerk Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Regelink Ecologie & Landschap Stichting Natuurinformatie (waarneming.nl) Stichting Staring Advies

3.2.2 Veldbezoek Er is een veldbezoek op de planlocatie en de naaste omgeving geweest. Datum: Tijdstip: Weersbeeld: Temperatuur:

3 december 2021 Middag Bewolkt, droog 4o Celsius

Tijdens het veldbezoek is gekeken naar de potenties van het plangebied voor beschermde diersoorten en de mogelijke functies. Op basis van expert judgement is een inschatting gemaakt wat de mogelijke effecten zijn van de ingreep op beschermde soorten.

10

4

Inventarisatie natuurwaarden

4.1

Vogels (Wnb § 3.1)

4.1.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied (figuur 1) zijn 709 waarnemingen van vogels geregistreerd, verdeeld over 8 beschermde soorten. Hierbij zijn 8 ‘jaarrond’ beschermde vogelsoorten. Tabel 1.

Waargenomen vogelsoorten in onderzoeksgebied in de periode 1-1-2016 tot 1-12-2021. Vet en cursief zijn de jaarrond beschermde soorten (zie bijlage 3) (Bron: NDFF) Vogelsoorten Aalscholver Grote lijster Sijs Appelvink Havik Sperwer Blauwe kiekendief Heggenmus Spreeuw Blauwe reiger Holenduif Staartmees Boerenzwaluw Houtduif Tjiftjaf Bonte vliegenvanger Houtsnip Toendrarietgans Boomklever Huismus Tuinfluiter Boomkruiper Huiszwaluw Turkse tortel Boompieper Kauw Veldleeuwerik Boomvalk Kievit Vink Bosrietzanger Kleine bonte specht Vuurgoudhaan Buizerd Kleine zwaan Watersnip Ekster Kneu Wespendief Fitis Kolgans Wielewaal Gaai Koolmees Wilde eend Geelgors Koperwiek Wilde zwaan Gekraagde roodstaart Kramsvogel Winterkoning Glanskop Kruisbek Witgat Goudhaan Matkop Witte kwikstaart Goudvink Merel Wulp Grasmus Nijlgans Zanglijster Graspieper Ooievaar Zwarte kraai Grauwe gans Pimpelmees Zwarte ooievaar Grauwe vliegenvanger Putter Zwarte roodstaart Groene specht Raaf Zwarte specht Groenling Ringmus Zwartkop Grote bonte specht Roodborst Grote gele kwikstaart Roodborsttapuit De data in het NDFF is redelijk volledig voor deze soortgroep. Tabel 2.

Waarnemingen jaarrond beschermde vogelsoorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Jaren = alleen met broedindicatie) Soort #Wrn Jaren Locatie t.o.v. plangebied Boomvalk 1 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Buizerd 17 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Grote gele kwikstaart 5 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Havik 1 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Huismus 20 2021 Elf waarnemingen met broedindicatie in dorpskern Nijeberkoop op > 600 meter van het plangebied. Ooievaar 2 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Sperwer 2 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie. Wespendief 8 n.v.t. Geen waarnemingen met broedindicatie.

11

4.1.2 Gegevens uit veldbezoek (vogels) Aangetroffen soorten Tijdens het veldbezoek is vooral gekeken naar vogels die zich op het perceel bevonden. Op het perceel waren tijdens het veldbezoek een aantal Pimpelmezen, Koolmezen, Merels, Houtduif en Gaai aanwezig. Tijdens het bezoek is vooral gekeken naar horstbomen van roofvogels. Deze zijn niet aangetroffen. De dikkere bomen (die overigens blijven staan) zijn geïnspecteerd op holtes en kieren waar vogels in kunnen broeden. Er zijn geen bomen met diepe spechtengaten gevonden. De onder-begroeiing is wel geschikt voor kleine zangvogels om er te broeden. In de nieuwe situatie wordt er bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de aanplant van streekeigen bomen en struiken, hetgeen een positief effect heeft op kleine zangvogels.

