Bijlage 2 - Nota van zienswijzen paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf
Tekst van het document
Gemeente Ooststellingwerf Afdeling: Mens & Omgeving Team: Ruimte & Economie Postbus 38 8430 AA Oosterwolde Gemeentehuis ’t Oost 11 8431 LE Oosterwolde T: 14 0516 W: www.ooststellingwerf.nl
Nota adviezen en zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
2 december 2021
Gemeentelijke reactie op de zienswijzen
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Publicaties 3. Overzicht zienswijzen 4. Inhoud zienswijzen en reactie 5. Lijst van wijzigingen 6. Bijlagen (kopieën van zienswijzen)
1. Inleiding In deze nota worden de zienswijzen behandeld die naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’ (NL.IMRO.0085.BPWind-ON01) zijn ingediend. Paragraaf 2 geeft een overzicht van de publicaties en in paragraaf 3 is een overzicht van de ontvangen zienswijzen opgenomen. Paragraaf 4 bevat een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen en beantwoording ervan. Paragraaf 5 geeft een overzicht van de wijzigingen en/of aanpassingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Tenslotte zijn de bijlagen onder paragraaf 6 gevoegd.
2. Publicaties De bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan is op dinsdag 21 september 2021 gepubliceerd in het Gemeenteblad. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 22 september 2021 tot en met 2 november 2021 ter inzage gelegen. Ook zijn de provincie Fryslân, de Veiligheidsregio en het Wetterskip Fryslân geïnformeerd over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.
3. Overzicht zienswijzen Gedurende de periode van terinzagelegging zijn er 2 zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ontvangen en daarom ontvankelijk. Van de volgende partijen is binnen de genoemde inzagetermijn een zienswijze ontvangen: Nr.
naam
adres
Postcode
woonplaats
1
Provincie Fryslân
Postbus 20120
8900 HM
Leeuwarden
2
Indiener 2
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
Datum verzonden 14-102021 19-102021
Datum ingekomen 18-10-2021 19-10-2021
2
4. Inhoud zienswijzen en reactie In deze paragraaf worden de zienswijzen samengevat weergegeven en beantwoord. Tot slot wordt aangegeven of de zienswijzen wel of niet hebben geleid tot een aanpassing op het ontwerpbestemmingsplan. Hoewel samengevat weergegeven, zijn de zienswijzen volledig beoordeeld en beantwoord. Zienswijzen worden zoveel mogelijk per onderwerp gecombineerd behandeld. Dat betekent dus dat kan worden verwezen. De zienswijzen zullen worden beantwoord voor zover deze ingaan op aspecten die van belang zijn voor het bestemmingsplan, de zorgvuldige afweging, de ruimtelijke ordening en het ruimtelijk recht. Zienswijzen zijn openbaar, maar op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moeten de namen en adressen van indieners, als het geen bedrijven of instellingen zijn, in vrij toegankelijke digitale documenten worden geanonimiseerd. De persoonsgegevens van de reclamant kunnen niet worden vermeld. Zienswijze 1 Op 14 oktober 2021 (ontvangen 18 oktober 2021) heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Fryslân een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Samenvatting zienswijze 1 1.
Het college van GS geeft aan dat artikel 4, lid 1 onder i en artikel 5, lid 1 van het bestemmingsplan op gespannen voet staan de verordening Romte Fryslân 2014, omdat ze meer ruimte bieden voor kleinschalige duurzame energiewinning dan op grond van het beleid van de provincie is toegestaan. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf De formulering van de door het college van GS aangehaalde artikelen uit het paraplubestemmingsplan biedt inderdaad meer ruimte voor kleinschalige duurzame energiewinning dan de provincie toestaat. Artikel 4, lid 1 onder i en artikel 5, lid 1 van het paraplubestemmingsplan (en de partiële herziening beheersverordening) windturbines Ooststellingwerf zullen op dit onderdeel aangepast worden, waardoor ze in lijn zijn met het provinciaal beleid. 2. Het college van GS geeft in overweging mee het afstandscriterium tot landschappelijke elementen van 25 meter niet op te nemen in de landschappelijke inpassing, omdat die mogelijk belemmerend werkt. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf In het landschappelijk kader is het volgende opgenomen ten aanzien van de plaatsing van een of meer windturbines nabij cultuurhistorisch waardevolle elementen: ‘Op voldoende afstand tot cultuurhistorisch waardevolle elementen en structuren (bijvoorbeeld dijken, beken, vaarten, essen, dobben, pingoruïnes).
