Bijlage 2 - Nota van zienswijzen Herenweg (12 december 2017) met bijlagen
Tekst van het document
Gemeente Ooststellingwerf Afdeling: Mens & Omgeving Team: Ruimte & Economie Postbus 38 8430 AA Oosterwolde Gemeentehuis ’t Oost 11 8431 LE Oosterwolde T: 0516-566 222 W: www.ooststellingwerf.nl
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan woningbouw Herenweg te Donkerbroek ___________________________________________________________________________
Gemeentelijke reactie op de zienswijzen
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
1
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek Inhoudsopgave: 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding Publicaties Overzicht zienswijzen Inhoud zienswijzen en commentaar Lijst van wijzigingen
1. Inleiding In de voorliggende nota wordt verslag gedaan van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek en de hierop binnengekomen zienswijzen. Eerst worden in paragraaf 2 de publicaties op een rijtje gezet. Vervolgens wordt in de paragraaf 3 een overzicht gegeven van de zienswijzen. Paragraaf 4 bevat een samenvatting van de inhoud van de zienswijzen en de gemeentelijke reactie daarop. Tenslotte geeft paragraaf 5 een overzicht van de wijzigingen die ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn aangebracht. 2. Publicaties De bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op woensdag 26 juli 2017 gepubliceerd op de Gemeentepagina, in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Ook is een aantal overheden en overlegpartners geïnformeerd over het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen in de periode van 27 juli tot en met 6 september 2017. 3. Overzicht zienswijzen In de bijlagen bij de Toelichting van het bestemmingsplan worden de zienswijzen geanonimiseerd opgenomen. De nummering van de geanonimiseerde zienswijzen komen overeen met de nummering in de tabellen hieronder. Van de volgende partijen is binnen de bovengenoemde termijn een zienswijze ontvangen: Nr.
Indiener zienswijze:
Datum ontvangst:
1.
Indieners verzamelde zienswijzen 1 tot en met 7 allen te Donkerbroek Indiener zienswijze 8 te Donkerbroek Indiener zienswijze 9 te Donkerbroek Indiener zienswijze 10 te Donkerbroek
29, 30 en 31 augustus, 4, 5 en 6 september 2017 5 september 2017 5 september 2017 5 september 2017
2. 3. 4.
Daarnaast is ook buiten de termijn van terinzagelegging een (aanvullende) zienswijze ingediend en deze is niet-ontvankelijk. Nr. 1.
Indiener zienswijze: Indiener zienswijze 11 te Donkerbroek
Datum ontvangst: 26 september 2017
4. Inhoud zienswijzen en commentaar (Verzamelde) zienswijzen 1 tot en met 7 Op 29, 30 en 31 augustus en 4, 5 en 6 september 2017 hebben indieners van zienswijzen 1 tot en met 7 eenzelfde zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Samenvatting zienswijze: 1.1 De reclamanten stellen dat de in het ontwerpbestemmingsplan aangehaalde ontstaansgeschiedenis van het landschapstype ‘woudontginningen’ gebaseerd is op achterhaalde wetenschappelijke kennis. In de aangehaalde theorie past het opvullen van Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
2
open plekken in bebouwingslinten. Recent wetenschappelijk onderzoek toont volgens de reclamanten een andere ontstaansgeschiedenis aan. De reclamanten stellen op basis daarvan dat de karakteristiek in het landschap juist zit in het feit dat maar aan één zijde van de weg bebouwing aanwezig is. Door de woningbouw tegenover een bestaande boerderij zou deze ruimtelijke karakteristiek worden vernietigd. De reclamanten stellen dat daarmee het motiveringsbeginsel voor een goede ruimtelijke ordening ontbreekt, omdat niet alle in het geding zijnde aspecten naar behoren zijn onderzocht. 1.2 De reclamanten stellen dat de dubbeltelregeling met dit bestemmingsplan wordt overschreden. Ze stellen dat het motief voor het toestaan van de bouw van de woning aan Herenweg 115 het afronden van het dorp was. In het ontwerpbestemmingsplan wordt wederom als motief gebruikt dat hiermee het dorp wordt afgerond. 1.3 De reclamanten stellen dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met het gemeentelijk beleid. De reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan terug te trekken en allereerst de vertaalslag van de Woonvisie 2017-2022 te maken, daarna het plan opnieuw te toetsen. 1.3.1 De reclamanten merken op dat in het ontwerpbestemmingsplan wel wordt verwezen naar de Structuurvisie 2010-2020-2030 en het Woonplan 2011-2020, maar niet daar de Woonvisie 2017-2022.