4.2

Vleermuizen

4.2.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Op basis van landelijke verspreiding (Bron: Zoogdiervereniging), zijn de volgende soorten mogelijk: • Gewone dwergvleermuis • Ruige dwergvleermuis • Kleine dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Laatvlieger • Tweekleurige vleermuis • Gewone grootoorvleermuis • Watervleermuis • Meervleermuis • Franjestaart • Baardvleermuis In het onderzoeksgebied zijn geen vleermuizen waargenomen in de afgelopen 5 jaar volgens de NDFF.

4.2.2 Gegevens uit veldbezoek (vleermuizen) Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen en vliegroutes op basis van expert judgement. De onderzoeksperiode is niet geschikt voor onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. De beoordeling vindt plaats op basis van expert judgement. Verblijfplaatsen Gebouwen:

Bomen:

De woning, welke blijft staan, heeft potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. Omdat hier geen ingreep plaatsvindt is dit verder niet onderzocht. Ook de andere opstallen blijven staan, met uitzondering van de het kleine open stalletje. Hierin zijn geen geschikte plekken voor vleermuizen. Belangrijk is dat de oude eiken worden ingepast in de plannen. Er zijn verder geen holtes of scheuren waar vleermuizen in kunnen zitten aangetroffen. De Gewone essen op het perceel zijn minder dik dan de eiken, maar hebben allen een mooie gladde stam zonder holtes en scheuren. Echter ook hierin zit wat dood hout, de kans er aanwezig dat een groot deel van deze bomen is aangetast door de Essentaksterfte1 welke momenteel door Nederland woed. Mogelijk dat een deel van deze bomen verwijderd moet worden om verdere verspreiding te voorkomen en in het belang van de veiligheid.

1 Meer info over essentaksterfte op: https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-

Resultaten/Onderzoeksinstituten/plant-research/Open-teelten/bomen-fruit/10-vragen-overEssentaksterfte.htm 12

Vliegroutes De inrichting van het gebied leidt er niet toe, dat er vliegroutes worden aangetast. Het gebied blijft bebost en de vijver blijft bestaan.

4.3

Overige grondgebonden zoogdieren

4.3.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 3.

Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 1-12-2021).

Soort Damhert

Status Wnb § 3.3

Das

Wnb § 3.3

Eekhoorn

Wnb § 3.3

Egel

Wnb § 3.32

Grote bosmuis

Wnb § 3.3

Mol

Onbeschermd

Ree

Wnb § 3.32

Vos

Wnb § 3.32

Wezel

Wnb § 3.32*

Tabel 4.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_Ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Damhert 2 3 2020 Betreft 2 waarnemingen. Dichtstbijzijnde waarneming is langs de bosrand op > 700 meter ten Z van het plangebied. Das 1 1 2017 Verkeersslachtoffer Donkerweg op > 1 kilometer ten ZO van het plangebied. Eekhoorn 2 2 2018 Betreft 2 waarnemingen. Dichtstbijzijnde waarneming In bos op > 300 meter ten W van het plangebied. Grote bosmuis 1 1 2021 Betreft 1 waarneming van dood exemplaar langs de bosrand op > 800 meter ten Z van het plangebied. Wezel 1 1 2021 Vondst dood exemplaar erf Abbendijk 9 op > 800 meter ten NO van het plangebied.

4.3.2 Gegevens uit veldbezoeken (overige zoogdieren) Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen. De bomen op het terrein zijn wel geschikt leefgebied voor Eekhoorns. Er zijn geen Eekhoornnesten aangetroffen. Doordat de grote eiken en veel andere bomen blijven staan zijn effecten op deze soort uitgesloten. Voor Damherten is het plangebied te klein en niet goed toegankelijk. Voor kleine knaagdieren, kleine marterachtigen en Das is het gebied zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geschikt als onderdeel van het leefgebied. Vaste rust en verblijfplaatsen worden niet

2 Vrijgestelde soort op grond van de POV Fryslân (Kleine marterachtigen zijn momenteel nog vrijgesteld, maar vanwege de

voorgenomen wijziging van de Verordening nemen we deze als voorzorg mee als zijnde niet vrijgesteld) (zie bijlage 5).

13

direct verwacht. De landschappelijke inpassing met streekgebonden bomen en struiken heeft mogelijk een positief effect.