Als richtlijn hanteren we 25 meter, maar per geval is maatwerk nodig.’ Wij hanteren als richtlijn 25 meter tot cultuurhistorisch waardevolle elementen, maar maatwerk is per geval nodig. Dit kan betekenen dat een windmolen dichterbij een element wordt geplaatst. De formulering zoals opgenomen in het landschappelijk kader biedt in onze ogen voldoende ruimte, waardoor het afstandscriterium niet belemmerend werkt. Als gemeente zijn wij zuinig op onze cultuurhistorisch waardevolle elementen. Dit heeft geleid tot het meegeven van een afstandsrichtlijn in het landschappelijk kader.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
3
3. Het college van GS vraagt de gemeenteraad de wenselijkheid van plaatsing van windturbines op het voorerf af te wegen, nu die mogelijkheid in het landschappelijk kader windturbines Ooststellingwerf is opgenomen. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf In het landschappelijk kader is het volgende opgenomen ten aanzien van de plaatsing van een of meer windturbines op een voorerf: ‘In principe niet op het voorerf. Plaatsing op een voorerf kan overwogen worden voor erven die op meer dan 200 meter van de doorgaande weg liggen of die door tussenliggend bos of andere bebouwing niet goed zichtbaar zijn vanaf de weg. Plaatsing op een voorerf kan de voorkeur hebben in situaties waarin het voorerf het oorspronkelijke (typologische) achtererf is. Dit soort gevallen vereisen maatwerk.’ Het uitgangspunt is (dus) dat er geen windturbines op een voorerf geplaatst mogen worden. Bij een voorerf van meer dan 200 meter van de doorgaande weg of in de andere genoemde gevallen zou het plaatsen van een windturbine op een voorerf een mogelijkheid kùnnen zijn. Het is dus niet zonder meer mogelijk; het is maatwerk per geval. 4. In het landschappelijk kader en in artikel 4, lid 1, onder b wordt ruimte geboden voor turbines op daken. Het college van GS is van mening dat dit op woningen niet wenselijk is, maar deze ruimte zou eventueel wel op bedrijfsgebouwen kunnen worden geboden.
Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf Het plaatsen van turbines, ook die op daken, zal door de welstandscommissie worden beoordeeld. Zij bekijken of het uiterlijk of de plaatsing van de dakturbines in strijd zijn met (redelijke) eisen van welstand. Naar onze mening is daarmee voldoende geborgd dat er geen onwenselijke situaties ontstaan qua uiterlijk en plaatsing van turbines op daken. 5. In de afwijkingsregels van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat bij de plaatsing van een windturbine uit een natuurtoets moet blijken dat er geen negatieve ecologische gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden. Het college van GS geeft aan dat de vereiste natuurtoets, die in de regels van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen, niet noodzakelijk is op grond van een onderzoek dat is uitgevoerd in de provincie Groningen. Daaruit kan voorlopig geconcludeerd worden dat kleine windturbines geen verstoring veroorzaken t.a.v. vliegroutes van vleermuizen. Tevens blijkt het aantal slachtoffers onder vogels en vleermuizen zeer beperkt. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf Er bestaat vooral verwarring over de term natuurtoets.
Wij blijven vasthouden aan een natuurtoets, maar zullen de toelichting op dit onderdeel, de begripsbepaling en artikel 4, lid 1 onder f van het parapluplan en de partiële herziening aanpassen, zodat duidelijker wordt aangegeven wat er onder de natuurtoets verstaan wordt. In eerste instantie dient er een Quick scan uitgevoerd te worden. De Quick scan is de eerste stap en daarmee onderdeel van de natuurtoets. Als uit die Quick scan blijkt dat er bijvoorbeeld risico bestaat op aanvaringsslachtoffers of verstoring van vliegroutes dan is een nader onderzoek nodig, de tweede stap van de natuurtoets. Aanpassingen - Artikel 4, lid 1 onder i en artikel 5, lid 1 van het paraplubestemmingsplan (en de partiële herziening beheersverordening) windturbines Ooststellingwerf zullen zodanig worden aangepast, dat deze in lijn zijn met het beleid van de provincie. - De tekst in hoofdstuk 3 juridische toelichting, paragraaf 3.1.2 opzet en toelichting regels, 4.1.e Uit te voeren Natuurtoets en hoofdstuk 4 milieueffecten, paragraaf 4.2.2 wordt aangepast.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
4
-
De tekst uit de Regels, Hoofstuk 1 Inleidende regels, Artikel 1 Begrippen, artikel 1.5 natuurtoets en Artikel 4 Algemene bouwregels, artikel 4.1 onder f wordt aangepast en aangevuld.