Zij stellen dat het ontwerpbestemmingsplan ook moet voldoen aan de uitgangspunten van de Woonvisie 2017-2022. De reclamanten stellen dat de genoemde toetsingscriteria van het Woonplan 2011-2020 niet van toepassing zijn. 1.3.2 De reclamanten stellen dat niet aan de voorwaarden van de Woonvisie 2017-2022 wordt voldaan: • “Focus op inbreiding in plaats van uitbreiding”; in het plan is sprake van uitbreiding. • “De komende jaren zal de vraaggerichte ontwikkeling toenemen. Hierbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat de beschikbare bouwlocaties in de gemeente de woningbehoeften qua aantallen al kunnen opvangen”; het plan is geen onderdeel van de beschikbare bouwlocaties. • “Bij uitbreidingsnieuwbouw wordt de voorkeur gegeven aan het benutten van de mogelijkheden binnen de bebouwde kom in de dorpen boven uitleglocaties”; het plan ligt buiten de bebouwde kom. • “We willen initiatieven van dorpen en bewoners faciliteren indien die voorzien in een behoefte, draagvlak hebben en realistisch zijn”; op geen enkele wijze is de behoefte en enig draagvlak voor het plan onderbouwd en/of aangetoond. 1.3.3 De reclamanten stellen dat het ontwerpbestemmingsplan is strijd is met het bestemmingsplan Buitengebied 2016.
Ze halen de volgende passage uit het bestemmingsplan Buitengebied 2016 aan: “in het bestemmingsplan zullen buiten de regelingen in het kader van ruimte voor ruimte en vrijkomende agrarische bebouwing geen mogelijkheden worden opgenomen voor het toestaan van burgerwoningen”. De reclamanten stellen dat dit ontwerpbestemmingsplan getuigt van willekeur en inconsequent beleid en dat het slechts als een reactie op een individueel initiatief is gebaseerd. De reclamanten stellen dat in de Woonvisie 2017-2022 wordt geadviseerd een vertaalslag te maken naar de dorpen, wijken en gebieden. Zij stellen dat dit ontwerpbestemmingsplan geen sprake van visie maar van willekeur is. De reclamanten verzoeken om eerst de vertaalslag te maken alvorens het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. 1.3.4 De reclamanten stellen dat in de Woonvisie 2017-2022 de woningbehoefte voor Donkerbroek concreet wordt beschreven, namelijk 15 woningen met speciale aandacht voor woningen in het segment tot 2 ton. Zij wijzen erop dat sinds eind 2016 elf woonkavels in de verkoop zijn en acht appartementen worden gebouwd in Donkerbroek. De reclamanten stellen dat zowel qua aantallen als qua prijssegment (gebaseerd op de kavelgrootte) geen noodzaak voor dit ontwerpbestemmingsplan is.
1.3.5 De reclamanten stellen dat het ontwerpbestemmingsplan concurreert met de woonkavels die de gemeente in Donkerbroek-West in de verkoop heeft, in tegenstelling tot wat het bestemmingsplan beweert. 1.4 De reclamanten stellen dat zij door het ontwerpbestemmingsplan onevenredig in hun belang worden geschaad. Daarnaast stellen zij dat geen planschadeverkenning is gedaan en dit ontwerpbestemmingplan wel tot planschade voor hun woning leidt. Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
3
De reclamanten stellen dat het ontwerpbestemmingsplan alleen het belang van de initiatiefnemer en geen enkel algemeen belang dient. Zij begrijpen daarom niet waarom het individuele belang van de initiatiefnemer niet is afgewogen tegen het individuele belang van de omwonenden. 1.5 De reclamanten stellen dat de tekening in bijlage 7 van de Toelichting een ander beeld schept dan de Regels van het ontwerpbestemmingsplan. 1.5.1 De reclamanten stellen dat in bijlage 7 staat dat de doorkijk tussen de woningen vrij moet blijven, maar dat dit in de Regels niet wordt geborgd. De reclamanten stellen dat hier op basis van de Regels wel schuttingen tot 2 meter en beplanting tot 5 meter hoog mogen worden neergezet. 1.5.2 De reclamanten stellen dat de ‘zichtlijn’ waar in art. 3.2 ad b over wordt gesproken niet op de tekening voorkomt. 1.5.3 De reclamanten stellen dat de in art. 3.2 ad e opgelegde beperking (de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor het verlengde van de voorgevel maximaal 1 meter bedragen) niet overeenkomt met de twee rijen fruitbomen die op de tekening langs de erfscheiding zijn opgenomen. 1.5.4 De reclamanten stellen dat de waterbuffer van 3,10 meter breed niet is opgenomen in de tekening. In plaats daarvan zijn nu fruitbomen getekend, stellen de reclamanten.
1.6 De reclamanten stellen dat door het aanleggen van een 3,1 meter brede waterbuffer tussen de woningen en de openbare weg een landschapsvreemd element wordt toegevoegd. Bij een aantal boerderijen is wel een smal slootje aanwezig, maar nergens is een sloot van deze breedte aanwezig, stellen de reclamanten. De waterbuffer tast het karakter van het landschap aan, aldus de reclamanten. De reclamanten stellen daarnaast dat een kenmerk van het landschap is dat de woningen ‘ruim’ op hun kavel liggen. Zij begrijpen daarom niet waarom met een omgevingsvergunning vrijstelling kan worden verleend voor het bouwen tot op de perceelgrens. 1.7 Concluderend stellen de reclamanten dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, het gemeentelijk beleid (Woonvisie 2017-2022) en met de wet (motiveringsbeginsel). De reclamanten verzoeken het ontwerpbestemmingsplan terug te trekken en allereerst de vertaalslag van de Woonvisie 2017-2022 te maken om daarna het plan opnieuw te toetsen. Commentaar: 1.1 Het beleid van de gemeente Ooststellingwerf is gericht op behoud van het karakteristieke woudontginningslandschap. Dit beleid is vastgelegd in het Landschapsbeleidsplan Zuid-Oost Friesland 2004-2014. Hierbij is, gezien vanaf de weg, een afwisseling van erven en bosjes met open ruimten die een doorzicht bieden op het beekdal kenmerkend.