4.4

Amfibieën, vissen en reptielen

4.4.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) Er zijn in het onderzoeksgebied (figuur 1) waarnemingen van amfibieën, reptielen en/of vissen geregistreerd in het NDFF in de laatste 5 jaar. Tabel 5.

Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 1-12-2021).

Soorten Bruine kikker

Status Wnb § 3.33

4.4.2 Gegevens uit veldbezoek (amfibieën, vissen en reptielen) Er zijn geen soorten amfibieën, vissen of reptielen aangetroffen in het plangebied. De vijver welke thans erg is dichtgegroeid is in potentie geschikt voor amfibieën en vissen. De vijver blijft bestaan en zal worden opgeschoond. Negatieve effecten op soorten zijn uitgesloten.

4.5

Vlinders, libellen, juffers en insecten

4.5.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In onderstaande tabel staat een overzicht van de in het onderzoeksgebied waargenomen soorten. Tabel 6. Dagvlinders Atalanta Bont zandoogje Boomblauwtje Bruin zandoogje Bruine vuurvlinder Citroenvlinder Dagpauwoog Distelvlinder Gehakkelde aurelia Groot dikkopje Groot koolwitje Grote vos Icarusblauwtje Klein geaderd witje Klein koolwitje Kleine vos Kleine vuurvlinder Koevinkje Landkaartje Oranje zandoogje Zwartsprietdikkopje

Data NDFF (periode 1-1-2016 tot 1-12-2021). Status

Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Wnb § 3.3

Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

3 Vrijgestelde soort op grond van de POV Fryslân (zie bijlage 5).

14

Libellen Platbuik Vroege glazenmaker Vuurjuffer

Status

Onbeschermd Onbeschermd Onbeschermd

Tabel 7.

Waarnemingen beschermde soorten t.o.v. het plangebied. (Wrn = aantal waarnemingen, Max_ind = maximaal aantal waargenomen individuen tijdens een waarneming) Soort Wrn Max_Ind Jaren Locatie t.o.v. plangebied Grote vos 1 1 2021 Betreft 1 waarneming langs de slootkant op > 900 meter ten WNW van het plangebied.

4.5.2 Gegevens uit veldbezoek (vlinders, libellen, juffers en insecten) Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde vlinders, libellen, of juffers waargenomen. In deze tijd van het jaar is de trefkans optimaal, derhalve is er een beoordeling gedaan op basis van expert judgement. De ingreep van het gebied leidt er niet toe dat het gebied ongeschikt wordt voor vlinders en libellen. Het opschonen van de vijver heeft mogelijk een positief effect.

4.6

Vaatplanten

4.6.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soort op grond van de Wnb geregistreerd. Er zijn wel 254 waarnemingen van 127 onbeschermde soorten geregistreerd.

4.6.2 Gegevens uit veldbezoek (vaatplanten) Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen.

4.7

Overige beschermde soorten

(Sprinkhanen, krekels, geleedpotigen, nachtvlinders, mossen, korstmossen, algen, wieren etc.)

4.7.1 Gegevens uit geraadpleegde bronnen Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In het onderzoeksgebied zijn geen andere beschermde soorten op grond van de Wnb geregistreerd.

4.7.2 Gegevens uit veldbezoek Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen.

15

5

Beoordeling Wet natuurbescherming (soorten)

5.1

Vogels

Effectenbeoordeling Er zijn geen effecten op jaarrond beschermde vogelsoorten te verwachten. Effecten op jaarrond beschermde soorten (Cat. 1 t/m 4) zijn uitgesloten. Wel kunnen (dit hoeft niet het geval te zijn, derhalve geldt het voorzorgbeginsel) er vogels gaan broeden in de directe omgeving van de nieuwe kampeerplaatsen in het broedseizoen 2022 of later. De inrichtingswerkzaamheden moeten buiten het broedseizoen aanvangen en voorkomen van broedvogels door treffen van werende maatregelen. Of nog beter werkzaamheden na het broedseizoen plannen en buiten het seizoen uitvoeren. Periode werkzaamheden Omdat geen ontheffingen worden verleend voor het verstoren van vogels en/of het vernielen van nesten wordt geadviseerd om het kappen en het verwijderen van dode bomen en struiken voor het broedseizoen (globale richtlijn4 15 maart - 15 juli) uit te voeren of te beginnen na 15 juli. Op deze wijze zijn effecten op vogels uitgesloten.

