Bijlage 2 - Uitvoering participatiewet Ooststellingwerf - eindrapport
Tekst van het document
Heeft de gemeente de wettelijke taak die in de Participatiewet is opgelegd, mensen binnen hun mogelijkheden te ondersteunen naar werk (betaald, onbetaald), op een volgens de doelgroep en volgens de werkgevers passende wijze ten uitvoer gebracht en wordt de raad daarover adequaat geïnformeerd?
Uitvoering Participatiewet in de gemeente Ooststellingwerf
Rekenkamercommissie Ooststellingwerf, juli 2023
Inhoudsopgave 1
Participatiewet - hoe zit het ook alweer? ..................................2
2
Wat is er onderzocht? ..............................................................3
3
Wat wil Ooststellingwerf bereiken?...........................................4
4
Hoe organiseert Ooststellingwerf de uitvoering? ......................5
5
Bevindingen .............................................................................7
6
Conclusies .............................................................................13
7
Aanbevelingen .......................................................................14
Bijlage 1 - Benchmark Ooststellingwerf vs Weststellingwerf ..........15 Bijlage 2 - Monitor sociaal domein.................................................17 Bijlage 3 - Geraadpleegde documenten ........................................21 Bijlage 4 - Bestuurlijke reactie .......................................................22 Pagina 23 en verder: Factsheet 1 – Kenmerken inwoners met een uitkering Factsheet 2 – Participatie per doelgroep Factsheet 3 – Resultaten Factsheet 4 – Resultaten per traject Factsheet 5 – Resultaten langdurige uitkeringsgerechtigden Factsheet 6 – Vergelijking Ooststellingwerf en Weststellingwerf
1
1
Participatiewet - hoe zit het ook alweer?
Het doel van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen naar werk toe te leiden. Sommige mensen hebben alleen ondersteuning nodig bij het zoeken naar werk, anderen hebben ook ondersteuning nodig omdat zij een arbeidsbeperking hebben. De Participatiewet biedt daarvoor allerlei instrumenten, bijvoorbeeld de leerwerkplek, beschut werk of jobcoaching. En, als werk niet mogelijk is, is er een bijstandsuitkering, maar dan kan de gemeente van je vragen dat je bijvoorbeeld vrijwilligerswerk doet en op die manier participeert in de samenleving. De beleidsvrijheid van gemeenten in de uitvoering van de Participatiewet is beperkt. Gemeenten moeten beleid formuleren en regels maken om de in de Participatiewet genoemde instrumenten te kunnen inzetten.
Daarbij moeten de volgende keuzes gemaakt worden: - de raad kiest welke instrumenten uit de Participatiewet worden aangeboden en welke doelgroepen de raad wil onderscheiden (beleidsplan); - de raad kiest welke instrumenten voor welke doelgroepen worden ingezet en onder welke voorwaarden (veelal in verordeningen of beleidsregels per (groep) instrument(en)); - de raad beslist of er een tegenprestatie wordt verwacht voor bijstand en wat dat dan inhoudt (verordening tegenprestatie); - de raad maakt regels over het voorkomen van misbruik van de regelingen en de handhaving van de voorwaarden (handhavingsverordening); - het college maakt een keuze over de manier waarop de uitvoering wordt ingericht (meer of minder integraal, samen of alleen - vaak in een uitvoeringsplan). De ondersteuning door instrumenten uit de Participatiewet heeft verschillende doelen: - het makkelijker maken om iemand aan te nemen die minder productief kan zijn (loonkostensubsidie,
-
proefplaatsing/participatieplaatsen, no-riskpolis, mobiliteitsbonus, loonkostenvoordeel, beschut werk/detachering); zorgen dat een werknemer zijn werk kan blijven doen (jobcoaching, tolk, hulpmiddelen); zorgen dat belemmeringen voor werk worden weggenomen (vervoer, aanpassing werkplek); zorgen dat iemand klaar wordt gestoomd voor de arbeidsmarkt of voor maatschappelijke participatie (activering/tegenprestatie, begeleiding, opleiding, training, stimuleringspremies, leerwerkplek).
Een beleidsvrije keuze voor de raad is welke doelgroepen worden onderscheiden en welke instrumenten per doelgroep worden ingezet. Veel gemeenten onderscheiden de doelgroepen op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt. Als iemand een bijstandsuitkering komt aanvragen, doen de medewerkers een intake en komt een inwoner in één van de doelgroepen terecht. Dat bepaalt vervolgens welke ondersteuning en welke instrumenten er ingezet kunnen worden voor deze inwoner. Is jobcoaching bijvoorbeeld voor iedereen beschikbaar of alleen voor mensen die veel kans maken op een werkplek? En, het college beslist hoe zij de uitvoering inrichten - krijgt iemand te maken met een contactpersoon voor alle domeinen, of alleen voor werk en inkomen? En doet deze contactpersoon zelf ook aan begeleiding of wordt dat extern ingekocht? Kortom: wat de gemeente aan instrumenten inzet bepaalt de raad, maar hoe dat gebeurt is aan het college. In tijden van veel werkgelegenheid, bestaat de groep uitkeringsgerechtigden voor een groot deel uit mensen met veel afstand tot de arbeidsmarkt. Bij deze groep is het doel van de wet bereikt als zij meer actief worden in de samenleving, door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk te doen of een beperkt aantal uren betaald werk te verrichten. Dat past ook bij het principe van de
2
Participatiewet - mensen activeren om mee te doen. Gemeenten gebruiken de participatieladder om te meten in hoeverre iemand actief is. Stijging op de participatieladder wordt ook gezien als succes binnen de Participatiewet. De participatieladder bestaat uit zes treden, zoals figuur 1 laat zien.
ontvangen worden ondersteund in het komen naar betaald of onbetaald werk. De rekenkamercommissie wil de raad informeren over de instrumenten die de gemeente inzet voor de inwoners die langdurig in de bijstand zitten en wat de ervaringen van deze inwoners en van werkgevers zijn. Met zicht op de uitvoering en de behaalde resultaten bij het inzetten van instrumenten, kan de rekenkamercommissie de raad informeren over de mogelijkheden voor sturing en controle op de Participatiewet: zijn er haalbare en realistische doelen geformuleerd? Lukt het om met de ingezette instrumenten de doelen uit de Participatiewet te bereiken? Krijgt de raad relevante informatie over de voortgang in het bereiken van de doelen? De centrale vraag van het onderzoek is:
De Participatiewet is voortdurend in ontwikkeling en wordt naar aanleiding van de evaluatie van de wet in 2019 aangepast. Tot nu toe richten de aanpassingen zich vooral op het verzachten van een aantal hardheden uit de wet (zoals de kostendelersnorm en de armoedeval bij de overgang naar werk). Hoewel een fundamentele herziening nog niet is voorgesteld, is wel duidelijk dat er steeds meer aandacht komt voor de groep inwoners waarvoor werk geen realistisch doel is (Kamerbrief 21 feb 2022).
2
Wat is er onderzocht?
De aanleiding om de uitvoering van deze wet te onderzoeken is dat het aantal mensen met een langdurige uitkering stabiel blijft, terwijl het aantal vacatures hoog is, maar er sinds 2020 door corona veel minder instrumenten als loonkostensubsidie, proefplaatsingen etc zijn ingezet. Dit onderzoek brengt in beeld op welke manier met name inwoners die langer dan twee jaar een bijstandsuitkering
“Heeft de gemeente de wettelijke taak die in de Participatiewet is opgelegd, mensen binnen hun mogelijkheden te ondersteunen naar werk (betaald, onbetaald), op een volgens de doelgroep en volgens de werkgevers passende wijze ten uitvoer gebracht en wordt de raad daarover adequaat geïnformeerd?”