Zienswijze 2 Op 19 oktober 2021 (ontvangen 19 oktober 2021) heeft indiener 2 een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Samenvatting zienswijze 2: 1. Reclamant vindt het toestaan van 1 tot 3 windmolens niet passen bij de agrarische gemeente die Ooststellingwerf is. Windmolens zorgen voor verrommeling van het landschap en geven visueel hinder en geluidhinder. Bij de voorwaarden uit het bestemmingsplan is alleen rekening gehouden met 1 windturbine, niet met meer. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf Verrommeling landschap Verrommeling van het landschap en visuele hinder zijn subjectief en worden door iedereen anders ervaren. Om willekeurige plaatsing van windmolens bij agrarische bedrijven tegen te gaan, is er (juist) een landschapskader opgesteld. Het landschappelijk kader geeft criteria die laten zien op welke wijze een of meerdere windturbines zorgvuldig in het landschap kunnen worden ingepast. Het landschapskader bepaalt de plaatsing niet in detail, waardoor er ruimte blijft voor maatwerk. Geluidhinder Een kleinschalige windturbine of een combinatie van windturbines moeten voldoen aan de van toepassing zijnde eisen van het Activiteitenbesluit, waaronder de geluidsnormen.
In het Activiteitenbesluit is opgenomen wat het totale geluidniveau is dat een inrichting (agrarisch bedrijf) maximaal mag produceren op de gevel van omwonenden en andere geluidgevoelige objecten. . In 2018 is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd bij een windturbine met een ashoogte van 24 meter. Daaruit blijkt dat bij windsnelheden tussen de 2 en 8 meter per seconde het geluid van de turbine op een afstand van 30 a 40 meter niet meer boven het achtergrondgeluid uitkomt. Naarmate het harder waait maakt de wind zelf ook meer geluid. Wanneer er een aanvraag voor omgevingsvergunning wordt gedaan, zal de initiatiefnemer moeten aantonen dat het aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit kan voldoen. N.B. Naast toetsing aan het Activiteitenbesluit, wordt een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor 1 of meer windturbines ook getoetst aan alle wet- en regelgeving die daarop van toepassing is. Bijvoorbeeld het Bouwbesluit, Wet natuurbescherming en de overige regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan en/of beheersverordening. Om op voorhand zoveel mogelijk (geluid)hinder weg te nemen, is in het paraplubestemmingsplan een afstand van 75 meter opgenomen tot woningen en andere geluidgevoelige objecten. Deze afstand geeft voor de meeste gevallen al voldoende ruimte ten aanzien van mogelijke geluidhinder.
Geen rekening gehouden met 3 windturbines Op het moment dat er een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor 1 of meer windturbines wordt gedaan, wordt getoetst of er aan de eisen uit het paraplubestemmingsplan wordt voldaan. Daarnaast wordt er ook getoetst aan alle andere wet- en regelgeving die op de aanvraag omgevingsvergunning van toepassing is. Bijvoorbeeld het Bouwbesluit, Activiteitenbesluit, Wet natuurbescherming en de overige regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan en/of beheersverordening. Uit de toetsing moet blijken of er daadwerkelijk een of meer windturbines geplaatst kunnen worden.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
5
In de toelichting op het parapluplan en het landschappelijk kader wordt niet specifiek geschreven over 1 windturbine. Ook in de regels worden drie (in de definitieve versie van het plan twee) windturbines mogelijk gemaakt. 2. Reclamant geeft aan dat de natuurtoets die in het bestemmingsplan is opgenomen door een onafhankelijk bureau gedaan moet worden. In het bestemmingsplan is niet geborgd wie het onderzoek moet uitvoeren. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf In het paraplubestemmingsplan is niet geregeld welk onafhankelijk bureau de natuurtoets uitvoert. De initiatiefnemer heeft zelf de vrijheid hierin een keuze te maken. De gemeente toetst de inhoud van het aangeleverde onderzoek. Het is gebruikelijk dat niet wordt voorgeschreven bij welke bedrijven bepaalde onderzoeken naar bijvoorbeeld archeologie, bodemonderzoek of een natuurtoets gedaan moeten worden. Dat is aan de initiatiefnemer. 3. Vanwege de stikstofproblematiek is, volgens reclamant, het beleid van de overheid erop gericht agrariërs te ontmoedigen hun bedrijf te continueren. Volgens reclamant staat het stimuleren van winturbines bij agrarische bedrijven, inclusief subsidies, haaks op dit beleid van de overheid. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf Het toestaan van windturbines bij agrarische bedrijven is gericht op verduurzaming van agrarische bedrijven en staat los van de stikstofproblematiek.