5.2

Vleermuizen

Effectenbeoordeling Er worden geen verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied aangetast. Er wordt door de nieuwe inrichting van het gebied ook geen vliegroute aangetast. Effecten op vleermuizen zijn uitgesloten.

5.3

Overige grondgebonden zoogdieren

Effectenbeoordeling Er zijn geen waarnemingen van grondgebonden zoogdieren. Effecten op zoogdieren door de inrichting van het gebied worden dan ook niet verwacht. Negatieve effecten op zoogdieren zijn uitgesloten.

5.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Effectenbeoordeling Reptielen Er zijn geen reptielen waargenomen en het habitat is er ook niet optimaal voor. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten. Effectenbeoordeling Amfibieën De aanwezige vijver blijft bestaan, maar deze wordt wel geschoond, zodat deze weer geschikt wordt amfibieën. Negatieve effecten zijn uitgesloten.

4

Broedseizoen: Vogels worden met name beschermd tijdens het broedseizoen. Een belangrijke vraag is dus: Van wanneer tot wanneer duurt het broedseizoen? Vaak wordt als grove lijn gezegd dat het broedseizoen duurt van 15 maart tot en met 15 juli. Inderdaad broeden vogels met name in deze periode. De bescherming van vogels is echter niet gebaseerd op een datum, maar op het daadwerkelijke broedseizoen. Dat kan ook al voor 15 maart of na 15 juli zijn. Het broedseizoen begint niet pas wanneer de eieren gelegd zijn. Het broedseizoen gaat al van start met de paarvorming, territorium afbakenen en het bouwen van nesten. In deze tijdsspan worden vogels, hun nesten en eieren beschermd door de Wet natuurbescherming. Het nest mag niet verwijderd, verstoord of leeggehaald worden (Bron: Vogelbescherming Nederland). 16

Effectenbeoordeling Vissen Effecten zijn vanwege het thans ontbreken van geschikt habitat in het gebied uitgesloten.

5.5

Vlinders, libellen en juffers

Effectenbeoordeling Dagvlinders Het bos en de vijver blijft bestaan en bij de landschappelijke inrichting wordt gebruik gemaakt van lokale bomen en struiken. Het gebied blijft geschikt voor dagvlinders. Effecten op beschermde soorten zijn uitgesloten. Effectenbeoordeling Libellen en juffers Het bos en de vijver blijft bestaan en bij de landschappelijke inrichting wordt gebruik gemaakt van lokale bomen en struiken. Het gebied blijft geschikt voor libellen. Effecten op beschermde soorten zijn uitgesloten.

5.6

Vaatplanten

Effectenbeoordeling In het gebied is geen geschikt habitat aanwezig voor beschermde soorten. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.

5.7

Overige doorsoorten

Effectenbeoordeling In het gebied zijn geen andere beschermde diersoorten aangetroffen. Effecten op beschermde soorten kunnen op voorhand worden uitgesloten.

5.8

Aanbevelingen voor natuurinclusief bouwen

Vanwege de achteruitgang van de biodiversiteit eisen provincies en gemeenten steeds vaker dat bij renovatie en nieuwbouw met natuur inclusief ontwerpt. Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging hebben een toolbox ontwikkeld (www.bouwnatuurinclusief.nl). Uit deze toolbox hebben we een aantal mogelijk bruikbare adviezen gehaald. Deze zijn opgenomen in bijlage 6. Ook voor dit project doen we een aantal aanbevelingen, die een positief effect kunnen hebben op de natuurwaarden in het gebied.

17

6

NatuurNetwerk Nederland / EHS Fryslân

Op basis van het nieuwe rijksbeleid en de doorgevoerde bezuiniging op natuur, heeft de provincie Fryslân de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, tegenwoordig NNN) herijkt. De prioriteit ligt nu bij het bereiken van de doelen van de Natura-2000-gebieden en de Europese Kaderrichtlijn Water. In aanvulling op de Ecologische Hoofdstructuur stimuleert de provincie de aanleg van ecologische verbindingszones. Het plangebied ligt zoals uit onderstaande figuur blijkt niet in de EHS. Effecten op de EHS zijn derhalve uitgesloten.