Het onderzoek richt zich op de doelgroep inwoners die langdurig een uitkering hebben ontvangen in de periode 2019-2022. De hoofdvraag is vertaald naar deelvragen, die gaan over: - Visie en beleid, gestelde doelen en de informatie aan de raad. - Inzet van instrumenten voor de doelgroep en de wijze waarop dat is georganiseerd. - De ervaringen van de doelgroep. - De ervaringen van de werkgevers. Voor het onderzoek is een documentanalyse gedaan om visie, beleid, doelen en voortgangsinformatie te achterhalen. Voor de inzet van instrumenten is een data-analyse uitgevoerd van registratiegegevens, aangeleverd door de backoffice. 3
De ervaringen van de doelgroep zijn in beeld gebracht door telefonische interviews met 16 inwoners. De ervaringen van werkgevers zijn in beeld gebracht door een online enquête. De resultaten van de interviews, de online enquête en de dataanalyse zijn in een terugkoppelsessie besproken met een groep medewerkers (beleid, uitvoering en backoffice). Het resultaat van het onderzoek is te vinden in de bijbehorende factsheets. Factsheet 1 geeft zicht op wie de groep inwoners met een bijstandsuitkering is. Factsheet 2 geeft zicht op hoe actief inwoners participeren. Factsheet 3 brengt in beeld wat de resultaten zijn. In Factsheet 4 wordt dit nog verdiept met zicht op de resultaten per traject. Factsheet 5 kijkt specifiek naar de doelgroep langdurig werklozen. In deze overzichtsrapportage vindt u de antwoorden op de onderzoeksvragen, de conclusies en aanbevelingen. U leest achtereenvolgens wat de gemeente Ooststellingwerf wil bereiken (3), hoe de gemeente dat organiseert (4), wat de antwoorden op de onderzoeksvragen zijn (5), wat dat aan conclusies oplevert (6) en welke aanbevelingen de rekenkamercommissie voor de raad heeft (7). (NB conclusies een aanbevelingen worden na het ambtelijk wederhoor toegevoegd)
3
Wat wil Ooststellingwerf bereiken?
De gemeente Ooststellingwerf heeft na de decentralisatie in 2015 in eerste instantie het beleid samen met de gemeente Weststellingwerf ingericht. In de Beleidsnota Re-integratie en Participatie Oost en West 2015-2018 en de verfijning daarvan onderscheidt de gemeente drie doelgroepen binnen de Participatiewet: kansrijken, doorstromers en aandachtsgroep. In de beleidsnota zijn tien doelen geformuleerd die vooral instrumenteel zijn - de doelen gaan over hoe de gemeente wil gaan werken. In 2018 heeft de gemeente Ooststellingwerf eigen beleid geformuleerd in de visie Op Weg naar een Inclusief Ooststellingwerf 2019-2021. In deze beleidsnota worden drie speerpunten vertaald in drie
concrete doelen. In de Visie op Samenleven die in 2019 wordt ontwikkeld worden nieuwe gewenste effecten benoemd voor de uitvoering van de Participatiewet, bij de opgave Meedoen. In de Doe Agenda B is dit uitgewerkt in tien concrete doelen (zie kader) waarbij per doel de inspanning is geformuleerd die de gemeente wil doen. 1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie. 2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand. 3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand. 4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden. 5. Alle klanten zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder. 6. Alle klanten hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk. 7. Alle klanten maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder. 8. Alle inwoners in de leeftijd van 18 - 67 jaar ervaren hun daginvulling als passend bij hun wens, talenten en eventuele ontwikkeldoelen. 9. Bij dagbesteding behaalt minimaal 75% van de Wmo-aanbieders de doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner. 10.
We geven prioriteit aan het faciliteren en organiseren van informele daginvulling (indicatie vrij) boven formele daginvulling.
De doelen zijn concreet geformuleerd, met soms een meetbare streefwaarde erbij. De raad wordt via de Monitor Sociaal Domein op de hoogte gehouden van de voortgang in het bereiken van deze doelen. Het was oorspronkelijk de bedoeling om ieder kwartaal een monitor te sturen, maar in 2021 is dat drie keer gebeurd en vanaf 2022 gebeurt dat tweemaal per jaar.
4
In bijlage 1 is voor de doelen 1 tot en met 7 (de doelen die horen bij de doelgroep van dit onderzoek) samengevat wat hierover is gerapporteerd in de laatst beschikbare Monitor Sociaal Domein (eerste helft 2022) en wat een cohortstudie1 aan extra informatie heeft opgeleverd.2 -
-
-
Over doel 1 worden in de Monitor cijfers getoond die het doelbereik niet meten: er wordt gerapporteerd over instroom, en niet over plaatsing. De gemeente Ooststellingwerf werkt aan het verbeteren van de monitoring van dit doel. De doelen 2 en 3 zijn meetbaar geformuleerd en het doelbereik wordt getoond in de Monitor. Doel 4 vraagt een terugkerend onderzoek onder werkgevers wat nog niet is georganiseerd. Doel 5 is onvoldoende meetbaar geformuleerd (wat betekent ‘alle klanten zijn in beeld’?). In de Monitor wordt bij doel 5 geschreven dat alle kansrijken zich bevinden op trede 5 en 6 van de participatieladder, doorstromers op treden 3 en 4 en aandachtsgroepers op treden 1 en 2. Uit de registratie van het cohort 2019 blijkt dat dit lang niet altijd het geval is. Een verklaring is onder andere het anders registreren halverwege de monitorperiode. Doel 6 is meetbaar geformuleerd, maar voor de Monitor zijn de juiste gegevens niet beschikbaar. Doel 7 is onvoldoende specifiek: wanneer maakt een inwoner stappen naar vermogen? In de monitor wordt bij doel 7 gerapporteerd over uitstroom naar werk, terwijl uit de registraties ook beweging op de participatieladder beschikbaar is.
1 Voor dit onderzoek is een cohortstudie uitgevoerd. Met een cohortstudie wordt
een groep mensen door de tijd gevolgd. We hebben van alle inwoners die een uitkering hadden op 1 januari 2019 gegevens verzameld vanaf het begin van de uitkering tot 1 november 2022. Het zijn gegevens over de indeling in een
In de jaarstukken kan de raad ook informatie vinden, maar daar wordt gerapporteerd over de ondernomen activiteiten, maar niet aan de hand van de gestelde doelen.
4 Hoe organiseert Ooststellingwerf de uitvoering? De taken uit de Participatiewet worden uitgevoerd door het gebiedsteam. Zij doen een intake met de inwoners en delen hen in in een doelgroep en een trede op de participatieladder. Ze maken met de inwoner een trajectplan over de begeleiding die er nodig is. De medewerkers zorgen voor passende voorzieningen (de mogelijke instrumenten uit de Participatiewet) en kopen die indien nodig in. De backoffice handelt dit vervolgens administratief af. De medewerkers werken met drie doelgroepen (kansrijk, doorstroom en aandachtsgroep. Kansrijken zijn mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt (3 maanden). Doorstromers zijn mensen die binnen twee jaar met of zonder ondersteuning te begeleiden zijn naar werk. De aandachtsgroep bestaat uit mensen die langer dan twee jaar nodig hebben om naar betaald werk te gaan. In de praktijk is uitstroom naar werk niet altijd realistisch, voor een deel van de groep is maatschappelijke activering het hoogst haalbare doel. Omdat de aandachtsgroep groot en zeer divers is en omdat betaald werk voor deze groep binnen 2 jaar meestal niet haalbaar is, wordt behalve de doelgroep ook de trede op de participatieladder geregistreerd. Het doel is om de inwoner naar de voor hem of haar hoogst haalbare trede te activeren.
doelgroep, de treden op de participatieladder en - in geval van uitstroom - de reden van uitstroom. 2 Doel 8-10 gaan niet meer over de Participatiewet en zijn daarom niet in deze analyse meegenomen.