De reclamanten geven aan dat er nieuwe inzichten zijn in de landschapshistorie, namelijk dat de ontginningen plaats vonden vanuit het beekdal en niet vanaf de weg. Daaraan gekoppeld zou zijn dat de bebouwing zich van oudsher slechts aan één zijde van de weg bevindt, waarbij slechts één boerderij per opstrekkende kavel werd gebouwd. In de situatie van het bouwplan aan de Herenweg is dat inderdaad het geval, zoals goed te zien is in de afbeeldingen in bijlage 1 van het verkennend milieukundig bodemonderzoek (bijlage 2 van de Toelichting). We danken de reclamanten dat zij ons hierop attent maakt. Op dit moment wordt het landschapsbeleid geactualiseerd. Hierbij worden de bovengenoemde nieuwe inzichten over de ontginningsgeschiedenis meegenomen. Of dit ook gevolgen moet hebben voor de wijze waarop bebouwing toegevoegd kan worden, moet nader worden onderzocht. Daarbij wordt het karakter en de herkenbaarheid van het oorspronkelijke bebouwingsprincipe ter plaatse, en het type bebouwing dat wordt toegevoegd (agrarisch of niet) meegenomen. Het nieuwe landschapsbeleidsplan wordt naar verwachting in 2018 (door de raad) vastgesteld. Voor het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan geldt dat de herkenbaarheid van de oorspronkelijke bebouwingsstructuur van één boerderij per opstrekkende kavel in de omgeving van dit perceel niet herkenbaar meer is.
Bovendien gaat het hier niet om het toevoegen van een boerenerf, maar om het toevoegen van burgerwoningen. Het behoud van open ruimten tussen bebouwing is bij het toevoegen van bebouwing binnen het woudontginningslandschap voor ons daarom vooralsnog leidend.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
4
1.2 De anti-dubbelregel (artikel 4), waar de reclamanten waarschijnlijk op doelen, is van toepassing op de gronden binnen het plangebied. Herenweg 115 te Donkerbroek valt buiten het plangebied. De anti-dubbelregel is hier niet overschreden. 1.3.1
1.3.2 1.3.3
1.3.4 1.3.5
Ten tijde van de principebesluitvorming over deze ontwikkeling (19 april 2016) was de Woonvisie 2017-2022 nog niet vastgesteld. Ten tijde van de besluitvorming over het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan (18 juli 2017) was de Woonvisie 20172022 wel vastgesteld. Het Woonplan 2011-2020 blijft vooralsnog onverminderd van toepassing als toetsingskader. Zie de beantwoording bij 1.3.1. Het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied 2016. Juist daarom is ervoor gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen dat deze ontwikkeling mogelijk maakt. Zoals gezegd is de principebesluitvorming gebaseerd op het toen geldende beleid. Op basis van Woonplan 2011-2020 zijn er meer mogelijkheden voor woningbouw. Met dit ontwerpbestemmingsplan beoogt het college ruimte te geven aan een particulier initiatief voor woningbouw. Zie de beantwoording bij 1.3.1. In Donkerbroek-West is (d.d. 6 december 2017, bron: gemeente Ooststellingwerf) inderdaad nog een aantal kavels te koop. De zinssnede hierover in het ontwerpbestemmingsplan is onjuist. Of er is sprake van concurrentie is echter geen toetsingscriterium voor dit ontwerpbestemmingsplan. In de toetsingscriteria van het Woonplan 2011-2020 is opgenomen dat initiatieven op inbreidingslocaties in principe niet mogen concurreren met woningbouw op gemeentelijke woningbouwlocaties.
In dit geval is sprake van een uitbreidingslocatie. Voorgesteld wordt om in het ontwerpbestemmingsplan de passage over de toetsingscriteria voor inbreidingslocaties te schrappen. Concurrentie met gemeentelijke woningbouwlocaties is daarmee geen toetsingscriterium voor dit ontwerpbestemmingsplan.