Figuur 4.

18

Overzicht van plangebied met ligging (rode vlak) t.o.v. de EHS. (Bron: NDFF)

7

Natura 2000 gebieden - Voortoets

Natura 2000 is een netwerk van Europese natuurgebieden. Het vormt de basis van het Europese natuurbeleid. Natura 2000 is gericht op de instandhouding en ontwikkeling van soorten en ecosystemen die voor Europa belangrijk zijn. Een voorbeeld is de Noordse woelmuis, die alleen nog maar in Nederland voorkomt. Zoals uit onderstaande figuur blijkt ligt het plangebied niet in de directe nabijheid van een Natura 2000 gebied. In dit hoofdstuk wordt gekeken of de plannen direct effect hebben op de aangewezen Natura2000-instandhoudingsdoelen. Dit is vanwege de afstand (> 3,5 kilometer) uitgesloten.

Figuur 5.

19

Ligging van het plangebied (rode pijl) nabij Natura 2000-gebied ‘Drents-Friese Wold & Leggelderveld’. (Bron: NDFF).

8

Conclusies

8.1

Conclusie Wet natuurbescherming (Soorten)

Voor de conclusies aangaande soorten verwijzen wij naar onderstaande tabel. Voor de activiteit is geen ontheffing nodig mits men rekening houdt met het broedseizoen (zie paragraaf 5.1). Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning (Gemeente Ooststellingwerf) te laten bevestigen. Eventueel kunt u het ook nog ter beoordeling aan de provincie voorleggen. Tabel 8.

Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen.

Soortgroep

Ingreep verstorend

Nader onderzoek noodzakelijk

Wnbontheffing noodzakelijk

Bijzonderheden / opmerkingen

Nee,mits

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.1 (werk starten buiten broedseizoen)

Jaarrond beschermd

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.1

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.2

Vliegroutes

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.2 & 5.8

Overige zoogdieren

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.3

Amfibieën

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Reptielen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Vissen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.4

Libellen en vlinders

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.5

Vaatplanten

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.6

Overige soortgroepen

Nee

Nee

Nee

Zie paragraaf 5.7

Vogels

Broedvogels

Vleermuizen

8.2

Conclusie NatuurNetwerk Nederland / EHS Fryslân

Er zijn geen effecten op de NNN/EHS-gebieden te verwachten.

8.3

Conclusie Wet natuurbescherming (gebieden)

Er zijn geen effecten op de Natura 2000-gebieden te verwachten. We adviseren om deze conclusies ook aan het bevoegd gezag ter beoordeling voor te leggen.

20

9

Bronnen

9.1

Literatuur

• • • • • • • •

9.2 • • • • • • • • •

21

Bijlsma, R.G. (et al) 2001, Algemene en schaarse vogels van Nederland (Avifauna van Nederland 2) GMB uitgeverij/KNNV Uitgeverij, Haarlem/Utrecht. Dietz, C. (et al.) 2009, Vleermuizen; Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika, Tirion Natuur. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2003. Europese Natuur in Nederland; Habitattypen, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Janssen A.M. & Schaminée H.J. 2008. Europese Natuur in Nederland; Soorten van de Habitatrichtlijn, KNNV Uitgeverij, Utrecht. Krijgsveld, K.L., Smits, R.R. & Winden J. van der 2008. Verstoringsgevoeligheid van vogels, Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie, Bureau Waardenburg Rapport 08-173, Culemborg. Lange R. (et al.) 1994. Zoogdieren van West-Europa, KNNV Uitgeverij, Utrecht. SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2002 Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000, Nederlandse fauna 5, Naturalis, KNNV-uitgeverij Leiden. SOVON & CBS 2005, Trends van vogels in het Nederlandse Natura 2000 netwerk, SOVONinformatierapport 2005/09. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen.

Geraadpleegde websites www.sovonatlas.nl www.rijksoverheid.nl & www.synbiosys.alterra.nl www.natuurloket.nl www.overheid.nl www.uilen.org www.waarneming.nl www.zoogdieratlas.nl www.ndff.nl

[verspreidingsgegevens vogels, 2018] [natuurwetgeving / soortbescherming & gebiedsbescherming N2000 / EHS, profielendocument] [waarnemingen van flora en fauna] [actuele wetteksten] [vogelwaarnemingen en informatie / uileninformatie] [waarnemingen van flora en fauna] [waarnemingen zoogdieren]

BIJLAGE 1

Algemene verbodsbepalingen Wnb

§ 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. § 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. § 3.3. Beschermingsregime andere soorten Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a) in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c) vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2.

Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b) ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c) ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d) ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e) in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f) in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g) in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. 3.

De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. 22

BIJLAGE 2

Proces beoordeling ontheffing Wnb

Verdere uitwerking van het schema op: http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/routeplanner.aspx?subj=routeplanner#initiatiefnemer

23

BIJLAGE 3

Jaarrond beschermde vogels

Categorieën: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

3.

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.

4.

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5.

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

24

Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. Nederlandse naam

Categorie Nederlandse naam

Categorie

Blauwe reiger

5

Ruigpootuil

5

Boerenzwaluw

5

Spreeuw

5

Bonte vliegenvanger

5

Tapuit

5

Boomklever

5

Torenvalk

5

Boomkruiper

5

Zeearend

5

Bosuil

5

Zwarte kraai

5

Brilduiker

5

Zwarte mees

5

Draaihals

5

Zwarte roodstaart

5

Eidereend

5

Zwarte specht

5

Ekster

5

Huismus

2

Gekraagde roodstaart

5

Kerkuil

3

Glanskop

5

Oehoe

3

Grauwe vliegenvanger

5

Ooievaar

3

Groene specht

5

Ransuil

4

Grote bonte specht

5

Roek

2

Hop

5

Slechtvalk

3

Sperwer

4

Huiszwaluw

5

Steenuil

1

IJsvogel

5

Wespendief

4

Kleine bonte specht

5

Zwarte wouw

4

Kleine vliegenvanger

5

Boomvalk

4

Koolmees

5

Buizerd

4

Kortsnavelboomkruiper

5

Gierzwaluw

2

Oeverzwaluw

5

Grote gele kwikstaart

3

Pimpelmees Raaf

5 5

Havik

4

25

BIJLAGE 4

Samenvatting NDFF (1-1-2016 tot 1-12-2021)

Wnb - Vogelrichtlijn Appelvink Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boompieper Bosrietzanger Fitis Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Glanskop Goudhaan Goudvink Grasmus Grauwe vliegenvanger Groenling Grote bonte specht Grote lijster Heggenmus Houtduif Huismus Kleine bonte specht

Kneu Koolmees Matkop Merel Pimpelmees Putter Roodborst Roodborsttapuit Spreeuw Tjiftjaf Tuinfluiter Turkse tortel Vink Vuurgoudhaan Wilde eend Winterkoning Zanglijster Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwartkop

Wnb - andere soorten Bruine kikker Grote bosmuis Damhert Grote vos Das Ree Eekhoorn Vos Egel Wezel Vogels zijn de soorten met een broedindicatie. Vet/cursief zijn soorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4.

26

BIJLAGE 5

POV Fryslân

Bijlage I Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 Zoogdieren Muizen Aardmuis Microtus agrestis Bosmuis Apademus sylvaticus Dwergmuis Micromys minutus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Woelrat Arvicola terrestris Spitsmuizen Dwergspitsmuis Sorex minutus Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Huisspitsmuis Crocidura russula Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Marterachtigen Bunzing Mustela putorius Wezel Mustela nivalis Hermelijn Mustela erminea Steenmarter Martes foina Knaagdieren Haas Lepus europeus Konijn Oryctolagus cuniculus Hoefdieren Ree Capreolus capreolus Overigen Vos Vulpes Vulpes Egel Erinaceus europaeus Mol Talpa europea

Reptielen en amfibieën Bruine kikker Rana temporaria Middelste groene kikker (bastaardkikker) Rana esculenta Gewone pad Bufo bufo Kleine watersalamander Triturus vulgaris Meerkikker Rana ridibunda

27

Voorschriften: Algemeen 1.

De vrijstellingen voor het opzettelijk vangen, doden alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hiervoor benoemde soorten gelden nadrukkelijk enkel voor de bij de betreffende dieren in de voorschriften benoemde toegestane middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden.

Aanvullende voorschriften inzake muizen en spitsmuizen 2.