Door het toestaan van 1 tot 3 windturbines hebben agrariërs de mogelijkheid hun energieverbruik te verduurzamen. Ooststellingwerf wil in 2030 een energieneutrale gemeente zijn. Dit houdt in dat vanaf dan alle benodigde energie duurzaam binnen de eigen gemeentegrenzen moet worden opgewekt. Dat doel wordt alleen behaald wanneer er voldoende lokale hernieuwbare opwekking plaatsvindt. Met het paraplubestemmingsplan is dit voor agrarische bedrijven gefaciliteerd. Zonnepanelen op agrarische bedrijfsdaken waren uiteraard al toegestaan maar de ervaring leert, dat een goede combinatie van zon en wind tot een energieneutraal bedrijf kan leiden. Met het paraplubestemmingsplan wordt het voor meer agrariërs haalbaar om energieneutraal te worden. Daarnaast biedt het parapluplan agrarische bedrijven ook mogelijkheden om een rendabele bedrijfsinvestering te doen waardoor de energielasten dalen. Met een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) biedt de rijksoverheid (via de rijksdienst voor ondernemend Nederland) bedrijven de mogelijkheid hun energiegebruik te verduurzamen met een kleinschalig windturbine project. 4. Met het oog op de waarschuwingen van netbeheerders dat het elektriciteitsnet volloopt, mede door zonnepanelen die te veel stroom opwekken, is het volgens reclamant niet verstandig en onnodig het plaatsen van windturbines toe te staan.
Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf Het elektriciteitsnet zal stabieler worden door een combinatie van zon en wind. De capaciteit van het elektriciteitsnet was aanvankelijk toereikend om het stroomgebruik en de teruglevering te verwerken. Nu wordt steeds vaker duidelijk dat de grenzen van het laag- en het middenspanningsnetwerk zijn bereikt en is verdere netverzwaring steeds vaker noodzakelijk. Dit is een tijdrovend en duur proces. Door wind en zon te combineren, wordt piekverbruik en pieklevering vermeden en hoeft het net niet op deze extremen te worden ontworpen en ontstaat een stabieler netwerk en blijft de verduurzaming van het energieverbruik door de uitbouw van elektriciteitsopwekking en -distributie betaalbaar. De nu geboden mogelijkheid om onder voorwaarden kleine windturbines bij agrarische
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
6
bouwpercelen te realiseren voorziet in de mogelijkheid zon en wind te combineren, en daardoor voor een stabieler netwerk. Overigens zal een initiatiefnemer, voorafgaand aan de plaatsing van een windturbine, bij de netbeheerder moeten nagaan of een windturbine op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten. 5. Reclamant geeft aan dat het bevoegd gezag, na vaststelling van het bestemmingsplan, o.g.v. artikel 7.1 sub b, van het paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf eenmalig een omgevingsvergunning kan verlenen voor het vergroten van een bouwwerk van maximaal 10%. Daar is reclamant het niet mee eens. Reactie van de Gemeente Ooststellingwerf De regels uit artikel 7.1 zijn een standaardbepaling voor het overgangsrecht. Deze hebben betrekking op een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het paraplubestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is of gebouwd kan worden op grond van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Het is dus niet van toepassing op de windturbines die op grond van het parapluplan nog gebouwd gaan worden. Op grond van artikel 7.1 sub b van het parapluplan is het vergroten van deze bestaande of in uitvoering zijnde bouwwerken die op het moment van inwerkingtreding van het parapluplan aanwezig zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning. Aanpassingen Geen aanpassingen
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
7
5. Lijst van wijzigingen 5.1. Aanpassingen n.a.v. zienswijzen Uit de zienswijzen volgen een aantal aanpassingen. Deze aanpassingen worden in zowel het paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf als de partiële herziening beheersverordening windturbines Ooststellingwerf doorgevoerd. In onderstaande tabel zijn de aanpassingen weergegeven. Zienswijze
Aanpassing artikel/paragraaf parapluplan Hoofdstuk 3 juridische toelichting, paragraaf 3.1.2 opzet en toelichting regels, 4.1.e Uit te voeren Natuurtoets
Ontwerpversie parapluplan
Definitieve versie parapluplan
Voorafgaand aan plaatsing van een windmolen voor de eigen energievoorziening, wordt een natuurtoets uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden. Deze natuurtoets spitst zich toe op soortgericht onderzoek naar mogelijk nadelige effecten van de windmolen(s) op vleermuizen en vogels.
Voorafgaand aan plaatsing van een windmolen voor de eigen energievoorziening, wordt een natuurtoets uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige beschermde soorten.
1.
Hoofdstuk 3 juridische toelichting, paragraaf 3.1.2 opzet en toelichting regels, Artikel 5 Algemene gebruiksregels
Het is mogelijk dat in een aantal geldende bestemmingsplannen windturbines niet zijn toegestaan en/of het gebruik van de gronden voor windturbines planologisch niet mogelijk is op agrarische bouwpercelen en de daarbijbehorende agrarische gronden.
1.