5
Als er iets wijzigt in de situatie van de inwoner, dan registreert de medewerker een nieuwe trede op de participatieladder. Vanaf 2021 is de trede op de participatieladder voor de medewerkers van het team leidend boven de doelgroep. Inwoners op treden 4 (onbetaald werk zoals een leerwerkplek) en 5 (betaald werk) kunnen lang op deze treden blijven staan, omdat zij blijvend begeleiding / ondersteuning nodig hebben en er vaak een loonkostensubsidie aan gekoppeld is. Op basis van de trede op de participatieladder en de situatie van de inwoner wordt bepaald naar welk doel binnen 2 jaar gestreefd wordt en op basis van dat doel wordt een traject ingezet en beschikt. De medewerkers kunnen kiezen uit onderstaande trajecten. Traject gericht op
Profiel van de inwoner
Uitstroom naar werk
De inwoner kan binnen ongeveer 2 jaar uitstromen naar betaald werk
Sociale activering (gericht op uitstroom)
De inwoner heeft eerst een aantal vaardigheden te leren en kan daarna uitstromen naar betaald werk
Sociale activering (gericht op maatschappelijke participatie)
De inwoner kan op korte termijn niet naar werk begeleid worden, inzet is gericht op meedoen in de samenleving
Inburgering
De inwoner leert eerst een aantal vaardigheden waardoor de kans op duurzame uitstroom naar werk groot is
Zorg
De inwoner is door psychische en/of lichamelijke problemen van zichzelf of
gezinsleden tijdelijk niet in staat zijn om deel te nemen aan een traject Ontheffing
De inwoner heeft geen arbeidspotentieel door bijvoorbeeld een ongeneeslijk ziekte, psychiatrische problematiek of een complexe zorgbehoefte. Arbeidspotentieel wordt in de toekomst ook niet meer verwacht
Het komt voor dat iemand van traject wisselt als er een grote levensgebeurtenis plaatsvindt, maar doorgaans loopt een traject totdat het doel bereikt is of de omstandigheden voor zorg/ontheffing zijn veranderd. Als betaald werk wel haalbaar lijkt, maar pas op de lange termijn (langer dan 2 jaar), dan wordt eerst voor het traject sociale activering (gericht op uitstroom) gekozen. In de administratie zijn er voor inwoners met een uitkering daarmee drie typeringen te vinden: - iemand wordt in een doelgroep geplaatst (kansrijk, doorstroom, aandachtsgroep) en - iemand wordt ingeschat op een trede op de participatieladder (trede 1-6) en - iemand krijgt een traject - een richting, beoogd doel voor de inzet van instrumenten: ontheffing, inburgering, sociale activering (maatschappelijke participatie), sociale activering (gericht op uitstroom), zorg of uitstroom naar werk. Er is geen één-op-één koppeling tussen de doelgroepen, de treden op de participatieladder en de trajecten. Voor het selecteren van de juiste ondersteuning gebruiken de medewerkers naast de wettelijke instrumenten ook een instrumentengids, met instrumenten die mogen worden ingezet bij alle doelgroepen en in alle trajecten.
6
De instrumenten uit deze gids zijn projecten en programma’s van verschillende uitvoerders (bijvoorbeeld Stichting Scala, het Rea college, Humanitas). De wettelijke instrumenten zijn ook beschikbaar voor de medewerkers, maar de inwoner moet aan bepaalde voorwaarden voldoen om ervoor in aanmerking te komen (zoals vastgelegd in de verordeningen en beleidsregels). De instrumenten jobcoaching en leerwerkplek stelt de gemeente beschikbaar voor iedereen die perspectief heeft op werk, ook op de langere termijn. In de administratie vinden de onderzoekers een brede waaier aan instrumenten terug, dat wat de medewerkers hebben geregistreerd: wettelijke instrumenten, de programma’s/projecten, uitvoerders, en eigen categorieën als maatwerk of eigen begeleiding. De medewerkers kiezen samen met de inwoner wat een passend instrument is, of voeren de begeleiding (activering, jobcoaching, training) zelf uit en kunnen tot een bepaald budget zelf voorzieningen inkopen. Daar is een grens aan - als het budgetplafond wordt bereikt moeten de medewerkers zelf de begeleiding doen. Dat komt regelmatig voor. Het is nog niet voorgekomen dat het zo druk was, dat er geen eigen begeleiding geboden kon worden. Het team wisselt informatie en ervaringen uit over casussen waarbij het uitgangspunt is: liever goed begeleiden dan veel begeleiden.
Het team registreert in de administratie ook het contact met de inwoners, dat doen ze allemaal op eenzelfde manier. Voor de contacten met werkgevers werkt de gemeente samen in de Arbeidsmarktregio Zuidoost Friesland (de vijf gemeenten met UWV, Caparis, en Friesland Werkt). In deze samenwerking streven de partners naar eenduidige dienstverlening voor werkgevers in de regio. Binnen de gemeente is er een accountmanager voor werkgevers (jobhunter) die zowel de werkgevers als de inwoners spreekt. De jobhunter maakt afspraken zowel met grotere bedrijven, gericht op meer plekken, als met individuele bedrijven en inwoners.
Als er een match is, dan is het werk van de jobhunter klaar en pakt de casemanager of jobcoach het over. Er is geen registratiesysteem voor bedrijfscontacten, wel zijn er goede contacten met de ondernemersclubs in de gemeente.
5
Bevindingen
In de onderzoeksopzet zijn de onderzoeksvragen gegroepeerd in blokken per thema. Hieronder worden per thema de belangrijkste bevindingen beschreven in de vorm van antwoorden op de onderzoeksvragen. Bevindingen over visie en beleid Het beleid van de gemeente Ooststellingwerf is vastgelegd in de visie Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf en is verder uitgewerkt in de Visie op Samenleven met de bijbehorende Doe Agenda B. De doelen zijn voor het merendeel specifiek en voorzien van streefwaarden. De verordeningen en beleidsregels rond de Participatiewet zijn tussen 2015 en 2017 opgesteld, alleen de verordening over boetes en terugvordering is recent (2022). De medewerkers zijn vrij om passende instrumenten te kiezen uit de lijst van wettelijke instrumenten en de lijst van programma’s en projecten waar de gemeente aan meedoet. De gemeente onderscheidt wel doelgroepen, maar zet instrumenten zo breed mogelijk in. Natuurlijk geldt voor een aantal wettelijke instrumenten dat de doelgroep aan specifieke eisen moet voldoen, maar als het gaat om begeleiding op de werkplek of gericht op het klaarstomen voor werk, dan maakt de gemeente geen onderscheid tussen doelgroepen of trajecten. De raad krijgt informatie over de voortgang van de doelen uit de Doe Agenda in de Monitor Sociaal Domein.
De Monitor Sociaal Domein en de jaarstukken geven de raad echter geen compleet beeld van de voortgang op de gestelde doelen (zie bijlage 1).