1.4 Het uitvoeren van een planschadeverkenning is niet verplicht. Het staat de initiatiefnemer echter vrij dit wel te doen. In Nederland heeft niemand recht op vrij uitzicht. De compensatie van eventuele waardevermindering van omliggende woningen is geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het college heeft in principe medewerking verleend aan de initiatiefnemer om zijn plan ruimtelijk mogelijk te maken. Daarbij heeft het college wel enkele voorwaarden gesteld aan de landschappelijke inpassing, om zo de ruimtelijke kwaliteit te borgen. 1.5 De tekening in bijlage 7 van de Toelichting is ter illustratie bedoeld. Hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. 1.5.1 In de Regels is de ‘specifieke bouwaanduiding – zichtlijn’ opgenomen. Deze aanduiding verbiedt het bouwen van bebouwing en aanplanten van hoog opgaande beplanting. Vergunningvrij is hier echter wel het een en ander mogelijk. Voorgesteld wordt om de gronden die in het ontwerpbestemmingsplan als zichtlijn aangeduid zijn te bestemmen als ‘Agrarisch’ conform de systematiek van regels uit het bestemmingsplan Buitengebied 2016. Hierdoor wordt een doorzicht beter juridisch gewaarborgd. 1.5.2 De tekening in bijlage 7 van de Toelichting is ter illustratie bedoeld, hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. De ‘specifieke bouwaanduiding – zichtlijn’ is opgenomen in de Verbeelding.
1.5.3 Een rij fruitbomen wordt niet gezien als erfafscheiding. 1.5.4 De tekening in bijlage 7 van de Toelichting is ter illustratie bedoeld, hier kunnen geen rechten aan worden ontleend. 1.6 Het verbreden van de sloot past inderdaad niet binnen het landschap. Watergangen zijn hierin altijd haaks op de weg en niet zo breed. De berekening voor de watercompensatie is gebaseerd op de maximale mogelijk toegenomen verhardingsoppervlak. Dit zou 1000 m² zijn, waarvan 10% moet worden gecompenseerd. Dat houdt 100 m² watercompensatie in.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
5
De watercompensatie is juridisch geborgd in de voorwaardelijke bepaling onder artikel 3.2.a van de Regels. De exacte plaats ligt nog niet vast. Er wordt voorgesteld om in de Toelichting op te nemen dat de watercompensatie bij voorkeur haaks op de weg moet worden aangelegd, maar dat de exacte plaats in overeenstemming met Wetterskip Fryslân wordt bepaald. Er is geen reden waarom met een omgevingsvergunning afgeweken zou moeten kunnen worden van de minimale afstand van de perceelgrens tot een hoofdgebouw. Voorgesteld wordt om artikel 3.2.c.4 en artikel 3.3 te schrappen uit het ontwerpbestemmingsplan. 1.7 Het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad niet getoetst aan de Woonvisie 2017-2022. Het geldende beleid is vertaald in het Woonplan 2011-2020. Conclusie: De zienswijze leidt tot het voorstel om de tekst “Ook wordt voldaan … in de verkoop heeft.” op p. 7 en 8 te schrappen. Daarnaast wordt naar aanleiding van deze zienswijze voorgesteld om artikel 3.2.c.4 en artikel 3.3 uit het ontwerpbestemmingsplan te schrappen en om de gronden die in het ontwerpbestemmingsplan als zichtlijn aangeduid zijn de bestemming ‘Agrarisch’ te geven en de ‘specifieke bouwaanduiding – zichtlijn’ uit het bestemmingsplan te schrappen. Zienswijze 8 Op 5 september 2017 hebben de indieners van zienswijze 8 een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan.
Samenvatting zienswijze: 2.1 Zie 1.1 met de volgende aanvulling: De reclamanten stellen dat de planologische aanvaardbaarheid van het plan hiermee is afgewezen en dat niet duidelijk wordt waarom dit ontwerpbestemmingsplan een kwaliteitsverbetering van het buitengebied is. 2.2 Zie de beantwoording bij 1.2. 2.3 Zie 1.3 met de volgende aanvulling: De reclamanten stellen dat in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening is gehouden met de financiële consequenties van het plan voor de exploitatieopzet van de gemeentelijke plannen. Het ontwerpbestemmingsplan leidt volgens de reclamanten mogelijk tot vertraging, lagere winst of zelfs verlies voor de gemeentelijke woningbouwplannen in Donkerbroek. 2.4 De reclamanten stellen dat de locatie van het plangebied ten onrechte is aangemerkt als buiten te bebouwde kom in het kader van de Wet geurhinder (Wgv). Binnen de bebouwde kom gelden strengere normen voor de geurcirkel. Wanneer met deze strengere norm rekening wordt gehouden, komen de woningen die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt binnen de geurcirkel van het agrarische bedrijf van de reclamanten. De reclamanten stellen dat het toestaan van woningbouw binnen de geurcirkel niet is toegestaan en dat hierdoor de kans op claims en klachten ontstaat.