Hoofdstuk 4 milieueffecten, paragraaf 4.2.2 Natuurtoets
Het is mogelijk dat in een aantal geldende bestemmingsplannen windturbines niet zijn toegestaan en/of het gebruik van de gronden voor (kleinschalige) duurzame energiewinning planologisch niet mogelijk is op agrarische bouwpercelen en de daarbijbehorende agrarische gronden. is op agrarische bouwpercelen en de daarbijbehorende agrarische gronden. Omdat nadelige effecten van kleine windmolens voor vleermuizen en vogelsoorten niet op voorhand zijn uit te sluiten, is in de voorschriften van het bestemmingsplan een voorwaarde opgenomen inhoudende dat, voorafgaand aan plaatsing van een windmolen voor de eigen energievoorziening, een natuurtoets wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden. Deze natuurtoets spitst zich toe op soortgericht onderzoek naar mogelijk nadelige effecten van de
1.
Omdat nadelige effecten van kleine windmolens op beschermde soorten niet op voorhand zijn uit te sluiten, is in de voorschriften van het bestemmingsplan een voorwaarde opgenomen inhoudende dat, voorafgaand aan plaatsing van een windmolen voor de eigen energievoorziening, een natuurtoets wordt uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de beschermde soorten. De natuurtoets borgt het zorgvuldig handelen ten
windmolen(s) op vleermuizen en vogels. Een vraagstuk als windmolens vraagt in het licht van biodiversiteitversterking en borging van landschapsecologische processen (inclusief behoud of versterking van (weide)vogelgebieden, trekroutes en foerageergebieden) om een uitvoeriger onderzoek met kennis en ervaring van landschapsecologische processen die van essentieel belang zijn voor het behoud van soortpopulaties en belangrijke ecologische functies (zoals bijvoorbeeld een houtwal als migratieroute voor vleermuizen). Dit betekent dat een ecologische quickscan met eenmalige opname niet toereikend is om het (cumulatieve) effect van een windmolen (of molens) te bepalen, maar dat landschapsecologische processen, waaronder het belang van essentiële foerageer-, voortplantings-, rust- en migratieplaatsen van vogels en vleermuizen, worden bepaald en in de ecologische beoordeling of risicoschatting meegewogen.
aanzien van biodiversiteitsversterking en landschapsecologische processen (inclusief behoud of versterking van (weide)vogelgebieden, trekroutes en foerageergebieden). Uit de natuurtoets moet blijken of er geen overtreding is van de bepalingen in de Wet Natuurbescherming. Wanneer dit wel het geval is, zal de initiatiefnemer ofwel de plannen moeten wijzigen, zodat er geen overtreding meer ontstaat op de Wet Natuurbescherming, ofwel een ontheffing moeten aanvragen bij de provincie Fryslân. Vanwege de in Ooststellingwerf aanwezige natuurwaarden wordt initiatiefnemers aangeraden voorafgaand aan mogelijke investeringen een natuurtoets uit te voeren, om mogelijk nadelige effecten van een windturbine op beschermde soorten in kaart te brengen.
Uit de natuurtoets moet blijken of er geen overtreding is van de bepalingen van de Wet Natuurbescherming. Wanneer dit het geval is, zal de initiatiefnemer een ontheffing moeten aanvragen bij de provincie Fryslân.
1.
Regels, Hoofstuk 1 Inleidende regels, Artikel 1 Begrippen, artikel 1.4 kleinschalige duurzame energiewinning:
1.
Regels, Hoofstuk 1 Inleidende
energie die gewonnen wordt uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en die in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar is, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte een uitgebreide en zorgvuldige ecologische effecten-beoordeling van de impact van
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
Dit onderdeel is vervallen vanwege aanpassing artikel 4, lid 1 onder i en artikel 5, lid 1.
Een natuurtoets is een uitgebreide en zorgvuldige ecologische effecten-beoordeling van de impact van
9
regels, Artikel 1 Begrippen, artikel 1.5 natuurtoets:
windmolen(s) op vogels en vleermuizen. In het bijzonder het effect op belangrijke foerageerplaatsen, voortplantingslocaties (waaronder weidevogel(herstel)gebieden), rustplaatsen en trekroutes van deze dieren. Daarnaast wordt de Externe werking van windmolens op de Instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden beoordeeld. Tevens wordt het cumulatieve effect van voortschrijdende windmolenplaatsing op essentiële landschapsecologische relaties ter behoud van dierpopulaties (Gunstige staat van Instandhouding) op regionaal niveau beoordeeld.
windmolen(s) op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet Natuurbescherming. In het bijzonder het effect op belangrijke foerageerplaatsen, voortplantingslocaties (waaronder weidevogel(herstel)gebieden), rustplaatsen en trekroutes van deze dieren. Een natuurtoets start in de meeste gevallen met een Quick Scan. Dit is een korte toets waaruit blijkt of er risico’s bestaan op overtredingen van de Wet natuurbescherming. Indien deze risico’s niet kunnen worden uitgesloten, kunnen de plannen worden aangepast, zodat het risico wordt weggenomen of er kan nader onderzoek worden uitgevoerd naar het daadwerkelijke voorkomen en de verwachtte risico’s. Ook daaruit kunnen aanpassingen van het plan ontstaan, of ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag, de provincie Fryslân. Houd er rekening mee dat als ontheffing wordt aangevraagd een onderdeel hiervan altijd compensatie en mitigatie is. Dat betekent dat er aanpassingen aan het plan moeten worden gemaakt, zodat de Gunstige staat van Instandhouding van de betreffende soort(en) niet in het geding komt. Daarnaast wordt de Externe werking van windmolens op de Instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden beoordeeld.