Voor de hier benoemde muizen en spitsmuizen geldt de vrijstelling voor het opzettelijk doden, vangen alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen.

3.

Vrijstelling voor het opzettelijk vangen en/of doden alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor de in de lijst benoemde muizen alsmede spitsmuizen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellings-gronden te gebruiken middelen.

Aanvullende voorschriften inzake marterachtigen, knaagdieren, hoefdieren en overigen 4.

Voor de benoemde diersoorten geldt de vrijstelling enkel voor het opzettelijk vangen (en herplaatsen) alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen.

5.

Vrijstelling voor het opzettelijk vangen geldt enkel voor het gebruik van kastvallen, vangkooien, netten of vangstokken.

6.

Voor het konijn geldt dat voor het vangen ook gebruik kan worden gemaakt van fret en buidels.

7.

Voor de egel geldt dat de vrijstelling voor het opzettelijk vangen ook geldt indien deze met de hand wordt gevangen.

8.

Voor de mol geldt dat opzettelijk doden eveneens is vrijgesteld met gebruik making van klemmen.

9.

Zodra een exemplaar van de benoemde soorten is gevangen dient deze terstond, maar in elk geval binnen 6 uur na vangst weer op een in de nabijheid gelegen – en voor de soort geschikt habitat of biotoop – te worden vrijgelaten.

10.

Indien soorten worden gevangen welke in winterslaap zijn, of waarvoor op dat moment sprake is van ongunstige weersomstandigheden waarbij, bij het terstond vrijlaten, een aannemelijke kans bestaat dat hierdoor de dieren niet zullen overleven, dient de gebruiker van de vrijstelling maatregelen te nemen om deze kans tot in redelijke mate te reduceren en om onnodige aantasting van dierwelzijn te voorkomen.

11.

Vrijstelling voor het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellingsgronden te gebruiken middelen.

Aanvullende voorschriften inzake amfibieën 28

12.

Voor de benoemde diersoorten geldt de vrijstelling enkel voor het opzettelijk vangen (en herplaatsen) alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen.

13.

Vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt enkel voor de periode waarbij de dieren niet in winterslaap vertoeven.

14.

De vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt enkel indien hiervoor gebruik wordt gemaakt van netten welke geschikt zijn om amfibieën levend en zonder beschadigingen te vangen. Vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt ook voor het opzettelijk vangen van amfibieën met de hand.

15.

Zodra een exemplaar van de benoemde soorten is gevangen dient deze terstond weer op een in de nabijheid gelegen – en voor de soort geschikt habitat of biotoop – te worden vrijgelaten.

16.

Vrijstelling voor het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellingsgronden te gebruiken middelen.

Geen ontheffingsplicht geldt indien, in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, in het kader van natuurbeheer; een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; een bestendig gebruik, ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, handelingen worden uitgevoerd op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode, als bedoeld in artikel 3.31, van de Wet natuurbescherming.

29

BIJLAGE 6

Adviezen natuurinclusief bouwen / inrichten

Advies 1 Vleermuizen Aan de bomen en de gebouwen kunt u vleermuizenkasten ophangen. Goede kasten vindt u onder andere bij: https://www.veldshop.nl/nl/nestkasten/vleermuiskasten/vleermuiskasten-voor-aan-bomen/

30

Advies 2 Nestkasten vogels Op de website https://www.vivara.nl/nestkasten staan een aantal voorbeelden van nestkasten die u kunt kopen, maar uiteraard ook zelf kunt maken. Geschikt voor dit gebied zijn standaard nestkasten met een diameter invlieggat van 28 mm voor onder andere de Pimpelmees en standaardkasten met een diameter van 32-35 mm voor soorten als Koolmees, Bonte vliegenvanger, Ringmus en Huismus. Verder is het gebied ook geschikt voor Boomkruipers. Hiervoor staan ook voorbeelden van kasten op de website.

Aan de buitenrand zou u een Torenvalkennestkast geplaatst kunnen worden en in de oudere bomen kan eventueel een Bosuilenkast geplaats worden.

31

Advies 3 Takkenril

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Ooststellingwerf&id=4d69fb6f-c8e2-43bc-ba2a-620e144b7154