7
Bevindingen over de inzet van instrumenten De backoffice heeft een overzicht aangeleverd van alle instrumenten die tussen januari 2019 en november 2022 zijn ingezet bij inwoners die langer dan twee jaar een bijstandsuitkering hebben ontvangen. In de periode 2019-2022 waren er 898 unieke inwoners met een uitkering langer dan 2 jaar. Het is niet makkelijk om een overzicht te geven van de inzet van instrumenten. Dit omdat de administratie zowel losse projecten, wettelijke instrumenten, als categorieën die meerdere instrumenten kunnen omvatten, bevat. Instrumenten worden in de administratie vooral onderscheiden op hun financieringsbron, niet op de richting of inhoud van het handelen van de medewerker. Eigen begeleiding kan bijvoorbeeld zowel zorg als jobcoaching zijn. Wel is het mogelijk een overzicht te geven van de meest voorkomende registraties bij de inwoners die langer dan twee jaar een bijstandsuitkering hebben gehad. Instrument
N
%
Eigen begeleiding
184
19,8%
Zorgtraject
176
18,9%
Vrijwilligerswerk/tegenprestatie
164
17,6%
Maatwerk
165
16,8%
Iedereen in beweging (St. Scala)
110
11,8%
Externe expertise
103
11,1%
Bron: backoffice. Per inwoner kunnen meerdere instrumenten geregistreerd worden.
de inzet van reguliere zorg (huisarts, specialist, zorg vanuit de wmo) en drukt bijna nooit op het budget van werk. Vrijwilligerswerk/ tegenprestatie wordt als zodanig geregistreerd als de inwoner vrijwilligerswerk doet dat voldoet aan de eisen uit de verordening tegenprestatie (zie ook factsheet 4). Meestal doet de inwoner uit zichzelf al vrijwilligerswerk, omdat dat past bij de cultuur van de gemeente Ooststellingwerf. Vrijwilligerswerk wordt soms opgelegd als tegenprestatie als iemand niet in beweging wil komen en dan wordt er incidenteel ook op gehandhaafd. Mensen met vrijwilligerswerk als tegenprestatie staan op trede 3 van de participatieladder. De drie meest ingezette instrumenten zijn dus instrumenten zonder inkoop. Maatwerk is de inkoop van een instrument dat niet tot de grote inkoop behoort. Omdat weinig instrumenten groot worden ingekocht, is er veel ruimte voor maatwerk. Iedereen in beweging is een activeringsprogramma dat wordt ingekocht bij Stichting Scala. Onder externe expertise vallen bijvoorbeeld medische onderzoeken en herwaarderingsonderzoeken voor loonkostensubsidie. Uit een analyse van de inzet van instrumenten, blijkt verder dat de meeste instrumenten worden ingezet bij inwoners tussen de 22 en 50 jaar. Hoe ouder men wordt, hoe minder instrumenten er worden ingezet.
De medewerkers zien jobcoaching en loonkostensubsidie als de meest effectieve instrumenten, met name in de route vanaf het praktijkonderwijs. En, vrijwilligerswerk wordt gezien als het beste instrument om een stap op de participatieladder te maken. De essentie volgens medewerkers is het inzetten op contact: het loont om de mensen veel te spreken. Medewerkers geven aan dat voor hen het onderscheid in doelgroepen niet zo relevant is, zij letten vooral op de ontwikkeling van de inwoner op de treden van de participatieladder en of de doelen uit het traject worden bereikt.
Eigen begeleiding is de inzet van begeleiding door de eigen medewerkers, bijvoorbeeld voor jobcoaching. Zorgtraject is meestal
8
Bevindingen over de inzet van trajecten Uit een analyse van de inzet van trajecten voor inwoners die langer dan 2 jaar een bijstandsuitkering ontvangen blijkt dat meer dan de helft van hen op enig moment een traject gericht op uitstroom naar werk heeft gehad en 15% heeft (ook) een traject gericht op sociale activering gehad. Daarnaast heeft 12% een inburgeringstraject (gehad). Van ruim meer dan de helft van de inwoners met een bijstandsuitkering langer dan 2 jaar wordt dus verwacht dat uitstroom naar werk (op termijn) haalbaar is. Ongeveer een kwart heeft een traject gericht op sociale activering (maatschappelijke participatie) gehad. En ruim een vijfde een traject gericht op zorg. Van hen wordt (voorlopig) geen arbeidspotentieel verwacht. Ongeveer 10% heeft een ontheffing, wat betekent dat van hen ook op termijn geen arbeidspotentieel meer wordt verwacht. Traject
N
%
Uitstroom werk
499
55,1%
Sociale.activering (maatsch.)
211
23,5%
Zorg
202
22,5%
Sociale activering (uitstroom werk)
133
14,8%
Inburgering
107
11,9%
Ontheffing
93
10,3%
Bron: backoffice. Percentages tellen op tot meer dan 100% omdat per inwoner meerdere trajecten geregistreerd kunnen worden.
Bevindingen over contacten met inwoners Het is niet mogelijk om uit de administratie een overzicht te halen van alle contacten met inwoners. Wel zijn er gegevens die een indicatie zijn dat er regelmatig contact is met de inwoners. Bij 88% van de uitkeringen is minstens 1 trede op de participatieladder geregistreerd, bij 67% zijn er twee of meer treden geregistreerd. Dat duidt erop dat er regelmatig contact is met de uitkeringsgerechtigden en dat na contact de administratie wordt bijgewerkt. Ook in de interviews met langdurig uitkeringsgerechtigden is naar het aantal contactmomenten gevraagd. Van de 16 bevraagde inwoners geven zes inwoners aan dat er sporadisch contact is, vijf inwoners geven aan jaarlijks contact te hebben en vijf inwoners geven aan regelmatig (twee keer per jaar of meer) contact te hebben. De medewerkers geven aan voor deze doelgroep te streven naar een contactmoment per halfjaar, dat kan een huisbezoek zijn of een telefoontje. Afhankelijk van het soort traject kan er ook een intensiever contact zijn. Ze geven aan: aandacht helpt. Bevindingen over de resultaten Er is een cohortstudie3 uitgevoerd over alle inwoners die op 1 januari 2019 een uitkering hadden. Het zijn gegevens over de indeling in een doelgroep, de treden op de participatieladder en - in geval van uitstroom - de reden van uitstroom.
Van de mensen uit de cohortstudie is iets minder dan de helft uitgestroomd. In 34% van de gevallen was dat naar werk, in 66% van de gevallen was dat om een andere reden. Een positief resultaat in de zin van de Participatiewet is natuurlijk allereerst uitstroom naar betaald werk. Maar ook als mensen niet uitstromen kan er succes zijn: mensen verrichten dan bijvoorbeeld onbetaald werk (leerwerkplek bijvoorbeeld, trede 4 op de
3 Met een cohortstudie wordt een groep mensen door de tijd gevolgd.
9
participatieladder) of hebben betaald werk, maar worden daarbij nog ondersteund met begeleiding of er is sprake van een loonkostensubsidie (trede 5 op de participatieladder). Tenslotte is ook een positief resultaat dat mensen door de inzet van de begeleiding stijgen op de participatieladder en meer meedoen in de samenleving. Hieronder de belangrijkste resultaten per doelgroep, met meer informatie en uitwerking in Factsheet 3. Van inwoners in de groep ‘kansrijk’ wordt uitstroom naar betaald werk binnen 2 jaar verwacht. Ook van doorstromers wordt uitstroom naar betaald werk verwacht, maar dan op langere termijn. Van het cohort is 58% van de kansrijken uitgestroomd naar betaald werk en 28% van de doorstromers. Van de aandachtsgroep is 9% uitgestroomd naar betaald werk. Laatst geregistreer de doelgroep
Doel
Stijging op participatieladd er (als min. één trede bekend is)
Onbetaald werk / betaald werk met ondersteuni ng
Uitgestroo md naar werk (tussen 1-12019 en 111-2022)
Kansrijk
Uitstroom naar werk
67%
12%
58%
Doorstroom
Stijging op de participatiela dder en uitstroom op langere termijn
51%
20%
28%
Aandachtsgroep
Stijging op de participatiela dder en uitstroom op lange termijn
35%
8%
9%
Rijen tellen op tot meer dan 100% omdat iemand kan stijgen op de participatieladder en betaald of onbetaald werk kan vinden.