Tevens wordt het cumulatieve effect van voortschrijdende windmolenplaatsing op essentiële landschapsecologische relaties ter behoud van dierpopulaties (Gunstige staat van Instandhouding) op regionaal niveau beoordeeld.
1.
Regels, artikel 4 Algemene bouwregels, artikel 4.1 onder f
1.
Regels, artikel 4.1 onder i
f. uit een natuurtoets blijkt dat er geen negatieve ecologische gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden; indien op grond van de in de regels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen het gebruik
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
10
f. uit een natuurtoets blijkt dat er geen negatieve ecologische gevolgen zijn voor de aanwezige beschermde soorten; indien op grond van de in de regels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen het gebruik voor
1.
Regels, artikel 5 algemene gebruiksregels, artikel 5.1 afwijken van de gebruiksregels
voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, tevens wordt afgeweken van het gebruik, zoals opgenomen in artikel 5 lid 5.1. Voor zover krachtens de bestemmingen, zoals genoemd in bijlage 1 het gebruik van gronden voor kleinschalige duurzame energiewinning niet is toegestaan, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken voor het gebruik van de gronden ten behoeve van de opwekking van zonne- en windenergie.
windenergie niet is toegestaan, tevens wordt afgeweken van het gebruik, zoals opgenomen in artikel 5 lid 5.1. Voor zover krachtens de bestemmingen, zoals genoemd in bijlage 1 het gebruik van gronden voor windenergie niet is toegestaan, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken voor het gebruik van de gronden ten behoeve van de opwekking van windenergie.
5.2. Ambtshalve wijziging Er zijn een aantal ambtshalve wijzigingen. In onderstaande tabel zijn de aanpassingen weergegeven. Aanpassing artikel/paragraaf parapluplan Hoofdstuk 3 juridische toelichting, paragraaf 3.1.2 opzet en toelichting regels, 4.1.d Aan te houden afstand van een windturbine punt 4
Ontwerpversie parapluplan
Definitieve versie parapluplan
4. De aan te houden afstand tot een woning van derden bedraagt minimaal 75 meter.
4. De aan te houden afstand tot een woning van derden en ander gevoelige objecten bedraagt minimaal 75 meter.
Artikel 4 Algemene bouwregels, artikel 4.1 Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de bouwregels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen in die zin dat ten hoogste 3 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf worden gebouwd, mits…
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de bouwregels van de in bijlage 1 genoemde bestemmingen in die zin dat ten hoogste 2 windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf worden gebouwd, mits… Hoewel de provincie ruimte biedt tot drie windturbines op een agrarisch erf, heeft de Raad
Toevoeging hoofdstuk 1 inleiding, paragraaf 1.1 aanleiding van de
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
11
van State op 30 juni 2021 1 (ECLI:NL:RVS:2021:1395) geconcludeerd dat er een plan-MER ten grondslag had moeten liggen aan de windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit en –regeling. Nu de minister dit heeft nagelaten, is er per windpark een milieubeoordeling nodig. Er is sprake van een windpark vanaf drie windturbines. Door maximaal twee windturbines per agrarisch bedrijf mogelijk te maken, is er geen sprake van een windpark en is er voor het paraplubestemmingsplan en de partiële herziening geen MER-beoordeling nodig. De gemeente Ooststellingwerf wil ruimte bieden voor projecten met drie windturbines, maar wil tegelijk de realisatie van projecten met één of twee turbines niet onnodig vertragen. Daarom is in het paraplubestemmingsplan en in de partiële herziening de een afwijkingsregel aangepast waardoor er op of aansluitend op een boerenerf één of twee windturbines met een reguliere procedure omgevingsvergunning verleend kunnen worden. Voor plannen met drie turbines biedt het paraplubestemmingsplan en de partiële herziening geen ruimte, maar daarvoor is een uitgebreide procedure soms mogelijk.
toelichting en het landschappelijk kader
Hoofdstuk 5 toetsingskader windturbines, paragraaf 5.2 van het landschappelijk kader
Als er meerdere vrijstaande turbines worden gevraagd (maximaal 3), dan is het belangrijk de opstelling te plaatsen op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf.