Ook de achtergrondbelasting als gevolg van de cumulatie van geur is volgens de reclamanten op de beoogde locatie te hoog voor het toestaan van woningen. De reclamanten stellen dat wanneer het ontwerpbestemmingsplan wordt vastgesteld de bebouwde kom in het kader van de Wgv zich nog verder in het buitengebied uitbreidt. Daardoor krijgen veehouderijen in de omgeving te maken met strengere normen, aldus de reclamanten. De reclamanten stellen daarnaast dat het ontwerpbestemmingsplan woningbouw binnen de geluidscontour van hun bedrijf toestaat. De nieuwe bewoners zouden met name last kunnen hebben van optrekkend en afremmend vrachtverkeer. De reclamanten stellen dat onvoldoende rekening wordt gehouden met hun bedrijf. De reclamanten stellen dat de schets van de vergunningsvoorwaarden van hun bedrijf sterk afwijkt van een interne ambtelijke notitie. Uit die notitie blijkt volgens de reclamanten dat de woningen binnen de geurcontour vallen en dat de woningen verder naar achteren zouden moeten worden gebouwd. 2.5 De reclamanten stellen dat zij door het ontwerpbestemmingsplan onevenredig in hun belang worden geschaad. Ze stellen dat het in het bestemmingsplan Buitengebied 2016 gehonoreerde verzoek tot uitbreiding door het ontwerpbestemmingsplan weer wordt ingeperkt. Het toevoegen Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
6
van twee woningen tegenover hun bedrijf levert extra toetsingspunten bij eventuele uitbreiding van het bedrijf, stellen de reclamanten. Daarnaast stellen zij dat geen planschadeverkenning is gedaan en dit ontwerpbestemmingplan wel tot planschade voor hun woning leidt. 2.6 Zie 1.5 met de volgende aanvulling: De reclamanten stellen dat de doorzichten niet in een bestemmingsplan kunnen worden gegarandeerd en dat de gemeente ook geen andere middelen heeft om dit te garanderen. Ze stellen dat het beloven van openheid tussen de twee woningen misleidend is. 2.7 Zie de beantwoording bij 1.6. 2.8 Concluderend stellen de reclamanten dat het ontwerpbestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en in strijd met de wet (motiveringsbeginsel). Zij stellen dat de motivering van bestemmingsplannen op zijn minst op de meest recente eigen beleids- en visiedocumenten moet worden gebaseerd. Daarnaast ontstemt het de reclamanten dat het ontwerpbestemmingsplan in de vakantieperiode ter inzage is gelegd. Ze stellen dat zij daardoor niet in staat zijn geweest deskundig advies in te winnen en behouden zich het recht om binnen acht weken met aanvullingen op hun zienswijzen te komen. Commentaar: 2.1 Zie de beantwoording bij 1.1 met daarbij de volgende aanvulling: Het nieuwe inzicht verandert in dit geval de uitkomst van de afweging om een lege plek in het lint op te vullen niet.
Het patroon van één boerderij per opstrekkende kavel is in Donkerbroek nauwelijks meer herkenbaar. 2.2 Zie de beantwoording bij 1.2. 2.3 Zie de beantwoording bij 1.3. 2.4 De bebouwde komgrens op grond van de Wegenverkeerswetgeving is niet leidend geweest voor het onderhavige plan. In de ruimtelijke planvorming is voor Donkerbroek de bebouwde komgrens aan deze zijde steevast op het kruispunt Herenweg/Bovenveld/De Pegge gelegd. Op deze wijze is Donkerbroek bijvoorbeeld opgenomen in de beheersverordening ‘Overige Dorpen’ (2014). Het oostelijke deel van de Herenweg wordt van oudsher meegenomen in het bestemmingsplan ten aanzien van het buitengebied. Zo is dit ook het geval in de provinciale ruimtelijke planvorming (zie bijvoorbeeld de kaart ‘begrenzing bestaand stedelijk gebied’ van de Verordening Romte Fryslân 2014). Gelet op de jurisprudentie ten aanzien van het begrip ‘bebouwde kom’ is het ook alleszins redelijk het plangebied tot het buitengebied te rekenen. Er is sprake van een lint dat ‘bestaat uit afwisselend agrarische bedrijven met gebouwen van verschillende afmetingen en burgerwoningen met bijgebouwen van verschillende afmetingen’ (ABRvS, 201402758/1/A1). In dit opzicht is het zelfs te overwegen om de feitelijke bebouwde komgrens pas ter hoogte van het kruispunt Herenweg/Kerkereed in te laten gaan.
Ook ten westen van het kruispunt Herenweg/Bovenveld/De Pegge is immers nog sprake van de genoemde functiemenging en bebouwingskarakteristiek, zij het dat vanaf laatstgenoemd kruispunt de verdichting substantieel Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
7
toeneemt. Een dergelijke verdichting is ter hoogte van het plangebied niet aanwezig; onbebouwde kavels zorgen voor doorzichten naar het landelijk gebied en daarmee voor een lossere bebouwingsopzet. Pas vanaf kruispunt Herenweg/Kerkereed kan in ruimtelijk opzicht gesproken worden van ‘een concentratie van woningen binnen een samenhangende structuur waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven’ (ABRvS, 201210552/1/R3) dan wel van een ‘gebied […] dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ (Rb Midden-Nederland, SBR 12/2155 en SBR 12/2240). De afstand van het plangebied tot deze bebouwde komgrens bedraagt circa 500 meter. Als er wordt uitgegaan van de bebouwde kom zoals van oudsher opgenomen in de ruimtelijke planvorming van gemeente en provincie en tevens zoals deze is vastgelegd in de gemeentelijke geurverordening (welke samenvalt met de bebouwde komgrens op grond van de Wegenverkeerswetgeving), dan bedraagt de afstand tot het plangebied nog altijd circa 130 meter. De claim dat bouwen binnen de geurcirkel niet is toegestaan en tot (gezondheids)klachten leidt, wordt niet onderschreven. Maatgevend zijn de vergunningsgegevens van de intensieve veehouderij en de richtafstanden uit de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Het bestemmingsplan houdt hier rekening mee en is daar kritisch aan getoetst(zie o.a.