In de Factsheet 4 is ook te vinden welke resultaten er per traject zijn behaald. Daarin is zichtbaar dat binnen de aandachtsgroep alle trajecten worden ingezet en dat de resultaten per traject verschillen. Bevindingen over de ervaringen van de doelgroep Met 16 inwoners is een telefoongesprek gevoerd om hun ervaringen met de medewerkers en instrumenten te achterhalen. Op basis van de gesprekken kunnen drie verschillende persona’s onderscheiden worden die typerend zijn voor de doelgroep die al langer een uitkering heeft (zie de figuur: de stemmen van Ooststellingwerf). Een deel van de inwoners met een bijstandsuitkering heeft geen perspectief op werk of activering en ondersteuning van de gemeente helpt niet en wordt niet gewaardeerd. Een ander deel heeft ook geen perspectief op werk (bijvoorbeeld bijna toe aan pensioen) en de inzet van de gemeente voelt overbodig, maar ze zijn wel dankbaar voor de ondersteuning die er is. Een laatste deel van de inwoners bestaat uit mensen die de ondersteuning van de gemeente nodig hebben, er blij mee zijn en daardoor ook echt actiever worden. Het contact van de inwoners met de coach bestaat vooral uit het informeren hoe het gaat en het bespreken van het plan of de activiteiten. Af en toe is er ook administratief contact en in een tweetal gevallen is er geen contact geweest. Het merendeel geeft aan regelmatig contact te hebben.
Over het algemeen zijn de inwoners positief over de gebiedsteammedewerker en over de inzet van de gemeente in het algemeen.
10
Tevredenheid
over de medewerker
over de gemeente
Zeer tevreden
5
3
Tevreden
7
7
Ontevreden
1
3
Zeer ontevreden
3
2
Vijf van de ondervraagde inwoners zijn naar eigen zeggen actiever geworden, vier van hen geven aan dat dat (mede) komt door de bemoeienis van de gemeente. Acht inwoners zijn even actief gebleven en drie zijn minder actief geworden. Mensen vonden het ingewikkeld om aan te geven in welk traject ze zitten, bij doorvragen bleek toch de meerderheid van de inwoners dat wel correct te kunnen benoemen en de inwoners zijn ook positief over hoe het traject aansluit bij wat ze nodig hebben.
11
12
Bevindingen over de ervaringen van werkgevers In het totaal hebben 25 werkgevers de enquête ingevuld. Over het algemeen zijn de werkgevers tevreden of zeer tevreden over zowel de instrumenten (loonkostensubsidie, banenafspraak banen, regulieren plekken, leerwerkplekken), hoogte van de vergoedingen, als het proces van aanvragen en de administratieve afhandeling. Een enkeling is minder tevreden. De werkgevers hebben het meeste contact met de jobcoach. Het contact is ook afhankelijk van het soort instrument: soms is er ook contact met de medewerker van de praktijkschool of een loonwaarde-expert. Ook over het contact en de samenwerking zijn de werkgevers over het algemeen tevreden tot zeer tevreden, een enkeling had meer contact willen hebben na de plaatsing. Op de vraag of er constructief wordt samengewerkt is bijna iedereen positief, al is het soms wel complex als er ook nog thuisbegeleiding is. De gemeente valt positief op door de actieve houding en het makkelijke contact. Werkgevers bieden vanuit hun maatschappelijke verantwoordelijkheid een plek aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Soms is het een expliciet doel van een werkgever, soms wordt het gedaan omdat het voor iedereen meerwaarde heeft of omdat het in het bedrijf goed past. ‘Ik vind het fijn om deze mensen een perspectief te bieden op de arbeidsmarkt’.
Werkgevers zijn realistisch over wat het oplevert: het draagt enigszins bij aan het vervullen van vacatures, maar gemiddeld genomen heeft deze groep veel begeleiding nodig.
6
Conclusies
Het antwoord op de onderzoeksvraag is in het kort: zowel werkgevers als inwoners zijn gemiddeld genomen tevreden over de ondersteuning door de gemeente bij het begeleiden naar werk (betaald/onbetaald). De doelen zijn niet altijd even relevant geformuleerd en daarmee is ook de informatie aan de raad niet
altijd relevant, maar wel in lijn met de gestelde doelen. De wijze van registreren en de administratie maakt het geven van meer relevante informatie wel mogelijk. Hieronder worden de conclusies puntsgewijs opgesomd: Er is een actuele en consistente visie op de uitvoering van de Participatiewet in het kader van de visie op de samenleving. Het beleid is uitgewerkt in meetbare prestaties waarover in de Monitor Sociaal Domein wordt gerapporteerd aan de raad in de volgorde van de gestelde doelen. Niet over alle doelen is specifieke en duidelijke informatie beschikbaar. Daardoor kan de raad niet op alle doelen de voortgang volgen. De administratie bevat wel meer relevante gegevens die de raad kunnen helpen bij het sturen op de gewenste effecten. Er is actueel beleid voor het samenwerken met de werkgevers in de regio. Per ketenpartner verschilt de samenwerking, maar men kan elkaar steeds beter vinden. De prestaties waarover de medewerkers rapporteren aan de raad zijn geformuleerd op het niveau van de doelgroep. De medewerkers geven daarover aan dat dat geen relevant zicht biedt op de mogelijkheden en variatie binnen de grote aandachtsgroep. De trajecten geven volgens de medewerkers een beter beeld van de mogelijkheden van de inwoners.
De verschillende programma’s en projecten zijn vrij beschikbaar voor medewerkers om in te zetten bij iedere doelgroep en dat is afdoende en te managen door de medewerkers. De wijze van registreren van de instrumenten maakt het niet mogelijk om op basis van de administratie uitspraken te doen over het effect van specifieke instrumenten of projecten. Wel is het mogelijk om het resultaat van de ingezette trajecten in beeld te brengen. Van de trajecten kan op basis van de administratie in beeld gebracht worden op
13
7
welke termijn mensen uitstromen of in welke mate mensen stijgen op de participatieladder. De gemeente heeft goed zicht op de doelgroep en onderhoudt contact met hen - de registraties kloppen met de praktijk en laten geregeld contact en aanpassingen in het systeem zien. De werkgevers werken uit maatschappelijke verantwoordelijkheid mee en zijn tevreden over de inzet van de gemeente. Ze hebben realistische verwachtingen van de doelgroep. Als het gaat om de resultaten m.b.t. uitstroom, is de invloed van de gemeente beperkt. De belangrijkste redenen voor instroom/uitstroom zijn niet te beïnvloeden door de gemeente. Maar een klein deel van de uitkeringsgerechtigden kan makkelijk doorstromen naar werk - van de 526 inwoners in het bestand zijn tussen 2019 en 2022 80 inwoners uitgestroomd naar werk. De inzet van de gemeente heeft wel effect, er is uitstroom en iets meer dan een derde van de inwoners stijgt op de participatieladder en doet dus meer mee in de maatschappij.
2. Gebruik de in de administratie beschikbare gegevens op een dusdanige manier dat er meer zicht wordt verkregen op de behaalde resultaten. Wanneer je resultaten van trajecten of verschuiving van trede op de participatieladder bijhoudt is het inzicht in wat je bereikt met de gemeentelijke inzet groter dan wanneer je kijkt naar resultaten per doelgroep. Daarbij raden we aan doelen in termen van percentages per traject, verschuiving van trede op de participatieladder of termijn van uitstroom te formuleren. 3. Geef het college de opdracht om medewerkers in te zetten passend bij de doelen die zijn geformuleerd op het gebied van contact en begeleiding van de inwoners passend bij het traject waarin ze zijn ingedeeld.