Als er meerdere vrijstaande turbines worden gevraagd, dan is het belangrijk de opstelling te plaatsen op een manier die past bij de landschappelijke structuren rondom het erf.
1
In het kort heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat bij besluitvorming over nieuwe windparken niet (zonder meer) verwezen kan worden naar de windturbineregels uit het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling. De reden hiervoor is dat voor die Rijksregels geen plan-MER is opgesteld terwijl een dergelijke milieueffectbeoordeling wel noodzakelijk is. De uitspraak gaat alleen over windturbineparken. Daarvan is sprake bij 3 of meer windturbines, zoals volgt uit de definitie van een windpark uit de bijlage bij het Besluit-m.e.r. Bij een initiatief dat bestaat uit één of twee windturbines kan (vooralsnog) wél verwezen worden naar de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
12
6. Bijlagen Gedurende de periode van terinzagelegging zijn 2 zienswijzen ontvangen. Deze is binnen de gestelde termijn ontvangen en derhalve ontvankelijk.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf’
13
ö provinsje fryslan provincie fryslan postbus 20120 8900 hm leeuwarden tweebaksmarkt 52 (058) 292 59 25 www.fryslan.frl provincie@fryslan.frl
Aan de raad van de gemeente Ooststellingwerf Postbus 38 8430 AA OOSTERWOLDE
Leeuwarden, 14 oktober 2021 Verzonden
www.twitter.com/pr0vfi7slan
*00STST3LLINGW3RF*
.s o Q-
II
1 ‘l OKT. 2021
Ons kenmerk Afd./Opgave Behandeld door Uw kenmerk Bijlage(n)
01921732 Omgevingszaken Omgevingszaken / (058) 292 59 25 of romte@fryslan.frl
Onderwerp
: Zienswijze paraplubestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf
Geachte raad, Op 22 september 2021 is het ontwerpparaplubestemmingsplan windturbines Ooststelling werf ontvangen. Op grond van art. 3.8 Wro maak ik bij deze mijn zienswijze kenbaar over het ontwerpbestemmingsplan.
Duurzame energiewinning Ik merk op dat artikel 4, lid 1, onder i en artikel 5, lid 1 van het bestemmingsplan op ge spannen voet staan met de Wijziging Verordening Romte Fryslan 2014 (zon) - hierna: VR -, omdat het plan naast maximaal drie windturbines per geschikte locatie ook kleinschali ge duurzame energiewinning mogelijk maakt (zoals opstellingen voor zonne-energie bui ten het bouwvlak). Deze artikels uit het bestemmingsplan bieden meer ruimte dat op grond van ons beleid is toegestaan. Artikel 9.1, lid 2, sub 2 van de VR stelt dat onder een aantal voorwaarden windturbines op of direct grenzend aan het bouwperceel van een bestaand agrarisch bedrijf worden toege staan. Hier wordt aan voldaan. Echter, artikel 9.6, lid 2, sub 1, onder a van de VR stelt dat opstellingen voor zonne-energie, mits voor eigen energieverbruik, alleen zijn toegestaan op het bestaande bouwperceel.
Ik verzoek u de regelgeving aan te passen zodat alleen duurzame energiewinning in de vorm van zonne- en windenergie wordt mogelijk gemaakt, waarbij zonne-energie uitslui tend binnen het bouwvlak wordt toegestaan. Zodoende blijven de regels binnen de kaders van de VR.
-1/2-
Ons kenmerk:
<D
01921732
provinsje fryslan provincie fryslan Landschappelijke inpassing Voor de landschappelijke inpassing wordt aansluiting gezocht bij de voorwaarden uit de VR. Aanvullend hierop stelt u nadere eisen m.b.t. een goede ruimtelijke (beeld)kwaliteit. Echter, deze extra voorwaarden kunnen mogelijk belemmerend werken. Voor windturbi nes hanteert u bijvoorbeeld een minimale afstandsmaat van 25 meter tot landschappelijke elementen, terwijl sommige landschappelijke elementen goed samen kunnen met een windturbine. Ik geef u in overweging mee dit afstandscriterium niet op te nemen, zodat maatwerk per incidenteel geval mogelijk is.
In paragraaf 5.3.1 van de bijlage ‘Landschappelijk kader windturbines Ooststellingwerf’ wordt onder ‘plaatsing’ in het 8e bullet ruimte gegeven om een windturbine op het voorerf te overwegen. Ik vraag u om af te wegen of plaatsing op het voorerf wenselijk is. In deze bijlage en in artikel 4, lid 1, onder b wordt tevens ruimte geboden voor turbines op daken. Ik ben van mening dat dit op woningen niet wenselijk is, maar deze ruimte zou eventueel wel op bedrijfsgebouwen kunnen worden geboden.