paragraaf 4.2 van de toelichting en het daarbij gevoegde geuronderzoek). Tevens is aangesloten bij de landelijke milieukwaliteitscriteria voor geurbelasting van het RIVM, op grond waarvan er sprake is van een redelijk goede tot goede milieukwaliteit. In het geuronderzoek is geen rekening gehouden met de achtergrondconcentratie omdat er geen andere geur producerende bedrijvigheid in de (nabije) omgeving gelegen is, waardoor de achtergrondconcentratie gelijk is aan de voorgrondconcentratie. Dit bestemmingsplan leidt niet tot een verschuiving van de bebouwde komgrens. Zie boven. Ook het akoestisch aspect is in voldoende mate afgewogen. De bovengenoemde VNGbrochure houdt v.w.b. de richtafstanden van 'geluid' rekening met het bij de inrichting behorende vrachtverkeer. Genoemde schets is de gemeente niet bekend. In het bestemmingsplan is in ieder geval het aspect 'geur' afgewogen o.b.v. de huidige wetgeving en richtlijnen. 2.5 De reclamant toont op geen enkele wijze aan hoe deze in zijn rechtspositie wordt geschaad. Het bestemmingsplan voor de twee nieuwe woningen leidt niet tot een beperking van de bedrijfsvoering, ook niet van genoemde uitbreiding. Voor de huidige bedrijfsvoering zijn de bestaande, op kortere afstand aanwezige woningen maatgevend. Dit geldt zowel voor geur als voor geluid.
Van beknotting of inconsistent beleid is geen sprake, omdat alle voorwaarden/mogelijkheden ten aanzien van de (vergunde) bedrijfsvoering onverkort van kracht blijven. De ‘ervaring’ dat er niettemin sprake is van een belemmering in de bedrijfsvoering is begrijpelijk, maar daarom niet op feiten gestoeld. Dat het uitzicht verandert is wel evident. Mede om die reden heeft de gemeente ook strenge eisen gesteld aan het te behouden doorzicht in het midden van de kavel (juridisch geborgd in de verbeelding en regels). Of dit leidt tot planschade zal in het geval van een verzoek om tegemoetkoming in planschade moeten worden bezien door een onafhankelijk onderzoeksbureau. Zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is, staat de weg naar het verzoek tot tegemoetkoming in planschade op grond van artikel 6.1 Wro open voor de reclamant. 2.6 Zie de beantwoording bij 1.5. 2.7 Zie de beantwoording bij 1.6. 2.8 Het ontwerpbestemmingsplan is inderdaad niet getoetst aan de Woonvisie 2017-2022. Het geldende beleid is vertaald in het Woonplan 2011-2020. Het ontwerpbestemmingsplan heeft conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht voor zes weken ter inzage gelegen. Zienswijzen die na deze periode worden ingediend zijn nietontvankelijk.
Conclusie: De zienswijze leidt op niet tot (aanvullende) wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
8
Zienswijze 9 Op 5 september 2017 hebben de indieners van zienswijze 9 een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Samenvatting zienswijze: 3.1 Zie de beantwoording bij 1.1. 3.2 Zie de beantwoording bij 1.2. 3.3 Zie de beantwoording bij 1.3. 3.4 Zie de beantwoording bij 1.4 3.5 Zie de beantwoording bij 1.5. 3.6 Zie de beantwoording bij 1.7. 3.7 De reclamanten stellen direct belanghebbend te zijn omdat zij financieel verbonden zijn met het agrarische bedrijf aan de Herenweg 123. 3.8 Zie de beantwoording bij 1.8 Commentaar: 3.1 Zie de beantwoording bij 1.1. 3.2 Zie de beantwoording bij 1.2. 3.3 Zie de beantwoording bij 1.3. 3.4 Zie de beantwoording bij 1.4. 3.5 Zie de beantwoording bij 1.5. 3.6 Zie de beantwoording bij 1.6. 3.7 De zienswijze is ontvankelijk en wordt meegenomen in de Nota van zienswijzen. 3.8 Zie de beantwoording bij 1.7. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot (aanvullende) wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Zienswijze 10 Op 5 september 2017 hebben de indieners van zienswijze 10 een zienswijze ingediend op het ontwerpbestemmingsplan. Samenvatting zienswijze: 4.1 De reclamanten wijzen erop dat het bestemmingsplan beoogt de lintbebouwing aan de Herenweg te versterken en dat de nieuwbouw in de huidige rooilijn moet worden gebouwd.