Aanbevelingen
De rekenkamercommissie komt op basis van het onderzoek tot de volgende aanbevelingen voor de gemeenteraad: 1. Formuleer realistische doelen, passend bij het idee dat de participatiewet minder over werk en meer over sociale activering gaat. Heroverweeg daarbij de indeling in doelgroepen. Ons inziens is een indeling in trajecten nuttiger en geeft beter inzicht in het participatievermogen van het bestand inwoners met een bijstandsuitkering.
14
Bijlage 1 - Benchmark Ooststellingwerf vs Weststellingwerf
uitstromen naar werk, dan blijf je ook langer in de uitkering dan in Ooststellingwerf.
De vergelijking tussen Ooststellingwerf en Weststellingwerf biedt een aantal interessante inzichten. Ooststellingwerf heeft actueel en samenhangend beleid en een heldere monitoring van de gestelde doelen waar de raad informatie over ontvangt. In Weststellingwerf is het beleid niet meer actueel en zijn er nieuwe doelen gevonden in uitvoeringsdocumenten, de raad ontvangt over de doelen en doelbereiking geen informatie. De uitvoering is wel weer goed doordacht en strak ingeregeld: per profiel zijn er in te kopen instrumenten. Hoewel de beleidskwaliteit in Ooststellingwerf goed is, is de gekozen indeling in doelgroepen minder relevant als het gaat om het meten van resultaten van de doelgroep. In Weststellingwerf is de indeling in profiel wel een goede voorspeller van de te verwachten resultaten. Hoewel de beide gemeenten elkaar op succes niet veel ontlopen, zijn er wel wat verschillen zichtbaar. Ooststellingwerf boekt de meest positieve resultaten bij de aandachtsgroep, Weststellingwerf bij de doelgroep naar werk. Ooststellingwerf heeft een doelgroep die gemiddeld lager scoort op de participatieladder. Vanuit de visie op samenleven zetten de medewerkers in op contact met alle inwoners. Die aandacht betaalt zich uit in resultaat bij de doelgroep die laag op de participatieladder staat.
Bij Weststellingwerf wordt er sterk ingezet op contact met werkgevers en worden veel instrumenten ingezet bij de doelgroep naar werk. Er is een hogere doorstroom: er stromen meer mensen in, maar als ze met ondersteuning kunnen werken zijn ze er sneller weer uit. Kun je niet
15
Gemeente Ooststellingwerf
Gemeente Weststellingwerf
Recente beleidsdocumenten over participatie met heldere doelen Heldere lijn van beoogd effect, doelen, inspanning, indicatoren en streefcijfers
Geen actueel en samenhangend beleid voor participatie In uitvoeringsdocumenten zijn doelen te vinden, deels voorzien van indicatoren en streefcijfers
Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar Informatie aan de hand van de doelen Niet alle doelen zijn meetbaar
Monitor Sociaal Domein twee keer per jaar Informatie sluit niet aan op de doelen Informatie geeft geen zicht op effecten
Maatwerk door medewerkers Registratie beperkt aantal instrumenten Inkoop op basis van wenselijkheid Indeling in drie doelgroepen: aandachtsgroep, doorstromer, kansrijk Indeling is geen voorspeller voor inzet of resultaat Inzet op contact met de hele doelgroep Uitstroom naar werk is minder hoog Stijging op de participatieladder bij alle doelgroepen
Maatwerk door medewerkers Registratie van veel instrumenten/trajecten Inkoop strak geregeld, voorziening per profiel Indeling in vijf profielen: naar werk, op weg naar werk, in beweging (werk), in beweging en actief, beschut werk Indeling is een goede voorspeller voor inzet en resultaat Minder registraties en minder contact met een deel van de doelgroep Positieve resultaten bij de uitstroom naar werk Stijging op de participatieladder minder sterk 16
Bijlage 2 - Monitor sociaal domein Doelen uit Doe Agenda B 20212024
Monitor SD (eerste helft 2022)
Cohortstudie Parma Groep
B1. We plaatsen jaarlijks minimaal 20 kansrijken, 50 doorstromers en 30 uit de aandachtsgroep (BAB) en creëren minimaal 15 werkervaringsplekken binnen onze eigen organisatie.
Getoond: aantal uitkeringsgerechtigden in de P-wet per jaar, peildatum 30-6-2022: 480.
Op 1-1-2019 waren er 526 uitkeringen met een hoofdkostwinner. 26 hoofdkostwinners daarvan zijn geplaatst in de groep kansrijk, 94 in doorstromer, 345 in aandachtsgroep. Van 61 uitkeringen is geen doelgroep geregistreerd.
Opmerking: De absolute aantallen bijstandsgerechtigden (kansrijk, doorstromers, aandachtsgroep) dat is uitgeplaatst kunnen we op dit moment helaas niet vermelden. Het is namelijk zo dat we (nog) geen onderscheid kunnen maken tussen mensen die een uitkering hebben en kansrijk zijn en mensen die nog in onze systemen zitten die geen uitkering meer hebben maar werken met loonkostensubsidie (LKS). Deze groepen staan allebei op trede 6 en geeft hierdoor een vertekend beeld. Er wordt nog aan gewerkt in dit apart in beeld te krijgen.
80 hoofdkostwinners van de 526 uitkeringen zijn uitgestroomd naar werk in de periode 1-1-2019 tot 1-11-2022 (bijna 4 jaar). 17 hoofdkostwinners zijn uitgestroomd met de reden 'oorzaak bij partner' (wat werk van de partner zou kunnen zijn). De 80 hoofdkostwinners die zijn uitgestroomd naar werk in bijna 4 jaar zijn als volgt ingedeeld: kansrijk (15), doorstromer (26), aandachtsgroep (31) en geen registratie (8).
17
Doelen uit Doe Agenda B 20212024
Monitor SD (eerste helft 2022)
Cohortstudie Parma Groep
B2. In de jaren 2020-2024 is er jaarlijks 10% minder instroom naar de bijstand.
Getoond: aantal inwoners dat instroomt in de P-wet, peildatum 30-6-2022
Geen data over instroom
Instroom is 147 (2019), 133 (2020), 116 (2021) en 43 (eerste helft 2022) Conclusie: We zien in lijn met de landelijke ontwikkelingen dat het aantal uitkeringsgerechtigden (Pwet) weer is gedaald en de instroom in de bijstand is relatief laag door de gunstige arbeidsmarktsituatie. Er zijn nu voor het vierde jaar op rij minder inwoners waaraan we bijstand verstrekken. Dat betekent dat mensen die dat kunnen, deelnemen aan de arbeidsmarkt.
B3. Van de inwoners die uitstromen uit de bijstand – P-wet naar werk blijft 90% minimaal een half jaar uit de bijstand.
Getoond: percentage uitstromers naar werk dat minimaal een half jaar uit de bijstand blijft
B4. Werkgevers weten met één druk op de knop alle arbeid gerelateerde regelingen en voorzieningen te vinden.
De acties om dit doel te bereiken zijn afgerond, dus werkgevers kunnen de regelingen met één druk op de knop vinden. Er is nog geen gestructureerde wijze van tevredenheidsmeting onder werkgevers. Daardoor hebben we hierover op dit moment geen gegevens.
Geen data over herinstroom
90,1% (2019), 92,1% (2020), 96% (2021) n.v.t.
18
Doelen uit Doe Agenda B 20212024
Monitor SD (eerste helft 2022)
Cohortstudie Parma Groep
B5. Alle bijstandsgerechtigden zijn in beeld en we kennen hun positie op de participatieladder.
Getoond: samenstelling van het totale bestand, aantal kansrijken (K), doorstromers (D) en aandachtsgroep (A) t.o.v. de gehele groep.