Natuurtoets Ik constateer dat u in de afwijkingsregels heeft opgenomen dat bij de plaatsing van een windturbine uit een natuurtoets moet blijken dat er geen negatieve ecologische gevolgen zijn voor de aanwezige natuurwaarden. Op grond van de uitkomsten van een kleinschalig onderzoek in de provincie Groningen (grootschaliger onderzoek volgt nog) kan voorlopig worden geconcludeerd dat kleine wind turbines geen verstoring veroorzaken t.a.v. vliegroutes van vleermuizen. Daarnaast blijkt het aantal slachtoffers onder vogels en vleermuizen zeer beperkt blijft. Daarom vind ik de vereiste van een natuurtoets op dit moment niet noodzakelijk. Dit geldt voor de plaatsing van een windturbine. Indien ten behoeve van een windturbine bouwwerken worden ge sloopt, is een natuurtoets wel vereist.
Hoogachtend, Namens het
'van Gedeputeerde Staten,
afdelingshoofd Omgevingszaken
-2/2-
Ons kenmerk:
01921732
<rö
0J uo p
o t., p.
t
Raad van de gemeente Ooststellingwerf.
Gemeente Ooststellingwerf Ontvanastd^tnm
" 19 OKI 2021
Postbus 38
>-
Nummer °s
8430 AA Oosterwolde
os c/>i
Donkerbroek 19-10-2021
co! —l! l>l: I-’ Zl
Zienswijze.
O: £! 'Di ni
Onderwerp:
Paraplu bestemmingsplan windturbines Ooststellingwerf NLIMR0.0085.BPWind-ON01 *i
Geachte leden van de Raad van de gemeente Ooststellingwerf, De reden van ons bezwaar zullen wij u nader toelichten.
In een agrarisch gebied zoals hier in Oostellingwerf past het niet om bij elk willekeurig agrarisch bedrijf 1 tot zelfs 3 windturbines te plaatsen. Het zorgt voor verommeling in het landschap.
Juist hier in de beekdalen en woudontginning gebieden. De meanders naast de Tjonger zijn speciaal aangelegd voor de
broedvogels ter compensatie van de N381 die dwars door het beekdal loopt. Bij de tunnel in de Balkweg is een overgang voor
vleermuizen geplaatst omdat er vleermuizen wonen die op de rode lijst staan. Het is een aanslag op het gebied wat betreft visueel hinder en
geluidhinder (windverplaatsing). De voorwaarden die gesteld zijn in het Paraplu bestemmingsplan zijn
gebaseerd op 1 windturbine. Het is een groot verschil qua
geluidhinder en visueel hinder of er 1 of 3 turbines draaien.
i
I
Volgens de Wet Natuurbescherming 1-1-2017 is het verplicht een natuurtoets uit te voeren. Dit moet een onafhankelijk bureau uitvoeren. Het is niet duidelijk in het Paraplu bestemmingsplan wie de natuurtoets uitvoert.
Veel agrariërs zeggen veel te doen aan natuur en vogel bescherming.
Dit staat haaks op grote windturbines van 15 meter hoog. Het beleid van de overheid wil de agrariërs ontmoedigen om door te
gaan met hun bedrijf vanwege het stikstof probleem. Om nu de agrariërs te stimuleren en subsidies te verstrekken voor windturbines is tegenstrijdig met de doelstelling van de overheid.
In Ooststellingwerf zijn 344 zonne-installaties per 1000 huishoudens. Daarmee zijn we koploper in Friesland.
De netbeheerders waarschuwen voor het vollopen van het net, mede
door zonnepanelen die te veel stroom opwekken. Om daar nu ook nog eens windturbines bij te plaatsen is niet
verstandig en onnodig. Als een bestemmingsplan voor windturbines is vastgesteld kan de
gemeente alsnog een aanpassing laten plaatsvinden na verloop van tijd.
Volgens het rapport van RHO Adviseurs: regels. Hoofdstuk 4. Overgangs-en slotregels. In Sublid b staat beschreven dat het
bevoegd gezag eenmalig kan afwijken van een omgevings vergunning voor het vergroten van een bouwwerk van maximaal 10%.
Daar zijn we het niet mee eens. Eenmaal een bepaalde hoogte
vastgesteld mag later weer niet veranderen omdat er dan onzekerheid ontstaat in de omgeving.
2
4
t
We doelen hiermee op de impact van bewoners in de buurt qua
geluid en visuele hinder.
De impact op de natuur flora en fauna. De impact op het elektriciteitsnet.
Conclusie: We zijn het niet eens met het Ontwerp Paraplubestemmingsplan
windturbines Ooststellingwerf.
Reden: te grote impact op mens, flora en fauna, overvol elektriciteitsnet.
Er is genoeg jurisprudentie aanwezig over de mogelijkheid van
procederen tegen windturbines.
Met vriendelijke groet,
3