Ze stellen dat op de Verbeelding en de Inrichtingsschets echter te zien is dat de bouwvlakken voor de woningen achter de rooilijn zijn gepositioneerd. 4.2 De reclamanten betwijfelen of de zichtlijn tussen de twee woningen haar openheid behoudt. Liever zien zij twee zichtlijnen aangrenzend aan de bestaande woningen op de nummers 122 en 124 waarbij de woningen in het midden van het perceel worden gerealiseerd. 4.3 De reclamanten stellen dat de positionering van de woningen achter de huidige rooilijn en de positie van de zichtlijnen niet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. De gedane suggestie voor
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
9
de positionering van de woningen zouden een ruimtelijker beeld opleveren volgens de reclamanten. 4.4 De reclamanten stellen dat de beoogde positionering van de woningen hun privacy vermindert. De gedane suggestie voor de positionering van de woningen zou dit bezwaar ten dele wegnemen. 4.5 De reclamanten stellen dat zij het liefst zien dat de plannen voor de woningbouw niet doorgaan. Wanneer het plan toch vastgesteld wordt, verzoeken de reclamanten dit te doen met een gewijzigde positionering van de woningen. Commentaar: 4.1 In paragraaf 1.1 van de Toelichting is inderdaad aangegeven dat de nieuwbouw in de huidige rooilijn moet worden gebouwd. In paragraaf 3.2 wordt dit genuanceerd: “Beide woningen worden zoveel mogelijk in de bestaande rooilijn gebouwd, waarbij enige verspringing mogelijk blijft (zie onder). Het plaatselijk aanwezige doorzicht naar het landelijk gebied blijft gehandhaafd door de woningen op enige afstand van elkaar te situeren. Er zijn nog geen woningontwerpen gemaakt. Wat wel vast staat is dat beide woningen in de bestaande rooilijn gebouwd zullen worden. Daarbij is enige terugligging ten opzichte van de omliggende woningen mogelijk.
Dit past binnen het lint van de Herenweg waar geen strakke rooilijn geldt, maar de woningen hier en daar ‘verspringen’.” Op de Verbeelding is echter te zien dat de bouwvlakken achter de voorgevelrooilijn van de naastgelegen bebouwing ligt. Dit is uit stedenbouwkundig oogpunt verdedigbaar omdat, zoals hierboven is verwoord, het bestaande lint van de Herenweg gekenmerkt wordt door een plaatselijk verspringende voorgevelrooilijn. Het verschuiven van het bouwblok in noordelijke richting is niet mogelijk op grond van de Wet geluidhinder omdat nu reeds de maximaal te ontheffen geluidswaarde van 53 dB geldt. Zie hiervoor het akoestisch onderzoek dat als bijlage bij de toelichting is opgenomen. Voorgesteld wordt om aan de noordzijde van het bouwblok een 'voorgevelrooilijn' op te nemen, zodat de woningen in ieder geval niet te ver naar 'achteren' in het bouwblok worden geplaatst. 4.2 Op dit moment is de openheid van de zichtlijn tussen de woningen onvoldoende geborgd. Voorgesteld wordt om de gronden die in het ontwerpbestemmingsplan als zichtlijn aangeduid zijn te bestemmen als ‘Agrarisch’ (zie 1.5.1). De positionering van de woningen en de zichtlijn is zo gekozen om een zo breed mogelijke open ruimte te behouden. Wanneer wordt geschoven met de bouwvlakken, versnippert de open ruimte. De bouwvlakken op de verbeelding geven een vertekend beeld.
De bouwvlakken zijn ruim 500 m², de oppervlakte van een hoofdgebouw mag maximaal 175 m² zijn. 4.3 Zie de beantwoording bij 4.1. 4.4 Zie de beantwoording bij 4.1. De compensatie van eventuele waardevermindering van omliggende woningen is geregeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. 4.5 Deze opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Conclusie: De zienswijze leidt tot wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan; er wordt een ‘voorgevelrooilijn’ in de Regels en de Verbeelding opgenomen. 4 Lijst van wijzigingen De zienswijzen leiden tot de onderstaande lijst van voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
10
Nr. 1.3
Toelichting
2.3
1.5.1
Regels
Artikel 3.2.b
1.5.1
Regels
Artikel 1
Ontwerpbestemmingsplan Ook wordt voldaan de toetsingscriteria voor inbreidingslocaties: - Het initiatief moet planologisch aanvaardbaar zijn: uit dit bestemmingsplan blijkt dat de toevoeging van woningen binnen het plangebied – qua beleid, landschap, milieutechnisch en dergelijke - planologisch inpasbaar is. - Het initiatief moet een kwaliteitsverbetering betekenen, zoals de afronding van een dorpsrand: de nieuwbouw betreft het opvullen van een open ruimte en versterking van het lint van de Herenweg (zie paragraaf 3.2). - Het initiatief moet passen binnen de kwalitatieve doelstellingen van het Woonplan: de gemeente heeft onderhavig plan positief beoordeeld op dit punt. - Het initiatief mag in principe niet concurrerend zijn voor woningbouw op de gemeentelijke woningbouwlocaties: er is geen sprake van concurrentie aangezien de gemeente in de omgeving geen woonkavels in de verkoop heeft. In of op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - zichtlijn' wordt geen bebouwing gebouwd of hoogopgaande beplanting aangelegd. -
(Concept) vastgesteld bestemmingsplan Er wordt voorgesteld om deze tekst uit paragraaf 2.3 van het ontwerpbestemmingsplan geheel te schrappen.