Van het gehele cohort 2019 (526) isvan 461 uitkeringen (88%) zowel de doelgroep als de trede op de participatieladder geregistreerd.
In de tabel staat verder dat K overeenkomt met trede 5 en 6, D met 3 en 4 en A met 1 en 2
Op 1-11-2022 waren 286 van de 526 uitkeringen nog niet uitgestroomd. Bij 31van deze uitkeringen (11%) is geen trede op de participatieladder geregistreerd.
K 6% D 25% A 69% (2018) K 28% D 34% A 38% (2021) K 36% D 31% A 33% (eerste helft 2022) Conclusie: We zien binnen de groep uitkeringsgerechtigden de gewenste verschuiving op de participatieladder. De aandachtsgroep, trede 1 en 2, daalt gestaag en zit medio 2022 op 36 % (eind 2021 nog 38 %). De groep die naar vermogen participeert groeit. 31 % van de bijstandsgerechtigden neemt deel aan maatschappelijke activiteiten of doet vrijwilligerswerk (doorstromers) en 33 % heeft betaald werk met of zonder begeleiding (kansrijken). In deze laatste groep zitten ook de mensen die gesubsidieerd aan het werk zijn. Die verstrekken we geen uitkering maar wel een loonkostensubsidie. B6. Alle bijstandsgerechtigden hebben een voorziening richting sociale activering en/of werk.
Geen gegevens
Van de kansrijken bevindt 67% zich op trede 5 of 6 Van de doorstromers bevindt 42% zich op trede 3 of 4 Van de aandachtsgroep bevindt 45% zich op trede 1 of 24 De laatst geregistreerde doelgroep van het cohort 2019: K 6% D 20% A 74%
Geen gegevens
4 Het is een wens van de uitvoering om de tredes apart in beeld te kunnen brengen omdat dit recht doet aan hun inzet.
19
Doelen uit Doe Agenda B 20212024
Monitor SD (eerste helft 2022)
Cohortstudie Parma Groep
B7. Alle bijstandsgerechtigden maken, naar vermogen, stappen op de participatieladder.
Getoond: aantal inwoners dat uitstroomt uit de participatiewet (peildatum 30-06-2022) en reden van uitstroom
Van het cohort 2019 is na 3 jaar en 10 maanden de volgende uitstroom gerealiseerd: Uitgestroomd naar werk: 80 Anders uitgestroomd: 160 Niet uitgestroomd: 286
Uitstroom: 135 (2019), 122 (2020), 136 (2021), 49 (eerste helft 2022) Reden uitstroom is arbeid in dienstbetrekking: 39 (2020), 46 (2021), 8 (eerste helft 2022)
Van het cohort 2019 is de volgende beweging op de participatieladder geregistreerd: Geen gegevens of 1 registratie: 173 (33%) Daling op de ladder: 87 (17%) Gelijk op de ladder: 78 (15%) Gestegen op de ladder: 188 (36%)
20
Bijlage 3 - Geraadpleegde documenten Collegeakkoord 2022 Programmabegroting 2021 Programmabegroting 2022 Visie op samenleven 2020-2024 Doelenboom Visie op samenleven 2021-2024 Doe Agenda B Doe Agenda C Visie op Inclusie Iedereen doet Mee 2020-2021 Op weg naar een inclusief Ooststellingwerf 2019 -2021 Beleidsnota nieuwe Wet inburgering OWO 2022-2025 Beleidsnota Re-integratie en Participatie gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Verfijning beleidsnota Re-integratie en Participatie gemeenten Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Jaarplan 2022 Arbeidsmarktregio Zuidoost Friesland (januari 2022) Beleidsnotitie en marktbewerkingsplan Werkgeversdienstverlening Ooststellingwerf en Weststellingwerf 2015-2018 Re-integratieverordening Participatiewet Ooststellingwerf 2017 Beleidsregel Jobcoach Participatiewet 2016 Beleidsregel Proefplaatsing Participatiewet 2016 Beleidsregel Werknemersvoorzieningen Participatiewet 2016 Beleidsregel boete sociale zekerheidswetten gemeente Ooststellingwerf 2022 Beleidsregels terugvordering -en invordering gemeente Ooststellingwerf 2022 Beleidsregels Verhaal Beleidswijzer Handboek Grip op Participatiewet Verordening Tegenprestatie 2015 Divosa benchmark 2021 Divosa benchmark 2022 Monitor sociaal domein 2021 Monitor sociaal domein eerste helft 2022
21
Bijlage 4 - Bestuurlijke reactie
22
1. Kenmerken hoofdkostwinners (A) Wanneer een (echt)paar een uitkering ontvangt, dan is er sprake van twee uitkeringsgerechtigden, maar van één uitkering. In het geval van een paar bepaalt bepaalt de wet (deel inkomen) wie van het paar de hoofdkostwinner is. Voor de cohortstudie zijn gegevens over de uitkeringen en over de hoofdkostwinner verstrekt. Op 1 januari 2019 waren er 526 uitkeringen en dus ook 526 hoofdkostwinners (verder genoemd: inwoners). Het gebiedsteam schat in of de inwoner snel kan uitstromen naar betaald werk en deelt deze op basis daarvan in in een doelgroep: aandachtsgroep (uitstroom op lange termijn), doorstromer (uitstroom na een versterkend traject, zoals educatie) of kansrijk (uitstroom binnen 2 jaar). Het gebiedsteam registreert verder op welke trede van de participatieladder de inwoner zich bevindt (huidige situatie) en welk traject passend is voor de inwoner (doel voor de eerste 2 jaar).
Grafiek O1: geslacht
Grafiek O2: leeftijd op 1 januari 2019
Tabel O1: duur uitkering op 1 januari 2019
30%
20%
< 2 jaar
33%
2 tot 5 jaar
30%
5 tot 10 jaar
24%
meer dan 10 jaar
13%
10%
0 >6
-6 51
0
-5 41
0
-4 31
0
-3
t/m
Ongeveer de helft van de inwoners is man en de helft is vrouw.
0
0% 22
51%
21
49%
Op 1 januari 2019 was 69% van de inwoners met een bijstandsuitkering ouder dan 40 jaar. Bijna de helft was ouder dan 50 jaar.
Op 1 januari 2019 had een derde van het cohort korter dan 2 jaar een uitkering.
1. Kenmerken hoofdkostwinners (B) Grafiek O3: laatste registratie doelgroep
Tabel O2: gemiddelde duur uitkering op 1 januari 2019
Kansrijk 6%
Aandachtsgroep
5,7
Doorstromer 20%
Doorstromer
3,7
Kansrijk
2,6
De meeste inwoners zijn ingedeeld in de Aandachtsgroep (74%). De groep Kansrijk is het kleinst (6%). De gemiddelde duur van alle uitkeringen was op 1 januari 2019 5,3 jaar. Voor inwoners in de kansrijke groep is de duur van de uitkering gemiddeld het kortst, maar toch nog meer dan tweeëneenhalf jaar
Aandachtsgroep 74%
Grafiek O4: laatste geregistreerde trede op de participatieladder
Geïsoleerd Sociale contacten buitenshuis Deelname georganiseerde activiteiten Onbetaald werk
Als een inwoner zich ontwikkelt, registreert de gebeidsteammedewerker een nieuwe trede op de participatieladder, een inwoner kan daarom meerdere registraties hebben. Van 88% van de inwoners is minstens één trede op de participatieladder geregistreerd. In grafiek O3 is de laatst geregistreerde trede weergegeven. Geïsoleerd is de laagst participerende groep en Betaald werk de hoogst participerende groep.
Betaald werk met ondersteuning Betaald werk 0%
10% 20% 30% 40%
De meeste inwoners bevinden zich op trede 2 (26%) of trede 3 (31%) van de participatieladder.