Er wordt voorgesteld om deze tekst te schrappen
e. agrarische cultuurgrond: grasland, akkerbouw en vollegrondstuinbouw c.q. de teelt van gewassen op open grond, daaronder niet begrepen sierteelt, fruitteelt en houtteelt; j. boomteelt: de teelt van boomkwekerijgewassen; x. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers al dan niet deel uitmakend van een boomzone of boomstructuur; y. houtteelt: de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend het kweken van bomen ten behoeve van de houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de meldings- en herplantplicht ex artikel 2 en artikel 3 van de Boswet; ab. natuurlijke waarden: de in het gebied aanwezige waarden van zowel levende als niet-levende natuur zoals geconstateerd door een algemeen erkend en ter zake deskundige;
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
11
1.5.1
Regels
Artikel 3
-
ag. tunnelkas: elke constructie van hout, metaal of anderszins welke met plastic of in gebruik daarmee overeenstemmend materiaal is afgedekt en dient als teeltondersteuning voor bedekte teelten; Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische cultuurgrond; b. behoud en herstel van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; c. dagrecreatief medegebruik, in de vorm van voet-, fiets- en ruiterpaden, picknickplaatsen, parkeervoorzieningen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen; met de daarbij behorende: d. bestaande wegen, voet-, fiets- en ruiterpaden en landbouwontsluitingswegen; e. verkeers- en verblijfsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van het waterbeheer; i. groenvoorzieningen; j. water; k. tuinen, erven en terreinen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken geldt dat uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 2 m, niet zijnde tunnelkassen en omheiningen van paardenbakken. 3.3 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a.
het gebruik van gronden en gebouwen voor opslag van voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan, alsmede caravans, tenten en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens; b. het gebruik van gronden voor opslag van schroot, puin, afbraak- en bouwmaterialen, grond- en bodemspecie en al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten; c. het gebruik van gronden ten behoeve van de opslag van
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
12
mest; d. het gebruik van gronden ten behoeve van boomteelt, houtteelt en boomfruitteelt; e. het gebruik van gronden als erf of tuin. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren, te doen en te laten uitvoeren: 1. het ophogen of afgraven van gronden; 2. het vellen en/of rooien van houtopstanden; 3. het aanleggen van landbouwontsluitingswegen, voet-, fietsen ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen, zoals picknickplaatsen. b. Het onder a vervatte verbod is niet van toepassing op: 1. werken en werkzaamheden welke het normale onderhoud betreffen; 2. dunning en terugzetten van een houtopstand ten behoeve van normaal onderhoud en beheer van de houtopstand; 3. het verwijderen van houtopstanden uit bestaande watergangen ten behoeve van een duurzaam beheer van de watergang. c. Voor zover voor meerdere werken en/of werkzaamheden vergunningen worden gevraagd en deze in één (inrichting)plan zijn ondergebracht, wordt dit plan in z'n geheel in de beoordeling betrokken. d. De onder a bedoelde vergunning mag geen afbreuk doen aan de in de in lid 3.1 omschreven waarden.
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
13
1.5.1
Verbeelding
1.5.1
Toelichting
3.2
Het plaatselijk aanwezige doorzicht naar het landelijk gebied blijft gehandhaafd door de woningen op enige afstand van elkaar te situeren.
1.6
Toelichting
4.5
1.6
Regels
Artikel 3.2.c.4
Aangegeven is dat de initiatiefnemer dit wil doen door de bermsloot langs de noordkant van het plangebied te verbreden. Deze sloot heeft ter plaatse van het plangebied een lengte van ca. 50 meter (exclusief 2 bestaande toegangsdammen). De watergang moet op de waterlijn met 2 meter worden verbreed om voldoende oppervlakte water te realiseren. In de bestaande situatie is de breedte op de waterlijn ca. 1,10 meter. Na realisatie van de compensatie moet de breedte op de waterlijn 3,10 meter bedragen. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder bedragen dan 2 m;
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
Het plaatselijk aanwezige doorzicht naar het landelijk gebied blijft gehandhaafd door de woningen op enige afstand van elkaar te situeren en daartussen een strook met de bestemming ‘Agrarisch’ te behouden. Landschappelijk gezien heeft het de voorkeur om de watercompensatie te realiseren in de vorm van sloten die haaks op de weg liggen. Hierbij is de exact locatie van de waterberging niet vastgelegd, dit wordt te zijner tijd in overleg met Wetterskip Fryslân bepaald.
Er wordt voorgesteld om deze tekst te schrappen.
14
1.6
Regels
Artikel 3.3
4.1
Regels
Artikel 3.2.c
4.1
Verbeelding
3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het milieu; de kwaliteit van de bodem en het grond- en oppervlaktewater; de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; het bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2, sub c, onder 4 en toestaan dat de afstand van woningen tot de zijdelinge perceelgrens minder bedraagt dan 2 m. -
Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Woningbouw Herenweg te Donkerbroek
Er wordt voorgesteld om deze tekst te schrappen.
2. de voorgevel van het hoofdgebouw dient in de ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’ aangegeven voorgevelrooilijn te worden gebouwd;
15