2. Participatie per doelgroep Tabel 3 toont op welke trede de inwoners geregistreerd staan binnen elke doelgroep. De verwachting is dat inwoners in de groep Kansrijk hoger op de participatieladder staan dan inwoners in de groep Doorstromers. Doorstromers zouden dan weer hoger op de ladder moeten staan dan inwoners in de Aandachtsgroep. Uit de tabel blijkt dat tweederde van de inwoners in de groep Kansrijk staan op trede 5 of 6, van de Doorstromers is dat 40% en van de Aandachtsgroep 12%. 81% van de Aandachtsgroep bevindt zich op treden 1, 2 of 3 en 42% van de Doorstromers staat op treden 1, 2 of 3. Tabel O3: laatst geregistreerde trede participatieladder per doelgroep Trede
Aandachtsgroep
Doorstromer
Kansrijk
Geïsoleerd
14%
2%
-
Sociale contacten buitenshuis
31%
16%
13%
Deelname georganiseerde activiteiten
36%
24%
17%
Onbetaald werk
7%
18%
4%
Betaald werk met ondersteuning
7%
24%
29%
Betaald werk
5%
16%
38%
Totaal
100%
100%
100%
3. Resultaten (A) We definiëren drie positieve resultaten in de zin van de Participatiewet. Het eerste resultaat is uitstroom uit de bijstand naar betaald werk. Het tweede resultaat is onbetaald werk (trede 4 op de participatieladder) of betaald werk met ondersteuning (trede 5). Het derde positieve resultaat is een stijging op de participatieladder. Uitstroom uit de uitkering Op 1 januari 2019 waren er 526 uitkeringen. Op 9 november 2022 (ruim 3,5 jaar later) was 46% uitgestroomd uit de uitkering. Ruim de helft ontving op 9 november 2022 nog steeds een bijstandsuitkering. Van de 526 uitkeringen is na ruim 3,5 jaar 15% (80 inwoners) uitgestroomd naar werk, dat komt overeen met 34% van de uitgestroomden. 3% van de uitgestroomden (8 inwoners) is uitgestroomd naar een studie. 63% stroomt op een andere manier uit. De gemiddelde duur van de uitkering op het moment van uitstromen is 6,2 jaar. Als een inwoner uitstroomt naar werk is de gemiddelde duur 4,2 jaar.
Tabel O4: gemiddelde leeftijd bij uitstroom
Uitgestroomd naar werk
Anders uitgestroomd
Niet uitgestroomd
42,4
Tabel O5: reden beëindiging uitkering
Werk
34%
Bereiken AOW-gerechtigde leeftijd
20%
Verhuizen naar een andere gemeente
19%
Oorzaak bij partner
7%
Overige categorieën (aanvang studie, etc.)
20%
52,4
52,5
De gemiddelde leeftijd van inwoners die uitstromen naar werk is 10 jaar jonger dan van hen die niet uitstromen of anders uitstromen.
De meeste uitstroom komt door factoren waar de gemeente geen invloed op heeft. Vaak bereiken mensen de AOWgerechtigde leeftijd, verhuizen mensen of komen ze door het aangaan van een relatie uit de uitkering. Jongeren stromen vaker uit naar studie, mensen tussen de 22 en 50 stromen vaker uit naar werk en oudere mensen stromen het vaakst uit naar de AOW.
3. Resultaten (B) Tabel O6: uitgestroomd naar werk, onbetaald werk (trede 4) of betaald werk met ondersteuning (trede 5) per doelgroep
Anders uitgestroomd
Uitgestroomd naar werk
Trede 4 of 5
Niet uitgestroomd
Totaal
Aandachtsgroep
30%
9%
8%
52%
100%
Doorstromer
28%
28%
20%
24%
100%
Kansrijk
23%
58%
12%
7%
100%
Meer dan de helft van de Aandachtsgroep is na ruim 3,5 jaar nog niet uitgestroomd uit de bijstand. De meeste Aandachtsgroepers die uitstromen, stromen uit naar iets anders dan betaald werk. Van de Doorstromers is na ruim 3,5 jaar ongeveer een kwart uitgestroomd naar betaald werk en nog eens ruim een kwart is anders uitgestroomd. 20% van de Doostromers is na ruim 3,5 jaar niet uitgestroomd naar werk, maar doet onbetaald werk (leerwerkplek, stage et cetera) of verricht betaald werk met ondersteuning (meestal loonkostensubsidie en/of jobcoaching). Meer dan de helft van de inwoners in de doelgroep Kansrijk is zoals verwacht uitgestroomd naar werk, bijna een kwart is anders uitgestroomd. 7% van de groep Kansrijk is na ruim 3,5 jaar nog niet uitgestroomd uit de bijstand en verricht ook geen onbetaald werk of betaald werk met ondersteuning.
3. Resultaten (C) Grafiek O4: beweging op de participatieladder
Tabel O7: gemiddelde leeftijd bij beweging op de participatieladder
Geen trede bekend 12% Stijging participatie 36%
Eén trede bekend 21%
Participatie gelijk 15%
Daling
52,3
Gelijk
53,0
Stijging
47,8
Daling participatie 16%
Van 88% van de inwoners is minstens 1 trede op de participatieladder geregistreerd. Van 67% van de inwoners is meer dan één trede geregistreerd. Als meer dan één trede is geregistreerd is er vaker sprake van een stijging op de participatieladder dan van een daling.
Inwoners die stijgen op de participatieladder zijn gemiddeld jonger dan de andere inwoners.
Vergelijking kenmerken gemeenten
Kengetal
Ooststellingwerf
Weststellingwerf
Friesland
Personen met een bijstandsuitkering (per 10.000 inwoners) 2021
340
302
437
Huishoudens met een bijstandsuitkering (% van totaal) 2022
4,1%
3,5%
5,0%
Ooststellingwerf
Weststellingwerf
Nederland
Inwoners met loonkostensubsidie (% van inwoners met bijstand)
15,0% (2021) 16,1% (2022)
16,1% (2021)
6,2% (2021) 6,6% (2022)
Inwoners met part-time werk (% van inwoners met bijstand)
8,8% (2021) 8,3% (2022)
9,2% (2021)
7,2% (2021) 7,3% (2022)
Inwoners met re-integratievoorziening (% van inwoners met BUIG-uitkering)
65%
87%
54%
Bron: waarstaatjegemeente.nl
Kengetal
Bron: Divosa benchmark
Vergelijking kenmerken hoofdkostwinners Hoofdkostwinners op 1 januari 2019
Ooststellingwerf
Weststellingwerf
Geslacht = man
49%
43%
Leeftijd > 40 jaar
69%
67%
Gemiddelde leeftijd
47 jaar
46 jaar
Langer dan 5 jaar bijstand
37%
38%
Gemiddelde duur bijstand
5,3 jaar
5,7 jaar
Laatst geregistreerde trede op de participatieladder Ooststellingwerf
Weststellingwerf
Geïsoleerd / sociale contacten Deelname georganiseerde activiteiten Onbetaald werk Betaald werk met ondersteuning Betaald werk
Bron: Back-office OWO, bewerking door Parma Groep
0
10
20
30
40
Vergelijking resultaten
Ooststellingwerf
Weststellingwerf
uitgestroomd uit de uitkering
46%
50%
uitgestroomd naar werk
15%
19%
gemiddelde leeftijd bij uitstroom naar werk
42 jaar
42 jaar
gemiddelde duur uitkering bij uitstroom naar werk
4,2 jaar
3,7 jaar
gemiddelde duur uitkering als niet uitgestroomd op 1-11-2022
9,5 jaar
10,7 jaar
Resultaten op 1 november 2022
Bron: Back-office OWO, bewerking door Parma Groep